Verhalen van De Mysteriekenner


Het mysterie van Die Kale Fransen

Ik ben momenteel bezig om mijn volgende reis die ik met Judith en mijn dochters ga maken voor te bereiden. Begin volgende week vertrek ik voor een tijdje naar Marseille, de tweede stad van Frankrijk. Telkens als ik aan Frankrijk en haar inwoners denk schiet me het liedje ‘Hop Marjanneke’ in de gedachten, om er vervolgens ook voor uren niet meer uit te gaan. Dit liedje is in ons land aan het eind van de 18de eeuw ontstaan en werd door de Nederlandse soldaten gezongen over de Franse troepen van Napoleon die Nederland bezet hielden.

Het liedje is tegenwoordig bekend als kinderliedje en het eerste deel gaat als volgt:

Hop Marjanneke, stroop in het kanneke

laat de poppetjes dansen

eertijds was de prins in het land
en nu die kale Fransen.


De tekst heeft een mysterieuze inhoud en had eigenlijk een politieke lading, dus was in eerste instantie niet voor kinderen bedoeld. Het liedje werd gezongen ten tijden van de Bataafse Republiek, rond 1795.

Wie Marjanneke is, plaatsend in de tijd, is niet zo moeilijk te verklaren; zij was een verwijzing naar de Franse maagd Marianne die als symbool van Frankrijk tegenwoordig nog menig plein in Frankrijk siert. De poppetjes zijn de Franse soldaten. De prins, die eertijds in het land was, is de stadhouder Willem V, die voordat de Fransen kwamen aan de macht was, maar zijn toevlucht in Engeland had gezocht.

Maar dan die laatste zin, die roept enige verbazing op, want hadden de Fransen zo weinig haar? Deze verklaring zou wat te ver gaan, men bedoelde meer dat de Franse soldaten die in Nederland gestationeerd werden zo armtierig waren. Hun kleding was oud, vaal en slonzig, dus vaal en kaal. Het woord kaal kan trouwens ook nog slaan op het feit dat ze geen pruik (meer) op hadden, wat voor de Franse revolutie nog zo gebruikelijk was.

Weer een klein historisch mysterie verklaard!

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


“Senatu deliberante, perit Saguntum”

Ook dit jaar hebben wij eind november weer een prachtige reis naar Valencia ingepland. Net als verleden najaar genieten wij in deze mooie Spaanse stad van alle kunst en cultuur die ze te bieden heeft, maar ook daarbuiten zijn bijzondere bezienswaardigheden te ontdekken. Zo bezoek ik tijdens mijn trip naar Valencia ook de nabij gelegen historische stad Sagunto, die in het Valenciaans ook wel Sagunt wordt genoemd. Deze plaats is waarschijnlijk wel het meest bekend vanwege haar beroemde verleden, want op deze plek lag ooit in de Klassieke Oudheid de vestingstad Saguntum. Heden ten dage is van deze historische stad nog steeds een enorme hoeveelheid restanten op de omliggende heuvels te zien. In de derde eeuw voor Christus was de zelfstandige Iberische stadstaat een bondgenoot van het machtige Rome, dat toen langzaam als ‘wereldmacht’ aan het exploderen was.


Het oude Saguntum kreeg echter 2300 jaar geleden te maken met een andere machtig en krachtig volk namelijk de Carthagers, die afkomstig waren uit Noord-Afrika. De bekende Carthaagse generaal Hannibal belegerde Saguntum meer dan acht maanden, vanwege haar bondgenootschap met Rome. 

In die erbarmelijke tijd vroeg Saguntum bij Rome meerdere keren om hulp tegen dit enorme Carthaagse gevaar, maar Rome liet het jammerlijk afweten.

Er werd wel bij de Romeinse Senaat op het Forum Romanum in Rome overlegd wat de actie van de Romeinen met betrekking tot Saguntum en hun Carthaagse aanvallers zou moeten zijn, maar Rome kwam echter niet in actie. Deze passieve houding leidde er uiteindelijk toe dat de stad Saguntum in handen viel van Hannibal’s troepen waarbij er uiteindelijke vele dodelijke slachtoffers vielen en vervolgens de overlevende inwoners van Saguntum als slaven werden verkocht. 


"Door deze wijze Romeinse uitspraken kijk ik anders naar de huidige wereld"



Deze (oneindige) overlegsituatie van de Romeinse senaat over wel of niet ingrijpen in Saguntum leidde uiteindelijk tot de gevleugelde uitspraak “Senatu deliberante, perit Saguntum” ("Terwijl de senaat vergadert, verging Saguntum"). 

Deze uitspraak wordt vanaf de Renaissance tot op heden nog regelmatig gebruikt als er sprake is van een eindeloze overlegsituatie, waarbij men de beste kans op ingrijpen lijkt te laten schieten.

Als ik straks weer over de oude archeologische fragmenten in Saguntum stap zal ik aan het bovengenoemde Romeinse citaat denken. Natuurlijk springen er nog talrijke andere Romeinse uitdrukkingen en wijsheden in mijn gedachten, waaronder “Divide et impera” (“Verdeel en Heers”) en “Panem et circenses” (“Geef het Volk Brood en Spelen”) en “Mundus vult decipi, decipitur mundi” (“de Wereld wil bedrogen worden en derhalve wordt zij bedrogen”).

Door al deze wijze spreuken van meer dan tweeduizend jaar oud kijk ik toch met andere ogen naar de huidige wereld. Zulke rare jongens waren die Romeinen nog niet.

Mocht je trouwens interesse hebben in deze reis naar Valencia met een bezoek aan Saguntum kijk dan hier voor meer informatie of neem contact met ons op.

 

Marcel Verhoeven

Europakenner


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het Mysterie van het snellere leven als je ouder wordt

Van de firma Facebook – je weet wel het sociale netwerk waar je zelf, je familie en vrienden berichtjes op plaatsen – krijg ik tegenwoordig dagelijks een leuke reminder met mijn boodschappen die ik zelf van 2, 3 of zelfs 6 jaar geleden plaatste. Zo kan ik zien wat ik op deze dag deed een aantal jaar geleden. Ik word dus regelmatig even, zoals door bijzonder foto’s die ik ooit zelf op Facebook gezet heb, weer herinnerd aan persoonlijke gebeurtenissen van een tijd terug, waarvan ik sommigen eigenlijk al weer vergeten was. Maar pfff…. hoe leuk deze dagelijkse actie van Facebook ook is, ik schrik soms wel want ik realiseer me dan opeens hoe snel de tijd gaat. En jawel; het lijkt wel of de tijd steeds sneller gaat. 

Veel mensen hebben regelmatig het gevoel, en ik ook dus, dat de tijd steeds sneller gaat. Tja, dit is feitelijk natuurlijk niet zo. De wetenschapper Douwe Draaisma legt dit fenomeen zeer beeldend uit in zijn boek met de treffende titel ‘Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’


Draaisma zegt dat dit mysterieuze gevoel met ons geheugen te maken heeft. In de psychologie heeft men het zelfs over de het 'autobiografische geheugen' waarin je als je ouder bent al heel veel hebt opgeslagen terwijl je als kind van vier nog bijna een ‘leeg’ geheugen hebt.

Volgens Draaisma heeft ons geheugen een eigen wil. We zeggen bij onszelf: dit moet ik onthouden, dit moment wil ik vasthouden, die blik, dit gevoel, deze streling - en binnen een paar maanden of zelfs na een paar dagen merken we dat de herinnering al niet meer is op te roepen in de kleur, de geur, de smaak waar we op hoopten. 'De herinnering', schrijft Cees Nooteboom in Rituelen, 'is als een hond die gaat liggen waar hij wil.'

Ook van de opdracht iets niet te bewaren trekt het geheugen aldus Draaisma zich niets aan: had ik dit maar nooit gezien, beleefd, te horen gekregen, was ik het maar vergeten… Het helpt niet, het blijft opgeslagen en komt 's nachts, als we wakker liggen, geheel spontaan en ongeroepen bij ons terug. Ook dan is het geheugen een hond, het komt kwispelstaartend apporteren wat we juist hadden weggegooid om het kwijt te raken.


Zeer interessant is het hoofdstuk over het Berlijnse echtpaar Anna en Richard Wagner. Vanaf het eerste jaar van hun huwelijk, in 1900, hebben zij zichzelf op kerstavond gefotografeerd en die foto bij wijze van kerstkaart aan vrienden gestuurd. Het huwelijk duurde 45 jaar en in de reeks ontbreken slechts een paar jaar. Fascinerend hoe je langzaam de mensen ouder ziet worden en de tijd zijn loop neemt. De oude foto’s die je mee door een periode van de geschiedenis nemen, zetten je echt aan het denken.
Mocht je ook geïnteresseerd zijn in het fenomeen tijd in combinatie met ons geheugen, dan raad ik je aan om het boek van Draaisma zeker te lezen. De vele facetten van het tijdsbegrip komen aan bod en je raakt dan steeds meer van het feit doordrongen dat tijd en ook het menselijk geheugen echt een mysterie zijn.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Als je op de 'Vind ik leuk' knop drukt op de Facebookpagina van KUNSTSTAD word je automatisch op de hoogte gehouden van onder meer mijn reisbelevenissen, nieuwe evenementen en wetenswaardigheden van reisbestemmingen in Europa.

Het Mysterie van de taalgrens

Graag haak ik deze week nog eens aan bij mijn verhalen van afgelopen twee weken waarbij ik schreef over mysteries rond onze landsgrenzen. Wist je trouwens dat Nederland niet alleen landsgrenzen heeft, maar ook taalgrenzen en die lopen vooral in het zuiden van ons land niet helemaal gelijk met onze landsgrens. Deze zuidelijke taalgrens is een wonderlijk fenomeen en soms is het echt een mysterie hoe de scheiding van twee talen tot stand is gekomen. Je denkt in eerste instantie dat de taalgrens zwaar bevochten is, elke eeuw weer, waarbij men onder dwang mensen dan weer Nederlands, soms Duits en dan weer Frans leerde spreken. Dit blijkt echter reuze mee te vallen. De oorsprong van onze taalgrens blijkt ontzettend oud te zijn. 

Nog ver voordat het hedendaagse Nederlands en de huidige Frans taal werden gesproken is de taalgrens in het tegenwoordige België ontstaan. Dit gebeurde namelijk zo’n 1800 jaar geleden toen het West-Romeinse rijk, waar het zuidelijke deel van Nederland toe behoorde, ophield te bestaan. 


Toen de Romeinse troepen die Latijn spraken zich naar het zuiden terugtrokken, kwamen de Germaanse stammen de Romeinse Rijksgrens over, die in eerste instantie gevormd werd door de rivier de Rijn. Deze Germanen, met name een Frankische stam, vestigden zich in het dunbevolkte gebied dat in het zuiden begrenst werd door de toenmalige Heerweg oftewel de voormalige legerweg van de Romeinse troepen, die liep van de Romeinse Keulen (Colonia Claudia Ara Agrippinensium), via Maastricht, Tongeren naar Boulogne (Gesoriacum) aan de Noordzee.
In het deel boven deze Heerweg sprak men een Germaanse voorloper van het Nederlands en ten zuiden van deze lijn sprak men voor het grootste deel oud-Frans dat voortkwam uit het Latijn. De Germaans sprekende Frankische elite in dit gebied sprak in de middeleeuwen naast het Germaans op een gegeven moment een variant van het Latijn, de taal onder meer van de Rooms-katholieke kerk. Zo ontstond er in deze streek dus al heel vroeg in de geschiedenis tweetaligheid.


Deze oertaalgrens is blijven bestaan, iets noordelijker dan de huidige Romeinse Heerweg komen te liggen en is uiteindelijk een vrij geometrische lijn van oost naar west dwars door België geworden. De Vlamingen boven de taalgrens praten zoals bekend Nederlands en de Walen ten zuiden hiervan spreken Frans.

Sinds de jaren ’60 van de 20ste eeuw ligt de taalgrens wettelijk vast en soms zijn er nog wat conflicten met name rond het verfranste Brussel. Echter de Frans-Nederlandse taalgrens lijkt een constante in de Europese geschiedenis en zal wel tot lengte van dagen zo blijven. Het Nederlandse taalgebied krijgt trouwens wel een hele rechte vorm aan de ‘onderkant’ en lijkt qua geometrie dan een beetje op een grens van één van de staten in de VS, die ook vaak strakke lijnen zijn.


Een echter aanrader is het om als leuke zomerse excursie eens een stukje over de taalgrens te rijden en je te verbazen over de scherpe taalgrens. Zo reed ik laatst over de Belgische snelweg E40 van Tongeren naar Leuven en het ene moment staat het verkeersbord in het Nederlands en nog geen minuut later in het Frans om na een paar kilometer weer in het Nederlands over te gaan dat vervolgens weer na een tijd door het Frans wordt overruled. Een bijzondere ervaring als je je eens over een taal wilt verwonderen. Ik heb het trouwens ook getest en het is ook echt zo dat bijvoorbeeld de inwoners in het Franstalige gedeelte, net over de grens, de Nederlandse taal bijna niet machtig zijn, en vice versa.  Heel apart.

Nog even een leuk weetje is dat Waterloo op de taalgrens ligt. Fonetisch zit er in deze plaatsnaam zowel het Nederlandse woord als het Franse woord voor ‘water’ namelijk l’eau (spreek uit loo).

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Wel vreemd dat het Nederlandstalige Brussel dichterbij ligt dan het Franstalige Brussel.
Wel vreemd dat het Nederlandstalige Brussel dichterbij ligt dan het Franstalige Brussel.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van Moresnet

Verleden week schreef ik over de historische grens van Nederland met het Koninkrijk Hannover en met Pruisen, dat tegenwoordig gewoon allemaal Duitsland is. Natuurlijk weten we ook dat Nederland nog aan een tweede land grenst en dat is België. Echter tot 1919 grensde Nederland nog aan een andere natie en dit mysterieuze land heette Moresnet. Het neutrale Moresnet was een minilandje dat ongeveer twee keer zo groot was als het huidige Monaco (344 hectare). Het grensde aan Nederland bij Vaals wat toen niet het drie- maar het vierlandenpunt was.

Het plaatsje Kelmis en de nabij gelegen zinkmijn waren eigenlijk de enige noemenswaardige plekken van dit dwergstaatje. De burgemeester van Kelmis was tevens staatshoofd en eerste instantie tijdens de oprichting in 1815 bestuurden Nederland en Duitsland het gebied gezamenlijk, na de onafhankelijkheid van België in 1830 nam dit land de rol van Nederland over.


Mocht je denken dat hierbij het Mysterie van het onbekende land Moresnet opgelost is, dan blijken er nog meer aardige zaken over dit kleine landje verteld te kunnen worden. Zo was er een Duits huisarts genaamd Wilhelm Molly die nog voor dat het neutrale Moresnet in 1919 zou worden opgeheven op het idee kwam om van Moresnet de thuisbasis van het Espreranto te maken. Het land Moresnet zou dan voortaan verder gaan onder de Esperanto naam Amikejo, dat ‘plaats van de vrienden’ betekende.

Tegenwoordig is er nog een dorpje in dit gebied dat de naam Moresnet draagt en doet herinneren aan het voormalige buurland van Nederland. Ik zag trouwens ook dat er kortgeleden een nieuw boek is uitgegeven over Moresnet, dus ons voormalige buurlandje staat weer in de belangstelling. 

Mocht je nog eens een leuk dagje op mysteriereis willen rij dan naar Zuid-Limburg en steek dan de ‘grens’ over naar dit bijzondere gebied.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van Julius Ceasar

Op 13 juli in het jaar 100 voor Chrisus, vandaag dus 2116 jaar geleden, werd de beroemde Romeinse staatsman Julius Caesar geboren. Eigenlijk behoeft deze beroemde historische persoon weinig introductie. Caesar werd geboren in één van de drukst bevolkte wijken van het Oude Rome en hij blijkt in zijn jeugd al allerlei bijzondere vaardigheden te hebben gehad. De jonge Caesar had aanleg voor de redenaarskunst wat hem later van pas zou komen. Ook schreef de jeugdige Caesar tragedies en gedichten. Julius Caesar zou beroemd worden om zijn politieke en militaire carrière.

Caesar is misschien wel het bekendste door allerlei uitspraken zoals: ‘Veni vidi vici’ (ik kwam, ik zag en ik overwon). Deze tekst zond Caesar naar de senaat toen hij 47 voor Christus tijdens de slag van Zela een zeer snelle overwinning had behaald. Daarnaast sprak Caesar de beroemde woorden ‘De teerling is geworpen’ en deze uitspraak deed hij toen hij de overwinnende oversteek over de rivier de Rubicon maakte.


2044 jaar geleden tijdens een vergadering van de senaat in Rome werd Caesar aangevallen door een aantal samenzweerders. Toen hij onder zijn aanvallers het gezicht van Brutus zag, de persoon die hij altijd door en door had vertrouwd, riep hij de beroemde woorden  ‘Et tu Brute, tu quoque fili mi?’ Oftewel ‘Ook gij, Brutus, mijn zoon?‘.

Na zijn overlijden bleek er in Rome een grote adoratie voor Julius Caesar onder het volk te ontstaan. Hij kreeg zo’n bijzondere status dat die vergelijkbaar is met de verering van een bekend religieus figuur. Deze grote aanbidding van Julius Caesar in het Romeinse Rijk heeft in de afgelopen vijftien jaar verschillende mensen geïnspireerd om hier onderzoek naar te doen. Waarom ging het Romeinse volk hem zo verafgoden? En hoe vereerde men hem? Er zijn talloze mysterievragen over de dode Julius Caesar die je tot denken aanzetten.


Enige tijd geleden is een onderzoeker, genaamd Francesco Carotta, met betrekking tot dit Caesarmysterie met een opzienbarende theorie gekomen. Carotta beweert, heel gewaagd, dat wellicht Julius Caesar dezelfde persoon is als Jezus van Nazareth. Hij schreef in zijn boek, in het Nederlands getiteld ‘Was Jezus Caesar’, dat één oorspronkelijk verhaal nu gesplitst is in twee verhalen, maar dat het ooit om één en dezelfde persoon ging.
Carotta ziet namelijk sterke overeenkomst tussen de bronnen die het leven van Julius Caesar beschrijven en het evangelieboek van Marcus uit de Bijbel. Carotta zegt dat het verhaal van Jezus Christus zoals dat in het Marcusevangelie (en ook in andere Bijbelboeken) is gevat, is gebaseerd op het leven van Caesar, die na zijn dood op dezelfde manier door het volk vergoddelijkt werd.

Carotta ziet ook ontzettend veel linguïstische parallellen tussen Julius Caesar en Jezus Christus. Ze hebben inderdaad dezelfde initialen; J.C. (tja, maar dat hebben Johan Cruyff en oud-burgemeester Job Cohen ook, maar dat even terzijde). Daarnaast leefden Caesar en Jezus ongeveer in dezelfde tijd, maar wel speelde alles zich in een ander gebied af.

Ik bezocht enige jaren geleden een filmpresentatie over dit mysterie van Caesar en Jezus. Carotta kwam in de film met nog veel meer bewijzen voor de stelling dat Caesar en Jezus één en dezelfde persoon waren. Deze film werd geproduceerd door de regisseur Jan van Friesland en met hem heb ik verschillende keren gesproken over de interessante gedachtes van Carotta. Zoals je misschien weet ben ik altijd erg geïnteresseerd in nieuwe mysteries, echter ik benader dit soort onderwerpen wel altijd kritisch.

Carotta vertelt in zijn boek en ook in de film over de vele overeenkomsten tussen het leven van Jezus en Caesar. 


Hij constateert onder andere dat ze allebei een rivier overstaken (de één de rivier de Rubicon en de ander de Jordaan) en dat ze allebei iets belangrijks hadden meegemaakt in een streek met bijna gelijkluidende namen: Galië en Galilei. Jezus en Caesar worden allebei door vertrouwde personen verraden; de één door Brutus en de ander door Judas. Carotta komt met nog heel veel discutabele voorbeelden om zijn theorie kracht bij te zetten en het is zeer de moeite waard om zijn boek hierover eens te lezen.
Het is trouwens niet verwonderlijk dat op Carotta’s ideeën vanuit verschillende hoeken, met name vanuit de christelijk religieuze zijde, kritiek en commentaar komt. Echter ik ben van mening, hoewel ik soms ook bij sommige hypotheses mijn twijfels heb over Carotta’s ideeën, dat het een hele interessante manier is om over mysteries in de geschiedenis na te denken. Ik wil op dit bijzondere mysterie zeker nog eens terug komen.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van gaten in de aarde

Graag ga ik nog even verder op het mysterieuze poollicht, onder meer bekend als Aurora Borealis (het Noorderlicht) waar ik verleden keer over schreef. Volgens wetenschappers wordt dit veroorzaakt door geladen deeltjes van de zon die aangetrokken worden door het magnetisch veld van de polen. De Britse astronoom Edmond Halley (1656 – 1742) dacht, zoals ik verleden week al vertelde, dat het veroorzaakt werd door het ontsnappen van gas uit een (gedeeltelijk holle) aarde. Dit gas zou uit gaten moeten komen die zich op de Noord- en Zuidpool bevinden. Deze, in principe achterhaalde, hypothese kan natuurlijk altijd nog eens onder de loep worden genomen. Bevinden er zich inderdaad ‘openingen’ en/of gaten op de polen?

Tegenwoordig kun je gewoon thuis achter je computer met google maps gedetailleerd plekken op de aarde bekijken, waaronder je eigen straat, maar bijvoorbeeld ook de Zuidpool. En er zijn enthousiaste gebruikers van dit google programma die voor ons onderzoek gedaan hebben en inderdaad verschillende interessante gaten hebben gevonden.


Één gat is ongeveer 30 meter bij 90 meter en kun je hier bekijken op google maps. En zoom vooral even in en uit om te kijken waar het gat zich bevindt. De gevonden opening heeft een aardige afmeting, maar of het genoeg is om daar het gas uit te laten ontsnappen dat verantwoordelijk is voor Aurora Australis (Zuiderlicht) is natuurlijk nog maar de vraag.

Af en toe vertrekken er expedities naar de Zuidpool, zoals bijvoorbeeld in 2013 nog het geval was (lees hier een krantenartikel daarover). Kunnen deze mensen niet even langs één van deze gaten lopen en wat proeven doen? Even een steentje in het gat gooien en tellen hoe lang het duurt voor dat je hoort dat het de bodem raakt? Klinkt toch niet zo ingewikkeld?
Tot op dit moment blijven deze gaten echter een mysterie.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van het Noorderlicht

Sinds zaterdag verblijf ik in Helsinki en geniet ik hier van de hele lange dagen (en zeer korte nachten) die jet hier momenteel hebt. Men vierde hier in Finland afgelopen weekend de zonnewende en de midzomer door aan de rand van de talloze meren grote vuren aan te steken. Een bijzonder fenomeen mag ik zeggen, maar vooral het feit dat het zo lang licht blijft en eigenlijk (bijna) niet donker wordt ’s nachts in Helsinki fascineert mij enorm. Ik heb afgelopen dagen nog tot na middernacht uit het raam zitten kijken en hoopte ook iets te kunnen zien van het zogenaamde Noorderlicht. Dit geheimzinnige licht dat met name in Scandinavië aan de hemel kan worden gezien blijkt met name ’s winters, als de nachten juist lang zijn, hier aan de hemel waarneembaar te zijn. 

Het fenomeen van het Noorderlicht, dat ook wel Aurora Borealis wordt genoemd, bestaat uit mysterieuze lichtverschijnselen, waarvan de oorsprong eigenlijk niet goed verklaarbaar is.


Dit poollicht is een bijzonder natuurkundig verschijnsel en men had hier tot begin jaren 50 van de twintigste eeuw eigenlijk nog steeds geen bevredigende uitleg voor.
De heersende wetenschap gaat er tegenwoordig van uit dat het geladen deeltjes van de zon zijn die door het aardmagnetisch veld de atmosfeer binnendringen bij de Noord- en Zuidpool. En de geladen zonnedeeltjes zouden er voor kunnen zorgen dat er een fenomeen van unieke stralenbundels van licht te zien is die het beste is te beschrijven als omhoog reizende vlammen of lichtgordijnen.

De Britse astronoom Edmond Halley (1656 – 1742) had echter een andere theorie met betrekking tot de Aurora Borealis en die had alles te maken met zijn ideeën over de holle aarde waar ik enige tijd geleden al eerder over schreef (klik hier voor dat verhaal). Halley verklaarde dat door afwijkingen van de kompas rond de poolcirkel, er sprake moest zijn van een bijzonder fenomeen aan de binnenkant van een volgens hem holle aarde. Volgens Halley  zorgde het ontsnappen van gas uit deze holle aarde voor de zogenaamde Aurora Borealis oftewel het beroemde Noorderlicht. Dit gas zou ontsnappen uit gaten op de beiden polen, dus er was ook een variant op het zuidelijk halfrond en daar heet het Aurora Australis (Zuiderlicht).
Zou de huidige theorie de beste verklaring voor het Mysterie van Aurora Boralis zijn? Of kan de theorie van Halley eventueel de waarheid zijn?
Helaas heb ik het poollicht zelf nog niet in het echt mogen aanschouwen, maar op afbeeldingen en films, waaronder die vanuit het ruimtestation ISS, ziet het er schitterend uit!

 

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van Naakt of Bloot

In mijn Travel Tale van deze week eindig ik mijn verhaal met het onderwerp bloot en erotiek in de kunst. Een schilderij met een blote dame, dat voor een groot kunstminnend publiek getoond werd, riep in de kunstgeschiedenis menig keer beroering op. Een beroemd voorbeeld was in de tweede helft van de 19de eeuw. De kunstenaar Eduard Manet schilderde een naakte vrouw tussen twee eigentijds geklede heren. Dit schilderij met de titel ‘Le Déjeuner sur l’Herbe’ veroorzaakte in Parijs in 1863 een enorm schandaal.
Wat deden de heren op het schilderij eigenlijk met die naakte vrouw? En was de vrouw trouwens naakt of bloot? Je zult zeggen is er verschil tussen naakt en bloot?
Echter dit onderscheid is van groot belang of het schilderij geaccepteerd werd door het publiek of niet. 


Vrouwen zonder kleren worden in de gehele kunstgeschiedenis geschilderd, ook in de meest preutse tijden. Maar dan moet ik je nog wel even kort uitleggen wat het mysterie van naakt en bloot is. 

Bloot is inderdaad zonder kleren aan, gewone stervelingen zoals jij en ik als we ’s ochtends onder de douche vandaan komen. Naakt daarentegen zijn de goden en godinnen, zij hebben nooit kleding aan gehad.

Het uitbeelden van naakt in de kunst is in alle tijden geheel geaccepteerd en we kennen dan ook prachtige uitbeeldingen van naakte Griekse en Romeinse godheden. Het uitbeelden van echte bestaande blote vrouwen, hoe mooi ook, was in de tijd van Manet ‘not done’. Nu blijft de vraag bij ‘Le Déjeuner sur l’herbe’ of de dame geaccepteerd naakt is of verfoeilijk bloot? In eerste instantie wilde Manet de suggestie wekken dat de vrouw op het schilderij een ordinaire blote prostituee voorstelde, maar jaren later ontdekte een kunsthistoricus dat de inspiratiebron van de figuren op het schilderij ondermeer een gravure van de Renaissance meester Raphael was. Op het kunstwerk van Raphael zijn goden te zien tijdens het beroemde verhaal van ‘Het Oordeel van Paris’. Er is een verbluffende gelijkenis qua compositie tussen  het oude kunstwerk van Raphael en het werk van Manet. Dit zou er dus op duiden dat Manet een godin heeft willen schilderen en dan zou er geen sprake meer van een schandaal zijn. Tja, het is maar hoe je het bekijkt.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

 


Je merkt al over dit thema in de kunst kan ik nog veel meer vertellen en dat doe ik ook graag tijdens mijn tweedaagse zomercursus die ik in augustus geef. Mocht je ook gefascineerd zijn door Naakt en Erotiek in de kunstgeschiedenis meld je dan aan voor deze boeiende cursus.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van de kroeg van Hitler

Deze week wandelde ik door Berlijn en kwam op de Wittenbergplatz terecht. Dit plein ligt niet ver van de Kurfürstendamm in het westelijk deel van de stad. En op eens herinnerde ik me dat hier op dit plein de halfbroer van de Nazi-dictator Adolf Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog een café heeft gehad. Deze oudere halfbroer heette Alois Hitler jr. en hij heeft een heel ander leven geleid dan de vermaarde führer. Zo emigreerde Alois bijvoorbeeld naar Ierland waar hij met zijn Ierse vrouw een tijdje woonde. Zelfs Liverpool en Londen waren een poos zijn woonplaats om uiteindelijk in Berlijn terecht te komen. Toch wel een mysterie wie die Alois Hitler was en daarom heb ik er ooit een aardig filmpje over gemaakt (zie hieronder)


N.B. per abuis noem ik in de film Alois Hitler per ongeluk de jongere (halfbroer) van Adolf Hitler, terwijl Alois juist de oudere (half)broer van Adolf was.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van De Muur

In mijn Travel Tales van deze week schrijf ik onder meer over dat de Berlijnse Muur. Dit opvallende bouwwerk, dat meer dan 55 jaar geleden in opdracht van Walter Ulbricht, voormalig leider van de DDR en Nikita Chroesjtsjov, de leider van de Sovjet Unie gebouwd werd rondom West-Berlijn, blijft voor mij altijd een mysterie. Men zei in de DDR dat het een beschermingswal was tegen het (westerse) fascisme. Volgens westerse historici was de werkelijke reden om een halt toe te roepen aan de toenemende (economische) vlucht van inwoners van de DDR. Maar de echt reden voor de  aanleg van de Muur blijft voor mij een mysterie. Dat geldt trouwens ook voor de Val van de Muur.

In de nacht van zaterdag 12 en zondag 13 august 1961 werd gestart met de bouw van dit bizarre bouwwerk. De fysieke muur was iets meer dan 45 kilometer lang en dominant in het Berlijnse straatbeeld aanwezig.

In oktober 1984 stond ik als jongen van 17 voor het eerst vol verwondering naar dit opzichtige stuk bouwkunst te kijken en was verbaasd dat men in staat was zo iets ingrijpends te bouwen. Even verbaasd was ik vijf jaar later in 1989, toen ik op televisie zag dat de muur ‘gevallen’ was. Hoe was het mogelijk dat een zwaar bewaakte grens, die vreemd genoeg na 28 jaar zo vertrouwd was geworden in het straatbeeld van Berlijn, er opeens niet meer was. Ik heb trouwens een aardig filmpje gemaakt over ‘het Mysterie van de Muur’ dat je hieronder kunt bekijken.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van de Weermanipulatie

Verleden week schreef ik over de mysterieuze zaak rond de Oostenrijkse psycholoog en psychiater Wilhelm Reich en zijn regenmachine, ook wel bekend als de ‘cloudbuster’ (klik hier voor dat verhaal). We zijn er trouwens nooit achter gekomen of Reich daadwerkelijk in staat was om regen op te wekken.

Het manipuleren van het weer klinkt als een volstrekt mysterie en toch is het wel degelijk mogelijk. Jaren geleden las ik eens een artikel in de Volkskrant waarbij men schreef over een zeer belangrijke feestdag in Moskou, namelijk de overwinning van Rusland op Hitler-Duitsland. Er was de gehele dag regenweer voorspeld, echter de Russische meteorologische dienst is die dag van zeven uur in de ochtend tot tien uur in de avond met zeven laboratoriumvliegtuigen bezig geweest regenwolken te verjagen die naar Moskou op weg waren. En het resultaat was verbluffend. 


Terwijl het ten westen van Moskou de hele dag plensde, was het in Moskou zelf kurkdroog en de paraderende veteranen en de buitenlandse gasten werden getrakteerd op de gehele dag stralende zon. Onder het Sovjet-regime kwamen de vliegtuigen van de meteorologische dienst vaak in actie om Moskou droog te houden voor de 1-mei-parade. De Russen zijn dus echte ‘regenmakers’.
De methode die de Russische meteorologische dienst hiervoor trouwens gebruikt is een vinding die in Nederland in 1930 voor het eerst werd gebruikt. De 'regenmaker' A. Veraart liet begin jaren ‘30 voor de kust van Scheveningen vliegtuigen van de luchtvaartafdeling van het leger wolken overgieten met koolzuursneeuw en onderkoeld ijs en dat bleek toen direct tot regen boven zee te leiden. De Russen doen eigenlijk hetzelfde, zij besproeien de regenwolken ook met koolzuursneeuw en zilverjodide, zodat ze hun natte lading direct loslaten en niet pas op een locatie waar ze nog naar toe drijven. Er zijn trouwens ook technieken om de wolken juist hun water te laten vasthouden.


De kosten van dit soort operaties, om het weer op korte termijn te bepalen, zijn vrij hoog, maar het is wellicht een idee om dit jaarlijks tijdens de Koningsdag in te zetten, mocht regen deze feestdag voor het volk lijken te gaan verpesten. Ik begrijp uit de pers dat er elk jaar genoeg budget voor dit feestje is en dan kan deze oer-Hollandse uitvinding om regen te laten verdwijnen er wel aan toegevoegd worden.
Niet alleen de Russen hebben een lange traditie van het beïnvloeden van het weer, ook de Amerikanen houden zich uiteraard bezig met weersmanipulatie. Zij doen grondig onderzoek naar beïnvloeding van meteorologische luchtstromen die plaats vinden in onze aardse atmosfeer. Zij hebben hier zelfs een heel apart onderzoeksinstituut voor ingesteld met de naam H.A.A.R.P. Deze afkorting staat voor High frequency Active Auroral Research Program en bevindt zich ergens in Alaska. H.A.A.R.P. doet onderzoek naar verschillende methodes en technieken om de aardse atmosfeer, ionosfeer en magnetosfeer te veranderen. 


Volgens onbevestigde bronnen zou H.A.A.R.P. inmiddels een apparaat hebben dat de ionosfeer van de aarde kan veranderen, en zo een mogelijkheid biedt om het weer te beheersen! Straalstromen zouden op deze manier kunnen worden veranderd, tornado’s kunnen worden neergehaald en het apparaat kan natuurlijk ook regen maken. Deze machine straalt een krachtige warme megawatt straal de ionosfeer in. Deze straal met radiogolven reist door de atmosfeer en heeft pas effect als ze de ionosfeer bereikt, meer dan 200 km boven de aarde. Daar komt de golf in aanraking met de ionen, of geïoniseerde atomen als zuurstof, ozon of nitrogon. Al deze moleculen worden in beweging gezet en dat alles is misschien het best vergelijkbaar met een enorme magnetron. Dit klinkt als een interessante ontwikkeling.


Er doen trouwens de spannendste verhalen over H.A.A.R.P. de ronde op internet waarbij aan H.A.A.R.P. buitengewoon veel macht wordt toegedicht, maar zover wil ik nog even niet gaan.
Iran beschuldigt de Amerikanen trouwens ervan dat zij het weer in Iran beïnvloeden. Met name de grote droogte in het zuiden van het land zou veroorzaakt worden door technologieën in handen van de Amerikanen. Dit lijkt ver gezocht, maar het Pentagon heeft eerder al wel toegegeven dat ze weermanipulatie als wapen gebruiken tegen sommige tegenstanders. Het Amerikaanse leger verklaarde openlijk dat kunstmatig het weer beïnvloeden een onderdeel vormt van de tot hen ter beschikking staande technologieën. Alhoewel er nog geen direct bewijs is dat H.A.A.R.P. gebruikt is voor militaire doeleinden, wijzen militaire documenten uit dat het Amerikaanse leger H.A.A.R.P. beschouwt als een integraal onderdeel van hun militaire activiteiten in de ruimte.


Nu lijkt het hele verhaal inderdaad langzaam een mysterie te worden waarop ik, waarschijnlijk lekker zittend in het zonnetje, nog eens terug kom.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van de Regenmachine

Twee weken geleden leek het in Nederland wel zomer en inmiddels zijn we weer in de gure herfsttijd aanbeland. Het weer blijft echt een mysterie, je weet eigenlijk nooit goed hoe het eruit gaat zien. Konden we het weer maar met mensenhanden regelen, hadden wij maar invloed op het klimaat op aarde. Zoiets lijkt onmogelijk, echter er wordt al jaren serieus onderzoek gedaan naar het beïnvloeden van de weersomstandigheden op aarde.
Natuurlijk kent iedereen het bestaan van de legendarische ‘regendans’ waarmee indianen regen proberen op te wekken, maar we hoeven niet lang te discussiëren om te stellen dat dit niet echt het gewenste gevolg had. En wat moeten we dan denken van de zogenaamde regenmachine die in de jaren ’50 van de twintigste eeuw was uitgevonden door de Oostenrijkse psycholoog en psychiater Wilhelm Reich?


Na een tijdje als assistent van Sigmund Freud werkzaam te zijn geweest in Wenen vluchtte Reich voor het Nazigeweld naar Amerika, waar hij zijn onderzoeken voortzette. Reich was gefascineerd door zogenaamde ‘orgon-energie’ die in elk mens zou zitten. Deze ‘orgonen-stromen’ zouden tot bijzondere dingen in staat zijn, waaronder genezing van het lichaam, en zouden vrij komen door onder meer sex.
Met diezelfde orgon-energie zou je volgens Reich ook de atmosfeer rond de aarde kunnen beïnvloeden en dit resulteerde in de bouw van een regenmachine of ‘cloudbuster’. Reich was er stellig van overtuigd dat hij met zijn ‘cloudbuster’ regen kon opwekken. Reich wist zelfs Albert Einstein over te halen om samen met hem experimenten uit te voeren met orgonenapparaten in het laboratorium, maar die proeven leverden op dat moment niet genoeg bewijs op dat orgon-energie zou bestaan.


Een vreemde wending krijgt het levensverhaal van Wilhelm Reich en zijn regenmachine als Reich in 1954 voor de rechter wordt gedaagd en hij uiteindelijk in 1956 in de gevangenis belandt op grond van ongeoorloofd transport van orgonapparatuur, zoals de ‘cloudbuster’, en het verplaatsen over staatsgrenzen van literatuur over dit onderwerp. Uiteindelijk overlijdt Reich op 60-jarige leeftijd in een federale Amerikaanse gevangenis onder vage omstandigheden; de autoriteiten delen mee dat er sprake was van een hartstilstand.
De Amerikaanse overheid liet vervolgens zes duizend kilo van zijn boeken, tijdschriften en essays verbranden en ook al zijn orgon-apparaten, waaronder de ‘cloudbuster’, werden vernietigd. Waarom werden er zo veel machtsvertoon en harde maatregelen ingezet als Reich slechts een excentrieke wetenschapper was met zweverige theorieën die niet te bewijzen waren? Of was Reich toch een geniaal wetenschapper en werkte de ‘cloudbuster’ wel degelijk? 


Moest Reich letterlijk van de aardbodem verdwijnen en is zijn uitvinding in handen van de machthebbers gekomen, die nu in staat zijn om het weer te bepalen? Dit zal altijd wel een mysterie blijven.

Deze bovengenoemde geschiedenis inspireerde Kate Bush tot de song ‘Cloudbusting’ die in 1985 uitkwam met de beroemde videoclip waarin acteur Donald Sutherland de rol speelt van Wilhelm Reich en Kate Bush zelf speelt de rol van zijn zoon Peter Reich (zie onderstaande video).

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten. 

Het Mysterie van Pinksteren

Afgelopen zondag en maandag was het Pinksteren en het eerste wat me dan altijd te binnen schiet is de uitdrukking “Als Pasen en Pinksteren’ op één dag vallen”. Deze uitspraak gebruikt men om uit te drukken dat iets nooit zal gebeuren. Bij het zoeken naar oplossingen voor mysteries dien je juist niet te wachten tot “Pasen en Pinksteren’ op één dag vallen”, want dan ontrafel je dus nooit een mysterie.

Maar wat is Pinksteren precies? Zoals ik al eerder in mijn mysterieverhalen beschreef ben ik niet religieus en kan ik dus weinig met de uitleg dat op de Christelijke feestdag Pinksteren de uitstorting van de heilige geest herdacht wordt. Wat moet ik me hierbij voorstellen? Net als bij Hemelvaart hadden kunstenaars in vroegere tijden een behoorlijke fantasie nodig om dit abstracte idee uit te beelden (klik hier voor mijn mysterieverhaal over hemelvaart).


Als je de tekst uit de Bijbel (Handelingen 2 vers 1 t/m 4) echter eens goed leest dan moet het voor een analytisch denker toch wel mogelijk zijn om te verklaren wat er gebeurd is: “Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven”.

Ik vermoed dus dat er iets heel anders heeft plaats gevonden, maar dat de Bijbeltekst op een verkeerde manier geïnterpreteerd is en zodoende lijkt het of er tweeduizend jaar geleden een zeer mysterieuze happening heeft plaats gevonden. Kunnen we echter een meer logische verklaring geven? 


Een geluid van een hevige windvlaag buiten het huis zou tegenwoordig een landing van een helikopter kunnen zijn en het lawaai hiervan kan het hele huis vullen. En de vlammen waarover wordt gesproken kunnen geweren of ander moderne wapens zijn die de bezoekers bij zich hadden. Dat zij andere talen spraken lijkt mij evident. Kortom; wie waagt zich eens aan een andere alternatieve interpretatie van dit verhaal? Mijn mening is in ieder geval dat je de Bijbelteksten niet te letterlijk moet nemen.

Terwijl ik vanochtend heerlijk in de lentezon een rondje aan het hardlopen was dacht ik verder na over Pinksteren en het schoot mij te binnen dat men pas tijdens de kerstening ons heidense Germaanse voorjaarsfeest Pinksteren is gaan noemen. Dit is trouwens niet vreemd want oorspronkelijk was Pinksteren bij de Joden ook, evenals het Loofhuttenfeest, een landbouw- of oogstfeest. Op die dag vierde het joodse volk het binnenhalen van de eerste vruchten van het veld: de eerstelingen van de tarwe. 


Het was dus zowel voor de Joden als voor Germaanse stammen een dankdag voor de rijkdom die de landbouw bood.

Men koos trouwens in vroegere tijden tijdens dit voorjaarsfeest altijd een ‘mooiste meisje van het dorp’ en na deze missverkiezing werd de winnares Pinksterblom genoemd. De echte pinksterblom was trouwens het fluitenkruid (en niet de pinksterbloem zoals we hem tegenwoordig kennen en die ook met Pinksteren bloeit) en die werd in de haren van ‘Miss Pinksterblom’ gestopt.

Eigenlijk is het mysterie van Pinksteren weer de aanzet om toch nog eens al die ontzettend oude verhalen opnieuw onder de loep te nemen en tot nieuwe inzichten te komen, misschien leuk om er een ander keer nog eens op terug te komen.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van Hemelvaart

Verleden week hadden de meeste mensen vrij vanwege de bijzondere Christelijke feestdag die bekend staat als Hemelvaartsdag. De naam herbergt al een mysterie in zich; stel je voor dat een mens op eigen kracht, dus zonder technische hulpmiddelen ten hemel kan varen.

De Hemelvaart staat beschreven op verschillende plekken in de Bijbel, ondermeer in het evangelie van zowel Johannes als die van Marcus. Volgens deze bronnen blijkt dat meer dan veertig dagen na Zijn opstanding Jezus naar de hemel zou zijn gevaren. Alle discipelen waren volgens de overlevering bij deze wonderlijke Hemelvaart aanwezig. Jezus beloofde nog net voor zijn vertrek dat de ‘Heilige Geest’ binnen afzienbare tijd zou komen om de discipelen te ondersteunen.

Ga er  als kunstenaar maar eens aanstaan om dit miraculeuze Bijbelverhaal uit te beelden. Hoe schilder je nou een Hemelvaart? Een 


Jezus Christus die letterlijk lichamelijk opstijgt is naar God, zijn vader in de hemel. Dit is eigenlijk een verhaal dat zo fantastisch klinkt dat het een bijna onmogelijke opgave is om dit te verbeelden, toch hebben verschillende kunstenaars het geprobeerd.

Eén van de mooiste uitbeeldingen van de Hemelvaart vind ik toch altijd nog wel de primitieve doch vindingrijke weergave die zich bevindt in de Dom in Hildesheim. De beeldhouwer in dienst van Bisschop Bernward aan het begin van de 11de eeuw moet behoorlijk hebben lopen peinzen hoe hij nou dat wonderlijke verhaal moest uitbeelden. Hij kwam op het idee om Jezus te laten opstijgen en onder zijn voeten ontstaan er kolkende rookwolken als een soort straalmotor van de space shuttle. Tja, het is natuurlijk ook een heel eind dat Hij moet afleggen. Twee discipelen kijken vervolgens al veel hoger de lucht in dan waar Jezus op dat moment


is, dus zij twijfelen er niet aan dat hij behoorlijk hoog zal gaan. Mocht je ooit op weg naar  Berlijn zijn, maak dan een stop halverwege in de stad Hildesheim voor deze reliëfzuil en kijk naar dit 1000 jaar oude kunstwerk.

In het Dommuseum in Florence zag ik ooit een mooi terracotta reliëf in het wit geglazuurd van Luca della Robbia. Het toonde Jezus die los van de aarde zweefde met zijn twee armen al richting de hemel. De discipelen keken allemaal hoopvol omhoog om dit wonder te aanschouwen. Het Dommuseum is trouwens een echte aanrader om naar toe te gaan. Het is wat minder bekend bij toeristen en toch bevinden zich hier belangrijke kunsthistorische hoogtepunten.

Geweldig vind ik de Hemelvaart die geschilderd is door Andrea Mantegna dat zich in het museum Uffizi in dezelfde stad bevindt. Jezus vliegt dit keer niet als een soort ‘superman’ door de lucht, maar wordt gedragen op


een wolkje door rode engeltjes. Het lijkt nu wel of de discipelen inclusief zijn moeder Maria vol verbazing dit schouwspel waarnemen.

Maar zou de hemelvaart wel zo letterlijk gegaan zijn zoals in de bijbel is beschreven en zoals de bovengenoemde kunstenaars hebben uitgebeeld? Er kunnen toch veel meer verklaringen zijn voor deze mysterieuze gebeurtenis? Als je als mens in de letterlijke versie van de hemelvaart van Jezus gelooft zoals door het Christelijk geloof wordt uitgedragen, dan kun je als mens net zo makkelijk geloven dat hij is opgehaald door een luchtschip of een ufo. Vreemd is trouwens wel dat als je dit laatste als verklaring geeft, met name religieuze mensen en ook veel officiële wetenschappers dit afdoen als absurd en volledige nonsens. Maar de ufo-variant van de Hemelvaart zit toch in dezelfde categorie als de versie die door gelovigen wordt aangehangen? Zou het niet kunnen dat tijdens die zogenaamde hemelvaart zo’n 2000 jaar geleden door de omstanders iets waargenomen zou zijn dat zij niet konden verklaren, maar dat wij tegenwoordig herkennen als een persoon die een tripje met een moderne jumbojet ging maken?


Het enige onverklaarbare is dan ‘slechts’ de tijdsfactor; hoe kan iemand 20 eeuwen geleden een vliegtuig hebben genomen?

Wat me trouwens ook verbaast bij dit mysterie is dat niemand dit hemelvaartverhaal eens ter discussie stelt en onder de loep neemt. Wellicht is dit mysterie dan over enige tijd verklaard en vieren we over enige jaren het fenomeen van het historische gebruik van vliegtuigen.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van de Aurora Borealis

Vorige week schreef ik over de alternatieve theorie over de binnenkant van de aarde, namelijk de theorie dat de aarde, in de plaats van gevuld te zijn met lava en ander materiaal, voor een groot gedeelte gewoon hol zou kunnen zijn. Deze hypothese van een holle aarde staat haaks op de heersende theorie van de moderne wetenschap die zegt dat de aarde geheel gevuld is.

De Britse astronoom Edmond Halley (1656-1742) was zoals verleden week beschreven één van de eerste wetenschappers die met deze gedachte kwam dat de aarde hol was en hij had allerlei verklaringen voor natuurkundige fenomenen die zouden bewijzen dat dit een feit was.

Halley verklaarde dat door afwijkingen van de kompas rond de poolcirkel, er sprake moest zijn van bijzondere fenomenen aan de binnenkant van de aarde. Daarnaast zorgde het ontsnappen van gas uit de holle aarde volgens hem voor de zogenaamde Aurora Borealis, oftewel het beroemde 


Noorderlicht. Dit gas zou ontsnappen uit gaten op de beiden polen, dus er was ook een variant op het zuidelijk halfrond en daar heet het Aurora Australis (Zuiderlicht). Dit poollicht is een bijzonder natuurkundig verschijnsel en men had hier tot begin jaren 50 van de twintigste eeuw eigenlijk nog steeds geen bevredigende verklaring voor. 

De heersende wetenschap gaat er tegenwoordig vanuit dat het geladen deeltjes van de zon zijn die door het aardmagnetisch veld de atmosfeer binnendringen bij de Noord- en Zuidpool. De geladen zonnedeeltjes zouden er voor kunnen zorgen dat er een fenomeen van unieke stralenbundels van licht te zien is die het beste is te beschrijven als omhoog reizende vlammen of lichtgordijnen.
Is op deze manier het Mysterie van Aurora Boralis verklaard? Of is dit slechts één van de redenen waarom dit bijzondere natuurverschijnsel zou kunnen optreden? Kan de theorie van Halley ook niet de waarheid zijn?
Helaas heb ik het poollicht zelf nog niet in het echt mogen aanschouwen, maar op afbeeldingen en films, waaronder die vanuit het ruimtestation ISS, ziet het er schitterend uit!

Misschien moet ik binnenkort maar eens een reis organiseren naar het noorden van Scandinavië om met een groepje mensen dit bijzondere poollicht eens te gaan bekijken.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

Het Mysterie van Vol of Hol

Verleden week schreef ik over het beroemde boek ‘Een Reis naar het Middelpunt der Aarde’ van de 19de eeuwse Franse schrijver Jules Verne. Dit boek gaat over Professor Liedenbrock die samen met zijn neef Axel een reis maakt door de binnenkant van de aarde, die dus volgens dit fictieve verhaal hol is. De meeste mensen zullen dit verhaal van Verne afdoen als fantasie maar als ik dan aan hen vraag of ze daadwerkelijk weten wat er onder hun voeten gebeurt, en dan bedoel ik letterlijk diep onder de grond; niet een paar meter in de aarde, maar minimaal op enkele kilometers diepte, dan krijg ik vervolgens vaak een soort identiek antwoord in de trant van dat de aarde gevuld is met lava. Hoe weet men dit nou? En is dit wel zo?

De kennis die de gemiddelde Nederlander over de aarde heeft is gebaseerd op een hypothese die door de huidige moderne wetenschap is gedefinieerd. De wetenschap onderbouwt deze hypothese door seismische gegevens, scheikundige theorieën en metingen van het aardse magneetveld. Op basis hiervan heeft men een theorie vastgesteld waarbij er sprake is van een kern die circa de helft van de doorsnee van de aarde uitmaakt en die vooral uit ijzer en nikkel bestaat. Men meent ook te weten dat de kern een vast binnenste en een vloeibaar buitenste deel heeft. Men denkt dat de buitenste kern waarschijnlijk zorgt voor het magneetveld.

De eerste laag die om de aarde heen zit is de aardkorst en die blijkt ongeveer tussen de 10 en 40 kilometer diep te zijn. Hierna begint volgens de wetenschappers de aardmantel. De mantel geeft de aarde bijna 85 % van haar volume en de mantel is ongeveer 2/3 van de massa van de aarde. Men meent ook dat de mantel bestaat uit vast materiaal. Dit is allemaal theorie en is in praktijk nooit bewezen. Het is dus eigenlijk nog een volkomen mysterie hoe de binnenkant van de aarde eruit ziet.

De beste manier om erachter de komen wat er binnen in de aarde zit is om hier daadwerkelijk naar op zoek te gaan. Dus niet alleen maar gebruik te maken van de seismologie, die op afstand werkt, maar ook feitelijk naar tastbaar materiaal ter plekke te zoeken. De meest voor de hand liggende methode zou zijn om een gat in de aardkorst richting de aardmantel en zelfs de kern te boren. Dit is helaas (nog) niet mogelijk. Er zijn geen boren die zo diep kunnen komen. Het diepste boorgat dat men ooit heeft kunnen maken bevindt zich in Kola (Lapland) in Rusland en is iets meer dan 12 kilometer diep. Zoals gezegd is dat niet diep genoeg om daadwerkelijk bij de aardmantel te komen want dan had de boor nog zeker minimaal 30 kilometer verder moeten boren. Veel beter voor het onderzoek naar de binnenkant van de aarde zou zijn dat er een gat van honderden kilometers geboord wordt want dan heb je pas echt een goede inkijk in het binnenste. Maar zogezegd is dit een onmogelijke klus en zo blijft het onduidelijk wat er zich nou echt binnen in de aarde afspeelt. Is de aarde gevuld met vloeibare lava? Of bestaat het uit een redelijk vaste aardkorst? Of zit er helemaal niets in de aarde en is hij gewoon hol?

De Britse astronoom Edmond Halley, die beweerde dat de aarde min of meer hol is.
De Britse astronoom Edmond Halley, die beweerde dat de aarde min of meer hol is.

Dit laatste idee van een holle aarde is in het verleden wel eens geopperd door de gerenommeerde Britse astronoom Edmond Halley (1656 – 1742). Halley dacht dat de aarde bestond uit een buitenste schil van 800 kilometer dik. Vervolgens is er geen sprake van een vaste binnenste mantel, maar van nog twee interne ‘dunne’ schillen en uiteindelijk een ‘losse’ kern. Tussen de verschillende schillen en de uiteindelijke kern, die als een soort binnenste planeet fungeerde, bestaat er volgens Halley een atmosfeer. Bij dit verhaal zou een groot gedeelte van de aarde dus hol zijn. De theorie van Halley is nooit geaccepteerd maar is net zo hypothetisch als de huidige theorie die ik aan het begin van mijn verhaal beschreven heb.

Als de aarde daadwerkelijk hol zou zijn dan komt al snel de vraag op of we dan in staat zijn die holle aarde in te gaan en er onderzoek te gaan doen. Op dit mysterie kom ik een andere keer terug.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van het Middelpunt der Aarde

Voor de tweede keer in korte tijd werd ik in de afgelopen weken herinnerd aan het mysterie van de holle aarde. Dit fenomeen komt uitgebreid ter sprake in het beroemd boek getiteld ‘Een Reis naar het Middelpunt der Aarde’ van de Franse negentiende eeuwse schrijver Jules Verne. De eerste maal dat ik hier weer aan moest denken was twee weken geleden tijdens mijn verblijf in Napels. Terwijl ik naar de vulkaan de Vesuvius keek dacht ik aan de hypothese dat vulkanen de ingangen zouden kunnen zijn naar de binnenkant van de holle aarde.
Volgens de theorie van de negentiende eeuwse Franse geoloog Deville, zouden de Europese vulkanen in ondergrondse verbinding met elkaar staan. Door deze doctrine zou Verne zich in 1864 hebben laten inspireren tot zijn beroemde boek. Zijn hoofdpersoon professor Liedenbrock maakte via vulkanische buizen een reis naar het midden van de Aarde, waarbij hij onder meer in contact kwam met prehistorische dieren die in de binnenkant van onze holle aardbol zouden leven.
Het verhaal gaat volgens Jules Verne dat Liebenbrock vanaf zijn huis in Hamburg via enkele omwegen, waaronder een bezoek aan Kopenhagen, belandt in Reykjavik, de hoofdstad van IJsland. Uiteindelijk komt hij vervolgens bij de Snæfellsjökull bergen aan, waar bij één van de drie vulkaankraters een ingang naar de binnenkant van de aarde zou zijn.

De Snæfellsjökull bergen liggen zogezegd op IJsland op ongeveer 120 kilometer van de hoofdstad Reykjavik. De 1446 meter hoge stratovulkaan Snæfell, die bedekt is met een gletsjer, is vanaf Reykjavik op een heldere dag zichtbaar. Volgens de oude saga’s, heeft de trolachtige figuur Barður in de negende eeuw de vulkaan voor het eerst beklommen, en er wordt beweerd dat zijn geest nog steeds in de vulkaan rondwaart.

De  'Snæfell' vulkaan op IJsland.
De 'Snæfell' vulkaan op IJsland.

Het is deze IJslandse Snæfell-vulkaan die in Jules Vernes boek ‘Een Reis naar het Middelpunt der Aarde’ genoemd wordt als het startpunt voor de ontdekkingsreis van de Duitse professor Liedenbrock en zijn schichtige neef Axel. Ze besluiten in het boek tot deze reis naar aanleiding van een in IJsland gevonden runenschrift. Dit geschrift zou geschreven zijn door (de fictieve) Arne Saknussemm; overduidelijk een verwijzing naar de zeventiende-eeuwse IJslander Árni Magnússon, die een groot verzamelaar van de oude saga's was.

Het is niet verwonderlijk dat juist deze vulkaan zo'n appel deed op de verbeeldingskracht van Jules Verne, want bij een eerdere uitbarsting is het "dak" van de vulkaan in de krater terechtgekomen, waardoor het de illusie geeft van toegankelijkheid naar wat er onder de aardkorst zou kunnen liggen. 

De 'Vor Frelsers Kirke' in Kopenhagen.
De 'Vor Frelsers Kirke' in Kopenhagen.

Jules Verne is zelf trouwens nooit op IJsland geweest, en is volledig afgegaan op informatie die hij uit kaarten, van beschrijvingen en door gesprekken kreeg.

Na een enorme tocht door de binnenkant van de Aarde komen Professor Liedenbrock en zijn reisgenoot Axel weer terug via een andere vulkaan namelijk die op het Italiaanse eiland Stromboli, maar dat had ook zomaar de Vesuvius kunnen zijn.

De tweede maal dat ik dus recent aan dit mysterieuze verhaal van Jules Verne werd herinnerd was gisteren hier in Kopenhagen. Ik passeerde ‘Vor Frelsers Kirke’, dit is een Barokke kerk in het centrum van de hoofdstad van Denemarken en deze heeft een toren met een opvallende kurkentrekkerachtige vorm waar ik in mijn Travel Tales van deze week ook al over schrijf (zie hierboven). Volgens het boek van Verne zou professor Liedenbrock zijn neef Axel opdracht hebben gegeven om vijf dagen lang de torenspits te beklimmen met de typerende draaitrap aan de buitenzijde om zo op die manier van zijn hoogtevrees af te komen.

Denkbeeldig zie ik dezer dagen hier in Kopenhagen de hoofdpersonage uit Verne’s boek telkens omhoog klimmen wetende dat die figuur slechts fictie was. Zou dat laatste ook gelden voor het middelpunt van de aarde? Waarschijnlijk blijft dat nog wel een tijdje een mysterie!

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl    

Mysterieuze lijnen in kerken en oude gebouwen

Deze week bezocht ik met veel genoegen het Nationaal Archeologisch Museum in Napels. Naast alle prachtige oude Klassieke beelden, mozaïeken en schilderingen viel me in één van imposante museumzalen nog wat op. Er liep een enorme lijn over de vloer, die een onderdeel was van de prachtige marmeren vloerbedekking. Wat was dit voor een mysterieuze lijn? En had ik die niet eens vaker in oude gebouwen gezien? 

Ik had mij jaren geleden al eens verdiept in dit fenomeen van deze meridiaanlijnen, want zo heten deze lijnen officieel en ze hadden alles te maken met de Gregoriaanse kalender, die in 1582 werd ingevoerd en die er ooit voor heeft gezorgd dat er 10 dagen in de geschiedenis zijn verdwenen, maar daar heb ik al eens overgeschreven.

De meridiaanlijn in het Archeologisch Museum in Napels
De meridiaanlijn in het Archeologisch Museum in Napels

Om het volk te overtuigen van de waarde van de Gregoriaanse kalender en ook om de geloofwaardigheid te tonen van deze nieuwe kalender begon men in opdracht van het Vaticaan in Rome met het aanleggen van meridiaanlijnen in kerken en in andere belangrijke gebouwen. Deze lijnen of meridianen werden beschenen door zonlicht dat door een speciale opening aan de zuidkant van het dak van het (kerk)gebouw naar binnen kwam. Door de stand van de zon op de meridiaan binnen in het bouwwerk kon men redelijk exact het tijdstip en de precieze datum bepalen. Aan de hand daarvan werd ook vastgesteld wanneer sommige feestdagen zoals Pasen dat jaar zouden plaatshebben.

Hoe hoger het dak en dus de opening voor het zonlicht des te preciezer de meting was. Kerkgebouwen  werden in eerste instantie voor de meridianen uitgekozen omdat dit vaak de hoogste bouwwerken in de stad waren. De tweede reden waarom men voor kerken koos voor de meridianen was omdat de kerk er baat bij had om de christelijke feestdagen vast te stellen.
Tussen de vijftiende en de negentiende eeuw werden 70 meridianen aangelegd in kerken en historische gebouwen in Italië en Frankrijk. Slechts 10 daarvan hebben een opening hoger dan 10 meter en zijn dus vrij accuraat:

·      90,11 meter    Sante Maria del Fiore-kathedraal in Florence          

·      27,07 meter   Sint Petroniuskerk in Bologna                                       

·      26,00 meter   St. Sulpice in Parijs                                                            

·      23,92 meter   Klooster van San Nicolo L’Arena op Sicilië                

·      23,82 meter   Kathedraal van Milaan                                                      

·      20,34 meter   S. Maria degli Angeli-kerk in Rome                             

·      17,00 meter   Collège de l’Oratoire in Marseille                                

·      14,18 meter    S. Giorgio-kerk in Sicilië                                                  

·      11,78 meter    Kathedraal van Palermo                                                      

·      14,00 meter   Nationaal Archeologisch Museum in Napels

In ‘De Da Vinci Code’, het beroemde boek van bestsellerschrijver Dan Brown, dicht de auteur de mediaanlijn een hele andere betekenis toe. Brown beschrijft in zijn boek dat deze lijn symbolisch staat voor de bloedlijn van Jezus Christus en zo is er weer een nieuw mysterie geboren. Over dit mysterie heb ik het wel een andere keer.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van Pulcinella & Jan Klaassen

Een sculptuur van de Napolitaanse volksheld 'Pulcinella' in het centrum van Napels.
Een sculptuur van de Napolitaanse volksheld 'Pulcinella' in het centrum van Napels.

Terwijl ik deze week door Napels liep werd ik in een klein straatje door een enorme sculptuur herinnerd aan een clowneske figuur met de naam Pulcinella, die zijn oorsprong hier in de stad heeft. Pulcinella is een figuur uit de commedia dell’arte en staat bekend om zijn onnozele streken. Pulcinella is een soort Tijl Uilenspiegelachtig persoon, vol met fantasie en volkse wijsheden. Pucinella haalt overal iets waardevols uit. Ook al zit hij diep in de put dan vindt hij dat nog bijzonder omdat hij dan de wereld eens op die manier kan bezien. Hij is daarom al eeuwen erg populair in Napels en trouwens ook in de rest van Italië en ej kunt bij allerlei kleine toeristenwinkeltjes hier in Napels poppen in alle soorten en maten van Pulcinella kopen. En in de 18de eeuw vereeuwigde de beroemde kunstenaar Tiepolo Pulcinella en zijn collega’s al eens op een plafond in een Palazzo in Venetië.

Onze poppenkastpop Jan Klaassen heeft trouwen veel weg van de Italiaanse schertsfiguur Pulcinella en Jan Klaassen heeft net als Pulcinella ook al zo’n rare navelvormige neus. Je kunt zeggen dat Pulcinella eigenlijk de stamvader van Jan Klaassen is. Jan is net als zijn Napolitaanse evenknie een beetje een dommig persoon, maar heeft ook een gouden hart en zorgt er tevens voor dat men weer vrolijk wordt.

Pulcinella en zijn collega’s vereeuwigd op een plafond in een Palazzo in Venetië door de 18de eeuwse schilder Tiepolo.
Pulcinella en zijn collega’s vereeuwigd op een plafond in een Palazzo in Venetië door de 18de eeuwse schilder Tiepolo.

Als poppenkastpop wordt Jan Klaassen uitgebeeld met een grote rode drankneus en een bont gekleurd pak aan terwijl Pulcinella meestal een wit pak aan heeft. Zowel  Jan Klaassen als Pulcinella hebben op hun hoofd een muts waarbij bij Jan Klaassen de punt van de muts opvallen naar voren valt en waar vaak een belletje op Als poppenkastpop wordt Jan Klaassen uitgebeeld met een grote rode drankneus en een bont gekleurd pak aan terwijl Pulcinella meestal een wit pak aan heeft. Zowel  Jan Klaassen als Pulcinella hebben op hun hoofd een muts waarbij bij Jan Klaassen de punt van de muts opvallen naar voren valt en waar vaak een belletje op zit. Het hoofddeksel van Jan Klaassen lijkt wel een beetje op een frygische muts, waar ik in een ander weblog al eens meer over geschreven heb (klik hier).

Terwijl ik door de typerende straatjes van Napels loop, denk ik aan de plek waar Jan Klaassen zijn oorsprong heeft en dat is de Jordaan in Amsterdam. Deze buurt kenmerkt zich door kleine smalle huisjes waar, heel anders dan nu, vroeger de arme bevolking van de hoofdstad gehuisvest was en toen had die omgeving een beetje dezelfde uitstraling als de oude centrum van Napels. In de arme Amsterdamse Jordaan woonde eind 17de  eeuw een echtpaar dat tot de dag van vandaag bekend is dankzij de poppenkast. Hij heette Jan Klaassen en kwam uit de Anjeliertraat en zij had officieel de naam Catharina Pieters, maar men noemde haar Katrijn.

Jan Klaassen getekend in de 19de eeuw door Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, die trouwens ook bekend was van zijn verhalen over Sint Nicolaas.
Jan Klaassen getekend in de 19de eeuw door Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, die trouwens ook bekend was van zijn verhalen over Sint Nicolaas.

Volgens de archiefstukken zijn Jan Klaassen en Katrijn Pieters in 1886 getrouwd in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Katrijn en Jan bleken veel te drinken en Jan hield niet echt van hard werken. Katrijn en Jan maakten veel ruzie samen en hun wangedrag noopte het kerkbestuur op een gegeven moment zelfs tot ingrijpen.

Er is trouwens ook nog een ander verhaal dat gaat over een militair die de trompet speelde in het leger van prins Frederik Hendrik, genaamd Jan Klaassen. Toen Frederik Hendrik in 1652 overleed werden alle soldaten ontslagen en Jan Klaassen, de trompetter, vestigde zich in Amsterdam en besloot daar zijn kost te verdienen door het geven van voorstellingen met poppen in een poppenkast. Eeuwen later maakten Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot een lied over deze ‘Trompetter, uit het leger van een prins’ en hier scoorde Rob de Nijs in 1973 een gigantische hit mee. Een combinatie van deze twee oude verhalen resulteerde uiteindelijk waarschijnlijk in de poppenkastpop Jan Klaassen die zogezegd ook geïnspireerd is op de Napolitaanse Pulcinella.

Groot was mijn vreugde als ik als kind naar de Dam ging en daar de poppenkast stond. Dit sentiment werd bij mij weer opgeroepen toen ik hier in Napels overal de figuur van Pulcinella tegenkwam.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van het heidense Pasen

De afgelopen twee dagen was het Pasen, wat voor veel mensen vanzelfsprekend gepaard gaat met symbolen en rituelen zoals een ontbijttafel met veel bontgekleurde gekookte eieren en broodjes in de vorm van een paashaas.
Pasen heeft voor veel mensen een Christelijke betekenis namelijk het vieren van de wederopstanding van Jezus Christus, maar onze voorvaderen vóór de bekering tot het Christendom vierden rond deze tijd lentefeesten, die uiteindelijk zijn opgegaan in de christelijke Paasvariant.

In het kader van het heidense ‘Paas’ of voorjaarsfeest worden in het oosten van Nederland grote stapels met hout in brand gestoken en vormen zo de zogenaamde ‘Paasvuren. Zo’n brand in de avond, dat ik een paar keer heb mogen meemaken, ziet er mysterieus uit en behoort tot één van de heidense Germaanse lenterituelen. De oorsprong van deze vaak gigantische vuren is een mysterie. Sommigen denken dat het oorspronkelijk bedoeld was als een Germaans vuuroffer, men verlangde na de winter naar warmte en licht. Het past uitstekend als viering van de overwinning van de lente op de winter.

De Germaanse lenterituelen hebben met name met vruchtbaarheid te maken en de meeste symbolen met Pasen zijn dan ook vruchtbaarheidssymbolen. De symboliek rond het paasei kan verklaard worden dat uit het ei, mits bevrucht, nieuw leven komt, net als Christus weer op Pasen opstaat en opnieuw het leven hervat.
Over de paashaas is echter veel onduidelijkheid. Hij brengt volgens de verhalen de paaseieren rond en wordt al in de 17de genoemd. Waarschijnlijk staat een haas ook gewoon voor vruchtbaarheid, want net als het konijn plant de haas zich behoorlijk snel voort. Dus de superpotente haas in combinatie met een mandje eieren staat dan voor buitengewoon veel vruchtbaarheid. Zijn aanwezigheid moest wel zorgen voor een vruchtbaar begin van het zaaien van de gewassen.

De naam voor Pasen in het Duits en Engels is Ostern respectievelijk Easter en zou qua etymologische oorsprong teruggaan op het woord voor de heidense lentegodin Ostara. Of deze godin echt door de Germanen is aanbeden is onzeker omdat men bijna geen geschreven bronnen hierover heeft. Slecht alleen een middeleeuwse monnik uit Engeland genaamd Beda noemt de lentegodin Ostara of Eostra en ook een geleerde aan het hof van Karel de Grote in de 9de eeuw schrijft over deze godin. Een andere verklaring voor het woord Ostern of Easter zou zijn dat het verwijst naar het Oosten. Maar wat zou hiervan dan de betekenis moeten zijn?
Je merkt dat als je stil staat bij het Paasfeest de oorsprong en de symbolen toch een groter mysterie zijn dan je in eerste instantie zou denken. Wat echt opvalt is het feit dat de heidense gebruiken en symbolen zoals paaseieren en de paashaas meer met onze cultuur verbonden zijn dan de verrijzenis van Christus, dat slechts als legitiem excuus voor de twee vrije dagen wordt gebruikt.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van de namen van religieuze feestdagen

Terwijl ik naar buiten kijk zie ik dat het weer in Nederland koud en grijzig is en volgens mij is er sprake van het beroemde spreekwoord ‘maart roert zijn staart,’ echter ik koester de gedachten en hoop dat we aankomend paasweekend toch heerlijk in de warme lentezon zitten.

Het is overmorgen Goede Vrijdag en morgen is Witte donderdag, dat natuurlijk niets met eventuele sneeuwval van doen heeft. Mysterieuze namen die gegeven zijn aan christelijke feestdagen die voorafgaan aan het paasfeest. Na Goede Vrijdag komt de Stille Zaterdag en vervolgens is het zondag dan tenslotte Pasen.

Deze namen hebben allemaal een rituele achtergrond die voor niet-gelovigen moeilijk te verklaren zijn. 

Witte Donderdag  zou verwijzen naar het feit dat katholieken de kruisbeelden met witte doeken bedekken tijdens deze dag.
Witte Donderdag zou verwijzen naar het feit dat katholieken de kruisbeelden met witte doeken bedekken tijdens deze dag.

Zo zou Witte Donderdag te maken hebben met het feit dat men in Katholieke kerken de kruisbeelden met witte doeken bedekte tijdens deze dag. Men herdenkt trouwens op deze Witte Donderdag het laatste avondmaal van Jezus Christus en dat zou een moment van zuivering geweest zijn. Christus waste tijdens dit diner ondermeer ook de voeten van de discipelen waardoor ze dus min of meer ‘schoon’ werden. Deze reinheid en zuiverheid wordt gesymboliseerd door de kleur wit en dat is dan ook een toepasselijke naam voor deze dag.

Natuurlijk kun je op deze manier nog wel een tijdje met allerlei symbolische verwijzingen van verschillende kleuren doorgaan, want zo is elke mysterieuze naamsverwijzing naar een kleur wel te verklaren.

De herkomst van het woord Goede Vrijdag is een veel groter mysterie. Sommige gelovigen zeggen dat het woordje ‘goed’ slaat op de dramatische marteldood van Jezus Christus aan het kruis. Zij menen dat ondanks zijn lijden en het sterven van Jezus op deze dag het een goede daad was dat Hij zich opgeofferd heeft, want op deze manier zijn onze zonden vergeven en dat zou dus ‘goed’ zijn. Tja, misschien een beetje vergezocht voor een niet religieuze leek.

De Passie van Christus (1471), Hans Memling, Galleria Sabauda, Turijn
De Passie van Christus (1471), Hans Memling, Galleria Sabauda, Turijn

Er wordt ook gedacht dat Goede Vrijdag een verbastering is van ‘Gods Vrijdag’ en dat lijkt in mijn ogen wat plausibeler. Zo zijn in de loop van de geschiedenis wel meer namen verbasterd, denk maar aan Aemstelledam naar een ‘Dam in de Amstel’ wat uiteindelijk Amsterdam werd.

En dan tenslotte het woord Stille Zaterdag. Dit kan slaan op de stilte die is ingetreden na de marteldood van Jezus waarna hij in zijn graf is gelegd en men in afwachting is tot zijn wonderbaarlijke opstanding uit de dood op zondag. Er gebeurt dus zaterdag even niets en het is dus ‘stil’. Religieuze mensen zeggen dat je op deze dag ook ‘stil’ kunt staan bij de dood van Christus en zo krijgt het woordje stil al weer een extra betekenis.
Grappig en wonderlijk hoe benamingen voor de aankomende feestdagen verklaard kunnen worden.

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van een vreemde ziekte

Stendhal, pseudoniem van Henry Beyle
Stendhal, pseudoniem van Henry Beyle

De laatste weken zie ik weer ontzettend veel schitterende hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis en deze overvloed doet me terugdenken aan de eerste grote excursie die ik maakte tijdens mijn studie kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit, waarbij ik ook enorm veel kunstschatten in korte tijd te verwerken kreeg. Wij gingen onder begeleiding van een universitair docent twee weken naar Rome. Ik was 21 jaar en had zelfs nog nooit gevlogen. Alhoewel het al half mei was, was het weer in Amsterdam fris en druilerig. Een vliegreis die voor mijn gevoel kort duurde bracht me met mijn collega-studenten naar de luchthaven van de Eeuwige Stad en het vliegveld aldaar heette officieel ‘Leonardo da Vinci’.

Op de luchthaven begon het eigenlijk al, je werd direct geconfronteerd met de grote namen uit de kunstgeschiedenis. Het weer in Rome was aangenaam zo niet paradijselijk. Ons hotel lag in het historisch centrum om de hoek van het schilderachtige plein ‘Campo dei Fiori’. We bezochten vele hoogtepunten uit de kunsthistorie, waarbij alles voor mij zeer indrukwekkend was. Natuurlijk schoten bepaalde bezienswaardigheden eruit: het Pantheon, het gebouw uit de Romeinse Oudheid dat er al bijna tweeduizend jaar stond. Het was imponerend niet alleen vanwege de ouderdom maar ook vanwege de bouwkunst; het is een bouwwerk zonder ramen, met een platte koepel en een gat in het plafond! Door dat gat kwam een bundel zonlicht als een soort schijnwerper naar binnen. Ik stond er meer dan een uur naar te staren. Hoe had men dit zo lang geleden kunnen bouwen? Ook de Sixtijnse Kapel met het beroemde beschilderde plafond van Michelangelo was tijdloos en fenomenaal (ik moet, al kijkend, hier uren vertoefd hebben).

Op een gegeven moment, tijdens mijn verblijf in Rome, kon ik niet meer slapen, ik had geen trek meer en ik had zelfs een raar gevoel in mijn buik. Was ik verliefd? Of had ik een mysterieuze ziekte? Wat er aan de hand met me was bleef op dat moment een mysterie.

Jaren later begreep ik waar ik, in bescheiden mate, last van gehad moet hebben: Het was waarschijnlijk een (tijdelijke aanval) van het Syndroom van Stendhal.  Stendhal was het pseudoniem van de Franse schrijver Henri Beyle. Hij had de bijnaam Stendhal ontleend aan de Duitse stad Stendhal, wat de geboorteplaats was van Johann Joachim Winckelmann (op deze man kom ik nog wel een keer terug), die hij zeer bewonderde. Stendhal had een tijd lang in die stad verbleven als soldaat van Napoleon. Tijdens een bezoek in 1817 aan Florence werd Stendhal zeer emotioneel aangegrepen door de kunst en de schoonheid van de stad. Stendhal heeft deze situatie gedetailleerd beschreven; door de overrompeling van de kunst kreeg hij lichamelijke verschijnselen als een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en flauwvallen. Tenslotte werd dit verschijnsel het Syndroom van Stendhal genoemd. Had ik hier uiteindelijk in mindere mate last van gehad toen ik tijdens mijn studie in Rome was? Als dit het geval is geweest, dan heb ik deze ‘tijdelijke ziekte’ goed doorstaan. Ik waarschuw mensen trouwens wel altijd kunst met mate te bewonderen, want stel je toch eens voor…..

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Voor de eeuwigheid aan het Kruis

De afgelopen twee weken liep ik hier in Málaga en ook in Granada verschillende kerken binnen en werd ik geconfronteerd met allerlei religieuze beelden, waarbij meestal prominent de sculptuur van de gekruisigde Christus nabij het altaar hangt.
Het fenomeen kruisiging is eigenlijk best wel een mysterie. Allereerst vanwege de wrede en opmerkelijk manier van martelen. En ten tweede vanwege het feit dat de kruisiging zo’n symbolische waarde binnen het Christelijk geloof heeft gekregen.

Waarom werden mensen eigenlijk gekruisigd? De reden was dat het was bedoeld om een lange en pijnlijke doodstrijd te ondergaan. Vanwege het hangen aan je armen en de steun aan de voeten (die trouwens slechts minimaal was) bleef het slachtoffer zich voortdurend oprichten om de aflatende pijn aan de armen en handen een beetje tegen te gaan. Dit oprichten kostte echter veel kracht en was bijzonder pijnlijk, waardoor het na verloop van tijd steeds minder goed lukte. Op een gegeven moment zakte door het gewicht het lichaam steeds verder voorover en naar beneden waardoor de longen zich steeds meer dichtknepen. Uiteindelijk overleed het slachtoffer door verstikking doordat zijn benen geen kracht meer hadden om zich omhoog te drukken. Door te bewegen martelde je dus als het ware jezelf en hoefde geen beul dit te doen. Hoe wreed en gruwelijk kan een straf zijn!

Alhoewel in verschillende culturen in de oudheid de kruisiging als straf werd toegepast is hij het meest bekend bij de Romeinen. De Romeinen gebruikten de kruisiging als straf voor criminelen, slaven en staatsvijanden. Kruisigen werd bij de Romeinen als zeer minachtend en oneervol gezien en werd dan ook alleen toegepast op niet-Romeinen.
Kortom; de kruisiging was niet alleen zeer pijnlijk en wreed, het was ook nog eens uiterst vernederend en verachtelijk, dus één van de zwaarste straffen die je kon bedenken.
Dan is er het tweede mysterie dat nog opmerkelijker is; waarom is de martelgang aan het kruis zo’n uiterst belangrijk symbool binnen de christelijke religie geworden? Ik bedoel dan natuurlijk niet het feit dat de kruisiging van Jezus een deel van zijn lijdensverhaal is en dat dit uitgebeeld wordt. Anders gezegd, ik begrijp dat de marteldood van Jezus als een onderdeel van zijn levensverhaal kan worden beschouwd, echter het martelobject is dus ‘slechts’ een belangrijk detail van dit relaas. Maar de kruismarteling kan toch niet een religieus ding op zich zelf zijn dat telkens zo groots benadrukt dient te worden. Natuurlijk nog even buiten beschouwing gelaten of dit allemaal op historische feiten berust.

Ik blijf me dus verbazen over waarom de daadwerkelijke marteling, die inderdaad zeer wreed was, zo gigantisch uitvergroot dient te worden en dat die keer op keer in alle kerken voordurend maar uitgebeeld moet worden. Hoewel ik als niet religieus persoon best wil mee gaan in de gedachte dat men graag wil uitdragen hoeveel Jezus Christus heeft geleden voor de mensheid, begrijp ik niet dat je als kerk de marteling an sich door middel van kunstwerken steeds maar weer wilt blijven tonen. Het kruis als martelwerktuig krijgt hierdoor juist een ‘hogere’, bijna heilige waarde wat het absoluut niet verdient. En als onbevangen toeschouwers naar een gekruisigde Christus kijken (alhoewel zo’n onbevangen toeschouwer volgens mij bijna niet bestaat) moet dit een rare vertoning zijn dat niet aan universele hogere goddelijke macht en spiritualiteit doet denken. En als je deze ‘onbevangen’ gedachtelijn nu eens doortrekt, hoe zou het geweest zijn als Jezus een ‘eervolle’ Romeinse manier van executie had mogen ondergaan en hij door middel van ophanging aan de galg of door onthoofding om het leven was gebracht? Hadden er dan in vele kerken galgen of hakblokken gestaan? Dan had de kerk een soort torture museum geworden. Of is dat het eigenlijk al?

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Waar is De Zilvervloot?

Penning met afbeelding van de verovering van de Zilvervloot
Penning met afbeelding van de verovering van de Zilvervloot

Mijn mysterieverhaal van verleden week ging over de waardevolle schat van de Zilvervloot die wij als jonge Nederlandse Republiek ooit buit maakten op Spanje en waarover nog altijd een groot mysterie bestaat.
Eerst moeten we hiervoor terug naar de 17de eeuw; alle kostbaarheden van de Zilvervloot werden tijdens de tocht naar Amsterdam goed bewaakt en er werd voortdurend opgelet dat niemand van de bemanning ook maar iets achterover kon drukken. Bij aankomst in Nederland werd alles in eerste instantie naar het hoofdkwartier van de WIC in het West-Indisch Huis in Amsterdam gebracht en in de kelders aldaar opgeslagen. Natuurlijk kreeg een aantal belanghebbenden hun deel, maar er werd niet massaal spreekwoordelijk ‘voor sinterklaas gespeeld’. Piet Hein kreeg ‘slechts’ 7000 gulden voor de moeite en de leden van zijn bemanning ieder 200 gulden, dat was ongeveer 17 maanden extra gage. Één van de kapiteins, Witte de With, vond zelfs openlijk dat hij veel te weinig had gekregen voor de heldhaftige daad die hij had uitgevoerd. Alhoewel de matrozen die meegeholpen hadden met de verovering van de Zilvervloot extra gage hadden ontvangen probeerden zij toch in 1629 uit onvrede over hun geringe vergoeding de buit uit het West-Indisch Huis te stelen. Dit lukte hen echter niet en de Zilvervloot bleef veilig op zijn plaats liggen.

Ondanks het feit dat men dus maar mondjesmaat stukjes van de Zilvervloot aan het uitdelen was moest een klein deel van de Zilvervloot gebruikt worden om de aandeelhouders van de WIC dat jaar meer dividend uit te keren. Maar het lijkt bij nader onderzoek erop dat het aller grootse deel zogezegd in het West-Indisch Huis bewaard bleef.

De persoon die daadwerkelijk mocht beslissen wat er met de kostbaarheden van de Zilvervloot moest gebeuren was de stadhouder van De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De stadhouder op dat moment was Frederik Hendrik van Oranje, zoon van Willem van Oranje. Hij had enige jaren eerder zijn halfbroer Maurits opgevolgd en leidde de vrijheidsstrijd tegen Spanje. De eerste keer dat hij waarschijnlijk een beroep deed op de rijkdommen van de Zilvervloot was voor een strijd in 1626, toen hij Den Bosch met succes veroverde. Daarna zal Frederik Hendrik nog regelmatig een appel doen op delen van de Zilvervloot voor de verschillende veldslagen die tijdens de 80-jarige oorlog plaatsvonden. Als een jaar na de dood van stadhouder Frederik Hendrik de Vrede van Münster (1648) wordt getekend zullen vanwege de zuinige en berekende mentaliteit van de stadhouder de reserves van de Zilvervloot zeker niet verder verbruikt zijn, want ook hij zal wel gedacht hebben ‘wie wat bewaart, die heeft wat’. Er zijn overigens ook geen documenten te vinden waarin verdere uitgaven genoteerd zijn.

De vraag rijst nu ‘wat is vervolgens na de Vrede van Münster met het enorme overgebleven deel van de Zilvervloot gebeurd en wie heeft uiteindelijk het merendeel van de Zilvervloot in handen gekregen?’ Dit zilver en goud kan niet zomaar in de eeuwen daarna ‘verdampt’ zijn en moet waarschijnlijk zelfs nu nog ergens te vinden zijn. Frappant is echter dat er voor zover ik weet geen geschreven bronnen zijn die melding maken van wat er na de dood van Frederik Hendrik met de Zilvervloot heeft plaats gevonden. Waarschijnlijk heeft zijn zoon Willem II van Oranje het geërfd. Door zijn huwelijk met Mary Stuart wordt deze stadhouder Willem II ook koning van Engeland en hoeft hij vanwege zijn zeer gunstige financiële situatie de Zilvervlootreserves niet echt aan te spreken. Dit geldt ook voor zijn zoon Willem III die als stadhouder van de Nederlanden en Koning van Engeland ook over genoeg vermogen beschikte. De Zilvervloot werd waarschijnlijk echt een soort reuze ‘spaarpotje’ voor eventueel slechtere tijden.

Zoals ik al schreef wordt er nooit meer iets van de Zilvervloot vernomen. In de kelders van het West-Indischhuis ligt het op een gegeven moment niet meer, maar ‘zo maar’ verdwenen lijkt mij onwaarschijnlijk. Goud en zilver zijn edelmetalen en kunnen de tand des tijds buitengewoon goed verdragen. Als de vele duizenden kwetsbare schilderijen uit de zeventiende eeuw nu nog in musea te bewonderen zijn dan moet het toch ook mogelijk zijn om de Zilvervloot, of althans een deel daarvan, te kunnen zien. Maar het lijkt er meer op dat de Zilvervloot bewust aan het zicht is ontrokken door invloedrijke mensen die er over konden beschikken. Waarschijnlijk heeft men de rijkdom deels anders geïnvesteerd en/of tastbare zaken van de Zilvervloot ergens anders ‘verstopt’.

De Zilvervloot staat tegenwoordig dus synoniem voor sparen en ik vermoed ook dat een (groot) deel van de 17de eeuwse zilvervloot gespaard is, alleen waar en door wie dat is een mysterie. Ik ben heel benieuwd wie mij verder kan helpen om dit mysterie te ontrafelen. 

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van De Zilvervloot

Piet Hein
Piet Hein

Op dit moment bevind ik me in het Spaanse Málaga en moet denken aan de historische gebeurtenissen die tussen Nederland en Spanje hebben plaats gevonden. In mijn gedachten springt dan eigenlijk gelijk het verhaal rond de beroemde Spaanse Zilvervloot. In eerste instantie krijg ik trouwens bij het woord Zilvervloot niet meteen de associatie met een beroemde historische gebeurtenis uit de 17de eeuw, maar het woord Zilvervloot herinnert mij aan een spaarrekening uit mijn jeugd met dezelfde naam. Een overheidsregeling om de jeugd te laten sparen onder het motto ‘wie bewaart die heeft wat’. In de tweede helft van de 20ste eeuw stond het woordje Zilvervloot dus synoniem voor sparen.

Daarnaast hoor ik in mijn hoofd de eerste regel van het beroemde liedje: Heb je wel gehoord van de zilveren vloot, de zilveren vloot van Spanje? En vraag ik me af of menigeen vandaag de dag weet wat precies de Zilvervloot is. En weten we ook wat er precies mee gebeurd is?

De Zilvervloot is in de 16de en 17de eeuw een konvooi van schepen waarmee kostbaarheden, met name zilver en goud, vanuit de Spaanse koloniën in Amerika naar Spanje vervoerd werden.

Maar in Nederland is de Zilvervloot nog veel bekender geworden door de verovering van één zo’n specifiek Spaans transport in 1628 door onze zeeheld Piet Hein.

De ladingen van de verschillende Spaanse zilvervlootmissies vier eeuwen geleden waren aanzienlijk en deze moesten dan ook goed beschermd worden door zwaar bewapende soldaten, aangezien er voortdurend kapers en piraten op de loer lagen. De beveiliging van de zilvervlootschepen was zo goed dat het rovers maar zelden lukte iets buit te maken.

In Amsterdam was aan het begin van de Herengracht (nabij de huidige Haarlemmerstraat) begin 20-er jaren van de 17de eeuw de pas opgerichte West-Indische Compagnie (WIC) gevestigd. De WIC was de tegenhanger van de VOC en richtte zich niet op de handel naar Indië maar juist op handel met het westen waaronder het nieuwe Amerika. Om hun kostbare missies te financieren kwam de WIC in 1626 op het lumineuze idee om een hele Spaanse zilvervloot te laten kapen. Aangezien De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in oorlog was met Spanje, konden zij gelegitimeerd met een zogenaamde ‘Kapersbrief’ aan luitenant-admiraal Piet Hein hiervoor opdracht geven.

En het lukte Piet Hein inderdaad om tijdens de Slag in de Baai van Matanzas, nabij het eiland Cuba, de Spaanse Zilvervloot te veroveren. Volgens de scheepsverslagen kwamen er bij de hele zeeslag wonderbaarlijk zowel aan Spaanse als aan Nederlandse kant geen manschappen om. En als de Zilvervloot zonder enige ‘slag of stoot’ veroverd is geworden dan is misschien de naam de Slag in de Baai van Matanzas niet zo toepasselijk voor deze gebeurtenis uit het verleden, maar dan leg ik wellicht wel op erg alle historische slakken zout.

Toch maakte Piet Hein en zijn bemanning een enorme schat buit met de verovering van de Zilvervloot; 177.000 pond zilver, 66 pond goud, circa duizend parels. Daarnaast ook 361 kisten suiker, zeer waardevolle kleurstoffen zoals indigo en karmijn en nog meer kostbaarheden, die ook een enorm deel van de waarde van deze verovering vertegenwoordigden. Het totaalbedrag bij terugkomst in Nederland was ongeveer 12 miljoen toenmalige guldens. Rekeninghoudend met inflatiecorrectie en waardetoename zou de zilvervloot nu circa 100 miljard euro waard zijn. Dus zou bijvoorbeeld Nederland op dit moment over de Zilvervloot beschikken dan zouden ze in één klap van al haar staatschulden af zijn, zouden we zelfs circa 35 miljard overschot hebben en zouden we tot het allerrijkste land van de 21ste eeuw horen.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

 

Noot: In eerste instantie naar huidige waarde omgerekend zou op basis van de actuele zilverprijs de Zilvervloot nu 100 miljoen euro zijn, maar de waarde die er in die tijd met zo’n geldbedrag gedaan kon worden was vele malen groter. Je moet dus de opbrengst van toen vertalen naar onze huidige standaard. Dus wat kostten tien grachtenpanden in de 17de eeuw en wat kosten ze in de 21ste eeuw en op die manier kom je op een enorm veelvoud van die 100 miljoen euro uit en komt de huidige waarde van de Zilvervloot op circa 100 miljard euro.

Het Mysterie van Naakt of Bloot

'Le Déjeuner sur l’herbe’ van Manet
'Le Déjeuner sur l’herbe’ van Manet

Regelmatig sta ik met mensen tijdens een rondleiding voor schilderijen of standbeelden waarop naakte dames en heren staan afgebeeld. Vaak trekken deze werken je aan en soms voel je je toch een beetje ongemakkelijk bij het bekijken van deze ongeklede mensen. 
Er ontstond in de geschiedenis wel eens vaker beroering als een vrouw naakt was afgebeeld en voor een groot publiek getoond werd. Een beroemd voorbeeld was in de tweede helft van de 19de eeuw. De kunstenaar Eduard Manet schilderde een naakte vrouw tussen twee eigentijds geklede heren. Dit schilderij met de titel ‘Le Déjeuner sur l’Herbe’ veroorzaakte in Parijs in 1863 een enorm schandaal.
Wat deden de heren op het schilderij eigenlijk met die naakte vrouw? En was de vrouw trouwens naakt of bloot? Je zult zeggen ‘is er verschil tussen naakt en bloot’? Ja, dat is er en dit onderscheid is van groot belang of het schilderij geaccepteerd werd door het publiek of niet. Vrouwen zonder kleren worden in de gehele kunstgeschiedenis geschilderd, ook in de meest preutse tijden. Maar dan moet ik je nog wel even kort uitleggen wat het mysterie van naakt en bloot is.
Bloot is inderdaad zonder kleren aan, wanneer gewone stervelingen zoals jij en ik ’s ochtends onder de douche vandaan komen. Naakt daarentegen zijn de goden en godinnen, zij hebben nooit kleding aangehad.

Het uitbeelden van naakt in de kunst is in alle tijden geheel geaccepteerd en we kennen dan ook prachtige uitbeeldingen van naakte Griekse en Romeinse godheden. Het schetsen van echte bestaande blote vrouwen, hoe mooi en kunstzinnig dit soms ook kan zijn, was in de tijd van Manet ‘not done’. Nu blijft de vraag bij ‘Le Déjeuner sur l’Herbe’ of de dame geaccepteerd naakt is of verfoeilijk bloot? In eerste instantie wilde Manet de suggestie wekken dat de vrouw op het schilderij een ordinaire blote prostituee voorstelde, maar jaren later ontdekte een kunsthistoricus dat de inspiratiebron van de figuren op het schilderij ondermeer een gravure van de Renaissance meester Raphael was. Op het kunstwerk van Raphael zijn goden te zien tijdens het beroemde verhaal van ‘Het Oordeel van Paris’. Er is een verbluffende gelijkenis qua compositie tussen het oude kunstwerk van Raphael en het werk van Manet. Dit zou er dus op duiden dat Manet een godin heeft willen schilderen en dan zou er geen sprake meer zijn van een schandaal. Tja, het is maar hoe je het bekijkt. 
In de kunstgeschiedenis kozen kunstenaars er regelmatig voor om op hun kunstwerken bloot, naakt of zelfs erotiek verhuld te schilderen. Echte zoekplaatjes zijn de genrestukken van onze Hollandse 17de eeuwse meesters waar de seksualiteit in talrijke symbolen verstopt zit. In de 20ste eeuw wist Picasso ook enorme erotische geladenheid aan zijn schilderijen te geven en het werk getiteld Le Rêve (1932) is een uitstekend voorbeeld hiervan. Zie je wat hier uitgebeeld is? Mocht je het niet kunnen ontwaren dan raad ik je aan om mee te doen met de tweedaagse zomercursus over dit onderwerp (klik hier voor meer informatie).

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Met mysterie van Valentijn

Sint Valentinus
Sint Valentinus

Aanstaande zondag 14 februari is het een bijzondere dag, want dan is het Valentijnsdag. Personen die elkaar lief vinden geven elkaar die dag cadeautjes, bloemen of sturen elkaar kaarten. Soms doet men dat anoniem. Dat laatste heb ik persoonlijk nooit zo begrepen; is de liefde dan toch een mysterieus raadspelletje?
Valentijnsdag komt eigenlijk overgewaaid uit Amerika (het zal weer eens niet) en de laatste 15 jaar is het een enorm (commercieel) succes in Nederland geworden. Sint Valentinus leefde in de Romeinse Oudheid, rond het jaar 270 na Christus. Hij is als martelaar gestorven en we weten eigenlijk voor de rest niet zo veel van hem. Misschien waren er zelfs wel twee heiligen met deze zelfde naam. De ene was priester in Rome en de andere was bisschop in de Umbrische stad Terni. Beiden zijn ergens in de derde eeuw na Christus aan de marteldood gestorven, maar zogezegd is het ook mogelijk dat het toch om één en dezelfde persoon ging.
Volgens één van de heiligenverhalen kwam een jong stelletje naar Valentijn toe met het verzoek om hen te trouwen, echter de man van het koppel was een heidense soldaat en de vrouw was Christelijk. Valentijn trouwde het koppel toch, want hij vond de liefde zwaarder wegen dan de Romeinse wetten die dit huwelijk niet toestonden. Vanaf dat moment kwamen er meer paartjes met dit verzoek naar Valentijn en hij werd uiteindelijk voor zijn daden gearresteerd. Valentijn werd voorgeleid voor Keizer Claudius II en toen probeerde Valentijn zelfs de keizer te bekeren tot het Christendom. De Keizer voelde zich hierdoor zo beledigd dat hij Valentijn liet onthoofden op 14 februari (ergens rond het jaar 270 na Chr.). Voordat het vonnis werd uitgevoerd wist hij nog een briefje aan de dochter van de gevangenisbewaarder te geven waar op stond: ‘Van je Valentijn’. De relieken van Sint Valentijn bevinden zich in de Sint Valentinusbasiliek van Terni.
Valentijn blijkt tijdens zijn leven verschillende andere bijzondere handelingen te hebben verricht, waaronder de doop van de beroemde heilige Lucilla. De heilige Valentinus is schutspatroon voor de zieken die soms vallen, ofwel mensen met epilepsie. Om welke reden hij beschermheilige is voor mensen met de ‘vallende ziekte’ is mij nog onduidelijk. Ergens las ik dat het was omdat mensen in de naam Vallentijn het woordje ‘vallen’ terug hoorde komen, maar dat lijkt mij een wel erg gemakkelijke uitleg van dit mysterie.
We moeten de Valentijn van vandaag de dag niet verwarren met één van de gelijknamige hoofdpersonen uit het blijspel ‘Two Gentlemen of Verona’ van William Shakespeare. Van dit toneelstuk uit de zestiende eeuw heeft trouwens de preraphaelitische negentiende eeuwse schilder William Holman Hunt een prachtig schilderij gemaakt.
De Heilige Valentijn is in 1969 overigens van de Rooms-Katholieken Heiligenkalender verdwenen, dus deze dag is geen christelijk feest meer. Valentijnsdag staat echter wel in de top tien van commerciële successen. Zal ik dit jaar ook een kaartje ontvangen?

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het mysterie wordt groter rond de piramides 

Verleden week en die week ervoor schreef ik al over het mysterie van de oorsprong van allerlei piramides die wereldwijd te vinden zijn. Graag zet ik mijn verwondering betreffende deze beroemde culturele erfgoederen voort, want er blijken nog veel meer verbazingwekkende, mysterieuze zaken met betrekking tot de piramides te zijn waarvoor de huidige wetenschap geen sluitende verklaring heeft.
De stenen van de bekleding van de beroemde Egyptische piramides in Gizeh zijn zo precies ‘gezaagd’ dat er geen speelkaart tussen te krijgen is. Normaliter, wanneer je bij een gewone zaagsnede twee stenen op elkaar legt, blijft er een voeg over van minimaal enige millimeters. Hoe kan het dat dit hier niet het geval is? Hebben de makers gebruik gemaakt van andere zaagtechnieken dan we tegenwoordig hebben? Dit bijna naadloze resultaat zou bijvoorbeeld door futuristische lasertechnieken geëvenaard kunnen worden, maar daar beschikten de ‘primitieve’ Egyptenaren toch nog absoluut niet over.
En dan de stand van de vier hoeken van de Egyptische piramides: elke hoek staat zeer nauwkeurig op de noord-, zuid-, oost-en west-as van onze aarde. Deze geometrische exactheid kan men onmogelijk met een timmermansoog ter plekke tijdens de bouw voor elkaar hebben gekregen. Tegenwoordig kijk ik wel eens op ‘google-earth’, waarbij wij, het grote publiek, vanachter het computerscherm kennis kunnen nemen van alle details van de aarde gefotografeerd vanuit de satellieten die hoog boven onze planeet ‘hangen’. Het lijkt erop dat de bouwers van de piramides minimaal ook van deze hypermoderne satelliet technieken gebruik hebben moeten kunnen maken om tot de genoemde precisie te komen.
Je merkt al, dit is nog slechts een begin van de mysteries en raadsels betreffende de eeuwen oude bouwkunst van de piramides. Genoeg reden dus om het najaar een tweedaagse cursus over dit fascinerende fenomeen te geven waar ook alle talloze andere onopgeloste zaken van de piramides ter sprake zullen komen.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner

verhoeven@mysteriekenner.nl

 

Kijk verder voor meer informatie over de tweedaagse cursus: 'De Mysterieuze Piramides uit Oudheid'

Veel meer vragen rond de mysteries van de piramides 

Graag ga ik na mijn verhaal van verleden week deze keer verder met de mysteries die spelen rond de piramides. Zo schreef ik de laatste keer al dat er op talrijke plekken op onze planeet piramides te vinden zijn en ik kreeg de vraag om hier nog wat specifieker over te zijn, dus zal ik wat extra informatie hierover geven.

Naast de drie beroemde grote piramides van Gizeh, gelegen nabij Cairo met de namen Cheops, Chefren en Mycerinus, zijn er in Egypte nog tientallen kleinere en grotere piramides te vinden. Echter, zoals ik vorige week al aangaf, staan er in China ook nog circa 100 piramides en die zijn bij het grote publiek amper bekend. De Grote Witte Piramide in het Qin Ling Shan-gebergte is waarschijnlijk het meest opmerkelijk. Helaas mogen van de Chinese overheid deze piramides niet bezocht en onderzocht worden en dit maakt ze nog mysterieuzer. We bezitten wel een luchtfoto’s gemaakt door een Amerikaanse piloot uit 1945 en op één van zijn afbeeldingen, die ik op internet kon vinden, kun je inderdaad duidelijk een grote piramide zien.

In Midden-Amerika bevinden zich ook verscheidene oude piramides waarbij El Castillo (of ook wel de Piramide van Kukulcán genoemd), in Mexico een bijzonder voorbeeld is. Zelfs in Europa bevinden zich eeuwenoude piramides, waaronder de verleden week genoemde piramides in Griekenland, die zelfs ouder zijn dan die uit Egypte. Deze Griekse varianten blijken dus meer dan viereneenhalf duizend jaar geleden geconstrueerd. En ik noemde ook verleden week al het Spaanse eiland Tenerife in de Atlantische Oceaan, waar enkele trappiramides gevonden zijn waarvan men de oorsprong niet kent en die dus ook heel veel vragen oproepen.

Men beweert sinds kort dat een berg genaamd Visočica in Bosnië, met een opmerkelijke vorm, in feite een hele oude piramide is. Er zijn bij deze ‘Bosnische piramide’ door mensenhanden gemaakte fundamenten gevonden en er blijken zelfs door gangen door deze kunstmatige piramideheuvel op de Balkan heen te zijn gemaakt.

De vraag is nu of al deze piramides die verspreid liggen over de hele wereld met elkaar in verband staan. Een feitelijke constatering is dat ze allemaal heel erg oud zijn en dat ze allemaal een overeenkomstige vorm hebben en dat is een interessant uitgangspunt om ze gezamenlijk eens onder de spreekwoordelijke loep te leggen.

Zeker is dat er sprake is van een bijzonder mysterie rondom de wereldwijde piramides en dat is een reden temeer voor mij om hier aankomende tijd wat meer aandacht aan te besteden. Dit zul je terug kunnen lezen in mijn blogs en in het najaar geef ik een tweedaagse cursus over dit onderwerp, waar ik alle facetten en vragen over de piramides zal belichten.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl 

Het Mysterie van de Egyptische piramides    

Verwondering en verbazing roept onze planeet aarde regelmatig bij mij op. In het algemeen wordt vaak gedacht dat we alle zaken die met de aarde te maken hebben begrijpen en onderzocht hebben. Er is echter zo enorm veel nog onbekend en onze beperkte kennis is slechts gebaseerd op veronderstellingen van een bepaalde groep wetenschappers.
Een echt mysterie is bijvoorbeeld de oorsprong van de piramides in Egypte. Wat roepen deze kolossale bouwwerken bij mij al jaren immens veel vragen op. Vragen die trouwens door de huidige stand van wetenschap nog steeds niet beantwoord kunnen worden. Volgens de officiële (kunst)boeken zijn deze oude, vermoedelijk religieuze, bouwwerken zo’n 2500 voor Christus door de eerste echte menselijke beschaving gebouwd, namelijk door de oude Egyptenaren.
Heel knap trouwens als je je realiseert dat deze oude Egyptenaren ‘net’ uit de Prehistorie stapten en vrij vlot al in staat waren om één van de meest magnifieke bouwwerken ter aarde te bouwen. Ergens schreef ooit eens iemand dat als je onze beschaving vergelijkt met een mensenleven, de Egyptenaren dan aan het begin van dit spreekwoordelijke mensenleven staan en dan is het bij de piramides zo alsof een peuter een Rolls Royce heeft gemaakt.
Op alle fronten zijn de piramides overdrachtelijk te vergelijking met een geavanceerd product zoals de genoemde luxe auto. Zo zijn ze qua bouwvolume zo enorm groot dat de Sint Pieterskerk in Rome die, zoals je wellicht weet, al enorm in omvang is, vier keer in de grootste Piramide zou passen. Qua hoogte verdwijnen de torenspitsen van de Dom in Keulen gemakkelijk onder de genoemde piramide van Cheops. Daarbij komt nog eens dat het geen ‘holle’ bouweenheden zijn, maar ze bijna geheel massief zijn. Waar haalden de ‘primitieve’ Egyptenaren 4500 jaar geleden zoveel bouwmaterialen vandaan en hoe waren ze in staat om in vrij korte tijd dit bouwwerk in elkaar te zetten? De grote piramide bestaat uit 2,3 miljoen steenblokken, 6,5 miljard kilo in totaal!
Een bijna niet voor te stellen fantastische theorie is dat zij op een vrij onbeholpen manier door middel van pure mankracht de blokken al duwend over hellingbanen in deze perfecte driehoekige piramidevorm brachten. Dit is voor mij een voor mij onvoorstelbare gedachte. Met onze huidige moderne hydraulische machines zouden wij vandaag niet in staat zijn deze piramides te bouwen en toch blijft een zeer grote groep mensen de bovenstaande theorie, dat ze met handkracht (van slaven) tot stand zijn gebracht, aanhangen. Wonderbaarlijk!

Ontegenzeggelijk kunnen we toch stellen dat de oorsprong van de piramides in Egypte echt een mysterie is.
Graag kom ik de aankomende tijd in mijn wekelijkse mysterieverhaal nog terug op veel meer vragen die de piramides bij mij oproepen. Want wist je bijvoorbeeld dat er op tientallen andere plekken, buiten Egypte, eeuwenoude piramides te vinden zijn? En dat de piramidevorm als symbool regelmatig in de (kunst)geschiedenis opduikt? Zo is de piramide te zien op het Amerikaanse Dollarbiljet, maar waarom eigenlijk?
Niet alleen in mijn wekelijkse blog wil ik het hebben over het mysterie van de piramides, ik wil ook dit najaar een tweedaagse cursus hier aan wijden, waarbij ik in verschillende sessies allerlei thema’s en vragen over dit bijzondere (kunst)historische fenomeen wil belichten.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van drie Wijzen uit het Oosten

Afgelopen week, op 6 januari, vond volgens de Christelijke symboliek het bezoek van de Wijzen uit het Oosten aan het kindje Jezus plaats. Dit verhaal is met talrijke mysteries omhuld. Zo vind ik in de bijbel nergens vermeld dat het drie mannen waren, maar misschien heeft men dat aangenomen omdat er sprake is van drie geschenken die zij voor het kerstkind bij zich hadden; goud, wierook en mirre. Op die manier kon ieder wijze persoon één cadeautje geven! Pas in de loop van de Christelijk geschiedenis worden de Wijzen opeens koningen en in de Middeleeuwen krijgen zij zelfs de namen Caspar, Balthasar en Melchior. De reden hiervoor is eveneens een mysterie, maar het maakt het verhaal over de Wijzen uit het Oosten wel nog interessanter.
In met name Zuid-Duitsland is het een traditie dat men de initialen - C.B.M.- van de koningen rond deze tijd boven deuren van kerken en andere belangrijke gebouwen schrijft. In verschillende Katholieke kerken is het ook vanaf 6 januari de dag dat sculpturen van de drie koningen pas bij de kerststal worden geplaatst.
In het Rijksmuseum ben ik altijd erg onder de indruk van een paneel van de Aanbidding der Koningen (1490) gemaakt door de Haarlemse schilder Geertgen tot St. Jans. De stal waar Maria, Jozef en het Christuskind zitten is een ruïne van een paleis. De drie koningen bieden de geschenken aan en Jezus grabbelt wat in de beker met goudstukken. De schilder heeft de drie koningen alle drie een ander uiterlijk gegeven; een geheel blanke man die symbolisch staat voor Europa, een man met een donkere, zware baard vertegenwoordigt het Nabije Oosten oftewel (Klein-) Azië en een negroïde man vertolkt Afrika. En zo komen symbolisch alle (dan bekende) werelddelen het kindje Jezus eren. Er zit nog meer symboliek in; de blanke man met het goud ziet er echt bejaard uit, de man met de baard is nog niet grijs en vertegenwoordigt een ‘tussenleeftijd' (35-40?) en de geheel donkere man heeft een jeugdig uiterlijk. Voilá, ook de verschillende generaties komen eer aan Jezus Christus brengen.
Ik meen dat men tegenwoordig in Zuid-Nederland het Drie Koningenfeest nog steeds viert met de kinderen. Kinderen gaan, net als in Noord-Nederland op 11 november tijdens het feest van St. Maarten, verkleed langs de deuren, dragen lampionnen, zingen liedjes en als dank krijgen zij dan snoep. In de 17de eeuw werd het Driekoningenfeest zowel door Protestanten als door Katholieken in Nederland gevierd. Jan Steen schildert het populaire Driekoningenfeest wel 15 keer en op die schilderijen is duidelijk te zien dat dit feest in huiselijke kring plaatsvond. Het bleek dat er tijdens dit festijn muziek werd gemaakt, goed gegeten en veel gedronken werd. Tijdens de avond werden er lootjes getrokken en iedereen kreeg dan een rol toebedeeld. Je zag vaak dat een kind tot koning werd uitverkoren en dan was het meest hilarische hoogtepunt van de avond als deze ‘koning' een bokaal met een alcoholisch drank nuttigde en men schreeuwde dan in koor: ‘De Koning drinkt!'. Op één zo'n schilderij met dit thema zijn Jan Steen en zijn vrouw Rietje van Goyen te zien die gezellig mee doen met de Driekoningenfestiviteiten. Dit keer eindig ik met de weerspreuk: ‘Als Driekoningen is in het land, komt de vorst in 't vaderland'. Ik geloof dat dit echt de waarheid verkondigt, want ik begrijp dat het deze dagen winters weer gaat worden.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

Het Mysterie van het nieuwe jaar

Met een hoop kabaal hebben we wereldwijd op 1 januari het nieuwe jaar weer ingeleid en ik deed dat dit jaar in de Berlijn. Ik las in de krant dat men deze jaarwisseling in Nederland weer zo’n 65 miljoen aan vuurwerk heeft afgeschoten! Voor mij blijft op deze manier de financiële crisis, waar het faillissementen van onder andere V&D een onderdeel is, echt een mysterie.

Wat trouwens ook een mysterie is, is de vraag of we zes dagen geleden wel echt op 1 januari 2016 zijn aanbeland. We berekenen de tijd volgens de zogenaamde Gregoriaanse kalender en die heeft ooit bij zijn invoering ergens 10 dagen ‘overgeslagen’. In 1582 werd 4 oktober namelijk gelijk gevolgd door 15 oktober en dat zou dus beteken dat als we deze Gregoriaanse kalender weer zouden afschaffen en de ooit overgeslagen dagen terug krijgen we over een paar dagen weer een feestelijk jaarwisseling voor de boeg hebben.

Het probleem met het meten van de tijd, en dus ook met het vaststellen van een goede kalender, heeft er alles mee te maken dat de aarde niet een exact aantal dagen nodig heeft om rond de zon te draaien. De aarde beweegt niet in precies 365 en ook niet exact 366 dagen om de zon, maar in 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45 seconden. Op basis daarvan kunnen we natuurlijk geen sluitende kalender samenstellen.

In de tijd van de Romeinse leider Julius Caesar, zo’n 2000 jaar geleden, werd het aantal dagen van het jaar afgerond naar 365 dagen en 6 uur en werd besloten om die 6 uur goed te maken door elke 4 jaar een extra dag, de zogenaamde schrikkeldag, te hanteren. Deze kalender was bekend als de Juliaanse kalender genoemd naar de beroemde keizer.

In 325 na Christus werd het christendom in Europa langzaam de belangrijkste geloofovertuiging, met hiermee samenhangend een aantal belangrijke Christelijke feestdagen. Deze dagen stonden soms per datum vast, zoals kerstmis. Enkele feestdagen verschoven elk jaar, zoals Pasen, dat op de eerste zondag na volle maan werd vastgesteld, wat in het jaar 325 betekende dat Pasen toen op 21 maart viel.

In de 16e eeuw bleek echter dat volle maan allang niet meer op 21 maart was, maar inmiddels 10 dagen later plaatsvond. Dit kwam zogezegd doordat de aarde dus niet in exact 365 dagen om de zon draait. Paus Gregorius besloot in 1582 om dit probleem op te lossen door deze ‘foute’ tien dagen eenmalig te laten vervallen en hierdoor werd 4 oktober gelijk gevolgd door 15 oktober 1582. Daarnaast werd besloten dat elke 400 jaar het eerste jaar van de eeuw geen schrikkeljaar zou hebben. Dit alles om uren per jaar die wij te weinig rekenen te corrigeren. De nieuwe berekening noemen we de Gregoriaanse kalender die we in Europa heden ten dage nog steeds voeren en die tevens als internationale standaard wordt gebruikt.

Een groot deel van de orthodoxe kerken, waaronder de Russische Orthodoxe kerk, hanteren nog steeds de oude Juliaanse agenda en zij lopen daardoor inmiddels al 13 dagen achter op ‘onze kalender’. Dat betekent trouwens dat de gelovigen aldaar pas morgen, op donderdag 7 januari, kerstmis gaan vieren en dat het voor de Russen op woensdag 13 januari ‘Russisch Nieuwjaar’ is. Een reden om op die laatst genoemde datum (nogmaals) met elkaar het glas te heffen op het nieuwe jaar.

Kortom het mysterie van het nieuwe jaar zorgt ervoor dat we elkaar nog lange tijd allerlei mooie dingen mogen wensen voor 2016!

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl

Het Mysterie van De Muur

Het mysterieverhaal gaat deze week over bijzondere gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld in Berlijn, namelijk de mysteries rond de beroemde Muur. Marcel vraagt zich in een filmpje onder andere af hoe het mogelijk was dat men Berlijn door middel van een fysieke Muur wist te verdelen. En ook verwondert hij zich over het feit wie er daadwerkelijk verantwoordelijk was voor het verdwijnen van het roemruchte bouwwerk. Kwam dit door de protesten van het Duitse volk? Of waren het de wereldleiders die hier op aanstuurden? Genoeg vragen die tot een boeiend mysterie leiden.

Het Mysterie van grote wereldleiders uit den vreemden

Giuseppe Garibaldi
Giuseppe Garibaldi

Eergisteren liep ik in de Zuid-Franse stad Nice langs het standbeeld van Garibaldi op het plein dat naar hem vernoemd is. Giuseppe Garibaldi werd op 4 juli 1807 in Nice, dat toentertijd nog Nizza heette, geboren en de stad was tijdens de geboorte van Garibaldi een onderdeel van het Koninkrijk Sardinië. Garibaldi werd later de leider van de nationalistische strijd voor de Italiaanse eenwording, ook wel het Risorgimento genoemd. Sinds Nice echter in 1860 bij Frankrijk hoort kun je eigenlijk zeggen dat Garibaldi een Fransman is en geen echte Italiaan.

Er zijn trouwens veel meer beroemde leiders die oorspronkelijk niet uit het land komen waar ze een grootheid werden. Om nog even in Frankrijk te blijven, moet ik in dit kader denken aan de fameuze Franse Keizer Napoleon.

Napoleon werd, zoals waarschijnlijk bekend, geboren op het eiland Corsica dat tot de tweede helft van de 18de eeuw een onderdeel van de Italiaanse Republiek Genua was. Corsica werd pas na de Franse Revolutie een onderdeel van Frankrijk. De ouders van Napoleon waren van Genuese adel en de taal waarin de familie met de jeugdige Napoleon converseerde was Italiaans en tot zijn negende jaar was Napoleon niet eens de Franse taal machtig. Zijn hele leven zou de beroemde staatsman nog altijd met een Italiaans accent Frans hebben gesproken. Je zou dus kunnen concluderen dat Napoleon Bonaparte, zijn oorspronkelijke naam was trouwens Nabuleone Buonaparte,  dus eigenlijk meer Italiaan was dan Fransman. Toch heeft hij het uiteindelijk geschopt tot Keizer van Frankrijk en wordt hij gezien als één van de grootste Fransen.

Er is nog een Fransman die als Vader des Franse Vaderlands wordt gezien en die eigenlijk ook niet zo’n über-Fransman is als je in eerste instantie denkt. Dan heb ik het over de beroemde na-oorlogse president Charles De Gaulle. De Gaulle kwam uit Lille, de stad die ook bekend is onder de Nederlandse naam Rijssel, gelegen niet ver van de huidige Belgische grens. Rijssel was bij de geboorte van De Gaulle een onderdeel van Frans-Vlaanderen en in die streek, met name op het platteland, werd in Charles zijn jeugd nog door een groot deel van de bevolking Nederlands-Vlaams gesproken. Tot 1667 was Rijssel (Lille) een onderdeel van de Zuidelijke Nederlanden en werd uiteindelijk rond die tijd ingenomen door de Franse koning Lodewijk de Veertiende. In de 18de eeuw werd Lille zelfs weer een korte periode eigendom van Nederland. Kortom; De Gaulle kwam nou niet uit een typische oerfranse stad en een oerfranse familie. Er gaat zelfs een verhaal dat de familienaam van Charles De Gaulle van Vlaamse oorsprong zou zijn en dat hij afstamt van de familie Van de Walle, maar dit relaas wordt betwist. De Gaulle’s moeder die van West-Vlaamse adel was leerde de kleine Charles wel de Nederlandse tradities en zo vierde hij onder ander het typische Nederlandse sinterklaasfeest. De broer van Charles de Gaulle’s opa, die trouwens ook Charles de Gaulle heette, was er zelfs een vurig aanhanger van om het ‘Vlaams’ als officiële taal in Frankrijk te erkennen. President De Gaulle was dus niet van oorsprong een echte Fransman, maar meer een verfranste Zuid-Nederlander.

Frappant dat dus twee grote wereldleiders niet uit het hart van de Franse natie komen, maar juist uit de periferie of zelfs eigenlijk van daarbuiten. Dat verhaal geldt niet alleen voor Frankrijk, ook de beruchte 20ste eeuwse leider van nazi-Duitsland was niet van origine Duits, maar was geboren en getogen in Oostenrijk. De jonge Hitler komt pas in zijn tienerjaren naar München toe en daar ontstaan bij deze Oostenrijker zijn Duitse sentimenten.
Als je eenmaal onderzoek naar de oorsprong van beroemde wereldleiders gaat doen en het land waar zij uiteindelijk machthebber van werden dan wordt de lijst langzaam groter. De beroemde Romeinse keizer Hadrianus (76-138 na Chr) werd ook niet geboren in Rome, maar zijn wieg stond ergens zo’n tien kilometer van het Spaanse Sevilla. En wat dacht je van de beroemde Spaanse Keizer Karel de Vijfde (1500-1558)? Geboren in Gent en dus eigenlijk meer een (Zuidelijke) Nederlander dan een Spanjaard.

De geboorteplaats van de grote beruchte Russische leider Stalin is Gori, een stad in Georgië en dus is hij geen Rus in hart en nieren.

En wat dacht je van Atatürk, de grondlegger van het moderne Turkije? Hij werd geboren als Mustafa Kemal in Thessaloniki, dat heden ten dagen een beroemde grote Griekse stad is. Tenslotte moet ik ook wat dichter bij huis de ‘grootste’ Nederlander noemen namelijk Willem van Oranje. Hij zag het levenslicht in Dillenburg in het Duitse Hessen. Het is dus een aardig mysterie hoe het toch komt dat een aanzienlijk deel van de grote wereldleiders niet van origine uit het land kwam waar ze uiteindelijk de macht kregen!

 

Marcel Verhoeven

Mysteriekenner           

Het Mysterie van Hitler's Lichaam

Recentelijk kwam weer eens in het nieuws dat Adolf Hitler geen zelfmoord heeft gepleegd in de Führerbunker onder de Reichskanzlei in Berlijn, maar dat de beruchte dictator gevlucht zou zijn naar Argentinië. Schuin tegenover het Marriott-hotel in Berlijn, waar we met het gezin afgelopen week verbleven, is de plek waar meer dan 70 jaar geleden de Rijkskanselarij en de bunker waren gelegen. Dit keer vertel ik in een videofilm die ik reeds maakte in 2012 over het mysterie van de bunker en de geruchten rond de dood van Hitler.

 

Marcel Verhoeven

Mysteriekenner

Het Mysterie van de verwisseling van twee Keizers

Twee weken geleden wandelde ik door Rome en na een beklimming van de Capitolijnse heuvel stond ik oog in oog met het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius. Deze Romeinse keizer (121 na -180 na Chr.) werd geëerd met vele verschillende standbeelden waarvan deze midden op het Campidoglioplein waarschijnlijk wel het allermooiste is. Deze monumentale sculptuur is van brons en meer dan levensgroot. Het is om meerdere redenen uniek; allereerst omdat er maar weinig ruiterstandbeelden uit de Romeinse Oudheid zijn overgebleven en daarbij is hij niet van marmer maar van brons.
De meeste metalen beelden hebben namelijk vaak de tand des tijds niet doorstaan vanwege het feit dat dit materiaal goed recyclebaar is. Na de val van het Romeinse Rijk, in de Middeleeuwen, smolt men de meeste bronzen sculpturen, dat immers heidense kunstvoorwerpen waren, om en maakte men daar bijvoorbeeld Christelijke devotiebeelden van of, veel meer voor de hand liggend, produceerde men er wapens van. Echter dit beeld is niet in de smeltkroes gekomen omdat men in de christelijke middeleeuwen er van overtuigd was dat het keizer
Constantijn de Grotewas.
Keizer
Constantijn de Grote  had aan het begin van de 4de eeuw het christendom toegestaan. Hij moest dus geëerd worden en zijn beeld mocht zeker niet omgesmolten worden!  Pas veel later, ‘in onze huidige tijd', werd bekend dat de man op het paard Marcus Aurelius bleek te zijn, een keizer die trouwens helemaal niet zo aardig voor de Christenen was. Als men goed op allerlei details had gelet had men kunnen zien dat het niet keizer Constantijn was, want deze grote Christenkeizer leefde in de nadagen van het Romeinse Rijk toen kunstenaars al niet meer over zulke uitstekende creatieve vaardigheden beschikten.

Dit verval in vakmanschap en kunde is een stukje verderop te zien, namelijk op het binnenhof van het Capitolijnse Museum waar een enorm hoofd, handen en voeten van de werkelijke Keizer Constantijn staan. Het valt op dat, ondanks de enorme afmetingen van het hoofd en de andere lichaamsdelen, dat het er wat primitief en gekunsteld uit ziet en dat is bij het bronzen ruiterstandbeeld absoluut niet het geval.
In de loop van de geschiedenis heeft het ruiterstandbeeld, dat dus uiteindelijk Marcus Aurelius was, op allerlei plekken in Rome gestaan. Uiteindelijk heeft Michelangelo in de15de eeuw een prachtig plein ontworpen op de Capitolijnse heuvel, midden in Rome. Daar stond het bronzen beeld vele eeuwen prominent midden op dit plein. Tot het 1981 het naastgelegen Capitolijns Museum werd binnengehaald voor restauratie en het daar nog steeds staat. Enkele meters verderop, op de oorspronkelijke sokkel midden op het Campidoglioplein, staat tegenwoordig een exacte kopie. Hier was trouwens nog wat hilariteit over, waar zelfs Nederland bij betrokken was, maar daar kom ik nog op terug.
Er zijn verschillende interessante wetenswaardigheden over het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius te vertellen. Zo staat het ruiterstandbeeld tegenwoordig op de Italiaanse euromunt van 50 cent. Grappig dat Keizer Marcus Aurelius bijna 2000 jaar later weer op een munt staat, want in de tijd dat hij leefde (121-180 na Chr) waren er ook munten, de zogenaamde Denarius, met beeltenis van Marcus Aurelius erop.
    

Opvallend is trouwens dat het beeld van Marcus Aurelius geen stijgbeugels heeft. Dit komt omdat die in de Romeinse Rijk nog niet waren uitgevonden. Ik heb wel eens gehoord dat dit uiteindelijk de reden was dat de Romeinse troepen ter paard het onderspit moesten delven tegen de Germaanse stammen, die wel over stijgbeugels beschikten en daarom dus behendiger ter paard waren.
Daarnaast is het aardig om te weten dat de beroemde sculptuur model heeft gestaan voor alle ruiterstandbeelden die in de geschiedenis zouden volgen. Zelfs het standbeeld van de jonge koningin Wilhelmina van beeldhouwster Theresia van der Pant op het Rokin in Amsterdam gaat terug op het standbeeld van Marcus Aurelius te Rome.

Marcel bij het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius, op het Campidoglioplein in Rome.
Marcel bij het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius, op het Campidoglioplein in Rome.

Maar het aardigste anekdotische verhaal is toch wel de geweigerde kopie van de Nederlandse beeldhouwer Arthur Spronken. Het originele ruiterstandbeeld werd in 1981 het museum binnen gehaald en jaren lang stond vervolgens de sokkel midden op het Campidoglioplein leeg. Er werd in Nederland in het kader van de Europese samenwerking een stichting voor een nieuw, replica keizerbeeld opgericht. De kunstenaar Spronken samen met de bronsgieter Pie Seijen gingen aan de slag om een kopie te maken voor op de lege sokkel. Toen de toenmalige Italiaanse minister van cultuur hier lucht van kreeg, besloot Italië uiteindelijk het initiatief van onze kopie te weigeren omdat er, een beetje chauvinistisch, een replica van Italiaanse makelij moest komen.
Deze Italiaanse versie staat er inmiddels al weer een aantal jaren. In Nederland blijken nu alleen nog een aantal proefstukken van het Nederlandse initiatief te zijn. Misschien kunnen we het beeld toch nog eens helemaal voltooien en zelfs nog ergens in Nederland plaatsen. Bijvoorbeeld op een plek waar de Romeinen ooit gewoond hebben, zoals op het Vrijthof in Maastricht. Leuk, want dat is tevens ook de geboorteplaats van de maker, Arthur van Spronken. Met betrekking tot Italië blijft bij mij nog steeds in gedachten dat je een gegeven paard eigenlijk niet in de bek had moet kijken en het dus niet had mogen weigeren.
Mocht je trouwens nog meer over Keizer Marcus Aurelius en zijn latere collega-Keizer Constantijn de Grote  willen weten dan raad ik je aan om naar de themadag ‘Het Oude Rome’ op zondag 24 januari te komen. 


Marcel Verhoeven

Mysteriekenner

Het Mysterie van de Frygische muts

Een frygische muts is een zacht kegelvormig hoofddeksel waarvan de top naar voren wijst en weer naar beneden valt.
Een frygische muts is een zacht kegelvormig hoofddeksel waarvan de top naar voren wijst en weer naar beneden valt.

 Afgelopen week wandelde ik door Rome en werd mijn aandacht getrokken door de reliëfs op de Boog van Septimius Severus die zich nabij het Forum Romanum bevindt. Deze triomfboog werd opgericht in 203 na christus en het was een geschenk aan de genoemde keizer en zijn zonen Caracalla en Geta, ter ere van de twee overwinningen op de Parthen. De Parthen (en/of Perzen) waren een volk uit het oostelijk deel van het Romeinse Rijk waar de Romeinen het mee aan de stok kregen.

Terwijl op de genoemde Triomfboog te zien is hoe de Parthen geketend afgevoerd worden valt op dat zij een markant mysterieus hoofddeksel op hebben dat erg doet denken aan de muts van de smurfen, de populaire blauwe kleine stripfiguren.

De Parthen dragen een zogenaamde Frygische muts, een zacht kegelvormig hoofddeksel waarvan de top naar voren wijst en waarvan de punt aan de voorkant weer iets naar beneden valt. Deze opvallende muts, die meer dan 2500 jaar oud is, werd oorspronkelijk gedragen in Frygië, een streek in de oudheid ergens in het oosten van Klein-Azië. Later werd deze muts zogezegd populair bij de Parthen en Perzen die hierdoor dus herkenbaar zijn op de reliëfplaten van de Boog van Boog van Septimius Severus.

De historische Perzische God Mithras droeg volgens de overlevering ook zo’n Frygische muts en is als zodanig ook herkenbaar op vele sculpturen die van hem gemaakt zijn. Nog een stukje later in de tijd werd deze Mithras weer populair in heel het Romeinse Rijk en werden er overal heiligdommen voor deze god met de Frygische muts gebouwd.


Een Frygische muts stond in eerste instantie bij de oude Grieken symbool voor mensen die niet Grieks waren oftewel het was het hoofddeksel van de barbaren die uit oosten kwamen.

In het latere Romeinse Rijk gingen vrijgelaten slaven dit leuke mutsje dragen en werd het een symbool voor de vrijheid.

Vervolgens zien we in de geschiedenis dat verschillende vrijheidstrijders zich weer tooien met dit inmiddels beroemde ding. Zo wordt hij gedragen tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidoorlog en ook tijdens de Franse Revolutie. De Frygische muts is vandaag de dag nog steeds het nationale symbool van Frankrijk en hun heldin Marianne, u weet wel van het oud-Hollandse liedje ‘Hop Marjanneke, stroop in het Kanneke’, wordt meestal met deze muts afgebeeld. Dit is bijvoorbeeld te zien als Marianne het volk leidt op het schilderij van Eugène Delacroix.

Inmiddels ben ik tijdens mijn Italiëreis deze week vanuit Rome in Ravenna beland en zie dat op de zesde eeuwse mozaïeken de ‘Drie Koningen’ oftewel de ‘Drie Wijzen uit het Oosten’ in de plaats van kronen een Frygische muts als hoofddeksel hebben. De anonieme kunstenaar wilde waarschijnlijk hier mee aangeven dat deze wijze koningen dus uit het gebied van het huidige Iran komen, want zogezegd droeg men daar in die tijd dit opvallende hoofddeksel.

In deze tijd zijn er nog talrijke verwijzingen naar de Frygische Muts. Zo blijkt dat het hoofddeksel van de poppenkastfiguur Jan Klaassen eigenlijk qua vorm hier ook op terug gaat. Zelfs de mijter van Sint Nicolaas heeft zijn basis in de Frygische Muts en dan kijk je deze week toch weer met een ander oog naar de goedheiligman.

Het blijft voor mij nog een beetje onduidelijk waarom de Franse striptekenaar Peyo zijn stripcreatie de smurfen allemaal witte frygische mutsjes heeft gegeven. Waarschijnlijk zal het wel met de reeds genoemde Franse Revolutie te maken hebben, toen dit hoofddeksel dus heel populair was, maar inmiddels is de eeuwenoude muts een heel eigen leven gaan leiden.

Zo zie je maar weer dat zelfs een simpel mutsje een heel mysterie kan oproepen waar je niet uitgepraat over raakt.


Marcel Verhoeven

Hospitalitykenner

Hutspot eten aan de bron

Hutspot met klapstuk
Hutspot met klapstuk

Deze week staat een bijzonder culinair mysterie centraal waar ik afgelopen weekend tijdens een maaltijd in Valencia aan werd herinnerd. Ik zat in een redelijk sjiek Valenciaans restaurant en de ober kondigde aan dat ik exquise gerecht zou krijgen, echter toen mijn bord arriveerde herkende ik suddervlees (‘Klapstuk’) met daaronder gelegen een oranje puree-achtige substantie, die niet alleen leek op hutspot maar er ook naar smaakte. Direct schoot me het mysterieverhaal te binnen van het ogenschijnlijk oer-Hollandse gerecht Hutspot dat toch niet zo Nederlands is als de meeste mensen denken.

De oorsprong van deze stamppot, bestaande uit peen of wortels, uien en aardappelen, is ten tijden van het zogenaamde Leidens Ontzet, dat plaats vond op 3 oktober 1574. Het beleg en ontzet van Leiden speelden zich af tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Nadat het Leidse stadsbestuur aanvankelijk trouw bleef aan de Spaanse overheersers, kozen ze op een gegeven moment toch de kant van prins Willem van Oranje. Dit leidde ertoe dat de hertog van Alva, die in dienst was van de koning van Spanje, de stad Leiden omsingelde. Hij hoopte op deze manier de stad uit te hongeren en de stad tot overgave te dwingen. Tijdens de belegering van de stad leed de bevolking van Leiden inderdaad enorme honger en het leek erop dat de Spaanse aanvallers hun zin zouden krijgen, ware het niet dat hulp van de (water)Geuzen onderweg was.

Om de Spaanse belegering en omsingeling ongedaan te maken besloten de Geuzen in september 1574 de dijken bij Rotterdam en bij Capelle aan de IJssel door te steken. Het omliggende polderland zou op deze manier onder water komen te staan en men hoopte dat de Spaanse troepen dan vanzelf zouden afdruipen. Het slagen van dit plan was echter afhankelijk van een gunstige wind, die het water naar Leiden zou opstuwen.

Gelukkig lukte het bovengenoemde project met het wassende water, want op 18 september 1574 verslechterde het weer en begon het water eindelijk enorm te stijgen. Het water kwam zo hoog dat de Spaanse troepen moesten vluchten hiervoor.

Volgens de overlevering was het de kleine Leidse weesjongen Cornelis Joppenszoon die een dag later op onderzoek uit ging in het verlaten Spaanse legerkamp en daar een ketel met Spaans eten vond, wat wij tegenwoordig kennen als hutspot. Uitgehongerd begon hij hier van te eten en rende vervolgens terug de stad in om de Leidse burgers te berichtten dat de Spanjaarden weg waren en de stad dus na maandenlange belegering bevrijd was.

De uitgeteerde Leidenaren aten het restant hutspot op en de bevrijders (de Geuzen) namen ook eten in de vorm van haring en wittebrood mee.

Jaarlijks wordt dit ontzet op 3 oktober nog steeds gevierd en er wordt dan haring, vers witbrood en hutspot gegeten. Maar volgens mij weten veel Leidenaren niet dat ze eigenlijk een typisch Spaans gerecht eten dat eigenlijk een soort referentie naar de Spaanse bezetter is.


Marcel Verhoeven

Mysteriekenner


Het Mysterie van Kronos en de Tijd

Vadertje Tijd van Peter Paul Rubens
Vadertje Tijd van Peter Paul Rubens

Deze week liep ik in het Museo de Bellas Artes van de stad Valencia en bekeek daar met veel genoegen de tentoonstelling waarbij Melancholie centraal stond. Bij melancholie, dat ook wel weemoed wordt genoemd, speelt onder andere het mijmeren over het verleden en het verstrijken van de tijd een belangrijke rol.

Niet zo verwonderlijk dat er verschillende schilderijen hangen waarop de symbolische figuur van‘Vadertje Tijd’ te zien is. Eén van de uitgangspunten van de expositie over Melancholie was in dit kader een werk van Peter Paul Rubens uit het Prado-museum in Madrid, waarbij het lijkt hoe ogenschijnlijk Vadertje Tijd bezig is om een klein kindje op te eten. Je vraagt je af van wat voor mysterie hier sprake is?
Hoewel deze Vadertje Tijd op dit schilderij van Rubens de typerende herkedbare kenmerken heeft, zoals de grijze lange baard en de zeis, blijkt het bij nader inzien toch geheel iemand anders te zijn. Rubens had hier namelijk Kronos (of Cronus) uitgebeeld, één van de Griekse goden. Kronos was volgens die mythologie de zoon van de hemel- en oergod Ouranos (Uranus) en de godin Gaia. Kronos had zijn vader met een zeis ontmand (!!). Jawel, de godenzoon snijdt het geslachtsdeel van zijn vader eraf, dat klinkt toch wel heel macaber.
De God Kronos (bij de Romeinen bekend als Saturnus) huwde later met de Godin Rhea, zijn zuster. Een heilig orakel had Kronos verteld dat hem ooit hetzelfde lot te wachten stond als dat hij zijn eigen vader had aangedaan. Kronos wilde dit moment niet afwachten en verslond hierop elk kind dat Rhea baarde. De kinderen die Rhea vervolgens kreeg waren Hades, Posseidon, Demeter, Hestia en Hera, die allemaal door Kronos één voor één werden opgepeuzeld. Toen zoon Zeus werd geboren, had Rhea er genoeg van dat haar kinderen steeds werden opgegeten en zij verzon een list. Zij baarde Zeus in het geheim in een grot op Kreta. Om Kronos om de tuin te leiden, bood Rhea hem een steen in doeken gewikkeld aan, die Kronos prompt daarop verslond.
Als godenzoon Zeus later volwassen is, bevrijdt hij zijn broers en zussen uit de buik van zijn vader en er ontstaat de beroemde strijd tussen de goden, ofwel de strijd tussen deze kinderen en hun vader met zijn aanhangers.
Nu is niet alleen het genoemde schilderij van Peter Paul Rubens verklaard, maar ook het schilderij van Francisco de Goya uit het Prado, want ook hier zien we een Kronos die één van zijn kinderen aan het verslinden is.
Toch heeft dit mysterieverhaal nog een staartje: in de loop van de geschiedenis is men Kronos en Vadertje Tijd, die ook wel Chronos (denk maar aan afgeleide woorden als chronologie) wordt genoemd met elkaar gaan verwarren. De namen verschillen dan ook maar een enkele letter en door de uiterlijke kenmerken roepen beide mannen dezelfde associaties op. En symbolisch ‘eet' Vadertje Tijd ook de jeugd op.
Kortom, het mysterie van de kinderverslindende Vader Tijd is eigenlijk gebaseerd op verwarring van twee mythische personen, maar dat maakt het mysterieverhaal alleen maar interessanter.

 

Marcel Verhoeven

Mysteriekenner

Het Mysterie van Sint Maarten 

Schilderij van Sint Maarten die zijn mantel in tweeën snijdt, geschilderd door Anthony van Dijck.
Schilderij van Sint Maarten die zijn mantel in tweeën snijdt, geschilderd door Anthony van Dijck.

Vandaag, 11 november, is het zo’n dag waar waarschijnlijk vele kinderen in Nederland zich op verheugen. Ze mogen vanavond, met lampion in de hand, snoep ophalen en al zingend gaan ze straks langs de deuren “Sinte, sinte Maarten, de koeien hebben staarten....”.
Wist u trouwens dat Sint Maarten de beschermheilige van de stad Utrecht is en dat de Dom aldaar oorspronkelijk de Sint Maartenskathedraal heet? Afgelopen maand gaf ik een cursus over ‘Verborgen Symboliek’ en sprak ik over de talrijke heiligen en over hun soms mysterieuze oorsprong. Ik vertelde tijdens deze cursus over het mysterie dat sommige (katholieke) heiligen waarschijnlijk een heidense herkomst hebben. En ook kwam ter sprake dat heiligen in de kunst vaak te herkennen zijn aan hun symbolen en attributen. Dit geldt ook voor Sint Maarten, zijn herkenningtekens zijn overigens niet de gekleurde lampionnen.
Sint Maarten, oftewel Martinus, werd geboren in het jaar 316 in Savaria, het huidige Szombathely in Hongarije. Hij werd soldaat in het Romeinse leger en trok op naar Galië. Op een zeer koude dag in de winter zag Maarten een arme man zonder jas in de sneeuw zitten. Hij sneed met zijn zwaard zijn eigen mantel doormidden en gaf de arme man een helft hiervan tegen de kou. Regelmatig wordt deze daad uitgebeeld, bijvoorbeeld op het schilderij van de 17de eeuwse Vlaamse meester Anthony van Dijck.
Een echt mysterie voor mij blijft waarom Sint Maarten slechts de helft van zijn mantel gaf en niet gewoon zijn hele jas weggaf. Nu was het immers een kapot kledingstuk dat een groot deel van zijn waarde had verloren.
Na nog een aantal andere nobele daden werd Martinus trouwens door de bevolking van Tours gekozen tot bisschop. Hij overleed op 11 november 397 en op de feestdag van deze heilige is het gebruikelijk om kinderen iets te geven. Sint Maarten wordt in dat kader vaak in één adem genoemd met die ander heilige kindervriend; Sint Nicolaas, die inmiddels, geloof ik, wel al weer (bijna) in Nederland gearriveerd is, maar zijn daadwerkelijk feestdag is pas volgende maand, namelijk op 6 december.

Beeld van Sint Nicolaas (1875) uit de collectie van museum ‘Ons’ Lieve Heer op Solder’ in Amsterdam
Beeld van Sint Nicolaas (1875) uit de collectie van museum ‘Ons’ Lieve Heer op Solder’ in Amsterdam

Tegenwoordig is er de vrees dat de traditionele Hollandse feesten verdwijnen, maar sint Maarten bewijst het tegendeel. In mijn jeugd werd dit feest niet in Amsterdam gevierd, het was toen echt een feest van dorpen en steden boven het IJ.
Op een gegeven moment verschenen er in de jaren ’80 van de 20ste eeuw kinderen in de straten van Amsterdam-West. Er doken her en der ook in de rest van Amsterdam kinderen met lampionnetjes op, die al zingend van deur tot deur gingen in mijn geliefde stad, waar het feest al eeuwen verdwenen was. Nog grappiger is het feit dat het feest op dit moment niet populair is bij katholieken of protestanten kinderen, maar meer bij ongelovigen en met name moslimkinderen. Al zingend vragen ze om snoep en dat is in mijn ogen heel verbazingwekkend, want sint Maarten is oorspronkelijk een bedelfeest en is in deze enorme rijke samenleving onder alle bevolkingsgroepen opeens populairder dan ooit.

Als een eerbetoon aan Sint Maarten besloot ik op deze ochtend van 11 november naar de Iglesia de San Martín, oftewel de kerk van Sint Maarten, hier in Valencia te gaan. Na een korte wandeling in de zon door de oude binnenstad van deze historische Spaanse stad herkende ik de kerk die gewijd is aan deze heilige direct, want aan de buitenkant op de voorgevel boven de entree staat een sculptuur van de beroemde ridder die bezig is zijn mantel doormidden te snijden terwijl de arme bedelaar met zijn armen omhoog reikt.

Terwijl ik naar binnen liep en het weelderige barokke interieur bewonderde, dacht ik aan de vele tienduizenden kinderen in Nederland die al zingend vanavond het vele snoep verorberen.

Allen een fijne Sint Maarten gewenst!


Marcel Verhoeven

Mysteriekenner


Het Mysterie van de auto in de toekomst

Niemand kon zich 25 jaar geleden voorstellen hoe de toekomstige multi-functionele mobiele telefoon zich zou ontwikkelen.
Niemand kon zich 25 jaar geleden voorstellen hoe de toekomstige multi-functionele mobiele telefoon zich zou ontwikkelen.

Eén van de mooiste mysteries vind ik het mysterie van de toekomst! Vele mensen vragen zich af hoe de wereld er over 10, 20 of 50 jaar uit zal zien. Natuurlijk behoor ik ook tot die categorie en zou ik wel willen weten hoe mijn leven en de maatschappij er over een aantal jaren uit zullen zien. Ik probeer hiervan een beeld te vormen alhoewel dit eigenlijk slecht mogelijk is aangezien ik een onbetrouwbaar referentiekader heb, want ik herken immers alleen wat ik ken. Daarbij beschik ik helaas ook niet over een waarzeggend en voorspellend vermogen dus het blijft net als bij zoveel mensen gissen wat de toekomst mij brengen zal.

Hoe kan ik bijvoorbeeld te weten komen hoe de stand van de techniek in de toekomst is als ik alleen maar weet hoe alle apparaten nu werken? Wat je je probeert voor te stellen is hoe bepaalde apparatuur 20 jaar geleden werkte en hoe dat nu is, vervolgens trek je dan zo’n ontwikkeling zo goed en zo kwaad als je kunt in je gedachten door. Zo werd de telefoon van een zwaar draaitoestel waar je slechts alleen maar mee kon bellen uiteindelijk een lichtgewicht apparaatje met tientallen functies. Van hoe de hypermoderne telefoon er over 20 jaar uit ziet is toch eigenlijk nog geen voorstelling te maken. De verdere ontwikkeling van de telefoon blijft dus een mysterie.
Hetzelfde geldt ook voor de auto. Enige tijd geleden was ik in het prachtige automuseum Louwman in Den Haag en ik keek mijn ogen uit naar de verschillende type auto’s die de afgelopen 100 jaar zijn gemaakt. Op de expositie van de imposante collectie zie je hoe de auto zich ontwikkelde tot het moderne vervoermiddel van vandaag de dag. Maar hoe ziet de auto van de nabije toekomst eruit?

Bij de naam ‘auto’ kom je eigenlijk voor een toekomstvisie al direct uit bij gelijkklinkende woord automatisch. Hoe zou het zijn als je niet meer zelf hoeft te sturen? Ik bedoel dan niet dat je een privéchauffeur in dienst hebt, maar dat bepaalde software in de auto in staat is om de wagen geheel zonder menselijk ingrijpen een route te laten rijden. Wat zou dat letterlijk en figuurlijk een vooruitgang zijn! Ik stap in mijn eigen vertrouwde omgeving van mijn auto en terwijl ik een boek lees of film kijk brengt de wagen mij naar mijn plaats van bestemming. Zelfs een tukje doen terwijl de auto rijdt is geen enkel probleem meer.

Er zouden nog veel meer voordelen aan deze volautomatisch zelfrijdende auto kunnen zitten. Zo zullen er waarschijnlijk veel minder ongelukken gebeuren, want die worden nu vaak veroorzaakt door onoplettendheid van de bestuurder waar het toekomstig automatisch besturingssysteem geen last van heeft. Zelfs als je een glaasje teveel op hebt maakt dan niet meer uit, je auto zorgt dat jij veilig naar huis wordt gebracht en de andere weggebruikers ook geen last van je alcoholgebruik hebben. Ook de filevorming zal gigantisch afnemen, want ook die wordt anders benaderd door een computergestuurde auto; onnodig remmen is verleden tijd, asociaal rijgedrag is bij deze auto onbekend. Kortom; deze moderne auto zorgt voor betere doorstroming van het verkeer.

Dit klinkt in eerst instantie allemaal als verre toekomstmuziek maar dat is het niet als het aan de firma Google ligt. Zij rijden met een speciale autoafdeling al proef met autonoom rijdende (test)auto’s in de Amerikaanse staten Nevada, Florida en Califonië. Dit fenomeen wordt in een aardig promotiefilmpje van Google aan de wereld getoond, waarbij een blinde man achter het stuur van deze bijzondere auto van de toekomst rijdt. Het duur volgens productmanager Anthony Levandowski van de Googles autoafdeling niet meer dan vijf jaar voordat we massaal in deze zichzelf besturende auto’s rijden.

Dat zou toch een fantastisch zijn! Ik hoop dat dit fenomeen niet lang meer een mysterie van de toekomst blijft.

Het Mysterie van hiëroglyfen van moderne vervoermiddelen

Op de hiëroglyfen van de Farao Seti I tempel in Abydos ontdek je zaken die grote overeenkomst vertonen met een hedendaagse onderzeeër, een tank, een helikopter en zelfs een vrachthelikopter.
Op de hiëroglyfen van de Farao Seti I tempel in Abydos ontdek je zaken die grote overeenkomst vertonen met een hedendaagse onderzeeër, een tank, een helikopter en zelfs een vrachthelikopter.

Laatst schreef ik al eens over de bijzondere vogel van Saqqara (gevonden in de gelijknamige Egyptische plaats) en de opvallende gelijkenis met het moderne vliegtuig. In datzelfde Egypte kom je nog veel meer mysterieuze ontdekkingen tegen, zoals een aantal merkwaardige hiëroglyfen op een oude tempel. Zonder veel moeite kan men daarop herkenbare dingen ontdekken die grote overeenkomst vertonen met een hedendaagse onderzeeër, een tank, een helikopter en zelfs een vrachthelikopter. De plek waar deze opmerkelijke hiëroglyfen zijn gevonden is op een balk van het dak van de Farao Seti I tempel in Abydos.

Met name het eeuwenoude pictogram van de vrachthelikopter is wel verbluffend gelijkend met een moderne ‘sky crane’, die grote voorwerpen zoals containers of zwaar militair materieel kan optillen.

De opmerkelijke hiëroglyfen zijn enige jaren geleden ontdekt door een zekere Dr. Ruth Hover, die deze balk kon fotograferen omdat een overlappend paneel ervoor in stukken was gebroken en dit oudere deel van de tempel te voorschijn was gekomen.

Wetenschappers, waaronder egyptologen en archeologen, kunnen deze afbeeldingen niet verklaren. Toen de foto's van de afbeeldingen voor het eerst in de openbaarheid kwamen werd er verondersteld dat ze digitaal bewerkt waren om zodoende een sensationele grap uit te halen. En inderdaad, het is bekend dat sommige foto's geretoucheerd waren om de uiterlijke details van de vliegende voorwerpen naar voren te brengen. Maar zelfs de niet-aangepaste foto's leken de erg modern uitziende figuren niet te verhullen. Of zou het kunnen zijn dat misschien het oog ons bedriegt? Maar dan blijf het een opmerkelijk mysterie.

Eén van de officiële standpunten van de archeologen is dat de afbeeldingen niets meer of minder zijn dan elkaar overlappende hiërogliefen.

Een andere uitleg die men kan eraan kan geven is dat de hiëroglyfen later zijn aangebracht, maar dat moet wel heel recent gebeurd zijn, want dit soort vervoermiddelen zijn slechts de laatste tientallen jaren in onze moderne beschaving in gebruik. Ook zou zo’n misleidende ‘restauratie’ moeten zijn opgevallen terwijl men hier mee bezig was want de plek waar deze opzienbarende afbeeldingen zich bevinden is op 3 meter hoogte.

Als we de echtheid van deze hiëroglyfen niet in twijfel trekken, wat in mijn ogen nog steeds kan, is hier sprake van een zogenaamde OOPArt. Deze term staat voor de Engelse afkorting ‘out-of-place artifact’ (= niet-op-zijn-plaats-zijnde voorwerp). Een OOPArt is een samengesteld woord voor historische, archeologische of paleontologische voorwerpen die gevonden zijn in voor die voorwerpen ongebruikelijke aardlagen of tussen andere voorwerpen die thuishoren in een bepaald tijdperk, maar waar het betreffende voorwerp niet hoort. Er zijn meer voorbeeld hiervan en soms kan er na onderzoek een nuchtere verklaring worden gevonden voor hun bestaan of zijn sommige OOPArts als bedrog zijnde door de mand gevallen.
Een nuchtere verklaring voor de beschreven eeuwenoude hiëroglyfen met moderne vervoermiddelen is dus (nog) niet gegeven en men heeft ook nog niet kunnen bewijzen dat er sprake van bedrog is. Zou het dan echt zo zijn dat men ten tijde van de bouw van deze tempel al kennis had van helikopters?

 

Marcel Verhoeven

Mysteriekenner 

Het Mysterie van de Fontein van de Eeuwige Jeugd

In een vijver met een spuitende fontein springen oude dames aan een zijde in het waterbassin en aan de andere zijde komen ze er weer als jonge meiden uit.
In een vijver met een spuitende fontein springen oude dames aan een zijde in het waterbassin en aan de andere zijde komen ze er weer als jonge meiden uit.

Met fascinatie heb ik regelmatig tijdens mijn bezoeken aan de Gemäldegalerie in Berlijn naar het schilderij ‘De Fontein der Jeugd’ (1546) van de kunstenaar Lucas Cranach de Oude gekeken. In een vijver met een spuitende fontein springen oude dames aan een zijde in het waterbassin en aan de andere zijde komen ze er weer als jonge meiden uit. Geweldig! Waar is deze wonderbaarlijke waterbron?
Er wordt al eeuwen lang over de Waterbron der Jeugd gesproken, maar hij is nog nooit gevonden. Deze Fontein der Eeuwige Jeugd, die in het Duits ook wel Jungbrunnen wordt genoemd, is een legendarische vijver. Volgens de overlevering zou het zo zijn dat als je er in rond zwemt of als je van het water drinkt dat je dan weer jong wordt. Het is eigenlijk ook een plek die twee mysteries combineert; allereerst het mysterie van waar deze bijzondere bron is en het andere mysterie gaat over het raadselachtige fenomeen van veroudering en verval.

De Griekse historicus Herodotus (485-420 v.Chr) was één van de eerste die sprak over de Fontein der Jeugd. De geneeskrachtige bron die voor verjonging zorgde, zou zich volgens Herodus ergens in Ethiopië moeten bevinden. Iets later blijkt ook de Griekse veldheer Alexander de Grote (356-323 v.Chr) er naar op zoek te zijn, maar hij doet dit in het verre oosten. Alexander de Grote spreekt over een vitaliserende bron waar zijn soldaten van hun wonden kunnen genezen. Of Alexander hem ooit gevonden heeft blijft een raadsel.

Eén van de mooiste mysterieverhalen over de Fontein der Jeugd is afkomstig uit de tijd van de ontdekking van Amerika en de eerste Spaanse kolonisatoren. De Spanjaarden hoorden van de Indianen dat ergens op de zogenaamde Bimini eilanden in het Caribische gebied een bijzondere bron met levenselixer zou zijn. Men zegt dat de Spaanse ontdekkingreiziger Juan Ponce de León (1460-1521) besloot, nadat hij een tijdje gouverneur van Puerto Rico was geweest, om op zoek te gaan naar deze zogenaamde De Fontein der Eeuwige Jeugd. Het is echter nooit in bronnenmateriaal bewezen dat Juan de León dit daadwerkelijk van plan was. Een feit is wel dat hij zo rond 1510 in het nog onbekende gebied, dat tegenwoordig bekend staat als de Amerikaanse staat Florida, terecht kwam. Hij was hierdoor waarschijnlijk de eerste Europeaan die voet aan land zette van de huidige Verenigde Staten. Juan Ponce de León zou wel van de legende van de fontein gehoord en er in geloofd hebben, maar tijdens zijn expeditie van een maand in Florida niets hebben gevonden. Als eerbetoon aan Juan Ponce de León heeft men in de stad St Augustine in Florida een fontein met de naam Fountain of Youth in hetNational Archaeological park gebouwd. Natuurlijk is dit niet de echte fontein, maar veel toeristen denken dit wel en drinken er dagelijks gulzig uit. Opvallend is toevallig wel dat er in Florida heel veel senioren wonen die van een vitale oude dag genieten, maar ook zal voor hen het terugkrijgen van de jeugd door een wonderbaarlijke bron waarschijnlijk altijd een mysterie blijven.

 

Marcel Verhoeven

Mysteriekenner

Het Mysterie van de Vogel van Saqqara

In 1898 werd in Saqqara een houten model van een vliegtuig uit de Egyptische oudheid gevonden
In 1898 werd in Saqqara een houten model van een vliegtuig uit de Egyptische oudheid gevonden

Deze week heb ik behoorlijk wat kilometers per vliegtuig afgelegd, tijdens mijn reizen tussen Málaga en Amsterdam. Terwijl ik in het vliegtuig zat vroeg ik mij af of het fenomeen ‘vliegtuig’ echt pas circa 100 jaar bestaat. Er zijn immers in de geschiedenis vondsten gedaan waardoor je vragen bij dit feit kunt stellen. In 1898 werd namelijk al eens een houten model van een vliegtuig uit de Egyptische oudheid gevonden. Althans, toen men dit kleine object eind 19de eeuw in de Pa-di-Imen-tombe te Saqqara vond dacht men dat het een soort sculptuur van een vogel was. De associatie met een vliegtuig kon nog niet gelegd worden aangezien het vliegtuig nog niet was uitgevonden. Het voorwerp werd bekend als de ‘vogel van Saqqara’. Nadat het artefact vele jaren in het depot van het Egyptisch museum had gelegen werd het gevonden door Dr. Khalil Messiha en hij zag gelijk in het 15 centimeter grote houten voorwerp de kenmerken van een modern vliegtuig. De gebogen vleugels voldeden aan de hoog ontwikkelde aerodynamica die men tegenwoordig toepast bij de moderne luchtvaart. Het opmerkelijke voorwerp bezat ook een roer en een staart die we terug zien in de luchtvaarttechniek. Zijn conclusie was dat de zogenaamde ‘vogel van Saqqara’ dus wel heel veel weg had van een schaalmodel van een vliegtuig. De vraag die daarna aan de orde kwam was of de oude Egyptenaren ook daadwerkelijk levengrote vliegmachines volgens dit principe bezaten. Zulk soort objecten op ware grote zijn helaas nooit gevonden en daarom blijft bij de officiële wetenschappers de enige verklaring voor dit mysterieuze object dat het een stuk kinderspeelgoed was.
Er zijn echter enthousiastelingen die er in geloven dat dit een kleine replica van een veel groter vliegtuig uit de oudheid is. Ze hebben eerst gekeken hoe een kopie van de ‘vogel van Saqqara’ zich gedroeg in een windtunnel waar ze normaal ook vliegtuigen in testen. Vervolgens is een iets groter proefmodel gemaakt en ze hebben dit ontwerp met enige aanpassingen zelfs kunnen laten vliegen.
Critici die totaal niet geloven dat er sprake is van een schaalmodel van een vliegtuig, blijven volhouden dat het een Egyptisch stukje speelgoed of een windvaan is. Vooral het feit dat men bij het bovengenoemde experiment enkele wijzigingen aan de staartvleugel moest doen, noemen zij valsspelen en zij bestempelen elke gedachte aan een alternatieve theorie direct als een waanzinnig sprookje.
Een feit blijft wel dat de Egyptische maker moeite heeft gedaan om na te denken over de vorm van de vleugels en niet even een iets in elkaar heeft geflanst. Wat ook nog zou kunnen is dat de creatieveling uit de oudheid een vliegend object dat niet uit zijn Egyptische cultuur kwam heeft geobserveerd en heeft nagemaakt. Hierdoor voldoen sommige dingen wel aan de vliegeisen en sommige zaken helaas niet.
De ‘vogel van Saqqara’ blijft tot de dag van vandaag een mysterie.

Marcel Verhoeven
Mysteriekenner

Mysterieus Stasinest wordt vissenkom

Mijn mysterieverhaal van deze week staat in het teken van Berlijn. Het is vandaag namelijk 7 oktober en dat is niet alleen de dag van mijn verjaardag, maar tevens de datum dat in 1949 de Deutsche Demokratische Republik (DDR) in Berlijn werd opgericht.

Mijn eerste herinnering aan Berlijn stamt uit de jaren ’80, toen ik er toevallig op 7 oktober was en de hele stad vol met Duitse vlaggen hing, ter viering van de verjaardag van de oprichting van de DDR. Na de Val van de Muur kwam er natuurlijk een einde aan die viering. Een van de dingen waar nog regelmatig aan terug wordt gedacht is de geheime inlichtingendienst, de Stasi, die in dat tijdperk zo berucht was. Over die stasi en de DDR periode heb ik een tijd geleden een heel leuk filmpje gemaakt dat je hier kunt bekijken. 

Het Mysterie van de Vrije Wil

Arthur Schopenhauer
Arthur Schopenhauer

Een groot mysterie waar ik erg geïnteresseerd in ben is het mysterie van de vrije wil. Het lijkt soms in het leven erop dat we volledig vrij zijn in het kiezen over de dingen die we willen, maar toch doen we dingen volledig anders. Het lijkt soms zelfs alsof we er niet over nagedacht hebben als we op bepaalde gebeurtenissen terugkijken. Wat soms ook frappant is dat sommige mensen soms hele goede beslissingen kunnen nemen en anderen juist weer niet, terwijl ze over dezelfde vrije wil beschikken.

De Amerikaanse bestseller-auteur Malcolm Gladwell beschrijft dit proces erg beeldend en aanstekelijk in zijn boek Blink - The Power of Thinking without Thinking. Gladwell put uit inzichten uit de psychologie en neurologie om aan te tonen hoe de hersens van bepaalde mensen werken. Maar een echt een antwoord over hoe dat nou zit met het mysterie van de vrije wil krijg je van hem niet.

Een favoriete filosoof van mij genaamd Arthur Schopenhauer (1788-1860) heeft zich ook verdiept in het mysterie van de vrije wil. De Duitse denker Schopenhauer leefde aan het einde van de 18de eeuw in Danzig en groeide op in een koopmansfamilie die Hollandse wortels had. Een leuk detail is dat Schopenhauer in een brief uit 1857 schrijft dat zijn vader Heinrich Floris nog heel goed Hollands sprak: ‘maar ik echter nog in het geheel niet’.

Alvorens Schopenhaur het over het mysterie van de vrije wil heeft filosofeert hij over het lijden en verlangen van de mens. Schopenhauer is een typische 19de eeuwse Duitse filosoof en volgens hem is bijna alles in het leven voorbestemd. Ook is het leven volgens Schopenhauer een vorm van lijden waar maar geen einde aan komt.

Dit lijden wordt veroorzaakt door ons verlangen en omdat we nooit tevreden zijn blijven we steeds maar meer verlangen. Van deze drang kunnen we eigenlijk niet verlost worden, behalve echter volgens Schopenhauer door de muziekkunst! Muziek is volgens hem een afbeelding van het leven. Als je muziek luistert dan zou je geen last meer hebben van verlangens of van verdriet en dus van het lijden verlost worden. Dit is voor een kunst- en muziekliefhebber als ik een leuk uitgangspunt.

Het lijden en verlangen kunnen wij, volgens Schopenhauer, beïnvloeden door onze wil. Onze wil is echter dom en blind, maar ook volgens Schopenhauer onvrij. Een mens kan doen wat hij wil, maar niet willen wat hij wil. Met andere woorden je denkt dat je allerlei keuzes zelfstandig en vrijwillig kunt maken, echter de meeste dingen liggen gewoon vast. Dit klinkt ingewikkeld maar dit kan ik misschien het best illustreren met het gedicht ‘De Tuinman en de Dood’ van de Nederlandse dichter Van Eyck:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" -

Van middag (lang reeds was hij heengespoed) Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, "Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't, Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan, Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.

De tuinman dacht dat hij kon doen wat hij wilde, maar hij wilde niet wat hij wilde.

En zo wordt het lastige mysterie van de vrij wil een nieuw mysterie in de reeks mysteries die ik ten tonele voer en waar zeker nog niet het laatste woord over gesproken is.


Marcel Verhoeven

Mysteriekenner

Malcolm Gladwell
Malcolm Gladwell

Het Mysterie van de Ui

Heeft de ui een geneeskrachtige werking?
Heeft de ui een geneeskrachtige werking?

Sinds verleden week heb ik mijn wekelijkse culinaire verhaal ingeruild voor mijn mysterieverhalen waar ik er talrijke van heb. In mijn dagelijkse (reizende) leven kom ik met veel zaken in aanraking die vragen oproepen en soms ware mysteries zijn. Deze keer heb ik het over een mysterie dat niet zover van ons vandaan te vinden is, het is namelijk gewoon te verkrijgen op de groenteafdeling van de supermarkt: het mysterie van de ui.

Vorige week werd mijn jongste dochter Chloé verkouden, ik hoorde haar snotteren en proesten in haar bedje en had echt met haar van doen. De verkoudheid was erg vervelend voor haar en ook lastig voor de rest van onze familie, aangezien we binnen een paar dagen op reis naar Engeland zouden gaan.

Ik kwam op het idee om een oud familiegebruik toe te passen als er weer eens verkoudheid en/of griep heerste, namelijk een gepelde ui naast het bed van mijn dochtertje te plaatsen.

Vreemd genoeg genas ik vroeger razend snel van mijn verkoudheid dankzij deze ui en bleven de andere gezinsleden dan altijd van dit soort virussen bespaard. Je vraagt je dan af of dit door die eenvoudige ui kwam?

De ui wordt als groente al vele duizenden jaren gebruikt. Op Egyptische hiërogliefen komt de ui regelmatig voor, want men dacht in de oudheid al dat de ui geneeskrachtige krachten bezat. Dat klinkt mysterieus, het is echter de moeite van het onderzoek waard.

Het beroemdste bewijs dat de ui over een ongelofelijk medicinaal vermogen beschikt komt ten tijden van de epidemie van de Spaanse griep in 1919. Wereldwijd stierven er waarschijnlijk zo’n 100 miljoen mensen aan deze grieppandemie. In Nederland overleed één op de 250 mensen aan deze Spaanse griep en in de Verenigde Staten, waar de oorsprong van het virus lag, ongeveer 40 miljoen mensen.
Veel boerenfamilies in Amerika kregen de griep waarbij dan ook hele families tegelijk stierven. Een Amerikaanse arts die veel boeren bezocht om de ziekte te bestrijden ontdekte één familie waarvan heel opvallend iedereen heel gezond was en niemand door de griep geveld bleek. Toen de dokter onderzocht wat er hier aan de hand was, ontdekte hij dat de moeder van het gezin in het hele huis schoteltjes met gepelde ui had neergezet.

De dokter kon eigenlijk niet geloven dat een simpele ui er de oorzaak van was dat men niet de doodsbedreigende griep kon krijgen. Hij wilde natuurlijk zo’n gebruikte ui van deze gezonde familie onderzoeken en toen hij onder de microscoop de ui bekeek, bleek dat deze vol zat met het Spaanse griepvirus. De ui had blijkbaar als het ware het virus geabsorbeerd. Gebruik dus de ui, die je naast je ‘s nacht naast je bed hebt gezet, dan ook niet daarna als voedingsmiddel, want dan krijg je alsnog de ziektekiemen binnen en word je ziek.
Het is ook bekend dat het eten van uien allerlei positieve effecten op de gezondheid heeft. Maar het is toch echt zeer opmerkelijk dat het slechts plaatsen van uien in een ruimte al voldoende is om griep of verkoudheidsvirussen te voorkomen.

Het bovengenoemde effect van het absorberen van een griepvirus door de ui is eigenlijk nooit verder uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. Stel dat dit effect echt waar is dan scheelt dit zogenaamde huis-tuin-en-keukenmiddeltje tijdens een actuele griepperiode vele ziektegevallen en zelfs onnodige doden. Kantoren en bedrijven hoeven alleen maar schoteltjes met rauwe uien te plaatsen en het ziekteverzuim in een griepperiode zou met tientallen procenten dalen en dit komt weer ten gunste van de bedrijfsopbrengst. Wat een bijzonder mysterie van de ui!

Mocht je dit mysterie van de ui niet geloven en toch op een alternatieve manier van jouw griep af willen dan is er nog het verhaal van de Spaanse koning Alfons XII die ook ziek werd van de Spaanse griep. Hij dronk op een gegeven moment een hele fles Bacardi-rum leeg. Volgens de overlevering was de volgende dag zijn koorts weg. Sindsdien staat trouwens op elke fles Bacardi het Spaanse koninklijk wapenschild afgebeeld.


Marcel Verhoeven

De Mysteriekenner

De tijd gaat sneller als je ouder wordt

Als je veel op reis bent zoals ik, dan vliegen de weken letterlijk en figuurlijk om. Ik heb dan ook het gevoel, wat trouwens veel andere mensen ook hebben, dat de tijd soms steeds sneller gaat. Maar het is feitelijk natuurlijk niet zo dat de tijd steeds sneller gaat, dat is slechts een gevoel. De wetenschapper Douwe Draaisma legt dit fenomeen zeer beeldend uit in zijn boek met de treffende titel ‘Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’Draaisma zegt dat dit mysterieuze gevoel met ons geheugen te maken heeft. In de psychologie heeft men het zelfs over de het 'autobiografische geheugen' waarin je als je ouder bent al heel veel hebt opgeslagen terwijl je als kind van vier nog bijna een ‘leeg’ geheugen hebt.

Volgens Draaisma heeft ons geheugen een eigen wil. We zeggen bij onszelf: dit moet ik onthouden, dit moment wil ik vasthouden, die blik, dit gevoel, deze streling - en binnen een paar maanden of zelfs na een paar dagen merken we dat de herinnering al niet meer is op te roepen in de kleur, de geur, de smaak waar we op hoopten. 'De herinnering', schrijft Cees Nooteboom in Rituelen, 'is als een hond die gaat liggen waar hij wil.'
Ook van de opdracht iets niet te bewaren trekt het geheugen aldus Draaisma zich niets aan: had ik dit maar nooit gezien, beleefd, te horen gekregen, was ik het maar vergeten… Het helpt niet, het blijft opgeslagen en komt 's nachts, als we wakker liggen, geheel spontaan en ongeroepen bij ons terug. Ook dan is het geheugen een hond, het komt kwispelstaartend apporteren wat we juist hadden weggegooid om het kwijt te raken.
Zeer interessant is het hoofdstuk over het Berlijnse echtpaar Anna en Richard Wagner. Vanaf het eerste jaar van hun huwelijk, in 1900, hebben zij zichzelf op kerstavond gefotografeerd en die foto bij wijze van kerstkaart aan vrienden gestuurd. Het huwelijk duurde 45 jaar en in de reeks ontbreekt slechts een paar jaar. Fascinerend hoe je langzaam de mensen ouder ziet worden en de tijd zijn loop neemt. De oude foto’s die je mee door een periode van de geschiedenis nemen zetten je echt aan het denken.
Mocht je ook geïnteresseerd zijn in het fenomeen tijd in combinatie met ons geheugen, dan raadt ik je aan om het boek van Draaisma zeker te lezen. De vele facetten van het tijdsbegrip komen aan bod en je raakt dan steeds meer van het feit doordrongen dat tijd en ook het menselijk geheugen echt een mysterie zijn.

 

Marcel Verhoeven

Mysteriekenner

Anna en Richard Wagner hebben vanaf het eerste jaar van hun huwelijk, in 1900, zichzelf op kerstavond gefotografeerd en die foto bij wijze van kerstkaart aan vrienden gestuurd.