Reisverhalen van de HospitalityScanner


Kijk eens tussen de lakens!

Til het hoeslaken in een hotel eens op en kijk wat je eronder aantreft.
Til het hoeslaken in een hotel eens op en kijk wat je eronder aantreft.

Ben je tijdens je verblijf in een hotel ’s nachts ook wel eens helemaal oververhit wakker geworden? Je controleert nog eens de verwarming, maar die staat uit. Het raam heb je zelfs open gezet en het is koel genoeg in de kamer. Het is dan vreemd dat je het toch zo warm hebt. Als dit scenario je bekend voor komt dan heb ik een goede tip voor je; til het hoeslaken van het matras eens op en neem daaronder een kijkje hoe het matras vervolgens verder is opgemaakt.

Ik schreef al eens over een item dat met het bed te maken heeft, namelijk over het hoofdkussen. Een goed kussen is noodzakelijk om de slaap goed te kunnen vatten en een goede nachtrust is in een hotel van importantie en één van de belangrijke zaken waar je als hotelgast naar op zoek bent. Of je nu om zakelijke redenen de stad moet bezoeken of dat je de locatie als toerist gaat bekijken, je wilt ’s ochtends uitgerust opstaan.

Een fijn kussen, een comfortabel matras en lekker beddengoed spelen hierbij een belangrijk rol. Op het bedlinnen kom ik een andere keer in mijn verhalen nog wel eens terug, want dit keer wil ik wat langer stil staan bij het matras. 

Het eerdergenoemde voorval, dat ik overmand werd door warmte in een hotelbed, vindt namelijk zeer regelmatig plaats. Het is zogezegd veel te warm in bed en het ligt niet aan de temperatuur van de kamer. De boosdoener is namelijk een plastic hoes die door kamermeisjes van het hotel als extra bescherming over het matras getrokken is.

De reden dat men die plastic hoes tussen het laken en matras legt is mij volkomen duidelijk. Het beschermt het matras tegen vuil en viezigheid van de talloze gasten die continue het hotelbed beslapen, maar comfortabel ligt het niet. Het laatste voorval dat ik in dit geval meemaakte was dat zelfs het hoofdkussen geheel verpakt was. Getver, dat sliep wel heel naar!

Het met ‘plastic ingepakte’ matras (en kussen) zou dus voor een stukje extra hygiëne moeten zorgen. Zo las ik laatst trouwens dat zo’n ingepakt matras nog allerlei andere voordelen heeft. De plastic onderhoes houdt niet alleen viezigheid van de individuele hotelgasten tegen, maar bijvoorbeeld bedwantsen kunnen zich op deze manier ook niet in het matras huisvesten. Deze insecten leven in beddengoed en zijn kleine gemene beestjes die je ’s nachts onopgemerkt kunnen bijten om zich te voeden aan het bloed van de hotelgast. Ik heb het zelf nog nooit meegemaakt gelukkig, maar je blijkt behoorlijk vervelende jeukplekken van die bedwantsen te kunnen krijgen. Eerst kwamen deze kleine bedbeestjes alleen voor in Australië en Zuidoost-Azië, maar tegenwoordig schijnen de kleine bedgenoten ook steeds vaker in Europa in de matrassen te zitten.

Om terug te komen op de plastic matrashoes, deze ben ik al in allerlei soorten en maten tegen gekomen. Van een klein los plastic lakentje dat onder het linnen hoeslaken ligt, tot een bescherming met dezelfde afmetingen als het matras en dat in de hoeken van het matras met een elastiek over de matraspunten is vastgemaakt. En ik zie soms zelfs hoezen die om het hele matras heen zitten dicht geritst en van het matras een volledig plastic geheel maken.

Het grote nadeel aan plastic om je matras is dus dat het niet ventileert en je het als slaper zo warm krijgt met transpiratie als gevolg. Het eerste wat ik dus als frequente hotelbezoeker doe voordat ik naar bed ga is naar het matras kijken. Als ik iets tegenkom dat op plastic lijkt dan verwijder ik het gelijk en berg ik het netjes op in de kast.


Het valt me overigens op dat de kamermeisjes (en –jongens) het matrasafdekplastic ook gewoon in de kast laten liggen als ik meerder nachten in die kamer verblijf. Zij maken ’s ochtend het bed ongestoord zonder plastic op terwijl ik zou verwachten dat ze dit irritante zeiltje er toch weer om zouden doen, maar gelukkig dus niet.

Het inpakken met plastic van het gehele matras gebeurde me trouwens eens in een heel fijn vijfsterren hotel in Aken. Ik kwam daar al jaren en de sfeer van het hotel beviel me erg goed. Tot dat ik ontdekte dat ik op plastic lag te slapen. Ik moest het hele bed op zijn kop zetten om de hoes te kunnen losritsen en te verwijderen, maar dat had ik er graag voor over. Toen het matras eenmaal uit de hoes tevoorschijn kwam schrok ik me echter een hoedje. Het hele matras had, doordat het altijd broeierig ingepakt was geweest, zwarte schimmelvlekken gekregen en zag er hierdoor ontzettend vies uit. 


De regel dat dit plastic het matras beschermt ging hier dus niet echt op. Ja, een geheel ingepakt matras kan niet ademen, gaat zelfs condenseren en dat leverde in dit geval dus die nare vochtschimmel op.

Er moeten toch heden ten dage andere oplossingen te vinden zijn om als hotel je matras te beschermen. Een voorbeeld daarvan is een dun dekmatrasje, dat bovenop het matras komt te liggen. Deze oplegger kan gewassen worden en als je dat regelmatig doet is er geen probleem lijkt mij.

Mocht je de volgende keer je intrek nemen in een hotel inspecteer dan voor het slapen gaan je matras eens. Mocht je dan plastic tegen komen en te warme nachten ook vervelend vinden haal het er dan vanaf. Je zult merken dat het een hoop in temperatuur en comfort scheelt.

 

Judith de Groot

Hospitalitykenner

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Als je verzekerd bent , dan loop je geen risico!

De laatste tijd heb ik met trouwe deelnemers van de reizen van KUNSTSTAD wel eens gesprekjes over het feit dat men zich niet durft in te schrijven voor één van onze reizen. Waarom niet? Zijn onze kunstreizen dan zo gevaarlijk? Nee, het komt omdat men soms onzeker is over hoe het zal gaan met de gezondheid wanneer de betreffende reis gaat plaats vinden. Als je een dagje ouder wordt word je natuurlijk steeds vaker met gezondheidsperikelen geconfronteerd en dan kan het zijn dat je twijfelt over hoe het over een paar maanden met je zal gaan. Ik probeer dan altijd diegene er van te overtuigen dat als je een goede reis en/of annuleringsverzekering hebt je financieel in ieder geval geen risico loopt, mocht je uiteindelijk niet aan de reis kunnen deelnemen. Het zou anders natuurlijk betekenen dat je nooit meer iets vooruit zou kunnen plannen en reserveren en het vooruitkijken en je verheugen op iets is toch het aller leukste wat er is?


Het hoeft natuurlijk niet altijd met de eigen gezondheid te maken hebben, maar er kan ook iets aan de hand zijn met het thuisfront. En andere gekke en ongewilde situaties kunnen op je pad komen waardoor je eerder tijdens een reis naar huis moet keren of waardoor je soms zelfs helemaal niet met ons kunt afreizen. Ook dan blijkt de reis- en annuleringsverzekering hier voor garant te staan.

Zo heb ik zelf ook al eens, gelukkig nog niet heel vaak, gebruik moeten maken van de service van mijn verzekeringsmaatschappij omdat een bovengenoemde situatie optrad. De laatste keer dat ik een beroep op mijn reisverzekering moest doen, is nog niet eens zo heel lang geleden. In mijn eentje was ik op de trein gestapt naar Kassel, om een aantal zaken voor te bereiden voor onze KUNSTSTAD reis naar deze stad in Hessen. Ik moest onder andere wat dingen regelen voor het kunstevenement ‘De Documenta’


Marcel en de mijn dochters bleven nog even wat langer in Amsterdam en twee dagen later zou ik vanaf Kassel doorreizen naar Málaga. Marcel zou met de kinderen dit zelfde doen vanaf Amsterdam en wij zouden elkaar in Zuid-Spanje weer treffen.
Echter, slechts enkele uren nadat ik met de trein naar Kassel vertrokken was, werd onze jongste dochter Chloé ziek. Het bleek een flinke buikgriep waar ze totaal ondersteboven van was. Marcel zag het op dat moment natuurlijk helemaal niet zitten om als vader alleen met twee dochter, waarvan één behoorlijk ziek, naar Andalusië af te reizen. Daarnaast wilde ik  toen ik dit vervelende bericht van hem kreeg ook zo snel mogelijk bij mijn zieke meisje zijn. Diezelfde avond ben ik dus gelijk al weer met de trein vanuit Kassel terug naar Amsterdam gegaan en mijn geboekte vliegticket van Duitsland naar Spanje van twee dagen later heb ik niet gebruikt. Het was heerlijk om weer in Amsterdam te komen en voor Chloé te kunnen zorgen en toen ze weer beter was reisden we uiteindelijk gezamenlijk af naar Málaga.

Toen ik deze situatie aan mijn verzekeringsmaatschappij voorlegde boden zij direct aan om mijn niet gebruikte vliegticket, alsmede het extra treinticket dat ik gekocht had om terug naar huis te gaan, volledig te vergoeden. En zo geschiede, enkele dagen later stond het volle bedrag op mijn rekening. Wat is het toch een verademing om zo’n verzekering te hebben.

 

Nog een ander voorbeeld van het voordeel van een reisverzekering. Ik kan me nog een voorval van enkele jaren geleden herinneren toen we ter voorbereiding van een KUNSTSTAD-reis in Lissabon verbleven. Zoals je wellicht weet is Marcel een liefhebber van hardlopen en waar hij kan trekt hij zijn hardloopschoenen aan om een rondje te rennen. Helaas kwam hij tijdens zijn hardlooproute door Lissabon ongelukkig ten val waardoor zijn knie behoorlijk open lag. De ‘jaap’ in zijn been was zo groot dat we er mee naar het ziekenhuis moesten.


"slechts enkele uren nadat ik met de trein naar Kassel vertrokken was, werd onze jongste dochter Chloé ziek. Diezelfde avond heb ik weer de trein terug naar Nederland genomen"     



Marcel kreeg uiteindelijk vele hechtingen in zijn knie en dat zorgde ervoor dat hij die daardoor tijdelijk niet meer kon buigen. Door deze hele situatie konden we de dag hierna, zoals eigenlijk gepland was, niet meer naar huis vliegen. In dit genoemde geval namen we natuurlijk gelijk contact op met onze reisverzekering en die waren direct uiterst begripvol. Nadat we uitgelegd hadden wat er aan de hand was gingen ze voor ons aan de slag en ze zouden contact met ons opnemen wanneer ze een geschikte terugvlucht voor ons hadden gevonden waarmee Marcel met gestrekt been en met krukken terug zou kunnen vliegen. In de tussentijd konden wij, betaald door de reisverzekering, langer in het hotel in Lissabon blijven.

Er bleek echter dat tot dagen daarna geen plek voor ons aan boord van een toestel richting Nederland te zijn. Daardoor hebben we al met al drie extra dagen in Lissabon doorgebracht, wat ondanks Marcel tijdelijke handicap, voor ons geen straf was. Heel erg mobiel waren we natuurlijk niet, maar Marcel kon toch aardig uit de voeten met de krukken die we geregeld hadden moet ik zeggen. Drie dagen later werden we opgehaald door een grote taxi bij ons hotel in Lissabon, die de verzekering voor ons geregeld had, en werden we naar de luchthaven gebracht. Een bijzondere draai  aan het hele verhaal was nog dat, omdat Marcel zijn knie niet kon buigen, men aan boord vier zitplaatsen voor ons tweeën had geregeld, waarbij de stoel die voor Marcel stond weg werd geklapt. Zo kon hij redelijk comfortabel met zijn gestrekte been plaats nemen. Eenmaal in Amsterdam aangekomen werden we zelfs van Schiphol met een aangepast taxibus afgehaald en naar huis gebracht. 


Achteraf bleek dat zowel de medische kosten, de terugvlucht, als de extra nachten die wij noodgedwongen in Lissabon moesten verblijven en het vervoer naar- en van de luchthaven allemaal werden vergoed. Het is natuurlijk erg vervelend als je ‘in den vreemden’ iets overkomt en hoe fijn is het dan dat je door een Nederlands contactpersoon van de verzekeringsmaatschappij begeleid wordt en je ook geen zorgen hoeft te maken om medische assistentie, reis en verblijf.

Uiteraard betalen we hier al jaren lang premie voor, maar ik merkte toch bij mezelf dat ik het in eerste instantie vervelend vond om beroep te moeten doen op de verzekering. Ik wilde ze niet lastig vallen en twijfelde of men wel bereid was om iets te vergoeden.

Deze schroom merk ik trouwens dus ook wel eens bij onze reisdeelnemers. Zij geven soms aan dat ze echt heel erg graag mee op reis willen naar een bepaalde bestemming, maar dat ze zogezegd dus nog niet durven te boeken. Er kan namelijk nog zoveel gebeuren in de tussentijd is hun argument. En wat als die kleine operatie die ze moeten ondergaan uiteindelijk in die periode plaats zal gaan vinden? Het gaat niet zo goed met een familielid, hoe moet het nou als die situatie verandert? Ook dan komt vaak die aarzeling weer om de hoek kijken. Kan en mag ik dan wel aanspraak maken op de reis- en annuleringsverzekering? Ja, dat mag. Anders zou je nooit meer plannen kunnen maken voor de (nabije) toekomst. Wij hebben dus zowel privé als met onze klanten hele goede ervaringen met de reisverzekeringsmaatschappijen en lopen nooit tegen problemen aan.

 


Ik had er laatst nog een uitgebreid gesprek over met een trouwe reiziger en zij had recentelijk uit voorzorg eens geïnformeerd of zij wel een reis kon boeken vanwege een onzekere medische situatie. ‘Ja hoor, geen probleem’ was het antwoord aan de andere kant van de lijn. En met een gerust hart belde ze mij op om zich aan te melden voor een fijne reis met ons waar ze zich op kon verheugen en naar uit kon kijken. Uiteindelijk heeft ze trouwens gelukkig niet hoeven annuleren en kon ze laatst genieten van een zorgeloze en gezellige trip.

 

 

Judith de Groot, HospitalityScanner
info@HospitalityScanner.com    

Even in gesprek...

Kleine groepjes deelnemers aan een bedrijfstraining voeren opdrachten uit en evalueren de kennis die zij opgedaan hebben.
Kleine groepjes deelnemers aan een bedrijfstraining voeren opdrachten uit en evalueren de kennis die zij opgedaan hebben.

Zojuist heb ik me lekker met een kopje koffie genesteld in een geriefelijke stoel in een hotellobby in Amsterdam om mijn wekelijkse Hospitality-verhaal te schrijven. Kort nadat ik me hier geïnstalleerd had, zag ik allemaal netgeklede heren en dames de ruimte binnenkomen. Zij vormden kleine groepjes van een man of vier à vijf en gingen her en der aan tafeltjes in de bar/restaurant zitten. Ze hadden allemaal een schrijfblok bij zich en begonnen vervolgens druk met elkaar te praten.
Ik heb zoiets al veel vaker meegemaakt en herkende dus ook wat deze mensen aan het doen zijn. Het moet onmiskenbaar een onderdeel van een zogenaamde bedrijfstraining zijn waarbij men in de loop van de dag, nadat men eerst allerlei toespraken heeft aan moeten horen in één van de hotelzalen, daarna een aantal opdrachten ter ontplooiing van de leerstof met elkaar moet uitvoeren en waarbij men zodoende gezamenlijk evalueert wat er die ochtend besproken is.
Hotels worden om het mooi te zeggen zowel voor business als voor leisure gebruikt. Dat betekent dat er in hotels niet alleen gasten zijn die er voor hun plezier en/of vakantie zijn, maar dat er ook zakelijke gasten in het hotel verblijven die overdag in het hotelgebouw meetings en bijeenkomsten bijwonen. Grote kwaliteitshotels beschikken daarom ook over meerdere grote zalen die gebruikt worden voor dit soort zakelijke events.

Ik vind het trouwens niet erg als kleine groepjes mensen gewapend met pen en papier een overlegsessies houden in de lobby, bar of andere publiektoegankelijke ruimtes van het hotel. Natuurlijk moeten ze niet te luidruchtig overleggen, maar dat lijkt me evident. Dat een zakelijk evenement niet altijd vanzelfsprekend geruisloos is heb ik trouwens ook wel eens meegemaakt en dan heb ik het eigenlijk meer over de feestelijke afsluiting van zulke trainingsdagen. Het zakelijke feestje waar ik hierbij op doel was vergelijkbaar met een luidruchtige trouwfestijn waar ik ook als hotelgast tegen wil en dank ooit van mocht meegenieten. 

Hotelmanagement dat een sollicitatiegesprek voert in de hotelbar vind ik storend. Is hier geen ruimte achter de schermen voor?
Hotelmanagement dat een sollicitatiegesprek voert in de hotelbar vind ik storend. Is hier geen ruimte achter de schermen voor?

Echter over dit soort (geluids)overlast kom ik wel eens een andere keer terug in één van mijn HospitalityScanner-verhalen.
Ik wil nu graag nog even verder stil staan bij de zakelijke bijeenkomsten die dus gedeeltelijk plaatsvinden in de hotelbars, lobby’s of restaurants van hotels. Sommige hotels zijn echt bekend als afspreekplek voor zakenlieden. Dit zijn vaak hotels langs snelwegen met grote parkeerterreinen die goed bereikbaar zijn en dus bijna vanzelfsprekend een goed zakelijk afspreekadres zijn.

Eén van de dingen die mij echter verbazen als het gaat om dit soort kleine bedrijfsbijeenkomsten of zakelijke ontmoetingen in de bars of restaurants van hotels is dat iedereen die in de nabijheid hiervan zit vaak gewoon mee kan luisteren wat er gezegd wordt. En er kunnen natuurlijk onderwerpen besproken worden die niet echt voor andermans oren bedoeld zijn, soms kunnen er dingen gezegd worden die heel vertrouwelijk zijn. Ik heb bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken of functioneringsgesprekken onbedoeld mogen meebeleven die aan een naastgelegen tafeltje in de hotelbar/restaurants plaatsvonden. Ik vond het behoorlijk gênant en zelfs een beetje ‘pijnlijk’ om tegen wil en dank deelgenoot te moeten zijn van een gesprek waarbij een kandidaat voor een nieuwe baan aan de tand gevoeld werd.

Een sollicitatiegesprek dat plaatsvindt in de bar van een hotel.
Een sollicitatiegesprek dat plaatsvindt in de bar van een hotel.

Wat mij enorm verbaast is dat in een aantal hotels waar ik in Amsterdam graag in de bar vertoef zelfs door het management van de betreffende hotels ook zakelijke besprekingen in de openbare ruimtes worden gehouden. Zij moeten toch wel op de hoogte zijn van het feit dat hun hotelgasten mee kunnen luisteren wat zij bespreken. Zo hoorde ik een keer een salarisonderhandeling plaatsvinden van een nieuwe sales-manager van het betreffende hotel met zijn leidinggevende. En toen hij zei dat het aanbod wel erg laag was, bespeurde ik dat ik instemmend mee zat te knikken. Ik vind dat zij dit soort vertrouwelijke gesprekken letterlijk in de ‘back office’ moeten voeren, achter gesloten deuren zonder dat derden dit kunnen horen. Kortom ik wil eigenlijk niet ongevraagd als hotelgast door functioneringsgesprekken, vergaderingen of sollicitatiegesprekken van het hotelmanagement worden gestoord.
Ik vraag me tenslotte af of bij al dit soort zakelijke bijeenkomsten en bedrijfssessies in de openbare ruimtes van hotels de deelnemers zich van dit ‘meeluisteren’ bewust zijn. En als men dit zou weten, men hier anders mee om zou gaan.

 

Judith de Groot, HospitalityScanner
info@HospitalityScanner.com    

Een hotel opgebouwd uit legostenen

Ik las net met genoegen Marcel’s verhaal, dat ik altijd lees voordat we het in de digitale Travel Tales plaatsen. Ik werd gelijk ook enthousiast over de studentenwoningen die Marcel had gezien en die opgebouwd waren uit gestapelde zeecontainers. Het fenomeen om met losse units, ten grote van een forse zeecontainer, gebouwen te construeren is niet helemaal nieuw. Deze trend is zelfs al doorgedrongen in de hotelbouw en als HospitalityScanner ben ik daar uiteraard in geïnteresseerd.

Anderhalve week geleden, tijdens de ‘Dag van De Bouw’, ben ik in dit kader dan ook naar het in aanbouw zijnde hotel Jakarta geweest, dat verreist op de kop van het Javaeiland. Hier kon ik ter plekke zien hoe het nieuwe hotel voor een groot deel samengesteld wordt uit losse compartimenten. Met name de hotelkamers worden in de fabriek geproduceerd en worden vervolgens op een vrachtwagen aangevoerd naar het bouwterrein. Deze hotelkamerunits zijn dan in principe helemaal klaar; de wanden en de plafonds zijn al voltooid, de stopcontacten zitten op hun plek en ook het sanitair, de lampen en andere zijn faciliteiten zijn geïnstalleerd. 


Het is weliswaar geen zeecontainer, dus de stalen buitenwanden ontbreken, maar van buiten oogt het wel als zodanig, vooral als het nog op de trailer van de vrachtwagen staat. Dat laatste zag ik namelijk bij mijn recente bezoek aan de bouwplaats van hotel Jakarta.

Fascinerend vond ik het ook om te horen van een van de medewerkers van het aannemersbedrijf die de bouw van dit hotel verzorgt hoe elke dag weer units worden aangevoerd die vervolgens als een soort legostenen met een hijskraan op hun plek worden gezet.

Er blijken verschillende redenen te zijn om op deze manier te bouwen, waaronder het feit dat het gebouw sneller ter plekke gerealiseerd kan worden en het zou ook kostenbesparend zijn.

Ik ben uitermate geïnteresseerd in de vordering van de bouw van dit hotel en ik ben natuurlijk erg nieuwsgierig naar het eindresultaat. Zouden straks de hotelgasten het idee hebben dat het hotel eigenlijk uit losse elementen bestaat? Of is er als je over de hotelgangen loopt een gevoel van totale eenheid? Zou dit niet de bouwoplossing voor de toekomst kunnen zijn? Je kunt zo in relatief vrij korte tijd een hotel neerzetten.

Misschien nog mooier, je kunt het in korte tijd demonteren en vervolgens weer op een andere plek opbouwen. Je hoeft niets af te breken, maar alles in zijn geheel is her te gebruiken.

Ik kijk met interesse naar dit fenomeen en het eindresultaat en ik ben ondertussen benieuwd naar wat Marcel’s onderzoek naar de containers, die een beetje op hetzelfde principe gebaseerd zijn, oplevert.


Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.



Laat geen spullen onbeheerd achter

Toen ik nog op de universiteit studeerde heb ik zelf een tijdje als bijbaantje in een hotel in Amsterdam gewerkt. Ik moet zeggen dat ik daar veel geleerd heb en het waarschijnlijk een mooie basis is geweest voor mijn huidige werkzaamheden. Verschillende functies heb ik er bekleed, van receptioniste, tot hoofd-housekeeping en duty manager. Je begrijpt natuurlijk dat je in een hotel in hartje centrum van onze hoofdstad best het een en ander meemaakt, zowel in positieve als in negatieve zin. Zo heb ik heel wat gezellige gezelschappen ingecheckt, zijn er talloze rookmelders afgegaan door zowel stoom vanuit de badkamer als het illegaal roken van sigaretten op de hotelkamer en heb ik meerdere cadeaupakketjes op kamers neergelegd voor mensen die iets te vieren hadden. Een situatie ik mij echter ook nog goed herinner heeft zich meerdere keren in de lobby van het hotel voorgedaan.

Veel reizigers zijn tijdens een reis gespannen en opgelucht als ze eindelijk op de plaats van bestemming zijn aangekomen. 


Men komt verheugd het hotel binnenstappen om bij de receptie de kamersleutel in ontvangst te nemen. Op dat moment valt er bijna letterlijk en figuurlijk een last van ze af en men laat vaak koffer en tas naast zich neerploffen. 

En dan begon het, een aantal minuten na het incheckproces, wanneer de gast klaar was om naar boven te gaan, bleek hun tas weg te zijn. Wat een enorme deceptie! Wij als hotelstaff letten met zijn allen voortdurend op of er geen boeven en ander gespuis in de hal en/of hotellobby rondliep, maar je herkende ze natuurlijk ook niet allemaal en je kon gewoonweg niet alleen maar daar mee bezig zijn. Echter zo’n diefstal van tas of koffer bracht natuurlijk voor zowel de gast als het personeel hele vervelende situaties met zich mee.

Mensen met kwade bedoelingen kunnen overal rondlopen en natuurlijk dus ook een hotellobby binnentreden. Laat daarom nooit een (hand)tas of iets van waarde zo maar onbeheerd achter als je in een hotel bent is mijn advies.

Van de week in ons hotel in Boedapest zat ik dan ook weer met verbazing te kijken hoe een aantal hotelgasten, met name dames, aankwam bij het ontbijt, hun handtasje op de stoel neerzette en vervolgens naar het buffet liep. Ik zelf doe dit nooit en laat alleen spullen op de tafel achter als Marcel blijft zitten om dit in de gaten te houden. Staan we allebei op dan pak ik mijn tas mee, want dit is nou typisch zo’n moment dat je geen zicht hebt op je spullen en je dus zomaar ineens alles kwijt kunt zijn. Het is natuurlijk heel vervelend om ‘in den vreemden’ aangifte van diefstal te moeten doen en onder andere je bankpasjes te moeten blokkeren.

Uiteraard is het niet zo dat je niemand meer kunt vertrouwen en daarnaast is het ook zo dat de beveiliging in hotels hoog op de prioriteitenlijst staat. Een kwaliteitshotel doet er alles aan om een gast zich veilig te laten voelen en de door mij beschreven incidenten te beperken. 


Het valt me juist altijd op dat er bij vier- en vijfsterrenhotels allerlei veiligheidsventielen ingebouwd worden zoals de aanwezigheid van een portier bij de deur, het feit dat je je sleutelkaart in de lift voor een apparaatje moeten houden om de lift te kunnen bedienen naar jouw etage toe en een gastvrouw die bij het ontbijt naar je naam en kamernummer vraagt. Maar toch kan het altijd zo zijn, zoals eigenlijk overal in de maatschappij het geval is, dat iemand het gemunt heeft op jouw eigendommen.

Laat deze blog dus even een kleine oproep tot oplettendheid zijn. Hoe mooi, groot of goed georganiseerd een hotel ook is, het kan altijd zo zijn dat er ongenood gezelschap rondloopt die het op andermans spullen heeft voorzien. Laat je spullen dus nooit onbeheerd achter.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een onderonsje met de general manager

Het laatste anderhalf jaar spreek altijd even af met de directeur van het hotel waar ik me op dat moment bevind. Ik doe dit natuurlijk in eerste instantie om kennis te maken en onder meer te vertellen wat wij met KUNSTSTAD doen en natuurlijk om ook mee te delen dat we met een groep enthousiaste kunst- en reisliefhebbers in het hotel zullen logeren.

Meestal zijn de ontmoetingen allerhartelijkst en beginnen vaak met uitwisselen van wederzijdse complimentjes. De blijken van waardering aan de betreffende general-manager zijn van mijn kant altijd oprecht, anders zou ik het betreffende hotel niet voor onze deelnemers boeken, en mocht ik iets in het hotel niet goed vinden dan durf ik dat ook te zeggen. Over goede hoteldirecteuren heb ik al eerder iets geschreven (klik hier voor mijn verhaal hierover), echter ik vind het dit keer wel leuk om te vermelden dat het me opvalt dat het hoofdmanagement regelmatig aan vrouwen wordt gegeven. 


In de afgelopen weken verbleef ik in drie uitstekende kwaliteitshotels in Napels, Valencia en op dit moment in Boedapest en in alle genoemde hotels was de directeur een vrouw.
Zijn vrouwen gewoon goed, of zelfs beter, in het verlenen van gastvrijheid? Of kunnen ze uitstekend leiding geven als het gaat om teams in de hospitalitybranche? Hebben vrouwen per definitie meer interesse in het hotelvak? Het is in bepaalde hotels in ieder geval niet gewoon. Zo heeft het beroemde Amstel Hotel in Amsterdam sinds een aantal jaar voor het eerst in 150 jaar een vrouwelijke general manager.  
De directrice van mijn mooie hotel in Boedapest is van origine Brits en de taal was dan ook geen barrière om van de week met elkaar te communiceren. We spraken honderduit over allerlei zaken die speelden in het hotel. Ze vertelde onder andere dat het hotel, dat in prima staat verkeerd maar op sommige vlakken iets veroudert, aan het eind van het jaar onder handen zal worden genomen: de kamers zullen allemaal vernieuwd en gemoderniseerd worden. Het is altijd leuk om te horen dat een hotel zijn uiterste best doet om in een perfecte staat te blijven.

De directrice vertelde mij dat één van de hoofdredenen dat men het hotel op het hoogste luxueuze peil wil hebben onder meer het soort gasten is die wij mee naar het hotel nemen. Het blijkt dus dat het type deelnemer aan de reizen van KUNSTSTAD uitermate geliefd bij dit hotel is. Ze legde uit dat de mensen waar wij mee naar het hotel komen uitermate geschikt zijn; ze waarderen de luxe en comfort, ze maken niet alleen gebruik van de hotelkamer om te overnachten maar drinken ook wat in de bar, gebruiken soms in de middag een kleine lunch en dineren zelfs een keer in het hotel. Dat laatste organiseer ik trouwens altijd in het kader van de Dinnerclub van KUNSTSTAD omdat het wel zo handig is om op de eerste dag, na een intensieve (vlieg)reis, lekker in het hotel wat te eten.

Ze ging bijna als vanzelfsprekend verder met te vertellen dat ze op dit moment het grote hotel regelmatig bijna noodgedwongen moet vullen met grote groepen andersoortige gasten om het bezettingpeil in stand te houden. 


Het bleek dat er grote deals door het hoofdkantoor van de hotelketen was gesloten met riviercruise-maatschappijen die hun klanten, die met name uit Amerika, Canada, Australië en het Verre Oosten komen, tegen een afgedwongen dumpprijs in het hotel verzamelden om ze vervolgens een nachtje in hotel te laten verblijven en dan de volgende dag op een cruiseschip op de Donau te laten stappen.
Toen ik er na ons gesprek om ging letten viel me inderdaad op dat er ‘uitgeputte’ Amerikanen door het hotel struinden. Waarschijnlijk was hun vermoeidheid veroorzaakt door een jetlag en ze ploften in de chique lobby neer op de banken en sofa’s om daar bij te komen van hun lange vlucht. Ik begreep dat het hotel slechts een plek was waar ze ‘even’ kort een nachtje konden bijkomen, maar dat het doel het bootreisje over de Donau was.

Voor de rest had ik persoonlijk niet zo veel last van deze senioren uit de States, Australië of Canada, maar ik kon me goed voorstellen dat dit niet het type gast was waar dit kwaliteitshotel op zat te wachten. 


Na de renovatie van het hotel zullen de prijzen voor dit soort ‘doorgangers’ waarschijnlijk te hoog worden en kun je je als hotel weer richten op de gasten die gewoon heerlijk voor een vakantie of een aantal dagen voor zaken in Boedapest komen, die luxe en comfort buitengewoon waarderen. Ik ben blij dat men in de hotellerie groepen als de onze waardeert.

 

 Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Mag het een kilootje minder zijn?

Je bent op reis, privé of voor zaken en je komt na een reis, die toch altijd vermoeiend is, aan in je hotelkamer. Je zet je koffer weg, trekt je schoenen uit en gaat je handen wassen in de badkamer.  Zie je het nou goed, staat daar daadwerkelijk een weegschaal onder de wastafel?

Deze week in mijn badkamer in Boedapest zag ik het inderdaad weer eens goed, er stond echt hier een personenweegschaal opgesteld. Het is niet voor het eerst dat ik dit in een hotel aantref en telkens stel ik mijzelf de vraag: ga ik er op staan of niet? Of berg ik de weegschaal snel op in de klerenkast?

Okee, ik ben de laatste tijd wel weer een beetje aangekomen en dat voel ik intuïtief gewoon, maar de behoefte om op de kilo exact te weten hoeveel ik weeg heb ik eigenlijk niet. Ik vraag me dan ook elke keer af waarom het hotelmanagement van bepaalde hotels waar ik mij bevind besluit om op hotelkamers zo’n weegapparaat neer te zetten. Mijn inziens hoort dit bij de categorie ‘nutteloze zaken’ thuis, waar ik ooit al eens over schreef (lees hier).

Zoals je begrijpt mag de weegschaal van mij uit mijn hotelkamer verdwijnen en plaats maken voor zaken die ik wel belangrijk vind.


Als frequente hotelgast heb ik bijvoorbeeld wel behoefte aan iets heel kleins en simpels, zoals een doosje met tissues in de badkamer. Gelukkig is het regelmatig het geval dat zoiets aanwezig is, maar helaas toch ook vaak weer niet. Als wij met zijn vieren op reis zijn dan gebruiken we ongeveer één doosje tissues per drie dagen. We gebruiken deze zachte papieren doekjes te pas en te onpas; voor het snuiten van neuzen, monden afvegen van de kinderen, iets op te ruimen als er weer eens iemand geknoeid heeft en ook om bijvoorbeeld even over de zanderige kinderschoenen heen te halen. Ze zijn dus multi-inzetbaar en voor ons dus eigenlijk bijna onmisbaar.

Toch zijn er kwaliteitshotels die geen tissues in de badkamer neerzetten. Het enige alternatief is dan om ‘gewoon’ toiletpapier voor alle genoemde handelingen te gebruiken, maar dat voelt toch anders. De stukjes toiletpapier zijn een ander formaat, het is minder zacht en de textuur is veel ruwer. Maar als het niet anders kan dan zit er dus niks anders op.

In de categorie ‘klein leed’ hoort in dit kader het feit dat het wel eens voorkomt dat bij binnenkomst in onze hotelkamer er toevallig nog maar één of twee tissues in het doosje zitten. Waarschijnlijk hebben onze voorgangers ook gretig gebruikt gemaakt van de papieren doekjes. Als dit bovenstaande het geval is dan loop ik gelijk met het lege doosje naar de receptie, ook al is het al laat op de avond, en vraag een nieuw vol doosje; zo onmisbaar zijn de tissues voor ons.

Tja, zo zal iedereen wel zijn eigen wensen en eigenaardigheden hebben. Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig naar wat jij onmisbaar in een hotelkamer vindt?  En wat vind jij eigenlijk totaal overbodig?


 

 Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De belangrijke taak van een conciërge

Over hotels en hospitality raak ik zoals je merkt niet uitgeschreven. Er zijn altijd wel weer zaken die mij tijdens een verblijf in een kwaliteitshotel opvallen en die het vertellen waard zijn. Deze dagen, in een vijfsterrenhotel in Valencia, werd ik bijvoorbeeld aan het denken gezet over het fenomeen de ‘hotelconciërge’. De meeste vijfsterrenhotels in de wereld, en soms ook de viersterren superior, beschikken over een conciërge. In de ‘gewone’ drie- en viersterrenhotels worden de werkzaamheden van de conciërge doorgaans verricht door de receptiemedewerkers en ontbreekt deze hotelfunctie dan ook. Echter het beroep van conciërge is een specifiek ambt in de hotellerie en wordt meestal uitgevoerd door een man. Hij heeft apart van de receptie een eigen bureau of desk, vaak op een hele andere plek dan de receptie ergens in de lobby, en verricht vanuit daar allerlei ondersteunende diensten voor de hotelgasten. Dit specifieke beroep van conciërge hoort bij een hotel in het hogere segment en is uitermate belangrijk in mijn ogen. Zo helpt de conciërge je bijvoorbeeld bij aankomst even met de koffers en heeft daar soms zelfs assistenten voor die hij bij deze taak aanstuurt. 


De conciërge belt daarnaast ook een taxi voor je of regelt entreebewijzen voor musea of theatervoorstellingen. En hij weet vaak allerlei praktische zaken zoals openingstijden van winkels, plekjes waar je bepaalde spullen kunt kopen en hij heeft suggesties voor geschikte restaurants. Kortom, de ideale vraagbaak en hulp voor een hotelgast die gewend is aan luxe en comfort en die er geen behoefte aan heeft om zelf allerlei dingen uit te zoeken. 

Echter het valt mij toch regelmatig op dat conciërges in hotels niet goed op de hoogte zijn van allerlei zaken die ik hen voorleg. Zo vraag ik regelmatig in de steden waar ik kom of zij weten waar een wasserette is waar we de kinderkleren kunnen wassen. Vaak gebeurt het dan dat zij eerst driftig op internet moeten googlen. Terwijl ik dan denk, je kent je buurtje toch wel en je weet toch wel waar in de nabije omgeving een wasserette is.

Of wat mij hier in Valencia overkwam, en wat aanhaakt bij het verhaal van Marcel van deze week, is dat ik aan de vriendelijke conciërge vroeg, die absoluut goedwillend was, waar hier een bar of gelegenheid was met flamencomuziek of iets soortgelijks. Hij wist mij er direct op te wijzen dat dit een typisch Andalusische aangelegenheid was en niet in Valencia thuis hoorde. Maar ik zei tegen hem dat er toch wel iemand uit het zuiden van Spanje op het idee is gekomen om hier een bar te openen met live flamenco muziek? Hij tuurde een tijdje naar zijn computerscherm en kwam uiteindelijk pas een uur later met een tentje aan dat alleen in het weekend open zou zijn en dat redelijk ver van het hotel gelegen was waar flamenco op het programma stond. De afstand van deze Andalusische bar en de beperkte openingstijden hiervan kon mijn conciërge op zich ook niets aan doen, echter wat mij ontzettend frappeerde was dat hij niet op de hoogte was van het feit, dat wij trouwens ook pas later op de dag zagen, dat op slechts enkele tientallen meter van het hotel een Andalusisch festival met muziek en dans zou gaan plaatsvinden. 


De volgende dag begon ik daar met hem over en toen lachte hij vriendelijk naar mij, maar ik dacht in mijn achterhoofd ‘zo’n evenement zou een goede conciërge toch moeten weten’. Hij dient op de hoogte te zijn van alle grote en bijzondere activiteiten in de buurt van het hotel en zijn gasten hierover kunnen inlichten, helemaal als ik hem een eerder verzoek deed dat ik naar zoiets op zoek ben.

Iets anders dat me ook opvalt in dit kader is dat als ik conciërges wel eens vraag of ze een goed restaurant weten dat ik dan toch vaak door hen naar typische toeristenzaken word gestuurd waarbij je in een oogopslag ziet dat het vol zit met buitenlandse bezoekers, terwijl ik juist, met name voor de KUNSTSTAD deelnemers, op zoek ben naar etablissementen waar de locals komen. Dus ik wil terecht komen in restaurants waar de sfeer van de betreffende stad tot uitdrukking komt en niet waar ik alleen maar talen hoor van gasten die niet uit de bezoeken stad komen. Tegenwoordig ga ik er zelfs vanuit dat de tips die conciërges geven juist niet die zijn waar ik naar op zoek ben. Toch loop ik er vaak nog wel even voorbij en wordt dan meestal in mijn mening bevestigd.


"Ik heb het gevoel dat ze regelmatig onnodig steekjes laten vallen"



Wat betreft dat laatste begrijp ik dat wel, want doordat ik inmiddels al zo lang meedraai in het (inter)nationale toerisme, weet ik dat conciërges van bepaalde restaurants commissie krijgen als zij hotelgasten aanbrengen. Helaas zijn dat soort eetgelegenheden daarom vaak erg toeristisch en niet meer authentiek.

Ik zou het trouwens wel eens leuk vinden, zit ik nu te denken, om een seminar aan conciërges, in combinatie met hun leidinggevenden, oftewel de general managers waar ik laatst als een over schreef (zie hier), te geven over het vraagstuk hoe de rol van de conciërge veel beter tot zijn recht zou kunnen komen zodat hotelgasten in het hogere segment nog meer daarvan kunnen profiteren.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wat doe jij als je een hotelkamer binnen komt?

Wat is het eerste dat jij doet als je een hotelkamer binnen komt lopen? Ik heb het wel eens gehad over het feit dat ik dan al vrij snel mijn tijdelijke thuis aan het herinrichten ben (lees hier mijn blog hierover) en dat ik de gordijnen openschuif om te kijken naar het uitzicht (ook hier besteedde ik eerder aandacht aan). Echter het aller allereerste wat ik in een hotelkamer doe is mijn koffertje ergens neerleggen. Vaak is de vraag dan ‘waar doe ik dat?’

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat wij het met ons gezin vrij makkelijk hebben om een geschikt plekje te vinden omdat wij slecht met twee kleine koffertjes reizen, die in het vliegtuig gezien worden als handbagage. Wij kunnen onze bagage dus meestal wel makkelijk in de hotelkamers waar we komen kwijt. Echter de meeste reizigers, onder meer onze klanten van KUNSTSTAD, hebben vaak een grote ‘normale’ koffer en daarnaast meestel ook nog handbagage bij zich. Ook reist een deel van hen met z’n tweeën waarbij er dus geregeld sprake is van twee of meer koffers in een hotelkamer. Je kunt je voorstellen dat dit tot ruimtegebrek kan leiden in een hotelkamer.


Wat ik zelf in dit kader heel prettig vind is om mijn bescheiden koffertje (maat 55 x 40 x 25) op een verhoging in een kast neer te leggen, zodat ik niet hoef te bukken en ik de deur van de kast kan sluiten. Ik laat de meeste van mijn spullen, behalve jurkjes die kunnen kreuken, namelijk in mijn koffertje zitten. Als ik iets nodig heb open ik de kast, duik ik mijn koffer in en ik berg het er ook weer in op. Dat werkt uitstekend. Gelukkig is er in de vier- en vijfsterrenhotels waar wij verblijven vaak ruimte genoeg in de kast om onze twee koffertjes op deze manier neer te zetten.

Soms lukt dit echter niet, maar zijn er andere mogelijkheden gecreëerd. De opbergvariant die ik het meest aantref is een opklapbaar krukje dat dikwijls in de garderobekast is weggeborgen. De bedoeling daarvan is dat je dit ergens in de kamer openklapt en daar je koffertje oplegt. Ik vind dit zelf niet de meeste ideale manier, want zo’n krukje is vaak gammel en voor een grote koffer is het natuurlijk helemaal niet geschikt. Naast dat het niet past kun je je koffer namelijk niet openen want dan wiebelt de standaard om. 


Een grote koffer vul je namelijk aan twee kanten en om je kleding die je opgeborgen hebt in de zogenaamde dekselkant te kunnen bereiken dien je toch echt je koffer plat neer te leggen, anders valt de gehele inhoud eruit.

Een andere optie is als een hotel een soort vaste bank in de kamer heeft geïnstalleerd. Deze is natuurlijk wat stabieler dan de opklapbare variant en biedt wat meer ruimte. Hoewel een grote koffer daar vaak ook een stuk overheen steekt.

Het blijft als je met zijn tweeën reist dus zoeken naar de meest ideale plek om je koffers te plaatsen, zodat ze niet in de weg liggen, ze niet kunnen vallen en je ze gemakkelijk open kunt klappen. Er blijven volgens mij maar twee mogelijkheden over in zo’n geval. Je legt de koffers in een hoek van de kamer op de grond neer, je pakt de gehele koffer uit en zet de koffer in de kast of schuift hem bijvoorbeeld onder het bed.


Een goede oplossing trof ik laatst trouwens in een hotel in Amsterdam. Daar was een lade onder het bed geïnstalleerd, waar je je tas of zelfs een middelmaat koffer in kon opruimen. Dat is nou eens inventief. Maar verreweg de ultieme manier om je koffer weg te bergen blijft toch de inloopkast, waar ik het verleden week over had.

Loop jij ook wel eens tegen dit ‘opruimprobleem’ aan en hoe wat voor oplossingen heb jij ervoor gevonden om je koffer op een goede manier in je hotelkamer te plaatsen?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De inloopkast is toch wel erg handig!

Terwijl ik mij afgelopen week aan het aankleden was realiseerde ik me dat ik bij één fenomeen in hospitality in mijn blogs nog nooit echt heb stilgestaan en dat is de kastruimte waarover je kunt beschikken tijdens je verblijf in een luxe hotel.

Meestal laat ik het grootste deel van mijn kleding in de koffer zitten echter mijn jurken hang ik graag even uit aan een kledinghangertje (over het ‘hangertje’ in een hotel heb ik eerder geschreven, klik hier). Zo blijven deze kledingstukken mooi en zijn ze voor het gebruik minder gekreukeld.
Soms hebben luxe hotels echter slechts een soort transparant wandmeubel met enkele planken en een klein stangetje waar maar enkele hangertjes aan hangen. Hier kan ik vaak niet al mijn kleding in kwijt. Er zitten meestal dan ook geen kastdeuren voor deze zeer eenvoudige kastconstructie en dit kan bijna vanzelfsprekend mijn goedkeuring niet wegdragen. Ik vind zoiets een idee geven van een soort goedkoop
Ikea-kastje’, die er wellicht erg aardig uit ziet als er geen kleding in hangt, maar waar je weinig aan hebt als je er daadwerkelijk kleren in wil opbergen. 


Zo’n eenvoudig open klerenkastje lijkt misschien leuk en handig maar zodra je als hotelgast je spulletjes er in uitstalt wordt het ineens een totaal onoverzichtelijke rommel van kledingstukken in allerlei soorten en maten. Dit komt niet alleen door het uitstallen van je kleren, maar ook door het erbij zetten van schoenen, tijdschriften en andere zaken die je op wilt ruimen. Kortom, het geheel ziet er niet meer uit. Daarnaast vind ik de weinige kast- en gaderoberuimte die zo’n open kastconstructie biedt sowieso zeer irritant en niet congruent voor een vier- of vijfsterrenhotel.

Het kan echter soms ook heel anders; dan beschik je over zeeën van kastruimtes, waarbij er meerdere kasten over de hotelkamer verspreid staan. Ik vraag me in zo’n geval wel eens af wat hier dan de bedoeling van is. Ik zou hotels waar dit in voorkomt voorstellen om een aantal kasten te verwijderen zodat je iets meer ruimte creëert in de hotelkamer. Ruimte om je te bewegen is namelijk ook heel wat waard. 


Echt handig vind ik het pas als mijn hotelkamer een zogenaamde walk-in closet heeft en dat is hier tijdens mijn verblijf in Napels het geval. Zoals de naam als aangeeft is hier sprake van een aparte ruimte, een soort extra kamertje, waar zich allerlei stangen met klerenhangers, kastplanken, lades e.d. bevinden en waar je eigenlijk in de hele ‘inloopkast’ je spullen overzichtelijk in kwijt kunt. Na gebruik van deze enorme gaderobekast wandel je eruit en doe je de deur achter je dicht. Opgeruimd staat netjes! Ook mijn koffers, schoenen en de kinderwagens kan ik in deze enorme ruimte kwijt en nog steeds is er op die plek genoeg bewegingsvrijheid. Als groot bijkomend voordeel bij de aanwezigheid van zo’n aparte kledingruimte is het feit dat er in de rest van de hotelkamer, of op dit moment in onze juniorsuite (die bestaat uit twee kamers) geen ‘kledingtroep’ en dergelijke ligt.

Mocht je als hotel dus nog wat ruimte her en der over hebben dan zou ik het wel weten, maak er een inloopkast van, daar maak je je gasten blij mee!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Uitzicht op de Vesuvius

Afgelopen maandagavond arriveerde ik moe maar voldaan in mijn mooie hotel in Napels. Het voelde een beetje als thuiskomen want toen ik in de twintig was kwam in regelmatig in deze Zuid-Italiaanse stad. Daarnaast was ik hier precies een jaar geleden nog geweest en dat was omdat wij toen de bijzondere belevingsreis naar Napels aan het voorbereiden waren, die uiteindelijk volgende week met een KUNSTSTAD- groep zal gaan plaatsvinden.

Nadat we verleden jaar meerdere kwaliteitshotels in deze Zuid-Italiaanse stad hadden getest, was mijn keuze voor mijn gewaardeerde klanten gevallen op dit heerlijke viersterrenhotel, midden in het centrum van de stad. Door de drukte en de ‘huzzle and buzzle’ van de stad was mijn kennismaking met dit hotel verleden jaar een echte verademing want ondanks dat het midden het centrum was gelegen, is het echt een oase van rust. 


Zo ervoer ik dat gelukkig ook deze keer weer, want de route met de taxi vanaf het vliegveld naar het centrum is onrustig en lekker Napolitaans chaotisch. Het was dus wederom fijn om in dit klasse hotel aan te komen en ik voelde me helemaal in mijn nopjes toen in mijn hotelkamer binnenstapte.

Ik wist natuurlijk al wat ik kon verwachten, maar ik was naast de rust toch ook weer onder de indruk van het fenomenale uitzicht dat ik vanuit mij hotelkamerraam had. Want ook al is het hotel zogezegd gesitueerd in het oude centrum, als je op de bovenste verdiepingen verblijft, dan kijk je over de omliggende historische gebouwen heen, zo naar de prachtige Baai van Napels en je ziet zelfs prominent de wereldberoemde vulkaan De Vesuvius liggen. Wat kun je je nog meer wensen als je in Napels bent?

Het hotel heeft vanzelfsprekend ook lager gelegen kamers en ook vertrekken die uitkijken over andere delen van de stad, maar tijdens mijn overleg dat ik verleden jaar met het hotelmanagement had heb ik besloten om voor alle deelnemers van onze reis sowieso superior kamers te boeken. Deze upgrade had als gevolg dat alle deelnemers van de aanstaande Napelsreis het door mijn omschreven spectaculaire uitzicht zullen hebben want ik vind ook dat dit een deel van de reisbeleving is (klik hier voor een ander vergelijkbaar verhaal van mij hierover). 


Even tussendoor, ik ben dan ook erg benieuwd naar de reacties volgende week van onze klanten.

Maandagavond, toen ik hier dus aankwam, was het panorama nog niet optimaal en dus nog niet zo spectaculair als het zijn kan. Het was namelijk al donker en de beroemde vulkaan is natuurlijk niet verlicht. Maar je kon hem ondanks de bewolking wel ontwaren door het schijnsel van de volle maan. In mij hotelkamer zelf, in het interieur, werd ik echter gelijk herinnerd aan de bijzondere locatie waar ik verbleef; er hingen namelijk allerlei historische gravures en prenten met uitzichten op de wereldberoemde vuurspuwende berg en dat paste natuurlijk helemaal bij de ambiance. Telkens als ik deze dagen even in mijn hotelkamer zit te werken en soms tijd en plaats vergeet word ik door de kunstwerken aan de muur subtiel herinnerd aan het feit dat ik in Napels met zijn indrukwekkende vulkaan ben. De kunst aan de muur werkt dus echt mee aan de juiste atmosfeer in het hotel. (Lees hier een eerder artikel van mij hierover)


Dat tref ik jammer genoeg ook wel eens anders. Een hotel in Málaga waar ik regelmatig kwam, heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om foto’s uit HongKong (?!) in de kamers op te hangen. Verder refereert niets in het hotel aan Azië, anders zou je kunnen denken dat het een klein onderdeel van een groter concept was. Maar dat is dus niet zo. Alles is vrij strak ingericht en dat is aangevuld met de genoemde foto’s. Ja, hallo, ben ik nou in Azië of in Spanje? Je verwacht daar toch echt meegenomen te worden in de Spaanse beleving, de heerlijke mentaliteit te proeven en beelden te zien van minimaal iets Andalusisch of van de stad Málaga.

Je kunt het echter nog slechter treffen. Zoals sommige trouwe lezers wellicht weten hebben wij met het gezin voor een langere periode in een prachtig hotelappartement in Berlijn gewoond. Dit viersterrenhotel was uitstekend en ik heb daar een heerlijke tijd gehad. Maar uiteraard waren er ook zaken op te merken aan deze accommodatie. Zo hingen aan de muren in de hotelgangen en op de kamers officieel gesigneerde en gelimiteerde kunstwerken, je weet wel, waar er maar een beperkt aantal van afgedrukt zijn, een nummering en handtekening hebben en daarom van een artistieke waarde zijn. Op zich is zoiets een meerwaarde, echter deze werken waren allereerst zo triest en donker, dat je er zelf bijna treurig van werd. Zo werd bijvoorbeeld ergens de legendarische ‘Val van Icharus’ afgebeeld die, nadat zijn wassenvleugels door de hitte van de zon gesmolten waren, vervolgens ter aarde stortte. De kunstenaar had besloten om niet alleen de leidende ter aarde stortende Icharus af te beelden maar hij zat ook al onder het bloed en van het hele tafereel werd je niet echt vrolijk. En zo waren er nog meer van dit soort ‘depressieve’ uitbeeldingen. 


Omdat wij zolang in het hotel vertoefden kon ik mij na een paar maanden toch niet ervan weerhouden om mijn advies hieromtrent te geven. Ik vertelde geanimeerd tijdens een prettig gesprek met de hoteldirecteur dat het veel beter geweest zou zijn als er in het hele hotel iconen van de Duitse hoofdstad te zien zouden zijn waardoor je er in het hotelgebouw voordurend herinnerd zou worden dat je in Berlijn bent. Ik heb de directeur ook geadviseerd om deze werken, hoe veel sentimentele waarde ze eventueel voor de hoteleigenaar zouden hebben, te vervangen voor genoemde hoogtepunten uit de Duitse hoofdstad. Mijn positieve verandering hoefde trouwens helemaal niet veel geld te kosten want om een aantal mooie reproducties met schitterende sprekende foto’s van bezienswaardigheden van de stad, waaronder bijvoorbeeld met een aantal meesterwerken uit de Berlijnse musea, te maken is tegenwoordig niet meer zo prijzig.

Ik merkte dat de hoteldirecteur terwijl we in Berlijn waren het in “Keulen hoorde donderen' en vrees dat hij mijn advies, hoe goed ook, nooit heeft opgevolgd.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


"Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand”

Als dame, maar waarschijnlijk ook al heer, heb je af en toe gewoon de behoefte om eens even in de spiegel te kijken: Hoe zit mijn haar? Zit mijn jasje goed? Zie ik er goed uit? Soms passeer je zomaar ergens spontaan een spiegel en kijk je onbewust opzij om even te checken of je er nog naar wens eruit ziet. Of je gaat bewust even naar het toilet om aldaar tijdens het handenwassen te controleren of je nog nieuwe lippenstift moet aanbrengen.

Kwaliteitshotels hebben vaak spiegels in overvloed op allerlei plekken in het gebouw. Soms dienen ze als decoratie, maar meestal zijn ze bedoeld voor de gasten om bovenstaande handelingen te verrichten.

Spiegels als versieringselement worden vaak toegepast in een hotel waar de ruimte niet zo groot is en om op die manier toch een ruimtelijk effect te creëren. Met zo iets dergelijks waren ze van de week in het College Hotel in Amsterdam bezig. Men monteerde delen van oude verweerde spiegels op de muur waarbij je duidelijk kon zien dat ze uit lang vervlogen tijden kwamen. 


Gecombineerd met het moderne interieur leverde dit ‘mozaïek’ van historische spiegeldelen, een mooi maar ook vervreemdend effect op. Je ziet je zelf namelijk wel, maar in een soort aparte stukjes; het spiegelbeeld wordt namelijk doorkruist door alle lijnen van de spiegelfragmenten.

Terwijl ik daar in het College Hotel zat moest ik vervolgens denken over het fenomeen spiegels in hotels en dan met name over de verschillende functies die ze daar bekleden. Ze worden zogezegd soms gebruikt als decoratie, soms om een ruimtelijk effect te bereiken, maar heb je er bijvoorbeeld wel eens bij stil gestaan wat voor een rol spiegels spelen in een hotellift? Is het je wel eens opgevallen dat bijna in alle liften spiegels zijn opgehangen? 

Dit is natuurlijk met een reden gedaan; het tochtje met een lift duurt meestal kort, maar blijkbaar voor een mens net lang genoeg om je even te ‘vervelen’ en ik ben dan ook altijd blij als ik even in de spiegel kan turen. Laatst stond ik echter in een lift zonder spiegel, wat zelden gebeurt, en ik mistte de spiegel echt. Waar moest ik nu naar kijken? Ik besloot tijdens dit liftritje dan ook om maar eens het instructiebordje te gaan bestuderen voor wat je moet doen als de lift blijft steken.  

Zogezegd is er meestal wel een spiegel in de hotellift aanwezig en heb je die genoemde welkome afleiding doordat je even kunt checken of je haar goed zit. En oh ja, zit m’n kraag niet binnenstebuiten? Ah, daar zit een vlekje op mijn jas en die kan ik er gelukkig even vanaf wrijven. En… voor je het weet ben je al weer beneden met de lift.

Als je in je eentje in de lift staat kun je dit ritueel heerlijk ongestoord uitvoeren. Maar dit wordt een tikkeltje lastiger als er meerdere personen in de lift staan. Je staat toch met zijn allen dicht bij elkaar in een kleine ruimte, je deelt min of meer elkaars ‘privat space’ en dan wil je niet zulk soort persoonlijke handelingen uitvoeren.


Spiegels in de lift kunnen in zo’n geval zelfs een nadelig effect hebben want de meeste mensen willen ‘anoniem’ in de lift blijven en door de spiegels wordt je nog meer met de medegebruikers geconfronteerd wat voor sommige mensen als onbehagelijk en vervelend kan worden ervaren en het enige wat je dan kunt doen is strak naar de grond staren. Wat natuurlijk ook kan is gewoon door het oogcontact dat dankzij de liftspiegels ontstaat gewoon een gezellig kort gesprekje gaan voeren. Wij staan hier met de familie altijd wel voor open. Allereerst zijn onze jonge dochters regelmatig een aanleiding voor een liftgebruiker om iets tegen ons te zeggen en onze paarse outfit lokt natuurlijk ook wel reacties los en dan kijken wij tegelijkertijd, tijdens het liftgesprek, ook altijd weer even in de spiegel of onze paarse kleding goed zit.

Kortom een spiegel in een lift kan heel handig zijn, maar soms wellicht ook wat te confronterend. Een andere plek in een kwaliteitshotel waar natuurlijk altijd spiegels hangen is in de sanitaire ruimtes, zoals boven de wasbak als vanzelfsprekend, waar je goed je gezicht en haar in kunt bekijken. Maar wat ik ook onontbeerlijk vind is dat ergens in dit zelfde vertrek een grote spiegel hangt die begint bij de plint en minimaal ‘menshoog’ is. Zo’n hoge ‘passpiegel’ is echt essentieel in een luxueus vier- of vijfsterrenhotel. Alleen in zo’n grote spiegel kun je zien of je rok goed zit en of je geen ladder in je panty hebt. Het verbaast me dan ook weleens dat sommige gerenommeerde hotels hierover niet beschikken. Deze week werd ik in Amsterdam met deze lacune geconfronteerd toen ik voor een zakelijke rendez-vous in het toonaangevende chique Amstel Hotel was. Voordat ik mijn afspraak de hand wilde schudden ging ik even naar het toilet en wat schetste mijn verbazing, er hing geen grote hoge passpiegel! 


Er ontstond een ‘Mr. Bean-achtige’ situatie waarbij ik op mijn tenen min of meer voor de spiegel stond te springen om mijn panty en onderste deel van mijn jurk te bekijken. Paste de kleur van mijn panty nou eigenlijk wel bij mijn schoenen? Ik hield uit louter afwezigheid van een goede spiegel mijn been maar een beetje omhoog om dit te inspecteren. En ja hoor, je zult altijd zien dat er dan net op dat moment iemand binnen komt lopen en de dame in kwestie keek mij een beetje met een verbaasde blik aan.

Ik was eigenlijk wel verbaast dat een bekend vijfsterrenhotel, dat toch een bepaalde status hoog te houden heeft, dus niet over de service van een hoge spiegel heeft nagedacht. Ik ben toch niet de eerst persoon die met dit dilemma stoeide? Of zou nog nooit iemand het management hierop hebben geattendeerd? Geregeld tijdens mijn hotelverblijven vallen mij dingen op die door een kleine investering zo veel meer gerief voor de gasten zouden opleveren, zo ook dit keer weer in Amstel Hotel.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


"Geen mens gaat voortijdig naar huis, tenzij...”

Geen mens gaat voortijdig naar huis, tenzij de baas vroeg gaat” was een toepasselijk citaat dat ik las op internet. Dit wil eigenlijk zeggen dat de baas het goede voorbeeld geeft aan zijn medewerkers en ik ben het daar roerend mee eens. Ook in de hospitalitybranche gaat deze vlieger op en ik ben van mening dat de energie, de aanwezigheid en de uitstraling van de leidinggevende van eminent belang is voor de prestaties van de rest van het hotelpersoneel.

Zoals je weet spendeer ik veel van mijn tijd in goede vier- en vijfsterrenhotels. Tijdens mijn verblijf heb ik regelmatig een afspraak met de directeur van het hotel en ben ik dus meestal op de hoogte van wie de manager van het betreffende hotel is. Mocht dit niet het geval zijn dan google ik vaak even om zo te weten te komen wie de leiding heeft en mocht ik daar op die manier niet achter komen dan wordt het door middel van navraag bij het personeel vaak wel duidelijk wie dit is. 


Echter als ik het bovenstaande onderzoek niet verricht dan merk ik als ik goed oplet trouwens op een gegeven moment vanzelf wel wie er verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen in het hotel en wie dus de functie van general-manager bekleedt. Ik bespeur dit meestal aan hoe deze heer of dame (in het vervolg van mijn verhaal heb ik het over ‘hij’, terwijl het natuurlijk net zo vaak een ‘zij’ betreft, maar ik wil het in mijn betoog even simpel houden) omgaat met de staff van het hotel. Daarnaast zie je het aan de uitstraling en de manier waarop hij zich door het hotel begeeft, je ziet dat hij voortdurend nauwlettend alles in de gaten houdt en het valt op dat hij geregeld zijn team aanspreekt. En daarnaast groet hij geregeld zijn gasten en maakt een praatje met ze. Althans, dit is in mijn ogen het ideaalplaatje van een hoteldirecteur en gelukkig kom ik ze zo nog vaak tegen. De directeur is in de eerste plaats natuurlijk de ultieme gastheer van het hotel en behoort zijn gasten zich thuis te laten voelen. Hij dient te weten hoe de gasten het hotel ervaren en dat alles naar wens is. En hij moet geïnteresseerd zijn in punten die voor verbetering vatbaar zijn en waar logés figuurlijk over kunnen ‘vallen’.

Laatst schreef ik al eens over de directeur van een nieuw vijfsterrenhotel in Málaga waar ik een aantal dagen verbleef (klik hier voor dit verhaal). Deze heer had echt plezier in zijn werk, was zichtbaar aanwezig in het hotel en liep zelfs ’s avonds laat nog door de gangen te controleren of de vloerbedekking schoon was en alles goed onderhouden werd. Een groot compliment voor deze general-manager en hij was door zijn uitmuntende gedrag ook een goed voorbeeld voor zijn medewerkers. Zo’n zelfde soort ervaring had ik in Sevilla in het prachtige Alfonso XIII Hotel. Dagelijks liet de directeur zich regelmatig zien, maakte een praatje met de gasten en straalde een goed gastheerschap uit. Hij wilde zelfs ons KUNSTSTAD-reisgezelschap graag verwelkomen en vertelde tijdens een glas wijn over de 10 jaar dat hij hoteldirecteur was van dit luxueuze vijfsterrenhotel en hij had het tijdens zijn speech over zijn band met de Nederlandse Hotelschool. In Córdoba leidde de hoteldirecteur ons laatst zelfs rond door het hotel waar wij verbleven en nam hij onze groep mee naar een bijzondere ruimte onder het hotel om daar oude Romeinse opgravingen te laten zien. Geweldig toch!


Maar helaas, helaas, ik zie het ook wel eens anders. Zo vertoefde ik bijvoorbeeld eens al een tijdje in een hotel in Zuid-Frankrijk toen ik het sterke vermoeden had dat ik de general-manager van het hotel voorbij zag lopen. Ik had namelijk zogezegd weer even op internet gekeken, waar ik onder meer een foto van hem had gezien. Ik vond het leuk om kort kennis met hem te maken omdat wij misschien van plan waren om een aantal keer met een groep in zijn hotel terug te keren en ik liep met een vriendelijk handgebaar op hem af. Met verbazing zag ik dat hij bijna letterlijk wegdook en hij ging er vervolgens als een speer vandoor. Vreemd! Een hotelmedewerker zag dit bizarre tafereel en vroeg of hij mij uiteindelijk ergens mee kon helpen. Ik vertelde hem dat ik slechts even de hand wilde schudden van de general-manager en de betreffende medewerker zei dat hij zou vragen aan de hoteldirecteur in kwestie of dit mogelijk was. Een paar minuten later kwam de hotelemployee terug met de mededeling dat de directeur geen tijd voor me had. 


Jammer maar dat kan natuurlijk wel eens gebeuren, echter dat had de directeur ook gewoon kunnen zeggen toen hij zo onbeleefd voor mij wegschoot. Later die dag vroeg ik bij de receptie of ik voor de volgende dag een afspraak kon maken met de directeur want ik ben natuurlijk niet voor één gat te vangen. Echter dit bleek dit onmogelijk te zijn!! De dagen daarna zag ik hem meerdere keren in de lobby passeren, maar na wat vluchtige en schichtige blikken verdween hij steeds weer snel achter de ‘coulissen’. Er was dus totaal geen contact tussen hem en zijn gasten. Sterker nog, hij ontweek ze eigenlijk voortdurend. Je begrijpt al dat mijn keuze uiteindelijk niet op dit hotel gevallen is om met de reizen van KUNSTSTAD naar toe te gaan.

Ik vind echt dat je als general-manager je gasten buitengewoon moet waarderen. Zij verdienen aandacht, waarbij minimaal een vriendelijke blik, het schudden van een hand, het zeggen van ‘goedemorgen, of zelfs een kort beleefdheidspraatje tot het scala van mogelijkheden behoren. Als je als hoteldirecteur niet bereid bent om deze gastvrije rol te vervullen dan is het misschien verstandig om een andere beroepskeuze te maken.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

"Mij bekruipt, hoe weet ik niet, een zalig gevoel”

Met veel plezier en inzet ben ik altijd op zoek naar leuke plekken in Europese steden, naar een prettig en centraal gelegen onderkomen en naar de meest comfortabele manier om op die plaatsen te komen. Tijdens mijn vele reizen ben ik dus eigenlijk voortdurend bezig om mooie (vakantie)reizen, voor onze klanten, te bedenken en samen te stellen. Het is dan ook een soort beroepsdeformatie dat ik eigenlijk altijd, waar ik ook kom aan het nadenken ben of de locatie geschikt zou zijn om hier tijdens een reis van KUNSTSTAD terug te komen. Zou onder andere het restaurantje waar ik op dat moment zit geschikt zijn voor mijn gasten? Voldoet het hotel waar ik verblijf aan de eisen die ik stel aan een type hotel voor een KUNSTSTAD-reis?

De ideale reis is echter niet altijd alleen op rationele gronden onder woorden te brengen. Een goed hotel bijvoorbeeld kan in eerste instantie aan veel van onze wensen en behoeften voldoen maar toch uiteindelijk niet geschikt zijn voor één van onze KUNSTSTAD-reizen. Waar ligt dat aan?


Dit komt door het feit dat een hotel waar ik wil verblijven ook ‘goed moet voelen’. In de eeuwenoude Chinese filosofie zegt men dat het met de feng shui te maken heeft. Volgens deze Oosterse leer creëert een harmonieuze en prettige omgeving een gevoel van welzijn en geluk. Dit klinkt misschien wat hoogdravend maar het blijkt echt zo te zijn, want ik heb het al vele malen mogen ervaren. Om met de woorden van Goethe te spreken, ik kom wel eens op plekken waar ik kan zeggen: “Mij bekruipt, hoe weet ik niet, een zalig gevoel”.

Wat trouwens ook een rol speelt om dit prettige gevoel te krijgen is je eigen gemoedstoestand. Heb je bijvoorbeeld vlak voor je op reis gaat voor je examen een onvoldoende gehaald of heb je zojuist ruzie gehad met een goede vriend, dan is je humeur natuurlijk niet opperbest als je met je koffer op de luchthaven staat. De kans is zelfs aanwezig dat door je algehele persoonlijke (mineur) stemming een aantal zaken flink tegenvallen na de aankomst op je vakantielocatie. 


Wellicht heb je zo’n situatie wel eens meegemaakt en komt je dit gevoel bekend voor. Niks lijkt dan te deugen en het kost je echt moeite om weer een beetje in een positieve modus te komen.

Andersom kan het natuurlijk ook. Alvorens je op reis gaat heb je net een paar mooie dingen meegemaakt, je bent in een jubelstemming en je humeur is opperbest. Je komt op de plaats van bestemming en je merkt dat je geboekte hotel een aantal gebreken vertoont maar het maakt je eigenlijk niet uit want je voelt je zo goed dat je dit soort dingen wellicht over het hoofd ziet of je neemt ze letterlijk en figuurlijk voor lief.

Zoiets maakte ik bijvoorbeeld mee toen ik één van de eerste reizen maakte met Alzia toen ze slechts een paar maanden oud was en dat was naar New York. Ik was (en ben nog steeds) in de zevende hemel met dit kleine meisje en we belandden in New York de eerste nachten in een Radisson Hotel, gelegen midden op Manhattan. De kwaliteit van dit hotel was abominabel slecht en helemaal niet zoals we van deze keten gewend waren. Maar wat hebben we een fijne tijd gehad, want ik was immers in de wolken met mijn kleine meisje. En als je in opperbeste stemming ergens aankomt zoals ik al schreef dan accepteer je al snel veel meer en ben je minder snel geïrriteerd dus dat was in het genoemde New Yorkse hotel ook het geval.

En stel je eens voor dat de plek waar je verblijft dan ontzettend goed bevalt en je zit bijvoorbeeld voor de derde keer op dat pittoreske pleintje ergens in Florence en de ober komt weer met dat heerlijke glaasje witte wijn aan, dan wil je gevoel eigenlijk voor altijd vasthouden. 


In je opperbeste stemming vraag je hem of je een flesje van deze exquise wijn kunt kopen om mee te nemen naar huis. Wekenlater terug in Nederland besluit je op een druilerige namiddag om die heerlijke fles wijn te openen. En dan gebeurt er wat raars. Hij smaakt anders en is lang niet meer zo lekker als in je gedachten daar op dat Italiaanse pleintje. Er is echter niets met de wijn aan de hand, hij is niet bedroven. Maar het gevoel is anders. Gelukkig komt de herinnering langzaam weer terug aan die mooie tijd in Italië en dat zonovergoten terras daar bij de Piazza Santa Spirito in Florence.

Gevoel en stemming blijken dus enorm van belang en een groot effect te hebben op je reis.

Fijn om te weten dus dat je zelf behoorlijk veel invloed hebt op hoe je je reis ervaart.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Ja, ook hier maken wij schoon!

Een van de belangrijkste zaken van een horecagelegenheid vind ik de hygiëne. Als een restaurant, bar of hotel vies is dan kunnen alle andere facetten nog zo goed zijn, maar dan vertrek ik zo snel mogelijk. In een eerder blog schreef ik al eens over schimmel in hotelbadkamers. Een onnodig fenomeen dat zeker te voorkomen is. De badkamer is natuurlijk gevoelig voor vuil en viezigheid, maar als er goed wordt schoongemaakt en de bouwconstructie goed is uitgevoerd dan heb je in deze natte ruimtes eigenlijk geen probleem met hygiëne.

Hetzelfde geldt voor de toiletten in restaurants en cafés. De properheid laat hier vaak te wensen over. Ik begrijp dat deze wc-ruimte door heel veel mensen gebruikt wordt. Het bijhouden van de hygiëne op deze plek is daarom des te belangrijker. Medewerkers moeten regelmatig de toiletruimte inspecteren, reinigen, opfrissen en aanvullen met artikelen.

Ik heb voor mezelf een soort test gecreëerd.


In mijn optiek is het zo dat het toilet van een gelegenheid laat zien hoe het verder met de kwaliteit en hygiëne van de zaak is gesteld. Is de ‘kleine ruimte’ vuil, is er geen zeep en toiletpapier voorhanden of kun je je handen niet drogen, dan vertelt mij dit dat ik van de rest van de zaak ook niet veel hoef te verwachten. Uit ervaring weet ik dat ik 9 van de 10 keer dan gelijk heb. Mocht je deze test zelf eens willen uitvoeren dan is het een tip om zo snel mogelijk na binnenkomst in een restaurant naar het toilet te gaan om daar polshoogte te nemen. Is de wc vies en niet in orde verlaat het etablissement dan maar want dan weet je dat de rest dat je te wachten staat ook niet veel soeps is.

Niet alleen badkamer en toilet dienen goed gereinigd te worden, maar in een hotel is het natuurlijk ook noodzakelijk om de openbare ruimtes en uiteraard de hotelkamers goed schoon te maken en te houden.


Zoals je weet verblijf ik beroepsmatig bijna alleen maar in 4 en 5-sterren hotels. Je mag dan verwachten dat de kwaliteit van alle diensten dan op een bepaald hoog niveau is. Helaas is dit echter niet altijd het geval en val je soms van de ene in de andere verbazing.

Zo verbleef ik eens in een hotel dat het mijns inziens erg bont maakte. Ik liet in mijn hotelkamer iets vallen op de grond, dat daarna onder de kast rolde. Ik zakte door mijn knieën op zoek naar het voorwerp en keek daarbij dus toevalligerwijs onder het dressoir, wat je normaal gesproken niet zo snel doet.

Ik was geschokt, wat lag daar een troep en een stof! Daar was zeker al weken, zo niet maanden, niet meer gestofzuigd. Naast dat de vloer daar dus stoffig was lag er onder meer een oude stadsplattegrond, twee kroondoppen van bierflesjes, twee schroefjes (?), twee onderzetters, een zwart plastic ding waarvan ik nog steeds niet weet waar het voor diende en zelfs een paaseitje, terwijl het paasfeest al weer maanden achter ons lag. Ik zat toen zelf al een aantal nachten in die hotelkamer, dit betekende dus dat er zeker een aantal dagen niet was schoongemaakt, maar zoals gezegd denk ik dat de troep onder de kast de oogst was van minimaal vele weken. Ik heb alles onder de kast laten liggen om te testen of het de komende dagen van mijn verblijf alsnog weggehaald zou worden, helaas met een negatief resultaat.

Wat de reden voor het slechte schoonmaken is kan ik niet met zekerheid zeggen. 


Wat mij wel opviel is dat de kamermeisjes erg gehaast overkwamen, misschien hadden zij de opdracht gekregen om zoveel mogelijk kamers in een zo kort mogelijke tijd schoon te maken. Dan nog vind ik het een raadsel dat het onder de kast zo vies was. Ik ben zelf eens een tijdje hoofd housekeeping geweest in een hotel in Amsterdam. Eén van de dingen die tot mijn taken behoorde was dat ik de kwaliteit van het schoonmaken moest beoordelen. Aan de hand van een checklist liep ik de kamers af en ging ik letterlijk op mijn knieën om onder de kasten te kijken en met mijn vinger over de schilderijen om te controleren of het ook daar schoon was. Je zou dus zeggen dat bij de controles dit achterstallige schoonmaakwerk aan het licht moest komen.

Uiteraard heb ik het hotel geïnformeerd over mijn vondst onder de kast en ze zouden de medewerkers van housekeeping hierop aanspreken.

Gelukkig kom je het regelmatig ook anders tegen en wordt er wel zoals het hoort veel aandacht besteed aan het schoonmaken van de kamers. Zo verbleef ik eens in een hotel in Los Angeles. Toen ik daar de badkamer uit kwam lopen viel mijn blik op de vloer onder het bed. Ik zag daar iets geels liggen en dacht dat de vorige gast misschien iets vergeten was mee te nemen. Ik tilde het bedsprei een beetje op om beter te kunnen zien wat daar nu precies lag. Toen ik ontdekte wat dat gele item was kwam er een lach om mijn mond. Het was namelijk een bordje dat daar neergezet was door de hotelstaff, waarop geschreven stond: “Yes, we also clean here!”. Dit wekt vertrouwen!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verjaardagsfeesten en andere partijen

Te veel indrukken en prikkels. Soms heb je er gewoon geen zin in. Dan heb je behoefte aan een beetje rust aan je hoofd. Helemaal als je een druk en hectisch leven leidt. Heerlijk is het dan om in de rustgevende sfeer van een luxe hotel te verblijven. Een fijne kamer, een prachtig ruime lobby, een sfeervolle bar en personeel dat zelfvertrouwen en kalmte uitstraalt. Dan kun je echt even tot rust komen.

Helaas tref je niet in elk hotel altijd deze rust en sereniteit aan. Sommige hotels kiezen er namelijk voor om naast een hotel ook een soort ‘party centrum’ te zijn, waar allerlei feestjes en (verjaardags)partijen kunnen plaatsvinden.

Zo zijn er zelfs plekken die echt bekend staan als goede locatie voor familiefeesten en andere samenkomsten. Wellicht ken je het wel, iedereen wordt opgetrommeld. Opa en oma trekken hun allermooiste kleding aan. Alle kinderen zijn van de partij en een enorme schare kleinkinderen springt blij en uitgelaten rond. 


Op een afstand heb ik dit fenomeen in hotels wel eens gadegeslagen; er wordt uitbundig met elkaar gepraat, er wordt uiteraard veel gegeten en dito gedronken en men is er eigenlijk wel een beetje trots op dat men het feest met de hele familie in het chique hotel kan vieren.

Voor grote hotels is het laten plaatsvinden van dit soort verjaardags- of bruiloftsfeestjes met name in het weekend een interessante bron van extra inkomen. De zalen die door de week vaak voor bedrijfsverhuringen worden gebruik zijn nu een onderdeel van het ‘partycentrum’ en het hotelpersoneel is geïnstrueerd om dit soort grote groepen een gezellige middag of avond te geven.

Zoals je weet komen wij met KUNSTSTAD regelmatig in het Van der Valk Breukelen. Ook daar vallen me een aantal zaken op die met het bovenstaande van doen hebben.

Een jaar of twee geleden had ik een keer een zakelijke afspraak in het hotel en wat een drukte kwam ik daar onverwacht tegen. 


'Je kunt me misschien een beetje een zeur vinden maar ik vind die enorme ‘explosie’ van al die uitgelaten feestgangers soms irritant'



Het hele parkeerterrein stond vol met auto’s en het krioelde er van de mensen, die verbazingwekkend allemaal in het wit gekleed waren en er erg feestelijk uitzagen. Ik vroeg aan één van de feestgangers wat er aan de hand was en waar het feestje plaatsvond. Het was gelukkig niet in het Van der Valkhotel want dan zou het met zoveel mensen wel een dolle boel zijn geworden met alle (lawaai) gevolgen voor de hotelgasten van dien. Maar wat bleek, ze gingen naar een concert van de Toppers en het Van der Valk was een goed punt om samen te komen. Het bleek bij dit nette viersterrenhotel in Breukelen heel gangbaar dat groepen met vrienden en collega’s vanaf hier vertrekken naar concerten in de Ziggo Dome, de Heineken Music Hall of in de Arena en het wordt zelfs door het hotel als arrangement aangeboden. Men kan bij Van der Valk goed de auto kwijt, het parkeren is gratis en naast de deur stopt te trein die ook een halte heeft vlakbij de bovengenoemde muziekpaleizen. Het is er dus regelmatig een komen en gaan van mensen en dat kunnen er, en ik praat uit ervaring, heel heel veel zijn. 


Je kunt me misschien een beetje een zeur vinden maar die enorme ‘explosie’ van al die uitgelaten feestgangers, die met grote getale in korte tijd de hele lobby, receptie, bar en andere ruimtes bezetten, kunnen mij enorm irriteren.

In dit zelfde kader plaats ik de verjaardagsfeestjes van families waar ik mijn verhaal deze week mee begon. Afgelopen zondagochtend en middag bleek het een drukte van jewelste in Breukelen, want de beroemde zondagmiddagbrunch vond plaats. Ook tijdens dit festijn worden weer hele families opgetrommeld. Als je nietsvermoedend denkt hier rustig wat te komen lunchen dan schrik je van het gewoel van mensen, die met een bord in hun hand, zich langs de buffetten begeven. Dit geheel komt soms erg chaotisch en onrustig over en straalt in mijn ogen weinig luxe en romantiek uit. 

Afgelopen zondag heb ik dit fenomeen na lange tijd weer moeten ervaren en het was niet zo aan mij besteed en dan druk ik mij slechts zacht en beleefd uit. Ik had een lunch besteld tijdens de pauze van onze cursus in Breukelen, waarbij de accommodatie voor het geven van lezingen trouwens uitstekend is. Maar opeens belandden we in een grote zaal in een ‘andere wereld’ met feestvierende families en het was niet echt de plek waar we even konden ‘bijtanken’ voor de middagsessie van een cursus. Gelukkig moesten de deelnemers er wel een beetje om lachen en had men er geen problemen mee, maar ik streef altijd naar optimale omstandigheden en ik heb er achteraf toch wat van gezegd tegen de general-manager van het hotel. Ik vermoed echter dat men met mijn opmerkingen niet veel doet aangezien al de genoemde partygangers een belangrijke bron van inkomsten voor het hotel zijn. Ik blijf echter bij mijn bekende standpunt dat ik een hotel in eerste instantie zie als een plek waar gasten eten en slapen en dat in alle rust willen doen. Maar goed, wie ben ik?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Als het maar lekker schoon is

Regelmatig hoor ik mensen die in een hotel overnachten zeggen “Het maakt me niet zo veel uit hoe het hotel er uit ziet, als het maar schoon is”. Ik ben het daar slechts gedeeltelijk mee eens, want zoals je uit al mijn verhalen kunt opmaken is het volgens mij wel degelijke van belang hoe de inrichting van het hotel er uit ziet, dat de sfeer goed is, dat er een lekker ontbijt geserveerd wordt, dat het personeel vriendelijk en professioneel is, dat het centraal is gelegen en ga zo maar door. Natuurlijk vind ik het daarnaast ook  onmetelijk belangrijk dat het hotel goed onderhouden wordt en hygiëne is daar een belangrijk onderdeel bij. 

In de luxe vier- en vijfsterrenhotels wordt meestal veel aandacht aan reinheid besteedt en zie de je werknemers van de afdeling housekeeping continue in de weer met stofzuigers, schone handdoeken en karretjes met daarop onder meer toiletpapier en schoonmaakmiddelen. 


Vaak staan deze schoonmaaktrolleys al vanaf een uur of negen ‘s morgens in de gangen van het hotel opgesteld. Dit is de basis van het kamermeisje, met zoals gezegd daarin alles wat ze nodig heeft om een hotelkamer schoon te maken. Deze wagentjes staan echter geregeld voor de hotelgast enorm in de weg, zeker als je zoals wij met een kinderwagen door de gang loopt. Soms kom je er helemaal niet langs en moet de trolley een heel eind verreden worden om deze te passeren.

Ik heb wel eens gedacht ‘kan dat niet anders? Is er geen oplossing te bedenken waarbij men niet zo’n groot gevaarte nodig heeft dat de halve hotelgang blokkeert?’. Ik fantaseerde daar wel eens over maar tot deze week had ik echter als enige referentie die grote robuuste karren in gedachten, simpelweg omdat dit de enige zijn die ik altijd tegenkwam. Ik dacht dan ook niet dat er andere varianten zouden bestaan.


Ik heb wel eens gedacht

'Kan dat niet anders?'



Deze week verbleef ik genoeglijk en aantal nachten in het fantastische spinsplinternieuwe vijfsterren Miramar Hotel in Málaga. Dit hotel is slechts een aantal weken geleden geopend en kon uiteraard investeren in allerlei nieuwe snufjes en moderne technieken. Eentje daarvan is dat men heeft nagedacht over hoe men het hierboven beschreven dilemma kan benaderen. De keuze die dit vijfsterrenhotel gemaakt heeft is naar mijn menig erg goed. Hoe heeft men dat dan hier opgelost? Eigenlijk heel simpel, door de karren gewoon veel compacter en kleiner te maken en effectief in te richten. Hierdoor nemen ze minder plaats in beslag en het bijkomende voordeel is natuurlijk dat ze door het personeel ook veel beter te hanteren zijn. Het is waarschijnlijk wel zo dat de medewerker een keertje extra terug moet naar de opslagruimte voor allerlei aanvullingen zoals handdoeken en wc-papier, maar dat is denk ik een verwaarloosbaar nadeel.


Het viel me ook op dat ze in dit nieuwe hotel dit concept overal in hebben doorgetrokken, want niet alleen de schoonmaakkarren in de gangen, maar ook die van beneden in de lobby en het restaurant en tevens de wagentjes met aanvullingen voor de minibar zijn een stuk kleiner geworden. Ik kon me dus eenvoudig met de kinderagens door de gangen begeven, zonder obstakels. Heerlijk! Daarbij zien deze karretjes van de housekeeping er ook heel mooi en designvol uit, in tegenstelling tot de ouderwetse logge karren die vaak uitpuilde met ‘troep’ en de verschijning ervan zelfs een beetje armoedig aandeed.

Over schoonmaken van de kamers en de openbare ruimtes gesproken. Van de week maakte ik kennis met de directeur van dit nieuwe hotel. Een erg sympathieke man en ik merkte dat hij met veel plezier een aandacht dit hotel leidt. Hij is zo betrokken dat ik hem  de hele dag zag rondlopen. Gisterenavond laat kwam ik hem nog tegen in de gang op de vierde verdieping, waarbij hij kritisch naar de grond keek. Ik vroeg hem wat hij op dit tijdstip nog aan het doen was en hij antwoordde dat hij controleerde of alles er netjes bij lag, er geen vlekken in het tapijt zaten en er wellicht zaken waren die verbeterd moesten worden. Een goed voorbeeld dus voor zijn personeel, dat onder zijn bevlogen leiding en het juiste handige materiaal vast en zeker geïnspireerd wordt tot het zorgen voor een perfect en schoon verblijf voor de hotelgast.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Hoort wie klopt daar

Van de week zei één van deelnemers van onze kunstreis naar Sevilla en Córdoba dat er, toen ze de avond ervoor na het diner op haar hotelkamer was aangekomen, op haar deur werd geklopt. Ze verwachtte eigenlijk zo laat op de avond geen bezoek en was dus enigszins verbaasd dat er iemand voor haar deur stond. Het bleek ‘goed volk’ te zijn, want het was het kamermeisje dat klaar stond met een aantal schone handdoeken en twee heerlijke chocolaatjes. Ook bleek ze een kaartje bij zich te hebben met de weersvoorspelling van de volgende dag daarop aangegeven.  

Ik legde haar uit dat deze dame van de housekeeping langs was gekomen voor de zogenaamde turn down service’. Toen ik zelf vele jaren geleden voor het eerst met deze dienst kennis maakte was ik ook enigszins verrast. 

Natuurlijk wist ik dat in een goed vier- en vijfsterrenhotel elke ochtend je hotelkamer grondig wordt schoongemaakt, je bed wordt opgemaakt, je handdoeken worden verschoond, de minibar wordt aangevuld en nog veel meer zaken worden gedaan om je hotelkamer weer spik en span te krijgen. 


Echter op een avond kwam ik erachter dat er wederom iemand in mijn hotelkamer was geweest, want de gordijnen waren dicht getrokken, het laken van mijn bed was aan de bovenzijde een beetje opengeslagen en er lag een snoepje op mijn kussen met een briefje er bij waarop de hotelstaff mij een goede nacht wenste.
Ik realiseerde me toen dat het eigenlijk best fijn was dat er iemand van de housekeeping nog even een kort bezoek aan onze kamer had gebracht en alles gereed had gemaakt voor de nacht. Later kwam ik er achter dat het fenomeen van dit avondlijke bezoek een naam heeft, te weten ‘turn down service’. Ik vermoed dat deze Engelse term een verwijzing is naar het omslaan van het beddengoed zodat je makkelijker in je bed kunt stappen.

De meeste hotels in het luxe vijfsterren segment voeren standaard in elke kamer deze service uit. In sommige landen is het dan ook een vereiste om bijvoorbeeld de vijfsterren kwalificatie te behalen. Ook komt het wel eens voor dat men deze service slechts toepast als men in bepaalde categorieën, zoals de superior kamers en de suites, verblijft.


Wat trouwens ook bij de ‘turn down service’ in de avond hoort is het fatsoeneren van de badkamer, waaronder dus het meenemen van de gebruikte (natte) handdoeken en deze weer aanvullen met nieuwe. Het verschonen van de handdoeken is niet altijd een overbodige luxe want vooral met twee kleine kinderen kom je regelmatig handdoeken te kort. Uiteraard proberen wij milieubewust te zijn en de handdoeken meerdere keren te gebruiken, maar soms is het zogezegd erg fijn om er toch een paar extra te krijgen.

Als het om de genoemde ‘turn down service’ gaat dan hebben luxe hotels in elk land hun eigen gewoontes en gebruiken. Dat begint natuurlijk al met het bed opmaken in het algemeen zoals ik verleden week beschreef (klik hier voor mijn vorige blog), echter tijdens de ‘turn down service’ legt men hier in Spanje naast de beide zijden van het bed dan een witte doen en daar bovenop ligt in het plastic een paar witte badslippers. 


De genoemde doekjes aan weerzijden zijn waarschijnlijk bedoeld dat als je ’s nachts je bed uit stapt om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan, je niet op een koude marmeren vloer stapt. Daarna kun je de badslippers aantrekken om zo met warme voeten naar het toilet te lopen. Het valt me echter wel eens op dat dit gebruik zo ingeburgerd is dat men ook als er tapijt of vloerbedekking in de kamer ligt alsnog deze kleedjes neerlegt. 

Persoonlijk vind ik deze doeken voor het bed een beetje onzinnig. Zelf haal ik ze trouwens gelijk weg, want ik vind deze ‘nachtmatjes’ eerlijk gezegd een beetje gevaarlijk. Op een gladde houten of marmeren vloer schuiven ze namelijk makkelijk weg en het is op die manier zelfs mogelijk dat je ’s nachts hierdoor uitglijdt.

Maar goed, zoals ik al aangaf heeft elk land zijn eigen rituelen en gebruiken en die moet je natuurlijk respecteren. Ik geef daar uiteraard in mijn eigen hotelkamer mijn eigen draai aan om me helemaal thuis te voelen.

Mocht je trouwens de ‘turn down service’ niet op prijs stellen dan hang je gewoon het kaartje met daarop ‘niet storen’ aan de buitenkant van je deur.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een kleine moeite, een groot plezier

Inmiddels ben ik al weer meer dan twee weken op pad in het buitenland. Ik begon met een kort bezoek aan Kassel om vervolgens Málaga te bezoeken, daarna arriveerde ik in Córdoba en ik bevind me nu al enige dagen met veel plezier in Sevilla.

Zoals je weet stel ik altijd strenge eisen aan een hotel, helemaal als het ook plekken zijn waar ik uiteindelijk onze klanten van KUNSTSTAD mee naar toe neem en over het algemeen komen de hotels van deze afgelopen periode glansrijk door mijn strenge ballotage. Veruit de meeste dingen zijn in deze kwaliteitshotels uitstekend geregeld en niet voor niets mogen een paar zich voegen in het rijtje met de beste luxury hotels van de wereld.
Ook al is alles goed geregeld en verzorgd toch heb ik altijd weer een aantal kleine suggesties en aanmerkingen die het verblijfsgenot voor de gast nog iets kunnen verhogen. 


Zo stond er bijvoorbeeld dit weekend bij mijn hotel in Córdoba een bos verse rode rozen op mijn kamer en dat voelde toch heel speciaal en het is iets dat je niet heel vaak aantreft. Ze hadden zelfs op de rand van het riante ligbad een bloemenvaas met lelies gezet, die heerlijke roken. Ik ben een groot voorstander van bloemen in een vier- of vijfsterrenhotel, mits ze natuurlijk echt zijn, omdat ze enorm sfeer verhogend zijn en hier heb ik laatst al eens eerder over geschreven (klik hier voor dit verhaal).

Daarnaast stond in Córdoba, waar ik in twee verschillende hotels verbleef, tweemaal op de kamer een glanzende wijnkoeler, gevuld met ijsblokjes, met een fles Spaanse cava klaar. Ik voelde me bij mijn aankomst in het hotelkamer bijzonder welkom. Geregeld gebeurt het mij daarnaast ook dat er nog een bord met vers fruit naast staat, waar mijn dochters zich dan met veel genoegen op storten. Een kleine moeite voor het hotel, een groot plezier (en trouwens slechts een zeer kleine investering).


Hier in Sevilla, waar we in het gerenommeerde vijfsterren hotel ‘Alfonso XIII’ verblijven, klopte van de week iemand op de deur van onze kamer. Hij zag eruit zag als een echte klassieke butler en hij reed vervolgens een klein karretje met een groot wit kleed erop onze kamer naar binnen met wederom een fles cava, in een met ijs gevulde chromen ijsemmer. Het wagentje was dit keer aangevuld met een bordje met chocolaatjes, die ook niet te versmaden waren. Ook dit maakte het gevoel van welkom zijn, net als bij de andere genoemde hotels, helemaal compleet.

Maar zogezegd zijn er veel meer (kleine) dingen die het verblijfsgenot nog meer kunnen verhogen en slechts eentje wil ik er deze week nog noemen en dat is het feit dat als ik, nadat ik van de heerlijke bubbeltjeswijn en van de mooie bloemen heb genoten, constateerde dat er op mijn hotelbed een heerlijk fluffy donzen dekbed ligt. 


Dit klinkt voor een Nederlander in eerste instantie als ‘normaal’, maar toch is het zo dat in veel hotels in Europa (en de rest van de wereld) het bed met dekens en lakens is opgemaakt. Ik heb zo’n hekel aan zo’n bruine ouderwetse ‘paardendeken’ met lakens, waar ik ’s nachts vaak mee in de knoop kom en ik vind het eigenlijk niet meer van deze tijd. 

Groot was dan ook mijn vreugde afgelopen week toen ik verschillende malen bemerkte dat ik heerlijk onder een lekker dekbedje kon slapen. De ‘slaapfeestvreugde’ werd nog eens vergroot door de heerlijke zachte donzen kussens die daarbij lagen. 

Echter blijf ik nog met een vraag zitten: waarom maken ze het dekbed zo raar op? Het is me namelijk al verscheidene keren opgevallen hier in Spanje dat als er sprake is van een dekbed, de kamermeisjes het dekbed netjes in een schone dekbedhoes doen, maar vervolgens de ‘open’ kant aan de bovenkant, dus bij de kussens neerleggen. 

Zo gebeurt het dat je als je in bed ligt, je ‘worstelt’ met de openingsflap, die ik bij mij thuis gewoon aan het voeteneinde leg. Om dit dilemma (dat dus schijnbaar geen vergissing is) op te vangen, hebben de kamermeisjes vervolgens weer een extra laken onder het dekbed gelegd. Tja, dan wordt het weer zo’n ratjetoe in bed. Ik ga toch eens vragen waarom men dit doet. Onwetendheid of onwennigheid met het dekbed? Ik kom graag een andere keer op deze vraagstelling (en het antwoord) bij je terug.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Werken in een hotel geeft mij alle rust

De tijd dat ik in Amsterdam ben besteed ik zoveel mogelijk aan het voltooien en vervolmaken van alle activiteiten van KUNSTSTAD, waaronder de reizen van 2017 en de arrangementen van dit voorjaar. De trouwe lezers van mijn verhalen weten dat ik in het buitenland mijn werkzaamheden vaak in de rustige omgeving van een hotellobby of aangename hotelbar doe, echter ook in Nederland zoek ik deze ambiance graag op (klik hier voor een verhaal hierover). De afgelopen tweeënhalve week zat ik regelmatig in de rustige en sfeervolle bar van het Hilton Hotel in Amsterdam. Deze locatie ken ik al vele jaren en het geeft mij niet alleen veel inspiratie, maar het is ook een plek waar ik (bijna) niet afgeleid word.
Thuis werken vind ik niet ideaal; daar wordt mijn aandacht toch vaak gevraagd door allerlei huiselijke beslommeringen en ook door mijn gezin. 


Wat tegenwoordig heel normaal is voor met name de zelfstandige en zogenaamde zzp’ers is dat zij neerstrijken in een hippe koffietent of een fancy café en daar zijn er bij ons in Amsterdam-Zuid ontzettend veel van. Maar de atmosfeer in die vaak kleine en drukke horeca-etablissementen vind ik niet optimaal en ik kan me daar meestal ook niet goed concentreren. Bijkomende nadelen zijn op die genoemde plekken dat de meeste faciliteiten daar minimaal zijn, waaronder het sanitair. In een vijfsterren hotel daarentegen, zoals het Amsterdamse Hilton Hotel, heb ik het gevoel van luxe en comfort waar ik goed in functioneer. Het is er meestal niet druk en als er toch een grotere groep mensen binnenkomt dan heb je altijd een plek ergens anders in het hotel waar je naar kunt uitwijken om weer opnieuw je rust te vinden.
Ook aan toiletten geen gebrek, je hoeft (in tegenstelling tot de zogenaamde ‘gezellige’ kleine Amsterdamse kroegjes) nooit in de rij voor de wc te staan. En daarbij zijn de hoteltoiletten eigenlijk altijd zeer schoon wat je bij de genoemde cafeetjes vaak ook niet kunt zeggen. 


De naam Hilton heeft voor mij sowieso een extra positieve lading want op talrijke plekken op de wereld heb ik in hotels van deze keten gelogeerd, zoals in New York, Luxemburg, Düsseldorf en München en met name denk ik met veel plezier terug aan mijn verblijf in het schitterende Hilton Vienna Plaza in Wenen.
Het Hilton Amsterdam is echter óók speciaal voor mij. Meer dan tien jaar geleden gaven wij hier al lezingen en cursussen wat ons toen uitstekend beviel. Doordat wij ook wel eens wat andere plekken wilden proberen zijn wij toen uit het Hilton vertrokken maar inmiddels zijn wij weer met veel plezier hier teruggekeerd.
Is het Hilton Hotel Amsterdam ook kunsthistorische verantwoord of komen we alleen voor de ambiance en het comfort? Natuurlijk is het laatste de belangrijkste reden dat wij hier met klanten van KUNSTSTAD komen, maar het hotel is, weliswaar veel later gebouwd, een onderdeel van het beroemde ‘Plan Zuid’ van Berlage. 


Daarbij heeft het Hilton al vele decennia een aantrekkingskracht op allerlei kunstenaars. Misschien de bekendste artiest die hier ooit vertoefde was John Lennon met zijn vrouw Yoko Ono. Meer dan vijf dagen verbleven in 1969 de ex-Beatle met zijn partner in een bed in het Amsterdamse Hilton Hotel. Deze zogenaamde ‘Bed-In’ was een pacifistische protestactie tegen de Vietnamoorlog. Op deze plek in het Amsterdamse Hilton deed Lennon inspiratie op voor het nummer ‘Give Peace a Change’ dat hij bij zijn volgende ‘Bed-In’ in het Queen Elizabeth Hotel in Montreal zou opnemen.

Deze gebeurtenis maakt voor mij het Hilton Hotel Amsterdam toch nog weer iets bijzonderder. Dat geldt ook voor de andere beroemde gasten die er komen en kwamen. Een veelgeziene bezoeker was jarenlang de zanger en kunstenaar Herman Brood. Helaas koos hij het Hilton ook uit als de plek waar hij een eind aan zijn leven wilde maken. Een koperen plaatje op een bankje voor het hotel doet mij telkens weer herinneren aan dit feit.
Ik zou nog veel meer over dit beroemde Amsterdamse hotel kunnen vertellen, maar veel leuker vind ik het om je eens te begroeten op deze mooie plek. Kom je aankomende tijd eens naar eens van onze bijzondere arrangementen die wij in het Hilton Amsterdam organiseren?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De digitale verleiding is groot

Mijn credo voor vandaag is “Laat je niet misleiden”. In het leven wordt je voortdurend op allerlei manieren misleid en verleid om een dienst af te nemen. Op zich is daar niets mis mee, want dat is een deel van de kunst van het ondernemerschap. Het moet echter niet zo zijn dat je achteraf, als je de dienst en/of product al hebt afgenomen, je niet tevreden bent omdat het totaal niet overeen kwam met wat je beloofd werd.

Dus als klant moet je vooraf kritisch zijn en proberen te doorgronden wat men je met mooie woorden en prachtige afbeeldingen belooft zodat je later niet van een koude kermis thuis komt.

Ook in de hospitality en met name bij het boeken van hotels krijg je met allerlei mooie beloftes en vooruitzichten te maken. Bijna iedereen raadpleegt tegenwoordig het internet om de verschillende mogelijkheden te vergelijken betreffende het gunstigste en aantrekkelijkste vervoer en verblijf.


Prachtige flitsende websites komen aan je voorbij als je naar hotels aan het surfen bent op internet. De meeste hotelwebsites zien er gelikt uit en dat is niet verwonderlijk want ze dienen er natuurlijk voor om je een uitstekende eerste indruk van het hotel te geven en je over te halen te boeken. Vaak geven de internetfoto’s een heerlijk romantisch beeld van het onderkomen. Je krijgt een receptie zonder wachtrij te zien met vriendelijk lachende personeel, een foto van het restaurant met een rijk gevuld buffet, een bar met een jong stel dat het uiterst gezellig met elkaar heeft en een schitterende hotelkamer waarin een vaas met verse bloemen staat. Je bent al snel geneigd om aan de hand van zo’n website te oordelen en je reservering te maken. Daar is ook niets mis mee, maar pas op want schijn kan bedriegen; de foto’s kunnen soms niet helemaal in overeenstemming zijn met de situatie die je ter plekke aantreft.

Okay, je komt nog wel eens hele knullige websites tegen met foto’s die meer dan dertig jaar geleden lijken te zijn genomen. In zo’n situatie kun je meestal al op je klompen aanvoelen dat je terecht zult komen in een ouderwets, slecht onderhouden hotelletje want als je je op die manier presenteert op internet dan is meestal de rest van de ambiance gelijkwaardig of soms nog slechter.


De meeste vier- en vijfsterren hotels, de plekken waar ik professioneel in geïnteresseerd ben, maken vanzelfsprekend gebruik van uitstekende webdesigners en vakkundige fotografen. Kamers, lobby, restaurant en andere faciliteiten worden zo mooi mogelijk digitaal vast gelegd en zo aantrekkelijk mogelijk op hun hotelwebsites gepresenteerd. Digitaal boeken gaat meestal heel eenvoudig en binnen enkele klikjes heb je een reservering gemaakt.

Met name voor de reizen voor KUNSTSTAD zoek ik al jaren voor vele reislocaties geschikte vier- en vijfsterrenhotels en ook mijn eerste onderzoek vindt via het internet plaats. Echter, ik kan je uit uitgebreide ervaring vertellen dat je echt niet altijd op deze eerste digitale indruk af moet gaan want ik heb talrijke hotels, na mijn vooronderzoek op internet, uiteindelijk daadwerkelijk bezocht en kwam vaak tot opzienbarende ontdekkingen.

Ik ga als volgt te werk; eerst maak ik vooraf een selectie van een aantal viersterrenhotels in het centrum van een te bezoeken stad. Het liefst kies ik een hotel van een luxe viersterrenketen omdat die vaak al aan een aantal basiskwaliteiten voldoet. Graag kom ik op het fenomeen van grote hotelketens een ander keer nog eens uitgebreider terug. Na mijn internetonderzoek plan ik mijn (onderzoeks)reis in en maak ik afspraken voor een rondleiding met één of meer personen van de reserveringsafdeling of van het management van de hotels die ik op het oog heb. Ik bekijk de verschillende type kamers en alle andere faciliteiten en zie dan ter plaatse of dit overeenkomt met de gemaakte beloftes op hun websites.

Soms ziet het hotel er precies zo uit zoals de indruk die ik op internet er van kreeg en heel af en toe worden mijn verwachtingen gelukkig wel eens overtroffen. Helaas gebeurt het ook regelmatig dat ik de lobby van een viersterrenhotel binnen kom en eigenlijk gelijk weer om wil draaien. Het lijkt dan van geen kanten op de foto’s die ik op de website zag! 


Soms loop ik dan ook daadwerkelijk direct weg en probeer mijn tijd te besteden aan het kwalificeren van andere hotels. Af en toe, meestal als ik al in zo’n teleurstellende hotel een afspraak met iemand heb gemaakt, onderga ik toch even een rondtoer. De reden dat ik dat doe is dan meestal uit pure nieuwsgierigheid waarom men niet levert wat men belooft. De antwoorden zijn uiteenlopend en ook daar kan ik een andere keer nog wel eens een verhaal aan wijden.

Het blijft dus een uitdaging om via internet een hotel te boeken en het kost wat ervaring, tijd en oplettendheid om de juiste plek voor je vakantie of zakenreis te vinden.
Succes!

 

Judith de Groot

info@HospitalityScanner.com

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het zijn de kleine dingen die het doen

Soms vragen mensen wel eens aan mij ‘wat is nou een ultieme manier om gastvrijheid en klantvriendelijkheid te tonen?’. Dan geef ik vaak als antwoord dat dit meestal in hele kleine dingetjes zit. Een mooi gebaar, een onverwachte vriendelijke reactie of iets bijzonders wat je niet had zien aankomen maar wat wel heel erg door de ontvanger wordt gewaardeerd. Natuurlijk verwacht je als je dit leest dan hier van mij een voorbeeld van.

Ik moet allereerst denken aan wat we afgelopen anderhalve maand meemaakten toen we intensief aan het vliegen waren, onder andere van Amsterdam naar Málaga, vandaar naar Lissabon en vervolgens naar Porto om uiteindelijk vanaf daar weer via Lissabon naar Málaga terug te keren. Tenslotte stapte Marcel precies twee weken geleden met Chloé en Alizia wederom in het vliegtuig om vanuit Zuid-Spanje naar Amsterdam terug te keren, terwijl ik dat traject nog vijf dagen daarvoor had afgelegd. 


Hij sms-te, toen hij met de twee meiden aan boord zat, dat er door de captain werd omgeroepen dat het enorm mistig was in Amsterdam en dat ze hierom op de luchthaven van Málaga een uur in het vliegtuig naast de landingsbaan moesten wachten. Het vliegtuig was behoorlijk vol, bijna geen één plaats was onbezet en hij wist dat hij sowieso, ongeacht de vertraging, ook meer dan drie uur vliegtijd voor de boeg had. Ik dacht meteen, dat is balen voor hem en de kinderen!    

Ik moest, toen ik dit nieuws per sms in Amsterdam van hem hoorde, terugdenken aan ons vertrek van het vliegveld van Lissabon van een week eerder. Ook daar hadden we vertraging, meer dan twee uur zelfs, en dat hoorde we pas toen we al gereed voor vertrek in het vliegtuig zaten. De Portugese piloot deelde in gebroken Engels mee dat we door het slechte zicht, veroorzaakt door de mist in Lissabon, niet op konden stijgen omdat we moesten wachten op vertraagde toestellen die nog voor ons in de rij moesten landen. Voor de rest van de vertragingstijd waren we verstoken van informatie en de stewardessen zeiden ook niet veel. 

Ik zag dat verschillende passagiers zich na een uur wachten in de kleine ruimte van het toestel behoorlijk begonnen te ergeren. De Britse dame die op de rij voor ons zat, bleek al vroeg in de nacht te zijn vertrokken uit Zürich en voor haar was deze vlucht een overstap naar haar woonplaats Málaga. Ze was moe, had honger en was boos waarom ze dan niet gewoon in de vertrekhal had mogen blijven. Terugkomend op de inleiding van mijn verhaal, hoopte ik dat de crew met name voor deze dame iets bijzonders zou doen, een mooi gebaar zou maken of iets wat haar een beetje op zou monteren. Het enige wat de stewardessen na meer dan een uur wachten deden was iedereen een glaasje water geven, zonder verdere aandacht of informatie en dat maakte onze Britse buurvrouw nog bozer.

Niet alleen voor de Britse dame en de andere passagiers maar ook met name voor onze dochters is zo’n wachttijd een behoorlijke opgave. We verlangen van ze dat ze gewoon stil zitten en afwachten maar dat kan best moeilijk zijn als je nog zo klein bent.


Tijdens een gewone vlucht (zonder vertraging) zijn er allerlei afleidingsmomenten zoals het opstijgen, eten, drinken en dalen voor onze kinderen. 

Maar twee uur alleen maar stil zitten wachten vergt van zulke kleine passagiers een enorm brok geduld en van ons als ouders creativiteit. Mijn complimenten voor mijn kinderen want dat deden ze dit keer ook weer enorm goed, maar toch miste ik hierbij de hulp van de crew van het vliegtuig. Ze maakten geen extra gebaar richting de kinderen zoals het geven van een klein presentje in de vorm van een kleurplaat en potloden, of het schenken van een limonadedrankje. Een gemiste kans!

Dus toen ik laatst zogezegd in Nederland wachtte op Marcel, Alizia en Chloé en ik van hun vertraging vernam vroeg ik mij af hoe het hen dit keer zou vergaan. En op bijna hetzelfde moment zag ik via Facebook een foto voorbij komen van een lachende Alizia in de cockpit van het betreffende vertraagde vliegtuig op luchthaven van Málaga. Kort daarna verscheen natuurlijk ook een foto van Chloé die, een beetje timide, ook plaats achter de stuurknuppel had genomen. Later begreep ik van Marcel dat de (Nederlandse) piloot iets heel bijzonders had gedaan. Na zijn aankondiging van het uur vertraging zei hij direct daarna dat alle geïnteresseerden (kinderen) even een kijkje mochten komen nemen in de cockpit. Geweldig! Wat een plezier deden ze hier de kleine passagiertjes mee. Het uur vertraging ‘vloog’ letterlijk en figuurlijk om en ik begreep van Marcel dat ze er tijdens de vlucht niet over uitgepraat raakten. 


Ik hoorde later in Nederland van mijn dochters dat de stoelen automatisch naar voren en achter, en naar links en rechts konden, dat het cockpitraampje zelfs door de piloot werd geopend en nog veel meer opwindende dingen die voorin het vliegtuig gebeurden. Wat hadden ze mijn meiden en de andere kinderen hier een plezier mee gedaan.

Kijk, dit is nou precies wat ik bedoel met gastvrijheid. Je kunt door middel van een klein gebaar de klant (zowel de kinderen als natuurlijk ook de ouders) een goed gevoel geven tijdens een ongemakkelijk situatie. Dit is nu precies een ‘neuslengte’ verschil waarom deze piloot de ultieme manier van hospitality gaf en de captain en de crew van de Portugese maatschappij van een week eerder een steek lieten vallen.

Van dit soort voorbeelden heb ik er uiteraard nog meer en waarschijnlijk zal ik de aankomende jaren hier nog wel eens met genoegen over schrijven.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Even lekker ‘zitten’ werken

Momenteel zit ik dit blog te schrijven op een ongemakkelijke stoel in een heerlijk rustige lobby van een Amsterdams hotel. Zoals je weet strijk ik zelfs als ik niet op reis ben toch weer neer in één van de vele mooie vier- of vijfsterrenhotels die onze hoofdstad rijk is. Deze hotellobby’s zijn eigenlijk mijn zogenaamde mobiele werkplek, want met mijn laptop en mijn telefoon bij me kan ik overal dingen doen. Laatst zei eens iemand, jullie zijn echte ‘digitale nomaden’ en dat vond ik een wonderbaarlijk mooie aanduiding voor onze levens- en werkwijze.

Dus nam ik ook deze week in Amsterdam mijn computer onder mijn arm en toog ik naar het College Hotel, dat bij ons in de buurt ligt. De sfeer is er altijd goed en de koffie lekker. Eén van de weinige minpunten is echter het comfort van het meubilair. Het ziet er allemaal mooi uit, maar de zithouding die je in de stoelen aan moet nemen is mijns inziens enigszins onhandig. 


De stoelen en banken zijn namelijk zo laag dat je je computer niet op het tafeltje kwijt kunt, dus die dien je op schoot te houden. Dat hou je zo wel even vol, maar als je iets langer wilt werken dan begin je dat te voelen in je nek. Daarnaast kom je lastig weer overeind als je eenmaal lekker gezeten hebt.

Ook bij het gloednieuwe Hilton Hotel op Schiphol is het meubilair niet helemaal zoals ik graag zou willen. Het oude Hilton Hotel was zwaar verouderd en aan vervanging toe en daarom bouwde men naast het voormalige gebouw een futuristische nieuw hotelgebouw (terwijl het oude Hilton werd afgebroken). Het nieuwe Hilton Hotel op Schiphol ziet er van binnen ruim en ook spannend uit. Vanuit de lobby, die zich in een soort atrium bevindt, kijk je naar alle verdiepingen die zich rondom het overdekte binnenhof bevinden.

Als je een keer een zakelijke afspraak in de buurt van Schiphol hebt of na een lange vlucht nog even rustig iets wilt drinken voordat je naar huis rijdt dan is deze plek een echte aanrader. 


Echter ook hier dient zich eenzelfde nadeel aan als waar ik mijn verhaal mee begon en dat is het comfort van de meubels. Qua styling ziet het er aardig uit, erg gemakkelijk zijn ze echter niet. Ook het personeel klaagt erover, want de tafels zijn zelfs zo laag dat de ober met een vol dienblad in zijn hand echt geheel op zijn knieën moet gaan zitten om de drankje op tafel te zetten. Anders dient hij namelijk zo diep te bukken dat de drankjes van het dienblad af zouden vallen.

Echter het barinterieur van een hotel in Sevilla spande de kroon. Het geheel was traditioneel Seviliaans ingericht met gekleurde tegeltjes en met hout en was erg sfeervol. Ik heb echter nog niet uit kunnen vinden of het ook authentiek is om daarbij de meubels in kinderformaat te hebben, want dat is wat ik daar aantrof. Voor Alizia en Chloé was dit natuurlijk ideaal, want die konden geheel zelf op en af de stoeltjes klimmen. 


Voor volwassenen is het echter totaal niet praktisch en mocht je last van je rug of je benen hebben dan kan ik me voorstellen dat je niet meer van het ministoeltje omhoog zou kunnen komen.

Sfeer, schoonheid en comfort staan dus echt totaal los van elkaar blijkt maar weer, maar horen in mijn ogen in een kwaliteitshotel wel samen te gaan. Het oog wil wat, maar ook je rug en andere lichaamsdelen moeten niet vergeten worden.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wij kennen de plekken waar we met je op reis naar toe gaan!

Afgelopen weekend besloot ik om vanuit het zonnige Málaga weer terug te gaan naar het onstuimige, maar mooie Nederland. Mijn dochters en Marcel bleven nog even achter in Zuid-Spanje, maar ik wilde graag afgelopen dinsdag aanwezig zijn op de vakdag van de jaarlijkse Vakantiebeurs in Utrecht. Traditiegetrouw heet de dag, voorafgaande aan de officiële opening voor het grote publiek, de ‘vakdag’, waar allerlei mensen uit de reis- en hospitalitybranche elkaar ontmoeten.
Ik vind het altijd erg boeiend om tijdens deze vakdag op de Vakantiebeurs te zien welke hotels aanwezig zijn en hoe ze zich tonen aan het publiek. Ook ben ik geïnteresseerd in hoe Europese steden en regio’s zich presenteren, waarbij ik inspiratie op doe voor eventuele nieuwe reislocaties voor onze reizen van KUNSTSTAD. 


En natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar waar andere ‘concullega’s’ uit de reiswereld mee bezig zijn.

Het was, net als andere jaren, weer erg gezellig op de beurs. Men tracht zoveel mogelijk op thema of op land de verschillende stands te groeperen wat altijd goed lukt. Dit wordt dan weer aangevuld met op iedere plek een passend culinaire aanbod en zo sta je bijvoorbeeld met mensen uit de branche op de Spaanse afdeling een heerlijk Rioja-wijntje te drinken met typerende Spaanse tapas. Of je eet een Bretzel op een Oostenrijks uitziend terras. Een prima ambiance dus om inspiratie op te doen en oude zakelijke bekenden of nieuwe vakgenoten te ontmoeten.

Al snel raakte ik in gesprek met een aantal interessante collega’s, die uiteraard allen in de reisbranche werkzaam waren, en wat me telkens opviel is dat ze allemaal, geen eentje uitgezonderd, erg enthousiast waren over het verhaal dat ik hen over KUNSTSTAD vertelde. 


De meeste reisproducenten die ik spreek zijn namelijk doorgaans bezig met een massaproduct, dat wil zeggen dat ze zoveel mogelijk mensen naar zo populair mogelijke bestemmingen brengen. Het valt me regelmatig op, ook nu weer tijdens de Vakantiebeurs, dat de meeste mensen uit de reisbranche zo weinig tijd hebben om precies te weten wat ze verkopen. Ze zijn op de meeste locaties niet eens zelf geweest en meestal hebben ze dus niet zelf ervaren wat ze aan hun klanten aanbieden. Hier zijn Marcel en ik dus totaal anders in. Wij bieden geen reizen aan naar plekken en steden waar we zelf nog nooit geweest zijn. Wij organiseren eigenlijk niets zonder dat we er zelf van overtuigd zijn dat het interessant en de moeite waard is.

We testen, zoals de trouwe lezers weten, zelf alle hotels voor onze reizen. Met veel plezier kiezen wij voor elke reis het hotel uit dat het meeste aan onze eisen voldoet. We stellen het programma samen en selecteren gezellige restaurants. Kortom; we staan achter de reis die we met veel toewijding en genoegen formeren.  


Onze manier van aanpak lijkt misschien allemaal een beetje ‘overdreven’, maar het is wel zoals wij het doen! Wij zijn op deze manier bezig met iets wat we ontzettend leuk vinden en dragen dat hopelijk ook uit. En ik merk dat collega’s uit de reiswereld daar soms best wel een beetje jaloers op zijn en ook heel graag wel eens precies willen weten wat ze hun klanten voorschotelen, maar door de ‘overspannen’ manier van zakendoen hier niet aan toekomen.

Mijn bezoek aan deze editie van de vakdag van de Vakantiebeurs was weer zeer geslaagd en heeft me weer wat nieuwe ideeën en inzichten opgeleverd. Wat trouwens wel leuk is om in dit kader mee te delen is dat één van onze reizen van dit jaar op de Vakantiebeurs wordt aangeboden, namelijk de bijzondere reis naar Kassel & De Documenta. Onder meer bij de stand van het Duits Verkeersbureau en ook bij het kraampje van de stad Kassel liggen onze flyers. Mocht je naar de Vakantiebeurs in Utrecht gaan de komende dagen dan zie je onze folder wellicht liggen en neem hem dan vooral mee! Mocht je niet in de gelegenheid zijn om naar deze beurs te gaan dan krijg je deze flyer ook tijdens onze Nieuwjaarsreceptie a.s. zondag (15 januari) in de Beurs van Berlage uitgereikt.
Ik hoop je daar te zien!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een kritische kijk op hotels in Europa

Jaarlijks verblijf ik, zoals de trouwe lezer weten, in vele hotels.  Als HospitalityScanner ben ik namelijk altijd op zoek naar het vier- en vijfsterrenhotel dat haar gasten de meest gastvrije ervaring bezorgt. Ik ben daarom zoals bekend tijdens mijn ontdekkingsreis zeer kritisch en heb ik een duidelijke mening over kwaliteit en service. Mijn credo is dat een luxe hotel haar gast met comfort moet omringen en zich meer dan thuis moet laten voelen.

Daarnaast selecteer ik voor KUNSTSTAD het meest geschikte hotel voor onze kunst- en belevingsreizen binnen Europa. Ik kom daarom regelmatig unieke, bijzondere, verrassende, steengoede, maar helaas ook ultiem slechte hotels tegen. Hieronder de ervaringen van mij in drie ultieme vijfsterrenhotels waar ik toch ook wat kritiek op had. 

'Hotel Eurostars Palace' in Córdoba

'Hotel Eurostars Palace', Córdoba

Zo verbleef ik in Córdoba bijvoorbeeld afgelopen jaar in een vijfsterrenhotel dat er in eerste instantie anders dan anders uitziet. Van buiten is het geheel bekleed met een stalen constructie die bruin gekleurd is. Het is een echte eye catcher in de stad, gelegen op een uitstekende locatie midden in het centrum van Córdoba. Echter het hotel blijkt in de praktijk een aantal nadelen te hebben, zoals je in mijn filmpje kunt zien.


'Hotel Palacio Villapanés', Sevilla

De Spaanse stad Sevilla heeft slechts een paar vijfsterrenhotels, die ik tijdens mijn verblijf in de stad uiteraard wilde leren kennen. Veel hotels in Sevilla zijn karakteristiek en authentiek en bevinden zich in een oorspronkelijk stadspaleis. Zo ook het Hotel Palacios Villapanés. In het filmpje dat ik hier opnam vertel ik je wat ik enorm kon waarderen in dit hotel en waarom ik dit toch uiteindelijk niet het meest ideale hotel van de stad vind.

'Hotel Palacio Villapanés' in Sevilla


'Westin Excelsior Hotel' in Rome

'Westin Excelsior Hotel', Rome

Als hotel heb je natuurlijk te maken met de uitdagingen van het pand waarin het hotel gevestigd wordt. Is het nieuw te bouwen of komt het in een historisch pand waarvoor beperkende regels gelden wat betreft de verbouwing en het exterieur. 

Als je dan in een gebouw met een geschiedenis terecht komt dan wil je die geschiedenis wellicht uitdragen en zichtbaar maken. Dit betekent echter niet dat daardoor de inrichting verouderd hoeft te zijn en niet onderhouden hoeft te worden. Je dient natuurlijk met je tijd mee te gaan en te zorgen dat alles functioneert zoals dat van een kwaliteitshotel verwacht wordt, 


helemaal als de prijzen voor de hotelkamers hoog liggen. In Rome viel mijn verblijf daardoor laatst tegen, zoals ik uitleg in het filmpje dat ik daar maakte. 

Met veel liefde en plezier verricht ik mijn onderzoek in de verschillende steden in Europa. Zoals ik in de introductie al schreef kom ik op deze manier op bijzondere plekken, maak ik unieke dingen mee en wordt ik soms door hotels verrast (zoals ook in de filmpjes te zien is die Marcel plaatste). 

Ik hoop in 2017 nog heel vaak onverwachte en mooie hotelverblijven te mogen meemaken en jou daar tijdens onze reizen zelfs deelgenoot van te mogen maken.

 

Judith de Groot, HospitalityScanner

info@hospitalityscanner.com

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Gezelligheid kent geen tijd!

Na een druk dagje in de stad, of je nu zakelijk of voor de gezelligheid op reis bent, is het  voor mij (en ik neem aan voor jou ook) altijd heel fijn om na terugkeer in het hotel waarin ik verblijft even uit te rusten in de hotelbar en een lekker drankje te drinken.

Eigenlijk beschikken alle goede vier- en vijfsterrenhotels tegenwoordig wel over een goed geütiliseerde bar, maar de manier waarop de hotelbar ingericht en georganiseerd is verschilt nogal. Het zijn soms kleine zaken die maken dat je je als gast in die hotelbar prettig en comfortabel voelt en zelfs na het nuttige van een drankje bedenkt dat je nog wel even wilt blijven zitten en zelfs nog iets wilt bestellen. Ik vind eigenlijk dat het bargedeelte een beetje een soort huiskamergevoel moet oproepen, een soort thuis in den vreemde. De aankleding dient dus in mijn ogen ‘warm’ te zijn, met een prettige verlichting en comfortabele meubels.


Om lekkere drankjes en hapjes in een hotelbar te krijgen is meestal geen probleem. Maar wie is er aanwezig om dit op te dienen? En is er überhaupt wel iemand beschikbaar om dit te doen?

Nou zijn hotelmedewerkers over het algemeen wel getraind om gastvrij te serveren, maar voor een hotelbar is nog wat meer vaardigheid nodig. Vaak is het fijn dat het barpersoneel nog wat extra aandacht aan je geeft dan alleen maar vlot en vakkundig een drankje neer te zetten. Ook hier schreef ik al eens eerder wat over (klik hier voor mijn eerdere verhaal) en wat ik hierbij ook heel belangrijk vind is dat de barman of barvrouw niet alleen aandacht voor je heeft maar ook dat hij of zij mij en iedere andere gast een beetje in de gaten houdt. Ik bedoel dan dat hij (zij) regelmatig kijkt of iedereen nog voorzien is van een consumptie want soms gebeurt het wel eens dat je na een lange stadswandeling veel dorst hebt en dat je vrij vlot weer wat wilt bestellen. 

Over dit laatste moest ik de afgelopen dagen weer eens nadenken want in mijn hotel in Lissabon van afgelopen weekend (waar ik trouwens wel eens eerder geweest was) en mijn eerste hotel hier in Porto (inmiddels verblijf ik al weer in een ander hotel) was het zo dat de barman het meest van de tijd niet fysiek aanwezig was. Allereerst maakte dit de hotelbar erg onpersoonlijk en je had voortdurend het gevoel dat hierdoor de bar gesloten was. Je drankje diende je te bestellen door op een knopje op je tafel te drukken waardoor de barman vanuit een plek elders in hotel werd opgeroepen. 


Ik had dit fenomeen in andere hotels ook al eens meegemaakt en ik wist hierdoor dat door het drukken op het oproepknopje op de tafel een triller om de barkeeper zijn pols geactiveerd werd. Niet een erg charmante methode maar oké als een hotel hiervoor kiest dan zit er niets anders op om dit te doen.

Echter de afgelopen dagen gebeurde er bij de twee genoemde hotels, nadat ik op het ‘belletje’ op de tafel drukte, helemaal niets. Na meer dan tien minuten wachten werd ik ongeduldig en met tegenzin duwde ik nogmaals het knopje in, maar je voelt het al aankomen, nog steeds kwam er niemand aan om mijn bestelling op te nemen. Met nog grotere weerzin stond ik na twintig minuten op om vervolgens de bar te verlaten en naar de hotelreceptie te gaan om daar te vragen of wellicht een medewerker naar de bar zou willen komen. Uiteindelijk kwam er iemand, maar mijn irritatie kon ik eigenlijk niet goed meer onderdrukken. 


Dit werd nog erger toen een half uur later, toen ik nog wel weer een nieuw drankje wilde bestellen, want het was immers kerst en we hadden er wel behoefte aan om een beetje gezellig te zitten, er wederom niet werd gereageerd op het genoemde knopje. Ik kwam uiteindelijk tot de conclusie dat een geslaagde hotelbar toch niet zonder barpersoneel kan dat voortdurend aanwezig is. 

Hoe efficiënt ook bedacht en hoe ‘handig’ voor het hotel om het barpersoneel op allerlei andere plekken in het hotel in te zetten, voor mij hoort in de bar (als deze geopend is) voortdurend minimaal één medewerker aanwezig te zijn. Het liefst een persoon die zich met heel zijn ziel en zaligheid geeft voor deze niet onbelangrijke hoteltaak. Gelukkig trof ik dat in het huidige hotel waar ik nu verblijf in Porto wel aan. Een kanshebber dus om met de KUNSTSTAD groep volgend jaar in te verblijven.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een ei hoort er bij!

Toen ik vanochtend in mijn hotel aan de ontbijttafel zat bestelde ik voor mezelf weer eens een heerlijk omeletje. Ik hou er wel van om ’s morgens, naast wat verse knapperige broodjes, iets warms te eten en dan is een eiergerecht een goede keuze. Meestal bestel ik dan een omelet.

Het is een vorm van entertainment als in de ontbijtruimte naast het buffet een kok live eieren staat te bakken. Dit kom ik regelmatig in Europese kwaliteitshotels tegen en deze service geeft een professionele en sfeerverhogende uitstraling. Je kunt bij de genoemde kok trouwens al je wensen omtrent het bakken van je ei kenbaar maken en meestal kun je dan ook heel veel verschillende ingrediënten laten toevoegen, zoals ham, maar ook kaas, champignons prei, paprika, Spaanse pepertjes en nog veel meer. Ik heb weleens een echt goedgevulde maaltijdomelet voor mezelf laten maken waardoor ik tot laat op de dag geen behoefte aan ander eten meer had. Dit fenomeen van ‘Live and Cooking’ vind ik echt een goede aanvulling, met name voor vijfsterrenhotels, en verhoogt zogezegd het gevoel van comfort en luxe.


Wat ik trouwens echt not done vind in dit kader is als bij het ontbijtbuffet de eiergerechten niet inclusief bij de ontbijtprijs zijn. Ik bedoel dan dat er een apart menukaartje op de ontbijttafel staat waarbij je voor een omelet of spiegelei moet bijbetalen. Dit vind ik voor een hotel op niveau niet passend en zelfs een beetje armoedig. Helaas kom je dit nog wel eens tegen in Italië en meestal zeg ik er wat van bij het management. Mijn opmerkingen hieromtrent zullen waarschijnlijk weinig uithalen maar ik wil gewoon graag mijn ongenoegen hierover laten blijken en kenbaar maken dat dit niet van deze tijd is.

Wat ik met betrekking tot eiergerechten ook niet vind kunnen is dat als er roerei op het buffet klaar staat in grote warmhoudbakken, wat in bijna alle hotels het geval is. Dit roerei is geen vers ei, want door wat onderzoek ben ik er achter gekomen dat deze scrambled eggs gemaakt zijn van een soort kant-en-klaar poeder uit een pak, dat aangelengd wordt met water. Dit gaat mij persoonlijk wat ver en daarbij vind ik de structuur en de smaak van dit mengsel niet prettig.


Dan blijft nog het gewone gekookte eitje over bij het ontbijt, waar ik ook wel eens voor kies. Heerlijk is het om een warm eitje uit een mandje te halen, vooral in Duitsland kiest men er dan vaak ervoor om deze in een rieten mandje in de vorm van een kippetje te doen, bedekt met een linnen ‘dekbedje’ om ze op temperatuur te houden. Uit den boze zijn voor mij gekookte eieren die, soms al gepeld, in de koeling liggen. Ieks, dat smaakt toch niet!

Heel af en toe dan mag je eieren zelf koken in een hotel. Dan liggen er rauwe, nog ongekookte eieren klaar bij het buffet en die moet je zelf in een pan met kokend water ‘hangen’. Je moet dan ook zelf de tijd in de gaten houden om te weten of je uiteindelijk een hard of zachtgekookt ei krijgt. In eerste instantie vond ik dit procédé wel wat hebben totdat ik meemaakte dat andere hotelgasten, waarschijnlijk per ongeluk, ‘mijn’ eitje meepikten en ik na verloop van tijd een leeg netje in het kokende water aantrof.  Of wat me ook bij deze methode wel eens is overkomen, was dat ik dacht na zeven minuten lekker mijn hardgekookte eitje te kunnen gaan verorberen, echter tijdens het pellen bleek dat ik zelf het verkeerde exemplaar had gepakt, dat er nog maar net anderhalve minuut in hing, met alle gevolgen van dien. Tijdens het pellen had ik dus mijn handen vol met gele, zachte eismurrie. Na dit voorval blijf ik voortaan nauwlettend mijn eitje in de gaten houden.


Een ander groot nadeel aan deze zelfbedieningsmethode vind ik dat wanneer je je gekookte eitje uit het gloeiend hete water haalt je het vervolgens de eerste vijftien minuten niet kunt pellen aangezien je dan je handen zou verbranden. Wat ik dus altijd doe is dan aan het bediend personeel vragen of ze mijn ei onder de koude kraan wilde laten ‘schrikken’.

Er kan dus best wel veel mis gaan als je zelf bij het hotelbuffet eieren moet gaan staan koken. Het wordt helemaal hilarisch als de hotelgast niet weet dat je de eieren nog moet preparen c.q. koken en dat hij denkt dat er gewoon een bakje met hardgekookte eieren klaar staat. Laatst merkte ik dat één van mijn gasten van een KUNSTSTAD-reis niets vermoedend een rauw ei naar haar ontbijttafel meenam. Ik hoorde haar tegen haar echtgenoot zeggen dat het ei wel wat koud aanvoelde, ik sprong op en ik kon haar nog net behoeden voor een ontzettende smeerboel op haar bord, waarvoor ze me dan ook dankbaar was. Ze besloot vervolgens maar om gewoon een boterham met kaas te nemen.
Dit eierverhaal sluit ik af met allerbeste wensen voor kerst vanuit een zonovergoten Málaga!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Bloemen houden van mensen!

Van de week zat ik in de lobby van een viersterren hotel in Málaga te werken. Het was er lekker rustig en ik kon mijn gedachten bij mijn werk houden. Echter, waar ik door afgeleid werd en wat mij een beetje stoorde was de treurige aanblik van een aantal onverzorgde en ronduit lelijke planten die in de lobby waren opgesteld. Ik had zelfs een beetje medelijden met ze. Mijn gedachten namen ongewild de vrije loop en ik herinnerde mij hoe men soms in hotels met het thema bloemen en planten omgaat.  

Het nut van ‘groen’ om de receptie, de lobby en de hotelkamer op te fleuren begrijp ik helemaal en er zijn keren geweest dat ik echt buitengewoon onder de indruk was van de prachtige bloemstukken die in een hotel stonden. In een mooi vijfsterrenhotel in Rome zag ik bijvoorbeeld ooit een man, het bleek de bloemist zelf te zijn, met een imposante vaas bloemen in de vestibule bezig. Hij haalde uitgebloeide exemplaren eruit en vulde de weelderige bos vervolgens aan zodat het er echt heel sjiek en luxueus uitzag.


Ik sprak luid enthousiast mijn waardering uit en de bloemenman in kwestie reageerde hardop “Hartelijk dank voor de compliment”, want hij bleek een Nederlander te zijn die in Rome een bloemenzaak had en onder meer aan kwaliteitshotels leverde. Tja, bloemen en ons mooie land zijn natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden en niets voor niets bedankt een belangrijke inwoner uit Rome, namelijk de Paus, ons al jaren met Pasen voor onze bloemen.

Gelukkig tref ik vaak hotels aan waar men aandacht besteed aan decoratie en men verse bloemen en planten neerzet. Een hotel in Wenen had bijvoorbeeld continue verse orchideeën op een grote tafel midden in de lobby staan. Bij een ander viersterren hotel in Sevilla, dat verder wat eenvoudig was, stond een grote vaas met verse bloemen op de receptiebalie. Ze waren niet echt mooi geschikt, maar ze geurden wel en het gaf een vrolijke aanblik.


Soms wens je daarentegen hotels een goede Nederlandse bloemen- en plantenspecialist toe voor de inrichting van de publieke ruimtes van het hotel, want zoals ik al schreef kan het in sommige hotels er behoorlijk armtierig uitzien.

Zo herinner ik me nog een keer dat ik in een mooi hotel in Edinburgh, waar verder niet heel veel op aan te merken was, de stof van de nepbloem die in de badkamer stond moest wegblazen. Hoe kom je er allereerst bij om nepbloemen in een sanitaire ruimte te plaatsen! En nog erger, hoe bestaat het dat men niet regelmatig even met een stokdoekje over deze versiersels gaat.

Het gaat te ver om al mijn ervaringen hieromtrent uit de doeken te doen, maar toch verbaasde het me, terwijl ik tijdens het schrijven over dit bloemen- en plantenthema in de hospitality nog wat meer nadacht, dat het ene vier- of vijfsterrenhotel echt zijn uiterste best doet, zoals het reeds genoemde chique hotel in Rome, echter dat er ook geregeld hotels zijn die met betrekking tot zoiets beeldbepalends volledig de plank misslaan. 


Ziet men het gewoon niet? Is men niet met dit thema bezig? Mocht dit het geval zijn dan adviseer ik om gewoon rigoureus alles wat met bloemen en planten van doen heeft te verwijderen. Als het hotel wel tijd en moeite stopt in het aanschaffen en onderhouden van deze groene decoratie, dan dient men deze goed te verzorgen en is het een zeer prettige aanvulling in zowel de lobby als de hotelkamer.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het mysterie van het knaapje

Er zijn wel eens van die kleine dingen die me opvallen in de hotels waar ik verblijf en waarbij ik me afvraag waarom iets is zoals het is. Zo heb ik al eens geschreven over attributen die in de hotelkamer aanwezig zijn die volgens mij volkomen nutteloos zijn (klik hier voor mijn verhaal hierover). Er zijn echter ook dingen die absoluut zeer nuttig zijn, maar dan wel in de juiste hoedanigheid. Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld de klerenhanger.
Het knaapje, zoals deze hanger in ouderwets spraakgebruik ook wel eens genoemd wordt, is eigenlijk onontbeerlijk om je kleding, dat vaak een beetje gekreukeld en verfomfaaid na een reis uit je koffer komt, netjes aan op te hangen. Vaak doe je dit gelijk in de kledingkast, maar soms wil je je jurk of blouse even laten ‘bijkomen’ op een hangertje aan een haakje ergens aan de muur van de hotelkamer en dus niet meteen weghangen in de garderobekast. Als een bepaald kledingstuk erg gekreukeld is dan hang ik het ook wel eens even na het douchen in de badkamer zodat de stoom mijn jurk weer helemaal kreukvrij maakt. 


Dit is trouwens ook een goed remedie voor kleding die stinkt na een avondje uit eten in een restaurant waar de afzuiging niet optimaal werkt. Wellicht ken je dit soort opfrisrituelen wel. Noodzakelijk voor bovenstaande handelingen is een simpel huis-tuin-en-keuken kledinghangertje. Je weet wel, zo eentje met een haak aan de bovenkant. Logisch dat hij een haak aan de bovenkant heeft zou je misschien zeggen. Maar toch heb ik regelmatig in kwaliteitshotels dat er kledinghangers in de kast hangen die slechts een vreemd spijkerachtig puntje van boven hebben, die met veel gefriemel in een soort oogje gestopt moeten worden dat vast zit aan de stang in de kledingkast. Dat klinkt misschien wat cryptisch maar misschien dat bijgaande foto hiernaast mijn verhaal wat meer verduidelijkt.
Meestal hangen er dan zo’n acht hangertjes aan oogjes in de kast die, weliswaar één voor één met wat gepiel, eruit zijn te halen. Je kunt deze hangertjes slechts alleen weer terughangen in diezelfde kast. Doordat dit kleerhangertje geen ouderwetse haak heeft kun je hem dus nergens anders ophangen en kan ik dus mijn bovengenoemde kledingritueel niet uitvoeren.


"Is men bang dat men een gewoon knaapje steelt"    



Ik heb vaak nagedacht waarom men deze beperkende maatregel met de kledinghanger toepast in hotels. Is men bang dat men een gewoon knaapje steelt? En als dat daadwerkelijk de reden is dan is de diefstal van een kledinghanger toch echt geen kostenpost voor een hotel, want die dingen kosten echt bijna niets. Soms kun je plastic-hangertjes gratis bij kledingzaken meekrijgen en dan kan een hotel hier dozenvol van in het magazijn opslaan en bij eventuele vervreemding deze weer razendsnel kosteloos vervangen.
Of is men bang dat de hotelgast kleding met de normale kledinghanger overal op elk willekeurig plekje in de kamer gaat ophangen? Maar dat geeft toch niet? In één geval heb ik ooit gezien dat er een waarschuwing in een hotelkamer hing om ergens geen kleding aan te hangen en dat was aan sprinklerinstallatie* die je trouwens maar zelden ziet in een hotelkamer. Wat toen trouwens grappig was dat er juist in dit genoemde hotel normale kledinghangers in de kledingkast hingen en niet van die irritante hangers met ‘spijkerkopjes’.


Het hotel in Málaga waar ik nu ben heeft, zoals je al vermoedde, van die onlogische, alleen in de kast te gebruiken, kledinghangers. Ik ben in staat om bij een kledingzaak hier in de Zuid-Spaanse stad een hele doos met gratis hangertjes te halen en die aan het team van de house keeping te geven. Bij het schoonmaken kunnen de kamermeisjes zonder moeite overal de hangertjes vervangen en ik vermoed dat ze hier een heleboel gasten een enorm plezier hier mee doen.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

 

* Een sprinklerinstallatie is een brandblusinstallatie die gebruik maakt van sproeikoppen (sprinklers) aan het plafond of boven aan de wand die bij een bepaalde temperatuur water gaan sproeien.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Daar gaat een lichtje branden

Afgelopen maanden schreef ik regelmatig over waarom ik me zo op mijn gemak voel in bepaalde kwaliteitshotels en daarbij gaf ik aan dat dit door een combinatie van factoren komt (klik hier bijvoorbeeld voor mijn verhaal van verleden week hierover).

Zonder nou weer al de zaken op te noemen die voor mij in een hotel belangrijk zijn kan ik toch nog wel één cruciaal fenomeen benoemen dat een grote rol speelt in het gevoel dat je als gast krijgt in een hotel en dat is het lichtgebruik.

Het is me al vaak overkomen dat ik in een prachtig hotel arriveerde met alles erop en eraan, maar waarbij ik echt een afknapper kreeg door het afschuwelijke elektrische licht dat men gebruikte om alle ruimtes hel te verlichten.

Het is in eerste instantie wellicht moeilijk in woorden uit te leggen wat ik precies met ‘verkeerd’ lichtgebruik bedoel maar misschien kan ik het best termen als ‘koud’ en ‘onsfeervol’ gebruiken als ik spreek over de onjuiste manier van verlichten. 


Soms is er in een hotel sprake van fel schijnende lampen die een ruimte te veel licht geven en waarbij je meer het gevoel hebt dat je in hal van een fabriek of ziekenhuis staat dan in een luxe lobby van een vier- of vijfsterrenhotel. Ook kiest men soms lampjes boven het bed die meer weg hebben van schijnwerpers dan dat je ze even kunt gebruiken om je ogen alvast aan de duisternis van de nacht te laten wennen en om eventueel met mate je boekje te beschijnen waar je nog enkele bladzijden van wilt lezen voordat je gaat slapen.

Het kan tegenwoordig zijn dat men door beperkte kennis van het nieuwe verlichtingsaanbod voor de verkeerde LED-verlichting kiest, waardoor de uitstraling meer weg heeft van de kilheid van de ouderwetse TL-buis dan van het warme schijnsel en de nostalgische geelgoude gloed van de gloeilamp. Dat is volgens mij niet nodig want kenners hebben mij verteld dat er met de moderne LED-lampen allerlei soorten sfeerverlichting kan worden gecreëerd mits je maar de juiste lampen in dit genre selecteert.

Soms wordt het ook net iets gezelliger en knusser als je het licht op bepaalde plekken in het hotel, bijvoorbeeld in de bar en in het restaurant, iets dooft. 


Daarvoor in de plaats voor de ouderwetse kaarsen kiezen maakt het vaak helemaal af. Pas dan op dat het dan ook weer niet te donker wordt, want dat kan het risico optreden dat je niet meer goed ziet wat er in je glas zit of dat je je eten niet meer kunt ontwaren. Er zijn trouwens allerlei alternatieven op de markt voor de ouderwetse kaars, maar waarmee je toch het gewenste effect bereikt. Ik kom hier nog wel eens op terug.

Te weinig licht kan dus ook nadelig werken en kan zelfs oncomfortabel zijn. Het is me bijvoorbeeld al meerder keren overkomen dat men in bepaalde hippe trendy hotels overwogen had om zeer weinig licht te gebruiken in de sanitaire ruimtes. Ik moest echt moeite doen om in de wc mijn weg te vinden wat vanzelfsprekend irritatie bij mij opriep. Daarnaast was ik als vrouw helemaal niet in staat om in zo’n toilet mijn ‘neus te poederen’ of überhaupt even in de spiegel te kijken. Het gaat er dus om de juiste balans te vinden tussen praktisch en sfeervol.


In het CitizenM hotel, waar ik trouwens al eerder over schreef (klik hier voor eerder Travel Tales hierover), kun je zelf met een Ipad die je tot je beschikking krijgt het licht in je hotelkamer regelen. Je kunt de lichtsterkte zelf in stellen en ook de kleur van het licht is naar eigen keuze. Kijk, dat is nu echt meedenken met de (licht)wensen van je gasten.

Je merkt al dat ik met mijn lichtverhaal van deze week slechts een onderwerp ter inleiding aansnijdt, maar dat hier nog veel meer over te vertellen valt, ik kom op licht in hospitality dan ook graag nog eens terug.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


En nu even relaxen….

De mensen die regelmatig deelnemen aan de reizen van KUNSTSTAD weten dat ik altijd zeer kritisch op zoek ga naar goede kwaliteitshotels om tijdens onze stedentrips in te verblijven. Dit vind ik niet alleen belangrijk voor mezelf maar uiteindelijk ook voor de deelnemers van de reizen van KUNSTSTAD. Ik ben van mening dat een uitstekende hotelaccommodatie de stedentrip helemaal compleet maakt en dat hierdoor een reis een onvergetelijke ervaring kan worden.

Ik heb dan ook altijd zogezegd behoorlijk wat ‘noten op mijn zang’ en menig hotel komt niet door mijn strenge (zelfopgelegde) criteria heen. Zo als ik ooit al eens eerder heb geschreven dient het hotel minimaal aan de vier, maar nog liever aan de vijfsterren  eisen te voldoen met alles wat daarbij hoort.

Voor mij moet het kwaliteitshotel zich allereerst in (of zeer nabij) het centrum van de te bezoeken stad bevinden want ik vind het gewoon belangrijk dat ik weinig moeite hoef te doen om de bezienswaardigheden te bewonderen en ik vind het ook leuk om echt even een onderdeel van de stad te zijn. 


Echter, ik wil niet de nadelen van de binnenstad ervaren en dan bedoel ik dat ik verschoond wil blijven van stadse herrie en geluidsoverlast. Ons huidige hotel in Valencia voldoet uitstekend aan de bovenstaande wens.

Daarnaast vind ik comfort ook erg belangrijk. Ik en mijn gezin, maar ook de gasten van KUNSTSTAD, moeten zich op alle momenten tijdens het verblijf in een bepaalde stad prettig voelen en dat begint (en eindigt) in het hotel waar we verblijven.

Wat nou de juiste details, dienstverlening en faciliteiten zijn om een hotel compleet en uitermate geschikt te vinden, kan ik niet eventjes in een kort verhaaltje beschrijven. Eigenlijk schrijf ik al twee jaar wekelijks waar voor mij een goed hotel aan dient te voldoen om perfect te zijn. Toch heb ik al geregeld meegemaakt dat een kwaliteitshotel aan heel veel van mijn criteria voldoet, maar dat het toch net nog iets miste om voor euforie te zorgen. 


Het Westin Hotel in Valencia waar ik nu al meer dan tien dagen verblijf komt wel heel erg in de buurt van zeer goed. De kamers zijn ruim, schoon en beschikken over allerlei extraatjes. De lobby, bar en receptie zijn modern en hebben daarnaast ook grandeur; je voelt je er als hotelgast eigenlijk direct thuis. Het personeel is aardig, professioneel en spreekt zijn talen. Er zijn zelfs meerdere hotelmedewerkers die Nederlands spreken en dat is natuurlijk altijd leuk. Het middag en/of avondeten in het hotelrestaurant is lekker en heeft de juiste kwaliteit. Ook het ontbijt is voor Spaanse begrippen zeer uitgebreid en de broodjes zijn elke ochtend vers gebakken, soms zelfs nog warm.

Dit is dus echt een hotel waar je goed kunt vertoeven als je de hele dag op pad bent om een stad te verkennen. Terugkomend van een lange wandeling is het dan heerlijk om in een ruime sofa in de mooie bar te gaan zitten. Nog heerlijk is om neer te strijken in de grote binnentuin van het hotel, waar de Valenciaanse zon meestal schijnt en waar je beschut zit tegen eventuele wind.


Je begrijpt dat ik me regelmatig deze week als “God in Frankrijk” heb gevoeld of beter gezegd als “God in Valencia”. En nu is het tijd om te genieten van het hotel en even te relaxen, na een drukke week waarbij we de groep van KUNSTSTAD kennis hebben laten maken met Valencia en de omgeving.

Ik wens je een mooi weekend en groet vanuit een zonnig Spanje!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Klassiek of hip?

Over smaak valt niet te twisten is een oud-Nederlands gezegde en dit geldt ook als het gaat om de stijl die vier- en vijfsterrenhotels in hun interieur toepassen. Daar kan ik de afgelopen week over meepraten omdat ik weer in verschillende prima kwaliteitshotels vertoefd heb, die onder meer verschilden door hun design en hun ontwerp.

Het onderscheid in stijl is misschien wel het eenvoudigst in twee categorieën te verdelen namelijk in klassiek en in modern. Het valt me op dat de meeste vijfsterrenhotels vaak kiezen voor de klassieke en meer behoudende stijl van inrichting. Vaak willen deze hotels verwijzen naar de grandeur en de geschiedenis van de plek waar het hotel is gelegen. Dit resulteert dan ondermeer in bedden, kasten, stoelen en banken die doen denken aan ver vervlogen tijden en dat roept voor de hotelgasten vaak een soort romantiek op wat hun reis- en verblijfgenot kan verhogen.


Ik heb met deze klassieke stijl absoluut geen moeite mits het hotel natuurlijk de meubels goed verzorgd, ze regelmatig laat onderhouden of zelfs laat restaureren en eventueel nieuwe kopieën aanschaft zodat het nimmer of nooit een afgeleefd en krakkemikkige uitstraling krijgt. Over dit laatste schreef ik enige weken geleden al eens in mijn Travel Tales (klik hier) waarbij ik het had over de verwaarlozing van het hotelinterieur waardoor de term ‘klassiek’ dan een hele andere klank krijgt.
Heerlijk vind ik het bijvoorbeeld als in de lobby prachtige grote sofa’s zie staan waar je lekker in weg kunt zakken en waar je kunt genieten van een heerlijk kopje cappuccino of een heerlijk glaasje cava. Een hotel dat bijvoorbeeld tot deze categorie behoort is het Amsterdams Hotel de l’Europe, waar ik ook regelmatig als ik in onze hoofdstad ben even met mijn computer neerstrijk om er rustig te kunnen werken. Maar ook het hotel waar ik nu verblijf, het Westin Hotel in Valencia, is klassiek ingericht, maar zeer stijlvol en goed verzorgd. Het Alfonso VIII hotel in Sevilla vind ik ook een uitstekend voorbeeld van een goed verzorgde, gezellige en authentieke klassieke inrichting waar je je als gast prettig voelt en waar ik aanstaande februari een reis naar toe organiseer.


De andere stijl van inrichting waar veel vier- en vijfsterrenhotels voor kiezen is modern en hip. Vaak vraagt men een bekende of minder bekende ontwerper om het hotel vorm te geven en die laat zich dan leiden door de laatste trends die vaak verwijzen naar de huidige ontwikkelingen in de mode en design. Van dit soort hotels kan ik ook erg genieten. Vaak zijn het de strakke vormgeving gecombineerd met opvallende kleuren en hedendaagse kunst die mij erg charmeren. Meubels kunnen in zo’n modern ontwerp soms totaal anders zijn zodat je soms even van je à propos kan worden gebracht. Een stoel die ik eergisteren aantrof in mijn hippe desinghotel in Madrid was de ‘Chaise Louis Ghost’ die weliswaar in lijnenspel een verwijzing is naar de klassieke Franse Lodewijk XVI stijl, maar doordat hij van doorzichtige kunststof is roept het een vervreemdend effect op. De bar waar deze door bekende Franse designer Philippe Starck ontworpen stoelen stonden was voor de rest ook heel hip, de vloer bestond onder meer uit verlichte tegels en ook de lampen ware erg uitbundig en opvallend. 


Een echt nadeel vond ik de luide en hedendaagse muziek die waarschijnlijk het ‘jonge’ imago van deze trendy hotelbar moest verhogen. Het drinken van een drankje op deze plek voelt echt heel anders dan in een klassiek ingerichte hotelbar. Heerlijk relaxt weg zakken in een grote canapé wordt nu chillen op een strak desingstoeltje. Het is maar net wat je prettig vindt.

Zoals je merkt ben ik er nog niet echt uit wat mij nu meer aanspreekt als het gaat om ontwerp in de hotellerie. Een buitengewoon interessante oplossing vind ik de mix van strak en historische. Het genoemde hippe desinghotel in Madrid had er voor gekozen om naast alle strakke lijnen van onverhuld beton en metaal, aangevuld met veel glas, overal oude boedha-beelden en andere exotische kunst te plaatsen. 

Klik op het filmpje dat ik maakte in Rome, om mijn ervaring met een klassieke hotelinrichting te bekijken. 


Deze prachtige kunstvoorwerpen kwamen op één of ander manier prima tot hun recht en maakten een bijna betoverende indruk en hierdoor werd mijn verblijf een bijzondere ervaring.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


We speak your language

Met verbazing en verwondering luister ik regelmatig naar gesprekken die ik opvang in hotels en andere horecagelegenheden. Tijdens mijn vele buitenlandse reizen krijg ik veel mee van alle conversaties tussen hotelmedewerkers en gasten. ‘Good Afternoon, Can I help you Madam? Deze zin hoor ik het vaakst bij hotelrecepties in heel Europa, waar men dus direct in het Engels aanvangt ongeacht men weet waar de incheckende gast vandaan komt: Ik vraag mij vaak af of dit een vorm van ultieme gastvrijheid is of dat het een soort internationale (hotel)afspraak is. Natuurlijk zou het kunnen zijn dat Engels als voertaal een vorm van gastvrijheid is als je je gasten op de meest passende manier wilt begroeten. Misschien gaat men in de Europese hotellerie ervan uit dat dit de aanspreektaal is waar men zich het aangenaamst bij voelt. 

Maar of de begroeting dan in het Engels zou moeten zijn is dan nog maar de vraag. 


Engels spreekt men in Europa natuurlijk in Groot-Brittannië (64 miljoen mensen) en in Ierland (4,5 miljoen mensen), dus dat zijn nog geen 70 miljoen Europeanen die natief  Engelssprekend zijn. Als je de Europese meerderheidstaal zou gebruiken in Europese hotels dan zou dit, je vermoedde het wellicht al, Duits zijn want dat wordt door meer dan 100 miljoen mensen in ons werelddeel gesproken.
Natuurlijk is er een soort stilzwijgende afspraak dat Engels een algemene wereldtaal is en daarom vind ik het niet erg dat men mij met deze taal aanspreekt. Echter er zijn talloze toeristen die de Engelse taal niet of slechts voor een (klein) deel machtig zijn. Ik heb het dan met name over mensen uit bijvoorbeeld Romaanssprekende taalgebieden zoals Spanje, Italië, Portugal en dergelijke. Voor hen is het dus waarschijnlijk helemaal niet een gastvrije geste als een hotel hen in het Engels begroet en de conversatie vervolgens in die taal voortzet.


"Hier ligt nou eens een punt van kritiek bij de gasten die bij de receptie verschijnen"    



Er is echter ook een keerzijde van de medaille en dat is het feit dat veel gasten die het Engels wel goed beheersen zonder enige verontschuldiging direct, waar ook in Europa, in deze taal beginnen te praten. Hier ligt nou eens een punt van kritiek bij de gasten die bij de receptie verschijnen. Waarom vinden ‘wij’, en dan heb ik over hotelgasten in de ruimste zin des woords, het vanzelfsprekend om Engels te gaan praten?
Zo ben ik nu bijvoorbeeld in het Zuid-Franse Nice en toen ik mij verleden week meldde bij de receptie groette ik natuurlijk eerst met een allerhartelijkst ‘bonjour’ en vervolgens ging ik verder in mijn beste Frans ‘Je suis Judith de Groot et j’ai reservé une chambre ici’. Ik zag meteen dat de hotelreceptioniste hoorde dat ik geen Française was, waarschijnlijk door mijn vette accent en miserabele uitspraak, maar ik zag ook dat ze het waardeerde dat ik mijn best deed om in het Frans mijn zegje te doen. 


En waarom ook niet? Ik had toch niet voor niets zes jaar op school Frans in mijn pakket gehad en waarom zou ik het dan niet gebruiken? Ik zou het arrogant gevonden hebben als ik direct in het Engels van start was gegaan en waarom zou ik niet een beetje moeite doen om de taal te spreken van het land waar ik me op dat moment bevond. In ander Europese landen is dat soms voor mij wat moeilijker, maar toch zal ik (bijna) altijd van te voren opzoeken wat de begroeting van het betreffende natie is waar ik aankom. Een vriendelijk ‘Olá’ in Spanje is voor mij bijna vanzelfsprekend. En ‘Kalimera’ als Grieks onthaal in Athene is mij ook niet vreemd. En ook bedanken in de taal van het land wordt vaak wel heel veel waardering ontvangen door de lokale bevolking dus zeg ik met veel plezier in Istanbul ‘teşekkür ederim’ en ‘obrigado’ in Lissabon. En waarom eigenlijk ook niet? Ik vind het een vorm van beleefdheid en het kost me met de vertaal-app op mijn supermoderne mobiele telefoon geen moeite om de vertaling binnen een fractie van een seconde te vinden.

Andersom vind ik het ook leuk als in Amsterdam een toerist één of twee Nederlandse woordjes uit zijn hoofd heeft geleerd als hij onze hoofdstad bezoekt. En als ik in den vreemden ben en een horeca-uitbater zegt ‘dankjewel’ of ‘tot ziens’ tegen me in het Nederlands dan heeft hij of zij al een streepje bij mij voor.

Dus het is mogelijk om meer goodwill te krijgen bij hotels of andere horeca-instellingen in het buitenland als je enkele woorden in de betreffende taal spreekt. Hier geldt eigenlijk het motto ‘Een kleine moeite, een groot plezier’ en je krijgt er waarschijnlijk extra vriendelijkheid voor terug dus die kleine moeite van wat gesproken woordjes levert je altijd wat op. 

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Kleine wasjes, grote wasjes

Regelmatig denk ik na over hoe het reizen in de toekomst eruit zal gaan zien en wat over tien of twintig jaar het ideale kwaliteitshotel voor mij te bieden heeft. Ik hoop in alle gevallen dat het op reis zijn nog comfortabeler wordt. Voor een deel heb je dat natuurlijk nu al zelf in de hand. Zoals ik al eerder schreef is voor mij bijvoorbeeld een reis geriefelijk als ik niet te veel bagage bij me heb (klik hier voor mij recente verhaal hierover). Ik schreef toen al dat ik een ruime koffer heb, waar veel in kan, maar die toch als handbagage in de cabine van het vliegtuig mee mag. Ideaal voor mij want ik hoef nooit te wachten bij de bagageband en na aankomst op mijn plaats van bestemming ben ik altijd zonder enig oponthoud zo van de luchthaven weg.

Zogezegd heb ik in mijn koffertje genoeg plek om allerlei kledingstukken mee te nemen; van onder andere chique jurkjes tot casual broeken. Echter na een dag of zes in een hotel te hebben verbleven raakt mijn bescheiden reisgaderobe toch een beetje uitgeput en dienen populaire kledingstukken even gewassen te worden zodat ik alles weer fris en schoon kan aantrekken. 


In zo’n geval hebben bijna alle vier- en vijfsterrenhotel een ‘laundry service’ waar je vuile kleding af kunt geven en waarbij je het schoon en opgevouwen aan het eind van de dag weer terug krijgt. Je kent dit fenomeen waarschijnlijk wel want in de kast van je hotelkamer word je er vaak aan herinnerd doordat hier meestal een stevige witte plasticzak met het hotellogo ligt en daarbij een papieren invullijst met namen van allerlei kledingstukken. Dit is zoals je begrijpt bedoeld om je vuile was in te doen en aan te strepen wat er allemaal gewassen dient te worden. Mocht je zo’n formulier wel eens bekeken hebben dan is het je misschien opgevallen dat dit vaak vrij prijzig is.

Een herenoverhemd gewassen en gestreken voor negen euro is nog te doen, maar een paar sokken wassen voor vijf euro en hetzelfde bedrag betalen voor één onderbroek is natuurlijk niet goedkoop. Het loopt behoorlijk in de prijs als je voor een heel gezin (wij zijn met z’n vieren) allerlei kledingstukken wilt laten wassen. 


Vooral de stapel met rompertjes van onze kleine dochtertjes, die zich na een week gevormd heeft, is dan een behoorlijke kostenpost volgens de traditionele wasprocedure in een hotel. Sommige goeie hotels hebben dan een alternatieve service waarbij je je wasgoed dan per kiloprijs kunt laten wassen en dat scheelt enorm in prijs.
Zelf wassen ‘in den vreemde’ kan natuurlijk ook nog altijd. Bij slechts enkele vieze kledingstukken laten we het bad wel eens vol lopen met heet water en veel shampoo tot dat we een schuimige sopje hebben waar de kledingstukken een tijdje in kunnen weken. Marcel boent en wringt vervolgens alles daarna nog een keer en hij neemt die taak dan altijd heel serieus. Meestal zijn na zo’n zelfgedane wasbeurt eventuele vlekken verdwenen en ruikt al onze kledij weer lekker. Er zijn hotels die rekening houden met dit soort ‘huiselijke vlijt’ en die hebben dan een uittrekbaar waslijntje boven het bad gemonteerd waar alles dan eventueel aan kan drogen. 


Soms moeten echter bij ons natte, netgewassen dingen snel weer droog zijn omdat we ze vlot weer aan willen doen of omdat we ze wederom in moeten pakken in de koffer omdat we het hotel weer verlaten. Dan gaat Marcel in de weer met de hotelföhn en in een wip heeft hij sokken, een rompertje en andere kleine zaken droog geblazen.

Als we echt lang in het buitenland op pad zijn en we geen tijd en zin hebben in de bovenstaande ‘self done badwasbeurt’ dan vragen we meestal aan de hotelreceptie waar de dichtstbijzijnde wasserette met selfservice is. Vaak bevindt zich zoiets dan op een steenworp afstand van ons hotel. Je gooit je wasspullen daar dan in een enorme wasmachine, werpt enkele euro’s in zo’n machine, vervolgens trek je nog een zakje met wat vloeibaar wasmiddel uit een ander apparaat en binnen een uurtje komt onze kleding schoon en prettig geurend uit de wasserettemachine. Daarnaast staan in dezelfde ruimte vaak nog een paar droogmachines en dan neem je alles na een poosje droog en wel weer mee naar je hotelkamer en kan het schoon de koffer weer in.


Ik begon mijn verhaal van deze week met de gedachte aan het ideale hotel van de toekomst en dan dient er volgens mij eigenlijk standaard in elk hotel een wasserette met selfservice te zijn. Kort geleden was ik in een fijn viersterrenhotel in Berlijn en toen was er van wat ik hier beschrijf namelijk sprake. In dit hotel waren er speciaal exclusief voor hotelgasten moderne wasmachines en drogers in de ruime kelderverdieping opgesteld. Ideaal en echt iets voor de lichtbepakte reiziger van de toekomst! Was dit maar voortaan altijd zo!

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Hallo! Leuk u weer te zien!