Alle Travel Tales van Marcel Verhoeven over Wenen


Kunst, kunst, overal kunst!

De imposante hal van het Kunsthistorisches Museum in Wenen
De imposante hal van het Kunsthistorisches Museum in Wenen

Afgelopen tijd verbleef ik in Wenen, waar ik al een paar keer eerder over schreef. In de Oostenrijkse hoofdstad raak je niet uitgekeken en ik zou week in week uit verhalen kunnen schrijven over de kunst en cultuur aldaar.
Waar ik het nog niet over gehad heb zijn de kunstcollecties die de stad Wenen rijk is. Het voornaamste museum in Wenen is in mijn optiek het Kunsthistorisches Museum, dit is een echte must voor liefhebbers van historische schilderkunst. Het begint met de imposante entree waar je als bezoeker echt wordt overdonderd. Een trappenhuis gedecoreerd met prachtige standbeelden waaronder een enorme sculptuur van Canova. De muren rondom zijn beschilderd met portretten van kunstenaars waarvan in de rest van het museum werken te zien zijn. Een deel van deze schilderingen in de enorme hal zijn gemaakt door Gustav Klimt en dat maakt het nog bijzonderder.
Het gaat nu eigenlijk te ver om een totaaloverzicht te geven van de voornaamste schilderijen die in Kunsthistorisches Museum hangen. Het varieert van topstukken uit de Italiaanse renaissance van ondermeer Rafael en Titiaan, Italiaanse Barok met werken van Caravaggio, de grondlegger van deze stroming, tot Vlaamse en Hollandse Meesters uit de zeventiende eeuw. Opmerkelijk zijn hierbij de zalen met enorme doeken van Peter Paul Rubens en zijn beroemde assistenten Athony van Dijck en Jacob Jordaens, die onder en boven elkaar hangen anders zou er geen plek genoeg voor ze zijn.

De Hollandse schilderkunst uit onze Gouden Eeuw kenmerkt zich door een aardig aantal werken van Rembrandt waaronder drie zelfportretten van hem op leeftijd. Het aangename van deze ‘Rembrandtzaal’ in Wenen is dat het er tijdens mijn recente bezoeken heel rustig was en ik geen last had van drukte toen ik deze ‘Late Rembrandts’ bewonderde. Heel anders dan bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijks in Amsterdam waar je schouder aan schouder staat.

meer lezen

Van het Zwarte Woud tot aan de Zwarte Zee

Marcel bij een standbeeld van Johann Strauss, de componist van An der Schönen Blauen Donau
Marcel bij een standbeeld van Johann Strauss, de componist van An der Schönen Blauen Donau

Momenteel verblijf ik in Wenen waar ik de afgelopen dagen met veel genoegen de deelnemers aan de Wenenreis van KUNSTSTAD heb rondgeleid langs bijzondere plekken die deze Donaustad rijk is. De bijnaam Donaustad voor Wenen heeft natuurlijk alles te maken met de beroemde rivier die langs de Oostenrijkse hoofdstad stroomt. Heel opmerkelijke is trouwens dat de Donau niet door het oude centrum meandert, maar ver aan de rand van de stad zijn weg vindt. Dichtbij de Ringstraße, dus in de nabijheid van de oude stad, is wel een riviertje te vinden die door veel toeristen wordt aangezien als de Donau, maar dit is slechts een zijtak van de befaamde rivier. Deze zijtak heeft eigenlijk een onjuiste naam gekregen, zij heet namelijk Donaukanal, echter men heeft deze niet gegraven maar slechts gemanipuleerd en gereguleerd, terwijl de daadwerkelijke rivier in de loop van de geschiedenis zich steeds verder naar het oosten verplaatste.

Gisteren besloot ik om de Donau in Wenen van dichtbij te gaan bekijken en dus was dit een mooi doel voor mijn hardloopronde. Al enkele minuten na het verlaten van mijn hotel passeerde ik het reeds genoemde Donaukanal en wist dat ik nu nog een heel stuk door de stad moest rennen om mijn uiteindelijk doel te bereiken. Ik kwam door de stadswijken Leopoldstadt en Brigittenau, die beiden zeer interessant zijn om te bewonderen. Met name het Barokke stadspark Augarten was aangenaam om doorheen te rennen. Ik las op een bord dat het park ooit de tuinen waren van het achttiende eeuwse Palais Augarten, dat daar ook nog steeds staat. Dit paleis is tegenwoordig een sjiek gymnasium met een internaat erbij waar de beroemde Wiener Sängerknapen hun opleiding krijgen. In dit park kom je letterlijk en figuurlijk ook niet om twee tientallen meters hoge Flakturmen heen; betonnen bunkers die doen herinneren aan de periode van de Tweede Wereldoorlog en die waarschijnlijk door hun onverwoestbare ontwerp onmogelijk te verwijderen zijn.

Terwijl ik mijn route vervolgde naderde ik een drukke verkeersweg die mijn doorgang naar de Donau belemmerde. Ik zag de rivier in de verte al liggen, echter ik kon niet alleen door deze autoweg maar ook door het daarnaast gelegen spoor van de U-bahn niet aan de oevers van de Donau komen. In de verte zag ik een enorm viaduct dat zowel over het water als ook over de autoweg en spoorbaan heenging waardoor ik toch nog mijn doel kon bereiken.

meer lezen

Typische Weense lekkernijen

Verleden week ging mijn culinaire verhaal over de plek waar ik ook deze week nog vertoef, namelijk de stad Wenen. Dit keer wil ik stil staan bij wat opmerkelijke culinaire zaken die zo typisch met Oostenrijk en zijn hoofdstad verbonden zijn. Het eerste wat je te binnenschiet als je aan Weense specialiteiten denkt is natuurlijk de Wiener Schnitzel, die tegenwoordig wereldwijd een begrip is en waarvoor je dus niet meer speciaal naar Wenen hoeft. Judith heeft in haar blog vanuit Berlijn verleden jaar al eens geschreven dat een echte Wiener Schnitzel van mager kalfsvlees gemaakt dient te zijn en dat de variant van gepaneerd varkensvlees of kippenvlees officieel geen Wiener Schnitzel genoemd mag worden, maar dan Schnitzel Wiener Art (“op de Weense manier”) moet heten. Het valt me regelmatig op, vooral in Nederlandse restaurants, dat men zich niet aan de culinaire regels houdt en men vaak de Wiener Schnitzel op de menukaart zet die van ander vlees (en dus niet van kalfsvlees) wordt gemaakt. Helaas krijgt je in Nederland ook vaak een schnitzel die fabrieksmatig al is gepaneerd en dan is de hele smaaksensatie verdwenen.

In de goede restaurants in Wenen, waar men lokale gerechten serveert, wordt het kalfsvlees plat geslagen en vervolgens met bloem, ei en paneermeel gepaneerd, in een centimeters diepe laag roomboter vlug gebakken en geserveerd met citroen. Het gepaneerde korstje zit er als een ‘los maar stevig jasje’ omheen en als het goed gedaan is dan is hij niet te versmaden.

De naam Wiener Schnitzel is eigenlijk een soortnaam geworden die internationaal meestal geen rekening meer houdt met het Weense orgineel. Bijzonder is trouwens het feit dat niet alleen de Wiener Schnitzel zijn oorsprong in Wenen heeft, maar ook het croissantje. Bij dit beroemde bladerdeegbroodje denk je in eerste instantie aan Frankrijk, echter het is toch echt een Weense bakker die het bedacht nadat de Turken, die Wenen eind zeventiende eeuw belegerden, waren verslagen.

Met het beroemde broodje, dat in Wenen eigenlijk Kipferl heet, zou de bakker symbolisch de Turkse halve maan hebben willen uitbeelden die overwonnen was. Een andere versie van het ontstaansverhaal zegt dat de bakker met het broodje ook de Turkse krulschoenen met de vorm van het broodje belachelijk wilde maken.

Dit halve maanbroodje dat dus vertaald in het Frans ‘croissant’  heet, werd waarschijnlijk door Maria Antoinette, de dochter van de Habsburgse keizerin Maria Theresia van Oostenrijk, mee naar Frankrijk genomen toen zij met de franse koning Lodewijk de zestiende trouwde. Het Oostenrijkse broodje werd door de Franse bevolking met meer enthousiasme omarmt dan de nieuwe koningin Maria Antoinette, die uiteindelijk onder guillotine eindigde.

meer lezen

Naar de bron als je iets gaat drinken

Marcel in de winkel van Weingut Zahel in Wenen
Marcel in de winkel van Weingut Zahel in Wenen

Al een paar weken zeg ik dat ik in mijn culinaire blog langzaam mijn verhaal over wijn wil gaan beëindigen, maar toch wil ik je mijn ontdekkingstocht van deze week, die in het teken van wijn stond, niet onthouden.
Verleden week schreef ik over de wijnproeverij die ik hield tijdens de tweedaagse cursus ‘Amazing Art Nouveau’ in Breukelen en over het in Nederland onbekende wijngebied “De Hessische Bergstrasse’ gelegen nabij de Jugendstilplaats Darmstadt. Tijdens diezelfde wijnproeverij liet ik ook wijnen proeven uit Wenen aangezien de Oostenrijkse hoofdstad ook een belangrijk rol speelde tijdens de periode van de Jugendstil.
In de buitenwijken van Wenen wordt wijn gefabriceerd van druiven die afkomstig zijn van de wijngaarden op de hellingen gelegen rond de stad. Voor de genoemde proeverij van twee weken geleden kon ik in Amsterdam Zuid bij een gespecialiseerde wijnhandel wijn krijgen van het Weense wijnhuis Zahel, die door mijn gezelschap zeer gewaardeerd werd. Nu was ik zomaar dit weekend bij deze wijnproducent ter plaatse en stond ik dus zowaar aan de bron van de Weense wijnen. Het familiebedrijf Zahel, dat je trouwens niet uitspreekt als het woestijngebied in Afrika maar gewoon als ‘Zááál’, is één van de verschillende wijnbedrijven in de Weense wijk Hietzing. Ik wandelde vervolgens langs wat wijnfirma’s in Hietzing en kwam uiteindelijk bij de tuinen van Schloss Schönbrunn uit dat in deze zelfde wijk is gelegen. Omdat Hietzing nogal een verstedelijkt gebied is, waar je helaas niet daadwerkelijk de wijnranken kunt zien, besloot ik om naar de andere kant van Wenen te rijden en daar de Kahlenberg op te gaan. Toen ik hier op deze markante berg stond had ik niet alleen een geweldig uitzicht over de Oostenrijkse hoofdstad, maar zag ik ook talloze velden met wijnstokken zich onder mij uitstrekken. Ik besloot door de wijnvelden naar beneden te wandelen en onderweg kwam ik verschillende zogenaamde Heuriger tegen. Het woord ‘Heuriger’ betekent zowel een plek waar wijn wordt geschonken, dat was op de hellingen van de Kahlenberg gewoon in provisorische stalletjes, als dat met ‘Heuriger’ ook de wijn van dit jaar wordt bedoeld, die op die plekken wordt geschonken.

Ik streek uiteindelijk beneden aangekomen neer bij een Heuriger aan de voet van de Kahlenberg in de Weense wijk Grinzing. In dit voormalige wijndorp, dat in de vorige eeuw door de gemeente Wenen werd ‘opgeslokt’, doet de sfeer authentiek aan en bevinden zich talrijke historische gebouwen. Waaronder de Heuriger die gevestigd is in het voormalige woonhuis van Ludwig van Beethoven. De beroemde Duitse componist zou op deze plek zijn 9de symfonie hebben gecomponeerd en dan drink je de typerende wijn uit de streek, die overigens prima smaakte, toch heel anders weg. 

meer lezen

Een Keizerlijke wandeling op een Koningsdag

Terwijl iedereen in Nederland zich gisterenochtend aan het warmlopen was voor de ‘Koningsdag’, maakte ik me op voor een wandeling door Wenen, de voormalige hoofdstad van het Habsburgse Keizerrijk.
Ooit was Nederland ook nog eens een onderdeel van dit grote rijk en had het zomaar gekund dat, als we het niet aan de stok hadden gekregen met die Habsburgers, die toen trouwens nog in Spanje hun hoofdzetel hadden, we nu nog een onderdeel waren geweest van de zogenaamde Oostenrijkse Nederlanden. Dit laatste gold trouwens wel lange tijd voor het huidige België, dat een hele poos onder de heerschappij stond van de Habsburgse Keizer. Tja, dus als de geschiedenis anders had gelopen hadden we één keer per jaar ‘Keizersdag’ in plaats van ‘Koningsdag’ gevierd en dan zou midden in het centrum van onze hoofdstad waarschijnlijk op het hoogste punt, bijvoorbeeld op de Westertoren, groot de kroon van onze Habsburgse Keizer prijken. Het leuke is dat dit inderdaad het geval is en op deze eervolle plek al eeuwen lang de Habsburgse kroon staat.

Terug naar mijn wandeling die ik startte bij het Hilton Hotel Vienna Plaza, waar ik verblijf. Dit hotel is prominent gelegen aan de Schottenring, een deel van de bekende Weense Ringstraße die midden door het centrum loopt. Ik besloot mijn dochters Chloé en Alizia in hun comfortabele kinderwagen mee te nemen. Alizia reageerde al na enkele tientallen meters wandelen enthousiast toen ze in de etalage van de Vitra Meubelwinkel kleine designstoelen speciaal voor kinderen zag staan. Zij wilde wel graag in een kinderversie van de Verner Panton stoel zitten en aan die wens kwam ik natuurlijk tegemoet.
Toen we onze wandeling vervolgden passeerden we op de Ringstraße de Japanse Ambassade die herkenbaar is aan hun nationale witte vlag met de rode cirkel. Ik zag dat er allerlei culturele dingen worden georganiseerd en dat is wellicht leuk voor een volgende keer. Vervolgens kuierden we langs een modern gebouw dat niet alleen door zijn strakke ontwerp maar ook door zijn omvang opviel; het was de juridische faculteit van de Universiteit van Wenen. Studenten liepen af en aan want er bleek een soort verkiezing gaande te zijn voor de juridische studentenraad en grote posters van studentkandidaten sierden de gevels van de omliggende straten.

meer lezen

Elke tijd zijn eigen kunst

Verenigingsgebouw van de Wiener Secession
Verenigingsgebouw van de Wiener Secession

Afgelopen week was ik even niet op reis in het buitenland, maar vertoefde ik wel in een hotel, namelijk in het Van der Valkhotel in Breukelen waar ik een tweedaagse cursus gaf over het thema ‘Art Nouveau en Jugendstil’. Tijdens verschillende presentaties, die ik over een aantal dagdelen had verspreid, vertelde ik mijn toehoorders over alle facetten van deze interessante kunststroming die floreerde tussen 1890 en 1910. Een kunstbeweging die zich onder meer kenmerkt door het gebruik van ornamenten die bestaan uit asymmetrische lijnen ontleend aan de vormentaal van de natuur en met bouwwerken die haaks staan op de bestaande (bouw)traditie.
Mijn eerste lezing van de reeks was een proloog waarin ik een beeld schetste van wat aan de Art Nouveau-periode vooraf ging. De hele 19de eeuw was, met name in de bouwkunst, een tijdvak waarin architecten oudere bouwstijlen kopieerden en herhaalden in hun eigen bouwkundige creaties. In talloze Europese steden verschenen in de 19de eeuw talrijke neo-classistiche bouwwerken die je direct kunt herkennen aan de klassieke zuilen, een fronton en ander elementen uit de Griekse oudheid. Kortom de 19de eeuwse architectuur was met name een herhaling van wat de geschiedenis al eens had voortgebracht.

Berlijn, de stad waar ik een groot deel van het jaar verblijf, staat vol met neo-classistische bouwwerken zoals het Altes Museum, de Neue Wache, het Schauspielhaus, overigens allemaal van de hand van Karl Friedrich Schinkel, een echte man van de neo-stijlen. Schinkel was naast architect ook een niet onverdienstelijk schilder en in de onderwerpen van zijn schilderijen toonde hij zich ook een groot van fan van de oude bouwkunst en dan met name van de (neo-)gotiek. Omvangrijk geschilderde gotische fantasiekathedralen bevestigen zijn liefde voor oudere bouwkunst uit het verleden. Niet erg origineel zou je zeggen.

Eind van deze week zal ik weer in Wenen zijn, de stad waar ik verleden maand ook al een tijdje verbleef. In deze stad vind je ook vele voorbeelden van gebouwen in historische neo-stijlen. De zogenaamde Weense Ringstrasse werd in de tweede helft van de 19de eeuw volgebouwd met imposante gebouwen die qua bouwkunst geheel in de traditie teruggrepen op oudere stijlen. Zo kunnen we vandaag de dag hiervan onder andere een neo-classistisch parlementsgebouw, een neo-gotisch raadhuis en een neo-barok Kunsthistorisch Museum op dé bekende pronkboulevard in het centrum van de Oostenrijkse hoofdstad zien.

Op dit herhalen van al deze bouwstijlen uit het verleden komt aan het eind van de 19de eeuw een reactie in de vorm van de Art Nouveau, die trouwens ook wel Jugendstil wordt genoemd, een andere naam voor dezelfde stroming.

In Wenen ging een jonge groep kunstenaars en architecten onder leiding van de schilder Gustav Klimt mee in deze ontwikkeling met hun eigen variant van de Art Nouveau, die in Oostenrijkse ook wel ‘Secession’ wordt genoemd. Het meest in het oogspringend is hun verenigingsgebouw, ook wel Secessiongebouw genoemd, dat niet ver van de Ringstrasse door hen gebouwd werd. Dit Secessiongebouw is echt een contrast met de genoemde neo-gebouwen in de omgeving. Het bouwwerk, waar de Weense Art Nouveau-aanhangers bij elkaar kwamen om hun ideeën over de ‘nieuwe kunst’ met elkaar te delen, valt op door allerlei florale versieringen waaronder geschilderde bloemen op de hoeken en een symbolische vergulde koepel van laurierbladeren. Ook heeft het Secessiongebouw allerlei teksten op de gevel waarbij de twee zinnen boven de entree misschien wel het opvallendst zijn. Hier staat hun motto geschreven: “Der Zeit ihre Kunst, der Kunst ihre Freiheit" waarbij zij eigenlijk hun afschuw over de voorafgaande neo-periode uitspreken en willen zeggen dat elke tijd zijn eigen(-tijdse) kunst dient voort te brengen. En ook moet je als kunstenaar voor je vrijheid te kiezen en niet in een keurslijf van vervlogen tijden te blijven hangen. Prachtige gedachtes die mede geleid hebben tot vernieuwende en moderne kunst in de afgelopen 120 jaar.
Terwijl ik zaterdag aan het eind van de middag, na twee dagen enthousiast te hebben verteld over de Art Nouveau, voldaan het hotel uit liep waar ik de cursus had gegeven keek ik nog even om. Het hotelgebouw leek ‘ontsnapt’ uit het verre oosten en de Chinese pagodes en Aziatische ornamenten contrasteren met het oer-hollandse Breukelse landschap. Ik weet niet of de Weense Art Nouveau-artiesten dit bedoelden met de ‘artistieke vrijheid’ waar ze een eeuw geleden op hun verenigingsgebouw over schreven. 

 

Marcel Verhoeven

Europakenner

meer lezen

De Secession, de Weense Art Nouveau

Vanuit een bewolkt Antwerpen schrijf ik dit keer mijn wekelijks reisverhaal en denk ik terug aan mijn recente bezoek aan Wenen. De hoofdstad van Oostenrijk heeft een speciale plaats in mijn hart. Iets meer dan 20 jaar geleden kwam ik voor het eerst in Wenen. Ik had toen als plan om niet alleen de bekende bezienswaardigheden te gaan bekijken, maar ook in het bijzonder stil te staan bij de Oostenrijkse Jugendstil, waar in Wenen talloze voorbeelden van te zien zijn.

De Weense variant van de Jugendstil, die op andere plekken in Europa ook wel Art Nouveau wordt genoemd, heet Secession en had zijn bloeiperiode tussen 1890 en 1910. Architecten, beeldhouwers en schilders in heel Europa (en zelfs ver daarbuiten) inspireerden elkaar om tot een nieuw soort kunst te komen, die zich afzette tegen de traditionele manier van uitbeelden - vaak in neo-stijlen - van de periode daarvoor. Florale motieven, asymmetrische lijnen en andere vernieuwende ontwerpen waren kenmerkend voor de nieuwe kunstuiting van de Jugendstil/Art Nouveau. In Wenen was de schilder Gustav Klimt een belangrijke vertegenwoordiger van deze beweging en de Weense architecten Otto Wagner, Kolomann Moser en Joseph Olbrich ontwierpen talloze gebouwen in de zogenaamde Secession-stijl.
Otto Wagner, die trouwens geen familie is van de componist Richard Wagner, begon zijn carrière als een academisch geschoolde architect die in eerste instantie bouwde in de historisch gewenste neo-stijlen, maar hij gooide het in de loop van zijn loopbaan over een andere boeg. Met name zijn ontwerpen voor de stations voor de Weense S-Bahn zijn prachtige voorbeelden van de Wiener Secession. Het hoogtepunt is misschien wel het station Karlsplatz, waar ik deze maand weer vol bewondering naar stond te kijken. Als een soort Jugendstilpaleisje staat dit metrostationnetje op de immense Karlsplatz. Onverhuld worden bouwkundige elementen als gietijzer getoond, wat typisch Jugendstil is, daarnaast zien we florale motieven zoals zonnebloemen op het bouwwerk geschilderd en ten slotte maken allerlei vergulde elementen het geheel af.

Otto Wagner ontwierp talloze gebouwen in de Secession-stijl, teveel eigenlijk om allemaal op te sommen,  maar één wil ik er toch nog noemen en dat is het opmerkelijke gebouw van de Postsparkasse met een strakke en geometrische gevel, een bijzondere variant van de Jugendstil die je absoluut moet zien als je in Wenen bent. Gelegen aan de fameuze Ringstrasse baart dit gebouw opzien door zijn vernieuwde elementen en het is trouwens nog steeds als Rijkspostspaarbank in gebruik. Heel avan-gardistisch zien we bij dit gebouw ook het gebruik van allerlei nieuwe elementen en het onverhuld tonen van het materiaal waaronder aluminium versieringen aan de gevel. Het ontwerp luidde echt een nieuwe periode in de bouwkunst aan.

De kunstenaars en architecten van de Wiener Secession kwamen meer dan honderd jaar geleden bij elkaar in hun eigen verenigingsgebouw dat nog steeds in volle glorie te bewonderen is. Dit zogenaamde Secessiongebouw, gebouwd door Wagner’s leerling Joseph Olbrich, is inderdaad tussen alle monumentale neo-historische gebouwen een vreemde eend in de bijt. Opvallend aan dit ‘clubgebouw’ is de vergulde geperforeerde halfronde koepel, die slechts puur een esthetische en symbolische functie heeft. De koepel bestaat uit een metalen vlechtwerk van laurierbladeren en de gedachte was dat onder dit ‘dak’ de nieuwe kunst tot bloei moest komen. In het complex kun je in de kelder het beroemde ‘Beethovenfries’ geschilderd door Gustav Klimt zien dat op zich al een bezoek aan het bouwwerk rechtvaardigt.

Al de genoemde architectonische hoogstandjes zal ik aankomende maand nogmaals gaan bekijken, want dan ga ik samen met wat Nederlandse kunstliefhebbers Wenen bezoeken en dan ‘moeten’ ze dit natuurlijk zien.
Zogezegd was de Jugendstil/Art Nouveau populair op talrijke plekken in Europa. Vaak schieten steden in gedachten als Barcelona, met de creaties van Gaudí, Brussel met de scheppingen van Victor Horta, Glasgow en de ontwerpen van Macintosh, maar wellicht minder bekend maar toch zeker niet minder mooi zijn de Art Nouveaupanden in de Antwerpse wijk Zurenborg. Een scala van schitterende voorbeelden van de genoemde kunststroming is in dit deel van Antwerpen te bewonderen. De weervoorspellingen voor morgen zijn goed en ik verheug me er dan ook op om weer eens langs deze schitterende Belgische Art Nouveau te gaan wandelen. Waarschijnlijk kom ik op mijn Antwerpse ervaringen volgende week uitgebreider terug.

 

Marcel Verhoeven 

Europakenner

meer lezen

Opzienbarende steden aan de Donau

Afgelopen week was ik zowel in het prachtige Wenen als in het schitterende Bratislava. Beide steden zijn gelegen aan de rivier de Donau en waren ooit beiden een onderdeel van de vermaarde Donaumonarchie. Zonder uitgebreid de geschiedenis van deze twee hoofdsteden van de  tegenwoordig aparte landen te gaan beschrijven is het volgens mij wel aardig om de historie van dit deel van Europa enigszins in het vizier te hebben als je ze gaat bezoeken.

Wenen is weliswaar zogezegd een hoofdstad van het tegenwoordige Oostenrijk maar de indruk die je van de stad krijgt is dat het wel erg imposant en ‘groot’ is voor dit betrekkelijk kleine Alpenlandje. Het huidige Wenen is met bijna twee miljoen inwoners dan ook een enorme hoofdstad voor een land met een populatie van net iets meer dan acht miljoen. Het is daarom niet gek dat men soms spreekt over een ‘waterhoofd’ als men het over de Oostenrijkse hoofdstad heeft.

Dat Wenen zo’n buitenproportioneel grote stad met onder meer immens statige gebouwen is, heeft alles te maken met de roerige geschiedenis van het gebied waarin de stad ooit de leidende plaats innam. Tot meer dan 100 jaar geleden was Wenen namelijk de hoofdstad van een rijk met meer dan 50 miljoen inwoners en dan is het niet verwonderlijk dat de stad zo’n monumentale en grootse uitstraling heeft.

Iedereen heeft waarschijnlijk wel eens gehoord van de Habsburgse Keizer Franz Jozef I (1830-1916) met zijn vrouw Keizerin Elisabeth, beter bekend als ‘Sisi’. De monarch Franz Jozef regeerde vanuit Wenen over een rijk dat  bestond uit het hedendaagse Oostenrijk, Hongarije, Kroatië, Bosnië, Herzegovina, Tsjechië, Slovenië, Slowakije en delen van Italië, Montenegro, Polen, Roemenië, Oekraïne en Servië.

Terwijl ik met dit in gedachten deze week over de Weense Ringstrasse loop begrijp ik waarom het ene indrukwekkende gebouw het andere afwisselt; ik geniet van het bombastische classicistische parlementsgebouw, het megalomane neogotische raadhuis, het reusachtige natuurhistorisch en kunsthistorisch museum en van nog veel meer prachtige kolossale architectuur uit vervlogen tijden.

Deze gedachten zette zich voort als ik later deze week in Bratislava ben. De huidige hoofdstad van Slowakije, die eveneens aan de Donau is gelegen, ademt nog steeds de beschreven sfeer van roemruchte vervlogen tijden uit. Je ziet de Oostenrijks-Hongaarse soldaten van Keizer Franz-Jozef denkbeeldig nog door de historische straten paraderen. Wenen is vanaf Bratislava slechts 60 kilometer verderop en Boedapest is op 200 kilometer afstand ook niet ver weg. Bratislava is overigens een vrij moderne naam voor deze oude stad die eigenlijk tot 1919 Preßburg heette, genoemd naar de hooggelegen burcht aan de rand van het centrum van de stad . Ook de Hongaarse naam Pozsony voor deze stad, het was immers de tweede taal in het Rijk, werd vaak gebruikt.

De naam Bratislava werd echter pas 100 jaar geleden gekozen door de Tsjecho-Slowaaks gemeenschap na het uiteen vallen van het Habsburgse Rijk. Het voorgestelde Wilsonovo Mesto oftewel Wilsonstad, naar de Amerikaanse president Woodrow Wilson viel toen trouwens uiteindelijk af als alternatieve nieuwe naam voor Preßburg/Pozsony. Een eeuw geleden had meer dan 42% in Bratislava echter Duits als moedertaal en door de andere groot deel (41%) werd Hongaars gesproken. Zij bleven hun historische naam voor de stad gebruiken en slechts 15% van de mensen was Slowaaks en gebruikte de nieuwe naam voor de stad. Door de loop van de geschiedenis, en met name door de Tweede Wereldoorlog, is de grote Duitstalige gemeenschap (grotendeels met dwang) vertrokken.

Een klein deel van de Hongaren is gebleven, maar Bratislava wordt tegenwoordig hoofdzakelijk, door meer dan 90%, door Slowaken bewoond. In 1993 kozen de Slowaken, na de zogenaamde ‘fluwelen revolutie’ en de scheiding van het buurland Tsjechië, Bratislava als hoofdstad van de nieuwe Slowaakse republiek. Bratislava is dus één van de jongste hoofdsteden van Europa, maar wel met een hele oude geschiedenis en zoals je merkt zeer de moeite waard om te bezoeken.


Marcel Verhoeven 

Europakenner

meer lezen

De Hospitalitykenner in Wenen en Bratislava

Op dit moment schrijf ik mijn wekelijkse verhaal vanuit een comfortabele business lounge in een hotel in Bratislava, met uitzicht op het Slowaakse presidentieel paleis. Het is heerlijk zonnig en ik geniet van mijn verblijf hier in de hoofdstad van Slowakije. Ik krijg de laatste tijd veel reacties op mijn wekelijks blogs die gaan over de verschillende aspecten van het reizen en ook over mijn verblijf in de talrijke hotels.

Ik ben inmiddels door het vele toeren over de wereld en door mijn opleiding een echte kenner geworden van de internationale dienstverlening en van het reizen. Je zou me in het jargon dan ook wel met een sjiek woord een kenner van de hospitality kunnen noemen. Daarom heb ik met de titel ‘Hospitalitykenner’ maar toegeëigend en zal ik voortaan onder deze noemer met genoegen al mijn ervaringen en gedachten omtrent hotels, reizen en gastvrijheid met jullie delen.

Afgelopen week verbleef ik weer in twee verschillende hotels en wel in een viersterrenhotel in het prachtige Wenen en zoals gezegd in een viersterrenhotel in het nabijgelegen Bratislava. Tijdens een verblijf in een buitenlandse stad vind ik het belangrijk dat je in een bijzonder en aangenaam logement in het centrum verblijft. In Wenen had ik daarom gekozen voor het Hilton Vienna Plaza Hotel dat ruim aan mijn verwachtingen voldeed. Het is gelegen aan de statige Schottenring, dat een onderdeel is van de beroemde Ringstrasse. Het ligt dus echt midden in het centrum van de Oostenrijkse hoofdstad, met alle bezienswaardigheden op een steenworp afstand.
We hadden in dit Hiltonhotel al eens vertoefd, tijdens een Wenenreis die we met KUNSTSTAD georganiseerd hadden, en we waren toen al uitermate tevreden over dit uitstekende viersterrenhotel. Deze genoemde KUNSTSTAD-reis is al bijna 10 jaar geleden en het is niet verwonderlijk dat dit hotel inmiddels afgelopen jaar een renovatie heeft ondergaan.
Zoals ik verleden week ook al schreef, kiezen we tegenwoordig vaak voor een upgrade naar een dubbele kamer of een juniorsuite als we op reis zijn, want alhoewel onze dochters Alizia en Chloé nog klein zijn, wordt het lastig om met z’n vieren bij elkaar in één kamer te slapen en is meer ruimte toch wel noodzakelijk. In het genoemde Hilton in Wenen betekende dat dat we bij de upgrade niet alleen een grotere kamer kregen, maar dat we ook gebruik konden maken van de zogenaamde ‘Business Club Lounge’. Dit is een soort ‘grote huiskamer’, waar alleen gasten met een upgrade gebruik van mogen maken (toegang slechts door middel van je sleutelkaart) en waar je de hele dag kosteloos koffie/thee en allerlei versnaperingen kunt gebruiken. Erg relaxed om in zo’n luxueuze plek te verblijven, vooral als je een paar uur door de stad hebt lopen slenteren. En ik kon hier natuurlijk ook even rustig zitten werken. De genoemde lounge opende vanaf 18.00 uur zelfs een bar waar je, eveneens zonder betaling, allerlei drankjes, met en zonder alcohol, kon nemen en waarbij je ook nog eens talrijke lekkere hapjes kon opscheppen. Een heerlijk witwijntje uit Oostenrijk liet ik me dan ook smaken vanuit mijn Weense hotellounge.

Toen ik een paar dagen later in Bratislava arriveerde en mijn intrek nam in het prachtige centraal gelegen Crown Plaza Hotel, werd ik op dezelfde luxe getrakteerd, want ook hier had ik door mijn upgrade naar een grotere hotelkamer de mogelijkheid om van de Business Lounge gebruik te maken. In Bratislava was de lounge gelegen op de hoogste verdieping van het hotel en had ik uitzicht over de historische stad en op het paleis van de president van Slowakije, die de buurman van ons hotel was.

Een echte aanrader dus, voor frequente reizigers die van luxe en comfort houden, om eens te kiezen voor een upgrade en te genieten van alle extra faciliteiten die dit kan bieden. Het verhoogt echt het gevoel van beleven van een stad en de ‘verwenfactor’ wordt op deze manier ook behoorlijk vergroot.


Judith de Groot

Hospitalitykenner