Alle Travel Tales van Marcel Verhoeven over Granada


Dat moet je gezien hebben!

De gewelven van het Moorse Alhambra zijn zeer indrukwekkend.
De gewelven van het Moorse Alhambra zijn zeer indrukwekkend.

Er zijn van die zaken die moet je in je leven eens gezien hebben. Gewoon omdat ze zo bijzonder zijn dat het jammer is als je er niet eens geweest bent. Twee van dit soort ‘must-sees’ heb ik deze week (nogmaals) bezocht, namelijk het Moorse paleizencomplex van Alhambra en de druipsteengrotten van Nerja.
Beiden opmerkelijke bezienswaardigheden bevinden zich in Zuid-Spanje en zijn echte publiektrekkers. Het meest opzienbarende aan deze prachtige monumenten is het feit dat ze bijna eigenlijk op alle bezoekers direct een verpletterende indruk maken en dat het een onvergetelijke ervaring is om er rond te lopen.

Alhoewel je wellicht in eerste instantie denkt dat beide historische complexen niets met elkaar van doen hebben, blijken ze toch overeenkomsten te hebben. Het Alhambra is een middeleeuws Moors fort en paleis, dat gebouwd is tussen 1238 en 1358 en ligt op een heuvelachtig plateau aan de stadsgrens van het Spaanse Granada. Hier woonden eeuwen lang de Arabische heersers die hier een enorm, door hoge muren en torens beschermd, paleizencomplex lieten aanleggen en dit alles valt, met name in de binnenverblijven, op door de rijkelijke islamitische versieringsmotieven. De arabeske ornamenten van het Alhambra zijn te vinden in de verschillende paleizen, zalen, torens, binnenhoven en patio’s. Tijdens een speciaal uitgezette route word je langs alle hoogtepunten geleid en op die manier wordt je echt even ondergedompeld in lang vervlogen tijden, die de sfeer oproepen van de verhalen van Duizend-en-een-nacht.
De gewelven van de genoemde vertrekken hebben kenmerkende gestucte plafonds die niet met historische bouwwerken uit onze Westerse bouwkunstgeschiedenis zijn te vergelijken. De beschreven gewelven lijken naar beneden te ‘druipen’ en zijn het beste als door mensenhanden gemaakte stalactieten te omschrijven. 

meer lezen

Een grote bontgekleurde stoet

Marcel voor twee donkere poppen die deelnemen aan de processie in Valencia
Marcel voor twee donkere poppen die deelnemen aan de processie in Valencia

Zoals je de afgelopen weken in mijn Travel Tales kon lezen, vertoef ik al enige tijd in Spanje en geniet daar van de prachtige kunst en cultuur. Natuurlijk zijn er talloze musea waar ik als kunstliefhebber mijn hart kan ophalen, maar bijzondere evenementen trekken ook altijd mijn aandacht. Een buitengewone happening, die op 4 juni in talrijke Spaanse plaatsen gevierd werd, is het zogenaamde “Corpus Christi”, een katholiek feest dat in het Nederlands ‘Sacramentsdag’ heet, maar waarschijnlijk als feestdag niet zo bekend is.

Dit religieuze feest wordt in Spanje daarentegen behoorlijk uitbundig gevierd en is van een feestdag uitgegroeid tot een feestweek waaraan allerlei festiviteiten gekoppeld zijn. Zo liep men enige dagen voordat de feitelijke dag van “Corpus Christi” zou plaats vinden in Granada al in processie rond met het levensgrote beeld van de plaatselijke Heilige Madonna. Voorafgaande door een drumband en verkleedde inwoners tilt men de sculptuur van Maria op een baar hoog boven de toeschouwers uit. Ik begreep dat het de bedoeling was dat zij elke dag van deze belangrijke week een andere stadswijk in Granada een bezoek zou brengen. Met Alizia op mijn schouders keken we beiden onze ogen uit naar dit hele spektakel.

Vervolgens zagen we enige dagen later hoe de inwoners van Málaga zich ook aan het opmaken waren voor het feest rond “Corpus Christi”, bij talrijke huizen in het oude centrum werden de balkons versierd met grote kleden en velours gordijnen. Sommige balkonnetjes hadden de uitstraling alsof ze een miniuitvoering van het beroemde bordes bij de Sint-Pieter in Rome waren en elk moment de paus in Málaga op zo’n plek naar buiten zou kunnen stappen.
Ook het balkon van het bisschoppelijk paleis, naast de kathedraal van Málaga, was versierd en op deze plek stond een Piéta-beeld van de Maria met de overleden Christus op haar arm. Terwijl ik met Alizia er naar keek merkte zij op dat het net mama was en inderdaad het gezicht van deze Madonna had erg veel weg van Judith. 

meer lezen

Tapas, je kunt er geen genoeg van krijgen

Tortillas en camalares
Tortillas en camalares

Deze week kan ik eigenlijk tijdens mijn verblijf in Granada en Málaga niet op de typische Spaanse culinaire specialiteit heen, namelijk de tapa of meestal aangeduid in het meervoud ‘tapas’. Het zijn eigenlijk talloze kleine voorgerechten/borrelhapjes die vaak een variatie op het zelfde thema zijn.

Deze week kan ik eigenlijk tijdens mijn verblijf in Granada en Málaga niet om de typische Spaanse culinaire specialiteit heen, namelijk de tapa of meestal aangeduid in het meervoud ‘tapas’. Het zijn eigenlijk talloze kleine voorgerechten/borrelhapjes die vaak een variatie op het zelfde thema zijn.

Oorspronkelijk is de tapa bedoeld als een eetlustopwekkend hapje dat in Spaanse cafés bij een alcoholhoudend drankje wordt gegeten en dat tegenwoordig in Nederland in allerlei (eet)cafés ook heel populair is.

In de streek Andalusië waar ik nu verblijf  krijg je automatisch als je een drankje bestelt gratis één of meerdere tapas aangeboden. Voordat je dus de menukaart in je hand neemt om hapjes te bestellen is het aan te raden eerst eens af te wachten wat je bij je drankje voorgeschoteld krijgt want als je zelf ook nog hapjes bestelt dan wordt het dubbelop en heb je al snel veel te veel.

meer lezen

Olijfbomen zo ver je kunt kijken

Marcel geniet van de Tapas in Spanje
Marcel geniet van de Tapas in Spanje

Deze week sta ik met mijn culinaire verhaal stil bij een product dat in elke mediterrane keuken in verschillend hoedanigheden vertegenwoordigd is; namelijk de olijf! Momenteel verblijf ik in het Zuid-Spaanse Andalusië en telkens als ik hier een drankje bestel krijg ik bijna vanzelfsprekend een bakje olijven erbij geserveerd. Als ik hierna nog wat tapas, de typische kleine Spaanse hapjes, bestel dan weet ik bijna zeker dat de meeste warme gerechten gebakken of gefrituurd zijn in de olijfolie. De koude lekkernijen, zoals tomaten of salades, zijn overgoten met een laagje olijfolie. Kortom; olijven zijn een niet weg te denken ingrediënt in de Spaanse keuken.

Dit is trouwens niet verwonderlijk want de hele landstreek hier staat vol met olijfbomen. Toen ik de laatste 20 minuten van mijn vlucht vanuit Madrid naar Granada uit het vliegtuigraam keek en het landschap langzaam dichterbij kwam, zag ik zover mijn oog kon reiken op de omliggende heuvels olijfbomen staan. Ook tijdens de taxirit van Granada naar Málaga zag ik enkel heuvels begroeid met deze mooie en karakteristieke bomen.

Er kwam geen einde aan de talloze olijfbomen die in het gebied groeien en dit moest volgens mij jaarlijks, alleen al in dit deel van Spanje, wel tot een gigantische olijvenoogst leiden. Ik begrijp uit verschillende bronnen dat er allerlei manieren zijn om de olijven te oogsten. Van handmatig met een trapje en een emmertje de olijfbommen inklimmen, tot een elektrische hark die de olijven bijna automatisch uit de bommen grist, en alle varianten die daartussen in zitten. De oogst vindt plaats in het late najaar (november/december) en de olijven zijn dan niet direct eetbaar. Ze dienen minimaal een paar maanden (tot een jaar) in een zoutwaterbadje gelegd te worden alvorens de bittere smaak een beetje weg is. Soms zie je dat de olijven ingekerfd zijn en dat doet men om het genoemde proces te versnellen.

Er zijn talrijke soorten olijven, maar wist je dat een groene en zwarte olijf geen verschillende soorten zijn? Het zijn, ongeacht de kleur, dezelfde olijven maar de groene olijven zijn eigenlijk de onrijpe vruchten die groen zijn en de rijpe zijn zwart of soms diepbruin of paars.

Tijdens mijn landing in de streek bij Granada viel me vanuit de lucht al op dat de olijfbomen zo ver van elkaar af stonden. Het gaf vanuit de lucht zo’n opvallend ruimtelijk patroon van bomen met de zanderige desolate grond ertussen waar trouwens niets anders tussen groeide. Het blijkt, toen ik achteraf wat onderzoek naar de reden hiervoor deed, dat olijfbomen een minimale afstand van enkele meters van elkaar dienen te hebben om de wortels van elke individuele boom de ruimte te geven. Olijfbomen worden honderden jaren oud en dat is aan de knoesterige verweerde stam van de boom vaak aan te zien. Alhoewel de olijfboom niet bedoeld is voor onze streek blijkt dat hij als kuipplant (kuipboom) bij het tuincentrum gretig aftrek vindt en je ziet hem tegenwoordig steeds vaker in een Hollandse tuin staan. Een beetje vorst weet hij wel te overleven, maar beter is het om hem ’s winters binnen te zetten. Vol verbazing keek ik mijn ogen uit toen enkele jaren geleden op het verkeerskruispunt bij het Waterlooplein in Amsterdam grote bakken geplaatst waren met oude volgroeide olijfbomen. Wat zou er gebeuren bij een strenge Nederlandse winter? De plantsoenendienst moet er bij de strenge Nederlandse vorst hoezen omheen doen want bij aanhoudende temperaturen onder -8 graden Celcius lopen de bomen behoorlijke vorstschade op en uiteindelijk kan de dood het gevolg zijn. Nee, deze ‘zuidelijke jongens’ voelen zich toch niet zo thuis in Mokum.
Dus voor olijfbomen dien je echt naar het warme zuiden van Europa te gaan waarbij de streek rond Granada en Málaga echt een aanrader zijn. Inmiddels heb ik een witte wijn besteld en zie ik de ober al aankomen met een bakje met heerlijke olijven.


Marcel Verhoeven

meer lezen

“Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen”

Ik hoor regelmatig dat veel mensen er tegenop zien op om reis te gaan. En dan bedoel ik niet zozeer dat ze het onaangenaam vinden om op vakantie te gaan, maar dat ze het vervelend vinden om daadwerkelijk van de ene plek naar de andere plek komen. Ik kan me dat best wel voorstellen, want ik als echte frequente reiziger ben soms ook nog steeds wel eens een beetje gespannen voor mijn vertrek naar de luchthaven of het treinstation. Talloze vragen spoken op de ochtend voor mijn vertrek door mijn hoofd. Kom ik wel op tijd? Heb ik wel alles meegenomen? Heb ik thuis alles goed achtergelaten? En zit de deur op slot? Allemaal van die zaken waar je je druk om kunt maken voordat je op reis gaat.

Dit is normaal en hoort waarschijnlijk bij de ‘gezonde’ nerveusiteit voordat je op reis gaat.

Voor mij geldt dat als ik uiteindelijk in het vliegtuig stap (waar ik meestal mee reis) of plaats neem in de trein, mijn reis is begonnen en de spanning geheel van mij is afgevallen. Heerlijk om te weten dat een (nieuw) te bezoeken reisdoel binnen enkele uren in het verschiet ligt. Ik verheug me op alles wat ik in de aankomende uren en dagen ga meemaken. Alhoewel ik niet precies weet hoe tijdsbeleving werkt, want dat moet ik me verdiepen in de theorieën van Albert Einstein, valt het me wel altijd wel op dat alles vanaf de start van mijn reis heel snel gaat. Vooral met vliegen is het fenomeen tijd en ruimte heel relatief. Mijn persoonlijke ‘relativiteitstheorie’ is gebaseerd op meer dan 25 jaar reiservaring en blijft mij telkens verwonderen.

Zo was ik verleden week in Kopenhagen, een schitterende stad die echt een reis waard is. De ochtend van mijn vertrek wandelde ik nog door Amsterdam-Zuid, waar trouwens op dit moment prachtige sculpturen staan voor de kunstmanifestatie ‘Art Zuid’. Vervolgens verbleef ik even op Schiphol om daarna met het vliegtuig binnen een uurtje op Deense bodem te staan. Er zit ‘slechts’ 800 kilometer tussen de Nederlandse en de Deense hoofdstad, maar omdat het zo kort vliegen is heb je daar totaal geen notie van. Het benul van afstanden is zogezegd totaal verdwenen en het is je moeilijk voor te stellen hoe ver je eigenlijk van Nederland af bent. 

meer lezen

Van het Deense Amaliaborg naar het Moorse Alhambra

Het prachtige Alhambra, gelegen op een heuvel bij Granada
Het prachtige Alhambra, gelegen op een heuvel bij Granada

Het is een hele bijzondere ervaring om na een verblijf in Kopenhagen (Denemarken) en een kort bezoek aan Malmö (Zweden), door te zijn gereisd naar Zuid-Spanje. Toen ik begin verleden week in de ochtend een bezoek had gebracht aan het Deense Koninklijk Paleis Amaliaborg en vervolgens richting het treinstation van Kopenhagen wandelde zag ik op een grote buitenthermometer aangegeven dat het 10 graden Celsius was. Toen ik een paar uur later in Madrid door het stadscentrum wandelde was het maar liefst 20 graden warmer (het was daar op dat moment 30 graden!). Dat was echt een grote klimatologische overgang!

Madrid was slechts een tussenstop van één dag, want vanaf hier wilde ik doorvliegen naar de Zuid-Spaanse stad Granada. Aangekomen in deze eeuwenoude stad, in de landstreek Andalusië, werd ik direct gegrepen door de blik die je vanuit de stad hebt op het beroemde fort dat gelegen is op de heuvel aan de stadsrand van Granada. Deze in het oogspringende fortificatie is het beroemde Alhambra, dat natuurlijk direct bekend in de oren klinkt. Het zijn de overblijfselen van de residentie van de Moorse koningen die vanaf deze plek van de 13de eeuw tot eind 15de eeuw over een groot deel van Zuid-Spanje regeerden. Dit ‘Rode Paleis’, want dat betekent Alhambra oorspronkelijk in het Arabisch, ligt op een heuvelachtig plateau met als imponerende achtergrond de deels besneeuwde toppen van de Sierra Nevada.
Het lokte dus enorm om het Alhambra te gaan bezoeken. Een dag nadat ik in Granada was aangekomen en een beetje geacclimatiseerd was (want ook hier was de temperatuur rond de 30 graden) besloot ik in de vroege ochtend de heuvel op te klimmen. Chloé en Alizia had ik in de kinderwagen gezet en ik duwde hen in een rustig tempo omhoog richting de bezienswaardigheden. Letterlijk en figuurlijk steeg te spanning toen ik bij de hoog gelegen entree arriveerde. Het was ondanks het vroege tijdstip (half negen) al een behoorlijke drukte bij de entree en gelukkig had ik vooraf toegangskaartjes gereserveerd dus we konden direct doorlopen. 

meer lezen