Reisverhalen van de Europakenner


Kassel is een reis waard!

Deze afgelopen week stond voor mij helemaal in het teken van de kunst! Ik reisde afgelopen donderdag vol enthousiasme naar de typische Duitse kunststad Düsseldorf. Wat hebben ze hier toch een prachtige kunstmusea! Twee hiervan bezocht ik afgelopen weekend, namelijk K21, met de klassiek moderne collectie van de ‘Sammlung Nordrhein Westfalen’ en daarnaast was ik ook twee keer in ‘K20’, dat de dependance van het eerder genoemde museum is, waar met name de hedendaagse kunst wordt getoond.

Mijn dochters en ik genoten met volle teugen in het Düsseldorfse K20 museum van de vele originele werken van Picasso, maar ook van Wassily Kandinsky, Franz Mark, Ernst Ludwig Kirchner en niet te vergeten een aantal werken van onze eigen Piet Mondriaan. Wat verheug ik mij erop dat ik aankomende zondag tijdens mijn vierdaagse KUNSTSTAD reis naar Kassel en Düsseldorf hier de groep mag rondleiden.


Nu ben ik inmiddels al weer een aantal dagen in Kassel. Deze hoofdstad van de deelstaat Hessen organiseert zoals je wellicht weet om de vijf jaar de beroemde kunstmanifestatie ‘De Documenta’. Het is elke keer weer interessant om te zien welke artiesten op ‘De Documenta’ vertegenwoordigd zijn en welke werken zij mochten inbrengen. Ik moet echter wel nog altijd, ook na mijn zoveelste bezoek, wennen aan alle conceptuele kunstwerken die op deze tentoonstelling getoond worden. Meestal gaat het bij kunst kijken voor mij om de esthetiek en de schoonheid van het kunstwerk, maar daarvoor moet je niet naar ‘De Documenta’ komen. Vooral tijdens deze editie huidige speelt politiek een belangrijke hoofdrol en veel minder de artisticiteit. Toch is het echt een feest om hier te zijn. Ook al spreken misschien sommige hedendaagse kunstwerken je wat minder aan, de ambiance van het hele evenement en van deze Duitse provinciestad is heel bijzonder.


Ik zag onder meer een kunstzinnige video-tweeluik in het Fridericianum. Hier is te zien hoe Turkse soldaten worden toegesproken om hun hele ziel en zaligheid te geven voor de Turkse natie en dit roept bij de toeschouwers een vervreemdend effect op. Dat geldt trouwens ook voor de bijna geweide ruimte in de nabij gelegen Orangerie in het prachtige centraal gelegen Karlsaue-park , waar op een groot scherm een video wordt getoond van Russisch orthodoxe priesters die een kerkelijke mis zingen. 

Echter het deed me ook wel weer heel veel genoegen om aan de andere kant van de stad, in het beroemde stadslot Wilhelmshöhe te zijn om daar na alle contemporaine kunst de enorme zeventiende eeuwse collectie met Hollandse meesters te zien, waarvan met name de werken van Rembrandt uitzonderlijk zijn. Nergens ter wereld vind je zoveel schilderijen van onze topmeester uit de Gouden Eeuw. Alleen daarom zou je al een keer naar Kassel moeten. 


En ben je bekomen van al deze bijzondere creaties van onze meester uit de Gouden Eeuw dan kun je hier genieten van de vele andere befaamde kunstenaars die hier vertegenwoordigd zijn, zoals Dirck van Baburen, Hendrick Ter Brugghen en andere grondleggers van de barokke schilderkunst. Dankzij hen begrijp je in dit Kassels museum nog beter de schilderijen van bijvoorbeeld Frans Hals, die namelijk onder meer deze voorgangers als inspiratiebron had. Van deze beroemde Haarlemse schilder zijn in dit museum meerdere schilderijen te bewonderen en het meest tot mijn verbeelding spreekt altijd ‘Peekelhaeringh’. Dit is een afbeelding van een schertsfiguur die waarschijnlijk een belangrijke rol vertolkte in de zeventiende eeuwse kluchten en blijspelen. Hij was een soort Hans Worst, waarover het rijmpje ging ‘Hans Worst heeft altijd dorst’. Dit gold eigenlijk tevens voor Peekelhaeringh vandaar dat hij ook met een bierpul in zijn hand staat. Dit schilderij uit de Gemäldegalerie in Kassel sprak andere kunstenaars ook zo aan dat Jan Steen dit genoemde werk het zelfs gebruikte in een schilderij van hem zelf. En dat is tegenwoordig te zien in de Gemäldegalerie in Berlijn. 

Tijdens mijn bijzondere verjaardagsreis, die ik speciaal voor genodigden organiseer, zal ik hier graag ter plekke meer over vertellen.

Je merkt al dat ik over Kassel niet uitgepraat raak en ik kom er graag volgende week op terug.


 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Op een mooie Pinksterdag, met de kleine meid

Verleden week zondag was het voor Alizia een bijzondere dag en dus ook voor mij. We hadden haar namelijk een fiets cadeau gegeven en die moest natuurlijk direct getest worden. Terwijl ik haar driftig de goede kant op duwde schoot op deze mooie eerste Pinksterdag voortdurend het gelijknamige liedje in mijn gedachten. Dit chanson van de beroemde schrijfster Annie M.G. Smit en componist Harry Bannink gaat zoals wellicht bekend over een mijmerende vader en zijn kleine dochter waarmee hij hand in hand loopt door het park op een mooie Pinksterdag, terwijl ik op deze zelfde fraaie dag mijn eigen kleine meid fietsen leer. Al neuriënd en zelfs hardop zingend “Hondje bijt niet…” denk ik aan de twee zangers die dit lied ooit vertolkten, namelijk Leen Jongewaard en André van den Heuvel (zie hieronder voor een filmpje met de authentieke vertolking van dit lied).


Als ik de jonge Andre van den Heuvel op dit Youtube filmpje zie zingen dwalen mijn gedachtes af. Hoe leuk was het namelijk dat ik hem, samen met zijn vrouw Kitty Jansen, ooit als deelnemer aan een van mijn reizen naar Berlijn mee had. Toen ik jaren geleden hem als passagier in mijn bus zag zitten, om met een hele groep naar de hoofdstad van Duitsland af te reizen, schoten bij het zien van zijn gezicht meteen een aantal strofes van het reeds genoemd lied in mijn hoofd; “Morgen kan ze zwanger zijn. Het kan ook nog wel vandaag…” .  En nu, al duwend achter het kinderfietsje, dacht ik aan wie ooit de vader van mijn kleinkinderen zou kunnen zijn; “'t Kan van de behanger zijn of van een Franse zanger zijn of iemand uit Den Haag”.

Tijdens mijn betreffende Berlijnreis merkte ik dat de aanwezigheid van deze twee bekende Nederlanders toch voor de andere deelnemers ook voor wat hilariteit en een extra dimensie zorgde. 


Heel verrassend om mensen in de groep te hebben die toen nieuw waren en toch zo vertrouwd vanwege hun bekendheid. Als organisator van deze reis heb ik op een aantal momenten tijdens deze trip verschillende malen met hen gesproken. Zo vertelde Kitty Janssen mij, op het moment dat wij naar het Russisch Monument in het Treptow Park liepen, dat zij ooit in haar jonge jaren een bekende persoonlijkheid in Duitsland was; zij vertolkte namelijk in de jaren zestig Frau Antje op Duitse televisie ter promotie van onze Hollandse kaas. Van André van den Heuvel begreep ik dat hij met mijn kunstreis meeging omdat hij zich na zijn pensionering fanatiek met beeldhouwen was gaan bezig houden. Hoe treurig was het bericht dan ook dat ik een jaar geleden las dat hij was overleden. Hij was toen al vier jaar weduwnaar omdat zijn partner Kitty Janssen in 2012 al het tijdelijke voor het eeuwige had verruild.


Opeens maakt mijn dochter een gevaarlijk bocht en moet ik even alle zijlen bijzetten om haar recht op haar fiets te houden. Op dat moment herinner ik mij het moment dat ik zelf fietsen leerde. Weliswaar ook de eerste keren met behulp van kleine zijwieltjes, maar in mijn herinnering gingen die er vrij snel weer van af. Goh, wat gaat de tijd toch snel. Voordat je het weet, misschien ben ik nu wat melancholisch, duwt mijn dochter haar kind weer door het park en zijn we weer decennia verder in de tijd en zingt zij dan ook “Op een mooie Pinksterdag, met de kleine meid”.

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

Het Rijk(s) voor je alleen

Dit weekend las ik in de krant dat één van de iconen van het Rijksmuseum, namelijk ‘Het Melkmeisje’ van Johannes Vermeer, weer terug is op haar plek in de eregalerij aldaar. Regelmatig, ga ik met mijn dochters naar het Rijks toe, als ik na een periode van reizen weer in Amsterdam ben. Mijn meiden hebben altijd een vast repertoire dat ze in onze nationale kunstgalerij willen afwerken: natuurlijk willen ze eerst naar ‘De Nachtwacht’ ofwel ‘Het meisje met de kip’ zoals Alizia het eerst altijd noemde (lees hier een eerder verhaal van mij hierover). Van dit formidabele schilderij van Rembrandt kunnen zij door hun geringe lengte en de enorme meute toeristen die er voor staat meestal slechts maar een kleine glimp opvagen. Daarna komen ‘Het Joodse Bruidje’, ‘De Staalmeesters’, het zelfportret van de ‘oude Rembrandt’ en ‘Titus als monnik’ aan bod. En vervolgens roepen zij om ‘Het Melkmeisje’ van Johannes Vermeer. 


Groot was de teleurstelling een aantal maanden geleden dan ook toen dit schilderij plotseling was verdwenen. Ik kwam er al snel achter dat het beroemde meesterwerk was uitgeleend aan het Louvre in Parijs voor een overzichtstentoonstelling van onze Delftse Meester. Ach, ik dacht toen ‘er is nog genoeg te zien in het Rijksmuseum’. Maar toch mistte ik haar direct wel al een beetje. De vreugde was dan ook groot toen ik afgelopen maandag dit pronkstuk uit de collectie van het Rijks weer samen met mijn dochters kon bewonderen.

Zoals altijd stonden er ook nu weer tal van buitenlandse toeristen met hun telefoons het werk te fotograferen en ik moest zelfs een beetje brutaal vragen of ze aan de kant gingen zodat Chloé en Alizia ook een blik op het werk konden werpen, wat uiteindelijk met wat moeite ook lukte. Samen praten we dan over het schilderij. Het gaat er wat mij betreft niet alleen om kort met hen het ‘plaatje’ te bekijken, maar ik probeer mijn meiden ook te tonen wat er daadwerkelijk op te zien is. 


In eerste instantie zie je een keukenmeid die melk inschenkt in een bakje en als ik dat vertel dan krijg ik meteen de vraag van Chloé en Alizia ‘waarom doet ze dat papa?’.

Er ligt al een broodje naast, dus de melk wordt niet gebruikt om brooddeeg te maken. Zal de meid de melk in de schaal schenken om te drinken, of om het brood in de dopen? Het is dag op het schilderij, vertel ik hen dan, want de zon schijnt aan de linkerkant door het raam naar binnen. En het zonlicht werpt een schaduw over allerlei voorwerpen die op het schilderij te zien zijn. 

Johannes Vermeer was echt een zeer kundig kunstenaar die met details rekening hield, want ook het spijkertje op de muur geeft zijn schaduw af. Ja, dat laatste is vakwerk en dan ben je een ware meester in de zeventiende eeuw. 

Terwijl ik dit allemaal aan mijn dochters vertel wordt hun blik al weer versperd door de vele buitenlandse bezoekers die opgewonden in allerlei talen rond het meesterstuk staan te schreeuwen.

Inmiddels heeft de intercom in het Nederlands en Engels omgeroepen dat het museum over een kwartier gaat sluiten. 

En nu weet ik dat er dan een heel speciaal moment aantreedt. Iedereen snelt dan naar de uitgang en dan lopen wij juist gedrieën wederom terug richting ‘De Nachtwacht’. En inderdaad, vijf minuten voor vijf is het zover, wij staan ‘alleen’ voor dit sublieme kunstwerk. Eerst zijn we met z’n drieen nog wat hilarisch en druk omdat we het topwerk nu voor ons zelf hebben. Echter daarna treedt er een rust in en zijn we tevreden dat even rustig kunnen kijken. Alizia en Chloé zoeken nog even naar de plek waar Rembrant, weliswaar verscholen, op de Nachtwacht staat. Gevonden!!! Enkele minuten later wandelen we voldaan naar de lift en uren daarna hebben we het er nog over.

Als een echte kenner raad ik je dus aan, helemaal als je een museumkaart hebt, om eens pas om half vijf naar het Rijksmuseum te gaan om in de laatste 10 minuten een paar meesterwerken te gaan bekijken. Een genot voor een echte kunstliefhebber. 


Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Architectuur en containers

Afgelopen maandag was een mooie warme dag in Nederland en dat was voor mij een goede reden om weer eens een fikse wandeling te maken. Via de Ceintuurbaan wandelde ik door Amsterdam-Zuid en bereikte ik op een gegeven moment de Nieuwe Amstelbrug. Ik vind dit altijd een mooie plek, want als je naar de ene kant over het water kijkt zie je het historische centrum van de stad liggen, waarbij onder andere Theater Carré in het oog springt. Als je naar de andere kant kijkt dan zie je de nieuwe hoge flats waarbij de gemeente tracht een klein ‘Manhattan’ te creëren. De meest opvallende in het torenflatensemble is de zogenaamde Rembrandt Tower. Dit is met 150 meter het hoogste gebouw van Amsterdam en telt maar liefst 35 verdiepingen. Maar in vergelijking tot de wolkenkrabbers in New York is dit natuurlijk een lachertje. Aangetrokken door deze hoogbouw besloot ik mijn wandeling in die richting, stroomopwaarts langs de Amstel voort te zetten. Na verloop van tijd passeerde ik de Berlagebrug, die trouwens een onderdeel vormt van het beroemde Plan Zuid uit 1917, waar ik verleden week over schreef (klik hier).


Op de plek waar de rivier de Amstel een scherpe bocht maakt, even voorbij het gelijknamige  treinstation, was in mijn jeugd een rommelig industrieterrein. Op dit moment verreist daar een nieuwe woonwijk met appartementen in allerlei verschillende stijlen. Vooral de nabijgelegen rivieroever, met veel groen, maakt het echt een aantrekkelijke plek om te wonen. Terwijl ik in dat genoemde nieuwbouwgebied stond richtte ik mijn blik op de Spaklerweg en het evenwijdig lopende talud van de trein. Ik besloot mijn wandeling in die richting voort te zetten. Toen ik de treintunnel onderdoorliep zag ik een enorm bouwterrein waar her en der al stadsvillas in een vergevorderd bouwstadium uit de grond zijn verrezen. Opeens schoot me te binnen dat hier ooit het hoofdkwartier van de beruchte motorbende Hells Angels was en dat je hier eigenlijk als gewone wandelaar niet zoveel te zoeken had. Een andere reden dat je in dit gebied niet zo veel kwam had te maken met de hoge witte torens die een stukje verderop staan en die tot een paar jaar geleden nog bekend stonden als de Bijlmerbajes. Tegenwoordig dienen deze voormalige gevangenisgebouwen als tijdelijke opvang van asielzoekers en de dreigende hoge gevangenismuren zijn inmiddels verdwenen.


Naast het vroegere huis van bewaring, op de Wenckebachweg, werd mijn blik getrokken naar een hele reeks keetwoningen. Op een informatiebord zag ik dat het een complex met studentenwoningen was en al vrij vlot kwam ik er achter dat de basis voor deze appartementen enorme zeecontainers waren die naast elkaar waren gezet en ook op elkaar stonden gestapeld. Het oogde eigenlijk best wel als volwaardige woonflats en slechts de zijmuren deden herinneren aan het feit dat het complex uit losse containers bestond, die oorspronkelijk bedoeld waren, om gevuld met goederen, een lange zeereis over de oceaan te maken. Wat onderzoek ter plekke, ondersteund met informatie die ik direct op mijn iPhone kon vinden, wees uit dat elke woonunit (dus de voormalige container) ongeveer 12 meter lang en bijna 3 meter breed. Dus elke student had een woonoppervlak van 36 m2, en dat is voor een jong iemand die in Amsterdam studeert niet onaardig. Terwijl ik nog een tijdje stond te kijken kwam er een studente naar buiten en ik vroeg spontaan hoe het was om daar te wonen. Zij reageerde direct heel enthousiast. Mijn volgende vraag was ‘Is het nu dan niet erg warm binnen?’. 


En daarop antwoordde ze dat de containers van binnen goed geïsoleerd waren tegen warmte en kou, maar dat ze tijdens deze extreem warme dagen gewoon de ramen tegen elkaar openzette.

Alle gebouwen die ik tijdens deze wandeling passeerde intrigeereden mij, maar de containers fascineerden mij toch wel het meest. Terwijl ik richting huis wandelde bleef ik denken aan dit woonconcept. Ik heb inmiddels gezien dat er in de Rotterdamse haven containerleveranciers zijn die binnen 24 uur containers kunnen leveren. Dat zou betekenen dat je dus in een hele korte tijd een (tijdelijk) woonhuis kunt realiseren. En als je bijvoorbeeld 2 containers met een open zijkant tegen elkaar aanschuift dan heb je al een huiskamer van 72 m2. Natuurlijk realiseer ik me dat er nog het een en ander bij komt kijken om er een volwaardig woonhuis van te maken, maar als basis is de container nog niet eens zo’n gek idee. Voor mij als liefhebber van de bouwkunst is dit een reden om hier binnenkort eens wat meer onderzoek naar te doen. Je begrijpt dat ik hier dus nog wel eens op terug kom.


Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Geometrische vormen die tot nadenken aanzetten

Van de week ben ik teruggekeerd uit het mooie Boedapest en ik heb dit keer zowaar voor mijzelf een souvenir meegnomen, iets dat typisch Hongaars blijkt te zijn. Nee, het is geen Palinka drankje of Hongaarse paprika, maar het is de zogenaamde ‘Rubiks Kubus’. Ernő Rubik is een Hongaarse wiskundige, architect en uitvinder en heeft dit intrigerende speeltje eind jaren zeventig bedacht. Bij de wereldwijde introductie begin jaren tachtig van deze kubus kwam ook Nederland in de ban hiervan en ook ik maakte er toen kennis mee. De bedoeling is dat je van de kubus, die trouwens goed in je hand past, allerlei rijen kleurtjes draait om al puzzelend zes gelijk gekleurde vlakken te krijgen. In eerste instantie lijkt dit makkelijk maar het is als je onervaren bent bijna onmogelijk om deze klus te klaren.

Ooit heb ik de ‘Rubiks Kubus’ in mijn tienerjaren zonder hulp kunnen oplossen, maar nu zit ik er al dagen over te peinzen hoe ik al draaiend alle kleurtjes op de juiste zijde krijg. 


Wel een raar gezicht trouwens als je mij in het Beatrixpark in Amsterdam-Zuid bij het speeltuintje, waar mijn dochters aan het spelen zijn, aan dit icoon uit de jaren ’80 ziet draaien terwijl alle moeders en vaders druk met hun mobiele telefoons in weer zijn. Alsof ik even door de tijd aan het reizen ben en weer 35 jaar jonger ben. Terwijl ik inmiddels het hele witte vlak compleet heb van mijn ‘Rubiks Kubus’, besluit ik een wandeling over de nabijgelegen Apollolaan te maken. Op deze bekende lommerrijke laan in Amsterdam is afgelopen vrijdag de tweejaarlijkse openluchttentoonstelling ‘ArtZuid’ van start gegaan.

Wat een genoegen om zo dicht bij huis in de buitenlucht een groot aantal sculpturen bij elkaar te zien! Het eerste beeld dat ik zie is….. jawel: een witte kubus! Dit kan bijna geen toeval zijn, terwijl ik in mijn hoofd nog zit te peinzen over mijn Hongaarse ‘Rubiks Kubus’ loop ik nu tegen een kunstwerk aan met dezelfde vorm. De tentoongestelde kubus is van de kunstenaar Ewerdt Hilgemann en is op een artistieke manier ‘opengewerkt’. 


Ik raak wederom in de geometrische mood hierdoor en terwijl ik mijn kunstzinnige wandeling voortzet passeer ik vervolgens nog meer beelden die opgebouwd zijn uit abstracte rechte vormen en gestileerde vlakken. Eenmaal aanbeland bij het informatiepaviljoen op de Minervalaan, ik ben dan inmiddels halverwege de expositie, lees ik in een folder dat het thema van ‘ArtZuid’ dit keer in het teken staat van De Stijl, de kunstbeweging die dit jaar precies 100 jaar geleden werd opgericht. De sculpturen op ‘ArtZuid 2017’ tonen de invloed van de De Stijl, , op de na-oorlogse beeldhouwkunst. Nu begrijp ik ook dat ze bij het genoemde informatiepaviljoen boekjes met afbeeldingen van Mondriaan verkopen terwijl van deze wereldberoemde kunstenaar op deze expositie niets te zien is.

Niemand minder dan de voormalige directeur van het Stedelijk Museum Rudi Fuchs is de conservator van Art Zuid en heeft zijn best gedaan om in het beschreven thema zoveel mogelijk abstract geometrische beelden door de wijk in Amsterdam-Zuid te plaatsen. 


Wat trouwens een extra bijkomstigheid is wat de beelden nog meer tot hun recht laat komen is dat ze geplaatst zijn in lanen die ooit ontworpen zijn door de architect Hendrik Petrus Berlage en de architectuur in dit deel van Amsterdam staat ook wel bekend als ‘Plan Zuid’. En laat nou de eerste schetsen van dit gerenommeerde ‘Plan Zuid’ ook uit 1917 te stammen dus hetzelfde jaar als de oprichting van De Stijlbeweging. Dit maakt dat de gehele omgeving met de beeldententoonstelling mee doet. Met plezier wandel ik verder richting het NS-station Zuid en terwijl ik daar aan kom zie ik in de verte het Beatrixpark weer.
Op de kop van dit park ontwaar ik het hoofdkantoor van Akzo Nobel en denk gelijk terug aan de recente bijeenkomst van afgelopen vrijdag van de Amici (vrienden) van KUNSTSTAD aan dit kantoorgebouw. Met veel plezier bezochten we met de vaste klanten van KUNSTSTAD de kunstcollectie van dit chemiebedrijf. Aan het einde van deze zogenaamde Matinée Exlusive dronken we een glaasje wijn in de voormalige Nicolaaskapel met onder meer uitzicht over de vijver van het Beatrixpark.


Kunst en cultuur kan dus ook heel dicht bij zijn!

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Köszönöm of Gracias

Al weer 12 dagen ben ik in Boedapest en probeer ik mij aan te passen aan de plaatselijke Hongaarse gewoontes en gebruiken. Na een tijdje in Spanje, waar ik de mensen trouwens over het algemeen heel aardig vind, valt me nu ook op hoe sympathiek de Hongaren zijn. Al vrij vlot wisselde ik het ‘Gracias’ in voor ‘Köszönöm’, dat dankjewel in het Hongaars betekent.

Hier in de hoofdstad van Hongarije ga ik op zoek niet zozeer naar de overeenkomsten met de Spanjaarden die ik kort hiervoor heb meegemaakt, of de Zuid-Italianen van een paar weken daarvoor, of met de Nederlanders die ik natuurlijk zo gewend ben. Ik heb namelijk al eens vaker geschreven (klik hier) dat ik het jammer vind dat met name in de detailhandel alles in Europa, en zelfs wereldwijd, hetzelfde wordt. Ik vermijd dus ook zoveel mogelijk kledingzaken als H&M, Zara etcetera (die je uiteraard ook in Boedapest aantreft) en zoek juist die typische winkeltjes die een land zo bijzonder maken. Hoe verheugd waren Judith en ik dan ook toen wij bij het treinstation van Boedapest verleden weekend een oubollig-uitziende etalage zagen met gedateerde pyjama’s en aanverwanten. We verwachtten dat ze hier wel eens paarse maillots en panty’s voor de dames in ons paarse gezin zouden hebben, die bij de grote modeketens nauwelijks in de collectie zitten en dus moeilijk verkrijgbaar zijn. En ja hoor, in deze ouderwetse zaak waren deze kousen in overvloed te verkrijgen. Hoe jammer zou het zijn als dit soort zaakjes zouden verdwijnen en alles uniform en gelijk in Europa wordt?


Natuurlijk kent Boedapest, als je door de binnenstad heen wandelt, zijn nationale bouwkunst. Vooral de Boedapester Secession, dat een variant is van de Jugendstil/Art Nouveau, is in het straatbeeld opvallend aanwezig en maakt de stad anders dan bijvoorbeeld Valencia of Napels. Echter als het om moderne gebouwen van de laatste 15 tot 20 jaar gaat dan lijkt het alsof er geen sprake is van verschil qua architectuur in Europa. Veel gebruik van glas, strakke lijnen, geometrisch en weinig ornamenten. Dat is toch eigenlijk wel erg jammer. Nogmaals, waarom moet alles toch zo hetzelfde zijn?

Een ander voorbeeld van de gelijkschakeling is te zien bij de jonge generatie. Of je nou in Italië bent, Spanje, Nederland of in Hongarije bent, overal turen ze eigenlijk voortdurend op elk moment van de dag, op een beeldscherm van een smartphone of tablet. Het valt me overigens op dat de leeftijd er bijna niet meer toe doet in deze digitale nieuwe wereld, want zelfs tijdens het ontbijt in alle genoemde hotellocaties zitten zowel senioren als kleuters meer naar het schermpje te kijken dan dat ze zien wat ze eten.

Wat zonde nou eigenlijk, dan ben je waarschijnlijk kort in het buitenland, waarbij je je bezoek hebt voorbereid met behulp van je computer of Ipad en dan ben je uiteindelijk op je plaats van bestemming en dat zit je wederom het meeste van de tijd met zo’n apparaat voor je neus. Het valt me de laatste tijd toch ook op dat als je bij bezienswaardigheden komt dat de meeste toeristen niet eens meer goed kijken en iets ervaren, maar gelijk foto’s met hun mobieltjes beginnen te maken. Ik denk bij mezelf wel eens dat ze straks niet eens weten of ze er daadwerkelijk geweest zijn of dat het een herinnering is die op hun iPhone staat. Ik moet eerlijk zijn dat het mij ook moeite kost om dit digitale apparaatje tijdens mijn reizen volledig aan de kant te gooien. Vroeger zocht ik mijn route door de stad uit op de papieren plattegrond die ik bij de hotelreceptie kreeg, wat niet altijd even makkelijk was want het was soms echt een puzzeltocht. Tegenwoordig wijst mijn mobieltje mij voortdurend de weg en waarschuwt mij zelfs al ik van het juiste pad af raak. Handig, of juist niet?  Het wordt wel een stukje minder spannend en zeker geen echte spannende ontdekkingstocht meer.


Ondertussen, tijdens mijn door de GPS satelliet gecontroleerde wandeling, maak ik ook regelmatig met mijn telefoon foto’s van wat ik zie, dus zowel als camera en als wegwijzer lijkt het alsof ik de smartphone nooit meer kan missen, maar echt romantisch door de stad struinen is het niet meer. Dit gevoel wordt nog eens verergerd door alle mensen om mij heen, toerist of local, die exact hetzelfde gedrag vertonen. Het voelt bijna alsof je er niet bij hoort als je je mobiele telefoon niet in je hand hebt als je door de stad heen wandelt.  Natuurlijk zeg ik tegen mijzelf dat het allemaal wel meevalt, maar in mijn achterhoofd denk ik, het moet toch niet gekker worden met die wereld waarin iedereen hetzelfde doet en wil zijn. Overal dezelfde winkels, gelijke moderne architectuur en iedereen kijkt op zijn telefoon of tablet, dat is mijn schrikbeeld. Soms denk ik wel eens, laten we alle apparaten wegdoen, laat ieder land zijn eigen gebruiken en gewoontes hanteren en iedereen weer zijn eigen gebouw ontwerpen zonder zich te laten beïnvloeden door uniformiteit. 


De wereld zou dan een stuk authentieker zijn en het reizen wordt weer een stuk spannender.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Toenemend toerisme

Terwijl ik gisteren uit het raam van mijn hotelkamer keek naar het schitterende uitzicht over de Donau in Boedapest, zag ik onder mij op het bedrijvige Széchenyi István plein talloze touringcars, sightseeingbussen en andere typische toeristische voertuigen, zoals een ‘bootbus’, voorbij komen. Ik realiseerde me direct dat het toerisme voor Boedapest een belangrijke bron van inkomsten is, want naast al het toeristenvervoer op het genoemde plein ontwaarde ik vanuit mijn ooghoek ook de vele riviercruiseschepen die niet ver van mijn hotel aan de oevers van de Donau lagen. Op alle trottoirs in de omgeving was het een komen en gaan van groepen buitenlanders onder leiding van gidsen, al dan niet met een omhoogstekend vlaggetje, en terwijl ik dit aanschouwde vroeg ik mij af of dit nou de hoofdstad van Hongarije is waar ik naar verlangde.

Toevallig had ik net enkele uren daarvoor op de website van het Nederlandse dagblad Het Parool gelezen dat er een bedrijf gestart was met helikoptervluchten boven Amsterdam. 


Ik begreep inmiddels uit de pers ook dat onze bescheiden hoofdstad al behoorlijk te leiden heeft onder de grote toestroom van toeristen. Persoonlijk had ik enige tijd geleden ten lijve ondervonden dat ik maar met moeite door de drommen toeristen het Oudekerksplein kon bereiken, waar ik in de buurt familie wilde bezoeken. Goh, wat kan het in Amsterdam inderdaad druk zijn en ik vraag me dan ook af of Amsterdam op de genoemde toeristische helikopterrondvluchten zit te wachten. Daarnaast ben ik nieuwsgierig waar deze ‘toeristenkermis’ uiteindelijk zal eindigen. De charme van zowel Boedapest als Amsterdam, of welke bestemming dan ook, gaat er door de toeristische drukte natuurlijk behoorlijk af.

Het kan echter nog gekker, want afgelopen weekend verbleef ik twee dagen in Barcelona, omdat ik op doorreis was van Valencia naar Boedapest. Ik wandelde zoals gebruikelijk weer een paar uur met mijn dochters en dit keer viel de beurt aan de bijzondere Catalaanse hoofdstad. De architectuur van Gaudí verveeld immers nooit en ook de andere gebouwen en bezienswaardigheden in Barcelona zijn bij herhaling steeds weer de moeite waard. Opvallend vond ik in eerste instantie de behoorlijke rij die bij de kassa van het Miro museum stond, in het Montjuic Park. Wie had ooit gedacht dat de animo voor deze modernistische kunstenaar zo groot zou zijn. 

Niet veel later zag ik dat de wachtrij bij het Picassomuseum echt immense was, maar toen ik daarna op de beroemde Barcelonese wandelboulevard De Ramblas arriveerde schrok ik mij echt een hoedje. Ik kon bijna echt over de koppen van de toeristen lopen. Dit was gewoon niet leuk meer! Het lukte me met de kinderwagen niet voor- en achteruit meer te komen en ik moest ‘vluchten’ naar de relatief iets rustigere straatjes in de buurt achter de beroemde Ramblas. Dit was echt een schrikbeeld, waar Boedapest en Amsterdam eigenlijk nog heilig bij zijn, want in deze beide steden is de toerismedrukte slechts geconcentreerd op enige plekken in het centrum. Echter in Barcelona was het verspreid over de gehele binnenstad en er leek eigenlijk geen ontsnappen meer aan. Uit talrijke persberichten blijkt dat de inwoners van Barcelona dan ook steen en been klagen over deze invasie van toeristen en de bijbehorende drukte. En geef  hen eens ongelijk.

Opeens relativeerde ik weer mijn uitzicht op alle hectiek die ik beneden in Boedapest op straat zag. 


Daarbij wist ik dat hier in de Hongaarse hoofdstad nog wel een groot aantal bijzondere plekjes te vinden zijn, die echt oases van rust zijn en die voor de gasten die ik de aankomende week de stad wil laten zien nog zeer idyllisch over zullen komen. Zoals het Memento Park aan de rand van de stad, waar je je even terug in de tijd waant. Hier bevinden zich alle sculpturen van communistische helden die ooit in de binnenstad van Boedapest stonden. Nu staan Lenin, Karl Marx, Friedrich Engels en de laarzen van Stalin naast elkaar in een parkachtige omgeving opgesteld en vormen ze in deze setting een soort tijdreis voor de bezoeker aan Hongarije. Veel toeristen hebben deze bezienswaardigheid gelukkig nog niet ontdekt en dat maakt deze plek mede zo aantrekkelijk.

Natuurlijk zijn er ook bijzondere steden in Europa te vinden waar het toerisme nog niet echt vat op heeft gekregen en waar je als bezoeker echt de authenticiteit van de stad kunt ervaren. Zo’n stad is bijvoorbeeld Porto, de tweede stad van Portugal. Wat heb ik afgelopen kerst en Oud & Nieuw van deze stad genoten. 


En wat is het ook een genoegen om hier met een groepje van KUNSTSTAD in september terug te keren. (klik hier voor meer informatie over deze reis). In Porto ervaar je hoe een plaats, die toch ook al relatief populair aan het worden is, gewoon als stad functioneert zonder dat je struikelt over de toeristen. Je beleeft echt de lokale gewoontes en gebruiken zoals het hoort te zijn.

Natuurlijk zijn er ook steden die bekend zijn om de vele toeristen, maar die desondanks meer dan de moeite waard zijn om te bezoeken, zoals bijvoorbeeld Venetië. De Lagunestad heeft de naam, niet onterecht, dat het een toeristenstad is. Maar er zijn ook hier periodes in het jaar dat de het aantal bezoekers enorm daalt. Het toeristenseizoen loopt ook hier op een bepaald moment van het jaar af en dat is rond half november. Daarom kies ik er voor om op zo’n moment naar deze typische Italiaanse kunststad te gaan, want Venetië mag je als (moderne) kunstliefhebber nou eenmaal niet overslaan. 


Helemaal niet als dit jaar weer de beroemde Biënnale plaatsvindt. In november zijn de laatste weken van dit bijzondere kunstevenement en het is dus genieten van een overvloed van kunst, terwijl je niet afgeleid wordt door de toeristendrukte (klik hier voor meer informatie over deze reis).

Zo zie je maar dat het een uitdaging blijft, trouwens met veel plezier en succes, om de meest ideale en interessante reizen voor onze deelnemers te organiseren. Het vergt een goede voorbereiding en onderzoek om net die locaties te vinden en de juiste planning te hanteren om een bepaalde stad ten volste, in alle rust, zonder de afleiding van grote groepen toeristen, te ontdekken.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Valencia is geen Andalusië

Zoals de meeste trouwe lezers van mijn reisverhalen weten ga ik tijdens onze vele buitenlandse trips regelmatig op pad met mijn twee dochters. We bezoeken samen talloze musea, we wandelen door allerlei straatjes en over pleinen van bijzondere steden, we gaan bijna vanzelfsprekend naar verschillende speeltuinen en genieten van de lokale sfeer die elke stad heeft. Voor onze zwerftochten in de buitenlucht is mooi weer natuurlijk het prettigst en daarom zijn we zo verzot op het zonnige Spanje. De afgelopen dagen was het weer hier in Valencia heerlijk warm, alsof we al midden in de zomer waren aanbeland. Tijdens onze reizen houden we ons ook altijd aan het aloude gezegde “when you are in Rome do as the Romans do”, dat betekent onder meer dat Chloé en Alizia na een uitgebreide ochtendexcursie aansluitend na de lunch hier in Valencia, tijdens de warmste periode van de dag, een paar uurtjes siësta houden. Een middagslaap is hier trouwens voor kleine kinderen belangrijk aangezien de dinertijd in Spanje pas na half negen in de avond is en dat zou voor Nederlandse en ook Spaanse jeugd, zonder middagdutje, veel te laat zijn.


In de reisgarderobe van mijn dochters zitten ook twee, zoals zij dat noemen, ‘Spaanse jurken’. Die trekken ze graag ’s avonds aan als we op een mediterrane plek zijn en zij verheugen zich er dan op om ergens naar toe te gaan waar Flamenco muziek wordt gemaakt. Natuurlijk het liefst live inclusief één of meer danseressen. Bij navraag in ons hotel of er hier in Valencia een plek te vinden was met flamenco muziek, zij men dat dit typisch iets Andalusisch is en dat dat dus eigenlijk niet Valencia te vinden is. De teleurstelling was in eerste instantie van de gezichten van mijn dochters af te lezen toen ik dit ook aan hun meedeelde.

Totdat ik een uur later werklui in het nabijgelegen Turiapark druk in de weer zag met het opzetten van allerlei grote tenten. Boven de entree van dit festivalterrein in aanbouw stond met grote letters ‘Gran Feria Andaluza’. Bij navraag bleek dat de volgende dag hier een groot Andalusisch festijn van start zou gaan met allerlei optredens van flamenco dansers en danseressen, in combinatie met andere typische activiteiten uit deze Zuid-Spaanse regio. Goh, vielen wij even met de neus in de boter. 

Mijn positieve gevoelens voor Andalusië werden deze dagen trouwens nog eens extra aangewakkerd door het feit dat ik na twee drukke reizen met een KUNSTSTAD-groep eindelijk tijd had om het boek ‘De Tribune van de Armen’, van schrijfster Mariët Meester, waar ik tijdens mijn vliegreis naar Napels aan begonnen was, verder uit te lezen. (klik hier voor mijn blog hierover). Mariët nam mij op een meeslepende wijze in haar verhaal mee naar mijn geliefde stad Málaga. Alhoewel Valencia en Málaga allebei steden in Spanje zijn, die qua temperatuur en natuur, zoals de sinaasappel- en palmbomen, veel overeenkomsten hebben zijn het op cultureel vlak totaal andere steden. Zo dragen bijvoorbeeld in Valencia de mannen en vrouwen bij feestelijke aangelegenheden prachtige kledij die onder meer opvalt door hun zijden accessoires en uitgebreide geborduurde stiksels. Zo stonden wij eind november op het Plaza de la Virgen met een hele groep Valencianen die traditioneel Valenciaans gekleed was. De foto die wij toen maakten met hen konden wij trouwens prima gebruiken voor onze persoonlijk kerstgroet aan de KUNSTSTAD-deelnemers.


De traditionele Andalusische jurken zijn daarentegen echter van hele andere snit. De dames dragen daar lange jurken, die erg getailleerd zijn en waarbij het onderste gedeelte in kleine laagjes over elkaar uitloopt. Onder de ‘rok’ vallen de hooggehakte lakschoenen op waar de danseressen zo kenmerkend tijdens het dansen mee stampen. Natuurlijk hebben mijn dochters ook dit soort lakschoenen, want dat geklak op de grond vinden ze fantastisch. Wat werden Chloé en Alizia inderdaad de volgende dag op hun wenken bediend, toen zich op allerlei podia in de feesttenten op het festivalterrein Andalusiërs, die in Valencia wonen, verzamelden. Je moet dit eigenlijk een beetje vergelijken alsof alle in Amsterdam wonende Limburgers bij elkaar komen voor een Limburgs feestje in het Vondelpark en die dan vervolgens behoorlijk uit hun dak gaan. Vanuit meer dan vijftien tenten hoorde je de flamencoklanken en het duurde dan ook niet lang of mijn dochters stonden op één van die bühnes geestdriftig te dansen. Wat hadden ze het naar hun zin!


Grappig om dus uiteindelijk twee verschillende typische Spaanse culturen op één bestemming tegelijkertijd te mogen meemaken. Al het moois van Valencia en al het bijzondere van Andalusië.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


“De Valenciaanse vleermuis begroet me vanuit mijn kamer”

Afgelopen week kwam mijn verblijf in Napels na bijna 14 dagen ten einde en werd ik verwacht in het prachtige Spaanse Valencia. Rechtstreeks vliegen vanuit Napels naar Valencia was niet mogelijk dus vloog ik afgelopen vrijdag met een tussenstop samen met mijn twee dochtertjes Alizia en Chloé via de luchthaven van Barcelona naar mijn uiteindelijke bestemming. Judith zou pas later die dag komen aangezien zij die de reisgroep van KUNSTSTAD nog de laatste bezienswaardigheden van Napels wilde laten zien om hen vervolgens naar het Napolitaanse vliegveld te begeleiden.

Tijdens het opstijgen had ik een prachtig zicht op de Vesuvius en ongeveer twee uur later zagen we tijdens de daling de zeehaven van Barcelona omringd met moderne gebouwen, in de verte ontwaarde ik het gelijkmatige stratenpatroon van de beroemde negentiende eeuwse wijk met de gebouwen van Gaudí en ik kon zelfs een glimp van zijn Sagrada Familia opvangen. 


Mijn eerste etappe zat erop en ik bereidde mijn meiden er alvast op voor dat we na een pauze van een paar uurtjes weer verder zouden gaan vliegen. Chloé en Alizia hebben er in hun korte leventje inmiddels al zeer veel vlieguren op zitten dat ze hier niet meer van opkijken en zonder veel moeite stapten ze aan het eind van de middag weer aan boord om een kort ‘vluchtje’ te maken van Barcelona naar Valencia.

De taxibus stond op de Valenciaanse luchthaven al op ons te wachten en bracht ons vliegensvlug naar ons mooie hotel dat nabij het centrum van de stad was gelegen. Toen ik mijn hotelkamer binnenstapte voelde ik me direct thuis want we hadden in de afgelopen jaren wel vaker in dit luxueuze vijfsterrenhotel verbleven en ze hadden ons dezelfde kamer als de vorige keer gegeven.

Toen ik uit mijn hotelkamerraam keek werd ik er direct aan herinnerd dat ik me in Valencia bevond want ik had uitzicht op een schild met het stadswapen van het nabijgelegen overheidsgebouw dat boven het dak van het hotel uitsteekt. Het stadswapen van Valencia wordt bekroond door een vleermuis. En de vleermuis komt als symbool voortduren terug in de stad. Op talrijke vlaggen die in de stad wapperen zie je het stadswapen met prominent de vleermuis erbij, en ook siert het de vele putdeksels in de straten van de stad.

De stad Valencia is sinds de dertiende eeuw verbonden met de vleermuis. Volgens de overlevering landde een vleermuis op de schouder van Rey Jaime I (Jacobus I. in het Nederlands), de koning van Aragón toen hij de stad Valencia heroverde op de Moren. Er blijken trouwens nog andere varianten van het verhaal van Valencia en de verbondenheid met de vleermuis te zijn, maar een feit is dat de vleermuis onmiskenbaar het symbool van de stad is. 


Niet verwonderlijk is het dan ook dat de voetbalclub van Valencia de vleermuis als hun herkenningsteken heeft.

Een paar jaar geleden las ik in de Nederlandse kranten een opmerkelijk verhaal in dit kader: DC Comics, de uitgever van onder meer de Batman-strips, sleepte de genoemde Spaanse voetbalclub Valencia C.F. voor de rechter. Het beoogde nieuwe logo van de voetbalclub zou te veel op het Batman-logo lijken. De Amerikaanse stripmaker heeft daarom een klacht ingediend bij de European Trademark Agency om te klagen over de nieuwe versie van de Valenciaanse vleermuis. De Amerikaanse uitgeverij ving bot want zoals ik schreef wordt de vleermuis al sinds de dertiende eeuw op vlaggen en wapenschilden gebruikt in deze streek van Spanje en de voetbalclub van Valencia gebruikt het fladderende dier al sinds de jaren '20 van de vorige eeuw in haar logo. Batman zag het levenslicht pas in 1939, dus de Valencianen kunnen zich gewoonweg langer op dit beeldrecht beroepen.


Wat trouwens wel grappig is van de ligging van mijn hotel is dat het slechts enkele straten is verwijderd van het stadion van voetbalclub Valencia C.F. en terwijl ik een rondje om het hotel wandel zie ik de tribunes van het stadion in de verte al liggen. Aan de buitenmuren van het voetbalstadion hangen grote banieren en wat prijkt daarop? Jawel hoor…. de vleermuis.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Paus Paulus de Derde had zijn zaakjes aardig op orde

Afgelopen dinsdag stond ik met een groep enthousiaste deelnemers tijdens mijn KUNSTSTAD-reis voor het beroemde schilderij Paus Paulus III met zijn kleinzonen”, geschilderd door de grote Renaissancemeester Titiaan. Dit werk bevindt zich in het indrukwekkende Capodimonte Museum in Napels en behoort tot één van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis.

Mijn toehoorders keken met enige verbazing naar het betreffende schilderij waarop zij zagen dat naast Paus Paulus de Derde (1468-1549) ook twee jonge mannen stonden, die zijn kleinzonen bleken te zijn. Paus Paulus III werd oorspronkelijk geboren als Alessandro Farnese en was een telg uit een voorname Toscaanse familie. In zijn jeugd kreeg hij zijn opleiding aan het hof van Lorenzo de’ Medici in Florence. Zijn afkomst en zijn belangrijke connecties zorgden ervoor dat Alessandro Farnese al op 25-jarige leeftijd kardinaal werd en toen hij begin veertig was kreeg hij zelfs de invloedrijke titel van Bisschop van Parma


Kortom, hij had tijdens zijn leven snel en uiterst slim carrière gemaakt om uiteindelijk in 1534 tot paus verkozen te worden.

De ondeugende glimlach van de bejaarde paus op het reeds genoemde schilderij hier in Napels verraadt dat Paulus III zich echter niet alleen maar bezig hield met het religieuze leven. Toen hij Bisschop van Parma werd had hij ook een maîtresse genomen waarbij hij vier buitenechtelijke kinderen kreeg. Uiteindelijk zorgde dit er jaren later ook voor dat hij een aantal kleinkinderen tot zijn nazaten kon rekenen waarvan er dus twee op dit schilderij in het Capodimonte Museum te zien zijn. Paulus III had als een echte nepotist een aantal kleinzonen op jonge leeftijd al tot kardinalen benoemd. Zijn kleinzoon Allessandro Farnese, die trouwens naar zijn opa was vernoemd, werd al op zijn zestiende kardinaal en is op dit betreffende schilderij als voorname kerkvorst achter zijn grootvader, paus Paulus III, afgebeeld.

Aan de rechterzijde zien wij als toeschouwer op het schilderij een andere kleinzoon van Paulus III afgebeeld, genaamd Ottavio Farnese, die het schopte tot Hertog van Parma. Deze Ottavio had letterlijk en figuurlijk dezelfde aanpak als zijn opa want ook hij trachtte zoveel mogelijk zijn macht te vergroten. Daarom trouwde Ottavio met Margaretha, dochter van Keizer Karel V. Als Margaretha van Parma werd zij later Landvoogdes, in naam van haar (half)broer Filips II, in de Habsburgse Nederlanden. Ook de zoon van Margaretha en Ottavia kreeg de titel van Hertog van Parma en probeerde met onsuccesvol de opstand in de Nederlanden te stoppen. Erg grappig dus dat onze vaderlandse geschiedenis verbonden is met deze ene machtsbeluste Paus die op dit schilderij van Titiaan vereeuwigd is.

Paus Paulus III leefde trouwens in een roerige tijd, die misschien wel mede door hem zo onstuimig gemaakt was. Want door zijn decadente levensstijl spijkerde Maarten Luther 95 stellingen aan de deur van Slot Wittenberg, wat de aanzet was tot de reformatie.


En terwijl wij voor het schilderij van “Paus Paulus III met zijn kleinzonen”  stonden viel me op dat het kunstwerk hier in dit belangrijk museum in Napels geflankeerd wordt door nog twee portretten van dezelfde Paus, die ook beiden door Titiaan geschilderd zijn. 

Paus Paulus III was een belangrijk opdrachtgever voor kunstenaars in die tijd, niet alleen Titiaan maar ook Michelangelo kreeg een belangrijke opdracht van hem. Met enige tegenzin moest Michelangelo op de wand achter het altaar in de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan het Laatste Oordeel schilderen van Paus Paulus III. Veel behoefte had de bejaarde Michelangelo zogezegd niet aan deze opdracht, hij bleef liever beeldhouwen in Florence maar een opdracht van de Paus kon je helaas niet weigeren. Achteraf niet wetende dat dit één van zijn beroemdste werken zou worden.

Politieke spanningen waaronder geruzie over de macht over het hertogdom Parma, zorgden ervoor dat Paus Paulus III in 1549 op 81 jarige leeftijd sterft.


Deze markante persoonlijkheid liet na zijn dood, zoals je kon lezen, een heel ander Europa na. En dit zorgt ervoor dat je het schilderij “Paus Paulus III met zijn kleinzonen”  bij nadere bestudering toch met hele andere ogen ziet.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Bekende Napolitanen

Afgelopen maandag ging ik op weg naar de prachtige stad Napels. Met enige vertraging vertrok ik vanaf onze nationale luchthaven Schiphol. Het oponthoud mocht mijn (voor)pret niet drukken want ik wist dat ik een perfecte zitplaats op de eerste rij zou krijgen, waar ik heerlijk mijn lange benen tijdens de vlucht kon strekken. En ondanks dat het vliegtuig lekker vol was zag ik dus zogezegd niet tegen de vlucht op. Toen ik me eenmaal aan boord geïnstalleerd had en we vervolgens opgestegen waren, begon ik met veel plezier te lezen in het juist verschenen boek van Mariët Meester getiteld ‘De Tribune van de Armen’. Vooraf wist ik dat dit boek niet over het Zuid-Italiaanse Napels zou gaan, maar over het Zuid-Spaanse Andalusië. Ik werd, terwijl ik me inmiddels op meer dan tien kilometer hoogte bevond, direct gegrepen door alles wat Mariët schreef. Andalusië en met name Málaga is één van mijn favoriete plekken in Europa en al lezend in dit boeiende boek had ik het amper door dat de vliegtijd zo snel was verstreken. 


Sterker nog, ik vond het zelfs jammer dat ik boek op een gegeven moment moest dichtslaan omdat ik zo geanimeerd in het verhaal zat, maar de landing was al door de piloot ingezet, uit mijn raampje zag ik de Vesuvius en dat betekende dat we binnen enkele minuten op de luchthaven van Napels zouden aankomen. Ik vermoed trouwens dat de schrijfster van het boek dat ik las ook over de plek waar ik aankomende twee weken zou vertoeven, namelijk Napels en omgeving, een buitengewoon interessant essay zou kunnen schrijven, want ik had inmiddels bemerkt dat Mariët Meester uitstekend de sfeer van een landstreek kan beschrijven en uitstekende reisverhalen kan vastleggen.

Eenmaal in Napels geland en vervolgens wandelend door de aankomsthal werd ik op alle plekken herinnerd aan de kunst en cultuur van streek. Goed gedaan van het Napolitaanse toeristenbureau want je wordt als bezoeker gelijk onder gedompeld in de Napolitaanse stemming; zo zag ik hier op de luchthaven levensgrote reproducties van de muurschilderingen van de ‘Villa dei Misteri’, die zo gaaf bewaard waren gebleven bij de opgravingen van Pompei en daardoor nog steeds in het echt te bewonderen zijn. Ik verheugde mij hierdoor al op het wederzien met de originele schilderingen op deze plek die ik eind van deze week tijdens mij voorbereiding had ingepland.

Aangekomen in mijn mooie hotel midden in het centrum voelde ik gelijk de zindering en energie van de oude stad. Napels maakt eigenlijk bij iedere bezoeker iets positiefs los, zo ook bij mij en je wil eigenlijk meteen de stad gaan verkennen, maar aangezien het inmiddels al avond was en ik een drukke dag in Amsterdam erop had zitten, besloten we om slechts alleen nog van een heerlijke Napolitaanse maaltijd te gaan genieten en onze krachten te sparen voor de dagen die nog komen zouden gaan.    


Toen ik in mijn hotelbed lag dacht ik na over alle grote der aarden die iets met Napels hadden doordat ze er ooit hadden gewoond, gewerkt of tijdens een reis hadden verbleven. Eén persoon die mij meteen te binnen schoot was Goethe. De beroemde Duitse schrijver schreef tijdens zijn uitgebreide bezoek aan de stad ooit "Vedi Napoli e poi muori!" sagen sie hier. Siehe Neapel und stirb!. Wij hebben deze uitdrukking in het Nederlands overgenomen “Eerst Napels zien, en dan sterven”, maar dat moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, de uitspraak is meer bedoeld om aan te duiden hoe mooi de stad is en een verpletterende indruk op je kan maken.

Het lijstje met bekende mensen die zogezegd op een bepaalde manier met Napels verbonden waren werd in mijn gedachte langzaam langer; de filosoof en vrijdenker Giordano Bruno (1548-1600) bijvoorbeeld zette in Napels zijn eerste ideeën op papier en eindigde helaas in Rome door de inquisitie op de brandstapel. Ook de befaamde theoloog en filosoof Thomas van Aquino was een tijdje werkzaam op de universiteit van Napels en schopte het uiteindelijk tot één van de belangrijkste denkers van de Rooms-Katholieke kerk. Dus op intellectueel gebied heeft Napels een aantal belangrijke mensen voortgebracht.

Dit geldt eigenlijk ook voor de kunsten want zo bracht bijvoorbeeld de actrice Sophia Loren hier in Napels haar jeugd door, de barokke kunstenaar Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) werd in Napels geboren en startte hier zijn carrière, De beroemde operazanger Enrico Caruso (1873-1921) zong zijn eerste noten in Napels dat niet alleen zijn geboortestad was, maar ook de plek waar hij zijn laatste adem uitblies. 


Napels trok zelfs ook heel wat kunstenaars aan zo werkte de grondlegger van de Barok Caravaggio een korte tijd in Napels en zijn er enkele werken van hem hier te bewonderen  zoals een imposant altaarstuk getiteld ''De Zeven Werken van Barmhartigheid'' dat te zien is in de kerk Pio Monte della Misericordia

Waarschijnlijk geïnspireerd door Caravaggio trok een aantal Nederlanders ook naar Napels waaronder Matthias Stomer (1600-1652) die in Zuid-Italië furore maakte en enkele eeuwen later wist Antonie Sminck Pitloo (1790-1837) dit zelfs te evenaren.
Het denken aan al deze grote namen in de kunst en cultuur heeft hetzelfde effect als het ouderwetse ‘schaapjes tellen’ en terwijl ik mij verheugde op mijn ontdekkingstochten die ik deze week hier zou gaan maken viel ik in een diepe slaap.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Venetië en Kassel, kunststeden die je dit jaar moet bezoeken!

Terwijl ik deze Travel Tales schrijf realiseer ik me dat het al weer lang geleden was dat ik zoveel weken achter elkaar in mijn geboorte stad Amsterdam heb vertoefd. Niet erg hoor, maar als echte reisfan gebeurt het eigenlijk de laatste jaren nog zelden dat ik zo honkvast ben. Echter allerlei afspraken en leuke activiteiten die ik georganiseerd heb zorgden ervoor dat ik even op dezelfde plek bleef ‘hangen’, maar ik weet dat ik aanstaande maandagmiddag alweer door het mooie Napels rondwandel en dat daarna al weer allerlei andere buitenlandse bestemmingen op mijn reisprogramma staan. Enkele plekken die ik dit jaar zal bezoeken zijn onder meer het mooie Duitse Kassel en de schitterende Italiaanse Lagunestad Venetië. Venetië en Kassel zijn voor de echte kunstliefhebbers dit jaar dan ook echt een must! In beide steden vinden namelijk in 2017 belangrijke moderne kunstmanifestaties plaats. In Venetië is dat de enorm grote expositie getiteld De Biënnale, die zoals de naam al doet vermoeden, tweejaarlijks plaatsvindt en waarbij in allerlei paviljoens belangrijkje hedendaagse kunst wordt tentoongesteld. 


In Kassel organiseert men om de vijf jaar een eveneens uitbundige kunstexpositie met de naam De Documenta en die mag je eigenlijk ook niet missen.   

Allereerst even wat meer over de Venetiaanse Biënnale; deze heeft een lange geschiedenis want de eerste keer dat deze plaatsvond was al in 1895. Traditiegetrouw tonen vele landen hun belangrijke hedendaagse kunstenaars, waarbij 28 landen dit doen in speciale paviljoens die zich bevinden op het terrein genaamd Giardini gelegen in het Venetiaanse stadsdeel Castello. Ons Nederlandse expositiegebouw is ooit ontworpen door de hooggewaardeerde architect Gerrit Rietveld en is dus een bezienswaardigheid op zich. Tweejaarlijks wordt er voor de Nederlandse inzending een curator en een kunstenaar benoemd. Bekende Nederlandse kunstenaars waren ooit vertegenwoordigd op de Biënnale waaronder Constant (Nieuwenhuis), Arnout Mik, Marlene Dumas, Daan van Golden en vele anderen. Dit jaar zal de kunstenares en cineaste Wendelien van Oldenborgh in samenwerking met curator Lucy Cotter ons land vertegenwoordigen en ik ben dan ook zeer benieuwd naar hun bijdrage.


Vanaf 13 mei (tot 26 november) kun je de overvloed van moderne kunst in Venetië bewonderen en tegelijkertijd kun je deze zomer naar het Duitse Kassel om daar de prestigieuze Documenta te bezoeken. Deze belangrijkste tentoonstelling ter wereld van actuele beeldende kunst vindt zogezegd om de vijf jaar plaats en toont eveneens werk van hedendaagse kunstenaars die er op dit moment toe doen. De eerste Documenta in Kassel vond plaats in 1955 onder leiding van de initiatiefnemer en kunstenaar Arnold Bode. Verschillende belangrijke personen volgden hem op als hoofdcurator waaronder in 1982 onze eigen Rudy Fuchs en in 1992 de Belgische ‘kunstpaus’ Jan Hoet. Deze zomer zal de Documenta, die inmiddels al weer voor de 14de keer plaatsvindt, onder leiding staan van de Poolse kunstcriticus Adam Szymczykn. Wat hij over de vele verschillende gebouwen in de stad gaat tentoonstellen is nog tot de opening een geheim, maar dat het weer een groot spektakel zal worden daar twijfelt niemand aan.


Mocht je een echte kunstliefhebber zijn en geïnteresseerd zijn in beiden toonaangevende kunstmanifestaties kom dan aankomende zaterdag en/of zondag naar mijn presentaties in het Hilton Hotel (klik hier voor meer informatie) of meld je aan voor de speciale reizen die ik naar Venetië (klik hier) en naar de Kassel (klik hier) organiseer.

Ik ontmoet je graag spoedig om met je over dit fenomeen in de kunst verder te praten.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De Kunst van het Wandelen

Gisteren had ik een afspraak op Schiphol-Oost, dit is de plek waar onze nationale luchthaven ooit begon. De voormalige verkeerstoren staat er nog en doet herinneren aan lang vervlogen tijden die je soms nog kunt terugzien op oude historische foto’s. Op deze oude kiekjes zie je mensen in de jaren ’50 en ’60 hun familieleden vanaf het platform nabij deze verkeerstoren uitzwaaien. Tegenwoordig liggen terminals voor vertrek en landing een stuk verderop, maar vanaf Schiphol-Oost kun je de huidige verkeerstoren in de verte zien liggen. Vanaf deze plek vertrekken nu de privévliegtuigen, waarvan een aanzienlijk aantal in een nette rij hier op Schiphol-Oost staan te wachten.

We hadden ons ’s ochtends met een taxi vanuit Amsterdam-Zuid naar Schiphol-Oost laten brengen, maar we besloten ’s middags om met zijn allen terug naar huis te gaan wandelen. De lentezon scheen prachtig en het weer was dus optimaal voor zo’n lange wandeling. Ik hield bij de start van de wandeltocht rekening met het feit dat als mijn eindbestemming toch iets te ver zou blijken, ik gewoon alsnog halverwege een taxi kon bellen, maar ging er eigenlijk vanuit dat dit niet nodig zou zijn. 

Zoals de meesten weten wandel ik regelmatig, met name tijdens mijn vele buitenlandse reizen, grote stukken en heb dit ‘flaneren’ zelfs tot kunst verheven (klik hier voor mijn verhaal hierover). Het gebeurt trouwens maar zelden dat het mogelijk is om helemaal vanaf een luchthaven naar mijn hotel c.q. huis te wandelen omdat vliegvelden nou eenmaal zeer ver buiten de stad liggen. Afgelopen jaren heb ik slechts één keer een wandeling gemaakt vanaf mijn hotel naar de luchthaven en dat was in de Estse hoofdstad Tallinn, want daar landen de vliegtuigen op een loopafstand van het stadscentrum.


Met frisse moed startte ik nu mijn wandeling op Schiphol-Oost en toen ik een brede autoweg overstak belandde ik al vrij vlot in het alom bekende Amsterdamse Bos, dat grenst aan het enorme terrein dat tot het domein van Schiphol hoort. Terwijl ik het eerste stuk door het bos wandelde scheerden de vliegtuigen laag over wat tot veel hilariteit bij mijn dochters leidde.

Op de wegwijzers in het bos zag ik dat wij niet ver verwijderd waren van de ‘Geitenboerderij’ en dat zou onze eerste stop tijdens deze tocht worden. Tientallen witte geiten ‘begroetten’ ons met luid gemekker. Alizia en Chloé wisten niet wat ze zagen en vooral de geitenlammetjes riepen veel aangename emoties op. Chloé vond het geweldig dat ze kleine baby-geitjes mocht aaien want zoiets had ze nog nooit meegemaakt. Terwijl ik mij op het terras bij de boerderij tegoed deed aan een heus broodje geitenkaas maakten we ons weer op voor de voortzetting van onze wandeling.


Grote vijvers, enorme grasvelden, bomen waarvan de knoppen bijna letterlijk op knappen stonden en op nog veel meer natuurschoon werden we getrakteerd. Op een gegeven moment zag ik dat er her en der in het Amsterdams Bos ook kunstwerken stonden, zo viel mijn oog op een robuust graniet beeld, dat ik gelijk herkende door zijn stijl en abstractheid, het was onmiskenbaar een sculptuur van de Duitse beeldhouwer Ulrich Rückriem (geb. 1938). Hij maakt bij het creëren van zijn kunstobjecten gebruik van explosieven en grote zagen zoals ook duidelijk bij dit beeld in het Amsterdamse Bos te zien was. Het resultaat van zijn manier van werken is dat je uiteindelijk in het definitieve kunstwerk duidelijk de grondvorm van de originele steen blijft zien en ook de sporen van het werkproces, zoals bijvoorbeeld de gaten waar de explosieven zaten en ook de ruwe zaagranden opvallend aanwezig zijn. De monumentale kunstwerken van Rückriem zouden tot ‘Minimal Art’ gerekend kunnen worden en passen perfect in de openbare ruimte, daarom staan zijn werken in vele Duitse (beelden)parken. 


In het Amsterdamse Bos staan zelfs twee kunstwerken van Rückriem, die trouwens zijn carrière ooit begon als steenhouwer bij de restauratie van de dom in Keulen.

Ook bij het tweede beeld van Rückriem dat ik een tijdje later tijdens mijn wandeling tegenkwam viel weer het ‘ambachtelijke’ ruwe steenhouwen op en dit keer zag ik dat de genoemde gaten waar ooit de explosieven in hadden gezeten, uitermate geschikt waren als ‘winterschuilplaats’ voor honderden lieveheersbeestjes, die nu massaal naar buiten kwamen omdat ze gewekt werden door de warme voorjaarszonnestralen. Wat een bijzonder gezicht was dit; de grote hoeveelheid lieveheersbeestjes lieten het beeld letterlijk tot leven komen.

Rückriem was jarenlang professor aan de Kunstakademie Düsseldorf en past hier in een rij van beroemde andere naoorlogse kunstenaars zoals Josph Beuys en Jörg Immendorf die hier ook ooit les gaven. Tegenwoordig leeft en werk Rückriem in het gehucht Clonegal op het plattenland van Ierland.

Figuurlijk dwaalden mijn gedachten door deze beelden helemaal af van de plek waar ik liep, namelijk door het Amsterdamse Bos. Ik zag dat ik ondertussen de kop van de Bosbaan naderde en dat betekende dat ik bijna bij de uitgang van het bos was aan de zijde van de Amstelveense weg in Amsterdam-Zuid. Na een korte pauze met uitzicht op de genoemde bosbaan vervolgde ik de laatste etappe van mijn wandeling; langs de gebouwen van de Vrije Universiteit, waar ik ooit mijn studie Kunstgeschiedenis had doorlopen, vervolgens passeerde ik de hoogbouw van de Zuid-As om uiteindelijk het laatste stukje van mijn tocht door het Beatrixpark af te leggen. Ik zag, toen ik het park inliep, het hoofdkantoor van de verfproducent Akzo-Nobel dat hier sinds kort is gevestigd. Op de begane grond van hun nieuwe kantoor kun je door de ramen hun imposante kunstcollectie zien, die ik laatst op mijn gemak al eens bekeken had.


Leuk om te vermelden is trouwens het feit dat de Amici van KUNSTSTAD binnenkort met mij deze kunstcollectie tijdens de speciale Matinee Exclusive gaan bekijken en waarbij we een rondleiding krijgen langs de expositie.

Na nog enkele honderden meters kuieren was ik thuis en keek ik terug op een prachtige wandeling waarbij ik weer schitterende indrukken had opgedaan.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

De ontvoering van Europa

Tijdens recente Nederlandse verkiezingen kwam regelmatig het thema Europa en de E.U. (Europese Unie) ter sprake. Sommige politieke partijen zijn een verwoed voorstander van deze Europese samenwerking en andere stromingen in de politiek zijn een fervent tegenstander van dit fenomeen. Mijn mening als het hierom gaat is neutraal, ik ben echter wel echt een fan van het werelddeel Europa an sich. Maar mijn liefde voor dit continent heeft niets te maken met het politieke systeem van de E.U. want dit staat natuurlijk niet gelijk aan de prachtige zaken die ons schitterende werelddeel ons te bieden heeft. Ik schreef al eens eerder dat ik de diversiteit van Europa geweldig vind en dat een eventuele politieke eenheid niet tot een culturele eenheidsworst moet gaan leiden, met Europese steden waar alleen nog maar dezelfde winkels en restaurants te vinden zijn zoals McDonalds, Starbucks, H&M, en Peek & Cloppenburg. 

De laatste tijd, als ik weer eens lees over wat onder meer ‘de Grieken’ ons zogenaamd in Europa allemaal aandoen, moet ik denken aan een oud Grieks verhaal.


De naam Europa heeft zijn oorsprong namelijk in de Griekse Mythologie. De Griekse oppergod Zeus werd ooit verliefd op een Fenicische prinses genaamd Europa en om haar voor zich te winnen veranderde Zeus zich zelf in een witte stier. Deze vermomming was ook bedoeld om zich aan het oog van zijn jaloerse vrouw, de Godin Hera, te onttrekken.

Een zeer oude versie van dit verhaal van Zeus en prinses Europa is te zien op een fresco uit Pompeï die tegenwoordig in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels tentoongesteld wordt. We zien op deze oude schildering Europa op de rug van de stier (Zeus) staan afgebeeld, met wat vriendinnen er om heen. Het verhaal gaat namelijk dat de jonge Europa op een dag met haar vriendinnen, waarschijnlijk hofdames, aan het spelen is op het strand in de buurt van Sidon (een plaats ergens in het huidige Libanon). Van een afstand werd Zeus getroffen door de charmes van deze jonge knappe prinses. Zogezegd vermomd als stier komt Zeus naderbij tot het groepje jonge dames. De vriendinnen zetten prinses Europa aan om op de rug van de ogenschijnlijke tamme stier te gaan zitten.

Deze scene is behoorlijk vaak in de kunstgeschiedenis afgebeeld. Een zoetsappige versie is geschilderd in 1747, door de Franse schilder François Boucher, die tegenwoordig in het Louvre te zien is. Naast de schaars geklede Europa en wulps uitziende vriendinnen zien we op dit schilderij ook nog talrijke cupidootjes boven Europa vliegen en in de nabij gelegen zee liggen allerlei zeegoden. Het lijkt of op het schilderij echt een feestje gaande is!

Op een kunstwerk van Peter Paul Rubens uit het Prado Museum in Madrid, met dit zelfde thema, is te zien wat er vervolgens in het mythologische verhaal gebeurt. Terwijl prinses Europa spelenderwijs, door haar vriendinnen aangemoedigd, op de stier is geklommen, loopt het beest eerst rustig, maar aanstonds steeds sneller, naar de zee en springt er vervolgens in. Europa klemt zich, zoals op het schilderij van Rubens te zien is, aan de rug van de stier vast terwijl op de waterkant haar vriendinnen in paniek aan het schreeuwen zijn. Dit werk van de Vlaamse meester Rubens is trouwens een kopie van een zelfde schilderij van de Italiaanse Renaissance meester Titiaan, die dit ooit voor de Spaanse koning Filips II schilderde.


Hetzelfde moment uit de Europa-mythe is trouwens te zien op een werk van Rembrandt, waarbij niet alleen de vriendinnen om de kant in paniek staan te schreeuwen maar waarbij ook een koets te zien is met een verbouwereerde koetsier die het hele schouwspel in verbijstering gadeslaat. 

Uiteindelijk zal de stier haar meenemen naar het Griekse eiland Kreta, waar hij zich aan Europa openbaart als de God Zeus. Vervolgens bedrijven Europa en Zeus met elkaar de liefde en zal zij later een kind van hem baren. Het hele werelddeel boven Kreta zou voortaan de naam hebben van deze Fenicische prinses!


Met name het ontvoeringsmoment van Europa blijft een geliefd thema. Grappig is het feit dat op het geld, waar de eenheid van ons werelddeel nu een beetje op vast lijkt te lopen, ook de als stier vermomde Zeus en prinses Europa zijn afgebeeld. Dit is namelijk het geval op de twee euromunt uit Griekenland. Is dit symbolisch voor het gevoel dat de huidige Grieken op dit moment hebben? Voelen zij zich nu ook niet een beetje ontvoerd door de strenge monetaire maatregelen van de EU?

Als een soort prefiguratie van wat ooit zou gaan komen lijkt het oude voormalige bankbiljet van vijf Duitse mark met de prominente afbeelding van een zelfverzekerde Germaans aandoende prinses Europa op een onderdanige stier wel heel toepasselijk. Het lijkt wel of de Duits ‘vijf mark Europa’ zich supermachtig voelt en terwijl ze de oprijzende zon vast houdt, triomfeert zij tegelijkertijd over de Griekse nederige Zeus.


Zou Europa op dit moment wederom ontvoerd worden? En wie is dan de vermomde stier?

 

Marcel Verhoeven 

Europakenner

 

Verwonder je in het Archeologisch Museum in Napels!

Volgend maand gaan we met een groep geïnteresseerden naar de indrukwekkende stad Napels en ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor deze reis. Deze bijzondere plek is voor een bezoeker echt een enorme wervelende belevenis waarbij je zintuigen te kort komt om alles in je op te nemen. Typische Italiaanse reuring omringt je eigenlijk voortdurend in Napels en alhoewel dat zeer vermakelijk kan zijn, is het een aangename afwisseling om één van de Napolitaanse musea binnen te stappen. Eigenlijk staat het Nationaal Archeologisch Museum boven aan het lijstje van musea in Napels die je moet bezoeken. De oudheidkundige kunstcollectie van dit museum kan wedijveren met die van het Capitolijns Museum in Rome en met die van het Vaticaansmuseum.

Als je de grote statige hal van het Archeologisch Museum hebt betreden, zoals ik een paar maanden geleden weer deed, dan voel je al direct dat dit een toonaangevend museum is. 


De ontvangstruimte is statig, ruim en her en der staan monumentale sculpturen van Romeinse keizers die meer dan 1800  jaar geleden over het enorme Romeinse Rijk regeerden. Vervolgens wandel je de eerste tentoonstellingsgalerij binnen en daar lijken de marmeren standbeelden nog groter dan in de entreehal. Opvallend is een enorme buste van keizer Vespasianus, die doordat hij kaal was een beetje een eierhoofd had. Het noodlot heeft er voor gezorgd dat bij zijn sculptuur het bovenste deel eraf geslagen is, net als een 'eitje'. Er ligt nog net geen gigantisch eierlepeltje naast.

Ook het beeld van de zogenaamde Hercules van Farnese maakt op de toeschouwers een grote indruk en is niet voor niets één van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis. Maar echt in overtreffende trap is de marmeren beeldengroep met de titel ‘De Farnesische Stier’, dit is het grootste sculpturenensemble dat over is gebleven uit de klassieke oudheid. Het kunstwerk geeft een mythisch verhaal weer van de bestraffing van Dirce. Zij was de tweede vrouw van de koning van Thebe, die zijn eerste vrouw Antiope verstoten had. Dirce wilde Antiope aan de horens van een stier laten vastbinden. Zetas en Amphion, zonen van Antiope en oppergod Zeus, redden hun moeder en bonden daarentegen Dirce  vast aan de stier. Al de genoemde figuren zien we levensgroot in deze beeldengroep terug en het is een feest om naar te kijken.

De mozaïeken en schilderingen in het museum, die afkomstig zijn uit de omgeving van Napels waaronder uit Herculaneum en Pompeï, zijn ook echt de moeite waard. Je krijgt door de genoemde kunst echt een beeld van hoe samenleving rond 79 na Christus eruit zag, dat was het moment dat de nabij gelegen Vesuvius de genoemde plaatsen onder een asregen bedolf.

En misschien komt toch ook wel een deel van de bezoekers van het Nationaal Archeologisch Museum speciaal voor het ‘Gabinetto Segreto’. Dit ‘geheime kabinet’ herbergt de Romeinse erotische kunst waarbij op sommige schilderingen of sculpturen niets aan de verbeelding wordt overgelaten. Je ‘struikelt’ bijna figuurlijk over talloze fallussymbolen, die allerlei functies in de oudheid hadden. Een groot aantal werd bijvoorbeeld gebruikt als olielamp. Op schilderingen die eveneens afkomstig zijn uit Pompeï en Herculaneum zie je koppels in allerlei standjes gemeenschap hebben en het is natuurlijk fascinerend om naar te kijken. Eén sculptuur is zelfs voor sommige mensen vandaag de dag nog shockerend en daarom ook meteen één van de beroemdste kunstwerken van dit deel van het museum; het is de bosgod Pan die copuleert met een geitje. 

Zoals je begrijpt heb ik slechts een klein deel van de oudheidkundige collectie van het Nationaal Archeologisch Museum van Napels beschreven en waarschijnlijk ben je nu al nieuwsgierig geworden en sta je te popelen om dit museum eens te gaan bezoeken. Ik zou dat zeker eens doen!

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Mocht je mee willen naar Napels dan kan dat, er zijn nog twee plaatsen vrij voor deze interessante reis

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een portje in Porto

Zoals velen weten ben ik geïnteresseerd in allerlei uiteenlopende facetten van de kunst en cultuur. Het heerlijkste vind ik het om op ontdekkingstocht te gaan en de prachtigste plekjes – en dat zijn er veel – met eigen ogen te gaan bekijken. Echter ik vind het ook een groot genoegen om van mijn belevenissen en ontdekkingen verslag te doen. Aankomende weekend zal ik dit dan ook weer doen. Aanstaande zaterdag zal ik met veel passie en overgave over Porto, de tweede stad van Portugal, vertellen. Het mooie Porto heeft echt mijn hart gestolen en dit gebeurde afgelopen feestdagen toen ik meer dan tien dagen een bezoek aan deze havenstad bracht. 

Het was heerlijk om op deze inspirerende plek zowel de kerstdagen als het oudejaarsfeest te mogen vieren. En op dit moment ben ik zogezegd bezig een boeiende presentatie af te ronden waarbij ik deze typische kunststad zo goed mogelijk in de schijnwerpers wil zetten. 


Ik zal er geen doekjes om winden, maar ik hoop natuurlijk dat na mijn vlammende betoog een (groot) deel van mijn toehoorders besluit om met mij dit najaar mee te gaan naar Porto, want ik sta te popelen om je niet alleen virtueel maar ook in het echt kennis te laten maken met deze stad. 

De meeste mensen denken bij het horen van Porto meteen aan de bekende Port-wijn, waarvan de stad inderdaad de naamgever is. Als je midden in de stad, in de oudste wijk met de naam ‘Ribeira’, staat heb je uitzicht over de rivier de Douro en tevens kijk je dan op de zusterstad van Porto aan de andere kant van de oever van de rivier genaamd Vila Nova de Gaia. In Gaia (zoals de stad ook wel afgekort genoemd wordt) bevinden zich de beroemde porthuizen  die vanaf een afstand zijn te ontwaren omdat zij zich met enorme grote ‘billboards’ kenbaar maken die je vanaf een afstand vanuit het centrum van Porto goed kan lezen: namen als Taylor, Kopke en Sandeman roepen direct herkenning op. 

Opvallend is dat veel Porthuizen Engelse namen hebben en dat komt door de sterke band van de portwijn met Engeland. Bijna anekdotisch is het verhaal hoe port ontstaan zou zijn. De Engelsen hadden een paar eeuwen geleden weer eens oorlog met de Fransen en dat bracht met zich mee dat de elite in Engeland verschoont bleef van wijn, immer Frankrijk was toen ook al de grootste wijnproducent. De Engelsen gingen daarom samenwerken met de Portugezen rond de stad Porto en het nabijgelegen achterland. Het duurde helaas te lang om de Portugese wijn ‘vers’ in Engeland te krijgen want door de lange (boot)tocht was veel wijn bedorven. De Engelsen besloten om aan deze wijn uit Porto en omgeving een hoeveelheid brandewijn (‘Brandy’) toe te voegen waardoor het alcoholpercentage van de Port-wijn omhoog ging.


Zo behield de wijn ook veel restsuikers zodat port een zoetere smaak heeft dan een normale wijn. Ik zag trouwens ook een Nederlands klinkende naam bij één van de porthuizen staan namelijk ‘Niepoort’. Dit historische porthuis is in 1842 opgericht en vanaf het begin in handen van de Nederlandse familie Van der Niepoort. Inmiddels staat Dirk van der Niepoort aan het roer van het familiebedrijf en is daarmee de vijfde generatie.

Zo krijgt Port opeens ook een klein Nederlands tintje. Er zijn trouwens meer Nederlandse invloeden in Porto te vinden zoals het opvallende Casa da Música, een groot muziekgebouw dat plaats biedt aan meer dan 1200 bezoekers en dat ontworpen is door onze eigen Rem Koolhaas. Het witte gebouw is opvallend door zijn gestileerdheid en strakke vormen en zou een hoogtepunt zijn in 2001, het jaar dat Porto culturele hoofdstad was, maar door wat tegenslagen liep de bouw vier jaar uit en werd het pas op 14 april 2015 geopend. De architectuurliefhebber en fan van Koolhaas mag dit stukje moderne bouwkunst niet missen.


Je merkt al ik raak niet uitgepraat over Porto en dan heb ik nog niet eens stil gestaan bij de oude Kathedraal, de authentieke historische gebouwen, de schitterende pleinen en nog veel meer schitterende bezienswaardigheden die de stad rijk is. Graag vertel ik er aankomende zaterdag veel meer over. Kom je ook naar deze presentatie van mij?

  

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


‘Waar is het feestje? Hier is het feestje’

Met enige verbazing maar ook met veel plezier stond ik van de week op het strand van Málaga te kijken naar een rituele verbranding van een enorme vis die gemaakt was van piepschuim en plastic. Het ging om een uit de kluiten gewassen boqueron, een visje dat één van de specialiteiten van de Malaguenese keuken is. Deze ansjovis, zoals een boqueron in het Nederlands wordt genoemd, is normaal een heel klein beestje dat niet groter dan 20 centimeter wordt, maar voor de carnaval hier in Málaga wordt er een enorm exemplaar van een meter of tien gemaakt, die tijdens een optocht door de straten van de oude stad richting de kust wordt vervoerd om zogezegd uiteindelijk in de fik te worden gezet.

De reden dat men in Málaga tijdens carnaval met een gigantische ansjovis loopt te zeulen is vanwege het feit dat men de inwoners van deze mooie historische stad aan de Costa del Sol in heel Andalusië vaak ‘uitscheldt’ voor boquerones


Deze bijnaam hebben de Malagueñas, de officiële naam voor de inwoners van Málaga, gekregen omdat ze al eeuwen lang ansjovissen, sardines en andere kleine visjes die dicht bij de kust in scholen voorkomen vangen en die vervolgens in talloze chiringuitos (strandrestaurants) oppeuzelen. Dus het kleine visje staat synoniem voor Malagueñas en tijdens een uitgelaten carnavalsfeest is men ook trots op deze vis die uiteindelijk tot geuzennaam is uitgegroeid.

Alhoewel ik zelf van huis uit geen vierder van het carnavalsfeest ben, vind ik het wel vermakelijk om al die uitgedoste en verkleedde mensen in een stoet achter de enorme boqueron te zien lopen. 

Als kunsthistoricus komen bij mij gelijk allerlei associaties op waaronder een schilderij met een carnavalsscène dat de beroemde Spaanse schilder Francisco de Goya zo’n 200 jaar geleden maakte en dat zicht tegenwoordig in de kunstacademie van Madrid bevind. Dit werk van Goya heet ‘De Begrafenis van de Sardine’ en het blijkt dat er in de Spaanse hoofdstad een carnavalesk ritueel plaatsvindt rond een ander klein visje, dat niet op het strand gecremeerd wordt, maar ergens midden in Madrid ter aarde wordt besteld.

Of dat prachtige werk met het Carnavalsthema geschilderd door Brueghel dat zich in het Museum van Schone Kunsten in Brussel bevindt en als titel heeft ‘Het gevecht Carnaval en Vasten’. De naam van dit schilderij en wat er op het doek te zien is geeft eigenlijk precies weer wat carnaval is namelijk de strijd tussen de laatste mogelijkheid om nog een keer uit je spreekwoordelijke dak te gaan (ook wel vastenavond genoemd) en de vastentijd; de veertig dagen sober eten (‘vasten’). Deze periode van veertig dagen loopt tot aan het paasfeest en is tevens een tijd van bezinning. Vroeger onthield men zich echt van maaltijden, maar tegenwoordig is dat door de katholieke kerk enorm versoepelt.

In Málaga heb ik het gevoel dat, hoewel velen hier trouw naar de kerk gaan, het carnaval ook gebruikt wordt om weer een feestje te kunnen vieren. 


Vooral optochten doen het hier goed en ik denk nog terug aan een week of zes geleden toen hier met groot bombarie de Drie Koningen met een enorm gevolg door de stad trokken. En nu carnaval bijna achter de rug is maakt men zich hier al weer op Semana Santa. Dit is de Heilige Week of ook wel Goede Week voorafgaande aan Pasen en dit is echt een enorm spektakel. Tijdens diverse processies worden op enorme draagbaars, een Trono genoemd, beelden van de lijdende Christus of van Maria door de stad gedragen. Met name de bijzondere kledij die de dragers en andere leden van de religieuze broederschappen dragen is zeer opzienbarend. De kappen die sommige mannen op hebben tijdens de processie van Semanta Santa zijn zelfs een beetje griezelig om te zien en het roept voor een nuchtere Hollander als ik een beetje vervreemding op als ik de pakken met genoemde hoofddeksels in de warenhuizen te koop zie staan. 


Maar ik denk dan altijd maar 's Lands wijs, 's lands eer, want ieder volk is namelijk gehecht aan zijn eigen gewoonten en het doet er dan ook niet toe of anderen dat maar raar vinden.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Loop naar de Rambam!

Op dit moment kijk ik uit op het treinstation van de Zuid-Spaanse stad Córdoba, waar ik zo meteen de trein naar mijn geliefde Málaga zal nemen. De treinreis die voor mij in het verschiet ligt duurt slechts een uurtje en tijdens deze trip zal ik een prachtig uitzicht over het heuvelachtige landschap hebben dat vol staat met vele citrusgaarden en eeuwenoude olijfbomen, waar Andalusië zo bekend om is. Ik heb overigens weer genoten van mijn verblijf in Córdoba en het nabij gelegen Sevilla, waar ik verleden week verschillende voorbereidende wandelingen heb gemaakt en waar ik vervolgens afgelopen dagen nogmaals ben teruggekeerd om de deelnemers van de KUNSTSTAD-reis ‘Sereen Sevilla & Concreet Córdoba’ alle bijzondere plekken te laten zien.

Bij zowel Córdoba als Sevilla zijn in het straatbeeld de Moorse elementen, uit de tijd dat de Arabieren heer en meester in deze steden waren, opvallend aanwezig. Overal word je aan die islamitische tijd van het voormalige Al-Andalus herinnerd; op websites, in reisgidsen, bij de souvenirwinkels en natuurlijk bij de imposante Moorse monumenten zelf. 


Wat het laatste betreft is in Sevilla de immense toren van de kathedraal een opvallend restant van het Moorse tijdperk. De toren was ooit de kolossale minaret van de moskee van Sevilla en telkens als ik hem zie ben ik geïmponeerd.
Het Moorse moskeegebouw van Sevilla is helaas, toen het trouwens al in katholieke Spaanse handen was, door een aardbeving verloren gegaan. Maar wil je een goed beeld krijgen van hoe zo’n moskee eruit zag in het Moorse Spanje zo’n 1000 jaar geleden dan moet je naar de ‘Mezquita Kathedraal’ in Córdoba, want daar is de oude Moskee nog voor het grootste deel in takt. Mezquita is Spaans voor Moskee en alhoewel het tegenwoordig een katholieke kathedraal is straalt de gigantische ruimte nog altijd de sfeer van een enorme islamitische gebedsruimte uit. Een ‘woud’ van talrijke zuilen (860 om precies te zijn) ondersteunt typische arabesken rood-witte bogen. Als je binnen bent waan je je echt even in een sprookje van Duizend-en-één-nacht en ik vind dat een bezoek aan deze voormalige moskee van Córdoba op ieder zijn bucketlist zou moeten staan want dit moet je eens gezien hebben.

Je wordt in de ‘Mezquita Kathedraal’ niet alleen herinnerd aan de Moorse tijd en de daaropvolgende katholieke periode maar door de talloze zuilen in het ontzaglijke gebouw wordt je ook meegenomen naar de Romeinse episode van Córdoba. 


"De Mezquita Kathedraal zou op ieder zijn bucketlist moeten staan"



Tweeduizend jaar geleden was Corduba, zo heette deze stad binnen het Romeinse Rijk, zeer belangrijk en stond deze metropool vol met Romeinse gebouwen en stadpaleizen. Eeuwen later, na de val van het Romeinse imperium, gebruikten de Moren de Romeinse gebouwen als bouwmateriaal, met name de zuilen, om hun moskee te bouwen. En terwijl ik met mijn handen tegen zo’n hergebruikte Romeinse zuil in de ‘Mezquita Kathedraal’ leunde dacht ik aan het roemrijke Romeinse verleden van deze Spaanse regio. De beroemde Romeinse filosoof Seneca, die onder meer de leermeester van de wrede keizer Nero was, werd onder meer hier in Córdoba geboren. 

En in Sevilla zagen maar liefst twee vermaarde keizers het eerste daglicht, namelijk keizer Trajanus en keizer Hadrianus. Al de genoemde beroemde personen zijn uiteindelijk in Rome beland en hebben daar naam en faam gemaakt. Echter door hen zijn Rome en de steden Córdoba en Sevilla onlosmakelijk met elkaar verbonden wat deze plekken voor mij als (kunst)historicus nog bijzonderder en aantrekkelijk maakt.


De huidige stad Córdoba heeft trouwens zijn beroemde filosoof uit de Romeinse tijd geëerd met een levensgroot standbeeld. Seneca kijkt langs de oude stadsmuur uit naar zijn Moorse collega Averroes die een stukje verderop ook een standbeeld heeft gekregen. Averroes en Seneca zijn niet de enige wijsgeren die de stad heeft voortgebracht want in de 12de eeuw na Christus leefde ook de Joodse filosoof, arts en rabbijn Maimonides in Córdoba. Ook Maimonides wordt in de stad met een levensgroot sculptuur geëerd. Terwijl ik bij zijn standbeeld stond moest ik denken aan de uitdrukking die wij vroeger in Amsterdam gebruikten. 

De officiële aanspreektitel van Maimonides was namelijk Rabbi Mosjé ben Maimon en dat korte men in die tijd af als Rambam.  Vanwege het feit dat Maimonides zogezegd dokter was verwenste je dus met de uitspraak ‘Loop naar de Rambam’ op een milde manier iemand een ziekte toe, althans iets waarmee je minimaal naar de dokter moet.


En dan ben je door deze verwensing van het Moors-Joodse Zuid-Spanje opeens weer denkbeeldig in Amsterdam. 

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Valentijn in Sevilla

Op dit moment kijk ik uit mijn raam vanuit mijn mooie hotel hier in Sevilla en heb ik een prachtig uitzicht over het historische centrum van de hoofdstad van de Zuid-Spaanse regio Andalusië. Wat mij direct opvalt is de hoge toren van de Kathedraal van Sevilla. Deze toren is tegenwoordig het markeringsteken van het Christelijk geloof in de stad, maar deze is ooit gebouwd als minaret en was een onderdeel van de grote moskee in de Moorse tijd. De islamitische Moren kwamen in het begin van de achtste eeuw vanuit het nabij gelegen Noord-Afrika als heersers in Sevilla, Córdoba en rest van het Iberische schiereiland terecht. Sevilla was toen de Moren het in namen al een hele welvarende stad geweest. Met name aan het begin van onze jaartelling was Sevilla, dat toen Itálica heette, een belangrijke economische factor binnen het Romeinse Rijk. De bekende Romeinse Keizer Trajanus (53 – 117 na Chr.) werd hier geboren en zijn opvolger en eveneens fameuze Keizer (76 – 138 na Chr.) zag in het Romeinse Sevilla het eerste levenslicht.


Terwijl ik nadenk over de Romeinse tijd in Sevilla wordt ik hier in de stad door allerlei reclameborden herinnerd aan een persoon die ook in de Romeinse tijd leefde namelijk sint Valentijn. De dag dat deze heilige geëerd wordt is 14 februari en dat was gisteren. Op deze zogenaamde Valentijnsdag geven mensen die elkaar lief vinden elkaar cadeautjes, bloemen of sturen elkaar kaarten. Soms doet men dat anoniem. Dat laatste heb ik persoonlijk nooit zo begrepen. Ik vraag me af of de liefde dan toch een raadspelletje is, maar dat even terzijde. Valentijnsdag komt eigenlijk overgewaaid uit Amerika (het zal weer eens niet) en pas in de laatste 20 jaar is het een enorm (commercieel) succes in Nederland en de rest van Europa, zo ook hier Spanje, geworden. 

Sint Valentinus leefde zogezegd in de Romeinse Oudheid, rond het jaar 270 na Christus. Hij is als christelijke martelaar gestorven en we weten eigenlijk voor de rest niet zo veel van hem. Misschien waren er zelfs wel twee heiligen met deze zelfde naam. De ene was priester in Rome en de andere was bisschop in de Umbrische stad Terni.


Volgens één van de heiligenverhalen kwam een jong stelletje naar Valentijn (één van de twee bovengenoemde personen) toe met het verzoek om hen te trouwen, echter de man was een heidense soldaat en de vrouw was christelijk. Valentijn trouwde het koppel want hij vond de liefde zwaarder wegen dan Romeinse wetten die dit huwelijk niet toestonden. Vanaf dat moment kwamen er meer paartjes met dit verzoek naar Valentijn en hij werd hiervoor gearresteerd. Valentijn werd voorgeleid voor Keizer Claudius II en hij probeerde zelfs de keizer te bekeren tot het Christendom. De Keizer voelde zich hierdoor zo beledigd dat hij Valentijn liet onthoofden op 14 februari (ergens rond het jaar 270 na Chr.). Voordat het vonnis werd uitgevoerd wist hij nog een briefje aan de dochter van de gevangenisbewaarder te geven waar op stond: ‘Van je Valentijn’.

De relieken van Sint Valentijn bevinden zich in de Sint Valentinusbasiliek van Terni. 


Valentijn blijkt tijdens zijn leven trouwens ook verschillende andere bijzondere handelingen te hebben verricht, waaronder de doop van de heilige Lucilla. De heilige Valentinus is schutspatroon voor de ‘zieken die soms vallen’ ofwel mensen met epilepsie. Om welke rede hij beschermheilige is voor mensen met de ‘vallende ziekte’ is mij nog onduidelijk, ergens las ik dat het was omdat mensen in zijn naam het woordje ‘vallen’ terug hoorde komen, maar dat lijkt mij wel erg gemakkelijk.

We moeten de Valentijn van vandaag overigens niet verwarren met één van de gelijknamige hoofdpersonen uit het blijspel ‘Two Gentlemen of Verona’ van William Shakespeare. Van dit toneelstuk uit de 16de eeuw heeft overigens de preraphaelitische 19de eeuwse schilder William Holman Hunt een prachtig schilderij gemaakt.


De Heilige Valentijn is in 1969 van de Rooms Katholieken Heiligenkalender verdwenen, dus Valentijnsdag is geen christelijk feest meer, maar staat daarentegen tegenwoordig in de top tien van commerciële successen, ook hier in Sevilla als ik zo om mij heen kijk.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verwondering is het begin van alle wijsheid

Op dit moment dat ik deze Travel Tales schrijf kijk ik uit over de Middellandse Zee met daarboven een helder blauwe hemel. De zon schijnt fel en ik denk terug aan de afgelopen koude weken toen ik in Nederland was. Ik hou zielsveel van mijn geboortestad Amsterdam, maar ik vind het wel eens spijtig dat het weer er met grote regelmaat, met name in de winter, zo grijs en grauw kan zijn. Na verloop van tijd ga ik dan bijna vanzelfsprekend terugverlangen naar het zonnige Málaga en ik ben dan ook weer blij dat ik hier in Zuid-Spanje ben. 
Nou kun je aan je aan het Hollandse weer nou eenmaal weinig veranderen en moet je het gewoon nemen zoals het is, maar wat ik wel eens jammer vind is het feit dat de meeste mensen zich ook heel monochroom in dezelfde grijstinten als de lucht gaan kleden. Het is me namelijk ooit opgevallen dat bijna iedereen die zich op straat begeeft donkere kledij aan heeft; zwarte jassen, donkerblauwe mantels, grijze regenjacks en dergelijke. Het lijkt wel of het een soort ongeschreven afspraak is dat men zich kleedt in dezelfde sombere stemming als het weer en dat frappeert me. 


Juist als de hemel zwaar bewolkt is, de bomen (nog) geen groene bladeren hebben en de bloemknoppen nog gesloten zijn, hebben de mensen de mogelijkheid om kleur in het dagelijkse winterse leven te geven. Deze constatering in ogenschouw genomen dacht ik aan het beroemde gezegde ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Op dat moment besloot ik een mooie kleur te kiezen die zou onderscheiden van de donkere uniforme dracht waar velen zich in hullen. De keuze viel, zoals de meeste mensen die mij kennen inmiddels weten, uiteindelijk op de kleur paars. Het begon jaren geleden met een mooi velours paars colbertjasje, waar ik veel complimenten over kreeg en waar ik echt mee opviel tijdens zakelijke bijeenkomsten. Ik bleek me hiermee te onderscheiden van de mannen in de antraciete maatpakken. Toen ik vervolgens ook nog eens figuurlijk tegen een paar prachtige suède purperen schoenen aanliep was voor mij het hek van de dam. Ik besloot om gewoon mijn garderobe aan te passen; al mijn zwarte en grijze kledingstukken moesten langzaamaan plaats gaan maken voor paarse varianten. 


Mijn paarse metamorfose bleef niet onopgemerkt want ook al is het een doodnormale kleur kreeg ik opeens van allerlei bekenden en onbekenden opmerkingen over mijn paarse tenue. Ga je trouwen? Ben je lid van een bepaald genootschap? Veel mensen blijken nieuwsgierig te zijn als je je dus niet houdt aan het ongeschreven donkere kledingsvoorschrift. Leuk vond ik het natuurlijk dat Judith zich vervolgens ook in het paars ging hullen en toen gingen we voor de grap ook maar eens op zoek naar paarse kleertjes voor onze dochters Chloé en Alizia. Paars heeft trouwens vele tinten en nuances, het varieert van licht violet tot donker purper en dat geeft de mogelijkheid om toch talrijke variaties in je kleding aan te brengen. Judith zegt gekscherend altijd dat er wel vijftig tinten paars zijn.
Je begrijpt dat zo’n paars gekleed gezin een hele verschijning is in een hoofdzakelijk grijze wereld. En we zijn ons er ook van bewust dat we hier opzien mee baren, maar toch verbaast het ons hoeveel het los maakt. 


Mensen kijken ons als we met het hele gezin op straat lopen na, of tikken elkaar aan. Geregeld maakt men gevraagd of ongevraagd foto’s van ons en het voelt af en toe alsof we BN’ers (Bekende Nederlanders) zijn. Laatst werden we zelfs geïnterviewd door een journaliste voor een Amsterdams tijdschrift die alles wilde weten van de ‘Purple Family’. Door de verschijning in dit blad werden we door nog meer mensen op straat in Amsterdam-Zuid aangesproken, wat wij trouwens erg leuk vonden.

In Spanje vallen we toch iets minder op, alhoewel we in Málaga omgedoopt zijn als ‘La Familia Morada’, is kleur hier toch een belangrijk bestanddeel van de traditionele klederdracht. Tijdens processies of belangrijke feesten dragen mensen hier bont gekleurde jurken waar paars en lila ook tot het kleurenscala behoren. Dat levert soms mooie foto’s op, waarvan we er trouwens eentje hebben gebruikt voor onze kerst- en nieuwjaarskaart van afgelopen jaar.
Alhoewel onze paarse kledingkeuze zoals je kon lezen op een spontane en ludieke manier is ontstaan, is het nu min of meer onze huisstijl geworden. Het doet ons daarnaast ook deugd dat mensen verwonderd en geïnspireerd worden door onze outfit, wat weer een beetje aansluit bij één van mijn levensfilosofieën ontleend aan Aristoteles, namelijk “verwondering is het begin van alle wijsheid”.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Download
Purple Family in ZOZ Magazine.pdf
Adobe Acrobat document 361.1 KB

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


In de voetsporen van Rembrandt

Er zijn vele kunstenaars waar ik een groot fan van ben en het zal je dan ook niet verwonderen dat één van hen Rembrandt van Rijn is. Al vanaf mijn prille jeugd ben ik een bewonderaar van de werken van onze grote zeventiende eeuwse meester. Als kind stond ik vol belangstelling te turen naar De Nachtwacht; ik kon van dit enorme schilderij en ook van zijn andere kunstwerken geen genoeg krijgen. Hetzelfde gevoel lijk ik nu al weer te bespeuren bij mijn twee jonge dochters Chloé en Alizia. Ook zij herkennen al veel schilderijen van Rembrandt als we in allerlei Europese musea zijn. En als we zoals nu een korte periode weer even in Amsterdam zijn dan ‘moet’ ik van mijn meiden met hen naar het Rijksmuseum om daar onder meer de ‘oude’ en ‘jonge’ Rembrandt te gaan bekijken. Je begrijpt dat ze dan het eerste zelfportret van Rembrandt bedoelen en ook één van de laatste die hij van zichzelf geschilderd heeft.

Daarnaast wandelen we regelmatig samen door het centrum van onze hoofdstad en worden we op allerlei plekken herinnerd aan de bekende schilder uit de Gouden Eeuw. 


Een paar maanden geleden stonden we bij het graf van Saskia in de Oude Kerk en vertelde ik aan mijn dochters dat zij de eerste vrouw van Rembrandt was en dat hij haar verschillende keren had geportretteerd. Toen we laatst langs de Westerkerk kwamen deed het mij dan ook genoegen dat dit beroemde Amsterdamse monument geopend was voor publiek. Ik vertelde namelijk aan mijn kinderen dat in de nabijheid van deze kerk Rembrandt begraven was, maar dat de plek van zijn graf niet meer bekend is omdat er geen geld was voor een duur graf in de kerk. Gisteren besloten we om met z’n drietjes in het kader van onze oneindige Rembrandt-tour naar het Rembrandthuis te gaan. In zijn voormalige woonhuis aan de Jodenbreestraat, niet ver van het Waterlooplein, kun je een goed beeld krijgen van hoe hij leefde en werkte. In het naast gelegen pand, dat een onderdeel is van het Rembrandthuis, worden tijdelijke exposities gehouden en momenteel is daar een tentoonstelling van Glenn Brown. De hedendaagse kunstenaar laat zich inspireren door oude meesters zoals Rembrandt, dus vandaar dat hij hier een tentoonstelling heeft gekregen. Brown schildert ogenschijnlijk een bekend werk van Rembrandt na en geeft er zijn persoonlijke artistieke ‘twist’ aan; Brown’s werk heeft heel veel weg van onze grote meester maar door de brute verfstreken die Brown gebruikt heeft is het ook weer totaal anders. 


De Britse kunstenaar Glenn Brown is met zijn typerende manier van schilderen al behoorlijk bekend geworden en in allerlei grote musea wereldwijd hangen werken van hem. In het Centre Pompidou in Málaga hangt Brown’s versie van Rembrandt’s Flora, waar nog duidelijk Saskia van Uilenburgh in is te herkennen. Het is in Málaga één van mijn favoriete schilderijen. Ook was ik aangenaam verrast toen ik dit najaar in het Van Goghcentrum in Arles bij een speciale Glenn Browntentoonstelling aldaar zag dat hij ook werken had gemaakt geïnspireerd op schilderijen van Van Gogh.

Onze onuitputtelijke Rembrandtocht is gelukkig nog lang niet ten einde, want zo ga ik dit voorjaar naar de Duitse stad Kassel en zal ik wederom (ik ben er al verscheidene malen geweest) naar de Gemäldegalerie  in het Schloss Wilhelmhöhe gaan. In dit belangrijke museum hangt de op één na grootste collectie schilderijen van Rembrandt in Duitsland. 


Dit is trouwens één van de redenen om naar Kassel af te reizen, het andere motief om dit te doen is om van de zomer in Kassel De Documenta te bezoeken. Dit is de toonaangevende vijfjaarlijkse kunstmanifestatie waarbij op allerlei locaties de stand van de hedendaagse kunst wordt getoond. Ben benieuwd of er weer een ‘nieuwe’ Rembrandt tussen zit.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

NB. Wil je trouwens met me mee naar Kassel & De Documenta meld je dan hier aan of kijk hier voor meer informatie.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Waar is het Gele Huis?

Jaarlijks kom ik zeer geregeld in het mooie Stedelijk Museum in Amsterdam, want telkens als ik weer in Amsterdam ben loop ik hier samen met mijn dochters wel even naar binnen. Dit heeft er trouwens voor gezorgd dat we daar al een bekende verschijning zijn geworden en dat we zelfs in hun jaaroverzicht van 2016 staan (klik hier). Alizia kent menig schilderij in het Stedelijk al en ik ben ook erg trots als ze volmondig roept ‘Kijk Mondriaan!’ of ‘Dat zijn de Vragende Kinderen van Karel Appel’.
Ik merk dat door onze bezoeken aan allerlei musea, op vele plekken in Europa, Alizia, en inmiddels ook haar jongere zusje Chloé, veel kunstwerken herkennen, zoals de schilderijen van Marc Chagall, die ze onder andere afgelopen tijd zagen in Málaga, Nice en natuurlijk in Amsterdam. Ook de werken van Picasso, meubels van Rietveld, de expressieve doeken van Willem de Kooning en nog veel meer kunst roept herkenning op.


Ze vinden het lopen door alle museumvertrekken erg vermakelijk want het is voor hen een soort ontdekkingstocht waarbij ze steeds zaken zien die ze herkennen, echter er is toch ook telkens weer iets nieuws te bespeuren. Geregeld gaan ze samen voor een schilderij zitten en dan ‘moet’ ik wat vertellen. Naast de ‘kunsthistorische waarheid’ verzin ik vaak een spannend verhaal erom heen en dat maakt het museumbezoek voor de meiden een nog groter avontuur.
Zondag was ik met Alizia even alleen op pad en zij mocht kiezen waar we naar toe gingen. Zij koos er wederom voor om naar het Stedelijk Museum te gaan en hier gaf zij aan mij een rondleiding. Altijd leuk voor een vader om door je dochter van drieënhalf te worden rondgeleid. Vervolgens wilde ze naar het kinderatelier, waar zij met bewegende ‘machines’ van de kunstenaar Jean Tingeley tekeningen kon maken.  
De middag was nog niet om en daarom wilde zij na ons bezoek aan het Stedelijk naar het naastgelegen Van Goghmuseum. Hier heeft ze altijd een aantal persoonlijke hoogtepunten die zij wil bekijken zoals onder meer het beroemde ‘Bruggetje van Van Gogh’


De reden hiervoor is dat we van de zomer bij de ophaalbrug in de buurt van Arles, dat model hiervoor stond, zijn geweest. Tijdens dit bezoek aan het Van Goghmuseum leek het mij leuk om eerst naar de museumwinkel te gaan en haar een ansichtkaart te laten uitkiezen van een werk van Van Gogh en om die dan vervolgens te gaan zoeken in het museum. Het was op deze manier een erg leuke tocht. Op de kaart die zij koos stond trouwens het schilderij van ‘Het Gele Huis’, de plek waar Van Gogh woonde in Arles. In dit beroemde huis schilderde hij onder andere de beroemde Zonnebloemen en ontving hij ook zijn collega Paul Gauguin. Alizia dacht dat ze dit gele huis een tijdje geleden in Arles gezien had en daarom had ze de kaart ook gekocht. Maar er blijken meer geel geschilderde huizen in Arles te zijn en het woonhuis van Van Gogh is helaas na de Tweede Wereldoorlog afgebroken omdat het zwaar beschadigd was.


Uiteindelijk vonden we het originele schilderij in het museum. Alizia en ik moesten wel moeite doen om het te kunnen bewonderen want een grote groep bezoekers stond ervoor, het is namelijk één van de hoogtepunten van de collectie. Naast het kunstwerk kon je ook nog een fragment zien én zelfs horen van de brief die Vincent aan zijn broer Theo over dit schilderij stuurde. Alizia moest natuurlijk ook dit gesproken citaat met behulp van de hoofdtelefoon beluisteren terwijl ze tegelijkertijd haar ansichtkaart met ‘Het Gele Huis’ zat te bestuderen. Voor mij als vader is dit een bijzonder schouwspel om een meisje dat nog geen vier is zo te zien.

Toen we uiteindelijk thuis kwamen moest haar zus Chloé horen wat ze allemaal gemist had en ze kreeg natuurlijk ook aan de hand van de prentbriefkaart een heel verslag over de zoektocht naar het schilderij van ‘Het Gele Huis’. Ze hadden het er vervolgens al weer over wat voor museum ze deze week samen (met papa) zouden gaan bezoeken. En ik verheug me er al weer op om dit met ze te gaan doen.


 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het Verleden, het Heden en de Toekomst

Afgelopen zondag prooste ik met een groot aantal trouwe deelnemers aan de activiteiten van KUNSTSTAD op het nieuwe jaar. Dit deden we dit jaar in de beroemde Beurs van Berlage in het centrum van Amsterdam. De plek waar we samenkwamen in dit gebouw was in het beurscafé, dat met al het baksteen een hele bijzondere atmosfeer uitstraalt. Het artistieke gebruik van baksteen (deels geglazuurd) is één van de kenmerken van de architectuur van architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934). Berlage nodigde overigens bij het ontwerp van het gebouw beeldend kunstenaars uit om van het gebouw een ‘Gesamtkunstwerk’ te maken (deze Duitse term wordt gebruikt als er meerdere disciplines uit de kunst toegepast worden), waaronder de beeldhouwers Mendes da Costa en Lambertus Zijl. Voor de tegeltableaus in het Beurscafé vroeg Berlage zo’n 120 jaar geleden de Nederlandse schilder Jan Toorop om deze te ontwerpen. 


Wat een genot was het dan ook om zondag tijdens onze Nieuwjaarsreceptie kort hier iets over te mogen vertellen. De drie levensgrote tableaus van keramiek stellen drie tijdsperiodes voor; het Verleden, het Heden en de Toekomst. 

Op de scene uit het verleden is te zien hoe men in vroegere tijd de mensen als slaven hard liet werken en de man met een zwaard de dienst uit maakte. Op het tableau uit het heden zien we hoe de koopmannen (waar de Beurs voor bedoeld was) de dienst gaan uitmaken, maar het lijkt er ook wel op dat de emancipatie van de arbeider en zelfs die van de vrouw belangrijk aan het worden zijn.

Bij het laatste tegelwerk wordt volgens Toorop in de toekomst het geestelijke leven belangrijker en je ziet er dan ook allemaal gelukkige mensen op de achtergrond. Alhoewel alle symboliek van het tableau een verwijzing is naar het socialisme en naar de opkomst van de arbeidersbeweging beeldt Toorop op de voorgrond toch een Christusfiguur (herkenbaar aan een aureool) af.

De Beurs van Berlage wordt in verschillende kunstboeken als voorbeeld van de Nederlandse Art Nouveau (ook wel bekend als Jugendstil) gezien. Qua tijdperk valt de Beurs hier zeker onder want de Art Nouveau floreerde tussen 1890 en 1910, en in die tijd is de Beurs ontworpen en gebouwd. Misschien valt de Amsterdamse Beurs niet zo snel te vergelijken met andere typische andere internationale Art Nouveau gebouwen, maar hij past toch goed bij monumenten uit die zelfde periode zoals de Glasgow School of Art van de Schotse architect Macintosh, het Wiener Secessiongebouw van Joseph Olbricht of de Rijkspostspaarbank in Boedapest van Ödön Lechner. 


Dit laatste gebouw en nog een aantal andere projecten van deze Hongaarse architect en tevens dus tijdgenoot van Berlage ga ik in mei met een aantal geïnteresseerden bekijken. De Hongaarse hoofdstad heeft trouwens prachtige Jugendstil gebouwen en is alleen daarom al zeer de moeite waard (klik hier voor meer informatie over deze reis).

Bij Art Nouveau of Jugendstil (ik gebruik de termen vaak door elkaar) denk je vaak aan steden zoals Brussel met de architectuur van Victor Horta, of aan Nancy met de glaskunst van  Emile Gallé, maar wat mij echt verraste een paar weken geleden waren de Art Nouveau-panden in Porto. Deze belangrijke kunststroming is aan de tweede stad van Portugal niet voorbij gegaan. Sommige huizen in Porto zijn als het om Art Nouveau gaat echt juweeltjes en dat maakt het stadsbeeld, gecombineerd met nog veel oudere architectuur, echt compleet. 


Voor veel mensen is Porto misschien nog onbekend maar graag toon ik je binnenkort meer van deze stad tijdens mijn presentatie hierover (klik hier voor meer info hierover).

Zo zie je maar, je raakt in Europa gewoon nooit uitgekeken en telkens vallen mij weer nieuwe dingen in steden op.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wandelend als een flaneur door de Europese steden

Eergisteren wandelde ik door de karakteristieke straatjes van mijn geliefde Málaga en ik genoot van de historische Andalusische architectuur die de stad rijk is. Tijdens mijn wandeltochten kijk ik ook graag naar het doen en laten van de lokale bevolking want dat maakt de beleving van een plek zo speciaal.

Het weer was buitengewoon aangenaam hier in Zuid-Spanje; de lucht was helemaal blauw en de zon scheen heerlijk. De temperatuur was rond de 20 graden en voor de eerste week van januari blijft dat voor een Nederlander als ik bijzonder om mee te maken. Prima omstandigheden dus om een lange wandeling te maken. Ik liep op mijn gemak langs het Romeinse amfitheater en zag het hoger gelegen fort liggen dat zijn oorsprong in de Moorse tijd heeft. Ik liep door de palmentuin en zo kwam ik uiteindelijk bij de Middellandse Zeekust aan. De combinatie van dit alles maakt deze stad aantrekkelijk en compleet.


Terwijl ik zo door Málaga aan het kuieren was, moest ik terugdenken aan mijn wandelingen van meer dan een week eerder. Toen maakte ik verschillende wandeltochten door het prachtige Porto, de tweede stad van Portugal. Porto is gelegen aan een brede rivier genaamd de Douro, echter de zee (over beter gezegd de Atlantische Oceaan) is nabij het oude stadscentrum gelegen. Het is wel een fikse wandeling om vanuit het historische stadshart van Porto aan de kust te belanden maar tijdens deze tocht viel er ontzettend veel te zien; oude bouwkunst afgewisseld met moderne architectuur. Wat betreft het laatste is Casa da Música, dat ontworpen is door onze eigen Rem Koolhaas, zeer in het oogspringend.

Net als in Málaga trachtte ik ook Porto, zoals je al leest, zoveel mogelijk te voet te leren kennen. Dit doe ik trouwens in alle steden waar ik kom, overal blijf ik rondwandelen en rondkijken. 


Eigenlijk zou je mij het beste een flaneur kunnen noemen. Een flaneur is volgens de Franse schrijver Charles Baudelaire (1821-1867) iemand die zich buiten de deur altijd thuis voelt. Baudelaire zegt dat de flaneur niet gestoord wordt door de kortste weg maar dat hij ruimte en tijd openlaat. De flaneur laat zich graag afleiden door zijpaden of ophouden door onverwachte ontmoetingen. Volgens Baudelaire is het doel van de flaneur het voeden van een gretige nieuwsgierigheid. En dat is eigenlijk precies wat mijn manier van wandelen door Europese steden goed verwoord. Ik kan me dan ook goed in de beschrijving van Baudelaire vinden.

De Amerikaanse schrijven en filosoof Walter Benjamin (1892-1940) beschrijft de flaneur later als een detective van het leven op straat. Hij is aandachtig en observeert. Hij is een connaisseur van de stedelijke omgeving. In deze aanvullende beschrijving van de flaneur door Benjamin kan ik me ook wel vinden.


Vaak heb ik ook het schilderij ‘Der Wanderer über dem Nebelmeer’ van de Duitse Romantische schilder Caspar David Friedrich (1774-1840) in mijn gedachten als ik op pad ben. Meestal begin ik daarom ook mijn stedenpresentaties met een afbeelding van dit opmerkelijk kunstwerk. Het schilderij toont ons een man op de rug gezien (mijns inziens een echte flaneur), die vanaf een hoge rots over een zee van mist tuurt naar het met nevel gevulde dal en met wolken omsluierde bergen. Voor mij is dit schilderij zo toepasselijk voor de stedenwandelingen die ik maak want het mistige landschap waar de betreffende wandelaar naar kijkt staat symbolisch voor elke stad die ik bezoek. Soms zijn steden voor mij nog onbekend en de ‘mist’ moet spreekwoordelijk nog optrekken om de stad beter te leren kennen. Door die ‘mist’ of ‘nevel’ in overdrachtelijke zin te laten verdwijnen maak ik zogezegd vele en lange wandelingen als een echte flaneur.


Het leukste is uiteindelijk om anderen deelgenoot van al mijn stedenwandelingen te laten maken. Dat kan zowel virtueel tijdens één van mijn stedenlezingen bijvoorbeeld over Porto (klik hier voor meer informatie) of gewoon tijdens één van mijn reizen die ik onder de vlag van KUNSTSTAD organiseer (ook een reis naar Porto staat dit jaar op het programma; klik hier).

Ik houd je via deze weg uiteraard op de hoogte van mijn verdere ontdekkingen en reisbelevenissen.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Opmerkelijk hotels waar ik de afgelopen tijd verbleef

Meestal schrijf ik in mijn Travel Tales met veel genoegen over alle kunst en cultuur die ik tijdens mijn reizen tegenkom. Wist je trouwens dat Judith en ik alweer de vierde jaargang zijn ingegaan van onze wekelijkse geschreven reisbelevenissen? En degene die ons een beetje kennen weten dat we nog lang niet zijn uitverteld en -geschreven. Wat trouwens ook heel leuk om te doen is is om 'live' een verslag te doen tijdens een reis door middel van een korte film en die hebben wij dan ook een aantal keer gemaakt dit jaar. Met name bepaalde hotels die ik zeer bezienswaardig vond heb ik op het 'bewogen beeld' vastgelegd en deze keer wil ik een compilatie laten zien van deze video's van de afgelopen anderhalf jaar.

'Hotel Residenza Ruspoli Bonaparte' in Rome

'Hotel Residenza Ruspoli Bonaparte', Rome (It)
De meeste vier- en vijfsterrenhotels waar ik verblijf zijn mooi, luxueus en zorgen ervoor dat ik me prettig voel in een stad. Sommige hotels gaan echter nog een stapje verder en zijn echt een belevenis op zich. Zoals Hotel Residenza Ruspoli Bonaparte in Rome. Dit stadspaleis dat nog steeds tot de adellijke familie Ruspoli behoort, wordt door hen verhuurd als hotel. Je krijgt echter niet één kamer als je boekt maar een deel van het palazzo is dan je onderkomen. Je waant je echt even in vervlogen tijden en je wordt voortdurend herinnerd aan het rijke verleden van dit 'hotel' en de verschillende vorige eigenaren, zoals de familie Bonaparte. 


'Hotel iPortici', Bologna (It)

Tijdens onze voorbereidingen voor de reis van KUNSTSTAD naar Bologna, Padua en Ravenna, die afgelopen najaar plaatsvond, ontdekten we het Hotel iPortici in Bologna. We kregen, waarschijnlijk om een beetje indruk op ons te maken, van de hoteldirectie de mooiste suite aangeboden. Ze hoopten waarschijnlijk dat we op die manier zouden beslissen om hier met de KUNSTSTAD-reisgroep terug te komen. En dat deden we inderdaad (want het hotel is uitstekend)! Wat een bijzondere kamer was dit ook zeg! Vooral de mooie ijzeren draaitrap maakte de grote suite compleet. 

'Hotel iPortici' in Bologna


'Hotel Alfonso XIII' in Sevilla

'Hotel Alfonso XIII', Sevilla (Sp)

Bij mijn aankomst bij het Alfonso de Dertiende Hotel was ik meteen verkocht. Dit vijfsterrenhotel was ooit gebouwd voor de koning van Spanje en zijn hooggeëerde gasten, en dat voel je nog steeds. Het luxueuze hotel is aangepast aan de moderne maatstaven maar ademt nog steeds de grandeur van weleer uit. Natuurlijk ligt ook dit kwaliteitshotel midden in het centrum van de stad. Ik verheug me er dan ook op om er in februari 2017 met een groep gasten van KUNSTSTAD weer te zijn!

 


Westin Excelsior Hotel, Florence (It)

Dit najaar vertoefde ik enige nachten in het Westin Exelsior Hotel in Florence en niet alleen de mooie kamer, maar veel meer het terras gelegen aan het Piazza Ognissanti was het dat mijn verblijf aldaar zo bijzonder maakte. Wat een feest om uitzicht te hebben op een aantal beroemde gebouwen en daarnaast op de rivier de Arno. Wat wil je als kunsthistoricus nog meer in de fenomenale Renaissance stad, dan meer het gevoel te hebben dat je een onderdeel van de (kunst)geschieden bent. 

'Westin Hotel Excelsior' in Florence


'Intercontinental Hotel Palacio das Cardosas' in Porto

'Intercontinental Hotel Palacio das Cardosas', Porto (Pt)

Wat heerlijk is het om midden in de prachtige havenstad Porto het eindejaar in te luiden. Het schitterende vijfsterrenhotels Intercontinental heeft een paar luxe suites waarvan wij er in ééntje enkele dagen (en nachten) konden vertoeven. De splitlevel (een tweede extra verdieping) in de toch al zeer grote hotelsuite maakte het gevoel van luxe en ruimte wel extra groot en het belevingsgevoel in Porto helemaal compleet. Ook dit is een hotel waar ik graag nog eens terugkom.


'Intercontinental Hotel Lissabon' (Pt)

In dit formidabele hotel verbleef ik zeer recent. Door de enorme hotelkamer, of beter gezegd door het immense hotelappartement, werd ik aangenaam verrast. Wat een gigantische ruimte kreeg ik met mijn gezin tot mijn beschikking! Zoveel oppervlakte aangevuld met een fenomenaal uitzicht over Lissabon geeft wel een gevoel van luxe en grandeur, alhoewel natuurlijk tijdens het slapen alleen het matras en het beddengoed er toe doen. Die waren trouwens eveneens uitstekend!

'Intercontinental Hotel ' in Lissabon


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Porto, misschien onbekend maar zeker niet onbemind!

Geheel volgens onze eindejaarsplanning vertrokken we de ochtend voor kerst vanuit Málaga, in het zonnige zuiden van Spanje, richting Porto. We konden vanuit daar geen rechtstreekse vlucht boeken naar de tweede stad van Portugal en dat betekende dat we via Lissabon moesten vliegen. Hierdoor waren we verplicht om in de Portugese hoofdstad te overnachten wat we absoluut niet vervelend vonden. Als bijkomend voordeel konden we zowaar een hele middag en avond in Lissabon vertoeven. Aangezien we de stad redelijk goed kennen was het voor ons een feest der herkenning en weer heerlijk om hier eens even te zijn. Ook in Portugal was het op de vooravond van kerst schitterend weer en de zon scheen volop. Na een aangename stadswandeling door Lissabon genoten we op een terrasje aan de rivier De Taag van de ondergaande zon en verheugden wij ons alvast op onze vervolgreis naar Porto die wij zogezegd de volgende dag zouden gaan voortzetten.