Travel Tales 

van Marcel Verhoeven en Judith de Groot

In 1995 startte Marcel met de culturele organisatie KUNSTSTAD. Enige tijd later is Judith hem gaan helpen om de belevingsreizen van KUNSTSTAD voor te bereiden en ook om deze trips uiteindelijk samen met hem voor enthousiaste deelnemers uit te voeren.

Inmiddels is het ’team’ van KUNSTSTAD een beetje uitgebreid, want bij de voorbereidingsreizen nemen we tegenwoordig onze jonge dochters Alizia en Chloé mee. Tijdens ons verblijf in de talrijke Europese steden zien en beleven wij veel, waarover wij sinds de zomer van 2014 wekelijks schrijven in onze Travel Tales.

Wil je de Travel Tales Ontvangen?

Ga virtueel met ons op reis en meld je aan om wekelijks ons digitale Travel Tales bulletin te ontvangen, met reisverhalen over kunst, cultuur, geschiedenis, mysteries en hospitality in Europa.


Marcel:"Ik ben kunsthistoricus en ga op de verschillende locaties op zoek naar bijzondere musea en kunstcollecties. Regelmatig gaan mijn verhalen dan ook over opmerkelijke kunstwerken of opvallende gebouwen. Ook verdiep ik me vaak in de geschiedenis van de stad waar we op dat moment zijn. Typische gewoontes of gebruiken, spannende plaatselijke mysteries en culinaire zaken komen ook geregeld aan de orde. Dankzij mijn aanstekelijke verhalen raak je echt enthousiast van een bepaalde plaats en heb je even het gevoel er virtueel te zijn."

Lees hier de verhalen van Marcel.

 

Judith: "Ik ben een echte kenner van het fenomeen reizen. Na mijn opleiding en allerlei functies in de reiswereld, ben ik mij gaan specialiseren in alles wat met reizen en hospitality te maken heeft. Ik vind het dan ook erg boeiend om me bezig te houden met alles wat er bij het ‘op reis gaan’ komt kijken en over mijn bevindingen schrijf ik graag. Gemiddeld check ik meer dan 80 maal per jaar voor één of meerdere nachten in bij hotels. Regelmatig sta ik stil bij mijn verblijf in een bepaald hotel, of schrijf ik over dingen mij haar opvallen bij de (buitenlandse) horeca en ook de verschillende vormen van vervoer komen bij mij aan de orde." 

Lees hier de verhalen van Judith.

 

Kortom; wekelijks een aantal interessante, authentieke verhalen. Veel leesplezier!


Alle Travel Tales op een rijtje:

Een kleine moeite, een groot plezier

Inmiddels ben ik al weer meer dan twee weken op pad in het buitenland. Ik begon met een kort bezoek aan Kassel om vervolgens Málaga te bezoeken, daarna arriveerde ik in Córdoba en ik bevind me nu al enige dagen met veel plezier in Sevilla.

Zoals je weet stel ik altijd strenge eisen aan een hotel, helemaal als het ook plekken zijn waar ik uiteindelijk onze klanten van KUNSTSTAD mee naar toe neem en over het algemeen komen de hotels van deze afgelopen periode glansrijk door mijn strenge ballotage. Veruit de meeste dingen zijn in deze kwaliteitshotels uitstekend geregeld en niet voor niets mogen een paar zich voegen in het rijtje met de beste luxury hotels van de wereld.
Ook al is alles goed geregeld en verzorgd toch heb ik altijd weer een aantal kleine suggesties en aanmerkingen die het verblijfsgenot voor de gast nog iets kunnen verhogen. 


Zo stond er bijvoorbeeld dit weekend bij mijn hotel in Córdoba een bos verse rode rozen op mijn kamer en dat voelde toch heel speciaal en het is iets dat je niet heel vaak aantreft. Ze hadden zelfs op de rand van het riante ligbad een bloemenvaas met lelies gezet, die heerlijke roken. Ik ben een groot voorstander van bloemen in een vier- of vijfsterrenhotel, mits ze natuurlijk echt zijn, omdat ze enorm sfeer verhogend zijn en hier heb ik laatst al eens eerder over geschreven (klik hier voor dit verhaal).

Daarnaast stond in Córdoba, waar ik in twee verschillende hotels verbleef, tweemaal op de kamer een glanzende wijnkoeler, gevuld met ijsblokjes, met een fles Spaanse cava klaar. Ik voelde me bij mijn aankomst in het hotelkamer bijzonder welkom. Geregeld gebeurt het mij daarnaast ook dat er nog een bord met vers fruit naast staat, waar mijn dochters zich dan met veel genoegen op storten. Een kleine moeite voor het hotel, een groot plezier (en trouwens slechts een zeer kleine investering).


Hier in Sevilla, waar we in het gerenommeerde vijfsterren hotel ‘Alfonso XIII’ verblijven, klopte van de week iemand op de deur van onze kamer. Hij zag eruit zag als een echte klassieke butler en hij reed vervolgens een klein karretje met een groot wit kleed erop onze kamer naar binnen met wederom een fles cava, in een met ijs gevulde chromen ijsemmer. Het wagentje was dit keer aangevuld met een bordje met chocolaatjes, die ook niet te versmaden waren. Ook dit maakte het gevoel van welkom zijn, net als bij de andere genoemde hotels, helemaal compleet.

Maar zogezegd zijn er veel meer (kleine) dingen die het verblijfsgenot nog meer kunnen verhogen en slechts eentje wil ik er deze week nog noemen en dat is het feit dat als ik, nadat ik van de heerlijke bubbeltjeswijn en van de mooie bloemen heb genoten, constateerde dat er op mijn hotelbed een heerlijk fluffy donzen dekbed ligt. 


Dit klinkt voor een Nederlander in eerste instantie als ‘normaal’, maar toch is het zo dat in veel hotels in Europa (en de rest van de wereld) het bed met dekens en lakens is opgemaakt. Ik heb zo’n hekel aan zo’n bruine ouderwetse ‘paardendeken’ met lakens, waar ik ’s nachts vaak mee in de knoop kom en ik vind het eigenlijk niet meer van deze tijd. 

Groot was dan ook mijn vreugde afgelopen week toen ik verschillende malen bemerkte dat ik heerlijk onder een lekker dekbedje kon slapen. De ‘slaapfeestvreugde’ werd nog eens vergroot door de heerlijke zachte donzen kussens die daarbij lagen. 

Echter blijf ik nog met een vraag zitten: waarom maken ze het dekbed zo raar op? Het is me namelijk al verscheidene keren opgevallen hier in Spanje dat als er sprake is van een dekbed, de kamermeisjes het dekbed netjes in een schone dekbedhoes doen, maar vervolgens de ‘open’ kant aan de bovenkant, dus bij de kussens neerleggen. 

Zo gebeurt het dat je als je in bed ligt, je ‘worstelt’ met de openingsflap, die ik bij mij thuis gewoon aan het voeteneinde leg. Om dit dilemma (dat dus schijnbaar geen vergissing is) op te vangen, hebben de kamermeisjes vervolgens weer een extra laken onder het dekbed gelegd. Tja, dan wordt het weer zo’n ratjetoe in bed. Ik ga toch eens vragen waarom men dit doet. Onwetendheid of onwennigheid met het dekbed? Ik kom graag een andere keer op deze vraagstelling (en het antwoord) bij je terug.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Valentijn in Sevilla

Op dit moment kijk ik uit mijn raam vanuit mijn mooie hotel hier in Sevilla en heb ik een prachtig uitzicht over het historische centrum van de hoofdstad van de Zuid-Spaanse regio Andalusië. Wat mij direct opvalt is de hoge toren van de Kathedraal van Sevilla. Deze toren is tegenwoordig het markeringsteken van het Christelijk geloof in de stad, maar deze is ooit gebouwd als minaret en was een onderdeel van de grote moskee in de Moorse tijd. De islamitische Moren kwamen in het begin van de achtste eeuw vanuit het nabij gelegen Noord-Afrika als heersers in Sevilla, Córdoba en rest van het Iberische schiereiland terecht. Sevilla was toen de Moren het in namen al een hele welvarende stad geweest. Met name aan het begin van onze jaartelling was Sevilla, dat toen Itálica heette, een belangrijke economische factor binnen het Romeinse Rijk. De bekende Romeinse Keizer Trajanus (53 – 117 na Chr.) werd hier geboren en zijn opvolger en eveneens fameuze Keizer (76 – 138 na Chr.) zag in het Romeinse Sevilla het eerste levenslicht.


Terwijl ik nadenk over de Romeinse tijd in Sevilla wordt ik hier in de stad door allerlei reclameborden herinnerd aan een persoon die ook in de Romeinse tijd leefde namelijk sint Valentijn. De dag dat deze heilige geëerd wordt is 14 februari en dat was gisteren. Op deze zogenaamde Valentijnsdag geven mensen die elkaar lief vinden elkaar cadeautjes, bloemen of sturen elkaar kaarten. Soms doet men dat anoniem. Dat laatste heb ik persoonlijk nooit zo begrepen. Ik vraag me af of de liefde dan toch een raadspelletje is, maar dat even terzijde. Valentijnsdag komt eigenlijk overgewaaid uit Amerika (het zal weer eens niet) en pas in de laatste 20 jaar is het een enorm (commercieel) succes in Nederland en de rest van Europa, zo ook hier Spanje, geworden. 

Sint Valentinus leefde zogezegd in de Romeinse Oudheid, rond het jaar 270 na Christus. Hij is als christelijke martelaar gestorven en we weten eigenlijk voor de rest niet zo veel van hem. Misschien waren er zelfs wel twee heiligen met deze zelfde naam. De ene was priester in Rome en de andere was bisschop in de Umbrische stad Terni.


Volgens één van de heiligenverhalen kwam een jong stelletje naar Valentijn (één van de twee bovengenoemde personen) toe met het verzoek om hen te trouwen, echter de man was een heidense soldaat en de vrouw was christelijk. Valentijn trouwde het koppel want hij vond de liefde zwaarder wegen dan Romeinse wetten die dit huwelijk niet toestonden. Vanaf dat moment kwamen er meer paartjes met dit verzoek naar Valentijn en hij werd hiervoor gearresteerd. Valentijn werd voorgeleid voor Keizer Claudius II en hij probeerde zelfs de keizer te bekeren tot het Christendom. De Keizer voelde zich hierdoor zo beledigd dat hij Valentijn liet onthoofden op 14 februari (ergens rond het jaar 270 na Chr.). Voordat het vonnis werd uitgevoerd wist hij nog een briefje aan de dochter van de gevangenisbewaarder te geven waar op stond: ‘Van je Valentijn’.

De relieken van Sint Valentijn bevinden zich in de Sint Valentinusbasiliek van Terni. 


Valentijn blijkt tijdens zijn leven trouwens ook verschillende andere bijzondere handelingen te hebben verricht, waaronder de doop van de heilige Lucilla. De heilige Valentinus is schutspatroon voor de ‘zieken die soms vallen’ ofwel mensen met epilepsie. Om welke rede hij beschermheilige is voor mensen met de ‘vallende ziekte’ is mij nog onduidelijk, ergens las ik dat het was omdat mensen in zijn naam het woordje ‘vallen’ terug hoorde komen, maar dat lijkt mij wel erg gemakkelijk.

We moeten de Valentijn van vandaag overigens niet verwarren met één van de gelijknamige hoofdpersonen uit het blijspel ‘Two Gentlemen of Verona’ van William Shakespeare. Van dit toneelstuk uit de 16de eeuw heeft overigens de preraphaelitische 19de eeuwse schilder William Holman Hunt een prachtig schilderij gemaakt.


De Heilige Valentijn is in 1969 van de Rooms Katholieken Heiligenkalender verdwenen, dus Valentijnsdag is geen christelijk feest meer, maar staat daarentegen tegenwoordig in de top tien van commerciële successen, ook hier in Sevilla als ik zo om mij heen kijk.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Werken in een hotel geeft mij alle rust

De tijd dat ik in Amsterdam ben besteed ik zoveel mogelijk aan het voltooien en vervolmaken van alle activiteiten van KUNSTSTAD, waaronder de reizen van 2017 en de arrangementen van dit voorjaar. De trouwe lezers van mijn verhalen weten dat ik in het buitenland mijn werkzaamheden vaak in de rustige omgeving van een hotellobby of aangename hotelbar doe, echter ook in Nederland zoek ik deze ambiance graag op (klik hier voor een verhaal hierover). De afgelopen tweeënhalve week zat ik regelmatig in de rustige en sfeervolle bar van het Hilton Hotel in Amsterdam. Deze locatie ken ik al vele jaren en het geeft mij niet alleen veel inspiratie, maar het is ook een plek waar ik (bijna) niet afgeleid word.
Thuis werken vind ik niet ideaal; daar wordt mijn aandacht toch vaak gevraagd door allerlei huiselijke beslommeringen en ook door mijn gezin. 


Wat tegenwoordig heel normaal is voor met name de zelfstandige en zogenaamde zzp’ers is dat zij neerstrijken in een hippe koffietent of een fancy café en daar zijn er bij ons in Amsterdam-Zuid ontzettend veel van. Maar de atmosfeer in die vaak kleine en drukke horeca-etablissementen vind ik niet optimaal en ik kan me daar meestal ook niet goed concentreren. Bijkomende nadelen zijn op die genoemde plekken dat de meeste faciliteiten daar minimaal zijn, waaronder het sanitair. In een vijfsterren hotel daarentegen, zoals het Amsterdamse Hilton Hotel, heb ik het gevoel van luxe en comfort waar ik goed in functioneer. Het is er meestal niet druk en als er toch een grotere groep mensen binnenkomt dan heb je altijd een plek ergens anders in het hotel waar je naar kunt uitwijken om weer opnieuw je rust te vinden.
Ook aan toiletten geen gebrek, je hoeft (in tegenstelling tot de zogenaamde ‘gezellige’ kleine Amsterdamse kroegjes) nooit in de rij voor de wc te staan. En daarbij zijn de hoteltoiletten eigenlijk altijd zeer schoon wat je bij de genoemde cafeetjes vaak ook niet kunt zeggen. 


De naam Hilton heeft voor mij sowieso een extra positieve lading want op talrijke plekken op de wereld heb ik in hotels van deze keten gelogeerd, zoals in New York, Luxemburg, Düsseldorf en München en met name denk ik met veel plezier terug aan mijn verblijf in het schitterende Hilton Vienna Plaza in Wenen.
Het Hilton Amsterdam is echter óók speciaal voor mij. Meer dan tien jaar geleden gaven wij hier al lezingen en cursussen wat ons toen uitstekend beviel. Doordat wij ook wel eens wat andere plekken wilden proberen zijn wij toen uit het Hilton vertrokken maar inmiddels zijn wij weer met veel plezier hier teruggekeerd.
Is het Hilton Hotel Amsterdam ook kunsthistorische verantwoord of komen we alleen voor de ambiance en het comfort? Natuurlijk is het laatste de belangrijkste reden dat wij hier met klanten van KUNSTSTAD komen, maar het hotel is, weliswaar veel later gebouwd, een onderdeel van het beroemde ‘Plan Zuid’ van Berlage. 


Daarbij heeft het Hilton al vele decennia een aantrekkingskracht op allerlei kunstenaars. Misschien de bekendste artiest die hier ooit vertoefde was John Lennon met zijn vrouw Yoko Ono. Meer dan vijf dagen verbleven in 1969 de ex-Beatle met zijn partner in een bed in het Amsterdamse Hilton Hotel. Deze zogenaamde ‘Bed-In’ was een pacifistische protestactie tegen de Vietnamoorlog. Op deze plek in het Amsterdamse Hilton deed Lennon inspiratie op voor het nummer ‘Give Peace a Change’ dat hij bij zijn volgende ‘Bed-In’ in het Queen Elizabeth Hotel in Montreal zou opnemen.

Deze gebeurtenis maakt voor mij het Hilton Hotel Amsterdam toch nog weer iets bijzonderder. Dat geldt ook voor de andere beroemde gasten die er komen en kwamen. Een veelgeziene bezoeker was jarenlang de zanger en kunstenaar Herman Brood. Helaas koos hij het Hilton ook uit als de plek waar hij een eind aan zijn leven wilde maken. Een koperen plaatje op een bankje voor het hotel doet mij telkens weer herinneren aan dit feit.
Ik zou nog veel meer over dit beroemde Amsterdamse hotel kunnen vertellen, maar veel leuker vind ik het om je eens te begroeten op deze mooie plek. Kom je aankomende tijd eens naar eens van onze bijzondere arrangementen die wij in het Hilton Amsterdam organiseren?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verwondering is het begin van alle wijsheid

Op dit moment dat ik deze Travel Tales schrijf kijk ik uit over de Middellandse Zee met daarboven een helder blauwe hemel. De zon schijnt fel en ik denk terug aan de afgelopen koude weken toen ik in Nederland was. Ik hou zielsveel van mijn geboortestad Amsterdam, maar ik vind het wel eens spijtig dat het weer er met grote regelmaat, met name in de winter, zo grijs en grauw kan zijn. Na verloop van tijd ga ik dan bijna vanzelfsprekend terugverlangen naar het zonnige Málaga en ik ben dan ook weer blij dat ik hier in Zuid-Spanje ben. 
Nou kun je aan je aan het Hollandse weer nou eenmaal weinig veranderen en moet je het gewoon nemen zoals het is, maar wat ik wel eens jammer vind is het feit dat de meeste mensen zich ook heel monochroom in dezelfde grijstinten als de lucht gaan kleden. Het is me namelijk ooit opgevallen dat bijna iedereen die zich op straat begeeft donkere kledij aan heeft; zwarte jassen, donkerblauwe mantels, grijze regenjacks en dergelijke. Het lijkt wel of het een soort ongeschreven afspraak is dat men zich kleedt in dezelfde sombere stemming als het weer en dat frappeert me. 


Juist als de hemel zwaar bewolkt is, de bomen (nog) geen groene bladeren hebben en de bloemknoppen nog gesloten zijn, hebben de mensen de mogelijkheid om kleur in het dagelijkse winterse leven te geven. Deze constatering in ogenschouw genomen dacht ik aan het beroemde gezegde ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Op dat moment besloot ik een mooie kleur te kiezen die zou onderscheiden van de donkere uniforme dracht waar velen zich in hullen. De keuze viel, zoals de meeste mensen die mij kennen inmiddels weten, uiteindelijk op de kleur paars. Het begon jaren geleden met een mooi velours paars colbertjasje, waar ik veel complimenten over kreeg en waar ik echt mee opviel tijdens zakelijke bijeenkomsten. Ik bleek me hiermee te onderscheiden van de mannen in de antraciete maatpakken. Toen ik vervolgens ook nog eens figuurlijk tegen een paar prachtige suède purperen schoenen aanliep was voor mij het hek van de dam. Ik besloot om gewoon mijn garderobe aan te passen; al mijn zwarte en grijze kledingstukken moesten langzaamaan plaats gaan maken voor paarse varianten. 


Mijn paarse metamorfose bleef niet onopgemerkt want ook al is het een doodnormale kleur kreeg ik opeens van allerlei bekenden en onbekenden opmerkingen over mijn paarse tenue. Ga je trouwen? Ben je lid van een bepaald genootschap? Veel mensen blijken nieuwsgierig te zijn als je je dus niet houdt aan het ongeschreven donkere kledingsvoorschrift. Leuk vond ik het natuurlijk dat Judith zich vervolgens ook in het paars ging hullen en toen gingen we voor de grap ook maar eens op zoek naar paarse kleertjes voor onze dochters Chloé en Alizia. Paars heeft trouwens vele tinten en nuances, het varieert van licht violet tot donker purper en dat geeft de mogelijkheid om toch talrijke variaties in je kleding aan te brengen. Judith zegt gekscherend altijd dat er wel vijftig tinten paars zijn.
Je begrijpt dat zo’n paars gekleed gezin een hele verschijning is in een hoofdzakelijk grijze wereld. En we zijn ons er ook van bewust dat we hier opzien mee baren, maar toch verbaast het ons hoeveel het los maakt. 


Mensen kijken ons als we met het hele gezin op straat lopen na, of tikken elkaar aan. Geregeld maakt men gevraagd of ongevraagd foto’s van ons en het voelt af en toe alsof we BN’ers (Bekende Nederlanders) zijn. Laatst werden we zelfs geïnterviewd door een journaliste voor een Amsterdams tijdschrift die alles wilde weten van de ‘Purple Family’. Door de verschijning in dit blad werden we door nog meer mensen op straat in Amsterdam-Zuid aangesproken, wat wij trouwens erg leuk vonden.

In Spanje vallen we toch iets minder op, alhoewel we in Málaga omgedoopt zijn als ‘La Familia Morada’, is kleur hier toch een belangrijk bestanddeel van de traditionele klederdracht. Tijdens processies of belangrijke feesten dragen mensen hier bont gekleurde jurken waar paars en lila ook tot het kleurenscala behoren. Dat levert soms mooie foto’s op, waarvan we er trouwens eentje hebben gebruikt voor onze kerst- en nieuwjaarskaart van afgelopen jaar.
Alhoewel onze paarse kledingkeuze zoals je kon lezen op een spontane en ludieke manier is ontstaan, is het nu min of meer onze huisstijl geworden. Het doet ons daarnaast ook deugd dat mensen verwonderd en geïnspireerd worden door onze outfit, wat weer een beetje aansluit bij één van mijn levensfilosofieën ontleend aan Aristoteles, namelijk “verwondering is het begin van alle wijsheid”.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Download
Purple Family in ZOZ Magazine.pdf
Adobe Acrobat document 361.1 KB

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De digitale verleiding is groot

Mijn credo voor vandaag is “Laat je niet misleiden”. In het leven wordt je voortdurend op allerlei manieren misleid en verleid om een dienst af te nemen. Op zich is daar niets mis mee, want dat is een deel van de kunst van het ondernemerschap. Het moet echter niet zo zijn dat je achteraf, als je de dienst en/of product al hebt afgenomen, je niet tevreden bent omdat het totaal niet overeen kwam met wat je beloofd werd.

Dus als klant moet je vooraf kritisch zijn en proberen te doorgronden wat men je met mooie woorden en prachtige afbeeldingen belooft zodat je later niet van een koude kermis thuis komt.

Ook in de hospitality en met name bij het boeken van hotels krijg je met allerlei mooie beloftes en vooruitzichten te maken. Bijna iedereen raadpleegt tegenwoordig het internet om de verschillende mogelijkheden te vergelijken betreffende het gunstigste en aantrekkelijkste vervoer en verblijf.


Prachtige flitsende websites komen aan je voorbij als je naar hotels aan het surfen bent op internet. De meeste hotelwebsites zien er gelikt uit en dat is niet verwonderlijk want ze dienen er natuurlijk voor om je een uitstekende eerste indruk van het hotel te geven en je over te halen te boeken. Vaak geven de internetfoto’s een heerlijk romantisch beeld van het onderkomen. Je krijgt een receptie zonder wachtrij te zien met vriendelijk lachende personeel, een foto van het restaurant met een rijk gevuld buffet, een bar met een jong stel dat het uiterst gezellig met elkaar heeft en een schitterende hotelkamer waarin een vaas met verse bloemen staat. Je bent al snel geneigd om aan de hand van zo’n website te oordelen en je reservering te maken. Daar is ook niets mis mee, maar pas op want schijn kan bedriegen; de foto’s kunnen soms niet helemaal in overeenstemming zijn met de situatie die je ter plekke aantreft.

Okay, je komt nog wel eens hele knullige websites tegen met foto’s die meer dan dertig jaar geleden lijken te zijn genomen. In zo’n situatie kun je meestal al op je klompen aanvoelen dat je terecht zult komen in een ouderwets, slecht onderhouden hotelletje want als je je op die manier presenteert op internet dan is meestal de rest van de ambiance gelijkwaardig of soms nog slechter.


De meeste vier- en vijfsterren hotels, de plekken waar ik professioneel in geïnteresseerd ben, maken vanzelfsprekend gebruik van uitstekende webdesigners en vakkundige fotografen. Kamers, lobby, restaurant en andere faciliteiten worden zo mooi mogelijk digitaal vast gelegd en zo aantrekkelijk mogelijk op hun hotelwebsites gepresenteerd. Digitaal boeken gaat meestal heel eenvoudig en binnen enkele klikjes heb je een reservering gemaakt.

Met name voor de reizen voor KUNSTSTAD zoek ik al jaren voor vele reislocaties geschikte vier- en vijfsterrenhotels en ook mijn eerste onderzoek vindt via het internet plaats. Echter, ik kan je uit uitgebreide ervaring vertellen dat je echt niet altijd op deze eerste digitale indruk af moet gaan want ik heb talrijke hotels, na mijn vooronderzoek op internet, uiteindelijk daadwerkelijk bezocht en kwam vaak tot opzienbarende ontdekkingen.

Ik ga als volgt te werk; eerst maak ik vooraf een selectie van een aantal viersterrenhotels in het centrum van een te bezoeken stad. Het liefst kies ik een hotel van een luxe viersterrenketen omdat die vaak al aan een aantal basiskwaliteiten voldoet. Graag kom ik op het fenomeen van grote hotelketens een ander keer nog eens uitgebreider terug. Na mijn internetonderzoek plan ik mijn (onderzoeks)reis in en maak ik afspraken voor een rondleiding met één of meer personen van de reserveringsafdeling of van het management van de hotels die ik op het oog heb. Ik bekijk de verschillende type kamers en alle andere faciliteiten en zie dan ter plaatse of dit overeenkomt met de gemaakte beloftes op hun websites.

Soms ziet het hotel er precies zo uit zoals de indruk die ik op internet er van kreeg en heel af en toe worden mijn verwachtingen gelukkig wel eens overtroffen. Helaas gebeurt het ook regelmatig dat ik de lobby van een viersterrenhotel binnen kom en eigenlijk gelijk weer om wil draaien. Het lijkt dan van geen kanten op de foto’s die ik op de website zag! 


Soms loop ik dan ook daadwerkelijk direct weg en probeer mijn tijd te besteden aan het kwalificeren van andere hotels. Af en toe, meestal als ik al in zo’n teleurstellende hotel een afspraak met iemand heb gemaakt, onderga ik toch even een rondtoer. De reden dat ik dat doe is dan meestal uit pure nieuwsgierigheid waarom men niet levert wat men belooft. De antwoorden zijn uiteenlopend en ook daar kan ik een andere keer nog wel eens een verhaal aan wijden.

Het blijft dus een uitdaging om via internet een hotel te boeken en het kost wat ervaring, tijd en oplettendheid om de juiste plek voor je vakantie of zakenreis te vinden.
Succes!

 

Judith de Groot

info@HospitalityScanner.com

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


In de voetsporen van Rembrandt

Er zijn vele kunstenaars waar ik een groot fan van ben en het zal je dan ook niet verwonderen dat één van hen Rembrandt van Rijn is. Al vanaf mijn prille jeugd ben ik een bewonderaar van de werken van onze grote zeventiende eeuwse meester. Als kind stond ik vol belangstelling te turen naar De Nachtwacht; ik kon van dit enorme schilderij en ook van zijn andere kunstwerken geen genoeg krijgen. Hetzelfde gevoel lijk ik nu al weer te bespeuren bij mijn twee jonge dochters Chloé en Alizia. Ook zij herkennen al veel schilderijen van Rembrandt als we in allerlei Europese musea zijn. En als we zoals nu een korte periode weer even in Amsterdam zijn dan ‘moet’ ik van mijn meiden met hen naar het Rijksmuseum om daar onder meer de ‘oude’ en ‘jonge’ Rembrandt te gaan bekijken. Je begrijpt dat ze dan het eerste zelfportret van Rembrandt bedoelen en ook één van de laatste die hij van zichzelf geschilderd heeft.

Daarnaast wandelen we regelmatig samen door het centrum van onze hoofdstad en worden we op allerlei plekken herinnerd aan de bekende schilder uit de Gouden Eeuw. 


Een paar maanden geleden stonden we bij het graf van Saskia in de Oude Kerk en vertelde ik aan mijn dochters dat zij de eerste vrouw van Rembrandt was en dat hij haar verschillende keren had geportretteerd. Toen we laatst langs de Westerkerk kwamen deed het mij dan ook genoegen dat dit beroemde Amsterdamse monument geopend was voor publiek. Ik vertelde namelijk aan mijn kinderen dat in de nabijheid van deze kerk Rembrandt begraven was, maar dat de plek van zijn graf niet meer bekend is omdat er geen geld was voor een duur graf in de kerk. Gisteren besloten we om met z’n drietjes in het kader van onze oneindige Rembrandt-tour naar het Rembrandthuis te gaan. In zijn voormalige woonhuis aan de Jodenbreestraat, niet ver van het Waterlooplein, kun je een goed beeld krijgen van hoe hij leefde en werkte. In het naast gelegen pand, dat een onderdeel is van het Rembrandthuis, worden tijdelijke exposities gehouden en momenteel is daar een tentoonstelling van Glenn Brown. De hedendaagse kunstenaar laat zich inspireren door oude meesters zoals Rembrandt, dus vandaar dat hij hier een tentoonstelling heeft gekregen. Brown schildert ogenschijnlijk een bekend werk van Rembrandt na en geeft er zijn persoonlijke artistieke ‘twist’ aan; Brown’s werk heeft heel veel weg van onze grote meester maar door de brute verfstreken die Brown gebruikt heeft is het ook weer totaal anders. 


De Britse kunstenaar Glenn Brown is met zijn typerende manier van schilderen al behoorlijk bekend geworden en in allerlei grote musea wereldwijd hangen werken van hem. In het Centre Pompidou in Málaga hangt Brown’s versie van Rembrandt’s Flora, waar nog duidelijk Saskia van Uilenburgh in is te herkennen. Het is in Málaga één van mijn favoriete schilderijen. Ook was ik aangenaam verrast toen ik dit najaar in het Van Goghcentrum in Arles bij een speciale Glenn Browntentoonstelling aldaar zag dat hij ook werken had gemaakt geïnspireerd op schilderijen van Van Gogh.

Onze onuitputtelijke Rembrandtocht is gelukkig nog lang niet ten einde, want zo ga ik dit voorjaar naar de Duitse stad Kassel en zal ik wederom (ik ben er al verscheidene malen geweest) naar de Gemäldegalerie  in het Schloss Wilhelmhöhe gaan. In dit belangrijke museum hangt de op één na grootste collectie schilderijen van Rembrandt in Duitsland. 


Dit is trouwens één van de redenen om naar Kassel af te reizen, het andere motief om dit te doen is om van de zomer in Kassel De Documenta te bezoeken. Dit is de toonaangevende vijfjaarlijkse kunstmanifestatie waarbij op allerlei locaties de stand van de hedendaagse kunst wordt getoond. Ben benieuwd of er weer een ‘nieuwe’ Rembrandt tussen zit.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

NB. Wil je trouwens met me mee naar Kassel & De Documenta meld je dan hier aan of kijk hier voor meer informatie.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het zijn de kleine dingen die het doen

Soms vragen mensen wel eens aan mij ‘wat is nou een ultieme manier om gastvrijheid en klantvriendelijkheid te tonen?’. Dan geef ik vaak als antwoord dat dit meestal in hele kleine dingetjes zit. Een mooi gebaar, een onverwachte vriendelijke reactie of iets bijzonders wat je niet had zien aankomen maar wat wel heel erg door de ontvanger wordt gewaardeerd. Natuurlijk verwacht je als je dit leest dan hier van mij een voorbeeld van.

Ik moet allereerst denken aan wat we afgelopen anderhalve maand meemaakten toen we intensief aan het vliegen waren, onder andere van Amsterdam naar Málaga, vandaar naar Lissabon en vervolgens naar Porto om uiteindelijk vanaf daar weer via Lissabon naar Málaga terug te keren. Tenslotte stapte Marcel precies twee weken geleden met Chloé en Alizia wederom in het vliegtuig om vanuit Zuid-Spanje naar Amsterdam terug te keren, terwijl ik dat traject nog vijf dagen daarvoor had afgelegd. 


Hij sms-te, toen hij met de twee meiden aan boord zat, dat er door de captain werd omgeroepen dat het enorm mistig was in Amsterdam en dat ze hierom op de luchthaven van Málaga een uur in het vliegtuig naast de landingsbaan moesten wachten. Het vliegtuig was behoorlijk vol, bijna geen één plaats was onbezet en hij wist dat hij sowieso, ongeacht de vertraging, ook meer dan drie uur vliegtijd voor de boeg had. Ik dacht meteen, dat is balen voor hem en de kinderen!    

Ik moest, toen ik dit nieuws per sms in Amsterdam van hem hoorde, terugdenken aan ons vertrek van het vliegveld van Lissabon van een week eerder. Ook daar hadden we vertraging, meer dan twee uur zelfs, en dat hoorde we pas toen we al gereed voor vertrek in het vliegtuig zaten. De Portugese piloot deelde in gebroken Engels mee dat we door het slechte zicht, veroorzaakt door de mist in Lissabon, niet op konden stijgen omdat we moesten wachten op vertraagde toestellen die nog voor ons in de rij moesten landen. Voor de rest van de vertragingstijd waren we verstoken van informatie en de stewardessen zeiden ook niet veel. 

Ik zag dat verschillende passagiers zich na een uur wachten in de kleine ruimte van het toestel behoorlijk begonnen te ergeren. De Britse dame die op de rij voor ons zat, bleek al vroeg in de nacht te zijn vertrokken uit Zürich en voor haar was deze vlucht een overstap naar haar woonplaats Málaga. Ze was moe, had honger en was boos waarom ze dan niet gewoon in de vertrekhal had mogen blijven. Terugkomend op de inleiding van mijn verhaal, hoopte ik dat de crew met name voor deze dame iets bijzonders zou doen, een mooi gebaar zou maken of iets wat haar een beetje op zou monteren. Het enige wat de stewardessen na meer dan een uur wachten deden was iedereen een glaasje water geven, zonder verdere aandacht of informatie en dat maakte onze Britse buurvrouw nog bozer.

Niet alleen voor de Britse dame en de andere passagiers maar ook met name voor onze dochters is zo’n wachttijd een behoorlijke opgave. We verlangen van ze dat ze gewoon stil zitten en afwachten maar dat kan best moeilijk zijn als je nog zo klein bent.


Tijdens een gewone vlucht (zonder vertraging) zijn er allerlei afleidingsmomenten zoals het opstijgen, eten, drinken en dalen voor onze kinderen. 

Maar twee uur alleen maar stil zitten wachten vergt van zulke kleine passagiers een enorm brok geduld en van ons als ouders creativiteit. Mijn complimenten voor mijn kinderen want dat deden ze dit keer ook weer enorm goed, maar toch miste ik hierbij de hulp van de crew van het vliegtuig. Ze maakten geen extra gebaar richting de kinderen zoals het geven van een klein presentje in de vorm van een kleurplaat en potloden, of het schenken van een limonadedrankje. Een gemiste kans!

Dus toen ik laatst zogezegd in Nederland wachtte op Marcel, Alizia en Chloé en ik van hun vertraging vernam vroeg ik mij af hoe het hen dit keer zou vergaan. En op bijna hetzelfde moment zag ik via Facebook een foto voorbij komen van een lachende Alizia in de cockpit van het betreffende vertraagde vliegtuig op luchthaven van Málaga. Kort daarna verscheen natuurlijk ook een foto van Chloé die, een beetje timide, ook plaats achter de stuurknuppel had genomen. Later begreep ik van Marcel dat de (Nederlandse) piloot iets heel bijzonders had gedaan. Na zijn aankondiging van het uur vertraging zei hij direct daarna dat alle geïnteresseerden (kinderen) even een kijkje mochten komen nemen in de cockpit. Geweldig! Wat een plezier deden ze hier de kleine passagiertjes mee. Het uur vertraging ‘vloog’ letterlijk en figuurlijk om en ik begreep van Marcel dat ze er tijdens de vlucht niet over uitgepraat raakten. 


Ik hoorde later in Nederland van mijn dochters dat de stoelen automatisch naar voren en achter, en naar links en rechts konden, dat het cockpitraampje zelfs door de piloot werd geopend en nog veel meer opwindende dingen die voorin het vliegtuig gebeurden. Wat hadden ze mijn meiden en de andere kinderen hier een plezier mee gedaan.

Kijk, dit is nou precies wat ik bedoel met gastvrijheid. Je kunt door middel van een klein gebaar de klant (zowel de kinderen als natuurlijk ook de ouders) een goed gevoel geven tijdens een ongemakkelijk situatie. Dit is nu precies een ‘neuslengte’ verschil waarom deze piloot de ultieme manier van hospitality gaf en de captain en de crew van de Portugese maatschappij van een week eerder een steek lieten vallen.

Van dit soort voorbeelden heb ik er uiteraard nog meer en waarschijnlijk zal ik de aankomende jaren hier nog wel eens met genoegen over schrijven.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Waar is het Gele Huis?

Jaarlijks kom ik zeer geregeld in het mooie Stedelijk Museum in Amsterdam, want telkens als ik weer in Amsterdam ben loop ik hier samen met mijn dochters wel even naar binnen. Dit heeft er trouwens voor gezorgd dat we daar al een bekende verschijning zijn geworden en dat we zelfs in hun jaaroverzicht van 2016 staan (klik hier). Alizia kent menig schilderij in het Stedelijk al en ik ben ook erg trots als ze volmondig roept ‘Kijk Mondriaan!’ of ‘Dat zijn de Vragende Kinderen van Karel Appel’.
Ik merk dat door onze bezoeken aan allerlei musea, op vele plekken in Europa, Alizia, en inmiddels ook haar jongere zusje Chloé, veel kunstwerken herkennen, zoals de schilderijen van Marc Chagall, die ze onder andere afgelopen tijd zagen in Málaga, Nice en natuurlijk in Amsterdam. Ook de werken van Picasso, meubels van Rietveld, de expressieve doeken van Willem de Kooning en nog veel meer kunst roept herkenning op.


Ze vinden het lopen door alle museumvertrekken erg vermakelijk want het is voor hen een soort ontdekkingstocht waarbij ze steeds zaken zien die ze herkennen, echter er is toch ook telkens weer iets nieuws te bespeuren. Geregeld gaan ze samen voor een schilderij zitten en dan ‘moet’ ik wat vertellen. Naast de ‘kunsthistorische waarheid’ verzin ik vaak een spannend verhaal erom heen en dat maakt het museumbezoek voor de meiden een nog groter avontuur.
Zondag was ik met Alizia even alleen op pad en zij mocht kiezen waar we naar toe gingen. Zij koos er wederom voor om naar het Stedelijk Museum te gaan en hier gaf zij aan mij een rondleiding. Altijd leuk voor een vader om door je dochter van drieënhalf te worden rondgeleid. Vervolgens wilde ze naar het kinderatelier, waar zij met bewegende ‘machines’ van de kunstenaar Jean Tingeley tekeningen kon maken.  
De middag was nog niet om en daarom wilde zij na ons bezoek aan het Stedelijk naar het naastgelegen Van Goghmuseum. Hier heeft ze altijd een aantal persoonlijke hoogtepunten die zij wil bekijken zoals onder meer het beroemde ‘Bruggetje van Van Gogh’


De reden hiervoor is dat we van de zomer bij de ophaalbrug in de buurt van Arles, dat model hiervoor stond, zijn geweest. Tijdens dit bezoek aan het Van Goghmuseum leek het mij leuk om eerst naar de museumwinkel te gaan en haar een ansichtkaart te laten uitkiezen van een werk van Van Gogh en om die dan vervolgens te gaan zoeken in het museum. Het was op deze manier een erg leuke tocht. Op de kaart die zij koos stond trouwens het schilderij van ‘Het Gele Huis’, de plek waar Van Gogh woonde in Arles. In dit beroemde huis schilderde hij onder andere de beroemde Zonnebloemen en ontving hij ook zijn collega Paul Gauguin. Alizia dacht dat ze dit gele huis een tijdje geleden in Arles gezien had en daarom had ze de kaart ook gekocht. Maar er blijken meer geel geschilderde huizen in Arles te zijn en het woonhuis van Van Gogh is helaas na de Tweede Wereldoorlog afgebroken omdat het zwaar beschadigd was.


Uiteindelijk vonden we het originele schilderij in het museum. Alizia en ik moesten wel moeite doen om het te kunnen bewonderen want een grote groep bezoekers stond ervoor, het is namelijk één van de hoogtepunten van de collectie. Naast het kunstwerk kon je ook nog een fragment zien én zelfs horen van de brief die Vincent aan zijn broer Theo over dit schilderij stuurde. Alizia moest natuurlijk ook dit gesproken citaat met behulp van de hoofdtelefoon beluisteren terwijl ze tegelijkertijd haar ansichtkaart met ‘Het Gele Huis’ zat te bestuderen. Voor mij als vader is dit een bijzonder schouwspel om een meisje dat nog geen vier is zo te zien.

Toen we uiteindelijk thuis kwamen moest haar zus Chloé horen wat ze allemaal gemist had en ze kreeg natuurlijk ook aan de hand van de prentbriefkaart een heel verslag over de zoektocht naar het schilderij van ‘Het Gele Huis’. Ze hadden het er vervolgens al weer over wat voor museum ze deze week samen (met papa) zouden gaan bezoeken. En ik verheug me er al weer op om dit met ze te gaan doen.


 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Even lekker ‘zitten’ werken

Momenteel zit ik dit blog te schrijven op een ongemakkelijke stoel in een heerlijk rustige lobby van een Amsterdams hotel. Zoals je weet strijk ik zelfs als ik niet op reis ben toch weer neer in één van de vele mooie vier- of vijfsterrenhotels die onze hoofdstad rijk is. Deze hotellobby’s zijn eigenlijk mijn zogenaamde mobiele werkplek, want met mijn laptop en mijn telefoon bij me kan ik overal dingen doen. Laatst zei eens iemand, jullie zijn echte ‘digitale nomaden’ en dat vond ik een wonderbaarlijk mooie aanduiding voor onze levens- en werkwijze.

Dus nam ik ook deze week in Amsterdam mijn computer onder mijn arm en toog ik naar het College Hotel, dat bij ons in de buurt ligt. De sfeer is er altijd goed en de koffie lekker. Eén van de weinige minpunten is echter het comfort van het meubilair. Het ziet er allemaal mooi uit, maar de zithouding die je in de stoelen aan moet nemen is mijns inziens enigszins onhandig. 


De stoelen en banken zijn namelijk zo laag dat je je computer niet op het tafeltje kwijt kunt, dus die dien je op schoot te houden. Dat hou je zo wel even vol, maar als je iets langer wilt werken dan begin je dat te voelen in je nek. Daarnaast kom je lastig weer overeind als je eenmaal lekker gezeten hebt.

Ook bij het gloednieuwe Hilton Hotel op Schiphol is het meubilair niet helemaal zoals ik graag zou willen. Het oude Hilton Hotel was zwaar verouderd en aan vervanging toe en daarom bouwde men naast het voormalige gebouw een futuristische nieuw hotelgebouw (terwijl het oude Hilton werd afgebroken). Het nieuwe Hilton Hotel op Schiphol ziet er van binnen ruim en ook spannend uit. Vanuit de lobby, die zich in een soort atrium bevindt, kijk je naar alle verdiepingen die zich rondom het overdekte binnenhof bevinden.

Als je een keer een zakelijke afspraak in de buurt van Schiphol hebt of na een lange vlucht nog even rustig iets wilt drinken voordat je naar huis rijdt dan is deze plek een echte aanrader. 


Echter ook hier dient zich eenzelfde nadeel aan als waar ik mijn verhaal mee begon en dat is het comfort van de meubels. Qua styling ziet het er aardig uit, erg gemakkelijk zijn ze echter niet. Ook het personeel klaagt erover, want de tafels zijn zelfs zo laag dat de ober met een vol dienblad in zijn hand echt geheel op zijn knieën moet gaan zitten om de drankje op tafel te zetten. Anders dient hij namelijk zo diep te bukken dat de drankjes van het dienblad af zouden vallen.

Echter het barinterieur van een hotel in Sevilla spande de kroon. Het geheel was traditioneel Seviliaans ingericht met gekleurde tegeltjes en met hout en was erg sfeervol. Ik heb echter nog niet uit kunnen vinden of het ook authentiek is om daarbij de meubels in kinderformaat te hebben, want dat is wat ik daar aantrof. Voor Alizia en Chloé was dit natuurlijk ideaal, want die konden geheel zelf op en af de stoeltjes klimmen. 


Voor volwassenen is het echter totaal niet praktisch en mocht je last van je rug of je benen hebben dan kan ik me voorstellen dat je niet meer van het ministoeltje omhoog zou kunnen komen.

Sfeer, schoonheid en comfort staan dus echt totaal los van elkaar blijkt maar weer, maar horen in mijn ogen in een kwaliteitshotel wel samen te gaan. Het oog wil wat, maar ook je rug en andere lichaamsdelen moeten niet vergeten worden.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het Verleden, het Heden en de Toekomst

Afgelopen zondag prooste ik met een groot aantal trouwe deelnemers aan de activiteiten van KUNSTSTAD op het nieuwe jaar. Dit deden we dit jaar in de beroemde Beurs van Berlage in het centrum van Amsterdam. De plek waar we samenkwamen in dit gebouw was in het beurscafé, dat met al het baksteen een hele bijzondere atmosfeer uitstraalt. Het artistieke gebruik van baksteen (deels geglazuurd) is één van de kenmerken van de architectuur van architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934). Berlage nodigde overigens bij het ontwerp van het gebouw beeldend kunstenaars uit om van het gebouw een ‘Gesamtkunstwerk’ te maken (deze Duitse term wordt gebruikt als er meerdere disciplines uit de kunst toegepast worden), waaronder de beeldhouwers Mendes da Costa en Lambertus Zijl. Voor de tegeltableaus in het Beurscafé vroeg Berlage zo’n 120 jaar geleden de Nederlandse schilder Jan Toorop om deze te ontwerpen. 


Wat een genot was het dan ook om zondag tijdens onze Nieuwjaarsreceptie kort hier iets over te mogen vertellen. De drie levensgrote tableaus van keramiek stellen drie tijdsperiodes voor; het Verleden, het Heden en de Toekomst. 

Op de scene uit het verleden is te zien hoe men in vroegere tijd de mensen als slaven hard liet werken en de man met een zwaard de dienst uit maakte. Op het tableau uit het heden zien we hoe de koopmannen (waar de Beurs voor bedoeld was) de dienst gaan uitmaken, maar het lijkt er ook wel op dat de emancipatie van de arbeider en zelfs die van de vrouw belangrijk aan het worden zijn.

Bij het laatste tegelwerk wordt volgens Toorop in de toekomst het geestelijke leven belangrijker en je ziet er dan ook allemaal gelukkige mensen op de achtergrond. Alhoewel alle symboliek van het tableau een verwijzing is naar het socialisme en naar de opkomst van de arbeidersbeweging beeldt Toorop op de voorgrond toch een Christusfiguur (herkenbaar aan een aureool) af.

De Beurs van Berlage wordt in verschillende kunstboeken als voorbeeld van de Nederlandse Art Nouveau (ook wel bekend als Jugendstil) gezien. Qua tijdperk valt de Beurs hier zeker onder want de Art Nouveau floreerde tussen 1890 en 1910, en in die tijd is de Beurs ontworpen en gebouwd. Misschien valt de Amsterdamse Beurs niet zo snel te vergelijken met andere typische andere internationale Art Nouveau gebouwen, maar hij past toch goed bij monumenten uit die zelfde periode zoals de Glasgow School of Art van de Schotse architect Macintosh, het Wiener Secessiongebouw van Joseph Olbricht of de Rijkspostspaarbank in Boedapest van Ödön Lechner. 


Dit laatste gebouw en nog een aantal andere projecten van deze Hongaarse architect en tevens dus tijdgenoot van Berlage ga ik in mei met een aantal geïnteresseerden bekijken. De Hongaarse hoofdstad heeft trouwens prachtige Jugendstil gebouwen en is alleen daarom al zeer de moeite waard (klik hier voor meer informatie over deze reis).

Bij Art Nouveau of Jugendstil (ik gebruik de termen vaak door elkaar) denk je vaak aan steden zoals Brussel met de architectuur van Victor Horta, of aan Nancy met de glaskunst van  Emile Gallé, maar wat mij echt verraste een paar weken geleden waren de Art Nouveau-panden in Porto. Deze belangrijke kunststroming is aan de tweede stad van Portugal niet voorbij gegaan. Sommige huizen in Porto zijn als het om Art Nouveau gaat echt juweeltjes en dat maakt het stadsbeeld, gecombineerd met nog veel oudere architectuur, echt compleet. 


Voor veel mensen is Porto misschien nog onbekend maar graag toon ik je binnenkort meer van deze stad tijdens mijn presentatie hierover (klik hier voor meer info hierover).

Zo zie je maar, je raakt in Europa gewoon nooit uitgekeken en telkens vallen mij weer nieuwe dingen in steden op.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wij kennen de plekken waar we met je op reis naar toe gaan!

Afgelopen weekend besloot ik om vanuit het zonnige Málaga weer terug te gaan naar het onstuimige, maar mooie Nederland. Mijn dochters en Marcel bleven nog even achter in Zuid-Spanje, maar ik wilde graag afgelopen dinsdag aanwezig zijn op de vakdag van de jaarlijkse Vakantiebeurs in Utrecht. Traditiegetrouw heet de dag, voorafgaande aan de officiële opening voor het grote publiek, de ‘vakdag’, waar allerlei mensen uit de reis- en hospitalitybranche elkaar ontmoeten.
Ik vind het altijd erg boeiend om tijdens deze vakdag op de Vakantiebeurs te zien welke hotels aanwezig zijn en hoe ze zich tonen aan het publiek. Ook ben ik geïnteresseerd in hoe Europese steden en regio’s zich presenteren, waarbij ik inspiratie op doe voor eventuele nieuwe reislocaties voor onze reizen van KUNSTSTAD. 


En natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar waar andere ‘concullega’s’ uit de reiswereld mee bezig zijn.

Het was, net als andere jaren, weer erg gezellig op de beurs. Men tracht zoveel mogelijk op thema of op land de verschillende stands te groeperen wat altijd goed lukt. Dit wordt dan weer aangevuld met op iedere plek een passend culinaire aanbod en zo sta je bijvoorbeeld met mensen uit de branche op de Spaanse afdeling een heerlijk Rioja-wijntje te drinken met typerende Spaanse tapas. Of je eet een Bretzel op een Oostenrijks uitziend terras. Een prima ambiance dus om inspiratie op te doen en oude zakelijke bekenden of nieuwe vakgenoten te ontmoeten.

Al snel raakte ik in gesprek met een aantal interessante collega’s, die uiteraard allen in de reisbranche werkzaam waren, en wat me telkens opviel is dat ze allemaal, geen eentje uitgezonderd, erg enthousiast waren over het verhaal dat ik hen over KUNSTSTAD vertelde. 


De meeste reisproducenten die ik spreek zijn namelijk doorgaans bezig met een massaproduct, dat wil zeggen dat ze zoveel mogelijk mensen naar zo populair mogelijke bestemmingen brengen. Het valt me regelmatig op, ook nu weer tijdens de Vakantiebeurs, dat de meeste mensen uit de reisbranche zo weinig tijd hebben om precies te weten wat ze verkopen. Ze zijn op de meeste locaties niet eens zelf geweest en meestal hebben ze dus niet zelf ervaren wat ze aan hun klanten aanbieden. Hier zijn Marcel en ik dus totaal anders in. Wij bieden geen reizen aan naar plekken en steden waar we zelf nog nooit geweest zijn. Wij organiseren eigenlijk niets zonder dat we er zelf van overtuigd zijn dat het interessant en de moeite waard is.

We testen, zoals de trouwe lezers weten, zelf alle hotels voor onze reizen. Met veel plezier kiezen wij voor elke reis het hotel uit dat het meeste aan onze eisen voldoet. We stellen het programma samen en selecteren gezellige restaurants. Kortom; we staan achter de reis die we met veel toewijding en genoegen formeren.  


Onze manier van aanpak lijkt misschien allemaal een beetje ‘overdreven’, maar het is wel zoals wij het doen! Wij zijn op deze manier bezig met iets wat we ontzettend leuk vinden en dragen dat hopelijk ook uit. En ik merk dat collega’s uit de reiswereld daar soms best wel een beetje jaloers op zijn en ook heel graag wel eens precies willen weten wat ze hun klanten voorschotelen, maar door de ‘overspannen’ manier van zakendoen hier niet aan toekomen.

Mijn bezoek aan deze editie van de vakdag van de Vakantiebeurs was weer zeer geslaagd en heeft me weer wat nieuwe ideeën en inzichten opgeleverd. Wat trouwens wel leuk is om in dit kader mee te delen is dat één van onze reizen van dit jaar op de Vakantiebeurs wordt aangeboden, namelijk de bijzondere reis naar Kassel & De Documenta. Onder meer bij de stand van het Duits Verkeersbureau en ook bij het kraampje van de stad Kassel liggen onze flyers. Mocht je naar de Vakantiebeurs in Utrecht gaan de komende dagen dan zie je onze folder wellicht liggen en neem hem dan vooral mee! Mocht je niet in de gelegenheid zijn om naar deze beurs te gaan dan krijg je deze flyer ook tijdens onze Nieuwjaarsreceptie a.s. zondag (15 januari) in de Beurs van Berlage uitgereikt.
Ik hoop je daar te zien!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wandelend als een flaneur door de Europese steden

Eergisteren wandelde ik door de karakteristieke straatjes van mijn geliefde Málaga en ik genoot van de historische Andalusische architectuur die de stad rijk is. Tijdens mijn wandeltochten kijk ik ook graag naar het doen en laten van de lokale bevolking want dat maakt de beleving van een plek zo speciaal.

Het weer was buitengewoon aangenaam hier in Zuid-Spanje; de lucht was helemaal blauw en de zon scheen heerlijk. De temperatuur was rond de 20 graden en voor de eerste week van januari blijft dat voor een Nederlander als ik bijzonder om mee te maken. Prima omstandigheden dus om een lange wandeling te maken. Ik liep op mijn gemak langs het Romeinse amfitheater en zag het hoger gelegen fort liggen dat zijn oorsprong in de Moorse tijd heeft. Ik liep door de palmentuin en zo kwam ik uiteindelijk bij de Middellandse Zeekust aan. De combinatie van dit alles maakt deze stad aantrekkelijk en compleet.


Terwijl ik zo door Málaga aan het kuieren was, moest ik terugdenken aan mijn wandelingen van meer dan een week eerder. Toen maakte ik verschillende wandeltochten door het prachtige Porto, de tweede stad van Portugal. Porto is gelegen aan een brede rivier genaamd de Douro, echter de zee (over beter gezegd de Atlantische Oceaan) is nabij het oude stadscentrum gelegen. Het is wel een fikse wandeling om vanuit het historische stadshart van Porto aan de kust te belanden maar tijdens deze tocht viel er ontzettend veel te zien; oude bouwkunst afgewisseld met moderne architectuur. Wat betreft het laatste is Casa da Música, dat ontworpen is door onze eigen Rem Koolhaas, zeer in het oogspringend.

Net als in Málaga trachtte ik ook Porto, zoals je al leest, zoveel mogelijk te voet te leren kennen. Dit doe ik trouwens in alle steden waar ik kom, overal blijf ik rondwandelen en rondkijken. 


Eigenlijk zou je mij het beste een flaneur kunnen noemen. Een flaneur is volgens de Franse schrijver Charles Baudelaire (1821-1867) iemand die zich buiten de deur altijd thuis voelt. Baudelaire zegt dat de flaneur niet gestoord wordt door de kortste weg maar dat hij ruimte en tijd openlaat. De flaneur laat zich graag afleiden door zijpaden of ophouden door onverwachte ontmoetingen. Volgens Baudelaire is het doel van de flaneur het voeden van een gretige nieuwsgierigheid. En dat is eigenlijk precies wat mijn manier van wandelen door Europese steden goed verwoord. Ik kan me dan ook goed in de beschrijving van Baudelaire vinden.

De Amerikaanse schrijven en filosoof Walter Benjamin (1892-1940) beschrijft de flaneur later als een detective van het leven op straat. Hij is aandachtig en observeert. Hij is een connaisseur van de stedelijke omgeving. In deze aanvullende beschrijving van de flaneur door Benjamin kan ik me ook wel vinden.


Vaak heb ik ook het schilderij ‘Der Wanderer über dem Nebelmeer’ van de Duitse Romantische schilder Caspar David Friedrich (1774-1840) in mijn gedachten als ik op pad ben. Meestal begin ik daarom ook mijn stedenpresentaties met een afbeelding van dit opmerkelijk kunstwerk. Het schilderij toont ons een man op de rug gezien (mijns inziens een echte flaneur), die vanaf een hoge rots over een zee van mist tuurt naar het met nevel gevulde dal en met wolken omsluierde bergen. Voor mij is dit schilderij zo toepasselijk voor de stedenwandelingen die ik maak want het mistige landschap waar de betreffende wandelaar naar kijkt staat symbolisch voor elke stad die ik bezoek. Soms zijn steden voor mij nog onbekend en de ‘mist’ moet spreekwoordelijk nog optrekken om de stad beter te leren kennen. Door die ‘mist’ of ‘nevel’ in overdrachtelijke zin te laten verdwijnen maak ik zogezegd vele en lange wandelingen als een echte flaneur.


Het leukste is uiteindelijk om anderen deelgenoot van al mijn stedenwandelingen te laten maken. Dat kan zowel virtueel tijdens één van mijn stedenlezingen bijvoorbeeld over Porto (klik hier voor meer informatie) of gewoon tijdens één van mijn reizen die ik onder de vlag van KUNSTSTAD organiseer (ook een reis naar Porto staat dit jaar op het programma; klik hier).

Ik houd je via deze weg uiteraard op de hoogte van mijn verdere ontdekkingen en reisbelevenissen.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een kritische kijk op hotels in Europa

Jaarlijks verblijf ik, zoals de trouwe lezer weten, in vele hotels.  Als HospitalityScanner ben ik namelijk altijd op zoek naar het vier- en vijfsterrenhotel dat haar gasten de meest gastvrije ervaring bezorgt. Ik ben daarom zoals bekend tijdens mijn ontdekkingsreis zeer kritisch en heb ik een duidelijke mening over kwaliteit en service. Mijn credo is dat een luxe hotel haar gast met comfort moet omringen en zich meer dan thuis moet laten voelen.

Daarnaast selecteer ik voor KUNSTSTAD het meest geschikte hotel voor onze kunst- en belevingsreizen binnen Europa. Ik kom daarom regelmatig unieke, bijzondere, verrassende, steengoede, maar helaas ook ultiem slechte hotels tegen. Hieronder de ervaringen van mij in drie ultieme vijfsterrenhotels waar ik toch ook wat kritiek op had. 

'Hotel Eurostars Palace' in Córdoba

'Hotel Eurostars Palace', Córdoba

Zo verbleef ik in Córdoba bijvoorbeeld afgelopen jaar in een vijfsterrenhotel dat er in eerste instantie anders dan anders uitziet. Van buiten is het geheel bekleed met een stalen constructie die bruin gekleurd is. Het is een echte eye catcher in de stad, gelegen op een uitstekende locatie midden in het centrum van Córdoba. Echter het hotel blijkt in de praktijk een aantal nadelen te hebben, zoals je in mijn filmpje kunt zien.


'Hotel Palacio Villapanés', Sevilla

De Spaanse stad Sevilla heeft slechts een paar vijfsterrenhotels, die ik tijdens mijn verblijf in de stad uiteraard wilde leren kennen. Veel hotels in Sevilla zijn karakteristiek en authentiek en bevinden zich in een oorspronkelijk stadspaleis. Zo ook het Hotel Palacios Villapanés. In het filmpje dat ik hier opnam vertel ik je wat ik enorm kon waarderen in dit hotel en waarom ik dit toch uiteindelijk niet het meest ideale hotel van de stad vind.

'Hotel Palacio Villapanés' in Sevilla


'Westin Excelsior Hotel' in Rome

'Westin Excelsior Hotel', Rome

Als hotel heb je natuurlijk te maken met de uitdagingen van het pand waarin het hotel gevestigd wordt. Is het nieuw te bouwen of komt het in een historisch pand waarvoor beperkende regels gelden wat betreft de verbouwing en het exterieur. 

Als je dan in een gebouw met een geschiedenis terecht komt dan wil je die geschiedenis wellicht uitdragen en zichtbaar maken. Dit betekent echter niet dat daardoor de inrichting verouderd hoeft te zijn en niet onderhouden hoeft te worden. Je dient natuurlijk met je tijd mee te gaan en te zorgen dat alles functioneert zoals dat van een kwaliteitshotel verwacht wordt, 


helemaal als de prijzen voor de hotelkamers hoog liggen. In Rome viel mijn verblijf daardoor laatst tegen, zoals ik uitleg in het filmpje dat ik daar maakte. 

Met veel liefde en plezier verricht ik mijn onderzoek in de verschillende steden in Europa. Zoals ik in de introductie al schreef kom ik op deze manier op bijzondere plekken, maak ik unieke dingen mee en wordt ik soms door hotels verrast (zoals ook in de filmpjes te zien is die Marcel plaatste). 

Ik hoop in 2017 nog heel vaak onverwachte en mooie hotelverblijven te mogen meemaken en jou daar tijdens onze reizen zelfs deelgenoot van te mogen maken.

 

Judith de Groot, HospitalityScanner

info@hospitalityscanner.com

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Opmerkelijk hotels waar ik de afgelopen tijd verbleef

Meestal schrijf ik in mijn Travel Tales met veel genoegen over alle kunst en cultuur die ik tijdens mijn reizen tegenkom. Wist je trouwens dat Judith en ik alweer de vierde jaargang zijn ingegaan van onze wekelijkse geschreven reisbelevenissen? En degene die ons een beetje kennen weten dat we nog lang niet zijn uitverteld en -geschreven. Wat trouwens ook heel leuk om te doen is is om 'live' een verslag te doen tijdens een reis door middel van een korte film en die hebben wij dan ook een aantal keer gemaakt dit jaar. Met name bepaalde hotels die ik zeer bezienswaardig vond heb ik op het 'bewogen beeld' vastgelegd en deze keer wil ik een compilatie laten zien van deze video's van de afgelopen anderhalf jaar.

'Hotel Residenza Ruspoli Bonaparte' in Rome

'Hotel Residenza Ruspoli Bonaparte', Rome (It)
De meeste vier- en vijfsterrenhotels waar ik verblijf zijn mooi, luxueus en zorgen ervoor dat ik me prettig voel in een stad. Sommige hotels gaan echter nog een stapje verder en zijn echt een belevenis op zich. Zoals Hotel Residenza Ruspoli Bonaparte in Rome. Dit stadspaleis dat nog steeds tot de adellijke familie Ruspoli behoort, wordt door hen verhuurd als hotel. Je krijgt echter niet één kamer als je boekt maar een deel van het palazzo is dan je onderkomen. Je waant je echt even in vervlogen tijden en je wordt voortdurend herinnerd aan het rijke verleden van dit 'hotel' en de verschillende vorige eigenaren, zoals de familie Bonaparte. 


'Hotel iPortici', Bologna (It)

Tijdens onze voorbereidingen voor de reis van KUNSTSTAD naar Bologna, Padua en Ravenna, die afgelopen najaar plaatsvond, ontdekten we het Hotel iPortici in Bologna. We kregen, waarschijnlijk om een beetje indruk op ons te maken, van de hoteldirectie de mooiste suite aangeboden. Ze hoopten waarschijnlijk dat we op die manier zouden beslissen om hier met de KUNSTSTAD-reisgroep terug te komen. En dat deden we inderdaad (want het hotel is uitstekend)! Wat een bijzondere kamer was dit ook zeg! Vooral de mooie ijzeren draaitrap maakte de grote suite compleet. 

'Hotel iPortici' in Bologna


'Hotel Alfonso XIII' in Sevilla

'Hotel Alfonso XIII', Sevilla (Sp)

Bij mijn aankomst bij het Alfonso de Dertiende Hotel was ik meteen verkocht. Dit vijfsterrenhotel was ooit gebouwd voor de koning van Spanje en zijn hooggeëerde gasten, en dat voel je nog steeds. Het luxueuze hotel is aangepast aan de moderne maatstaven maar ademt nog steeds de grandeur van weleer uit. Natuurlijk ligt ook dit kwaliteitshotel midden in het centrum van de stad. Ik verheug me er dan ook op om er in februari 2017 met een groep gasten van KUNSTSTAD weer te zijn!

 


Westin Excelsior Hotel, Florence (It)

Dit najaar vertoefde ik enige nachten in het Westin Exelsior Hotel in Florence en niet alleen de mooie kamer, maar veel meer het terras gelegen aan het Piazza Ognissanti was het dat mijn verblijf aldaar zo bijzonder maakte. Wat een feest om uitzicht te hebben op een aantal beroemde gebouwen en daarnaast op de rivier de Arno. Wat wil je als kunsthistoricus nog meer in de fenomenale Renaissance stad, dan meer het gevoel te hebben dat je een onderdeel van de (kunst)geschieden bent. 

'Westin Hotel Excelsior' in Florence


'Intercontinental Hotel Palacio das Cardosas' in Porto

'Intercontinental Hotel Palacio das Cardosas', Porto (Pt)

Wat heerlijk is het om midden in de prachtige havenstad Porto het eindejaar in te luiden. Het schitterende vijfsterrenhotels Intercontinental heeft een paar luxe suites waarvan wij er in ééntje enkele dagen (en nachten) konden vertoeven. De splitlevel (een tweede extra verdieping) in de toch al zeer grote hotelsuite maakte het gevoel van luxe en ruimte wel extra groot en het belevingsgevoel in Porto helemaal compleet. Ook dit is een hotel waar ik graag nog eens terugkom.


'Intercontinental Hotel Lissabon' (Pt)

In dit formidabele hotel verbleef ik zeer recent. Door de enorme hotelkamer, of beter gezegd door het immense hotelappartement, werd ik aangenaam verrast. Wat een gigantische ruimte kreeg ik met mijn gezin tot mijn beschikking! Zoveel oppervlakte aangevuld met een fenomenaal uitzicht over Lissabon geeft wel een gevoel van luxe en grandeur, alhoewel natuurlijk tijdens het slapen alleen het matras en het beddengoed er toe doen. Die waren trouwens eveneens uitstekend!

'Intercontinental Hotel ' in Lissabon


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Porto, misschien onbekend maar zeker niet onbemind!

Geheel volgens onze eindejaarsplanning vertrokken we de ochtend voor kerst vanuit Málaga, in het zonnige zuiden van Spanje, richting Porto. We konden vanuit daar geen rechtstreekse vlucht boeken naar de tweede stad van Portugal en dat betekende dat we via Lissabon moesten vliegen. Hierdoor waren we verplicht om in de Portugese hoofdstad te overnachten wat we absoluut niet vervelend vonden. Als bijkomend voordeel konden we zowaar een hele middag en avond in Lissabon vertoeven. Aangezien we de stad redelijk goed kennen was het voor ons een feest der herkenning en weer heerlijk om hier eens even te zijn. Ook in Portugal was het op de vooravond van kerst schitterend weer en de zon scheen volop. Na een aangename stadswandeling door Lissabon genoten we op een terrasje aan de rivier De Taag van de ondergaande zon en verheugden wij ons alvast op onze vervolgreis naar Porto die wij zogezegd de volgende dag zouden gaan voortzetten.


Op eerste kerstdag vlogen we in nog geen vijftig minuten vanuit Lissabon naar Porto en zagen we tijdens de wolkenloze vlucht het prachtige Portugese landschap onder ons voorbijtrekken. Nog sneller dan verwacht konden we vanuit onze aanvliegroute in de verte boven de Atlantische Oceaan de bebouwing van Porto op de heuvelachtige kust bewonderen. Ook de rivier De Douro, waar Porto aan is gelegen, viel direct op en we stonden letterlijk te popelen om de stad te gaan ontdekken.
Porto is één van de steden in Europa die bij vele Nederlanders nog onbekend is en daardoor op hun verlanglijstje staat om eens te gaan bezoeken. Dat is dan ook één van de redenen dat wij hier zijn, we bereiden namelijk de reis voor die wij, mede op verzoek van onze reiscommissie, in september 2017 met KUNSTSTAD hier naar toe gaan maken.


Ik wandelde na aankomst de eerste middag gelijk door het oudste gedeelte van de stad, dat bekend is onder de naam Ribeira, dat in het Portugees rivieroever betekent. Dit is misschien wel het populairste deel van Porto en ik merkte dat het gelijknamige plein Praça da Ribeira de plek is waar de meeste bezoekers naar toe komen. En dat is ook niet verwonderlijk want vanuit de nabij gelegen rivierkades nabij dit genoemde plein had ik, terwijl de zon langzaam onderging, een prachtig uitzicht op één van de opvallendste bezienswaardigheden van Porto namelijk de historische brug Ponte Luís I.

Koning Lodewijk de Eerste van Portugal opende in 1886 deze ijzeren boogbrug, die ontworpen is door de compagnon van Gustav Eifel, de Belg Théophile Seyrig. Alleen al voor deze opvallende brug, die Porto met het tegenoverliggende stadje Gaia verbindt zou je een keer naar Porto moeten komen. De brug bestaat uit twee verdiepingen, waarvan de bovenste maar liefst 45 meter hoger ligt dan de onderste. 


De bovenste laag begint in de hoger gelegen bovenstad en is bedoeld voor voetgangers en de tram. De onderste laag begint onderaan de kade en is geschikt voor auto’s, maar ook vanaf dat niveau kunt je naar de overkant lopen. Natuurlijk ben ik ook al een stuk de brug overgelopen via het hoogste niveau en alleen al het uitzicht over de stad en de rivier is vanaf daar spectaculair. Zoiets had ik nog nooit bij een andere Europese stad meegemaakt en het maakte direct dan ook een enorme indruk op me. Dit alles maakt deze 19de eeuwe stalenbrug trouwens heel opvallend en uniek.

Terwijl ik aan de kade in het oudste deel van Porto bij deze opmerkelijke boogbrug stond te kijken zag ik aan de overkant van de rivier De Douro in enorme letters de beroemde merknamen van de portwijnen staan, waar Porto zo bekend om is. De naam Kopke kwam mij meteen bekend voor, maar wellicht nog bekender was de portwijn met de naam Sandeman, waarbij het beeldmerk van het zwarte mannenfiguur met cape en hoed bij mij nog meer herkenning op riep. Ik nam mij voor om de aankomende dagen de rivier daadwerkelijk helemaal over te steken en aan de ‘bron’ een glaasje port bij één of meer bodega’s aldaar te gaan drinken. De meeste porthuizen liggen trouwens in Vila Nova de Gaia, zoals de stad aan de overzijde van de rivier ook wel genoemd wordt en dus niet in de stad Porto zelf, zoals je eigenlijk zou verwachten.


Inmiddels was het gaan schemeren en overal was alles gezellig verlicht door de kerstverlichting en klonk er typische Portugese muziek uit allerlei wijnbarretjes. Terwijl ik rond keek zag ik dat ik deze aankomende dagen nog genoeg kon gaan bekijken. Hoog bovenaan de rotsoever zag ik de kathedraal van Porto liggen met het naastgelegen bisschoppelijk paleis. Op de plattegrond zag ik dat in die buurt nog veel meer interessante gebouwen te aanschouwen zijn maar die bewaar ik graag voor later deze week. Nu was ik heerlijk aan het genieten van de eerste indrukken van de buitengewoon interessante stad die voor mij nu al meer dan de moeite waard is!

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

PS. Mocht je meer willen weten over Porto kom dan naar mijn presentatie op 11 maart of ga in september met mij mee op reis naar deze bijzondere stad.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Gezelligheid kent geen tijd!

Na een druk dagje in de stad, of je nu zakelijk of voor de gezelligheid op reis bent, is het  voor mij (en ik neem aan voor jou ook) altijd heel fijn om na terugkeer in het hotel waarin ik verblijft even uit te rusten in de hotelbar en een lekker drankje te drinken.

Eigenlijk beschikken alle goede vier- en vijfsterrenhotels tegenwoordig wel over een goed geütiliseerde bar, maar de manier waarop de hotelbar ingericht en georganiseerd is verschilt nogal. Het zijn soms kleine zaken die maken dat je je als gast in die hotelbar prettig en comfortabel voelt en zelfs na het nuttige van een drankje bedenkt dat je nog wel even wilt blijven zitten en zelfs nog iets wilt bestellen. Ik vind eigenlijk dat het bargedeelte een beetje een soort huiskamergevoel moet oproepen, een soort thuis in den vreemde. De aankleding dient dus in mijn ogen ‘warm’ te zijn, met een prettige verlichting en comfortabele meubels.


Om lekkere drankjes en hapjes in een hotelbar te krijgen is meestal geen probleem. Maar wie is er aanwezig om dit op te dienen? En is er überhaupt wel iemand beschikbaar om dit te doen?

Nou zijn hotelmedewerkers over het algemeen wel getraind om gastvrij te serveren, maar voor een hotelbar is nog wat meer vaardigheid nodig. Vaak is het fijn dat het barpersoneel nog wat extra aandacht aan je geeft dan alleen maar vlot en vakkundig een drankje neer te zetten. Ook hier schreef ik al eens eerder wat over (klik hier voor mijn eerdere verhaal) en wat ik hierbij ook heel belangrijk vind is dat de barman of barvrouw niet alleen aandacht voor je heeft maar ook dat hij of zij mij en iedere andere gast een beetje in de gaten houdt. Ik bedoel dan dat hij (zij) regelmatig kijkt of iedereen nog voorzien is van een consumptie want soms gebeurt het wel eens dat je na een lange stadswandeling veel dorst hebt en dat je vrij vlot weer wat wilt bestellen. 

Over dit laatste moest ik de afgelopen dagen weer eens nadenken want in mijn hotel in Lissabon van afgelopen weekend (waar ik trouwens wel eens eerder geweest was) en mijn eerste hotel hier in Porto (inmiddels verblijf ik al weer in een ander hotel) was het zo dat de barman het meest van de tijd niet fysiek aanwezig was. Allereerst maakte dit de hotelbar erg onpersoonlijk en je had voortdurend het gevoel dat hierdoor de bar gesloten was. Je drankje diende je te bestellen door op een knopje op je tafel te drukken waardoor de barman vanuit een plek elders in hotel werd opgeroepen. 


Ik had dit fenomeen in andere hotels ook al eens meegemaakt en ik wist hierdoor dat door het drukken op het oproepknopje op de tafel een triller om de barkeeper zijn pols geactiveerd werd. Niet een erg charmante methode maar oké als een hotel hiervoor kiest dan zit er niets anders op om dit te doen.

Echter de afgelopen dagen gebeurde er bij de twee genoemde hotels, nadat ik op het ‘belletje’ op de tafel drukte, helemaal niets. Na meer dan tien minuten wachten werd ik ongeduldig en met tegenzin duwde ik nogmaals het knopje in, maar je voelt het al aankomen, nog steeds kwam er niemand aan om mijn bestelling op te nemen. Met nog grotere weerzin stond ik na twintig minuten op om vervolgens de bar te verlaten en naar de hotelreceptie te gaan om daar te vragen of wellicht een medewerker naar de bar zou willen komen. Uiteindelijk kwam er iemand, maar mijn irritatie kon ik eigenlijk niet goed meer onderdrukken. 


Dit werd nog erger toen een half uur later, toen ik nog wel weer een nieuw drankje wilde bestellen, want het was immers kerst en we hadden er wel behoefte aan om een beetje gezellig te zitten, er wederom niet werd gereageerd op het genoemde knopje. Ik kwam uiteindelijk tot de conclusie dat een geslaagde hotelbar toch niet zonder barpersoneel kan dat voortdurend aanwezig is. 

Hoe efficiënt ook bedacht en hoe ‘handig’ voor het hotel om het barpersoneel op allerlei andere plekken in het hotel in te zetten, voor mij hoort in de bar (als deze geopend is) voortdurend minimaal één medewerker aanwezig te zijn. Het liefst een persoon die zich met heel zijn ziel en zaligheid geeft voor deze niet onbelangrijke hoteltaak. Gelukkig trof ik dat in het huidige hotel waar ik nu verblijf in Porto wel aan. Een kanshebber dus om met de KUNSTSTAD groep volgend jaar in te verblijven.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een ei hoort er bij!

Toen ik vanochtend in mijn hotel aan de ontbijttafel zat bestelde ik voor mezelf weer eens een heerlijk omeletje. Ik hou er wel van om ’s morgens, naast wat verse knapperige broodjes, iets warms te eten en dan is een eiergerecht een goede keuze. Meestal bestel ik dan een omelet.

Het is een vorm van entertainment als in de ontbijtruimte naast het buffet een kok live eieren staat te bakken. Dit kom ik regelmatig in Europese kwaliteitshotels tegen en deze service geeft een professionele en sfeerverhogende uitstraling. Je kunt bij de genoemde kok trouwens al je wensen omtrent het bakken van je ei kenbaar maken en meestal kun je dan ook heel veel verschillende ingrediënten laten toevoegen, zoals ham, maar ook kaas, champignons prei, paprika, Spaanse pepertjes en nog veel meer. Ik heb weleens een echt goedgevulde maaltijdomelet voor mezelf laten maken waardoor ik tot laat op de dag geen behoefte aan ander eten meer had. Dit fenomeen van ‘Live and Cooking’ vind ik echt een goede aanvulling, met name voor vijfsterrenhotels, en verhoogt zogezegd het gevoel van comfort en luxe.


Wat ik trouwens echt not done vind in dit kader is als bij het ontbijtbuffet de eiergerechten niet inclusief bij de ontbijtprijs zijn. Ik bedoel dan dat er een apart menukaartje op de ontbijttafel staat waarbij je voor een omelet of spiegelei moet bijbetalen. Dit vind ik voor een hotel op niveau niet passend en zelfs een beetje armoedig. Helaas kom je dit nog wel eens tegen in Italië en meestal zeg ik er wat van bij het management. Mijn opmerkingen hieromtrent zullen waarschijnlijk weinig uithalen maar ik wil gewoon graag mijn ongenoegen hierover laten blijken en kenbaar maken dat dit niet van deze tijd is.

Wat ik met betrekking tot eiergerechten ook niet vind kunnen is dat als er roerei op het buffet klaar staat in grote warmhoudbakken, wat in bijna alle hotels het geval is. Dit roerei is geen vers ei, want door wat onderzoek ben ik er achter gekomen dat deze scrambled eggs gemaakt zijn van een soort kant-en-klaar poeder uit een pak, dat aangelengd wordt met water. Dit gaat mij persoonlijk wat ver en daarbij vind ik de structuur en de smaak van dit mengsel niet prettig.


Dan blijft nog het gewone gekookte eitje over bij het ontbijt, waar ik ook wel eens voor kies. Heerlijk is het om een warm eitje uit een mandje te halen, vooral in Duitsland kiest men er dan vaak ervoor om deze in een rieten mandje in de vorm van een kippetje te doen, bedekt met een linnen ‘dekbedje’ om ze op temperatuur te houden. Uit den boze zijn voor mij gekookte eieren die, soms al gepeld, in de koeling liggen. Ieks, dat smaakt toch niet!

Heel af en toe dan mag je eieren zelf koken in een hotel. Dan liggen er rauwe, nog ongekookte eieren klaar bij het buffet en die moet je zelf in een pan met kokend water ‘hangen’. Je moet dan ook zelf de tijd in de gaten houden om te weten of je uiteindelijk een hard of zachtgekookt ei krijgt. In eerste instantie vond ik dit procédé wel wat hebben totdat ik meemaakte dat andere hotelgasten, waarschijnlijk per ongeluk, ‘mijn’ eitje meepikten en ik na verloop van tijd een leeg netje in het kokende water aantrof.  Of wat me ook bij deze methode wel eens is overkomen, was dat ik dacht na zeven minuten lekker mijn hardgekookte eitje te kunnen gaan verorberen, echter tijdens het pellen bleek dat ik zelf het verkeerde exemplaar had gepakt, dat er nog maar net anderhalve minuut in hing, met alle gevolgen van dien. Tijdens het pellen had ik dus mijn handen vol met gele, zachte eismurrie. Na dit voorval blijf ik voortaan nauwlettend mijn eitje in de gaten houden.


Een ander groot nadeel aan deze zelfbedieningsmethode vind ik dat wanneer je je gekookte eitje uit het gloeiend hete water haalt je het vervolgens de eerste vijftien minuten niet kunt pellen aangezien je dan je handen zou verbranden. Wat ik dus altijd doe is dan aan het bediend personeel vragen of ze mijn ei onder de koude kraan wilde laten ‘schrikken’.

Er kan dus best wel veel mis gaan als je zelf bij het hotelbuffet eieren moet gaan staan koken. Het wordt helemaal hilarisch als de hotelgast niet weet dat je de eieren nog moet preparen c.q. koken en dat hij denkt dat er gewoon een bakje met hardgekookte eieren klaar staat. Laatst merkte ik dat één van mijn gasten van een KUNSTSTAD-reis niets vermoedend een rauw ei naar haar ontbijttafel meenam. Ik hoorde haar tegen haar echtgenoot zeggen dat het ei wel wat koud aanvoelde, ik sprong op en ik kon haar nog net behoeden voor een ontzettende smeerboel op haar bord, waarvoor ze me dan ook dankbaar was. Ze besloot vervolgens maar om gewoon een boterham met kaas te nemen.
Dit eierverhaal sluit ik af met allerbeste wensen voor kerst vanuit een zonovergoten Málaga!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


“Daar hoorden zij Engelen zingen”

Nog enkele dagen en het is kerst, uiteraard ook hier in Zuid-Spanje! De temperaturen, zo rond de 18 à 20 graden, en de constante zonneschijn hier in Málaga, doen voor een Amsterdammer als ik, niet echt aan de kerst denken, maar meer aan de zomer. Toch doet men er hier alles aan om de inwoners van deze Andalusische stad aan het kerstfeest te herinneren. De werkelijk enorme boog van duizenden kerstlichtjes in de fameuze Calle Larrios, de hoofdstraat van Málaga, is ’s avonds buitengewoon indrukwekkend en alle andere kerstverlichting, die met name in de tropische palmen en sinaasappelbomen is gehangen, verhogen ook de feestvreugde. Maar wat hier in Málaga rond dit belangrijke christelijke feest ook echt een fenomeen is, zijn de talrijke kerststallen die op allerlei plekken zijn opgesteld.

Een kerststal is zoals je weet een beeldengroep die, geheel volgens het evangelie van Lucas, het geboorteverhaal van Jezus uitbeeldt. In een kleine kribbe ligt een baby-poppetje dat Jezus voorstelt en links en rechts hiervan staan of knielen Jozef en Maria. 


Daarnaast wordt de traditionele kerststal aangevuld met beeldjes van herdertjes met schapen. Eigenlijk precies zoals bij het kerstliedje wordt gezongen:

“De herdertjes lagen bij nachte

Zij lagen bij nacht in het veld

Zij hielden vol trouwe de wachte

Zij hadden hun schaapjes geteld

Daar hoorden zij d'engelen zingen”

Dus bij de meeste kerststallen hangt vlak boven het opengewerkte stalletje een engel om het hele ensemble compleet te maken. Daarbij mogen ook de drie wijzen of drie koningen uit het oosten niet ontbreken. Tenslotte is het pas echt compleet als een os en ezel en andere dieren zoals kamelen (in het gevolg van de drie koningen) zijn toegevoegd.


Echter in Málaga breidt men menige kerststal uit met talrijke andere figuren waaronder beeldjes van Romeinse soldaatjes, poppen van boeren die op het land aan het werk zijn en inwoners van Betlehem. Vooral voor kinderen is het een feest om naar deze Beléns, zo heten kerststallen in het Spaans, te kijken want je ontdekt er heel veel moois op. Volgens de plaatselijke toeristeninformatie zijn er 45 (!) openbare kerststallen in de stad te bewonderen dus voor liefhebbers daarvan is Málaga echt een walhalla.

Maar het kan nog in de overtreffende trap als het om kerststallen gaat en daarvoor moet je echter naar de Zuid-Italiaanse stad Napels. Daar vind je in deze decembermaand eigenlijk wel op elke hoek van de straat een kerststal.

En gedurende de rest van het jaar blijft men in een deel van de oude Napolitaanse binnenstad constant bezig met het vervaardigen van gipsen en houten figuren en attributen voor de kerststallen. 


Met name in de Via San Gregorio Armeno en de Via Anticaglia, dit zijn zijstraatjes van de beroemde Spaccanapoli, vind je een keur aan kleine winkeltjes en traditionele werkplaatsen waar men van alles voor de kerststal maakt en verkoopt. 

Niet alleen de genoemde figuren van Jezus, Maria, Jozef en alle andere persoonlijkheden uit het kerstverhaal, maar men fabriceert hier ook fraaie behuizingen waarbij sommige stallen uitgroeien tot ware kastelen. En daarbij kan men de hele kerstgroep uitbreiden met draaiende spinnewielen, echt werkende watervalletjes, ‘brandende’ pizzaovens en nog veel meer. Maar het leukste in Napels bij de kerststallen is de traditie om poppetjes van beroemdheden uit de actuele politiek of de entertainment toe te voegen. Je herkent kleine versies van Berlusconi, President Obama, de paus en zelfs van Angela Merkel. Deze bijzondere Napolitaanse gewoonte om zulke uitbundige kerststallen te maken en hier het hele jaar mee bezig te zijn moet je eigenlijk een keer gezien hebben. 


Mocht je dat trouwens willen dan zijn er slechts nog enkele plaatsen beschikbaar om dit in april met mij tijdens een speciale KUNSTSTAD-reis naar Napels te doen (klik hier voor meer informatie).

Maar zoals je al reeds las kunnen ze er in Málaga ook wat van en morgen wandel ik met mijn dochters weer langs wat Andalusische kerststallen, die in het stadhuis en die in de kathedraal hebben we al gezien maar er zijn er nog genoeg over om te bewonderen!

Vanaf hier wens ik je alvast een heel prettig en genoeglijk kerstfeest!

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Genieten van Picasso en Chagall

Van sommige kunstenaars kan ik letterlijk en figuurlijk tijdens mijn vele reizen geen genoeg krijgen. Ik bedoel dat ik hun werk heel graag zie en daarnaast wordt ik op vele plekken door allerlei musea en diverse tentoonstellingen regelmatig op hun schilderijen getrakteerd. Twee kunstenaars waar ik onder ander op doel zijn Pablo Picasso en Marc Chagall.
Allereerst wil ik het in dit kader over Picasso hebben want zo was ik afgelopen week nog in het Picasso Museum in zijn geboortestad Málaga. Dit mooie museum is gevestigd in een voormalig Andalusisch stadspaleis en biedt een fraaie collectie schilderijen van deze ‘vader’ van de Moderne Kunst. Niet ver van dit museum vandaan ligt ook zijn geboortehuis dat voor de Picassoliefhebber ook zeer de moeite waard is. Je kunt dan meteen even met het levensgrote bronzen beeld van hem op de foto want hij is op die manier vereeuwigd op een bankje een paar meter voor
de plek waar hij in 1881 ter wereld kwam.


Een paar weken geleden was ik, zoals de trouwe lezers van mijn Travel Tales weten, in Antibe, waar in het schitterend gelegen Château Grimaldi ook een Picasso Museum is gehuisvest. Hier wordt aan de hand van schilderijen, keramiek en foto’s een mooi beeld gegeven van hoe Picasso op latere leeftijd in Zuid-Frankrijk werkzaam was.

Toen ik vanuit Zuid-Frankrijk vervolgens verleden maand via Madrid op weg was naar Valencia ging ik, voor mij bijna als vanzelfsprekend, met mijn dochters naar het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in de Spaanse hoofdstad om daar de Guernica te gaan bewonderen. Dit immense schilderij is misschien wel Picasso’s bekendste werk, alhoewel het beroemde Les Demoiselles d'Avignon, dat in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York hangt, ook tot zijn beroemdste werken behoort. Het is al weer twee jaar geleden dat ik daar trouwens was met één van mijn KUNSTSTAD-reizen.


Veel langer geleden was mijn bezoek aan de twee andere Picasso Musea die er zijn; namelijk die in Barcelona en die in Parijs. De fans van Picasso zullen ook die ‘kunsttempels’ niet overslaan, waarbij in Barcelona met name zijn jonge jaren en het begin van zijn carrière centraal staan en in Parijs het beste totaal overzicht van Picasso’s oeuvre wordt gegeven.
Maar ik noemde aan het begin van mijn verhaal een andere kunstenaar die voortdurend op mijn pad komt en dat is Marc Chagall. Afgelopen weekend zag ik in het Centre Pompidou in Málaga weer het inspirerende werk van Chagall getiteld ‘Dimanche’, met zowel symbolische verwijzingen naar zijn geboortestreek als naar Parijs.  Maar ook in het Museo Ruso in Málaga was een interessante tentoonstelling van vroeg werk van Chagall. Uit de collectie van het Russisch staatsmuseum uit Sint Petersburg kwam een paar mooie werken van hem die hier in Zuid-Spanje tussen Russische tijdgenoten geëxposeerd werden. 


Zelfs zijn geboortehuis had men in het museum in Málaga gereconstrueerd. Chagall’s geboortehuis stond in Vitebsk dat toen Chagall het levenslicht zag tot het Russische Keizerrijk behoorde, maar tegenwoordig een onderdeel is van Wit-Rusland. Nog leuker was het dat ik dus op deze plek in Málaga dit weekend herinnerd werd aan mijn reis twee jaar geleden naar het echte geboortehuis van Chagall in Belarus (zoals Wit-Rusland ook wel genoemd wordt).

Maar mijn ontmoetingen met Chagall gingen afgelopen tijd nog verder want begin verleden maand bezocht ik twee maal het Chagall Museum in Nice. In een modern museumgebouw krijg je prachtige schilderijen van Chagall te zien waarbij met name bijbelse thema’s door hem zijn gebruikt. De kleuren komen perfect tot zijn recht in deze ambiance en het museum is meer dan een bezoek waard als je in Nice bent. Chagall heeft trouwens lange tijd in deze omgeving gewoond en hij is in het nabij gelegen Saint-Paul-de-Vence in 1985 op 98-jarige leeftijd overleden.


Mijn dochters herkennen in de musea waar we komen inmiddels altijd direct de werken van Chagall en Picasso. Bij het zien van het ‘Russische vrouwtje’ met de baby in de buik dat zich in het Amsterdamse Stedelijk Museum bevindt, roepen ze bijna altijd in koor “Chagall, Chagall !”

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

PS. Mocht je ook fan zijn van Picasso en Chagall dan kun je met me mee naar Málaga in

februari 2017 om het daar in het Centre Pompidou werk van beide kunstenaars te gaan bekijken.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Bloemen houden van mensen!

Van de week zat ik in de lobby van een viersterren hotel in Málaga te werken. Het was er lekker rustig en ik kon mijn gedachten bij mijn werk houden. Echter, waar ik door afgeleid werd en wat mij een beetje stoorde was de treurige aanblik van een aantal onverzorgde en ronduit lelijke planten die in de lobby waren opgesteld. Ik had zelfs een beetje medelijden met ze. Mijn gedachten namen ongewild de vrije loop en ik herinnerde mij hoe men soms in hotels met het thema bloemen en planten omgaat.  

Het nut van ‘groen’ om de receptie, de lobby en de hotelkamer op te fleuren begrijp ik helemaal en er zijn keren geweest dat ik echt buitengewoon onder de indruk was van de prachtige bloemstukken die in een hotel stonden. In een mooi vijfsterrenhotel in Rome zag ik bijvoorbeeld ooit een man, het bleek de bloemist zelf te zijn, met een imposante vaas bloemen in de vestibule bezig. Hij haalde uitgebloeide exemplaren eruit en vulde de weelderige bos vervolgens aan zodat het er echt heel sjiek en luxueus uitzag.


Ik sprak luid enthousiast mijn waardering uit en de bloemenman in kwestie reageerde hardop “Hartelijk dank voor de compliment”, want hij bleek een Nederlander te zijn die in Rome een bloemenzaak had en onder meer aan kwaliteitshotels leverde. Tja, bloemen en ons mooie land zijn natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden en niets voor niets bedankt een belangrijke inwoner uit Rome, namelijk de Paus, ons al jaren met Pasen voor onze bloemen.

Gelukkig tref ik vaak hotels aan waar men aandacht besteed aan decoratie en men verse bloemen en planten neerzet. Een hotel in Wenen had bijvoorbeeld continue verse orchideeën op een grote tafel midden in de lobby staan. Bij een ander viersterren hotel in Sevilla, dat verder wat eenvoudig was, stond een grote vaas met verse bloemen op de receptiebalie. Ze waren niet echt mooi geschikt, maar ze geurden wel en het gaf een vrolijke aanblik.


Soms wens je daarentegen hotels een goede Nederlandse bloemen- en plantenspecialist toe voor de inrichting van de publieke ruimtes van het hotel, want zoals ik al schreef kan het in sommige hotels er behoorlijk armtierig uitzien.

Zo herinner ik me nog een keer dat ik in een mooi hotel in Edinburgh, waar verder niet heel veel op aan te merken was, de stof van de nepbloem die in de badkamer stond moest wegblazen. Hoe kom je er allereerst bij om nepbloemen in een sanitaire ruimte te plaatsen! En nog erger, hoe bestaat het dat men niet regelmatig even met een stokdoekje over deze versiersels gaat.

Het gaat te ver om al mijn ervaringen hieromtrent uit de doeken te doen, maar toch verbaasde het me, terwijl ik tijdens het schrijven over dit bloemen- en plantenthema in de hospitality nog wat meer nadacht, dat het ene vier- of vijfsterrenhotel echt zijn uiterste best doet, zoals het reeds genoemde chique hotel in Rome, echter dat er ook geregeld hotels zijn die met betrekking tot zoiets beeldbepalends volledig de plank misslaan. 


Ziet men het gewoon niet? Is men niet met dit thema bezig? Mocht dit het geval zijn dan adviseer ik om gewoon rigoureus alles wat met bloemen en planten van doen heeft te verwijderen. Als het hotel wel tijd en moeite stopt in het aanschaffen en onderhouden van deze groene decoratie, dan dient men deze goed te verzorgen en is het een zeer prettige aanvulling in zowel de lobby als de hotelkamer.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het mysterie van het knaapje

Er zijn wel eens van die kleine dingen die me opvallen in de hotels waar ik verblijf en waarbij ik me afvraag waarom iets is zoals het is. Zo heb ik al eens geschreven over attributen die in de hotelkamer aanwezig zijn die volgens mij volkomen nutteloos zijn (klik hier voor mijn verhaal hierover). Er zijn echter ook dingen die absoluut zeer nuttig zijn, maar dan wel in de juiste hoedanigheid. Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld de klerenhanger.
Het knaapje, zoals deze hanger in ouderwets spraakgebruik ook wel eens genoemd wordt, is eigenlijk onontbeerlijk om je kleding, dat vaak een beetje gekreukeld en verfomfaaid na een reis uit je koffer komt, netjes aan op te hangen. Vaak doe je dit gelijk in de kledingkast, maar soms wil je je jurk of blouse even laten ‘bijkomen’ op een hangertje aan een haakje ergens aan de muur van de hotelkamer en dus niet meteen weghangen in de garderobekast. Als een bepaald kledingstuk erg gekreukeld is dan hang ik het ook wel eens even na het douchen in de badkamer zodat de stoom mijn jurk weer helemaal kreukvrij maakt. 


Dit is trouwens ook een goed remedie voor kleding die stinkt na een avondje uit eten in een restaurant waar de afzuiging niet optimaal werkt. Wellicht ken je dit soort opfrisrituelen wel. Noodzakelijk voor bovenstaande handelingen is een simpel huis-tuin-en-keuken kledinghangertje. Je weet wel, zo eentje met een haak aan de bovenkant. Logisch dat hij een haak aan de bovenkant heeft zou je misschien zeggen. Maar toch heb ik regelmatig in kwaliteitshotels dat er kledinghangers in de kast hangen die slechts een vreemd spijkerachtig puntje van boven hebben, die met veel gefriemel in een soort oogje gestopt moeten worden dat vast zit aan de stang in de kledingkast. Dat klinkt misschien wat cryptisch maar misschien dat bijgaande foto hiernaast mijn verhaal wat meer verduidelijkt.
Meestal hangen er dan zo’n acht hangertjes aan oogjes in de kast die, weliswaar één voor één met wat gepiel, eruit zijn te halen. Je kunt deze hangertjes slechts alleen weer terughangen in diezelfde kast. Doordat dit kleerhangertje geen ouderwetse haak heeft kun je hem dus nergens anders ophangen en kan ik dus mijn bovengenoemde kledingritueel niet uitvoeren.


"Is men bang dat men een gewoon knaapje steelt"    



Ik heb vaak nagedacht waarom men deze beperkende maatregel met de kledinghanger toepast in hotels. Is men bang dat men een gewoon knaapje steelt? En als dat daadwerkelijk de reden is dan is de diefstal van een kledinghanger toch echt geen kostenpost voor een hotel, want die dingen kosten echt bijna niets. Soms kun je plastic-hangertjes gratis bij kledingzaken meekrijgen en dan kan een hotel hier dozenvol van in het magazijn opslaan en bij eventuele vervreemding deze weer razendsnel kosteloos vervangen.
Of is men bang dat de hotelgast kleding met de normale kledinghanger overal op elk willekeurig plekje in de kamer gaat ophangen? Maar dat geeft toch niet? In één geval heb ik ooit gezien dat er een waarschuwing in een hotelkamer hing om ergens geen kleding aan te hangen en dat was aan sprinklerinstallatie* die je trouwens maar zelden ziet in een hotelkamer. Wat toen trouwens grappig was dat er juist in dit genoemde hotel normale kledinghangers in de kledingkast hingen en niet van die irritante hangers met ‘spijkerkopjes’.


Het hotel in Málaga waar ik nu ben heeft, zoals je al vermoedde, van die onlogische, alleen in de kast te gebruiken, kledinghangers. Ik ben in staat om bij een kledingzaak hier in de Zuid-Spaanse stad een hele doos met gratis hangertjes te halen en die aan het team van de house keeping te geven. Bij het schoonmaken kunnen de kamermeisjes zonder moeite overal de hangertjes vervangen en ik vermoed dat ze hier een heleboel gasten een enorm plezier hier mee doen.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

 

* Een sprinklerinstallatie is een brandblusinstallatie die gebruik maakt van sproeikoppen (sprinklers) aan het plafond of boven aan de wand die bij een bepaalde temperatuur water gaan sproeien.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Reizen tot kunst verheffen

Zoals de meeste lezers van mijn wekelijks Travel Tales weten heb ik verschillende passies waarvan kunst en reizen de belangrijkste zijn. Regelmatig schrijf ik over de prachtige musea die ik in Europese steden bezoek en daarnaast ben ik verzot op wandelingen langs prachtige bouwkunst die ons werelddeel rijk is. Ik werd dit weekend dan ook weer op mijn wenken bediend toen er in het Centre Pompidou in Málaga een nieuwe tentoonstelling werd geopend met als thema ‘Moderne Architectuur in Parijs’. Aan de hand van foto’s, video’s en originele maquettes werd een beeld gegeven van de belangrijkste architectuurprojecten in Parijs van de laatste dertig jaar. Voor mij was dit een feest van herkenning want ik heb onder de vlag van KUNSTSTAD in het verleden verschillende reizen naar de Franse hoofdstad georganiseerd, waarbij veel gebouwen die op deze expositie te zien zijn tijdens mijn trip aan bod kwamen. Zo stond er een maquette van het Parc de la Villette, een bijzonder park in het centrum van Parijs. 


De Zwitserse architect Bernard Tschumi heeft daar iets ongewoons gecreëerd waarbij met name de talrijke rode paviljoens, ook wel Folies genoemd, in het park echt een opvallende bezienswaardigheid zijn. Aan de kop van dit bijzondere park ligt de Cité de la Musique van architect Christian de Portzamparc, waarvan ook een kleine remake in het Centre Pompidou Málaga te zien is.

Uiteraard zijn hier in Málaga foto’s en films en ook een miniversie van het oorspronkelijke Centre Pompidou in Parijs te bewonderen. De architecten Richard Rogers en Renzo Piano hebben ooit met dit gebouw een enorme publiekstrekker gerealiseerd en zij kregen direct naam en faam hiermee. Wie kent het Centre Pompidou in Parijs nou niet? En jaarlijks komen miljoenen mensen naar dit opzienbarende Parijse gebouw toe en niet zozeer om het moderne kunstmuseum dat hierin is gevestigd te bezichtigen, want het is slechts een klein deel van de bezoekers die dat doet, maar de meeste mensen komen eigenlijk alleen om met de roltrappen naar de bovenste verdieping van het futuristische gebouw te gaan en daar van het uitzicht over de Lichtstad te genieten. 


Die roltrappen zijn trouwens door Renzo en Rogers in een soort glazen ‘buis’ aan de zijkant van het gebouw bevestigd dus de tocht met de roltrap naar boven is een echte belevenis en dat moet je een keer hebben meegemaakt.

Al wandelend over de expositie van de dependance van Centre Pompidou hier in de Zuid-Spaanse stad werden mijn gedachten naar Parijs getrokken en begon mijn ‘reishart’ weer sneller te kloppen. Werd het niet weer eens tijd om naar de Franse hoofdstad te gaan? En moet ik daar niet weer eens een KUNSTSTAD-reis naar toe organiseren?

Terwijl ik dit schrijf, het is geen grap, vlieg ik over Parijs heen want ik ben inmiddels vanuit Málaga op weg naar Amsterdam. Het is avond maar ik kan de uitgestrektheid van deze wereldstad vanuit de lucht zien door de oneindige stadsverlichting. De bijnaam Lichtstad is nu gezien vanaf grote hoogte zeer toepasselijk. Een paar gebouwen kun je vanaf zo’n afstand ontwaren, zo zie ik onder andere de Grande Arche. Dit opvallende immense gebouw in de vorm van een triomfboog staat in de kantorenwijk La Défense en vormt een deel van de zicht-as dwars door Parijs die in de Tuilerieën bij het Louvre begint en verder loopt over de beroemde Champs-Élysées


Bijna vanzelfsprekend stond er ook een maquette van deze Grande Arche op de reeds genoemde expositie in Málaga. Dit project hoorde trouwens ooit tot de zogenaamde Grande Travaux ofwel ‘Grote Werken’ van president Mitterand. Hij gaf opdracht tot talloze bouwprojecten waaronder een nieuw operagebouw op Place de la Bastille en ook de piramide als entreepartij bij het gerenoveerde Louvre is dankzij François Mitterand tot stand gekomen. Mitterand wilde waarschijnlijk zijn beroemde voorganger President George Pompidou overtreffen, wiens naam onlosmakelijk verbonden is met een beroemd museumgebouw waar ik het in mijn verhaal dit keer al meerdere keren over had.

Helaas kun je van de huidige Franse president Hollande niet echt zeggen dat hij op kunstzinnig gebied iets bijzonders voor Parijs of Frankrijk heeft gedaan. Ik las van de week in de krant dat Hollande zo impopulair is dat hij zich bij voorbaat niet eens meer verkiesbaar stelt voor de volgende presidentsverkiezingen, maar nu dwaal ik een beetje af.    


Ik ga trouwens naar Amsterdam omdat ik daar met veel plezier aanstaande dinsdag 6 december een speciale Sinterklaaswandeling door de binnenstad van onze hoofdstad langs de drie Sint Nicolaaskerken maak. Ik verheug me er trouwens toch ook wel op om in mijn geliefde Amsterdam te zijn, maar terwijl ik daar op weg naar toe ben, zit ik al weer na te denken welke andere bestemmingen ik aankomend jaar allemaal zal aandoen. 

Maar daar kom ik binnenkort wel weer eens op terug.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Daar gaat een lichtje branden

Afgelopen maanden schreef ik regelmatig over waarom ik me zo op mijn gemak voel in bepaalde kwaliteitshotels en daarbij gaf ik aan dat dit door een combinatie van factoren komt (klik hier bijvoorbeeld voor mijn verhaal van verleden week hierover).

Zonder nou weer al de zaken op te noemen die voor mij in een hotel belangrijk zijn kan ik toch nog wel één cruciaal fenomeen benoemen dat een grote rol speelt in het gevoel dat je als gast krijgt in een hotel en dat is het lichtgebruik.

Het is me al vaak overkomen dat ik in een prachtig hotel arriveerde met alles erop en eraan, maar waarbij ik echt een afknapper kreeg door het afschuwelijke elektrische licht dat men gebruikte om alle ruimtes hel te verlichten.

Het is in eerste instantie wellicht moeilijk in woorden uit te leggen wat ik precies met ‘verkeerd’ lichtgebruik bedoel maar misschien kan ik het best termen als ‘koud’ en ‘onsfeervol’ gebruiken als ik spreek over de onjuiste manier van verlichten. 


Soms is er in een hotel sprake van fel schijnende lampen die een ruimte te veel licht geven en waarbij je meer het gevoel hebt dat je in hal van een fabriek of ziekenhuis staat dan in een luxe lobby van een vier- of vijfsterrenhotel. Ook kiest men soms lampjes boven het bed die meer weg hebben van schijnwerpers dan dat je ze even kunt gebruiken om je ogen alvast aan de duisternis van de nacht te laten wennen en om eventueel met mate je boekje te beschijnen waar je nog enkele bladzijden van wilt lezen voordat je gaat slapen.

Het kan tegenwoordig zijn dat men door beperkte kennis van het nieuwe verlichtingsaanbod voor de verkeerde LED-verlichting kiest, waardoor de uitstraling meer weg heeft van de kilheid van de ouderwetse TL-buis dan van het warme schijnsel en de nostalgische geelgoude gloed van de gloeilamp. Dat is volgens mij niet nodig want kenners hebben mij verteld dat er met de moderne LED-lampen allerlei soorten sfeerverlichting kan worden gecreëerd mits je maar de juiste lampen in dit genre selecteert.

Soms wordt het ook net iets gezelliger en knusser als je het licht op bepaalde plekken in het hotel, bijvoorbeeld in de bar en in het restaurant, iets dooft. 


Daarvoor in de plaats voor de ouderwetse kaarsen kiezen maakt het vaak helemaal af. Pas dan op dat het dan ook weer niet te donker wordt, want dat kan het risico optreden dat je niet meer goed ziet wat er in je glas zit of dat je je eten niet meer kunt ontwaren. Er zijn trouwens allerlei alternatieven op de markt voor de ouderwetse kaars, maar waarmee je toch het gewenste effect bereikt. Ik kom hier nog wel eens op terug.

Te weinig licht kan dus ook nadelig werken en kan zelfs oncomfortabel zijn. Het is me bijvoorbeeld al meerder keren overkomen dat men in bepaalde hippe trendy hotels overwogen had om zeer weinig licht te gebruiken in de sanitaire ruimtes. Ik moest echt moeite doen om in de wc mijn weg te vinden wat vanzelfsprekend irritatie bij mij opriep. Daarnaast was ik als vrouw helemaal niet in staat om in zo’n toilet mijn ‘neus te poederen’ of überhaupt even in de spiegel te kijken. Het gaat er dus om de juiste balans te vinden tussen praktisch en sfeervol.


In het CitizenM hotel, waar ik trouwens al eerder over schreef (klik hier voor eerder Travel Tales hierover), kun je zelf met een Ipad die je tot je beschikking krijgt het licht in je hotelkamer regelen. Je kunt de lichtsterkte zelf in stellen en ook de kleur van het licht is naar eigen keuze. Kijk, dat is nu echt meedenken met de (licht)wensen van je gasten.

Je merkt al dat ik met mijn lichtverhaal van deze week slechts een onderwerp ter inleiding aansnijdt, maar dat hier nog veel meer over te vertellen valt, ik kom op licht in hospitality dan ook graag nog eens terug.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Sommige plaatsen zijn echte museumsteden

Afgelopen weken heb ik wederom interessante steden bezocht in Europa. Het valt me als kunsthistoricus op dat sommige plaatsen ontzettend veel interessante musea hebben. Daarentegen zijn er ook steden waar het aanbod van bijzondere musea absoluut niet groot is. Ik heb het in dit geval eigenlijk hoofdzakelijk over kunstmusea en niet zozeer over andersoortige musea, want hoe kunstzinnig opgezette dieren in een natuurhistorischmuseum ook zijn en hoe fraai en artistiek machines in een wetenschap- en techniekmuseum overkomen, dit zijn voor mij toch musea van een hele andere orde.
Ik ben, zoals mijn achtergrond met zich mee brengt, gewoon uitermate geïnteresseerd in musea met een interessante kunstcollectie.

Zogezegd vind je die niet in alle grote steden en dat heeft vaak niets te maken met of de plaats meer of minder belangrijk is. 


Zo heeft bijvoorbeeld Valencia, de derde stad van Spanje, waar ik afgelopen week was, heel veel te bieden voor de bouwkunstliefhebbers. Zo zijn er talrijke bijzonder gebouwen en dan noem ik onder meer de oude kathedraal en andere karakteristieke historische bouwwerken, maar ook de moderne imponerende projecten van Calatrava zijn echt een must. Echter de schilderijencollectie van het Museo de Bellas Artes de Valencia is echt een tegenvaller voor degene die beroemde oude meesters wil bewonderen. Deels komt het waarschijnlijk doordat een groot deel van het museumgebouw voor langere tijd in restauratie is. De museumzalen die nog open zijn tonen slechts een schraal schilderijenaanbod. Zo hangen er maar weinig grote Spaanse Meesters; één matig werk van El Greco en slechts twee werken van de beroemde schilder José de Ribera, die nota bene nabij Valencia is geboren.