Travel Tales 

van Marcel Verhoeven en Judith de Groot

In 1995 startte Marcel met de culturele organisatie KUNSTSTAD. Enige tijd later is Judith hem gaan helpen om de belevingsreizen van KUNSTSTAD voor te bereiden en ook om deze trips uiteindelijk samen met hem voor enthousiaste deelnemers uit te voeren.

Inmiddels is het ’team’ van KUNSTSTAD een beetje uitgebreid, want bij de voorbereidingsreizen nemen we tegenwoordig onze jonge dochters Alizia en Chloé mee. Tijdens hun verblijf in de talrijke Europese steden zien en beleven zij veel, waarover zij sinds de zomer van 2014 wekelijks schrijven in hun Travel Tales.

Marcel:"Ik ben kunsthistoricus en ga op de verschillende locaties op zoek naar bijzondere musea en kunstcollecties. Regelmatig gaan mijn verhalen dan ook over opmerkelijke kunstwerken of opvallende gebouwen. Ook verdiep ik me vaak in de geschiedenis van de stad waar we op dat moment zijn. Typische gewoontes of gebruiken en bijzondere persoonlijkheden komen ook geregeld aan de orde."

Lees hier de verhalen van Marcel.

Wilt u de Travel Tales Ontvangen?

Ga virtueel met ons op kunstreis in Europa en meldt u aan om wekelijks ons digitale Travel Tales bulletin te ontvangen, bomvol inspirerende reisverhalen over kunst, cultuur, geschiedenis, mysteries en hospitality in Europa. 

Aanmelden voor de Travel Tales is eenvoudig: stuur een e-mail naar info@kunststad.nl,

of via:


Judith: "Ik ben een echte kenner van het fenomeen reizen. Na mijn opleiding en allerlei functies in de reiswereld, ben ik mij gaan specialiseren in alles wat met reizen en hospitality te maken heeft. Ik vind het dan ook erg boeiend om me bezig te houden met alles wat er bij het ‘op reis gaan’ komt kijken en over mijn bevindingen schrijf ik graag. Gemiddeld check ik meer dan 80 maal per jaar voor één of meerdere nachten in bij hotels. Regelmatig sta ik stil bij mijn verblijf in een bepaald hotel, of schrijf ik over dingen mij haar opvallen bij de (buitenlandse) horeca en ook de verschillende vormen van vervoer komen bij mij aan de orde." 

Lees hier de verhalen van Judith.

 

Kortom; wekelijks een aantal interessante, authentieke verhalen. Veel leesplezier!


Alle Travel Tales op een rijtje:

“De Valenciaanse vleermuis begroet me vanuit mijn kamer”

Afgelopen week kwam mijn verblijf in Napels na bijna 14 dagen ten einde en werd ik verwacht in het prachtige Spaanse Valencia. Rechtstreeks vliegen vanuit Napels naar Valencia was niet mogelijk dus vloog ik afgelopen vrijdag met een tussenstop samen met mijn twee dochtertjes Alizia en Chloé via de luchthaven van Barcelona naar mijn uiteindelijke bestemming. Judith zou pas later die dag komen aangezien zij die de reisgroep van KUNSTSTAD nog de laatste bezienswaardigheden van Napels wilde laten zien om hen vervolgens naar het Napolitaanse vliegveld te begeleiden.

Tijdens het opstijgen had ik een prachtig zicht op de Vesuvius en ongeveer twee uur later zagen we tijdens de daling de zeehaven van Barcelona omringd met moderne gebouwen, in de verte ontwaarde ik het gelijkmatige stratenpatroon van de beroemde negentiende eeuwse wijk met de gebouwen van Gaudí en ik kon zelfs een glimp van zijn Sagrada Familia opvangen. 


Mijn eerste etappe zat erop en ik bereidde mijn meiden er alvast op voor dat we na een pauze van een paar uurtjes weer verder zouden gaan vliegen. Chloé en Alizia hebben er in hun korte leventje inmiddels al zeer veel vlieguren op zitten dat ze hier niet meer van opkijken en zonder veel moeite stapten ze aan het eind van de middag weer aan boord om een kort ‘vluchtje’ te maken van Barcelona naar Valencia.

De taxibus stond op de Valenciaanse luchthaven al op ons te wachten en bracht ons vliegensvlug naar ons mooie hotel dat nabij het centrum van de stad was gelegen. Toen ik mijn hotelkamer binnenstapte voelde ik me direct thuis want we hadden in de afgelopen jaren wel vaker in dit luxueuze vijfsterrenhotel verbleven en ze hadden ons dezelfde kamer als de vorige keer gegeven.

Toen ik uit mijn hotelkamerraam keek werd ik er direct aan herinnerd dat ik me in Valencia bevond want ik had uitzicht op een schild met het stadswapen van het nabijgelegen overheidsgebouw dat boven het dak van het hotel uitsteekt. Het stadswapen van Valencia wordt bekroond door een vleermuis. En de vleermuis komt als symbool voortduren terug in de stad. Op talrijke vlaggen die in de stad wapperen zie je het stadswapen met prominent de vleermuis erbij, en ook siert het de vele putdeksels in de straten van de stad.

De stad Valencia is sinds de dertiende eeuw verbonden met de vleermuis. Volgens de overlevering landde een vleermuis op de schouder van Rey Jaime I (Jacobus I. in het Nederlands), de koning van Aragón toen hij de stad Valencia heroverde op de Moren. Er blijken trouwens nog andere varianten van het verhaal van Valencia en de verbondenheid met de vleermuis te zijn, maar een feit is dat de vleermuis onmiskenbaar het symbool van de stad is. 


Niet verwonderlijk is het dan ook dat de voetbalclub van Valencia de vleermuis als hun herkenningsteken heeft.

Een paar jaar geleden las ik in de Nederlandse kranten een opmerkelijk verhaal in dit kader: DC Comics, de uitgever van onder meer de Batman-strips, sleepte de genoemde Spaanse voetbalclub Valencia C.F. voor de rechter. Het beoogde nieuwe logo van de voetbalclub zou te veel op het Batman-logo lijken. De Amerikaanse stripmaker heeft daarom een klacht ingediend bij de European Trademark Agency om te klagen over de nieuwe versie van de Valenciaanse vleermuis. De Amerikaanse uitgeverij ving bot want zoals ik schreef wordt de vleermuis al sinds de dertiende eeuw op vlaggen en wapenschilden gebruikt in deze streek van Spanje en de voetbalclub van Valencia gebruikt het fladderende dier al sinds de jaren '20 van de vorige eeuw in haar logo. Batman zag het levenslicht pas in 1939, dus de Valencianen kunnen zich gewoonweg langer op dit beeldrecht beroepen.


Wat trouwens wel grappig is van de ligging van mijn hotel is dat het slechts enkele straten is verwijderd van het stadion van voetbalclub Valencia C.F. en terwijl ik een rondje om het hotel wandel zie ik de tribunes van het stadion in de verte al liggen. Aan de buitenmuren van het voetbalstadion hangen grote banieren en wat prijkt daarop? Jawel hoor…. de vleermuis.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wat doe jij als je een hotelkamer binnen komt?

Wat is het eerste dat jij doet als je een hotelkamer binnen komt lopen? Ik heb het wel eens gehad over het feit dat ik dan al vrij snel mijn tijdelijke thuis aan het herinrichten ben (lees hier mijn blog hierover) en dat ik de gordijnen openschuif om te kijken naar het uitzicht (ook hier besteedde ik eerder aandacht aan). Echter het aller allereerste wat ik in een hotelkamer doe is mijn koffertje ergens neerleggen. Vaak is de vraag dan ‘waar doe ik dat?’

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat wij het met ons gezin vrij makkelijk hebben om een geschikt plekje te vinden omdat wij slecht met twee kleine koffertjes reizen, die in het vliegtuig gezien worden als handbagage. Wij kunnen onze bagage dus meestal wel makkelijk in de hotelkamers waar we komen kwijt. Echter de meeste reizigers, onder meer onze klanten van KUNSTSTAD, hebben vaak een grote ‘normale’ koffer en daarnaast meestel ook nog handbagage bij zich. Ook reist een deel van hen met z’n tweeën waarbij er dus geregeld sprake is van twee of meer koffers in een hotelkamer. Je kunt je voorstellen dat dit tot ruimtegebrek kan leiden in een hotelkamer.


Wat ik zelf in dit kader heel prettig vind is om mijn bescheiden koffertje (maat 55 x 40 x 25) op een verhoging in een kast neer te leggen, zodat ik niet hoef te bukken en ik de deur van de kast kan sluiten. Ik laat de meeste van mijn spullen, behalve jurkjes die kunnen kreuken, namelijk in mijn koffertje zitten. Als ik iets nodig heb open ik de kast, duik ik mijn koffer in en ik berg het er ook weer in op. Dat werkt uitstekend. Gelukkig is er in de vier- en vijfsterrenhotels waar wij verblijven vaak ruimte genoeg in de kast om onze twee koffertjes op deze manier neer te zetten.

Soms lukt dit echter niet, maar zijn er andere mogelijkheden gecreëerd. De opbergvariant die ik het meest aantref is een opklapbaar krukje dat dikwijls in de garderobekast is weggeborgen. De bedoeling daarvan is dat je dit ergens in de kamer openklapt en daar je koffertje oplegt. Ik vind dit zelf niet de meeste ideale manier, want zo’n krukje is vaak gammel en voor een grote koffer is het natuurlijk helemaal niet geschikt. Naast dat het niet past kun je je koffer namelijk niet openen want dan wiebelt de standaard om. 


Een grote koffer vul je namelijk aan twee kanten en om je kleding die je opgeborgen hebt in de zogenaamde dekselkant te kunnen bereiken dien je toch echt je koffer plat neer te leggen, anders valt de gehele inhoud eruit.

Een andere optie is als een hotel een soort vaste bank in de kamer heeft geïnstalleerd. Deze is natuurlijk wat stabieler dan de opklapbare variant en biedt wat meer ruimte. Hoewel een grote koffer daar vaak ook een stuk overheen steekt.

Het blijft als je met zijn tweeën reist dus zoeken naar de meest ideale plek om je koffers te plaatsen, zodat ze niet in de weg liggen, ze niet kunnen vallen en je ze gemakkelijk open kunt klappen. Er blijven volgens mij maar twee mogelijkheden over in zo’n geval. Je legt de koffers in een hoek van de kamer op de grond neer, je pakt de gehele koffer uit en zet de koffer in de kast of schuift hem bijvoorbeeld onder het bed.


Een goede oplossing trof ik laatst trouwens in een hotel in Amsterdam. Daar was een lade onder het bed geïnstalleerd, waar je je tas of zelfs een middelmaat koffer in kon opruimen. Dat is nou eens inventief. Maar verreweg de ultieme manier om je koffer weg te bergen blijft toch de inloopkast, waar ik het verleden week over had.

Loop jij ook wel eens tegen dit ‘opruimprobleem’ aan en hoe wat voor oplossingen heb jij ervoor gevonden om je koffer op een goede manier in je hotelkamer te plaatsen?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De inloopkast is toch wel erg handig!

Terwijl ik mij afgelopen week aan het aankleden was realiseerde ik me dat ik bij één fenomeen in hospitality in mijn blogs nog nooit echt heb stilgestaan en dat is de kastruimte waarover je kunt beschikken tijdens je verblijf in een luxe hotel.

Meestal laat ik het grootste deel van mijn kleding in de koffer zitten echter mijn jurken hang ik graag even uit aan een kledinghangertje (over het ‘hangertje’ in een hotel heb ik eerder geschreven, klik hier). Zo blijven deze kledingstukken mooi en zijn ze voor het gebruik minder gekreukeld.
Soms hebben luxe hotels echter slechts een soort transparant wandmeubel met enkele planken en een klein stangetje waar maar enkele hangertjes aan hangen. Hier kan ik vaak niet al mijn kleding in kwijt. Er zitten meestal dan ook geen kastdeuren voor deze zeer eenvoudige kastconstructie en dit kan bijna vanzelfsprekend mijn goedkeuring niet wegdragen. Ik vind zoiets een idee geven van een soort goedkoop
Ikea-kastje’, die er wellicht erg aardig uit ziet als er geen kleding in hangt, maar waar je weinig aan hebt als je er daadwerkelijk kleren in wil opbergen. 


Zo’n eenvoudig open klerenkastje lijkt misschien leuk en handig maar zodra je als hotelgast je spulletjes er in uitstalt wordt het ineens een totaal onoverzichtelijke rommel van kledingstukken in allerlei soorten en maten. Dit komt niet alleen door het uitstallen van je kleren, maar ook door het erbij zetten van schoenen, tijdschriften en andere zaken die je op wilt ruimen. Kortom, het geheel ziet er niet meer uit. Daarnaast vind ik de weinige kast- en gaderoberuimte die zo’n open kastconstructie biedt sowieso zeer irritant en niet congruent voor een vier- of vijfsterrenhotel.

Het kan echter soms ook heel anders; dan beschik je over zeeën van kastruimtes, waarbij er meerdere kasten over de hotelkamer verspreid staan. Ik vraag me in zo’n geval wel eens af wat hier dan de bedoeling van is. Ik zou hotels waar dit in voorkomt voorstellen om een aantal kasten te verwijderen zodat je iets meer ruimte creëert in de hotelkamer. Ruimte om je te bewegen is namelijk ook heel wat waard. 


Echt handig vind ik het pas als mijn hotelkamer een zogenaamde walk-in closet heeft en dat is hier tijdens mijn verblijf in Napels het geval. Zoals de naam als aangeeft is hier sprake van een aparte ruimte, een soort extra kamertje, waar zich allerlei stangen met klerenhangers, kastplanken, lades e.d. bevinden en waar je eigenlijk in de hele ‘inloopkast’ je spullen overzichtelijk in kwijt kunt. Na gebruik van deze enorme gaderobekast wandel je eruit en doe je de deur achter je dicht. Opgeruimd staat netjes! Ook mijn koffers, schoenen en de kinderwagens kan ik in deze enorme ruimte kwijt en nog steeds is er op die plek genoeg bewegingsvrijheid. Als groot bijkomend voordeel bij de aanwezigheid van zo’n aparte kledingruimte is het feit dat er in de rest van de hotelkamer, of op dit moment in onze juniorsuite (die bestaat uit twee kamers) geen ‘kledingtroep’ en dergelijke ligt.

Mocht je als hotel dus nog wat ruimte her en der over hebben dan zou ik het wel weten, maak er een inloopkast van, daar maak je je gasten blij mee!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Paus Paulus de Derde had zijn zaakjes aardig op orde

Afgelopen dinsdag stond ik met een groep enthousiaste deelnemers tijdens mijn KUNSTSTAD-reis voor het beroemde schilderij Paus Paulus III met zijn kleinzonen”, geschilderd door de grote Renaissancemeester Titiaan. Dit werk bevindt zich in het indrukwekkende Capodimonte Museum in Napels en behoort tot één van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis.

Mijn toehoorders keken met enige verbazing naar het betreffende schilderij waarop zij zagen dat naast Paus Paulus de Derde (1468-1549) ook twee jonge mannen stonden, die zijn kleinzonen bleken te zijn. Paus Paulus III werd oorspronkelijk geboren als Alessandro Farnese en was een telg uit een voorname Toscaanse familie. In zijn jeugd kreeg hij zijn opleiding aan het hof van Lorenzo de’ Medici in Florence. Zijn afkomst en zijn belangrijke connecties zorgden ervoor dat Alessandro Farnese al op 25-jarige leeftijd kardinaal werd en toen hij begin veertig was kreeg hij zelfs de invloedrijke titel van Bisschop van Parma


Kortom, hij had tijdens zijn leven snel en uiterst slim carrière gemaakt om uiteindelijk in 1534 tot paus verkozen te worden.

De ondeugende glimlach van de bejaarde paus op het reeds genoemde schilderij hier in Napels verraadt dat Paulus III zich echter niet alleen maar bezig hield met het religieuze leven. Toen hij Bisschop van Parma werd had hij ook een maîtresse genomen waarbij hij vier buitenechtelijke kinderen kreeg. Uiteindelijk zorgde dit er jaren later ook voor dat hij een aantal kleinkinderen tot zijn nazaten kon rekenen waarvan er dus twee op dit schilderij in het Capodimonte Museum te zien zijn. Paulus III had als een echte nepotist een aantal kleinzonen op jonge leeftijd al tot kardinalen benoemd. Zijn kleinzoon Allessandro Farnese, die trouwens naar zijn opa was vernoemd, werd al op zijn zestiende kardinaal en is op dit betreffende schilderij als voorname kerkvorst achter zijn grootvader, paus Paulus III, afgebeeld.

Aan de rechterzijde zien wij als toeschouwer op het schilderij een andere kleinzoon van Paulus III afgebeeld, genaamd Ottavio Farnese, die het schopte tot Hertog van Parma. Deze Ottavio had letterlijk en figuurlijk dezelfde aanpak als zijn opa want ook hij trachtte zoveel mogelijk zijn macht te vergroten. Daarom trouwde Ottavio met Margaretha, dochter van Keizer Karel V. Als Margaretha van Parma werd zij later Landvoogdes, in naam van haar (half)broer Filips II, in de Habsburgse Nederlanden. Ook de zoon van Margaretha en Ottavia kreeg de titel van Hertog van Parma en probeerde met onsuccesvol de opstand in de Nederlanden te stoppen. Erg grappig dus dat onze vaderlandse geschiedenis verbonden is met deze ene machtsbeluste Paus die op dit schilderij van Titiaan vereeuwigd is.

Paus Paulus III leefde trouwens in een roerige tijd, die misschien wel mede door hem zo onstuimig gemaakt was. Want door zijn decadente levensstijl spijkerde Maarten Luther 95 stellingen aan de deur van Slot Wittenberg, wat de aanzet was tot de reformatie.


En terwijl wij voor het schilderij van “Paus Paulus III met zijn kleinzonen”  stonden viel me op dat het kunstwerk hier in dit belangrijk museum in Napels geflankeerd wordt door nog twee portretten van dezelfde Paus, die ook beiden door Titiaan geschilderd zijn. 

Paus Paulus III was een belangrijk opdrachtgever voor kunstenaars in die tijd, niet alleen Titiaan maar ook Michelangelo kreeg een belangrijke opdracht van hem. Met enige tegenzin moest Michelangelo op de wand achter het altaar in de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan het Laatste Oordeel schilderen van Paus Paulus III. Veel behoefte had de bejaarde Michelangelo zogezegd niet aan deze opdracht, hij bleef liever beeldhouwen in Florence maar een opdracht van de Paus kon je helaas niet weigeren. Achteraf niet wetende dat dit één van zijn beroemdste werken zou worden.

Politieke spanningen waaronder geruzie over de macht over het hertogdom Parma, zorgden ervoor dat Paus Paulus III in 1549 op 81 jarige leeftijd sterft.


Deze markante persoonlijkheid liet na zijn dood, zoals je kon lezen, een heel ander Europa na. En dit zorgt ervoor dat je het schilderij “Paus Paulus III met zijn kleinzonen”  bij nadere bestudering toch met hele andere ogen ziet.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Bekende Napolitanen

Afgelopen maandag ging ik op weg naar de prachtige stad Napels. Met enige vertraging vertrok ik vanaf onze nationale luchthaven Schiphol. Het oponthoud mocht mijn (voor)pret niet drukken want ik wist dat ik een perfecte zitplaats op de eerste rij zou krijgen, waar ik heerlijk mijn lange benen tijdens de vlucht kon strekken. En ondanks dat het vliegtuig lekker vol was zag ik dus zogezegd niet tegen de vlucht op. Toen ik me eenmaal aan boord geïnstalleerd had en we vervolgens opgestegen waren, begon ik met veel plezier te lezen in het juist verschenen boek van Mariët Meester getiteld ‘De Tribune van de Armen’. Vooraf wist ik dat dit boek niet over het Zuid-Italiaanse Napels zou gaan, maar over het Zuid-Spaanse Andalusië. Ik werd, terwijl ik me inmiddels op meer dan tien kilometer hoogte bevond, direct gegrepen door alles wat Mariët schreef. Andalusië en met name Málaga is één van mijn favoriete plekken in Europa en al lezend in dit boeiende boek had ik het amper door dat de vliegtijd zo snel was verstreken. 


Sterker nog, ik vond het zelfs jammer dat ik boek op een gegeven moment moest dichtslaan omdat ik zo geanimeerd in het verhaal zat, maar de landing was al door de piloot ingezet, uit mijn raampje zag ik de Vesuvius en dat betekende dat we binnen enkele minuten op de luchthaven van Napels zouden aankomen. Ik vermoed trouwens dat de schrijfster van het boek dat ik las ook over de plek waar ik aankomende twee weken zou vertoeven, namelijk Napels en omgeving, een buitengewoon interessant essay zou kunnen schrijven, want ik had inmiddels bemerkt dat Mariët Meester uitstekend de sfeer van een landstreek kan beschrijven en uitstekende reisverhalen kan vastleggen.

Eenmaal in Napels geland en vervolgens wandelend door de aankomsthal werd ik op alle plekken herinnerd aan de kunst en cultuur van streek. Goed gedaan van het Napolitaanse toeristenbureau want je wordt als bezoeker gelijk onder gedompeld in de Napolitaanse stemming; zo zag ik hier op de luchthaven levensgrote reproducties van de muurschilderingen van de ‘Villa dei Misteri’, die zo gaaf bewaard waren gebleven bij de opgravingen van Pompei en daardoor nog steeds in het echt te bewonderen zijn. Ik verheugde mij hierdoor al op het wederzien met de originele schilderingen op deze plek die ik eind van deze week tijdens mij voorbereiding had ingepland.

Aangekomen in mijn mooie hotel midden in het centrum voelde ik gelijk de zindering en energie van de oude stad. Napels maakt eigenlijk bij iedere bezoeker iets positiefs los, zo ook bij mij en je wil eigenlijk meteen de stad gaan verkennen, maar aangezien het inmiddels al avond was en ik een drukke dag in Amsterdam erop had zitten, besloten we om slechts alleen nog van een heerlijke Napolitaanse maaltijd te gaan genieten en onze krachten te sparen voor de dagen die nog komen zouden gaan.    


Toen ik in mijn hotelbed lag dacht ik na over alle grote der aarden die iets met Napels hadden doordat ze er ooit hadden gewoond, gewerkt of tijdens een reis hadden verbleven. Eén persoon die mij meteen te binnen schoot was Goethe. De beroemde Duitse schrijver schreef tijdens zijn uitgebreide bezoek aan de stad ooit "Vedi Napoli e poi muori!" sagen sie hier. Siehe Neapel und stirb!. Wij hebben deze uitdrukking in het Nederlands overgenomen “Eerst Napels zien, en dan sterven”, maar dat moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, de uitspraak is meer bedoeld om aan te duiden hoe mooi de stad is en een verpletterende indruk op je kan maken.

Het lijstje met bekende mensen die zogezegd op een bepaalde manier met Napels verbonden waren werd in mijn gedachte langzaam langer; de filosoof en vrijdenker Giordano Bruno (1548-1600) bijvoorbeeld zette in Napels zijn eerste ideeën op papier en eindigde helaas in Rome door de inquisitie op de brandstapel. Ook de befaamde theoloog en filosoof Thomas van Aquino was een tijdje werkzaam op de universiteit van Napels en schopte het uiteindelijk tot één van de belangrijkste denkers van de Rooms-Katholieke kerk. Dus op intellectueel gebied heeft Napels een aantal belangrijke mensen voortgebracht.

Dit geldt eigenlijk ook voor de kunsten want zo bracht bijvoorbeeld de actrice Sophia Loren hier in Napels haar jeugd door, de barokke kunstenaar Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) werd in Napels geboren en startte hier zijn carrière, De beroemde operazanger Enrico Caruso (1873-1921) zong zijn eerste noten in Napels dat niet alleen zijn geboortestad was, maar ook de plek waar hij zijn laatste adem uitblies. 


Napels trok zelfs ook heel wat kunstenaars aan zo werkte de grondlegger van de Barok Caravaggio een korte tijd in Napels en zijn er enkele werken van hem hier te bewonderen  zoals een imposant altaarstuk getiteld ''De Zeven Werken van Barmhartigheid'' dat te zien is in de kerk Pio Monte della Misericordia

Waarschijnlijk geïnspireerd door Caravaggio trok een aantal Nederlanders ook naar Napels waaronder Matthias Stomer (1600-1652) die in Zuid-Italië furore maakte en enkele eeuwen later wist Antonie Sminck Pitloo (1790-1837) dit zelfs te evenaren.
Het denken aan al deze grote namen in de kunst en cultuur heeft hetzelfde effect als het ouderwetse ‘schaapjes tellen’ en terwijl ik mij verheugde op mijn ontdekkingstochten die ik deze week hier zou gaan maken viel ik in een diepe slaap.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Uitzicht op de Vesuvius

Afgelopen maandagavond arriveerde ik moe maar voldaan in mijn mooie hotel in Napels. Het voelde een beetje als thuiskomen want toen ik in de twintig was kwam in regelmatig in deze Zuid-Italiaanse stad. Daarnaast was ik hier precies een jaar geleden nog geweest en dat was omdat wij toen de bijzondere belevingsreis naar Napels aan het voorbereiden waren, die uiteindelijk volgende week met een KUNSTSTAD- groep zal gaan plaatsvinden.

Nadat we verleden jaar meerdere kwaliteitshotels in deze Zuid-Italiaanse stad hadden getest, was mijn keuze voor mijn gewaardeerde klanten gevallen op dit heerlijke viersterrenhotel, midden in het centrum van de stad. Door de drukte en de ‘huzzle and buzzle’ van de stad was mijn kennismaking met dit hotel verleden jaar een echte verademing want ondanks dat het midden het centrum was gelegen, is het echt een oase van rust. 


Zo ervoer ik dat gelukkig ook deze keer weer, want de route met de taxi vanaf het vliegveld naar het centrum is onrustig en lekker Napolitaans chaotisch. Het was dus wederom fijn om in dit klasse hotel aan te komen en ik voelde me helemaal in mijn nopjes toen in mijn hotelkamer binnenstapte.

Ik wist natuurlijk al wat ik kon verwachten, maar ik was naast de rust toch ook weer onder de indruk van het fenomenale uitzicht dat ik vanuit mij hotelkamerraam had. Want ook al is het hotel zogezegd gesitueerd in het oude centrum, als je op de bovenste verdiepingen verblijft, dan kijk je over de omliggende historische gebouwen heen, zo naar de prachtige Baai van Napels en je ziet zelfs prominent de wereldberoemde vulkaan De Vesuvius liggen. Wat kun je je nog meer wensen als je in Napels bent?

Het hotel heeft vanzelfsprekend ook lager gelegen kamers en ook vertrekken die uitkijken over andere delen van de stad, maar tijdens mijn overleg dat ik verleden jaar met het hotelmanagement had heb ik besloten om voor alle deelnemers van onze reis sowieso superior kamers te boeken. Deze upgrade had als gevolg dat alle deelnemers van de aanstaande Napelsreis het door mijn omschreven spectaculaire uitzicht zullen hebben want ik vind ook dat dit een deel van de reisbeleving is (klik hier voor een ander vergelijkbaar verhaal van mij hierover). 


Even tussendoor, ik ben dan ook erg benieuwd naar de reacties volgende week van onze klanten.

Maandagavond, toen ik hier dus aankwam, was het panorama nog niet optimaal en dus nog niet zo spectaculair als het zijn kan. Het was namelijk al donker en de beroemde vulkaan is natuurlijk niet verlicht. Maar je kon hem ondanks de bewolking wel ontwaren door het schijnsel van de volle maan. In mij hotelkamer zelf, in het interieur, werd ik echter gelijk herinnerd aan de bijzondere locatie waar ik verbleef; er hingen namelijk allerlei historische gravures en prenten met uitzichten op de wereldberoemde vuurspuwende berg en dat paste natuurlijk helemaal bij de ambiance. Telkens als ik deze dagen even in mijn hotelkamer zit te werken en soms tijd en plaats vergeet word ik door de kunstwerken aan de muur subtiel herinnerd aan het feit dat ik in Napels met zijn indrukwekkende vulkaan ben. De kunst aan de muur werkt dus echt mee aan de juiste atmosfeer in het hotel. (Lees hier een eerder artikel van mij hierover)


Dat tref ik jammer genoeg ook wel eens anders. Een hotel in Málaga waar ik regelmatig kwam, heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om foto’s uit HongKong (?!) in de kamers op te hangen. Verder refereert niets in het hotel aan Azië, anders zou je kunnen denken dat het een klein onderdeel van een groter concept was. Maar dat is dus niet zo. Alles is vrij strak ingericht en dat is aangevuld met de genoemde foto’s. Ja, hallo, ben ik nou in Azië of in Spanje? Je verwacht daar toch echt meegenomen te worden in de Spaanse beleving, de heerlijke mentaliteit te proeven en beelden te zien van minimaal iets Andalusisch of van de stad Málaga.

Je kunt het echter nog slechter treffen. Zoals sommige trouwe lezers wellicht weten hebben wij met het gezin voor een langere periode in een prachtig hotelappartement in Berlijn gewoond. Dit viersterrenhotel was uitstekend en ik heb daar een heerlijke tijd gehad. Maar uiteraard waren er ook zaken op te merken aan deze accommodatie. Zo hingen aan de muren in de hotelgangen en op de kamers officieel gesigneerde en gelimiteerde kunstwerken, je weet wel, waar er maar een beperkt aantal van afgedrukt zijn, een nummering en handtekening hebben en daarom van een artistieke waarde zijn. Op zich is zoiets een meerwaarde, echter deze werken waren allereerst zo triest en donker, dat je er zelf bijna treurig van werd. Zo werd bijvoorbeeld ergens de legendarische ‘Val van Icharus’ afgebeeld die, nadat zijn wassenvleugels door de hitte van de zon gesmolten waren, vervolgens ter aarde stortte. De kunstenaar had besloten om niet alleen de leidende ter aarde stortende Icharus af te beelden maar hij zat ook al onder het bloed en van het hele tafereel werd je niet echt vrolijk. En zo waren er nog meer van dit soort ‘depressieve’ uitbeeldingen. 


Omdat wij zolang in het hotel vertoefden kon ik mij na een paar maanden toch niet ervan weerhouden om mijn advies hieromtrent te geven. Ik vertelde geanimeerd tijdens een prettig gesprek met de hoteldirecteur dat het veel beter geweest zou zijn als er in het hele hotel iconen van de Duitse hoofdstad te zien zouden zijn waardoor je er in het hotelgebouw voordurend herinnerd zou worden dat je in Berlijn bent. Ik heb de directeur ook geadviseerd om deze werken, hoe veel sentimentele waarde ze eventueel voor de hoteleigenaar zouden hebben, te vervangen voor genoemde hoogtepunten uit de Duitse hoofdstad. Mijn positieve verandering hoefde trouwens helemaal niet veel geld te kosten want om een aantal mooie reproducties met schitterende sprekende foto’s van bezienswaardigheden van de stad, waaronder bijvoorbeeld met een aantal meesterwerken uit de Berlijnse musea, te maken is tegenwoordig niet meer zo prijzig.

Ik merkte dat de hoteldirecteur terwijl we in Berlijn waren het in “Keulen hoorde donderen' en vrees dat hij mijn advies, hoe goed ook, nooit heeft opgevolgd.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Venetië en Kassel, kunststeden die je dit jaar moet bezoeken!

Terwijl ik deze Travel Tales schrijf realiseer ik me dat het al weer lang geleden was dat ik zoveel weken achter elkaar in mijn geboorte stad Amsterdam heb vertoefd. Niet erg hoor, maar als echte reisfan gebeurt het eigenlijk de laatste jaren nog zelden dat ik zo honkvast ben. Echter allerlei afspraken en leuke activiteiten die ik georganiseerd heb zorgden ervoor dat ik even op dezelfde plek bleef ‘hangen’, maar ik weet dat ik aanstaande maandagmiddag alweer door het mooie Napels rondwandel en dat daarna al weer allerlei andere buitenlandse bestemmingen op mijn reisprogramma staan. Enkele plekken die ik dit jaar zal bezoeken zijn onder meer het mooie Duitse Kassel en de schitterende Italiaanse Lagunestad Venetië. Venetië en Kassel zijn voor de echte kunstliefhebbers dit jaar dan ook echt een must! In beide steden vinden namelijk in 2017 belangrijke moderne kunstmanifestaties plaats. In Venetië is dat de enorm grote expositie getiteld De Biënnale, die zoals de naam al doet vermoeden, tweejaarlijks plaatsvindt en waarbij in allerlei paviljoens belangrijkje hedendaagse kunst wordt tentoongesteld. 


In Kassel organiseert men om de vijf jaar een eveneens uitbundige kunstexpositie met de naam De Documenta en die mag je eigenlijk ook niet missen.   

Allereerst even wat meer over de Venetiaanse Biënnale; deze heeft een lange geschiedenis want de eerste keer dat deze plaatsvond was al in 1895. Traditiegetrouw tonen vele landen hun belangrijke hedendaagse kunstenaars, waarbij 28 landen dit doen in speciale paviljoens die zich bevinden op het terrein genaamd Giardini gelegen in het Venetiaanse stadsdeel Castello. Ons Nederlandse expositiegebouw is ooit ontworpen door de hooggewaardeerde architect Gerrit Rietveld en is dus een bezienswaardigheid op zich. Tweejaarlijks wordt er voor de Nederlandse inzending een curator en een kunstenaar benoemd. Bekende Nederlandse kunstenaars waren ooit vertegenwoordigd op de Biënnale waaronder Constant (Nieuwenhuis), Arnout Mik, Marlene Dumas, Daan van Golden en vele anderen. Dit jaar zal de kunstenares en cineaste Wendelien van Oldenborgh in samenwerking met curator Lucy Cotter ons land vertegenwoordigen en ik ben dan ook zeer benieuwd naar hun bijdrage.


Vanaf 13 mei (tot 26 november) kun je de overvloed van moderne kunst in Venetië bewonderen en tegelijkertijd kun je deze zomer naar het Duitse Kassel om daar de prestigieuze Documenta te bezoeken. Deze belangrijkste tentoonstelling ter wereld van actuele beeldende kunst vindt zogezegd om de vijf jaar plaats en toont eveneens werk van hedendaagse kunstenaars die er op dit moment toe doen. De eerste Documenta in Kassel vond plaats in 1955 onder leiding van de initiatiefnemer en kunstenaar Arnold Bode. Verschillende belangrijke personen volgden hem op als hoofdcurator waaronder in 1982 onze eigen Rudy Fuchs en in 1992 de Belgische ‘kunstpaus’ Jan Hoet. Deze zomer zal de Documenta, die inmiddels al weer voor de 14de keer plaatsvindt, onder leiding staan van de Poolse kunstcriticus Adam Szymczykn. Wat hij over de vele verschillende gebouwen in de stad gaat tentoonstellen is nog tot de opening een geheim, maar dat het weer een groot spektakel zal worden daar twijfelt niemand aan.


Mocht je een echte kunstliefhebber zijn en geïnteresseerd zijn in beiden toonaangevende kunstmanifestaties kom dan aankomende zaterdag en/of zondag naar mijn presentaties in het Hilton Hotel (klik hier voor meer informatie) of meld je aan voor de speciale reizen die ik naar Venetië (klik hier) en naar de Kassel (klik hier) organiseer.

Ik ontmoet je graag spoedig om met je over dit fenomeen in de kunst verder te praten.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


"Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand”

Als dame, maar waarschijnlijk ook al heer, heb je af en toe gewoon de behoefte om eens even in de spiegel te kijken: Hoe zit mijn haar? Zit mijn jasje goed? Zie ik er goed uit? Soms passeer je zomaar ergens spontaan een spiegel en kijk je onbewust opzij om even te checken of je er nog naar wens eruit ziet. Of je gaat bewust even naar het toilet om aldaar tijdens het handenwassen te controleren of je nog nieuwe lippenstift moet aanbrengen.

Kwaliteitshotels hebben vaak spiegels in overvloed op allerlei plekken in het gebouw. Soms dienen ze als decoratie, maar meestal zijn ze bedoeld voor de gasten om bovenstaande handelingen te verrichten.

Spiegels als versieringselement worden vaak toegepast in een hotel waar de ruimte niet zo groot is en om op die manier toch een ruimtelijk effect te creëren. Met zo iets dergelijks waren ze van de week in het College Hotel in Amsterdam bezig. Men monteerde delen van oude verweerde spiegels op de muur waarbij je duidelijk kon zien dat ze uit lang vervlogen tijden kwamen. 


Gecombineerd met het moderne interieur leverde dit ‘mozaïek’ van historische spiegeldelen, een mooi maar ook vervreemdend effect op. Je ziet je zelf namelijk wel, maar in een soort aparte stukjes; het spiegelbeeld wordt namelijk doorkruist door alle lijnen van de spiegelfragmenten.

Terwijl ik daar in het College Hotel zat moest ik vervolgens denken over het fenomeen spiegels in hotels en dan met name over de verschillende functies die ze daar bekleden. Ze worden zogezegd soms gebruikt als decoratie, soms om een ruimtelijk effect te bereiken, maar heb je er bijvoorbeeld wel eens bij stil gestaan wat voor een rol spiegels spelen in een hotellift? Is het je wel eens opgevallen dat bijna in alle liften spiegels zijn opgehangen? 

Dit is natuurlijk met een reden gedaan; het tochtje met een lift duurt meestal kort, maar blijkbaar voor een mens net lang genoeg om je even te ‘vervelen’ en ik ben dan ook altijd blij als ik even in de spiegel kan turen. Laatst stond ik echter in een lift zonder spiegel, wat zelden gebeurt, en ik mistte de spiegel echt. Waar moest ik nu naar kijken? Ik besloot tijdens dit liftritje dan ook om maar eens het instructiebordje te gaan bestuderen voor wat je moet doen als de lift blijft steken.  

Zogezegd is er meestal wel een spiegel in de hotellift aanwezig en heb je die genoemde welkome afleiding doordat je even kunt checken of je haar goed zit. En oh ja, zit m’n kraag niet binnenstebuiten? Ah, daar zit een vlekje op mijn jas en die kan ik er gelukkig even vanaf wrijven. En… voor je het weet ben je al weer beneden met de lift.

Als je in je eentje in de lift staat kun je dit ritueel heerlijk ongestoord uitvoeren. Maar dit wordt een tikkeltje lastiger als er meerdere personen in de lift staan. Je staat toch met zijn allen dicht bij elkaar in een kleine ruimte, je deelt min of meer elkaars ‘privat space’ en dan wil je niet zulk soort persoonlijke handelingen uitvoeren.


Spiegels in de lift kunnen in zo’n geval zelfs een nadelig effect hebben want de meeste mensen willen ‘anoniem’ in de lift blijven en door de spiegels wordt je nog meer met de medegebruikers geconfronteerd wat voor sommige mensen als onbehagelijk en vervelend kan worden ervaren en het enige wat je dan kunt doen is strak naar de grond staren. Wat natuurlijk ook kan is gewoon door het oogcontact dat dankzij de liftspiegels ontstaat gewoon een gezellig kort gesprekje gaan voeren. Wij staan hier met de familie altijd wel voor open. Allereerst zijn onze jonge dochters regelmatig een aanleiding voor een liftgebruiker om iets tegen ons te zeggen en onze paarse outfit lokt natuurlijk ook wel reacties los en dan kijken wij tegelijkertijd, tijdens het liftgesprek, ook altijd weer even in de spiegel of onze paarse kleding goed zit.

Kortom een spiegel in een lift kan heel handig zijn, maar soms wellicht ook wat te confronterend. Een andere plek in een kwaliteitshotel waar natuurlijk altijd spiegels hangen is in de sanitaire ruimtes, zoals boven de wasbak als vanzelfsprekend, waar je goed je gezicht en haar in kunt bekijken. Maar wat ik ook onontbeerlijk vind is dat ergens in dit zelfde vertrek een grote spiegel hangt die begint bij de plint en minimaal ‘menshoog’ is. Zo’n hoge ‘passpiegel’ is echt essentieel in een luxueus vier- of vijfsterrenhotel. Alleen in zo’n grote spiegel kun je zien of je rok goed zit en of je geen ladder in je panty hebt. Het verbaast me dan ook weleens dat sommige gerenommeerde hotels hierover niet beschikken. Deze week werd ik in Amsterdam met deze lacune geconfronteerd toen ik voor een zakelijke rendez-vous in het toonaangevende chique Amstel Hotel was. Voordat ik mijn afspraak de hand wilde schudden ging ik even naar het toilet en wat schetste mijn verbazing, er hing geen grote hoge passpiegel! 


Er ontstond een ‘Mr. Bean-achtige’ situatie waarbij ik op mijn tenen min of meer voor de spiegel stond te springen om mijn panty en onderste deel van mijn jurk te bekijken. Paste de kleur van mijn panty nou eigenlijk wel bij mijn schoenen? Ik hield uit louter afwezigheid van een goede spiegel mijn been maar een beetje omhoog om dit te inspecteren. En ja hoor, je zult altijd zien dat er dan net op dat moment iemand binnen komt lopen en de dame in kwestie keek mij een beetje met een verbaasde blik aan.

Ik was eigenlijk wel verbaast dat een bekend vijfsterrenhotel, dat toch een bepaalde status hoog te houden heeft, dus niet over de service van een hoge spiegel heeft nagedacht. Ik ben toch niet de eerst persoon die met dit dilemma stoeide? Of zou nog nooit iemand het management hierop hebben geattendeerd? Geregeld tijdens mijn hotelverblijven vallen mij dingen op die door een kleine investering zo veel meer gerief voor de gasten zouden opleveren, zo ook dit keer weer in Amstel Hotel.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


"Geen mens gaat voortijdig naar huis, tenzij...”

Geen mens gaat voortijdig naar huis, tenzij de baas vroeg gaat” was een toepasselijk citaat dat ik las op internet. Dit wil eigenlijk zeggen dat de baas het goede voorbeeld geeft aan zijn medewerkers en ik ben het daar roerend mee eens. Ook in de hospitalitybranche gaat deze vlieger op en ik ben van mening dat de energie, de aanwezigheid en de uitstraling van de leidinggevende van eminent belang is voor de prestaties van de rest van het hotelpersoneel.

Zoals je weet spendeer ik veel van mijn tijd in goede vier- en vijfsterrenhotels. Tijdens mijn verblijf heb ik regelmatig een afspraak met de directeur van het hotel en ben ik dus meestal op de hoogte van wie de manager van het betreffende hotel is. Mocht dit niet het geval zijn dan google ik vaak even om zo te weten te komen wie de leiding heeft en mocht ik daar op die manier niet achter komen dan wordt het door middel van navraag bij het personeel vaak wel duidelijk wie dit is. 


Echter als ik het bovenstaande onderzoek niet verricht dan merk ik als ik goed oplet trouwens op een gegeven moment vanzelf wel wie er verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen in het hotel en wie dus de functie van general-manager bekleedt. Ik bespeur dit meestal aan hoe deze heer of dame (in het vervolg van mijn verhaal heb ik het over ‘hij’, terwijl het natuurlijk net zo vaak een ‘zij’ betreft, maar ik wil het in mijn betoog even simpel houden) omgaat met de staff van het hotel. Daarnaast zie je het aan de uitstraling en de manier waarop hij zich door het hotel begeeft, je ziet dat hij voortdurend nauwlettend alles in de gaten houdt en het valt op dat hij geregeld zijn team aanspreekt. En daarnaast groet hij geregeld zijn gasten en maakt een praatje met ze. Althans, dit is in mijn ogen het ideaalplaatje van een hoteldirecteur en gelukkig kom ik ze zo nog vaak tegen. De directeur is in de eerste plaats natuurlijk de ultieme gastheer van het hotel en behoort zijn gasten zich thuis te laten voelen. Hij dient te weten hoe de gasten het hotel ervaren en dat alles naar wens is. En hij moet geïnteresseerd zijn in punten die voor verbetering vatbaar zijn en waar logés figuurlijk over kunnen ‘vallen’.

Laatst schreef ik al eens over de directeur van een nieuw vijfsterrenhotel in Málaga waar ik een aantal dagen verbleef (klik hier voor dit verhaal). Deze heer had echt plezier in zijn werk, was zichtbaar aanwezig in het hotel en liep zelfs ’s avonds laat nog door de gangen te controleren of de vloerbedekking schoon was en alles goed onderhouden werd. Een groot compliment voor deze general-manager en hij was door zijn uitmuntende gedrag ook een goed voorbeeld voor zijn medewerkers. Zo’n zelfde soort ervaring had ik in Sevilla in het prachtige Alfonso XIII Hotel. Dagelijks liet de directeur zich regelmatig zien, maakte een praatje met de gasten en straalde een goed gastheerschap uit. Hij wilde zelfs ons KUNSTSTAD-reisgezelschap graag verwelkomen en vertelde tijdens een glas wijn over de 10 jaar dat hij hoteldirecteur was van dit luxueuze vijfsterrenhotel en hij had het tijdens zijn speech over zijn band met de Nederlandse Hotelschool. In Córdoba leidde de hoteldirecteur ons laatst zelfs rond door het hotel waar wij verbleven en nam hij onze groep mee naar een bijzondere ruimte onder het hotel om daar oude Romeinse opgravingen te laten zien. Geweldig toch!


Maar helaas, helaas, ik zie het ook wel eens anders. Zo vertoefde ik bijvoorbeeld eens al een tijdje in een hotel in Zuid-Frankrijk toen ik het sterke vermoeden had dat ik de general-manager van het hotel voorbij zag lopen. Ik had namelijk zogezegd weer even op internet gekeken, waar ik onder meer een foto van hem had gezien. Ik vond het leuk om kort kennis met hem te maken omdat wij misschien van plan waren om een aantal keer met een groep in zijn hotel terug te keren en ik liep met een vriendelijk handgebaar op hem af. Met verbazing zag ik dat hij bijna letterlijk wegdook en hij ging er vervolgens als een speer vandoor. Vreemd! Een hotelmedewerker zag dit bizarre tafereel en vroeg of hij mij uiteindelijk ergens mee kon helpen. Ik vertelde hem dat ik slechts even de hand wilde schudden van de general-manager en de betreffende medewerker zei dat hij zou vragen aan de hoteldirecteur in kwestie of dit mogelijk was. Een paar minuten later kwam de hotelemployee terug met de mededeling dat de directeur geen tijd voor me had. 


Jammer maar dat kan natuurlijk wel eens gebeuren, echter dat had de directeur ook gewoon kunnen zeggen toen hij zo onbeleefd voor mij wegschoot. Later die dag vroeg ik bij de receptie of ik voor de volgende dag een afspraak kon maken met de directeur want ik ben natuurlijk niet voor één gat te vangen. Echter dit bleek dit onmogelijk te zijn!! De dagen daarna zag ik hem meerdere keren in de lobby passeren, maar na wat vluchtige en schichtige blikken verdween hij steeds weer snel achter de ‘coulissen’. Er was dus totaal geen contact tussen hem en zijn gasten. Sterker nog, hij ontweek ze eigenlijk voortdurend. Je begrijpt al dat mijn keuze uiteindelijk niet op dit hotel gevallen is om met de reizen van KUNSTSTAD naar toe te gaan.

Ik vind echt dat je als general-manager je gasten buitengewoon moet waarderen. Zij verdienen aandacht, waarbij minimaal een vriendelijke blik, het schudden van een hand, het zeggen van ‘goedemorgen, of zelfs een kort beleefdheidspraatje tot het scala van mogelijkheden behoren. Als je als hoteldirecteur niet bereid bent om deze gastvrije rol te vervullen dan is het misschien verstandig om een andere beroepskeuze te maken.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

De Kunst van het Wandelen

Gisteren had ik een afspraak op Schiphol-Oost, dit is de plek waar onze nationale luchthaven ooit begon. De voormalige verkeerstoren staat er nog en doet herinneren aan lang vervlogen tijden die je soms nog kunt terugzien op oude historische foto’s. Op deze oude kiekjes zie je mensen in de jaren ’50 en ’60 hun familieleden vanaf het platform nabij deze verkeerstoren uitzwaaien. Tegenwoordig liggen terminals voor vertrek en landing een stuk verderop, maar vanaf Schiphol-Oost kun je de huidige verkeerstoren in de verte zien liggen. Vanaf deze plek vertrekken nu de privévliegtuigen, waarvan een aanzienlijk aantal in een nette rij hier op Schiphol-Oost staan te wachten.

We hadden ons ’s ochtends met een taxi vanuit Amsterdam-Zuid naar Schiphol-Oost laten brengen, maar we besloten ’s middags om met zijn allen terug naar huis te gaan wandelen. De lentezon scheen prachtig en het weer was dus optimaal voor zo’n lange wandeling. Ik hield bij de start van de wandeltocht rekening met het feit dat als mijn eindbestemming toch iets te ver zou blijken, ik gewoon alsnog halverwege een taxi kon bellen, maar ging er eigenlijk vanuit dat dit niet nodig zou zijn. 

Zoals de meesten weten wandel ik regelmatig, met name tijdens mijn vele buitenlandse reizen, grote stukken en heb dit ‘flaneren’ zelfs tot kunst verheven (klik hier voor mijn verhaal hierover). Het gebeurt trouwens maar zelden dat het mogelijk is om helemaal vanaf een luchthaven naar mijn hotel c.q. huis te wandelen omdat vliegvelden nou eenmaal zeer ver buiten de stad liggen. Afgelopen jaren heb ik slechts één keer een wandeling gemaakt vanaf mijn hotel naar de luchthaven en dat was in de Estse hoofdstad Tallinn, want daar landen de vliegtuigen op een loopafstand van het stadscentrum.


Met frisse moed startte ik nu mijn wandeling op Schiphol-Oost en toen ik een brede autoweg overstak belandde ik al vrij vlot in het alom bekende Amsterdamse Bos, dat grenst aan het enorme terrein dat tot het domein van Schiphol hoort. Terwijl ik het eerste stuk door het bos wandelde scheerden de vliegtuigen laag over wat tot veel hilariteit bij mijn dochters leidde.

Op de wegwijzers in het bos zag ik dat wij niet ver verwijderd waren van de ‘Geitenboerderij’ en dat zou onze eerste stop tijdens deze tocht worden. Tientallen witte geiten ‘begroetten’ ons met luid gemekker. Alizia en Chloé wisten niet wat ze zagen en vooral de geitenlammetjes riepen veel aangename emoties op. Chloé vond het geweldig dat ze kleine baby-geitjes mocht aaien want zoiets had ze nog nooit meegemaakt. Terwijl ik mij op het terras bij de boerderij tegoed deed aan een heus broodje geitenkaas maakten we ons weer op voor de voortzetting van onze wandeling.


Grote vijvers, enorme grasvelden, bomen waarvan de knoppen bijna letterlijk op knappen stonden en op nog veel meer natuurschoon werden we getrakteerd. Op een gegeven moment zag ik dat er her en der in het Amsterdams Bos ook kunstwerken stonden, zo viel mijn oog op een robuust graniet beeld, dat ik gelijk herkende door zijn stijl en abstractheid, het was onmiskenbaar een sculptuur van de Duitse beeldhouwer Ulrich Rückriem (geb. 1938). Hij maakt bij het creëren van zijn kunstobjecten gebruik van explosieven en grote zagen zoals ook duidelijk bij dit beeld in het Amsterdamse Bos te zien was. Het resultaat van zijn manier van werken is dat je uiteindelijk in het definitieve kunstwerk duidelijk de grondvorm van de originele steen blijft zien en ook de sporen van het werkproces, zoals bijvoorbeeld de gaten waar de explosieven zaten en ook de ruwe zaagranden opvallend aanwezig zijn. De monumentale kunstwerken van Rückriem zouden tot ‘Minimal Art’ gerekend kunnen worden en passen perfect in de openbare ruimte, daarom staan zijn werken in vele Duitse (beelden)parken. 


In het Amsterdamse Bos staan zelfs twee kunstwerken van Rückriem, die trouwens zijn carrière ooit begon als steenhouwer bij de restauratie van de dom in Keulen.

Ook bij het tweede beeld van Rückriem dat ik een tijdje later tijdens mijn wandeling tegenkwam viel weer het ‘ambachtelijke’ ruwe steenhouwen op en dit keer zag ik dat de genoemde gaten waar ooit de explosieven in hadden gezeten, uitermate geschikt waren als ‘winterschuilplaats’ voor honderden lieveheersbeestjes, die nu massaal naar buiten kwamen omdat ze gewekt werden door de warme voorjaarszonnestralen. Wat een bijzonder gezicht was dit; de grote hoeveelheid lieveheersbeestjes lieten het beeld letterlijk tot leven komen.

Rückriem was jarenlang professor aan de Kunstakademie Düsseldorf en past hier in een rij van beroemde andere naoorlogse kunstenaars zoals Josph Beuys en Jörg Immendorf die hier ook ooit les gaven. Tegenwoordig leeft en werk Rückriem in het gehucht Clonegal op het plattenland van Ierland.

Figuurlijk dwaalden mijn gedachten door deze beelden helemaal af van de plek waar ik liep, namelijk door het Amsterdamse Bos. Ik zag dat ik ondertussen de kop van de Bosbaan naderde en dat betekende dat ik bijna bij de uitgang van het bos was aan de zijde van de Amstelveense weg in Amsterdam-Zuid. Na een korte pauze met uitzicht op de genoemde bosbaan vervolgde ik de laatste etappe van mijn wandeling; langs de gebouwen van de Vrije Universiteit, waar ik ooit mijn studie Kunstgeschiedenis had doorlopen, vervolgens passeerde ik de hoogbouw van de Zuid-As om uiteindelijk het laatste stukje van mijn tocht door het Beatrixpark af te leggen. Ik zag, toen ik het park inliep, het hoofdkantoor van de verfproducent Akzo-Nobel dat hier sinds kort is gevestigd. Op de begane grond van hun nieuwe kantoor kun je door de ramen hun imposante kunstcollectie zien, die ik laatst op mijn gemak al eens bekeken had.


Leuk om te vermelden is trouwens het feit dat de Amici van KUNSTSTAD binnenkort met mij deze kunstcollectie tijdens de speciale Matinee Exclusive gaan bekijken en waarbij we een rondleiding krijgen langs de expositie.

Na nog enkele honderden meters kuieren was ik thuis en keek ik terug op een prachtige wandeling waarbij ik weer schitterende indrukken had opgedaan.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

De ontvoering van Europa

Tijdens recente Nederlandse verkiezingen kwam regelmatig het thema Europa en de E.U. (Europese Unie) ter sprake. Sommige politieke partijen zijn een verwoed voorstander van deze Europese samenwerking en andere stromingen in de politiek zijn een fervent tegenstander van dit fenomeen. Mijn mening als het hierom gaat is neutraal, ik ben echter wel echt een fan van het werelddeel Europa an sich. Maar mijn liefde voor dit continent heeft niets te maken met het politieke systeem van de E.U. want dit staat natuurlijk niet gelijk aan de prachtige zaken die ons schitterende werelddeel ons te bieden heeft. Ik schreef al eens eerder dat ik de diversiteit van Europa geweldig vind en dat een eventuele politieke eenheid niet tot een culturele eenheidsworst moet gaan leiden, met Europese steden waar alleen nog maar dezelfde winkels en restaurants te vinden zijn zoals McDonalds, Starbucks, H&M, en Peek & Cloppenburg. 

De laatste tijd, als ik weer eens lees over wat onder meer ‘de Grieken’ ons zogenaamd in Europa allemaal aandoen, moet ik denken aan een oud Grieks verhaal.


De naam Europa heeft zijn oorsprong namelijk in de Griekse Mythologie. De Griekse oppergod Zeus werd ooit verliefd op een Fenicische prinses genaamd Europa en om haar voor zich te winnen veranderde Zeus zich zelf in een witte stier. Deze vermomming was ook bedoeld om zich aan het oog van zijn jaloerse vrouw, de Godin Hera, te onttrekken.

Een zeer oude versie van dit verhaal van Zeus en prinses Europa is te zien op een fresco uit Pompeï die tegenwoordig in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels tentoongesteld wordt. We zien op deze oude schildering Europa op de rug van de stier (Zeus) staan afgebeeld, met wat vriendinnen er om heen. Het verhaal gaat namelijk dat de jonge Europa op een dag met haar vriendinnen, waarschijnlijk hofdames, aan het spelen is op het strand in de buurt van Sidon (een plaats ergens in het huidige Libanon). Van een afstand werd Zeus getroffen door de charmes van deze jonge knappe prinses. Zogezegd vermomd als stier komt Zeus naderbij tot het groepje jonge dames. De vriendinnen zetten prinses Europa aan om op de rug van de ogenschijnlijke tamme stier te gaan zitten.

Deze scene is behoorlijk vaak in de kunstgeschiedenis afgebeeld. Een zoetsappige versie is geschilderd in 1747, door de Franse schilder François Boucher, die tegenwoordig in het Louvre te zien is. Naast de schaars geklede Europa en wulps uitziende vriendinnen zien we op dit schilderij ook nog talrijke cupidootjes boven Europa vliegen en in de nabij gelegen zee liggen allerlei zeegoden. Het lijkt of op het schilderij echt een feestje gaande is!

Op een kunstwerk van Peter Paul Rubens uit het Prado Museum in Madrid, met dit zelfde thema, is te zien wat er vervolgens in het mythologische verhaal gebeurt. Terwijl prinses Europa spelenderwijs, door haar vriendinnen aangemoedigd, op de stier is geklommen, loopt het beest eerst rustig, maar aanstonds steeds sneller, naar de zee en springt er vervolgens in. Europa klemt zich, zoals op het schilderij van Rubens te zien is, aan de rug van de stier vast terwijl op de waterkant haar vriendinnen in paniek aan het schreeuwen zijn. Dit werk van de Vlaamse meester Rubens is trouwens een kopie van een zelfde schilderij van de Italiaanse Renaissance meester Titiaan, die dit ooit voor de Spaanse koning Filips II schilderde.


Hetzelfde moment uit de Europa-mythe is trouwens te zien op een werk van Rembrandt, waarbij niet alleen de vriendinnen om de kant in paniek staan te schreeuwen maar waarbij ook een koets te zien is met een verbouwereerde koetsier die het hele schouwspel in verbijstering gadeslaat. 

Uiteindelijk zal de stier haar meenemen naar het Griekse eiland Kreta, waar hij zich aan Europa openbaart als de God Zeus. Vervolgens bedrijven Europa en Zeus met elkaar de liefde en zal zij later een kind van hem baren. Het hele werelddeel boven Kreta zou voortaan de naam hebben van deze Fenicische prinses!


Met name het ontvoeringsmoment van Europa blijft een geliefd thema. Grappig is het feit dat op het geld, waar de eenheid van ons werelddeel nu een beetje op vast lijkt te lopen, ook de als stier vermomde Zeus en prinses Europa zijn afgebeeld. Dit is namelijk het geval op de twee euromunt uit Griekenland. Is dit symbolisch voor het gevoel dat de huidige Grieken op dit moment hebben? Voelen zij zich nu ook niet een beetje ontvoerd door de strenge monetaire maatregelen van de EU?

Als een soort prefiguratie van wat ooit zou gaan komen lijkt het oude voormalige bankbiljet van vijf Duitse mark met de prominente afbeelding van een zelfverzekerde Germaans aandoende prinses Europa op een onderdanige stier wel heel toepasselijk. Het lijkt wel of de Duits ‘vijf mark Europa’ zich supermachtig voelt en terwijl ze de oprijzende zon vast houdt, triomfeert zij tegelijkertijd over de Griekse nederige Zeus.


Zou Europa op dit moment wederom ontvoerd worden? En wie is dan de vermomde stier?

 

Marcel Verhoeven 

Europakenner

 

"Mij bekruipt, hoe weet ik niet, een zalig gevoel”

Met veel plezier en inzet ben ik altijd op zoek naar leuke plekken in Europese steden, naar een prettig en centraal gelegen onderkomen en naar de meest comfortabele manier om op die plaatsen te komen. Tijdens mijn vele reizen ben ik dus eigenlijk voortdurend bezig om mooie (vakantie)reizen, voor onze klanten, te bedenken en samen te stellen. Het is dan ook een soort beroepsdeformatie dat ik eigenlijk altijd, waar ik ook kom aan het nadenken ben of de locatie geschikt zou zijn om hier tijdens een reis van KUNSTSTAD terug te komen. Zou onder andere het restaurantje waar ik op dat moment zit geschikt zijn voor mijn gasten? Voldoet het hotel waar ik verblijf aan de eisen die ik stel aan een type hotel voor een KUNSTSTAD-reis?

De ideale reis is echter niet altijd alleen op rationele gronden onder woorden te brengen. Een goed hotel bijvoorbeeld kan in eerste instantie aan veel van onze wensen en behoeften voldoen maar toch uiteindelijk niet geschikt zijn voor één van onze KUNSTSTAD-reizen. Waar ligt dat aan?


Dit komt door het feit dat een hotel waar ik wil verblijven ook ‘goed moet voelen’. In de eeuwenoude Chinese filosofie zegt men dat het met de feng shui te maken heeft. Volgens deze Oosterse leer creëert een harmonieuze en prettige omgeving een gevoel van welzijn en geluk. Dit klinkt misschien wat hoogdravend maar het blijkt echt zo te zijn, want ik heb het al vele malen mogen ervaren. Om met de woorden van Goethe te spreken, ik kom wel eens op plekken waar ik kan zeggen: “Mij bekruipt, hoe weet ik niet, een zalig gevoel”.

Wat trouwens ook een rol speelt om dit prettige gevoel te krijgen is je eigen gemoedstoestand. Heb je bijvoorbeeld vlak voor je op reis gaat voor je examen een onvoldoende gehaald of heb je zojuist ruzie gehad met een goede vriend, dan is je humeur natuurlijk niet opperbest als je met je koffer op de luchthaven staat. De kans is zelfs aanwezig dat door je algehele persoonlijke (mineur) stemming een aantal zaken flink tegenvallen na de aankomst op je vakantielocatie. 


Wellicht heb je zo’n situatie wel eens meegemaakt en komt je dit gevoel bekend voor. Niks lijkt dan te deugen en het kost je echt moeite om weer een beetje in een positieve modus te komen.

Andersom kan het natuurlijk ook. Alvorens je op reis gaat heb je net een paar mooie dingen meegemaakt, je bent in een jubelstemming en je humeur is opperbest. Je komt op de plaats van bestemming en je merkt dat je geboekte hotel een aantal gebreken vertoont maar het maakt je eigenlijk niet uit want je voelt je zo goed dat je dit soort dingen wellicht over het hoofd ziet of je neemt ze letterlijk en figuurlijk voor lief.

Zoiets maakte ik bijvoorbeeld mee toen ik één van de eerste reizen maakte met Alzia toen ze slechts een paar maanden oud was en dat was naar New York. Ik was (en ben nog steeds) in de zevende hemel met dit kleine meisje en we belandden in New York de eerste nachten in een Radisson Hotel, gelegen midden op Manhattan. De kwaliteit van dit hotel was abominabel slecht en helemaal niet zoals we van deze keten gewend waren. Maar wat hebben we een fijne tijd gehad, want ik was immers in de wolken met mijn kleine meisje. En als je in opperbeste stemming ergens aankomt zoals ik al schreef dan accepteer je al snel veel meer en ben je minder snel geïrriteerd dus dat was in het genoemde New Yorkse hotel ook het geval.

En stel je eens voor dat de plek waar je verblijft dan ontzettend goed bevalt en je zit bijvoorbeeld voor de derde keer op dat pittoreske pleintje ergens in Florence en de ober komt weer met dat heerlijke glaasje witte wijn aan, dan wil je gevoel eigenlijk voor altijd vasthouden. 


In je opperbeste stemming vraag je hem of je een flesje van deze exquise wijn kunt kopen om mee te nemen naar huis. Wekenlater terug in Nederland besluit je op een druilerige namiddag om die heerlijke fles wijn te openen. En dan gebeurt er wat raars. Hij smaakt anders en is lang niet meer zo lekker als in je gedachten daar op dat Italiaanse pleintje. Er is echter niets met de wijn aan de hand, hij is niet bedroven. Maar het gevoel is anders. Gelukkig komt de herinnering langzaam weer terug aan die mooie tijd in Italië en dat zonovergoten terras daar bij de Piazza Santa Spirito in Florence.

Gevoel en stemming blijken dus enorm van belang en een groot effect te hebben op je reis.

Fijn om te weten dus dat je zelf behoorlijk veel invloed hebt op hoe je je reis ervaart.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verwonder je in het Archeologisch Museum in Napels!

Volgend maand gaan we met een groep geïnteresseerden naar de indrukwekkende stad Napels en ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor deze reis. Deze bijzondere plek is voor een bezoeker echt een enorme wervelende belevenis waarbij je zintuigen te kort komt om alles in je op te nemen. Typische Italiaanse reuring omringt je eigenlijk voortdurend in Napels en alhoewel dat zeer vermakelijk kan zijn, is het een aangename afwisseling om één van de Napolitaanse musea binnen te stappen. Eigenlijk staat het Nationaal Archeologisch Museum boven aan het lijstje van musea in Napels die je moet bezoeken. De oudheidkundige kunstcollectie van dit museum kan wedijveren met die van het Capitolijns Museum in Rome en met die van het Vaticaansmuseum.

Als je de grote statige hal van het Archeologisch Museum hebt betreden, zoals ik een paar maanden geleden weer deed, dan voel je al direct dat dit een toonaangevend museum is. 


De ontvangstruimte is statig, ruim en her en der staan monumentale sculpturen van Romeinse keizers die meer dan 1800  jaar geleden over het enorme Romeinse Rijk regeerden. Vervolgens wandel je de eerste tentoonstellingsgalerij binnen en daar lijken de marmeren standbeelden nog groter dan in de entreehal. Opvallend is een enorme buste van keizer Vespasianus, die doordat hij kaal was een beetje een eierhoofd had. Het noodlot heeft er voor gezorgd dat bij zijn sculptuur het bovenste deel eraf geslagen is, net als een 'eitje'. Er ligt nog net geen gigantisch eierlepeltje naast.

Ook het beeld van de zogenaamde Hercules van Farnese maakt op de toeschouwers een grote indruk en is niet voor niets één van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis. Maar echt in overtreffende trap is de marmeren beeldengroep met de titel ‘De Farnesische Stier’, dit is het grootste sculpturenensemble dat over is gebleven uit de klassieke oudheid. Het kunstwerk geeft een mythisch verhaal weer van de bestraffing van Dirce. Zij was de tweede vrouw van de koning van Thebe, die zijn eerste vrouw Antiope verstoten had. Dirce wilde Antiope aan de horens van een stier laten vastbinden. Zetas en Amphion, zonen van Antiope en oppergod Zeus, redden hun moeder en bonden daarentegen Dirce  vast aan de stier. Al de genoemde figuren zien we levensgroot in deze beeldengroep terug en het is een feest om naar te kijken.

De mozaïeken en schilderingen in het museum, die afkomstig zijn uit de omgeving van Napels waaronder uit Herculaneum en Pompeï, zijn ook echt de moeite waard. Je krijgt door de genoemde kunst echt een beeld van hoe samenleving rond 79 na Christus eruit zag, dat was het moment dat de nabij gelegen Vesuvius de genoemde plaatsen onder een asregen bedolf.

En misschien komt toch ook wel een deel van de bezoekers van het Nationaal Archeologisch Museum speciaal voor het ‘Gabinetto Segreto’. Dit ‘geheime kabinet’ herbergt de Romeinse erotische kunst waarbij op sommige schilderingen of sculpturen niets aan de verbeelding wordt overgelaten. Je ‘struikelt’ bijna figuurlijk over talloze fallussymbolen, die allerlei functies in de oudheid hadden. Een groot aantal werd bijvoorbeeld gebruikt als olielamp. Op schilderingen die eveneens afkomstig zijn uit Pompeï en Herculaneum zie je koppels in allerlei standjes gemeenschap hebben en het is natuurlijk fascinerend om naar te kijken. Eén sculptuur is zelfs voor sommige mensen vandaag de dag nog shockerend en daarom ook meteen één van de beroemdste kunstwerken van dit deel van het museum; het is de bosgod Pan die copuleert met een geitje. 

Zoals je begrijpt heb ik slechts een klein deel van de oudheidkundige collectie van het Nationaal Archeologisch Museum van Napels beschreven en waarschijnlijk ben je nu al nieuwsgierig geworden en sta je te popelen om dit museum eens te gaan bezoeken. Ik zou dat zeker eens doen!

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Mocht je mee willen naar Napels dan kan dat, er zijn nog twee plaatsen vrij voor deze interessante reis

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Ja, ook hier maken wij schoon!

Een van de belangrijkste zaken van een horecagelegenheid vind ik de hygiëne. Als een restaurant, bar of hotel vies is dan kunnen alle andere facetten nog zo goed zijn, maar dan vertrek ik zo snel mogelijk. In een eerder blog schreef ik al eens over schimmel in hotelbadkamers. Een onnodig fenomeen dat zeker te voorkomen is. De badkamer is natuurlijk gevoelig voor vuil en viezigheid, maar als er goed wordt schoongemaakt en de bouwconstructie goed is uitgevoerd dan heb je in deze natte ruimtes eigenlijk geen probleem met hygiëne.

Hetzelfde geldt voor de toiletten in restaurants en cafés. De properheid laat hier vaak te wensen over. Ik begrijp dat deze wc-ruimte door heel veel mensen gebruikt wordt. Het bijhouden van de hygiëne op deze plek is daarom des te belangrijker. Medewerkers moeten regelmatig de toiletruimte inspecteren, reinigen, opfrissen en aanvullen met artikelen.

Ik heb voor mezelf een soort test gecreëerd.


In mijn optiek is het zo dat het toilet van een gelegenheid laat zien hoe het verder met de kwaliteit en hygiëne van de zaak is gesteld. Is de ‘kleine ruimte’ vuil, is er geen zeep en toiletpapier voorhanden of kun je je handen niet drogen, dan vertelt mij dit dat ik van de rest van de zaak ook niet veel hoef te verwachten. Uit ervaring weet ik dat ik 9 van de 10 keer dan gelijk heb. Mocht je deze test zelf eens willen uitvoeren dan is het een tip om zo snel mogelijk na binnenkomst in een restaurant naar het toilet te gaan om daar polshoogte te nemen. Is de wc vies en niet in orde verlaat het etablissement dan maar want dan weet je dat de rest dat je te wachten staat ook niet veel soeps is.

Niet alleen badkamer en toilet dienen goed gereinigd te worden, maar in een hotel is het natuurlijk ook noodzakelijk om de openbare ruimtes en uiteraard de hotelkamers goed schoon te maken en te houden.


Zoals je weet verblijf ik beroepsmatig bijna alleen maar in 4 en 5-sterren hotels. Je mag dan verwachten dat de kwaliteit van alle diensten dan op een bepaald hoog niveau is. Helaas is dit echter niet altijd het geval en val je soms van de ene in de andere verbazing.

Zo verbleef ik eens in een hotel dat het mijns inziens erg bont maakte. Ik liet in mijn hotelkamer iets vallen op de grond, dat daarna onder de kast rolde. Ik zakte door mijn knieën op zoek naar het voorwerp en keek daarbij dus toevalligerwijs onder het dressoir, wat je normaal gesproken niet zo snel doet.

Ik was geschokt, wat lag daar een troep en een stof! Daar was zeker al weken, zo niet maanden, niet meer gestofzuigd. Naast dat de vloer daar dus stoffig was lag er onder meer een oude stadsplattegrond, twee kroondoppen van bierflesjes, twee schroefjes (?), twee onderzetters, een zwart plastic ding waarvan ik nog steeds niet weet waar het voor diende en zelfs een paaseitje, terwijl het paasfeest al weer maanden achter ons lag. Ik zat toen zelf al een aantal nachten in die hotelkamer, dit betekende dus dat er zeker een aantal dagen niet was schoongemaakt, maar zoals gezegd denk ik dat de troep onder de kast de oogst was van minimaal vele weken. Ik heb alles onder de kast laten liggen om te testen of het de komende dagen van mijn verblijf alsnog weggehaald zou worden, helaas met een negatief resultaat.

Wat de reden voor het slechte schoonmaken is kan ik niet met zekerheid zeggen. 


Wat mij wel opviel is dat de kamermeisjes erg gehaast overkwamen, misschien hadden zij de opdracht gekregen om zoveel mogelijk kamers in een zo kort mogelijke tijd schoon te maken. Dan nog vind ik het een raadsel dat het onder de kast zo vies was. Ik ben zelf eens een tijdje hoofd housekeeping geweest in een hotel in Amsterdam. Eén van de dingen die tot mijn taken behoorde was dat ik de kwaliteit van het schoonmaken moest beoordelen. Aan de hand van een checklist liep ik de kamers af en ging ik letterlijk op mijn knieën om onder de kasten te kijken en met mijn vinger over de schilderijen om te controleren of het ook daar schoon was. Je zou dus zeggen dat bij de controles dit achterstallige schoonmaakwerk aan het licht moest komen.

Uiteraard heb ik het hotel geïnformeerd over mijn vondst onder de kast en ze zouden de medewerkers van housekeeping hierop aanspreken.

Gelukkig kom je het regelmatig ook anders tegen en wordt er wel zoals het hoort veel aandacht besteed aan het schoonmaken van de kamers. Zo verbleef ik eens in een hotel in Los Angeles. Toen ik daar de badkamer uit kwam lopen viel mijn blik op de vloer onder het bed. Ik zag daar iets geels liggen en dacht dat de vorige gast misschien iets vergeten was mee te nemen. Ik tilde het bedsprei een beetje op om beter te kunnen zien wat daar nu precies lag. Toen ik ontdekte wat dat gele item was kwam er een lach om mijn mond. Het was namelijk een bordje dat daar neergezet was door de hotelstaff, waarop geschreven stond: “Yes, we also clean here!”. Dit wekt vertrouwen!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een portje in Porto

Zoals velen weten ben ik geïnteresseerd in allerlei uiteenlopende facetten van de kunst en cultuur. Het heerlijkste vind ik het om op ontdekkingstocht te gaan en de prachtigste plekjes – en dat zijn er veel – met eigen ogen te gaan bekijken. Echter ik vind het ook een groot genoegen om van mijn belevenissen en ontdekkingen verslag te doen. Aankomende weekend zal ik dit dan ook weer doen. Aanstaande zaterdag zal ik met veel passie en overgave over Porto, de tweede stad van Portugal, vertellen. Het mooie Porto heeft echt mijn hart gestolen en dit gebeurde afgelopen feestdagen toen ik meer dan tien dagen een bezoek aan deze havenstad bracht. 

Het was heerlijk om op deze inspirerende plek zowel de kerstdagen als het oudejaarsfeest te mogen vieren. En op dit moment ben ik zogezegd bezig een boeiende presentatie af te ronden waarbij ik deze typische kunststad zo goed mogelijk in de schijnwerpers wil zetten. 


Ik zal er geen doekjes om winden, maar ik hoop natuurlijk dat na mijn vlammende betoog een (groot) deel van mijn toehoorders besluit om met mij dit najaar mee te gaan naar Porto, want ik sta te popelen om je niet alleen virtueel maar ook in het echt kennis te laten maken met deze stad. 

De meeste mensen denken bij het horen van Porto meteen aan de bekende Port-wijn, waarvan de stad inderdaad de naamgever is. Als je midden in de stad, in de oudste wijk met de naam ‘Ribeira’, staat heb je uitzicht over de rivier de Douro en tevens kijk je dan op de zusterstad van Porto aan de andere kant van de oever van de rivier genaamd Vila Nova de Gaia. In Gaia (zoals de stad ook wel afgekort genoemd wordt) bevinden zich de beroemde porthuizen  die vanaf een afstand zijn te ontwaren omdat zij zich met enorme grote ‘billboards’ kenbaar maken die je vanaf een afstand vanuit het centrum van Porto goed kan lezen: namen als Taylor, Kopke en Sandeman roepen direct herkenning op. 

Opvallend is dat veel Porthuizen Engelse namen hebben en dat komt door de sterke band van de portwijn met Engeland. Bijna anekdotisch is het verhaal hoe port ontstaan zou zijn. De Engelsen hadden een paar eeuwen geleden weer eens oorlog met de Fransen en dat bracht met zich mee dat de elite in Engeland verschoont bleef van wijn, immer Frankrijk was toen ook al de grootste wijnproducent. De Engelsen gingen daarom samenwerken met de Portugezen rond de stad Porto en het nabijgelegen achterland. Het duurde helaas te lang om de Portugese wijn ‘vers’ in Engeland te krijgen want door de lange (boot)tocht was veel wijn bedorven. De Engelsen besloten om aan deze wijn uit Porto en omgeving een hoeveelheid brandewijn (‘Brandy’) toe te voegen waardoor het alcoholpercentage van de Port-wijn omhoog ging.


Zo behield de wijn ook veel restsuikers zodat port een zoetere smaak heeft dan een normale wijn. Ik zag trouwens ook een Nederlands klinkende naam bij één van de porthuizen staan namelijk ‘Niepoort’. Dit historische porthuis is in 1842 opgericht en vanaf het begin in handen van de Nederlandse familie Van der Niepoort. Inmiddels staat Dirk van der Niepoort aan het roer van het familiebedrijf en is daarmee de vijfde generatie.

Zo krijgt Port opeens ook een klein Nederlands tintje. Er zijn trouwens meer Nederlandse invloeden in Porto te vinden zoals het opvallende Casa da Música, een groot muziekgebouw dat plaats biedt aan meer dan 1200 bezoekers en dat ontworpen is door onze eigen Rem Koolhaas. Het witte gebouw is opvallend door zijn gestileerdheid en strakke vormen en zou een hoogtepunt zijn in 2001, het jaar dat Porto culturele hoofdstad was, maar door wat tegenslagen liep de bouw vier jaar uit en werd het pas op 14 april 2015 geopend. De architectuurliefhebber en fan van Koolhaas mag dit stukje moderne bouwkunst niet missen.


Je merkt al ik raak niet uitgepraat over Porto en dan heb ik nog niet eens stil gestaan bij de oude Kathedraal, de authentieke historische gebouwen, de schitterende pleinen en nog veel meer schitterende bezienswaardigheden die de stad rijk is. Graag vertel ik er aankomende zaterdag veel meer over. Kom je ook naar deze presentatie van mij?

  

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verjaardagsfeesten en andere partijen

Te veel indrukken en prikkels. Soms heb je er gewoon geen zin in. Dan heb je behoefte aan een beetje rust aan je hoofd. Helemaal als je een druk en hectisch leven leidt. Heerlijk is het dan om in de rustgevende sfeer van een luxe hotel te verblijven. Een fijne kamer, een prachtig ruime lobby, een sfeervolle bar en personeel dat zelfvertrouwen en kalmte uitstraalt. Dan kun je echt even tot rust komen.

Helaas tref je niet in elk hotel altijd deze rust en sereniteit aan. Sommige hotels kiezen er namelijk voor om naast een hotel ook een soort ‘party centrum’ te zijn, waar allerlei feestjes en (verjaardags)partijen kunnen plaatsvinden.

Zo zijn er zelfs plekken die echt bekend staan als goede locatie voor familiefeesten en andere samenkomsten. Wellicht ken je het wel, iedereen wordt opgetrommeld. Opa en oma trekken hun allermooiste kleding aan. Alle kinderen zijn van de partij en een enorme schare kleinkinderen springt blij en uitgelaten rond. 


Op een afstand heb ik dit fenomeen in hotels wel eens gadegeslagen; er wordt uitbundig met elkaar gepraat, er wordt uiteraard veel gegeten en dito gedronken en men is er eigenlijk wel een beetje trots op dat men het feest met de hele familie in het chique hotel kan vieren.

Voor grote hotels is het laten plaatsvinden van dit soort verjaardags- of bruiloftsfeestjes met name in het weekend een interessante bron van extra inkomen. De zalen die door de week vaak voor bedrijfsverhuringen worden gebruik zijn nu een onderdeel van het ‘partycentrum’ en het hotelpersoneel is geïnstrueerd om dit soort grote groepen een gezellige middag of avond te geven.

Zoals je weet komen wij met KUNSTSTAD regelmatig in het Van der Valk Breukelen. Ook daar vallen me een aantal zaken op die met het bovenstaande van doen hebben.

Een jaar of twee geleden had ik een keer een zakelijke afspraak in het hotel en wat een drukte kwam ik daar onverwacht tegen. 


'Je kunt me misschien een beetje een zeur vinden maar ik vind die enorme ‘explosie’ van al die uitgelaten feestgangers soms irritant'



Het hele parkeerterrein stond vol met auto’s en het krioelde er van de mensen, die verbazingwekkend allemaal in het wit gekleed waren en er erg feestelijk uitzagen. Ik vroeg aan één van de feestgangers wat er aan de hand was en waar het feestje plaatsvond. Het was gelukkig niet in het Van der Valkhotel want dan zou het met zoveel mensen wel een dolle boel zijn geworden met alle (lawaai) gevolgen voor de hotelgasten van dien. Maar wat bleek, ze gingen naar een concert van de Toppers en het Van der Valk was een goed punt om samen te komen. Het bleek bij dit nette viersterrenhotel in Breukelen heel gangbaar dat groepen met vrienden en collega’s vanaf hier vertrekken naar concerten in de Ziggo Dome, de Heineken Music Hall of in de Arena en het wordt zelfs door het hotel als arrangement aangeboden. Men kan bij Van der Valk goed de auto kwijt, het parkeren is gratis en naast de deur stopt te trein die ook een halte heeft vlakbij de bovengenoemde muziekpaleizen. Het is er dus regelmatig een komen en gaan van mensen en dat kunnen er, en ik praat uit ervaring, heel heel veel zijn. 


Je kunt me misschien een beetje een zeur vinden maar die enorme ‘explosie’ van al die uitgelaten feestgangers, die met grote getale in korte tijd de hele lobby, receptie, bar en andere ruimtes bezetten, kunnen mij enorm irriteren.

In dit zelfde kader plaats ik de verjaardagsfeestjes van families waar ik mijn verhaal deze week mee begon. Afgelopen zondagochtend en middag bleek het een drukte van jewelste in Breukelen, want de beroemde zondagmiddagbrunch vond plaats. Ook tijdens dit festijn worden weer hele families opgetrommeld. Als je nietsvermoedend denkt hier rustig wat te komen lunchen dan schrik je van het gewoel van mensen, die met een bord in hun hand, zich langs de buffetten begeven. Dit geheel komt soms erg chaotisch en onrustig over en straalt in mijn ogen weinig luxe en romantiek uit. 

Afgelopen zondag heb ik dit fenomeen na lange tijd weer moeten ervaren en het was niet zo aan mij besteed en dan druk ik mij slechts zacht en beleefd uit. Ik had een lunch besteld tijdens de pauze van onze cursus in Breukelen, waarbij de accommodatie voor het geven van lezingen trouwens uitstekend is. Maar opeens belandden we in een grote zaal in een ‘andere wereld’ met feestvierende families en het was niet echt de plek waar we even konden ‘bijtanken’ voor de middagsessie van een cursus. Gelukkig moesten de deelnemers er wel een beetje om lachen en had men er geen problemen mee, maar ik streef altijd naar optimale omstandigheden en ik heb er achteraf toch wat van gezegd tegen de general-manager van het hotel. Ik vermoed echter dat men met mijn opmerkingen niet veel doet aangezien al de genoemde partygangers een belangrijke bron van inkomsten voor het hotel zijn. Ik blijf echter bij mijn bekende standpunt dat ik een hotel in eerste instantie zie als een plek waar gasten eten en slapen en dat in alle rust willen doen. Maar goed, wie ben ik?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


‘Waar is het feestje? Hier is het feestje’

Met enige verbazing maar ook met veel plezier stond ik van de week op het strand van Málaga te kijken naar een rituele verbranding van een enorme vis die gemaakt was van piepschuim en plastic. Het ging om een uit de kluiten gewassen boqueron, een visje dat één van de specialiteiten van de Malaguenese keuken is. Deze ansjovis, zoals een boqueron in het Nederlands wordt genoemd, is normaal een heel klein beestje dat niet groter dan 20 centimeter wordt, maar voor de carnaval hier in Málaga wordt er een enorm exemplaar van een meter of tien gemaakt, die tijdens een optocht door de straten van de oude stad richting de kust wordt vervoerd om zogezegd uiteindelijk in de fik te worden gezet.

De reden dat men in Málaga tijdens carnaval met een gigantische ansjovis loopt te zeulen is vanwege het feit dat men de inwoners van deze mooie historische stad aan de Costa del Sol in heel Andalusië vaak ‘uitscheldt’ voor boquerones


Deze bijnaam hebben de Malagueñas, de officiële naam voor de inwoners van Málaga, gekregen omdat ze al eeuwen lang ansjovissen, sardines en andere kleine visjes die dicht bij de kust in scholen voorkomen vangen en die vervolgens in talloze chiringuitos (strandrestaurants) oppeuzelen. Dus het kleine visje staat synoniem voor Malagueñas en tijdens een uitgelaten carnavalsfeest is men ook trots op deze vis die uiteindelijk tot geuzennaam is uitgegroeid.

Alhoewel ik zelf van huis uit geen vierder van het carnavalsfeest ben, vind ik het wel vermakelijk om al die uitgedoste en verkleedde mensen in een stoet achter de enorme boqueron te zien lopen. 

Als kunsthistoricus komen bij mij gelijk allerlei associaties op waaronder een schilderij met een carnavalsscène dat de beroemde Spaanse schilder Francisco de Goya zo’n 200 jaar geleden maakte en dat zicht tegenwoordig in de kunstacademie van Madrid bevind. Dit werk van Goya heet ‘De Begrafenis van de Sardine’ en het blijkt dat er in de Spaanse hoofdstad een carnavalesk ritueel plaatsvindt rond een ander klein visje, dat niet op het strand gecremeerd wordt, maar ergens midden in Madrid ter aarde wordt besteld.

Of dat prachtige werk met het Carnavalsthema geschilderd door Brueghel dat zich in het Museum van Schone Kunsten in Brussel bevindt en als titel heeft ‘Het gevecht Carnaval en Vasten’. De naam van dit schilderij en wat er op het doek te zien is geeft eigenlijk precies weer wat carnaval is namelijk de strijd tussen de laatste mogelijkheid om nog een keer uit je spreekwoordelijke dak te gaan (ook wel vastenavond genoemd) en de vastentijd; de veertig dagen sober eten (‘vasten’). Deze periode van veertig dagen loopt tot aan het paasfeest en is tevens een tijd van bezinning. Vroeger onthield men zich echt van maaltijden, maar tegenwoordig is dat door de katholieke kerk enorm versoepelt.

In Málaga heb ik het gevoel dat, hoewel velen hier trouw naar de kerk gaan, het carnaval ook gebruikt wordt om weer een feestje te kunnen vieren. 


Vooral optochten doen het hier goed en ik denk nog terug aan een week of zes geleden toen hier met groot bombarie de Drie Koningen met een enorm gevolg door de stad trokken. En nu carnaval bijna achter de rug is maakt men zich hier al weer op Semana Santa. Dit is de Heilige Week of ook wel Goede Week voorafgaande aan Pasen en dit is echt een enorm spektakel. Tijdens diverse processies worden op enorme draagbaars, een Trono genoemd, beelden van de lijdende Christus of van Maria door de stad gedragen. Met name de bijzondere kledij die de dragers en andere leden van de religieuze broederschappen dragen is zeer opzienbarend. De kappen die sommige mannen op hebben tijdens de processie van Semanta Santa zijn zelfs een beetje griezelig om te zien en het roept voor een nuchtere Hollander als ik een beetje vervreemding op als ik de pakken met genoemde hoofddeksels in de warenhuizen te koop zie staan. 


Maar ik denk dan altijd maar 's Lands wijs, 's lands eer, want ieder volk is namelijk gehecht aan zijn eigen gewoonten en het doet er dan ook niet toe of anderen dat maar raar vinden.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Als het maar lekker schoon is

Regelmatig hoor ik mensen die in een hotel overnachten zeggen “Het maakt me niet zo veel uit hoe het hotel er uit ziet, als het maar schoon is”. Ik ben het daar slechts gedeeltelijk mee eens, want zoals je uit al mijn verhalen kunt opmaken is het volgens mij wel degelijke van belang hoe de inrichting van het hotel er uit ziet, dat de sfeer goed is, dat er een lekker ontbijt geserveerd wordt, dat het personeel vriendelijk en professioneel is, dat het centraal is gelegen en ga zo maar door. Natuurlijk vind ik het daarnaast ook  onmetelijk belangrijk dat het hotel goed onderhouden wordt en hygiëne is daar een belangrijk onderdeel bij. 

In de luxe vier- en vijfsterrenhotels wordt meestal veel aandacht aan reinheid besteedt en zie de je werknemers van de afdeling housekeeping continue in de weer met stofzuigers, schone handdoeken en karretjes met daarop onder meer toiletpapier en schoonmaakmiddelen. 


Vaak staan deze schoonmaaktrolleys al vanaf een uur of negen ‘s morgens in de gangen van het hotel opgesteld. Dit is de basis van het kamermeisje, met zoals gezegd daarin alles wat ze nodig heeft om een hotelkamer schoon te maken. Deze wagentjes staan echter geregeld voor de hotelgast enorm in de weg, zeker als je zoals wij met een kinderwagen door de gang loopt. Soms kom je er helemaal niet langs en moet de trolley een heel eind verreden worden om deze te passeren.

Ik heb wel eens gedacht ‘kan dat niet anders? Is er geen oplossing te bedenken waarbij men niet zo’n groot gevaarte nodig heeft dat de halve hotelgang blokkeert?’. Ik fantaseerde daar wel eens over maar tot deze week had ik echter als enige referentie die grote robuuste karren in gedachten, simpelweg omdat dit de enige zijn die ik altijd tegenkwam. Ik dacht dan ook niet dat er andere varianten zouden bestaan.


Ik heb wel eens gedacht

'Kan dat niet anders?'



Deze week verbleef ik genoeglijk en aantal nachten in het fantastische spinsplinternieuwe vijfsterren Miramar Hotel in Málaga. Dit hotel is slechts een aantal weken geleden geopend en kon uiteraard investeren in allerlei nieuwe snufjes en moderne technieken. Eentje daarvan is dat men heeft nagedacht over hoe men het hierboven beschreven dilemma kan benaderen. De keuze die dit vijfsterrenhotel gemaakt heeft is naar mijn menig erg goed. Hoe heeft men dat dan hier opgelost? Eigenlijk heel simpel, door de karren gewoon veel compacter en kleiner te maken en effectief in te richten. Hierdoor nemen ze minder plaats in beslag en het bijkomende voordeel is natuurlijk dat ze door het personeel ook veel beter te hanteren zijn. Het is waarschijnlijk wel zo dat de medewerker een keertje extra terug moet naar de opslagruimte voor allerlei aanvullingen zoals handdoeken en wc-papier, maar dat is denk ik een verwaarloosbaar nadeel.


Het viel me ook op dat ze in dit nieuwe hotel dit concept overal in hebben doorgetrokken, want niet alleen de schoonmaakkarren in de gangen, maar ook die van beneden in de lobby en het restaurant en tevens de wagentjes met aanvullingen voor de minibar zijn een stuk kleiner geworden. Ik kon me dus eenvoudig met de kinderagens door de gangen begeven, zonder obstakels. Heerlijk! Daarbij zien deze karretjes van de housekeeping er ook heel mooi en designvol uit, in tegenstelling tot de ouderwetse logge karren die vaak uitpuilde met ‘troep’ en de verschijning ervan zelfs een beetje armoedig aandeed.

Over schoonmaken van de kamers en de openbare ruimtes gesproken. Van de week maakte ik kennis met de directeur van dit nieuwe hotel. Een erg sympathieke man en ik merkte dat hij met veel plezier een aandacht dit hotel leidt. Hij is zo betrokken dat ik hem  de hele dag zag rondlopen. Gisterenavond laat kwam ik hem nog tegen in de gang op de vierde verdieping, waarbij hij kritisch naar de grond keek. Ik vroeg hem wat hij op dit tijdstip nog aan het doen was en hij antwoordde dat hij controleerde of alles er netjes bij lag, er geen vlekken in het tapijt zaten en er wellicht zaken waren die verbeterd moesten worden. Een goed voorbeeld dus voor zijn personeel, dat onder zijn bevlogen leiding en het juiste handige materiaal vast en zeker geïnspireerd wordt tot het zorgen voor een perfect en schoon verblijf voor de hotelgast.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Loop naar de Rambam!

Op dit moment kijk ik uit op het treinstation van de Zuid-Spaanse stad Córdoba, waar ik zo meteen de trein naar mijn geliefde Málaga zal nemen. De treinreis die voor mij in het verschiet ligt duurt slechts een uurtje en tijdens deze trip zal ik een prachtig uitzicht over het heuvelachtige landschap hebben dat vol staat met vele citrusgaarden en eeuwenoude olijfbomen, waar Andalusië zo bekend om is. Ik heb overigens weer genoten van mijn verblijf in Córdoba en het nabij gelegen Sevilla, waar ik verleden week verschillende voorbereidende wandelingen heb gemaakt en waar ik vervolgens afgelopen dagen nogmaals ben teruggekeerd om de deelnemers van de KUNSTSTAD-reis ‘Sereen Sevilla & Concreet Córdoba’ alle bijzondere plekken te laten zien.

Bij zowel Córdoba als Sevilla zijn in het straatbeeld de Moorse elementen, uit de tijd dat de Arabieren heer en meester in deze steden waren, opvallend aanwezig. Overal word je aan die islamitische tijd van het voormalige Al-Andalus herinnerd; op websites, in reisgidsen, bij de souvenirwinkels en natuurlijk bij de imposante Moorse monumenten zelf. 


Wat het laatste betreft is in Sevilla de immense toren van de kathedraal een opvallend restant van het Moorse tijdperk. De toren was ooit de kolossale minaret van de moskee van Sevilla en telkens als ik hem zie ben ik geïmponeerd.
Het Moorse moskeegebouw van Sevilla is helaas, toen het trouwens al in katholieke Spaanse handen was, door een aardbeving verloren gegaan. Maar wil je een goed beeld krijgen van hoe zo’n moskee eruit zag in het Moorse Spanje zo’n 1000 jaar geleden dan moet je naar de ‘Mezquita Kathedraal’ in Córdoba, want daar is de oude Moskee nog voor het grootste deel in takt. Mezquita is Spaans voor Moskee en alhoewel het tegenwoordig een katholieke kathedraal is straalt de gigantische ruimte nog altijd de sfeer van een enorme islamitische gebedsruimte uit. Een ‘woud’ van talrijke zuilen (860 om precies te zijn) ondersteunt typische arabesken rood-witte bogen. Als je binnen bent waan je je echt even in een sprookje van Duizend-en-één-nacht en ik vind dat een bezoek aan deze voormalige moskee van Córdoba op ieder zijn bucketlist zou moeten staan want dit moet je eens gezien hebben.

Je wordt in de ‘Mezquita Kathedraal’ niet alleen herinnerd aan de Moorse tijd en de daaropvolgende katholieke periode maar door de talloze zuilen in het ontzaglijke gebouw wordt je ook meegenomen naar de Romeinse episode van Córdoba. 


"De Mezquita Kathedraal zou op ieder zijn bucketlist moeten staan"



Tweeduizend jaar geleden was Corduba, zo heette deze stad binnen het Romeinse Rijk, zeer belangrijk en stond deze metropool vol met Romeinse gebouwen en stadpaleizen. Eeuwen later, na de val van het Romeinse imperium, gebruikten de Moren de Romeinse gebouwen als bouwmateriaal, met name de zuilen, om hun moskee te bouwen. En terwijl ik met mijn handen tegen zo’n hergebruikte Romeinse zuil in de ‘Mezquita Kathedraal’ leunde dacht ik aan het roemrijke Romeinse verleden van deze Spaanse regio. De beroemde Romeinse filosoof Seneca, die onder meer de leermeester van de wrede keizer Nero was, werd onder meer hier in Córdoba geboren. 

En in Sevilla zagen maar liefst twee vermaarde keizers het eerste daglicht, namelijk keizer Trajanus en keizer Hadrianus. Al de genoemde beroemde personen zijn uiteindelijk in Rome beland en hebben daar naam en faam gemaakt. Echter door hen zijn Rome en de steden Córdoba en Sevilla onlosmakelijk met elkaar verbonden wat deze plekken voor mij als (kunst)historicus nog bijzonderder en aantrekkelijk maakt.


De huidige stad Córdoba heeft trouwens zijn beroemde filosoof uit de Romeinse tijd geëerd met een levensgroot standbeeld. Seneca kijkt langs de oude stadsmuur uit naar zijn Moorse collega Averroes die een stukje verderop ook een standbeeld heeft gekregen. Averroes en Seneca zijn niet de enige wijsgeren die de stad heeft voortgebracht want in de 12de eeuw na Christus leefde ook de Joodse filosoof, arts en rabbijn Maimonides in Córdoba. Ook Maimonides wordt in de stad met een levensgroot sculptuur geëerd. Terwijl ik bij zijn standbeeld stond moest ik denken aan de uitdrukking die wij vroeger in Amsterdam gebruikten. 

De officiële aanspreektitel van Maimonides was namelijk Rabbi Mosjé ben Maimon en dat korte men in die tijd af als Rambam.  Vanwege het feit dat Maimonides zogezegd dokter was verwenste je dus met de uitspraak ‘Loop naar de Rambam’ op een milde manier iemand een ziekte toe, althans iets waarmee je minimaal naar de dokter moet.


En dan ben je door deze verwensing van het Moors-Joodse Zuid-Spanje opeens weer denkbeeldig in Amsterdam. 

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Hoort wie klopt daar

Van de week zei één van deelnemers van onze kunstreis naar Sevilla en Córdoba dat er, toen ze de avond ervoor na het diner op haar hotelkamer was aangekomen, op haar deur werd geklopt. Ze verwachtte eigenlijk zo laat op de avond geen bezoek en was dus enigszins verbaasd dat er iemand voor haar deur stond. Het bleek ‘goed volk’ te zijn, want het was het kamermeisje dat klaar stond met een aantal schone handdoeken en twee heerlijke chocolaatjes. Ook bleek ze een kaartje bij zich te hebben met de weersvoorspelling van de volgende dag daarop aangegeven.  

Ik legde haar uit dat deze dame van de housekeeping langs was gekomen voor de zogenaamde turn down service’. Toen ik zelf vele jaren geleden voor het eerst met deze dienst kennis maakte was ik ook enigszins verrast. 

Natuurlijk wist ik dat in een goed vier- en vijfsterrenhotel elke ochtend je hotelkamer grondig wordt schoongemaakt, je bed wordt opgemaakt, je handdoeken worden verschoond, de minibar wordt aangevuld en nog veel meer zaken worden gedaan om je hotelkamer weer spik en span te krijgen. 


Echter op een avond kwam ik erachter dat er wederom iemand in mijn hotelkamer was geweest, want de gordijnen waren dicht getrokken, het laken van mijn bed was aan de bovenzijde een beetje opengeslagen en er lag een snoepje op mijn kussen met een briefje er bij waarop de hotelstaff mij een goede nacht wenste.
Ik realiseerde me toen dat het eigenlijk best fijn was dat er iemand van de housekeeping nog even een kort bezoek aan onze kamer had gebracht en alles gereed had gemaakt voor de nacht. Later kwam ik er achter dat het fenomeen van dit avondlijke bezoek een naam heeft, te weten ‘turn down service’. Ik vermoed dat deze Engelse term een verwijzing is naar het omslaan van het beddengoed zodat je makkelijker in je bed kunt stappen.

De meeste hotels in het luxe vijfsterren segment voeren standaard in elke kamer deze service uit. In sommige landen is het dan ook een vereiste om bijvoorbeeld de vijfsterren kwalificatie te behalen. Ook komt het wel eens voor dat men deze service slechts toepast als men in bepaalde categorieën, zoals de superior kamers en de suites, verblijft.


Wat trouwens ook bij de ‘turn down service’ in de avond hoort is het fatsoeneren van de badkamer, waaronder dus het meenemen van de gebruikte (natte) handdoeken en deze weer aanvullen met nieuwe. Het verschonen van de handdoeken is niet altijd een overbodige luxe want vooral met twee kleine kinderen kom je regelmatig handdoeken te kort. Uiteraard proberen wij milieubewust te zijn en de handdoeken meerdere keren te gebruiken, maar soms is het zogezegd erg fijn om er toch een paar extra te krijgen.

Als het om de genoemde ‘turn down service’ gaat dan hebben luxe hotels in elk land hun eigen gewoontes en gebruiken. Dat begint natuurlijk al met het bed opmaken in het algemeen zoals ik verleden week beschreef (klik hier voor mijn vorige blog), echter tijdens de ‘turn down service’ legt men hier in Spanje naast de beide zijden van het bed dan een witte doen en daar bovenop ligt in het plastic een paar witte badslippers. 


De genoemde doekjes aan weerzijden zijn waarschijnlijk bedoeld dat als je ’s nachts je bed uit stapt om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan, je niet op een koude marmeren vloer stapt. Daarna kun je de badslippers aantrekken om zo met warme voeten naar het toilet te lopen. Het valt me echter wel eens op dat dit gebruik zo ingeburgerd is dat men ook als er tapijt of vloerbedekking in de kamer ligt alsnog deze kleedjes neerlegt. 

Persoonlijk vind ik deze doeken voor het bed een beetje onzinnig. Zelf haal ik ze trouwens gelijk weg, want ik vind deze ‘nachtmatjes’ eerlijk gezegd een beetje gevaarlijk. Op een gladde houten of marmeren vloer schuiven ze namelijk makkelijk weg en het is op die manier zelfs mogelijk dat je ’s nachts hierdoor uitglijdt.

Maar goed, zoals ik al aangaf heeft elk land zijn eigen rituelen en gebruiken en die moet je natuurlijk respecteren. Ik geef daar uiteraard in mijn eigen hotelkamer mijn eigen draai aan om me helemaal thuis te voelen.

Mocht je trouwens de ‘turn down service’ niet op prijs stellen dan hang je gewoon het kaartje met daarop ‘niet storen’ aan de buitenkant van je deur.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een kleine moeite, een groot plezier

Inmiddels ben ik al weer meer dan twee weken op pad in het buitenland. Ik begon met een kort bezoek aan Kassel om vervolgens Málaga te bezoeken, daarna arriveerde ik in Córdoba en ik bevind me nu al enige dagen met veel plezier in Sevilla.

Zoals je weet stel ik altijd strenge eisen aan een hotel, helemaal als het ook plekken zijn waar ik uiteindelijk onze klanten van KUNSTSTAD mee naar toe neem en over het algemeen komen de hotels van deze afgelopen periode glansrijk door mijn strenge ballotage. Veruit de meeste dingen zijn in deze kwaliteitshotels uitstekend geregeld en niet voor niets mogen een paar zich voegen in het rijtje met de beste luxury hotels van de wereld.
Ook al is alles goed geregeld en verzorgd toch heb ik altijd weer een aantal kleine suggesties en aanmerkingen die het verblijfsgenot voor de gast nog iets kunnen verhogen. 


Zo stond er bijvoorbeeld dit weekend bij mijn hotel in Córdoba een bos verse rode rozen op mijn kamer en dat voelde toch heel speciaal en het is iets dat je niet heel vaak aantreft. Ze hadden zelfs op de rand van het riante ligbad een bloemenvaas met lelies gezet, die heerlijke roken. Ik ben een groot voorstander van bloemen in een vier- of vijfsterrenhotel, mits ze natuurlijk echt zijn, omdat ze enorm sfeer verhogend zijn en hier heb ik laatst al eens eerder over geschreven (klik hier voor dit verhaal).

Daarnaast stond in Córdoba, waar ik in twee verschillende hotels verbleef, tweemaal op de kamer een glanzende wijnkoeler, gevuld met ijsblokjes, met een fles Spaanse cava klaar. Ik voelde me bij mijn aankomst in het hotelkamer bijzonder welkom. Geregeld gebeurt het mij daarnaast ook dat er nog een bord met vers fruit naast staat, waar mijn dochters zich dan met veel genoegen op storten. Een kleine moeite voor het hotel, een groot plezier (en trouwens slechts een zeer kleine investering).


Hier in Sevilla, waar we in het gerenommeerde vijfsterren hotel ‘Alfonso XIII’ verblijven, klopte van de week iemand op de deur van onze kamer. Hij zag eruit zag als een echte klassieke butler en hij reed vervolgens een klein karretje met een groot wit kleed erop onze kamer naar binnen met wederom een fles cava, in een met ijs gevulde chromen ijsemmer. Het wagentje was dit keer aangevuld met een bordje met chocolaatjes, die ook niet te versmaden waren. Ook dit maakte het gevoel van welkom zijn, net als bij de andere genoemde hotels, helemaal compleet.

Maar zogezegd zijn er veel meer (kleine) dingen die het verblijfsgenot nog meer kunnen verhogen en slechts eentje wil ik er deze week nog noemen en dat is het feit dat als ik, nadat ik van de heerlijke bubbeltjeswijn en van de mooie bloemen heb genoten, constateerde dat er op mijn hotelbed een heerlijk fluffy donzen dekbed ligt. 


Dit klinkt voor een Nederlander in eerste instantie als ‘normaal’, maar toch is het zo dat in veel hotels in Europa (en de rest van de wereld) het bed met dekens en lakens is opgemaakt. Ik heb zo’n hekel aan zo’n bruine ouderwetse ‘paardendeken’ met lakens, waar ik ’s nachts vaak mee in de knoop kom en ik vind het eigenlijk niet meer van deze tijd. 

Groot was dan ook mijn vreugde afgelopen week toen ik verschillende malen bemerkte dat ik heerlijk onder een lekker dekbedje kon slapen. De ‘slaapfeestvreugde’ werd nog eens vergroot door de heerlijke zachte donzen kussens die daarbij lagen. 

Echter blijf ik nog met een vraag zitten: waarom maken ze het dekbed zo raar op? Het is me namelijk al verscheidene keren opgevallen hier in Spanje dat als er sprake is van een dekbed, de kamermeisjes het dekbed netjes in een schone dekbedhoes doen, maar vervolgens de ‘open’ kant aan de bovenkant, dus bij de kussens neerleggen. 

Zo gebeurt het dat je als je in bed ligt, je ‘worstelt’ met de openingsflap, die ik bij mij thuis gewoon aan het voeteneinde leg. Om dit dilemma (dat dus schijnbaar geen vergissing is) op te vangen, hebben de kamermeisjes vervolgens weer een extra laken onder het dekbed gelegd. Tja, dan wordt het weer zo’n ratjetoe in bed. Ik ga toch eens vragen waarom men dit doet. Onwetendheid of onwennigheid met het dekbed? Ik kom graag een andere keer op deze vraagstelling (en het antwoord) bij je terug.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Valentijn in Sevilla

Op dit moment kijk ik uit mijn raam vanuit mijn mooie hotel hier in Sevilla en heb ik een prachtig uitzicht over het historische centrum van de hoofdstad van de Zuid-Spaanse regio Andalusië. Wat mij direct opvalt is de hoge toren van de Kathedraal van Sevilla. Deze toren is tegenwoordig het markeringsteken van het Christelijk geloof in de stad, maar deze is ooit gebouwd als minaret en was een onderdeel van de grote moskee in de Moorse tijd. De islamitische Moren kwamen in het begin van de achtste eeuw vanuit het nabij gelegen Noord-Afrika als heersers in Sevilla, Córdoba en rest van het Iberische schiereiland terecht. Sevilla was toen de Moren het in namen al een hele welvarende stad geweest. Met name aan het begin van onze jaartelling was Sevilla, dat toen Itálica heette, een belangrijke economische factor binnen het Romeinse Rijk. De bekende Romeinse Keizer Trajanus (53 – 117 na Chr.) werd hier geboren en zijn opvolger en eveneens fameuze Keizer (76 – 138 na Chr.) zag in het Romeinse Sevilla het eerste levenslicht.


Terwijl ik nadenk over de Romeinse tijd in Sevilla wordt ik hier in de stad door allerlei reclameborden herinnerd aan een persoon die ook in de Romeinse tijd leefde namelijk sint Valentijn. De dag dat deze heilige geëerd wordt is 14 februari en dat was gisteren. Op deze zogenaamde Valentijnsdag geven mensen die elkaar lief vinden elkaar cadeautjes, bloemen of sturen elkaar kaarten. Soms doet men dat anoniem. Dat laatste heb ik persoonlijk nooit zo begrepen. Ik vraag me af of de liefde dan toch een raadspelletje is, maar dat even terzijde. Valentijnsdag komt eigenlijk overgewaaid uit Amerika (het zal weer eens niet) en pas in de laatste 20 jaar is het een enorm (commercieel) succes in Nederland en de rest van Europa, zo ook hier Spanje, geworden. 

Sint Valentinus leefde zogezegd in de Romeinse Oudheid, rond het jaar 270 na Christus. Hij is als christelijke martelaar gestorven en we weten eigenlijk voor de rest niet zo veel van hem. Misschien waren er zelfs wel twee heiligen met deze zelfde naam. De ene was priester in Rome en de andere was bisschop in de Umbrische stad Terni.


Volgens één van de heiligenverhalen kwam een jong stelletje naar Valentijn (één van de twee bovengenoemde personen) toe met het verzoek om hen te trouwen, echter de man was een heidense soldaat en de vrouw was christelijk. Valentijn trouwde het koppel want hij vond de liefde zwaarder wegen dan Romeinse wetten die dit huwelijk niet toestonden. Vanaf dat moment kwamen er meer paartjes met dit verzoek naar Valentijn en hij werd hiervoor gearresteerd. Valentijn werd voorgeleid voor Keizer Claudius II en hij probeerde zelfs de keizer te bekeren tot het Christendom. De Keizer voelde zich hierdoor zo beledigd dat hij Valentijn liet onthoofden op 14 februari (ergens rond het jaar 270 na Chr.). Voordat het vonnis werd uitgevoerd wist hij nog een briefje aan de dochter van de gevangenisbewaarder te geven waar op stond: ‘Van je Valentijn’.

De relieken van Sint Valentijn bevinden zich in de Sint Valentinusbasiliek van Terni. 


Valentijn blijkt tijdens zijn leven trouwens ook verschillende andere bijzondere handelingen te hebben verricht, waaronder de doop van de heilige Lucilla. De heilige Valentinus is schutspatroon voor de ‘zieken die soms vallen’ ofwel mensen met epilepsie. Om welke rede hij beschermheilige is voor mensen met de ‘vallende ziekte’ is mij nog onduidelijk, ergens las ik dat het was omdat mensen in zijn naam het woordje ‘vallen’ terug hoorde komen, maar dat lijkt mij wel erg gemakkelijk.

We moeten de Valentijn van vandaag overigens niet verwarren met één van de gelijknamige hoofdpersonen uit het blijspel ‘Two Gentlemen of Verona’ van William Shakespeare. Van dit toneelstuk uit de 16de eeuw heeft overigens de preraphaelitische 19de eeuwse schilder William Holman Hunt een prachtig schilderij gemaakt.


De Heilige Valentijn is in 1969 van de Rooms Katholieken Heiligenkalender verdwenen, dus Valentijnsdag is geen christelijk feest meer, maar staat daarentegen tegenwoordig in de top tien van commerciële successen, ook hier in Sevilla als ik zo om mij heen kijk.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Werken in een hotel geeft mij alle rust

De tijd dat ik in Amsterdam ben besteed ik zoveel mogelijk aan het voltooien en vervolmaken van alle activiteiten van KUNSTSTAD, waaronder de reizen van 2017 en de arrangementen van dit voorjaar. De trouwe lezers van mijn verhalen weten dat ik in het buitenland mijn werkzaamheden vaak in de rustige omgeving van een hotellobby of aangename hotelbar doe, echter ook in Nederland zoek ik deze ambiance graag op (klik hier voor een verhaal hierover). De afgelopen tweeënhalve week zat ik regelmatig in de rustige en sfeervolle bar van het Hilton Hotel in Amsterdam. Deze locatie ken ik al vele jaren en het geeft mij niet alleen veel inspiratie, maar het is ook een plek waar ik (bijna) niet afgeleid word.
Thuis werken vind ik niet ideaal; daar wordt mijn aandacht toch vaak gevraagd door allerlei huiselijke beslommeringen en ook door mijn gezin. 


Wat tegenwoordig heel normaal is voor met name de zelfstandige en zogenaamde zzp’ers is dat zij neerstrijken in een hippe koffietent of een fancy café en daar zijn er bij ons in Amsterdam-Zuid ontzettend veel van. Maar de atmosfeer in die vaak kleine en drukke horeca-etablissementen vind ik niet optimaal en ik kan me daar meestal ook niet goed concentreren. Bijkomende nadelen zijn op die genoemde plekken dat de meeste faciliteiten daar minimaal zijn, waaronder het sanitair. In een vijfsterren hotel daarentegen, zoals het Amsterdamse Hilton Hotel, heb ik het gevoel van luxe en comfort waar ik goed in functioneer. Het is er meestal niet druk en als er toch een grotere groep mensen binnenkomt dan heb je altijd een plek ergens anders in het hotel waar je naar kunt uitwijken om weer opnieuw je rust te vinden.
Ook aan toiletten geen gebrek, je hoeft (in tegenstelling tot de zogenaamde ‘gezellige’ kleine Amsterdamse kroegjes) nooit in de rij voor de wc te staan. En daarbij zijn de hoteltoiletten eigenlijk altijd zeer schoon wat je bij de genoemde cafeetjes vaak ook niet kunt zeggen. 


De naam Hilton heeft voor mij sowieso een extra positieve lading want op talrijke plekken op de wereld heb ik in hotels van deze keten gelogeerd, zoals in New York, Luxemburg, Düsseldorf en München en met name denk ik met veel plezier terug aan mijn verblijf in het schitterende Hilton Vienna Plaza in Wenen.
Het Hilton Amsterdam is echter óók speciaal voor mij. Meer dan tien jaar geleden gaven wij hier al lezingen en cursussen wat ons toen uitstekend beviel. Doordat wij ook wel eens wat andere plekken wilden proberen zijn wij toen uit het Hilton vertrokken maar inmiddels zijn wij weer met veel plezier hier teruggekeerd.
Is het Hilton Hotel Amsterdam ook kunsthistorische verantwoord of komen we alleen voor de ambiance en het comfort? Natuurlijk is het laatste de belangrijkste reden dat wij hier met klanten van KUNSTSTAD komen, maar het hotel is, weliswaar veel later gebouwd, een onderdeel van het beroemde ‘Plan Zuid’ van Berlage. 


Daarbij heeft het Hilton al vele decennia een aantrekkingskracht op allerlei kunstenaars. Misschien de bekendste artiest die hier ooit vertoefde was John Lennon met zijn vrouw Yoko Ono. Meer dan vijf dagen verbleven in 1969 de ex-Beatle met zijn partner in een bed in het Amsterdamse Hilton Hotel. Deze zogenaamde ‘Bed-In’ was een pacifistische protestactie tegen de Vietnamoorlog. Op deze plek in het Amsterdamse Hilton deed Lennon inspiratie op voor het nummer ‘Give Peace a Change’ dat hij bij zijn volgende ‘Bed-In’ in het Queen Elizabeth Hotel in Montreal zou opnemen.

Deze gebeurtenis maakt voor mij het Hilton Hotel Amsterdam toch nog weer iets bijzonderder. Dat geldt ook voor de andere beroemde gasten die er komen en kwamen. Een veelgeziene bezoeker was jarenlang de zanger en kunstenaar Herman Brood. Helaas koos hij het Hilton ook uit als de plek waar hij een eind aan zijn leven wilde maken. Een koperen plaatje op een bankje voor het hotel doet mij telkens weer herinneren aan dit feit.
Ik zou nog veel meer over dit beroemde Amsterdamse hotel kunnen vertellen, maar veel leuker vind ik het om je eens te begroeten op deze mooie plek. Kom je aankomende tijd eens naar eens van onze bijzondere arrangementen die wij in het Hilton Amsterdam organiseren?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verwondering is het begin van alle wijsheid

Op dit moment dat ik deze Travel Tales schrijf kijk ik uit over de Middellandse Zee met daarboven een helder blauwe hemel. De zon schijnt fel en ik denk terug aan de afgelopen koude weken toen ik in Nederland was. Ik hou zielsveel van mijn geboortestad Amsterdam, maar ik vind het wel eens spijtig dat het weer er met grote regelmaat, met name in de winter, zo grijs en grauw kan zijn. Na verloop van tijd ga ik dan bijna vanzelfsprekend terugverlangen naar het zonnige Málaga en ik ben dan ook weer blij dat ik hier in Zuid-Spanje ben. 
Nou kun je aan je aan het Hollandse weer nou eenmaal weinig veranderen en moet je het gewoon nemen zoals het is, maar wat ik wel eens jammer vind is het feit dat de meeste mensen zich ook heel monochroom in dezelfde grijstinten als de lucht gaan kleden. Het is me namelijk ooit opgevallen dat bijna iedereen die zich op straat begeeft donkere kledij aan heeft; zwarte jassen, donkerblauwe mantels, grijze regenjacks en dergelijke. Het lijkt wel of het een soort ongeschreven afspraak is dat men zich kleedt in dezelfde sombere stemming als het weer en dat frappeert me. 


Juist als de hemel zwaar bewolkt is, de bomen (nog) geen groene bladeren hebben en de bloemknoppen nog gesloten zijn, hebben de mensen de mogelijkheid om kleur in het dagelijkse winterse leven te geven. Deze constatering in ogenschouw genomen dacht ik aan het beroemde gezegde ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Op dat moment besloot ik een mooie kleur te kiezen die zou onderscheiden van de donkere uniforme dracht waar velen zich in hullen. De keuze viel, zoals de meeste mensen die mij kennen inmiddels weten, uiteindelijk op de kleur paars. Het begon jaren geleden met een mooi velours paars colbertjasje, waar ik veel complimenten over kreeg en waar ik echt mee opviel tijdens zakelijke bijeenkomsten. Ik bleek me hiermee te onderscheiden van de mannen in de antraciete maatpakken. Toen ik vervolgens ook nog eens figuurlijk tegen een paar prachtige suède purperen schoenen aanliep was voor mij het hek van de dam. Ik besloot om gewoon mijn garderobe aan te passen; al mijn zwarte en grijze kledingstukken moesten langzaamaan plaats gaan maken voor paarse varianten. 


Mijn paarse metamorfose bleef niet onopgemerkt want ook al is het een doodnormale kleur kreeg ik opeens van allerlei bekenden en onbekenden opmerkingen over mijn paarse tenue. Ga je trouwen? Ben je lid van een bepaald genootschap? Veel mensen blijken nieuwsgierig te zijn als je je dus niet houdt aan het ongeschreven donkere kledingsvoorschrift. Leuk vond ik het natuurlijk dat Judith zich vervolgens ook in het paars ging hullen en toen gingen we voor de grap ook maar eens op zoek naar paarse kleertjes voor onze dochters Chloé en Alizia. Paars heeft trouwens vele tinten en nuances, het varieert van licht violet tot donker purper en dat geeft de mogelijkheid om toch talrijke variaties in je kleding aan te brengen. Judith zegt gekscherend altijd dat er wel vijftig tinten paars zijn.
Je begrijpt dat zo’n paars gekleed gezin een hele verschijning is in een hoofdzakelijk grijze wereld. En we zijn ons er ook van bewust dat we hier opzien mee baren, maar toch verbaast het ons hoeveel het los maakt. 


Mensen kijken ons als we met het hele gezin op straat lopen na, of tikken elkaar aan. Geregeld maakt men gevraagd of ongevraagd foto’s van ons en het voelt af en toe alsof we BN’ers (Bekende Nederlanders) zijn. Laatst werden we zelfs geïnterviewd door een journaliste voor een Amsterdams tijdschrift die alles wilde weten van de ‘Purple Family’. Door de verschijning in dit blad werden we door nog meer mensen op straat in Amsterdam-Zuid aangesproken, wat wij trouwens erg leuk vonden.

In Spanje vallen we toch iets minder op, alhoewel we in Málaga omgedoopt zijn als ‘La Familia Morada’, is kleur hier toch een belangrijk bestanddeel van de traditionele klederdracht. Tijdens processies of belangrijke feesten dragen mensen hier bont gekleurde jurken waar paars en lila ook tot het kleurenscala behoren. Dat levert soms mooie foto’s op, waarvan we er trouwens eentje hebben gebruikt voor onze kerst- en nieuwjaarskaart van afgelopen jaar.
Alhoewel onze paarse kledingkeuze zoals je kon lezen op een spontane en ludieke manier is ontstaan, is het nu min of meer onze huisstijl geworden. Het doet ons daarnaast ook deugd dat mensen verwonderd en geïnspireerd worden door onze outfit, wat weer een beetje aansluit bij één van mijn levensfilosofieën ontleend aan Aristoteles, namelijk “verwondering is het begin van alle wijsheid”.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Download
Purple Family in ZOZ Magazine.pdf
Adobe Acrobat document 361.1 KB

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De digitale verleiding is groot

Mijn credo voor vandaag is “Laat je niet misleiden”. In het leven wordt je voortdurend op allerlei manieren misleid en verleid om een dienst af te nemen. Op zich is daar niets mis mee, want dat is een deel van de kunst van het ondernemerschap. Het moet echter niet zo zijn dat je achteraf, als je de dienst en/of product al hebt afgenomen, je niet tevreden bent omdat het totaal niet overeen kwam met wat je beloofd werd.

Dus als klant moet je vooraf kritisch zijn en proberen te doorgronden wat men je met mooie woorden en prachtige afbeeldingen belooft zodat je later niet van een koude kermis thuis komt.

Ook in de hospitality en met name bij het boeken van hotels krijg je met allerlei mooie beloftes en vooruitzichten te maken. Bijna iedereen raadpleegt tegenwoordig het internet om de verschillende mogelijkheden te vergelijken betreffende het gunstigste en aantrekkelijkste vervoer en verblijf.


Prachtige flitsende websites komen aan je voorbij als je naar hotels aan het surfen bent op internet. De meeste hotelwebsites zien er gelikt uit en dat is niet verwonderlijk want ze dienen er natuurlijk voor om je een uitstekende eerste indruk van het hotel te geven en je over te halen te boeken. Vaak geven de internetfoto’s een heerlijk romantisch beeld van het onderkomen. Je krijgt een receptie zonder wachtrij te zien met vriendelijk lachende personeel, een foto van het restaurant met een rijk gevuld buffet, een bar met een jong stel dat het uiterst gezellig met elkaar heeft en een schitterende hotelkamer waarin een vaas met verse bloemen staat. Je bent al snel geneigd om aan de hand van zo’n website te oordelen en je reservering te maken. Daar is ook niets mis mee, maar pas op want schijn kan bedriegen; de foto’s kunnen soms niet helemaal in overeenstemming zijn met de situatie die je ter plekke aantreft.

Okay, je komt nog wel eens hele knullige websites tegen met foto’s die meer dan dertig jaar geleden lijken te zijn genomen. In zo’n situatie kun je meestal al op je klompen aanvoelen dat je terecht zult komen in een ouderwets, slecht onderhouden hotelletje want als je je op die manier presenteert op internet dan is meestal de rest van de ambiance gelijkwaardig of soms nog slechter.


De meeste vier- en vijfsterren hotels, de plekken waar ik professioneel in geïnteresseerd ben, maken vanzelfsprekend gebruik van uitstekende webdesigners en vakkundige fotografen. Kamers, lobby, restaurant en andere faciliteiten worden zo mooi mogelijk digitaal vast gelegd en zo aantrekkelijk mogelijk op hun hotelwebsites gepresenteerd. Digitaal boeken gaat meestal heel eenvoudig en binnen enkele klikjes heb je een reservering gemaakt.

Met name voor de reizen voor KUNSTSTAD zoek ik al jaren voor vele reislocaties geschikte vier- en vijfsterrenhotels en ook mijn eerste onderzoek vindt via het internet plaats. Echter, ik kan je uit uitgebreide ervaring vertellen dat je echt niet altijd op deze eerste digitale indruk af moet gaan want ik heb talrijke hotels, na mijn vooronderzoek op internet, uiteindelijk daadwerkelijk bezocht en kwam vaak tot opzienbarende ontdekkingen.

Ik ga als volgt te werk; eerst maak ik vooraf een selectie van een aantal viersterrenhotels in het centrum van een te bezoeken stad. Het liefst kies ik een hotel van een luxe viersterrenketen omdat die vaak al aan een aantal basiskwaliteiten voldoet. Graag kom ik op het fenomeen van grote hotelketens een ander keer nog eens uitgebreider terug. Na mijn internetonderzoek plan ik mijn (onderzoeks)reis in en maak ik afspraken voor een rondleiding met één of meer personen van de reserveringsafdeling of van het management van de hotels die ik op het oog heb. Ik bekijk de verschillende type kamers en alle andere faciliteiten en zie dan ter plaatse of dit overeenkomt met de gemaakte beloftes op hun websites.

Soms ziet het hotel er precies zo uit zoals de indruk die ik op internet er van kreeg en heel af en toe worden mijn verwachtingen gelukkig wel eens overtroffen. Helaas gebeurt het ook regelmatig dat ik de lobby van een viersterrenhotel binnen kom en eigenlijk gelijk weer om wil draaien. Het lijkt dan van geen kanten op de foto’s die ik op de website zag! 


Soms loop ik dan ook daadwerkelijk direct weg en probeer mijn tijd te besteden aan het kwalificeren van andere hotels. Af en toe, meestal als ik al in zo’n teleurstellende hotel een afspraak met iemand heb gemaakt, onderga ik toch even een rondtoer. De reden dat ik dat doe is dan meestal uit pure nieuwsgierigheid waarom men niet levert wat men belooft. De antwoorden zijn uiteenlopend en ook daar kan ik een andere keer nog wel eens een verhaal aan wijden.

Het blijft dus een uitdaging om via internet een hotel te boeken en het kost wat ervaring, tijd en oplettendheid om de juiste plek voor je vakantie of zakenreis te vinden.
Succes!

 

Judith de Groot

info@HospitalityScanner.com

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


In de voetsporen van Rembrandt

Er zijn vele kunstenaars waar ik een groot fan van ben en het zal je dan ook niet verwonderen dat één van hen Rembrandt van Rijn is. Al vanaf mijn prille jeugd ben ik een bewonderaar van de werken van onze grote zeventiende eeuwse meester. Als kind stond ik vol belangstelling te turen naar De Nachtwacht; ik kon van dit enorme schilderij en ook van zijn andere kunstwerken geen genoeg krijgen. Hetzelfde gevoel lijk ik nu al weer te bespeuren bij mijn twee jonge dochters Chloé en Alizia. Ook zij herkennen al veel schilderijen van Rembrandt als we in allerlei Europese musea zijn. En als we zoals nu een korte periode weer even in Amsterdam zijn dan ‘moet’ ik van mijn meiden met hen naar het Rijksmuseum om daar onder meer de ‘oude’ en ‘jonge’ Rembrandt te gaan bekijken. Je begrijpt dat ze dan het eerste zelfportret van Rembrandt bedoelen en ook één van de laatste die hij van zichzelf geschilderd heeft.

Daarnaast wandelen we regelmatig samen door het centrum van onze hoofdstad en worden we op allerlei plekken herinnerd aan de bekende schilder uit de Gouden Eeuw. 


Een paar maanden geleden stonden we bij het graf van Saskia in de Oude Kerk en vertelde ik aan mijn dochters dat zij de eerste vrouw van Rembrandt was en dat hij haar verschillende keren had geportretteerd. Toen we laatst langs de Westerkerk kwamen deed het mij dan ook genoegen dat dit beroemde Amsterdamse monument geopend was voor publiek. Ik vertelde namelijk aan mijn kinderen dat in de nabijheid van deze kerk Rembrandt begraven was, maar dat de plek van zijn graf niet meer bekend is omdat er geen geld was voor een duur graf in de kerk. Gisteren besloten we om met z’n drietjes in het kader van onze oneindige Rembrandt-tour naar het Rembrandthuis te gaan. In zijn voormalige woonhuis aan de Jodenbreestraat, niet ver van het Waterlooplein, kun je een goed beeld krijgen van hoe hij leefde en werkte. In het naast gelegen pand, dat een onderdeel is van het Rembrandthuis, worden tijdelijke exposities gehouden en momenteel is daar een tentoonstelling van Glenn Brown. De hedendaagse kunstenaar laat zich inspireren door oude meesters zoals Rembrandt, dus vandaar dat hij hier een tentoonstelling heeft gekregen. Brown schildert ogenschijnlijk een bekend werk van Rembrandt na en geeft er zijn persoonlijke artistieke ‘twist’ aan; Brown’s werk heeft heel veel weg van onze grote meester maar door de brute verfstreken die Brown gebruikt heeft is het ook weer totaal anders. 


De Britse kunstenaar Glenn Brown is met zijn typerende manier van schilderen al behoorlijk bekend geworden en in allerlei grote musea wereldwijd hangen werken van hem. In het Centre Pompidou in Málaga hangt Brown’s versie van Rembrandt’s Flora, waar nog duidelijk Saskia van Uilenburgh in is te herkennen. Het is in Málaga één van mijn favoriete schilderijen. Ook was ik aangenaam verrast toen ik dit najaar in het Van Goghcentrum in Arles bij een speciale Glenn Browntentoonstelling aldaar zag dat hij ook werken had gemaakt geïnspireerd op schilderijen van Van Gogh.

Onze onuitputtelijke Rembrandtocht is gelukkig nog lang niet ten einde, want zo ga ik dit voorjaar naar de Duitse stad Kassel en zal ik wederom (ik ben er al verscheidene malen geweest) naar de Gemäldegalerie  in het Schloss Wilhelmhöhe gaan. In dit belangrijke museum hangt de op één na grootste collectie schilderijen van Rembrandt in Duitsland. 


Dit is trouwens één van de redenen om naar Kassel af te reizen, het andere motief om dit te doen is om van de zomer in Kassel De Documenta te bezoeken. Dit is de toonaangevende vijfjaarlijkse kunstmanifestatie waarbij op allerlei locaties de stand van de hedendaagse kunst wordt getoond. Ben benieuwd of er weer een ‘nieuwe’ Rembrandt tussen zit.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

NB. Wil je trouwens met me mee naar Kassel & De Documenta meld je dan hier aan of kijk hier voor meer informatie.

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het zijn de kleine dingen die het doen

Soms vragen mensen wel eens aan mij ‘wat is nou een ultieme manier om gastvrijheid en klantvriendelijkheid te tonen?’. Dan geef ik vaak als antwoord dat dit meestal in hele kleine dingetjes zit. Een mooi gebaar, een onverwachte vriendelijke reactie of iets bijzonders wat je niet had zien aankomen maar wat wel heel erg door de ontvanger wordt gewaardeerd. Natuurlijk verwacht je als je dit leest dan hier van mij een voorbeeld van.

Ik moet allereerst denken aan wat we afgelopen anderhalve maand meemaakten toen we intensief aan het vliegen waren, onder andere van Amsterdam naar Málaga, vandaar naar Lissabon en vervolgens naar Porto om uiteindelijk vanaf daar weer via Lissabon naar Málaga terug te keren. Tenslotte stapte Marcel precies twee weken geleden met Chloé en Alizia wederom in het vliegtuig om vanuit Zuid-Spanje naar Amsterdam terug te keren, terwijl ik dat traject nog vijf dagen daarvoor had afgelegd. 


Hij sms-te, toen hij met de twee meiden aan boord zat, dat er door de captain werd omgeroepen dat het enorm mistig was in Amsterdam en dat ze hierom op de luchthaven van Málaga een uur in het vliegtuig naast de landingsbaan moesten wachten. Het vliegtuig was behoorlijk vol, bijna geen één plaats was onbezet en hij wist dat hij sowieso, ongeacht de vertraging, ook meer dan drie uur vliegtijd voor de boeg had. Ik dacht meteen, dat is balen voor hem en de kinderen!    

Ik moest, toen ik dit nieuws per sms in Amsterdam van hem hoorde, terugdenken aan ons vertrek van het vliegveld van Lissabon van een week eerder. Ook daar hadden we vertraging, meer dan twee uur zelfs, en dat hoorde we pas toen we al gereed voor vertrek in het vliegtuig zaten. De Portugese piloot deelde in gebroken Engels mee dat we door het slechte zicht, veroorzaakt door de mist in Lissabon, niet op konden stijgen omdat we moesten wachten op vertraagde toestellen die nog voor ons in de rij moesten landen. Voor de rest van de vertragingstijd waren we verstoken van informatie en de stewardessen zeiden ook niet veel. 

Ik zag dat verschillende passagiers zich na een uur wachten in de kleine ruimte van het toestel behoorlijk begonnen te ergeren. De Britse dame die op de rij voor ons zat, bleek al vroeg in de nacht te zijn vertrokken uit Zürich en voor haar was deze vlucht een overstap naar haar woonplaats Málaga. Ze was moe, had honger en was boos waarom ze dan niet gewoon in de vertrekhal had mogen blijven. Terugkomend op de inleiding van mijn verhaal, hoopte ik dat de crew met name voor deze dame iets bijzonders zou doen, een mooi gebaar zou maken of iets wat haar een beetje op zou monteren. Het enige wat de stewardessen na meer dan een uur wachten deden was iedereen een glaasje water geven, zonder verdere aandacht of informatie en dat maakte onze Britse buurvrouw nog bozer.

Niet alleen voor de Britse dame en de andere passagiers maar ook met name voor onze dochters is zo’n wachttijd een behoorlijke opgave. We verlangen van ze dat ze gewoon stil zitten en afwachten maar dat kan best moeilijk zijn als je nog zo klein bent.


Tijdens een gewone vlucht (zonder vertraging) zijn er allerlei afleidingsmomenten zoals het opstijgen, eten, drinken en dalen voor onze kinderen. 

Maar twee uur alleen maar stil zitten wachten vergt van zulke kleine passagiers een enorm brok geduld en van ons als ouders creativiteit. Mijn complimenten voor mijn kinderen want dat deden ze dit keer ook weer enorm goed, maar toch miste ik hierbij de hulp van de crew van het vliegtuig. Ze maakten geen extra gebaar richting de kinderen zoals het geven van een klein presentje in de vorm van een kleurplaat en potloden, of het schenken van een limonadedrankje. Een gemiste kans!

Dus toen ik laatst zogezegd in Nederland wachtte op Marcel, Alizia en Chloé en ik van hun vertraging vernam vroeg ik mij af hoe het hen dit keer zou vergaan. En op bijna hetzelfde moment zag ik via Facebook een foto voorbij komen van een lachende Alizia in de cockpit van het betreffende vertraagde vliegtuig op luchthaven van Málaga. Kort daarna verscheen natuurlijk ook een foto van Chloé die, een beetje timide, ook plaats achter de stuurknuppel had genomen. Later begreep ik van Marcel dat de (Nederlandse) piloot iets heel bijzonders had gedaan. Na zijn aankondiging van het uur vertraging zei hij direct daarna dat alle geïnteresseerden (kinderen) even een kijkje mochten komen nemen in de cockpit. Geweldig! Wat een plezier deden ze hier de kleine passagiertjes mee. Het uur vertraging ‘vloog’ letterlijk en figuurlijk om en ik begreep van Marcel dat ze er tijdens de vlucht niet over uitgepraat raakten. 


Ik hoorde later in Nederland van mijn dochters dat de stoelen automatisch naar voren en achter, en naar links en rechts konden, dat het cockpitraampje zelfs door de piloot werd geopend en nog veel meer opwindende dingen die voorin het vliegtuig gebeurden. Wat hadden ze mijn meiden en de andere kinderen hier een plezier mee gedaan.

Kijk, dit is nou precies wat ik bedoel met gastvrijheid. Je kunt door middel van een klein gebaar de klant (zowel de kinderen als natuurlijk ook de ouders) een goed gevoel geven tijdens een ongemakkelijk situatie. Dit is nu precies een ‘neuslengte’ verschil waarom deze piloot de ultieme manier van hospitality gaf en de captain en de crew van de Portugese maatschappij van een week eerder een steek lieten vallen.

Van dit soort voorbeelden heb ik er uiteraard nog meer en waarschijnlijk zal ik de aankomende jaren hier nog wel eens met genoegen over schrijven.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Waar is het Gele Huis?

Jaarlijks kom ik zeer geregeld in het mooie Stedelijk Museum in Amsterdam, want telkens als ik weer in Amsterdam ben loop ik hier samen met mijn dochters wel even naar binnen. Dit heeft er trouwens voor gezorgd dat we daar al een bekende verschijning zijn geworden en dat we zelfs in hun jaaroverzicht van 2016 staan (klik hier). Alizia kent menig schilderij in het Stedelijk al en ik ben ook erg trots als ze volmondig roept ‘Kijk Mondriaan!’ of ‘Dat zijn de Vragende Kinderen van Karel Appel’.
Ik merk dat door onze bezoeken aan allerlei musea, op vele plekken in Europa, Alizia, en inmiddels ook haar jongere zusje Chloé, veel kunstwerken herkennen, zoals de schilderijen van Marc Chagall, die ze onder andere afgelopen tijd zagen in Málaga, Nice en natuurlijk in Amsterdam. Ook de werken van Picasso, meubels van Rietveld, de expressieve doeken van Willem de Kooning en nog veel meer kunst roept herkenning op.


Ze vinden het lopen door alle museumvertrekken erg vermakelijk want het is voor hen een soort ontdekkingstocht waarbij ze steeds zaken zien die ze herkennen, echter er is toch ook telkens weer iets nieuws te bespeuren. Geregeld gaan ze samen voor een schilderij zitten en dan ‘moet’ ik wat vertellen. Naast de ‘kunsthistorische waarheid’ verzin ik vaak een spannend verhaal erom heen en dat maakt het museumbezoek voor de meiden een nog groter avontuur.
Zondag was ik met Alizia even alleen op pad en zij mocht kiezen waar we naar toe gingen. Zij koos er wederom voor om naar het Stedelijk Museum te gaan en hier gaf zij aan mij een rondleiding. Altijd leuk voor een vader om door je dochter van drieënhalf te worden rondgeleid. Vervolgens wilde ze naar het kinderatelier, waar zij met bewegende ‘machines’ van de kunstenaar Jean Tingeley tekeningen kon maken.  
De middag was nog niet om en daarom wilde zij na ons bezoek aan het Stedelijk naar het naastgelegen Van Goghmuseum. Hier heeft ze altijd een aantal persoonlijke hoogtepunten die zij wil bekijken zoals onder meer het beroemde ‘Bruggetje van Van Gogh’


De reden hiervoor is dat we van de zomer bij de ophaalbrug in de buurt van Arles, dat model hiervoor stond, zijn geweest. Tijdens dit bezoek aan het Van Goghmuseum leek het mij leuk om eerst naar de museumwinkel te gaan en haar een ansichtkaart te laten uitkiezen van een werk van Van Gogh en om die dan vervolgens te gaan zoeken in het museum. Het was op deze manier een erg leuke tocht. Op de kaart die zij koos stond trouwens het schilderij van ‘Het Gele Huis’, de plek waar Van Gogh woonde in Arles. In dit beroemde huis schilderde hij onder andere de beroemde Zonnebloemen en ontving hij ook zijn collega Paul Gauguin. Alizia dacht dat ze dit gele huis een tijdje geleden in Arles gezien had en daarom had ze de kaart ook gekocht. Maar er blijken meer geel geschilderde huizen in Arles te zijn en het woonhuis van Van Gogh is helaas na de Tweede Wereldoorlog afgebroken omdat het zwaar beschadigd was.


Uiteindelijk vonden we het originele schilderij in het museum. Alizia en ik moesten wel moeite doen om het te kunnen bewonderen want een grote groep bezoekers stond ervoor, het is namelijk één van de hoogtepunten van de collectie. Naast het kunstwerk kon je ook nog een fragment zien én zelfs horen van de brief die Vincent aan zijn broer Theo over dit schilderij stuurde. Alizia moest natuurlijk ook dit gesproken citaat met behulp van de hoofdtelefoon beluisteren terwijl ze tegelijkertijd haar ansichtkaart met ‘Het Gele Huis’ zat te bestuderen. Voor mij als vader is dit een bijzonder schouwspel om een meisje dat nog geen vier is zo te zien.

Toen we uiteindelijk thuis kwamen moest haar zus Chloé horen wat ze allemaal gemist had en ze kreeg natuurlijk ook aan de hand van de prentbriefkaart een heel verslag over de zoektocht naar het schilderij van ‘Het Gele Huis’. Ze hadden het er vervolgens al weer over wat voor museum ze deze week samen (met papa) zouden gaan bezoeken. En ik verheug me er al weer op om dit met ze te gaan doen.


 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Even lekker ‘zitten’ werken

Momenteel zit ik dit blog te schrijven op een ongemakkelijke stoel in een heerlijk rustige lobby van een Amsterdams hotel. Zoals je weet strijk ik zelfs als ik niet op reis ben toch weer neer in één van de vele mooie vier- of vijfsterrenhotels die onze hoofdstad rijk is. Deze hotellobby’s zijn eigenlijk mijn zogenaamde mobiele werkplek, want met mijn laptop en mijn telefoon bij me kan ik overal dingen doen. Laatst zei eens iemand, jullie zijn echte ‘digitale nomaden’ en dat vond ik een wonderbaarlijk mooie aanduiding voor onze levens- en werkwijze.

Dus nam ik ook deze week in Amsterdam mijn computer onder mijn arm en toog ik naar het College Hotel, dat bij ons in de buurt ligt. De sfeer is er altijd goed en de koffie lekker. Eén van de weinige minpunten is echter het comfort van het meubilair. Het ziet er allemaal mooi uit, maar de zithouding die je in de stoelen aan moet nemen is mijns inziens enigszins onhandig. 


De stoelen en banken zijn namelijk zo laag dat je je computer niet op het tafeltje kwijt kunt, dus die dien je op schoot te houden. Dat hou je zo wel even vol, maar als je iets langer wilt werken dan begin je dat te voelen in je nek. Daarnaast kom je lastig weer overeind als je eenmaal lekker gezeten hebt.

Ook bij het gloednieuwe Hilton Hotel op Schiphol is het meubilair niet helemaal zoals ik graag zou willen. Het oude Hilton Hotel was zwaar verouderd en aan vervanging toe en daarom bouwde men naast het voormalige gebouw een futuristische nieuw hotelgebouw (terwijl het oude Hilton werd afgebroken). Het nieuwe Hilton Hotel op Schiphol ziet er van binnen ruim en ook spannend uit. Vanuit de lobby, die zich in een soort atrium bevindt, kijk je naar alle verdiepingen die zich rondom het overdekte binnenhof bevinden.

Als je een keer een zakelijke afspraak in de buurt van Schiphol hebt of na een lange vlucht nog even rustig iets wilt drinken voordat je naar huis rijdt dan is deze plek een echte aanrader. 


Echter ook hier dient zich eenzelfde nadeel aan als waar ik mijn verhaal mee begon en dat is het comfort van de meubels. Qua styling ziet het er aardig uit, erg gemakkelijk zijn ze echter niet. Ook het personeel klaagt erover, want de tafels zijn zelfs zo laag dat de ober met een vol dienblad in zijn hand echt geheel op zijn knieën moet gaan zitten om de drankje op tafel te zetten. Anders dient hij namelijk zo diep te bukken dat de drankjes van het dienblad af zouden vallen.

Echter het barinterieur van een hotel in Sevilla spande de kroon. Het geheel was traditioneel Seviliaans ingericht met gekleurde tegeltjes en met hout en was erg sfeervol. Ik heb echter nog niet uit kunnen vinden of het ook authentiek is om daarbij de meubels in kinderformaat te hebben, want dat is wat ik daar aantrof. Voor Alizia en Chloé was dit natuurlijk ideaal, want die konden geheel zelf op en af de stoeltjes klimmen. 


Voor volwassenen is het echter totaal niet praktisch en mocht je last van je rug of je benen hebben dan kan ik me voorstellen dat je niet meer van het ministoeltje omhoog zou kunnen komen.

Sfeer, schoonheid en comfort staan dus echt totaal los van elkaar blijkt maar weer, maar horen in mijn ogen in een kwaliteitshotel wel samen te gaan. Het oog wil wat, maar ook je rug en andere lichaamsdelen moeten niet vergeten worden.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Het Verleden, het Heden en de Toekomst

Afgelopen zondag prooste ik met een groot aantal trouwe deelnemers aan de activiteiten van KUNSTSTAD op het nieuwe jaar. Dit deden we dit jaar in de beroemde Beurs van Berlage in het centrum van Amsterdam. De plek waar we samenkwamen in dit gebouw was in het beurscafé, dat met al het baksteen een hele bijzondere atmosfeer uitstraalt. Het artistieke gebruik van baksteen (deels geglazuurd) is één van de kenmerken van de architectuur van architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934). Berlage nodigde overigens bij het ontwerp van het gebouw beeldend kunstenaars uit om van het gebouw een ‘Gesamtkunstwerk’ te maken (deze Duitse term wordt gebruikt als er meerdere disciplines uit de kunst toegepast worden), waaronder de beeldhouwers Mendes da Costa en Lambertus Zijl. Voor de tegeltableaus in het Beurscafé vroeg Berlage zo’n 120 jaar geleden de Nederlandse schilder Jan Toorop om deze te ontwerpen. 


Wat een genot was het dan ook om zondag tijdens onze Nieuwjaarsreceptie kort hier iets over te mogen vertellen. De drie levensgrote tableaus van keramiek stellen drie tijdsperiodes voor; het Verleden, het Heden en de Toekomst. 

Op de scene uit het verleden is te zien hoe men in vroegere tijd de mensen als slaven hard liet werken en de man met een zwaard de dienst uit maakte. Op het tableau uit het heden zien we hoe de koopmannen (waar de Beurs voor bedoeld was) de dienst gaan uitmaken, maar het lijkt er ook wel op dat de emancipatie van de arbeider en zelfs die van de vrouw belangrijk aan het worden zijn.

Bij het laatste tegelwerk wordt volgens Toorop in de toekomst het geestelijke leven belangrijker en je ziet er dan ook allemaal gelukkige mensen op de achtergrond. Alhoewel alle symboliek van het tableau een verwijzing is naar het socialisme en naar de opkomst van de arbeidersbeweging beeldt Toorop op de voorgrond toch een Christusfiguur (herkenbaar aan een aureool) af.

De Beurs van Berlage wordt in verschillende kunstboeken als voorbeeld van de Nederlandse Art Nouveau (ook wel bekend als Jugendstil) gezien. Qua tijdperk valt de Beurs hier zeker onder want de Art Nouveau floreerde tussen 1890 en 1910, en in die tijd is de Beurs ontworpen en gebouwd. Misschien valt de Amsterdamse Beurs niet zo snel te vergelijken met andere typische andere internationale Art Nouveau gebouwen, maar hij past toch goed bij monumenten uit die zelfde periode zoals de Glasgow School of Art van de Schotse architect Macintosh, het Wiener Secessiongebouw van Joseph Olbricht of de Rijkspostspaarbank in Boedapest van Ödön Lechner. 


Dit laatste gebouw en nog een aantal andere projecten van deze Hongaarse architect en tevens dus tijdgenoot van Berlage ga ik in mei met een aantal geïnteresseerden bekijken. De Hongaarse hoofdstad heeft trouwens prachtige Jugendstil gebouwen en is alleen daarom al zeer de moeite waard (klik hier voor meer informatie over deze reis).

Bij Art Nouveau of Jugendstil (ik gebruik de termen vaak door elkaar) denk je vaak aan steden zoals Brussel met de architectuur van Victor Horta, of aan Nancy met de glaskunst van  Emile Gallé, maar wat mij echt verraste een paar weken geleden waren de Art Nouveau-panden in Porto. Deze belangrijke kunststroming is aan de tweede stad van Portugal niet voorbij gegaan. Sommige huizen in Porto zijn als het om Art Nouveau gaat echt juweeltjes en dat maakt het stadsbeeld, gecombineerd met nog veel oudere architectuur, echt compleet. 


Voor veel mensen is Porto misschien nog onbekend maar graag toon ik je binnenkort meer van deze stad tijdens mijn presentatie hierover (klik hier voor meer info hierover).

Zo zie je maar, je raakt in Europa gewoon nooit uitgekeken en telkens vallen mij weer nieuwe dingen in steden op.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wij kennen de plekken waar we met je op reis naar toe gaan!

Afgelopen weekend besloot ik om vanuit het zonnige Málaga weer terug te gaan naar het onstuimige, maar mooie Nederland. Mijn dochters en Marcel bleven nog even achter in Zuid-Spanje, maar ik wilde graag afgelopen dinsdag aanwezig zijn op de vakdag van de jaarlijkse Vakantiebeurs in Utrecht. Traditiegetrouw heet de dag, voorafgaande aan de officiële opening voor het grote publiek, de ‘vakdag’, waar allerlei mensen uit de reis- en hospitalitybranche elkaar ontmoeten.
Ik vind het altijd erg boeiend om tijdens deze vakdag op de Vakantiebeurs te zien welke hotels aanwezig zijn en hoe ze zich tonen aan het publiek. Ook ben ik geïnteresseerd in hoe Europese steden en regio’s zich presenteren, waarbij ik inspiratie op doe voor eventuele nieuwe reislocaties voor onze reizen van KUNSTSTAD. 


En natuurlijk ben ik nieuwsgierig naar waar andere ‘concullega’s’ uit de reiswereld mee bezig zijn.

Het was, net als andere jaren, weer erg gezellig op de beurs. Men tracht zoveel mogelijk op thema of op land de verschillende stands te groeperen wat altijd goed lukt. Dit wordt dan weer aangevuld met op iedere plek een passend culinaire aanbod en zo sta je bijvoorbeeld met mensen uit de branche op de Spaanse afdeling een heerlijk Rioja-wijntje te drinken met typerende Spaanse tapas. Of je eet een Bretzel op een Oostenrijks uitziend terras. Een prima ambiance dus om inspiratie op te doen en oude zakelijke bekenden of nieuwe vakgenoten te ontmoeten.

Al snel raakte ik in gesprek met een aantal interessante collega’s, die uiteraard allen in de reisbranche werkzaam waren, en wat me telkens opviel is dat ze allemaal, geen eentje uitgezonderd, erg enthousiast waren over het verhaal dat ik hen over KUNSTSTAD vertelde. 


De meeste reisproducenten die ik spreek zijn namelijk doorgaans bezig met een massaproduct, dat wil zeggen dat ze zoveel mogelijk mensen naar zo populair mogelijke bestemmingen brengen. Het valt me regelmatig op, ook nu weer tijdens de Vakantiebeurs, dat de meeste mensen uit de reisbranche zo weinig tijd hebben om precies te weten wat ze verkopen. Ze zijn op de meeste locaties niet eens zelf geweest en meestal hebben ze dus niet zelf ervaren wat ze aan hun klanten aanbieden. Hier zijn Marcel en ik dus totaal anders in. Wij bieden geen reizen aan naar plekken en steden waar we zelf nog nooit geweest zijn. Wij organiseren eigenlijk niets zonder dat we er zelf van overtuigd zijn dat het interessant en de moeite waard is.

We testen, zoals de trouwe lezers weten, zelf alle hotels voor onze reizen. Met veel plezier kiezen wij voor elke reis het hotel uit dat het meeste aan onze eisen voldoet. We stellen het programma samen en selecteren gezellige restaurants. Kortom; we staan achter de reis die we met veel toewijding en genoegen formeren.  


Onze manier van aanpak lijkt misschien allemaal een beetje ‘overdreven’, maar het is wel zoals wij het doen! Wij zijn op deze manier bezig met iets wat we ontzettend leuk vinden en dragen dat hopelijk ook uit. En ik merk dat collega’s uit de reiswereld daar soms best wel een beetje jaloers op zijn en ook heel graag wel eens precies willen weten wat ze hun klanten voorschotelen, maar door de ‘overspannen’ manier van zakendoen hier niet aan toekomen.

Mijn bezoek aan deze editie van de vakdag van de Vakantiebeurs was weer zeer geslaagd en heeft me weer wat nieuwe ideeën en inzichten opgeleverd. Wat trouwens wel leuk is om in dit kader mee te delen is dat één van onze reizen van dit jaar op de Vakantiebeurs wordt aangeboden, namelijk de bijzondere reis naar Kassel & De Documenta. Onder meer bij de stand van het Duits Verkeersbureau en ook bij het kraampje van de stad Kassel liggen onze flyers. Mocht je naar de Vakantiebeurs in Utrecht gaan de komende dagen dan zie je onze folder wellicht liggen en neem hem dan vooral mee! Mocht je niet in de gelegenheid zijn om naar deze beurs te gaan dan krijg je deze flyer ook tijdens onze Nieuwjaarsreceptie a.s. zondag (15 januari) in de Beurs van Berlage uitgereikt.
Ik hoop je daar te zien!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wandelend als een flaneur door de Europese steden

Eergisteren wandelde ik door de karakteristieke straatjes van mijn geliefde Málaga en ik genoot van de historische Andalusische architectuur die de stad rijk is. Tijdens mijn wandeltochten kijk ik ook graag naar het doen en laten van de lokale bevolking want dat maakt de beleving van een plek zo speciaal.

Het weer was buitengewoon aangenaam hier in Zuid-Spanje; de lucht was helemaal blauw en de zon scheen heerlijk. De temperatuur was rond de 20 graden en voor de eerste week van januari blijft dat voor een Nederlander als ik bijzonder om mee te maken. Prima omstandigheden dus om een lange wandeling te maken. Ik liep op mijn gemak langs het Romeinse amfitheater en zag het hoger gelegen fort liggen dat zijn oorsprong in de Moorse tijd heeft. Ik liep door de palmentuin en zo kwam ik uiteindelijk bij de Middellandse Zeekust aan. De combinatie van dit alles maakt deze stad aantrekkelijk en compleet.


Terwijl ik zo door Málaga aan het kuieren was, moest ik terugdenken aan mijn wandelingen van meer dan een week eerder. Toen maakte ik verschillende wandeltochten door het prachtige Porto, de tweede stad van Portugal. Porto is gelegen aan een brede rivier genaamd de Douro, echter de zee (over beter gezegd de Atlantische Oceaan) is nabij het oude stadscentrum gelegen. Het is wel een fikse wandeling om vanuit het historische stadshart van Porto aan de kust te belanden maar tijdens deze tocht viel er ontzettend veel te zien; oude bouwkunst afgewisseld met moderne architectuur. Wat betreft het laatste is Casa da Música, dat ontworpen is door onze eigen Rem Koolhaas, zeer in het oogspringend.

Net als in Málaga trachtte ik ook Porto, zoals je al leest, zoveel mogelijk te voet te leren kennen. Dit doe ik trouwens in alle steden waar ik kom, overal blijf ik rondwandelen en rondkijken.