Travel Tales 

van Marcel Verhoeven en Judith de Groot

In 1995 startte Marcel met de culturele organisatie KUNSTSTAD. Enige tijd later is Judith hem gaan helpen om de belevingsreizen van KUNSTSTAD voor te bereiden en ook om deze trips uiteindelijk samen met hem voor enthousiaste deelnemers uit te voeren.

Inmiddels is het ’team’ van KUNSTSTAD een beetje uitgebreid, want bij de voorbereidingsreizen nemen we tegenwoordig onze jonge dochters Alizia en Chloé mee. Tijdens hun verblijf in de talrijke Europese steden zien en beleven zij veel, waarover zij sinds de zomer van 2014 wekelijks schrijven in hun Travel Tales.

Marcel:"Ik ben kunsthistoricus en ga op de verschillende locaties op zoek naar bijzondere musea en kunstcollecties. Regelmatig gaan mijn verhalen dan ook over opmerkelijke kunstwerken of opvallende gebouwen. Ook verdiep ik me vaak in de geschiedenis van de stad waar we op dat moment zijn. Typische gewoontes of gebruiken en bijzondere persoonlijkheden komen ook geregeld aan de orde."

Lees hier de verhalen van Marcel.

Wilt u de Travel Tales Ontvangen?

Ga virtueel met ons op kunstreis in Europa en meldt u aan om wekelijks ons digitale Travel Tales bulletin te ontvangen, bomvol inspirerende reisverhalen over kunst, cultuur, geschiedenis, mysteries en hospitality in Europa. 

Aanmelden voor de Travel Tales is eenvoudig: stuur een e-mail naar info@kunststad.nl,

of via:


Judith: "Ik ben een echte kenner van het fenomeen reizen. Na mijn opleiding en allerlei functies in de reiswereld, ben ik mij gaan specialiseren in alles wat met reizen en hospitality te maken heeft. Ik vind het dan ook erg boeiend om me bezig te houden met alles wat er bij het ‘op reis gaan’ komt kijken en over mijn bevindingen schrijf ik graag. Gemiddeld check ik meer dan 80 maal per jaar voor één of meerdere nachten in bij hotels. Regelmatig sta ik stil bij mijn verblijf in een bepaald hotel, of schrijf ik over dingen mij opvallen bij de (buitenlandse) horeca en ook de verschillende vormen van vervoer komen aan de orde." 

Lees hier de verhalen van Judith.

 

Kortom; wekelijks een aantal interessante, authentieke kunst- en reisverhalen. Veel leesplezier!


Alle Travel Tales op een rijtje:

Kassel is een reis waard!

Deze afgelopen week stond voor mij helemaal in het teken van de kunst! Ik reisde afgelopen donderdag vol enthousiasme naar de typische Duitse kunststad Düsseldorf. Wat hebben ze hier toch een prachtige kunstmusea! Twee hiervan bezocht ik afgelopen weekend, namelijk K21, met de klassiek moderne collectie van de ‘Sammlung Nordrhein Westfalen’ en daarnaast was ik ook twee keer in ‘K20’, dat de dependance van het eerder genoemde museum is, waar met name de hedendaagse kunst wordt getoond.

Mijn dochters en ik genoten met volle teugen in het Düsseldorfse K20 museum van de vele originele werken van Picasso, maar ook van Wassily Kandinsky, Franz Mark, Ernst Ludwig Kirchner en niet te vergeten een aantal werken van onze eigen Piet Mondriaan. Wat verheug ik mij erop dat ik aankomende zondag tijdens mijn vierdaagse KUNSTSTAD reis naar Kassel en Düsseldorf hier de groep mag rondleiden.


Nu ben ik inmiddels al weer een aantal dagen in Kassel. Deze hoofdstad van de deelstaat Hessen organiseert zoals je wellicht weet om de vijf jaar de beroemde kunstmanifestatie ‘De Documenta’. Het is elke keer weer interessant om te zien welke artiesten op ‘De Documenta’ vertegenwoordigd zijn en welke werken zij mochten inbrengen. Ik moet echter wel nog altijd, ook na mijn zoveelste bezoek, wennen aan alle conceptuele kunstwerken die op deze tentoonstelling getoond worden. Meestal gaat het bij kunst kijken voor mij om de esthetiek en de schoonheid van het kunstwerk, maar daarvoor moet je niet naar ‘De Documenta’ komen. Vooral tijdens deze editie huidige speelt politiek een belangrijke hoofdrol en veel minder de artisticiteit. Toch is het echt een feest om hier te zijn. Ook al spreken misschien sommige hedendaagse kunstwerken je wat minder aan, de ambiance van het hele evenement en van deze Duitse provinciestad is heel bijzonder.


Ik zag onder meer een kunstzinnige video-tweeluik in het Fridericianum. Hier is te zien hoe Turkse soldaten worden toegesproken om hun hele ziel en zaligheid te geven voor de Turkse natie en dit roept bij de toeschouwers een vervreemdend effect op. Dat geldt trouwens ook voor de bijna geweide ruimte in de nabij gelegen Orangerie in het prachtige centraal gelegen Karlsaue-park , waar op een groot scherm een video wordt getoond van Russisch orthodoxe priesters die een kerkelijke mis zingen. 

Echter het deed me ook wel weer heel veel genoegen om aan de andere kant van de stad, in het beroemde stadslot Wilhelmshöhe te zijn om daar na alle contemporaine kunst de enorme zeventiende eeuwse collectie met Hollandse meesters te zien, waarvan met name de werken van Rembrandt uitzonderlijk zijn. Nergens ter wereld vind je zoveel schilderijen van onze topmeester uit de Gouden Eeuw. Alleen daarom zou je al een keer naar Kassel moeten. 


En ben je bekomen van al deze bijzondere creaties van onze meester uit de Gouden Eeuw dan kun je hier genieten van de vele andere befaamde kunstenaars die hier vertegenwoordigd zijn, zoals Dirck van Baburen, Hendrick Ter Brugghen en andere grondleggers van de barokke schilderkunst. Dankzij hen begrijp je in dit Kassels museum nog beter de schilderijen van bijvoorbeeld Frans Hals, die namelijk onder meer deze voorgangers als inspiratiebron had. Van deze beroemde Haarlemse schilder zijn in dit museum meerdere schilderijen te bewonderen en het meest tot mijn verbeelding spreekt altijd ‘Peekelhaeringh’. Dit is een afbeelding van een schertsfiguur die waarschijnlijk een belangrijke rol vertolkte in de zeventiende eeuwse kluchten en blijspelen. Hij was een soort Hans Worst, waarover het rijmpje ging ‘Hans Worst heeft altijd dorst’. Dit gold eigenlijk tevens voor Peekelhaeringh vandaar dat hij ook met een bierpul in zijn hand staat. Dit schilderij uit de Gemäldegalerie in Kassel sprak andere kunstenaars ook zo aan dat Jan Steen dit genoemde werk het zelfs gebruikte in een schilderij van hem zelf. En dat is tegenwoordig te zien in de Gemäldegalerie in Berlijn. 

Tijdens mijn bijzondere verjaardagsreis, die ik speciaal voor genodigden organiseer, zal ik hier graag ter plekke meer over vertellen.

Je merkt al dat ik over Kassel niet uitgepraat raak en ik kom er graag volgende week op terug.


 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Kijk eens tussen de lakens!

Til het hoeslaken in een hotel eens op en kijk wat je eronder aantreft.
Til het hoeslaken in een hotel eens op en kijk wat je eronder aantreft.

Ben je tijdens je verblijf in een hotel ’s nachts ook wel eens helemaal oververhit wakker geworden? Je controleert nog eens de verwarming, maar die staat uit. Het raam heb je zelfs open gezet en het is koel genoeg in de kamer. Het is dan vreemd dat je het toch zo warm hebt. Als dit scenario je bekend voor komt dan heb ik een goede tip voor je; til het hoeslaken van het matras eens op en neem daaronder een kijkje hoe het matras vervolgens verder is opgemaakt.

Ik schreef al eens over een item dat met het bed te maken heeft, namelijk over het hoofdkussen. Een goed kussen is noodzakelijk om de slaap goed te kunnen vatten en een goede nachtrust is in een hotel van importantie en één van de belangrijke zaken waar je als hotelgast naar op zoek bent. Of je nu om zakelijke redenen de stad moet bezoeken of dat je de locatie als toerist gaat bekijken, je wilt ’s ochtends uitgerust opstaan.

Een fijn kussen, een comfortabel matras en lekker beddengoed spelen hierbij een belangrijk rol. Op het bedlinnen kom ik een andere keer in mijn verhalen nog wel eens terug, want dit keer wil ik wat langer stil staan bij het matras. 

Het eerdergenoemde voorval, dat ik overmand werd door warmte in een hotelbed, vindt namelijk zeer regelmatig plaats. Het is zogezegd veel te warm in bed en het ligt niet aan de temperatuur van de kamer. De boosdoener is namelijk een plastic hoes die door kamermeisjes van het hotel als extra bescherming over het matras getrokken is.

De reden dat men die plastic hoes tussen het laken en matras legt is mij volkomen duidelijk. Het beschermt het matras tegen vuil en viezigheid van de talloze gasten die continue het hotelbed beslapen, maar comfortabel ligt het niet. Het laatste voorval dat ik in dit geval meemaakte was dat zelfs het hoofdkussen geheel verpakt was. Getver, dat sliep wel heel naar!

Het met ‘plastic ingepakte’ matras (en kussen) zou dus voor een stukje extra hygiëne moeten zorgen. Zo las ik laatst trouwens dat zo’n ingepakt matras nog allerlei andere voordelen heeft. De plastic onderhoes houdt niet alleen viezigheid van de individuele hotelgasten tegen, maar bijvoorbeeld bedwantsen kunnen zich op deze manier ook niet in het matras huisvesten. Deze insecten leven in beddengoed en zijn kleine gemene beestjes die je ’s nachts onopgemerkt kunnen bijten om zich te voeden aan het bloed van de hotelgast. Ik heb het zelf nog nooit meegemaakt gelukkig, maar je blijkt behoorlijk vervelende jeukplekken van die bedwantsen te kunnen krijgen. Eerst kwamen deze kleine bedbeestjes alleen voor in Australië en Zuidoost-Azië, maar tegenwoordig schijnen de kleine bedgenoten ook steeds vaker in Europa in de matrassen te zitten.

Om terug te komen op de plastic matrashoes, deze ben ik al in allerlei soorten en maten tegen gekomen. Van een klein los plastic lakentje dat onder het linnen hoeslaken ligt, tot een bescherming met dezelfde afmetingen als het matras en dat in de hoeken van het matras met een elastiek over de matraspunten is vastgemaakt. En ik zie soms zelfs hoezen die om het hele matras heen zitten dicht geritst en van het matras een volledig plastic geheel maken.

Het grote nadeel aan plastic om je matras is dus dat het niet ventileert en je het als slaper zo warm krijgt met transpiratie als gevolg. Het eerste wat ik dus als frequente hotelbezoeker doe voordat ik naar bed ga is naar het matras kijken. Als ik iets tegenkom dat op plastic lijkt dan verwijder ik het gelijk en berg ik het netjes op in de kast.


Het valt me overigens op dat de kamermeisjes (en –jongens) het matrasafdekplastic ook gewoon in de kast laten liggen als ik meerder nachten in die kamer verblijf. Zij maken ’s ochtend het bed ongestoord zonder plastic op terwijl ik zou verwachten dat ze dit irritante zeiltje er toch weer om zouden doen, maar gelukkig dus niet.

Het inpakken met plastic van het gehele matras gebeurde me trouwens eens in een heel fijn vijfsterren hotel in Aken. Ik kwam daar al jaren en de sfeer van het hotel beviel me erg goed. Tot dat ik ontdekte dat ik op plastic lag te slapen. Ik moest het hele bed op zijn kop zetten om de hoes te kunnen losritsen en te verwijderen, maar dat had ik er graag voor over. Toen het matras eenmaal uit de hoes tevoorschijn kwam schrok ik me echter een hoedje. Het hele matras had, doordat het altijd broeierig ingepakt was geweest, zwarte schimmelvlekken gekregen en zag er hierdoor ontzettend vies uit. 


De regel dat dit plastic het matras beschermt ging hier dus niet echt op. Ja, een geheel ingepakt matras kan niet ademen, gaat zelfs condenseren en dat leverde in dit geval dus die nare vochtschimmel op.

Er moeten toch heden ten dage andere oplossingen te vinden zijn om als hotel je matras te beschermen. Een voorbeeld daarvan is een dun dekmatrasje, dat bovenop het matras komt te liggen. Deze oplegger kan gewassen worden en als je dat regelmatig doet is er geen probleem lijkt mij.

Mocht je de volgende keer je intrek nemen in een hotel inspecteer dan voor het slapen gaan je matras eens. Mocht je dan plastic tegen komen en te warme nachten ook vervelend vinden haal het er dan vanaf. Je zult merken dat het een hoop in temperatuur en comfort scheelt.

 

Judith de Groot

Hospitalitykenner

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Op een mooie Pinksterdag, met de kleine meid

Verleden week zondag was het voor Alizia een bijzondere dag en dus ook voor mij. We hadden haar namelijk een fiets cadeau gegeven en die moest natuurlijk direct getest worden. Terwijl ik haar driftig de goede kant op duwde schoot op deze mooie eerste Pinksterdag voortdurend het gelijknamige liedje in mijn gedachten. Dit chanson van de beroemde schrijfster Annie M.G. Smit en componist Harry Bannink gaat zoals wellicht bekend over een mijmerende vader en zijn kleine dochter waarmee hij hand in hand loopt door het park op een mooie Pinksterdag, terwijl ik op deze zelfde fraaie dag mijn eigen kleine meid fietsen leer. Al neuriënd en zelfs hardop zingend “Hondje bijt niet…” denk ik aan de twee zangers die dit lied ooit vertolkten, namelijk Leen Jongewaard en André van den Heuvel (zie hieronder voor een filmpje met de authentieke vertolking van dit lied).


Als ik de jonge Andre van den Heuvel op dit Youtube filmpje zie zingen dwalen mijn gedachtes af. Hoe leuk was het namelijk dat ik hem, samen met zijn vrouw Kitty Jansen, ooit als deelnemer aan een van mijn reizen naar Berlijn mee had. Toen ik jaren geleden hem als passagier in mijn bus zag zitten, om met een hele groep naar de hoofdstad van Duitsland af te reizen, schoten bij het zien van zijn gezicht meteen een aantal strofes van het reeds genoemd lied in mijn hoofd; “Morgen kan ze zwanger zijn. Het kan ook nog wel vandaag…” .  En nu, al duwend achter het kinderfietsje, dacht ik aan wie ooit de vader van mijn kleinkinderen zou kunnen zijn; “'t Kan van de behanger zijn of van een Franse zanger zijn of iemand uit Den Haag”.

Tijdens mijn betreffende Berlijnreis merkte ik dat de aanwezigheid van deze twee bekende Nederlanders toch voor de andere deelnemers ook voor wat hilariteit en een extra dimensie zorgde. 


Heel verrassend om mensen in de groep te hebben die toen nieuw waren en toch zo vertrouwd vanwege hun bekendheid. Als organisator van deze reis heb ik op een aantal momenten tijdens deze trip verschillende malen met hen gesproken. Zo vertelde Kitty Janssen mij, op het moment dat wij naar het Russisch Monument in het Treptow Park liepen, dat zij ooit in haar jonge jaren een bekende persoonlijkheid in Duitsland was; zij vertolkte namelijk in de jaren zestig Frau Antje op Duitse televisie ter promotie van onze Hollandse kaas. Van André van den Heuvel begreep ik dat hij met mijn kunstreis meeging omdat hij zich na zijn pensionering fanatiek met beeldhouwen was gaan bezig houden. Hoe treurig was het bericht dan ook dat ik een jaar geleden las dat hij was overleden. Hij was toen al vier jaar weduwnaar omdat zijn partner Kitty Janssen in 2012 al het tijdelijke voor het eeuwige had verruild.


Opeens maakt mijn dochter een gevaarlijk bocht en moet ik even alle zijlen bijzetten om haar recht op haar fiets te houden. Op dat moment herinner ik mij het moment dat ik zelf fietsen leerde. Weliswaar ook de eerste keren met behulp van kleine zijwieltjes, maar in mijn herinnering gingen die er vrij snel weer van af. Goh, wat gaat de tijd toch snel. Voordat je het weet, misschien ben ik nu wat melancholisch, duwt mijn dochter haar kind weer door het park en zijn we weer decennia verder in de tijd en zingt zij dan ook “Op een mooie Pinksterdag, met de kleine meid”.

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

Als je verzekerd bent , dan loop je geen risico!

De laatste tijd heb ik met trouwe deelnemers van de reizen van KUNSTSTAD wel eens gesprekjes over het feit dat men zich niet durft in te schrijven voor één van onze reizen. Waarom niet? Zijn onze kunstreizen dan zo gevaarlijk? Nee, het komt omdat men soms onzeker is over hoe het zal gaan met de gezondheid wanneer de betreffende reis gaat plaats vinden. Als je een dagje ouder wordt word je natuurlijk steeds vaker met gezondheidsperikelen geconfronteerd en dan kan het zijn dat je twijfelt over hoe het over een paar maanden met je zal gaan. Ik probeer dan altijd diegene er van te overtuigen dat als je een goede reis en/of annuleringsverzekering hebt je financieel in ieder geval geen risico loopt, mocht je uiteindelijk niet aan de reis kunnen deelnemen. Het zou anders natuurlijk betekenen dat je nooit meer iets vooruit zou kunnen plannen en reserveren en het vooruitkijken en je verheugen op iets is toch het aller leukste wat er is?


Het hoeft natuurlijk niet altijd met de eigen gezondheid te maken hebben, maar er kan ook iets aan de hand zijn met het thuisfront. En andere gekke en ongewilde situaties kunnen op je pad komen waardoor je eerder tijdens een reis naar huis moet keren of waardoor je soms zelfs helemaal niet met ons kunt afreizen. Ook dan blijkt de reis- en annuleringsverzekering hier voor garant te staan.

Zo heb ik zelf ook al eens, gelukkig nog niet heel vaak, gebruik moeten maken van de service van mijn verzekeringsmaatschappij omdat een bovengenoemde situatie optrad. De laatste keer dat ik een beroep op mijn reisverzekering moest doen, is nog niet eens zo heel lang geleden. In mijn eentje was ik op de trein gestapt naar Kassel, om een aantal zaken voor te bereiden voor onze KUNSTSTAD reis naar deze stad in Hessen. Ik moest onder andere wat dingen regelen voor het kunstevenement ‘De Documenta’


Marcel en de mijn dochters bleven nog even wat langer in Amsterdam en twee dagen later zou ik vanaf Kassel doorreizen naar Málaga. Marcel zou met de kinderen dit zelfde doen vanaf Amsterdam en wij zouden elkaar in Zuid-Spanje weer treffen.
Echter, slechts enkele uren nadat ik met de trein naar Kassel vertrokken was, werd onze jongste dochter Chloé ziek. Het bleek een flinke buikgriep waar ze totaal ondersteboven van was. Marcel zag het op dat moment natuurlijk helemaal niet zitten om als vader alleen met twee dochter, waarvan één behoorlijk ziek, naar Andalusië af te reizen. Daarnaast wilde ik  toen ik dit vervelende bericht van hem kreeg ook zo snel mogelijk bij mijn zieke meisje zijn. Diezelfde avond ben ik dus gelijk al weer met de trein vanuit Kassel terug naar Amsterdam gegaan en mijn geboekte vliegticket van Duitsland naar Spanje van twee dagen later heb ik niet gebruikt. Het was heerlijk om weer in Amsterdam te komen en voor Chloé te kunnen zorgen en toen ze weer beter was reisden we uiteindelijk gezamenlijk af naar Málaga.

Toen ik deze situatie aan mijn verzekeringsmaatschappij voorlegde boden zij direct aan om mijn niet gebruikte vliegticket, alsmede het extra treinticket dat ik gekocht had om terug naar huis te gaan, volledig te vergoeden. En zo geschiede, enkele dagen later stond het volle bedrag op mijn rekening. Wat is het toch een verademing om zo’n verzekering te hebben.

 

Nog een ander voorbeeld van het voordeel van een reisverzekering. Ik kan me nog een voorval van enkele jaren geleden herinneren toen we ter voorbereiding van een KUNSTSTAD-reis in Lissabon verbleven. Zoals je wellicht weet is Marcel een liefhebber van hardlopen en waar hij kan trekt hij zijn hardloopschoenen aan om een rondje te rennen. Helaas kwam hij tijdens zijn hardlooproute door Lissabon ongelukkig ten val waardoor zijn knie behoorlijk open lag. De ‘jaap’ in zijn been was zo groot dat we er mee naar het ziekenhuis moesten.


"slechts enkele uren nadat ik met de trein naar Kassel vertrokken was, werd onze jongste dochter Chloé ziek. Diezelfde avond heb ik weer de trein terug naar Nederland genomen"     



Marcel kreeg uiteindelijk vele hechtingen in zijn knie en dat zorgde ervoor dat hij die daardoor tijdelijk niet meer kon buigen. Door deze hele situatie konden we de dag hierna, zoals eigenlijk gepland was, niet meer naar huis vliegen. In dit genoemde geval namen we natuurlijk gelijk contact op met onze reisverzekering en die waren direct uiterst begripvol. Nadat we uitgelegd hadden wat er aan de hand was gingen ze voor ons aan de slag en ze zouden contact met ons opnemen wanneer ze een geschikte terugvlucht voor ons hadden gevonden waarmee Marcel met gestrekt been en met krukken terug zou kunnen vliegen. In de tussentijd konden wij, betaald door de reisverzekering, langer in het hotel in Lissabon blijven.

Er bleek echter dat tot dagen daarna geen plek voor ons aan boord van een toestel richting Nederland te zijn. Daardoor hebben we al met al drie extra dagen in Lissabon doorgebracht, wat ondanks Marcel tijdelijke handicap, voor ons geen straf was. Heel erg mobiel waren we natuurlijk niet, maar Marcel kon toch aardig uit de voeten met de krukken die we geregeld hadden moet ik zeggen. Drie dagen later werden we opgehaald door een grote taxi bij ons hotel in Lissabon, die de verzekering voor ons geregeld had, en werden we naar de luchthaven gebracht. Een bijzondere draai  aan het hele verhaal was nog dat, omdat Marcel zijn knie niet kon buigen, men aan boord vier zitplaatsen voor ons tweeën had geregeld, waarbij de stoel die voor Marcel stond weg werd geklapt. Zo kon hij redelijk comfortabel met zijn gestrekte been plaats nemen. Eenmaal in Amsterdam aangekomen werden we zelfs van Schiphol met een aangepast taxibus afgehaald en naar huis gebracht. 


Achteraf bleek dat zowel de medische kosten, de terugvlucht, als de extra nachten die wij noodgedwongen in Lissabon moesten verblijven en het vervoer naar- en van de luchthaven allemaal werden vergoed. Het is natuurlijk erg vervelend als je ‘in den vreemden’ iets overkomt en hoe fijn is het dan dat je door een Nederlands contactpersoon van de verzekeringsmaatschappij begeleid wordt en je ook geen zorgen hoeft te maken om medische assistentie, reis en verblijf.

Uiteraard betalen we hier al jaren lang premie voor, maar ik merkte toch bij mezelf dat ik het in eerste instantie vervelend vond om beroep te moeten doen op de verzekering. Ik wilde ze niet lastig vallen en twijfelde of men wel bereid was om iets te vergoeden.

Deze schroom merk ik trouwens dus ook wel eens bij onze reisdeelnemers. Zij geven soms aan dat ze echt heel erg graag mee op reis willen naar een bepaalde bestemming, maar dat ze zogezegd dus nog niet durven te boeken. Er kan namelijk nog zoveel gebeuren in de tussentijd is hun argument. En wat als die kleine operatie die ze moeten ondergaan uiteindelijk in die periode plaats zal gaan vinden? Het gaat niet zo goed met een familielid, hoe moet het nou als die situatie verandert? Ook dan komt vaak die aarzeling weer om de hoek kijken. Kan en mag ik dan wel aanspraak maken op de reis- en annuleringsverzekering? Ja, dat mag. Anders zou je nooit meer plannen kunnen maken voor de (nabije) toekomst. Wij hebben dus zowel privé als met onze klanten hele goede ervaringen met de reisverzekeringsmaatschappijen en lopen nooit tegen problemen aan.

 


Ik had er laatst nog een uitgebreid gesprek over met een trouwe reiziger en zij had recentelijk uit voorzorg eens geïnformeerd of zij wel een reis kon boeken vanwege een onzekere medische situatie. ‘Ja hoor, geen probleem’ was het antwoord aan de andere kant van de lijn. En met een gerust hart belde ze mij op om zich aan te melden voor een fijne reis met ons waar ze zich op kon verheugen en naar uit kon kijken. Uiteindelijk heeft ze trouwens gelukkig niet hoeven annuleren en kon ze laatst genieten van een zorgeloze en gezellige trip.

 

 

Judith de Groot, HospitalityScanner
info@HospitalityScanner.com    

Het Rijk(s) voor je alleen

Dit weekend las ik in de krant dat één van de iconen van het Rijksmuseum, namelijk ‘Het Melkmeisje’ van Johannes Vermeer, weer terug is op haar plek in de eregalerij aldaar. Regelmatig, ga ik met mijn dochters naar het Rijks toe, als ik na een periode van reizen weer in Amsterdam ben. Mijn meiden hebben altijd een vast repertoire dat ze in onze nationale kunstgalerij willen afwerken: natuurlijk willen ze eerst naar ‘De Nachtwacht’ ofwel ‘Het meisje met de kip’ zoals Alizia het eerst altijd noemde (lees hier een eerder verhaal van mij hierover). Van dit formidabele schilderij van Rembrandt kunnen zij door hun geringe lengte en de enorme meute toeristen die er voor staat meestal slechts maar een kleine glimp opvagen. Daarna komen ‘Het Joodse Bruidje’, ‘De Staalmeesters’, het zelfportret van de ‘oude Rembrandt’ en ‘Titus als monnik’ aan bod. En vervolgens roepen zij om ‘Het Melkmeisje’ van Johannes Vermeer. 


Groot was de teleurstelling een aantal maanden geleden dan ook toen dit schilderij plotseling was verdwenen. Ik kwam er al snel achter dat het beroemde meesterwerk was uitgeleend aan het Louvre in Parijs voor een overzichtstentoonstelling van onze Delftse Meester. Ach, ik dacht toen ‘er is nog genoeg te zien in het Rijksmuseum’. Maar toch mistte ik haar direct wel al een beetje. De vreugde was dan ook groot toen ik afgelopen maandag dit pronkstuk uit de collectie van het Rijks weer samen met mijn dochters kon bewonderen.

Zoals altijd stonden er ook nu weer tal van buitenlandse toeristen met hun telefoons het werk te fotograferen en ik moest zelfs een beetje brutaal vragen of ze aan de kant gingen zodat Chloé en Alizia ook een blik op het werk konden werpen, wat uiteindelijk met wat moeite ook lukte. Samen praten we dan over het schilderij. Het gaat er wat mij betreft niet alleen om kort met hen het ‘plaatje’ te bekijken, maar ik probeer mijn meiden ook te tonen wat er daadwerkelijk op te zien is. 


In eerste instantie zie je een keukenmeid die melk inschenkt in een bakje en als ik dat vertel dan krijg ik meteen de vraag van Chloé en Alizia ‘waarom doet ze dat papa?’.

Er ligt al een broodje naast, dus de melk wordt niet gebruikt om brooddeeg te maken. Zal de meid de melk in de schaal schenken om te drinken, of om het brood in de dopen? Het is dag op het schilderij, vertel ik hen dan, want de zon schijnt aan de linkerkant door het raam naar binnen. En het zonlicht werpt een schaduw over allerlei voorwerpen die op het schilderij te zien zijn. 

Johannes Vermeer was echt een zeer kundig kunstenaar die met details rekening hield, want ook het spijkertje op de muur geeft zijn schaduw af. Ja, dat laatste is vakwerk en dan ben je een ware meester in de zeventiende eeuw. 

Terwijl ik dit allemaal aan mijn dochters vertel wordt hun blik al weer versperd door de vele buitenlandse bezoekers die opgewonden in allerlei talen rond het meesterstuk staan te schreeuwen.

Inmiddels heeft de intercom in het Nederlands en Engels omgeroepen dat het museum over een kwartier gaat sluiten. 

En nu weet ik dat er dan een heel speciaal moment aantreedt. Iedereen snelt dan naar de uitgang en dan lopen wij juist gedrieën wederom terug richting ‘De Nachtwacht’. En inderdaad, vijf minuten voor vijf is het zover, wij staan ‘alleen’ voor dit sublieme kunstwerk. Eerst zijn we met z’n drieen nog wat hilarisch en druk omdat we het topwerk nu voor ons zelf hebben. Echter daarna treedt er een rust in en zijn we tevreden dat even rustig kunnen kijken. Alizia en Chloé zoeken nog even naar de plek waar Rembrant, weliswaar verscholen, op de Nachtwacht staat. Gevonden!!! Enkele minuten later wandelen we voldaan naar de lift en uren daarna hebben we het er nog over.

Als een echte kenner raad ik je dus aan, helemaal als je een museumkaart hebt, om eens pas om half vijf naar het Rijksmuseum te gaan om in de laatste 10 minuten een paar meesterwerken te gaan bekijken. Een genot voor een echte kunstliefhebber. 


Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Even in gesprek...

Kleine groepjes deelnemers aan een bedrijfstraining voeren opdrachten uit en evalueren de kennis die zij opgedaan hebben.
Kleine groepjes deelnemers aan een bedrijfstraining voeren opdrachten uit en evalueren de kennis die zij opgedaan hebben.

Zojuist heb ik me lekker met een kopje koffie genesteld in een geriefelijke stoel in een hotellobby in Amsterdam om mijn wekelijkse Hospitality-verhaal te schrijven. Kort nadat ik me hier geïnstalleerd had, zag ik allemaal netgeklede heren en dames de ruimte binnenkomen. Zij vormden kleine groepjes van een man of vier à vijf en gingen her en der aan tafeltjes in de bar/restaurant zitten. Ze hadden allemaal een schrijfblok bij zich en begonnen vervolgens druk met elkaar te praten.
Ik heb zoiets al veel vaker meegemaakt en herkende dus ook wat deze mensen aan het doen zijn. Het moet onmiskenbaar een onderdeel van een zogenaamde bedrijfstraining zijn waarbij men in de loop van de dag, nadat men eerst allerlei toespraken heeft aan moeten horen in één van de hotelzalen, daarna een aantal opdrachten ter ontplooiing van de leerstof met elkaar moet uitvoeren en waarbij men zodoende gezamenlijk evalueert wat er die ochtend besproken is.
Hotels worden om het mooi te zeggen zowel voor business als voor leisure gebruikt. Dat betekent dat er in hotels niet alleen gasten zijn die er voor hun plezier en/of vakantie zijn, maar dat er ook zakelijke gasten in het hotel verblijven die overdag in het hotelgebouw meetings en bijeenkomsten bijwonen. Grote kwaliteitshotels beschikken daarom ook over meerdere grote zalen die gebruikt worden voor dit soort zakelijke events.

Ik vind het trouwens niet erg als kleine groepjes mensen gewapend met pen en papier een overlegsessies houden in de lobby, bar of andere publiektoegankelijke ruimtes van het hotel. Natuurlijk moeten ze niet te luidruchtig overleggen, maar dat lijkt me evident. Dat een zakelijk evenement niet altijd vanzelfsprekend geruisloos is heb ik trouwens ook wel eens meegemaakt en dan heb ik het eigenlijk meer over de feestelijke afsluiting van zulke trainingsdagen. Het zakelijke feestje waar ik hierbij op doel was vergelijkbaar met een luidruchtige trouwfestijn waar ik ook als hotelgast tegen wil en dank ooit van mocht meegenieten. 

Hotelmanagement dat een sollicitatiegesprek voert in de hotelbar vind ik storend. Is hier geen ruimte achter de schermen voor?
Hotelmanagement dat een sollicitatiegesprek voert in de hotelbar vind ik storend. Is hier geen ruimte achter de schermen voor?

Echter over dit soort (geluids)overlast kom ik wel eens een andere keer terug in één van mijn HospitalityScanner-verhalen.
Ik wil nu graag nog even verder stil staan bij de zakelijke bijeenkomsten die dus gedeeltelijk plaatsvinden in de hotelbars, lobby’s of restaurants van hotels. Sommige hotels zijn echt bekend als afspreekplek voor zakenlieden. Dit zijn vaak hotels langs snelwegen met grote parkeerterreinen die goed bereikbaar zijn en dus bijna vanzelfsprekend een goed zakelijk afspreekadres zijn.

Eén van de dingen die mij echter verbazen als het gaat om dit soort kleine bedrijfsbijeenkomsten of zakelijke ontmoetingen in de bars of restaurants van hotels is dat iedereen die in de nabijheid hiervan zit vaak gewoon mee kan luisteren wat er gezegd wordt. En er kunnen natuurlijk onderwerpen besproken worden die niet echt voor andermans oren bedoeld zijn, soms kunnen er dingen gezegd worden die heel vertrouwelijk zijn. Ik heb bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken of functioneringsgesprekken onbedoeld mogen meebeleven die aan een naastgelegen tafeltje in de hotelbar/restaurants plaatsvonden. Ik vond het behoorlijk gênant en zelfs een beetje ‘pijnlijk’ om tegen wil en dank deelgenoot te moeten zijn van een gesprek waarbij een kandidaat voor een nieuwe baan aan de tand gevoeld werd.

Een sollicitatiegesprek dat plaatsvindt in de bar van een hotel.
Een sollicitatiegesprek dat plaatsvindt in de bar van een hotel.

Wat mij enorm verbaast is dat in een aantal hotels waar ik in Amsterdam graag in de bar vertoef zelfs door het management van de betreffende hotels ook zakelijke besprekingen in de openbare ruimtes worden gehouden. Zij moeten toch wel op de hoogte zijn van het feit dat hun hotelgasten mee kunnen luisteren wat zij bespreken. Zo hoorde ik een keer een salarisonderhandeling plaatsvinden van een nieuwe sales-manager van het betreffende hotel met zijn leidinggevende. En toen hij zei dat het aanbod wel erg laag was, bespeurde ik dat ik instemmend mee zat te knikken. Ik vind dat zij dit soort vertrouwelijke gesprekken letterlijk in de ‘back office’ moeten voeren, achter gesloten deuren zonder dat derden dit kunnen horen. Kortom ik wil eigenlijk niet ongevraagd als hotelgast door functioneringsgesprekken, vergaderingen of sollicitatiegesprekken van het hotelmanagement worden gestoord.
Ik vraag me tenslotte af of bij al dit soort zakelijke bijeenkomsten en bedrijfssessies in de openbare ruimtes van hotels de deelnemers zich van dit ‘meeluisteren’ bewust zijn. En als men dit zou weten, men hier anders mee om zou gaan.

 

Judith de Groot, HospitalityScanner
info@HospitalityScanner.com    

Een hotel opgebouwd uit legostenen

Ik las net met genoegen Marcel’s verhaal, dat ik altijd lees voordat we het in de digitale Travel Tales plaatsen. Ik werd gelijk ook enthousiast over de studentenwoningen die Marcel had gezien en die opgebouwd waren uit gestapelde zeecontainers. Het fenomeen om met losse units, ten grote van een forse zeecontainer, gebouwen te construeren is niet helemaal nieuw. Deze trend is zelfs al doorgedrongen in de hotelbouw en als HospitalityScanner ben ik daar uiteraard in geïnteresseerd.

Anderhalve week geleden, tijdens de ‘Dag van De Bouw’, ben ik in dit kader dan ook naar het in aanbouw zijnde hotel Jakarta geweest, dat verreist op de kop van het Javaeiland. Hier kon ik ter plekke zien hoe het nieuwe hotel voor een groot deel samengesteld wordt uit losse compartimenten. Met name de hotelkamers worden in de fabriek geproduceerd en worden vervolgens op een vrachtwagen aangevoerd naar het bouwterrein. Deze hotelkamerunits zijn dan in principe helemaal klaar; de wanden en de plafonds zijn al voltooid, de stopcontacten zitten op hun plek en ook het sanitair, de lampen en andere zijn faciliteiten zijn geïnstalleerd. 


Het is weliswaar geen zeecontainer, dus de stalen buitenwanden ontbreken, maar van buiten oogt het wel als zodanig, vooral als het nog op de trailer van de vrachtwagen staat. Dat laatste zag ik namelijk bij mijn recente bezoek aan de bouwplaats van hotel Jakarta.

Fascinerend vond ik het ook om te horen van een van de medewerkers van het aannemersbedrijf die de bouw van dit hotel verzorgt hoe elke dag weer units worden aangevoerd die vervolgens als een soort legostenen met een hijskraan op hun plek worden gezet.

Er blijken verschillende redenen te zijn om op deze manier te bouwen, waaronder het feit dat het gebouw sneller ter plekke gerealiseerd kan worden en het zou ook kostenbesparend zijn.

Ik ben uitermate geïnteresseerd in de vordering van de bouw van dit hotel en ik ben natuurlijk erg nieuwsgierig naar het eindresultaat. Zouden straks de hotelgasten het idee hebben dat het hotel eigenlijk uit losse elementen bestaat? Of is er als je over de hotelgangen loopt een gevoel van totale eenheid? Zou dit niet de bouwoplossing voor de toekomst kunnen zijn? Je kunt zo in relatief vrij korte tijd een hotel neerzetten.

Misschien nog mooier, je kunt het in korte tijd demonteren en vervolgens weer op een andere plek opbouwen. Je hoeft niets af te breken, maar alles in zijn geheel is her te gebruiken.

Ik kijk met interesse naar dit fenomeen en het eindresultaat en ik ben ondertussen benieuwd naar wat Marcel’s onderzoek naar de containers, die een beetje op hetzelfde principe gebaseerd zijn, oplevert.


Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.



Architectuur en containers

Afgelopen maandag was een mooie warme dag in Nederland en dat was voor mij een goede reden om weer eens een fikse wandeling te maken. Via de Ceintuurbaan wandelde ik door Amsterdam-Zuid en bereikte ik op een gegeven moment de Nieuwe Amstelbrug. Ik vind dit altijd een mooie plek, want als je naar de ene kant over het water kijkt zie je het historische centrum van de stad liggen, waarbij onder andere Theater Carré in het oog springt. Als je naar de andere kant kijkt dan zie je de nieuwe hoge flats waarbij de gemeente tracht een klein ‘Manhattan’ te creëren. De meest opvallende in het torenflatensemble is de zogenaamde Rembrandt Tower. Dit is met 150 meter het hoogste gebouw van Amsterdam en telt maar liefst 35 verdiepingen. Maar in vergelijking tot de wolkenkrabbers in New York is dit natuurlijk een lachertje. Aangetrokken door deze hoogbouw besloot ik mijn wandeling in die richting, stroomopwaarts langs de Amstel voort te zetten. Na verloop van tijd passeerde ik de Berlagebrug, die trouwens een onderdeel vormt van het beroemde Plan Zuid uit 1917, waar ik verleden week over schreef (klik hier).


Op de plek waar de rivier de Amstel een scherpe bocht maakt, even voorbij het gelijknamige  treinstation, was in mijn jeugd een rommelig industrieterrein. Op dit moment verreist daar een nieuwe woonwijk met appartementen in allerlei verschillende stijlen. Vooral de nabijgelegen rivieroever, met veel groen, maakt het echt een aantrekkelijke plek om te wonen. Terwijl ik in dat genoemde nieuwbouwgebied stond richtte ik mijn blik op de Spaklerweg en het evenwijdig lopende talud van de trein. Ik besloot mijn wandeling in die richting voort te zetten. Toen ik de treintunnel onderdoorliep zag ik een enorm bouwterrein waar her en der al stadsvillas in een vergevorderd bouwstadium uit de grond zijn verrezen. Opeens schoot me te binnen dat hier ooit het hoofdkwartier van de beruchte motorbende Hells Angels was en dat je hier eigenlijk als gewone wandelaar niet zoveel te zoeken had. Een andere reden dat je in dit gebied niet zo veel kwam had te maken met de hoge witte torens die een stukje verderop staan en die tot een paar jaar geleden nog bekend stonden als de Bijlmerbajes. Tegenwoordig dienen deze voormalige gevangenisgebouwen als tijdelijke opvang van asielzoekers en de dreigende hoge gevangenismuren zijn inmiddels verdwenen.


Naast het vroegere huis van bewaring, op de Wenckebachweg, werd mijn blik getrokken naar een hele reeks keetwoningen. Op een informatiebord zag ik dat het een complex met studentenwoningen was en al vrij vlot kwam ik er achter dat de basis voor deze appartementen enorme zeecontainers waren die naast elkaar waren gezet en ook op elkaar stonden gestapeld. Het oogde eigenlijk best wel als volwaardige woonflats en slechts de zijmuren deden herinneren aan het feit dat het complex uit losse containers bestond, die oorspronkelijk bedoeld waren, om gevuld met goederen, een lange zeereis over de oceaan te maken. Wat onderzoek ter plekke, ondersteund met informatie die ik direct op mijn iPhone kon vinden, wees uit dat elke woonunit (dus de voormalige container) ongeveer 12 meter lang en bijna 3 meter breed. Dus elke student had een woonoppervlak van 36 m2, en dat is voor een jong iemand die in Amsterdam studeert niet onaardig. Terwijl ik nog een tijdje stond te kijken kwam er een studente naar buiten en ik vroeg spontaan hoe het was om daar te wonen. Zij reageerde direct heel enthousiast. Mijn volgende vraag was ‘Is het nu dan niet erg warm binnen?’. 


En daarop antwoordde ze dat de containers van binnen goed geïsoleerd waren tegen warmte en kou, maar dat ze tijdens deze extreem warme dagen gewoon de ramen tegen elkaar openzette.

Alle gebouwen die ik tijdens deze wandeling passeerde intrigeereden mij, maar de containers fascineerden mij toch wel het meest. Terwijl ik richting huis wandelde bleef ik denken aan dit woonconcept. Ik heb inmiddels gezien dat er in de Rotterdamse haven containerleveranciers zijn die binnen 24 uur containers kunnen leveren. Dat zou betekenen dat je dus in een hele korte tijd een (tijdelijk) woonhuis kunt realiseren. En als je bijvoorbeeld 2 containers met een open zijkant tegen elkaar aanschuift dan heb je al een huiskamer van 72 m2. Natuurlijk realiseer ik me dat er nog het een en ander bij komt kijken om er een volwaardig woonhuis van te maken, maar als basis is de container nog niet eens zo’n gek idee. Voor mij als liefhebber van de bouwkunst is dit een reden om hier binnenkort eens wat meer onderzoek naar te doen. Je begrijpt dat ik hier dus nog wel eens op terug kom.


Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Geometrische vormen die tot nadenken aanzetten

Van de week ben ik teruggekeerd uit het mooie Boedapest en ik heb dit keer zowaar voor mijzelf een souvenir meegnomen, iets dat typisch Hongaars blijkt te zijn. Nee, het is geen Palinka drankje of Hongaarse paprika, maar het is de zogenaamde ‘Rubiks Kubus’. Ernő Rubik is een Hongaarse wiskundige, architect en uitvinder en heeft dit intrigerende speeltje eind jaren zeventig bedacht. Bij de wereldwijde introductie begin jaren tachtig van deze kubus kwam ook Nederland in de ban hiervan en ook ik maakte er toen kennis mee. De bedoeling is dat je van de kubus, die trouwens goed in je hand past, allerlei rijen kleurtjes draait om al puzzelend zes gelijk gekleurde vlakken te krijgen. In eerste instantie lijkt dit makkelijk maar het is als je onervaren bent bijna onmogelijk om deze klus te klaren.

Ooit heb ik de ‘Rubiks Kubus’ in mijn tienerjaren zonder hulp kunnen oplossen, maar nu zit ik er al dagen over te peinzen hoe ik al draaiend alle kleurtjes op de juiste zijde krijg. 


Wel een raar gezicht trouwens als je mij in het Beatrixpark in Amsterdam-Zuid bij het speeltuintje, waar mijn dochters aan het spelen zijn, aan dit icoon uit de jaren ’80 ziet draaien terwijl alle moeders en vaders druk met hun mobiele telefoons in weer zijn. Alsof ik even door de tijd aan het reizen ben en weer 35 jaar jonger ben. Terwijl ik inmiddels het hele witte vlak compleet heb van mijn ‘Rubiks Kubus’, besluit ik een wandeling over de nabijgelegen Apollolaan te maken. Op deze bekende lommerrijke laan in Amsterdam is afgelopen vrijdag de tweejaarlijkse openluchttentoonstelling ‘ArtZuid’ van start gegaan.

Wat een genoegen om zo dicht bij huis in de buitenlucht een groot aantal sculpturen bij elkaar te zien! Het eerste beeld dat ik zie is….. jawel: een witte kubus! Dit kan bijna geen toeval zijn, terwijl ik in mijn hoofd nog zit te peinzen over mijn Hongaarse ‘Rubiks Kubus’ loop ik nu tegen een kunstwerk aan met dezelfde vorm. De tentoongestelde kubus is van de kunstenaar Ewerdt Hilgemann en is op een artistieke manier ‘opengewerkt’. 


Ik raak wederom in de geometrische mood hierdoor en terwijl ik mijn kunstzinnige wandeling voortzet passeer ik vervolgens nog meer beelden die opgebouwd zijn uit abstracte rechte vormen en gestileerde vlakken. Eenmaal aanbeland bij het informatiepaviljoen op de Minervalaan, ik ben dan inmiddels halverwege de expositie, lees ik in een folder dat het thema van ‘ArtZuid’ dit keer in het teken staat van De Stijl, de kunstbeweging die dit jaar precies 100 jaar geleden werd opgericht. De sculpturen op ‘ArtZuid 2017’ tonen de invloed van de De Stijl, , op de na-oorlogse beeldhouwkunst. Nu begrijp ik ook dat ze bij het genoemde informatiepaviljoen boekjes met afbeeldingen van Mondriaan verkopen terwijl van deze wereldberoemde kunstenaar op deze expositie niets te zien is.

Niemand minder dan de voormalige directeur van het Stedelijk Museum Rudi Fuchs is de conservator van Art Zuid en heeft zijn best gedaan om in het beschreven thema zoveel mogelijk abstract geometrische beelden door de wijk in Amsterdam-Zuid te plaatsen. 


Wat trouwens een extra bijkomstigheid is wat de beelden nog meer tot hun recht laat komen is dat ze geplaatst zijn in lanen die ooit ontworpen zijn door de architect Hendrik Petrus Berlage en de architectuur in dit deel van Amsterdam staat ook wel bekend als ‘Plan Zuid’. En laat nou de eerste schetsen van dit gerenommeerde ‘Plan Zuid’ ook uit 1917 te stammen dus hetzelfde jaar als de oprichting van De Stijlbeweging. Dit maakt dat de gehele omgeving met de beeldententoonstelling mee doet. Met plezier wandel ik verder richting het NS-station Zuid en terwijl ik daar aan kom zie ik in de verte het Beatrixpark weer.
Op de kop van dit park ontwaar ik het hoofdkantoor van Akzo Nobel en denk gelijk terug aan de recente bijeenkomst van afgelopen vrijdag van de Amici (vrienden) van KUNSTSTAD aan dit kantoorgebouw. Met veel plezier bezochten we met de vaste klanten van KUNSTSTAD de kunstcollectie van dit chemiebedrijf. Aan het einde van deze zogenaamde Matinée Exlusive dronken we een glaasje wijn in de voormalige Nicolaaskapel met onder meer uitzicht over de vijver van het Beatrixpark.


Kunst en cultuur kan dus ook heel dicht bij zijn!

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Laat geen spullen onbeheerd achter

Toen ik nog op de universiteit studeerde heb ik zelf een tijdje als bijbaantje in een hotel in Amsterdam gewerkt. Ik moet zeggen dat ik daar veel geleerd heb en het waarschijnlijk een mooie basis is geweest voor mijn huidige werkzaamheden. Verschillende functies heb ik er bekleed, van receptioniste, tot hoofd-housekeeping en duty manager. Je begrijpt natuurlijk dat je in een hotel in hartje centrum van onze hoofdstad best het een en ander meemaakt, zowel in positieve als in negatieve zin. Zo heb ik heel wat gezellige gezelschappen ingecheckt, zijn er talloze rookmelders afgegaan door zowel stoom vanuit de badkamer als het illegaal roken van sigaretten op de hotelkamer en heb ik meerdere cadeaupakketjes op kamers neergelegd voor mensen die iets te vieren hadden. Een situatie ik mij echter ook nog goed herinner heeft zich meerdere keren in de lobby van het hotel voorgedaan.

Veel reizigers zijn tijdens een reis gespannen en opgelucht als ze eindelijk op de plaats van bestemming zijn aangekomen. 


Men komt verheugd het hotel binnenstappen om bij de receptie de kamersleutel in ontvangst te nemen. Op dat moment valt er bijna letterlijk en figuurlijk een last van ze af en men laat vaak koffer en tas naast zich neerploffen. 

En dan begon het, een aantal minuten na het incheckproces, wanneer de gast klaar was om naar boven te gaan, bleek hun tas weg te zijn. Wat een enorme deceptie! Wij als hotelstaff letten met zijn allen voortdurend op of er geen boeven en ander gespuis in de hal en/of hotellobby rondliep, maar je herkende ze natuurlijk ook niet allemaal en je kon gewoonweg niet alleen maar daar mee bezig zijn. Echter zo’n diefstal van tas of koffer bracht natuurlijk voor zowel de gast als het personeel hele vervelende situaties met zich mee.

Mensen met kwade bedoelingen kunnen overal rondlopen en natuurlijk dus ook een hotellobby binnentreden. Laat daarom nooit een (hand)tas of iets van waarde zo maar onbeheerd achter als je in een hotel bent is mijn advies.

Van de week in ons hotel in Boedapest zat ik dan ook weer met verbazing te kijken hoe een aantal hotelgasten, met name dames, aankwam bij het ontbijt, hun handtasje op de stoel neerzette en vervolgens naar het buffet liep. Ik zelf doe dit nooit en laat alleen spullen op de tafel achter als Marcel blijft zitten om dit in de gaten te houden. Staan we allebei op dan pak ik mijn tas mee, want dit is nou typisch zo’n moment dat je geen zicht hebt op je spullen en je dus zomaar ineens alles kwijt kunt zijn. Het is natuurlijk heel vervelend om ‘in den vreemden’ aangifte van diefstal te moeten doen en onder andere je bankpasjes te moeten blokkeren.

Uiteraard is het niet zo dat je niemand meer kunt vertrouwen en daarnaast is het ook zo dat de beveiliging in hotels hoog op de prioriteitenlijst staat. Een kwaliteitshotel doet er alles aan om een gast zich veilig te laten voelen en de door mij beschreven incidenten te beperken. 


Het valt me juist altijd op dat er bij vier- en vijfsterrenhotels allerlei veiligheidsventielen ingebouwd worden zoals de aanwezigheid van een portier bij de deur, het feit dat je je sleutelkaart in de lift voor een apparaatje moeten houden om de lift te kunnen bedienen naar jouw etage toe en een gastvrouw die bij het ontbijt naar je naam en kamernummer vraagt. Maar toch kan het altijd zo zijn, zoals eigenlijk overal in de maatschappij het geval is, dat iemand het gemunt heeft op jouw eigendommen.

Laat deze blog dus even een kleine oproep tot oplettendheid zijn. Hoe mooi, groot of goed georganiseerd een hotel ook is, het kan altijd zo zijn dat er ongenood gezelschap rondloopt die het op andermans spullen heeft voorzien. Laat je spullen dus nooit onbeheerd achter.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Köszönöm of Gracias

Al weer 12 dagen ben ik in Boedapest en probeer ik mij aan te passen aan de plaatselijke Hongaarse gewoontes en gebruiken. Na een tijdje in Spanje, waar ik de mensen trouwens over het algemeen heel aardig vind, valt me nu ook op hoe sympathiek de Hongaren zijn. Al vrij vlot wisselde ik het ‘Gracias’ in voor ‘Köszönöm’, dat dankjewel in het Hongaars betekent.

Hier in de hoofdstad van Hongarije ga ik op zoek niet zozeer naar de overeenkomsten met de Spanjaarden die ik kort hiervoor heb meegemaakt, of de Zuid-Italianen van een paar weken daarvoor, of met de Nederlanders die ik natuurlijk zo gewend ben. Ik heb namelijk al eens vaker geschreven (klik hier) dat ik het jammer vind dat met name in de detailhandel alles in Europa, en zelfs wereldwijd, hetzelfde wordt. Ik vermijd dus ook zoveel mogelijk kledingzaken als H&M, Zara etcetera (die je uiteraard ook in Boedapest aantreft) en zoek juist die typische winkeltjes die een land zo bijzonder maken. Hoe verheugd waren Judith en ik dan ook toen wij bij het treinstation van Boedapest verleden weekend een oubollig-uitziende etalage zagen met gedateerde pyjama’s en aanverwanten. We verwachtten dat ze hier wel eens paarse maillots en panty’s voor de dames in ons paarse gezin zouden hebben, die bij de grote modeketens nauwelijks in de collectie zitten en dus moeilijk verkrijgbaar zijn. En ja hoor, in deze ouderwetse zaak waren deze kousen in overvloed te verkrijgen. Hoe jammer zou het zijn als dit soort zaakjes zouden verdwijnen en alles uniform en gelijk in Europa wordt?


Natuurlijk kent Boedapest, als je door de binnenstad heen wandelt, zijn nationale bouwkunst. Vooral de Boedapester Secession, dat een variant is van de Jugendstil/Art Nouveau, is in het straatbeeld opvallend aanwezig en maakt de stad anders dan bijvoorbeeld Valencia of Napels. Echter als het om moderne gebouwen van de laatste 15 tot 20 jaar gaat dan lijkt het alsof er geen sprake is van verschil qua architectuur in Europa. Veel gebruik van glas, strakke lijnen, geometrisch en weinig ornamenten. Dat is toch eigenlijk wel erg jammer. Nogmaals, waarom moet alles toch zo hetzelfde zijn?

Een ander voorbeeld van de gelijkschakeling is te zien bij de jonge generatie. Of je nou in Italië bent, Spanje, Nederland of in Hongarije bent, overal turen ze eigenlijk voortdurend op elk moment van de dag, op een beeldscherm van een smartphone of tablet. Het valt me overigens op dat de leeftijd er bijna niet meer toe doet in deze digitale nieuwe wereld, want zelfs tijdens het ontbijt in alle genoemde hotellocaties zitten zowel senioren als kleuters meer naar het schermpje te kijken dan dat ze zien wat ze eten.

Wat zonde nou eigenlijk, dan ben je waarschijnlijk kort in het buitenland, waarbij je je bezoek hebt voorbereid met behulp van je computer of Ipad en dan ben je uiteindelijk op je plaats van bestemming en dat zit je wederom het meeste van de tijd met zo’n apparaat voor je neus. Het valt me de laatste tijd toch ook op dat als je bij bezienswaardigheden komt dat de meeste toeristen niet eens meer goed kijken en iets ervaren, maar gelijk foto’s met hun mobieltjes beginnen te maken. Ik denk bij mezelf wel eens dat ze straks niet eens weten of ze er daadwerkelijk geweest zijn of dat het een herinnering is die op hun iPhone staat. Ik moet eerlijk zijn dat het mij ook moeite kost om dit digitale apparaatje tijdens mijn reizen volledig aan de kant te gooien. Vroeger zocht ik mijn route door de stad uit op de papieren plattegrond die ik bij de hotelreceptie kreeg, wat niet altijd even makkelijk was want het was soms echt een puzzeltocht. Tegenwoordig wijst mijn mobieltje mij voortdurend de weg en waarschuwt mij zelfs al ik van het juiste pad af raak. Handig, of juist niet?  Het wordt wel een stukje minder spannend en zeker geen echte spannende ontdekkingstocht meer.


Ondertussen, tijdens mijn door de GPS satelliet gecontroleerde wandeling, maak ik ook regelmatig met mijn telefoon foto’s van wat ik zie, dus zowel als camera en als wegwijzer lijkt het alsof ik de smartphone nooit meer kan missen, maar echt romantisch door de stad struinen is het niet meer. Dit gevoel wordt nog eens verergerd door alle mensen om mij heen, toerist of local, die exact hetzelfde gedrag vertonen. Het voelt bijna alsof je er niet bij hoort als je je mobiele telefoon niet in je hand hebt als je door de stad heen wandelt.  Natuurlijk zeg ik tegen mijzelf dat het allemaal wel meevalt, maar in mijn achterhoofd denk ik, het moet toch niet gekker worden met die wereld waarin iedereen hetzelfde doet en wil zijn. Overal dezelfde winkels, gelijke moderne architectuur en iedereen kijkt op zijn telefoon of tablet, dat is mijn schrikbeeld. Soms denk ik wel eens, laten we alle apparaten wegdoen, laat ieder land zijn eigen gebruiken en gewoontes hanteren en iedereen weer zijn eigen gebouw ontwerpen zonder zich te laten beïnvloeden door uniformiteit. 


De wereld zou dan een stuk authentieker zijn en het reizen wordt weer een stuk spannender.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een onderonsje met de general manager

Het laatste anderhalf jaar spreek altijd even af met de directeur van het hotel waar ik me op dat moment bevind. Ik doe dit natuurlijk in eerste instantie om kennis te maken en onder meer te vertellen wat wij met KUNSTSTAD doen en natuurlijk om ook mee te delen dat we met een groep enthousiaste kunst- en reisliefhebbers in het hotel zullen logeren.

Meestal zijn de ontmoetingen allerhartelijkst en beginnen vaak met uitwisselen van wederzijdse complimentjes. De blijken van waardering aan de betreffende general-manager zijn van mijn kant altijd oprecht, anders zou ik het betreffende hotel niet voor onze deelnemers boeken, en mocht ik iets in het hotel niet goed vinden dan durf ik dat ook te zeggen. Over goede hoteldirecteuren heb ik al eerder iets geschreven (klik hier voor mijn verhaal hierover), echter ik vind het dit keer wel leuk om te vermelden dat het me opvalt dat het hoofdmanagement regelmatig aan vrouwen wordt gegeven. 


In de afgelopen weken verbleef ik in drie uitstekende kwaliteitshotels in Napels, Valencia en op dit moment in Boedapest en in alle genoemde hotels was de directeur een vrouw.
Zijn vrouwen gewoon goed, of zelfs beter, in het verlenen van gastvrijheid? Of kunnen ze uitstekend leiding geven als het gaat om teams in de hospitalitybranche? Hebben vrouwen per definitie meer interesse in het hotelvak? Het is in bepaalde hotels in ieder geval niet gewoon. Zo heeft het beroemde Amstel Hotel in Amsterdam sinds een aantal jaar voor het eerst in 150 jaar een vrouwelijke general manager.  
De directrice van mijn mooie hotel in Boedapest is van origine Brits en de taal was dan ook geen barrière om van de week met elkaar te communiceren. We spraken honderduit over allerlei zaken die speelden in het hotel. Ze vertelde onder andere dat het hotel, dat in prima staat verkeerd maar op sommige vlakken iets veroudert, aan het eind van het jaar onder handen zal worden genomen: de kamers zullen allemaal vernieuwd en gemoderniseerd worden. Het is altijd leuk om te horen dat een hotel zijn uiterste best doet om in een perfecte staat te blijven.

De directrice vertelde mij dat één van de hoofdredenen dat men het hotel op het hoogste luxueuze peil wil hebben onder meer het soort gasten is die wij mee naar het hotel nemen. Het blijkt dus dat het type deelnemer aan de reizen van KUNSTSTAD uitermate geliefd bij dit hotel is. Ze legde uit dat de mensen waar wij mee naar het hotel komen uitermate geschikt zijn; ze waarderen de luxe en comfort, ze maken niet alleen gebruik van de hotelkamer om te overnachten maar drinken ook wat in de bar, gebruiken soms in de middag een kleine lunch en dineren zelfs een keer in het hotel. Dat laatste organiseer ik trouwens altijd in het kader van de Dinnerclub van KUNSTSTAD omdat het wel zo handig is om op de eerste dag, na een intensieve (vlieg)reis, lekker in het hotel wat te eten.

Ze ging bijna als vanzelfsprekend verder met te vertellen dat ze op dit moment het grote hotel regelmatig bijna noodgedwongen moet vullen met grote groepen andersoortige gasten om het bezettingpeil in stand te houden. 


Het bleek dat er grote deals door het hoofdkantoor van de hotelketen was gesloten met riviercruise-maatschappijen die hun klanten, die met name uit Amerika, Canada, Australië en het Verre Oosten komen, tegen een afgedwongen dumpprijs in het hotel verzamelden om ze vervolgens een nachtje in hotel te laten verblijven en dan de volgende dag op een cruiseschip op de Donau te laten stappen.
Toen ik er na ons gesprek om ging letten viel me inderdaad op dat er ‘uitgeputte’ Amerikanen door het hotel struinden. Waarschijnlijk was hun vermoeidheid veroorzaakt door een jetlag en ze ploften in de chique lobby neer op de banken en sofa’s om daar bij te komen van hun lange vlucht. Ik begreep dat het hotel slechts een plek was waar ze ‘even’ kort een nachtje konden bijkomen, maar dat het doel het bootreisje over de Donau was.

Voor de rest had ik persoonlijk niet zo veel last van deze senioren uit de States, Australië of Canada, maar ik kon me goed voorstellen dat dit niet het type gast was waar dit kwaliteitshotel op zat te wachten. 


Na de renovatie van het hotel zullen de prijzen voor dit soort ‘doorgangers’ waarschijnlijk te hoog worden en kun je je als hotel weer richten op de gasten die gewoon heerlijk voor een vakantie of een aantal dagen voor zaken in Boedapest komen, die luxe en comfort buitengewoon waarderen. Ik ben blij dat men in de hotellerie groepen als de onze waardeert.

 

 Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Toenemend toerisme

Terwijl ik gisteren uit het raam van mijn hotelkamer keek naar het schitterende uitzicht over de Donau in Boedapest, zag ik onder mij op het bedrijvige Széchenyi István plein talloze touringcars, sightseeingbussen en andere typische toeristische voertuigen, zoals een ‘bootbus’, voorbij komen. Ik realiseerde me direct dat het toerisme voor Boedapest een belangrijke bron van inkomsten is, want naast al het toeristenvervoer op het genoemde plein ontwaarde ik vanuit mijn ooghoek ook de vele riviercruiseschepen die niet ver van mijn hotel aan de oevers van de Donau lagen. Op alle trottoirs in de omgeving was het een komen en gaan van groepen buitenlanders onder leiding van gidsen, al dan niet met een omhoogstekend vlaggetje, en terwijl ik dit aanschouwde vroeg ik mij af of dit nou de hoofdstad van Hongarije is waar ik naar verlangde.

Toevallig had ik net enkele uren daarvoor op de website van het Nederlandse dagblad Het Parool gelezen dat er een bedrijf gestart was met helikoptervluchten boven Amsterdam. 


Ik begreep inmiddels uit de pers ook dat onze bescheiden hoofdstad al behoorlijk te leiden heeft onder de grote toestroom van toeristen. Persoonlijk had ik enige tijd geleden ten lijve ondervonden dat ik maar met moeite door de drommen toeristen het Oudekerksplein kon bereiken, waar ik in de buurt familie wilde bezoeken. Goh, wat kan het in Amsterdam inderdaad druk zijn en ik vraag me dan ook af of Amsterdam op de genoemde toeristische helikopterrondvluchten zit te wachten. Daarnaast ben ik nieuwsgierig waar deze ‘toeristenkermis’ uiteindelijk zal eindigen. De charme van zowel Boedapest als Amsterdam, of welke bestemming dan ook, gaat er door de toeristische drukte natuurlijk behoorlijk af.

Het kan echter nog gekker, want afgelopen weekend verbleef ik twee dagen in Barcelona, omdat ik op doorreis was van Valencia naar Boedapest. Ik wandelde zoals gebruikelijk weer een paar uur met mijn dochters en dit keer viel de beurt aan de bijzondere Catalaanse hoofdstad. De architectuur van Gaudí verveeld immers nooit en ook de andere gebouwen en bezienswaardigheden in Barcelona zijn bij herhaling steeds weer de moeite waard. Opvallend vond ik in eerste instantie de behoorlijke rij die bij de kassa van het Miro museum stond, in het Montjuic Park. Wie had ooit gedacht dat de animo voor deze modernistische kunstenaar zo groot zou zijn. 

Niet veel later zag ik dat de wachtrij bij het Picassomuseum echt immense was, maar toen ik daarna op de beroemde Barcelonese wandelboulevard De Ramblas arriveerde schrok ik mij echt een hoedje. Ik kon bijna echt over de koppen van de toeristen lopen. Dit was gewoon niet leuk meer! Het lukte me met de kinderwagen niet voor- en achteruit meer te komen en ik moest ‘vluchten’ naar de relatief iets rustigere straatjes in de buurt achter de beroemde Ramblas. Dit was echt een schrikbeeld, waar Boedapest en Amsterdam eigenlijk nog heilig bij zijn, want in deze beide steden is de toerismedrukte slechts geconcentreerd op enige plekken in het centrum. Echter in Barcelona was het verspreid over de gehele binnenstad en er leek eigenlijk geen ontsnappen meer aan. Uit talrijke persberichten blijkt dat de inwoners van Barcelona dan ook steen en been klagen over deze invasie van toeristen en de bijbehorende drukte. En geef  hen eens ongelijk.

Opeens relativeerde ik weer mijn uitzicht op alle hectiek die ik beneden in Boedapest op straat zag. 


Daarbij wist ik dat hier in de Hongaarse hoofdstad nog wel een groot aantal bijzondere plekjes te vinden zijn, die echt oases van rust zijn en die voor de gasten die ik de aankomende week de stad wil laten zien nog zeer idyllisch over zullen komen. Zoals het Memento Park aan de rand van de stad, waar je je even terug in de tijd waant. Hier bevinden zich alle sculpturen van communistische helden die ooit in de binnenstad van Boedapest stonden. Nu staan Lenin, Karl Marx, Friedrich Engels en de laarzen van Stalin naast elkaar in een parkachtige omgeving opgesteld en vormen ze in deze setting een soort tijdreis voor de bezoeker aan Hongarije. Veel toeristen hebben deze bezienswaardigheid gelukkig nog niet ontdekt en dat maakt deze plek mede zo aantrekkelijk.

Natuurlijk zijn er ook bijzondere steden in Europa te vinden waar het toerisme nog niet echt vat op heeft gekregen en waar je als bezoeker echt de authenticiteit van de stad kunt ervaren. Zo’n stad is bijvoorbeeld Porto, de tweede stad van Portugal. Wat heb ik afgelopen kerst en Oud & Nieuw van deze stad genoten. 


En wat is het ook een genoegen om hier met een groepje van KUNSTSTAD in september terug te keren. (klik hier voor meer informatie over deze reis). In Porto ervaar je hoe een plaats, die toch ook al relatief populair aan het worden is, gewoon als stad functioneert zonder dat je struikelt over de toeristen. Je beleeft echt de lokale gewoontes en gebruiken zoals het hoort te zijn.

Natuurlijk zijn er ook steden die bekend zijn om de vele toeristen, maar die desondanks meer dan de moeite waard zijn om te bezoeken, zoals bijvoorbeeld Venetië. De Lagunestad heeft de naam, niet onterecht, dat het een toeristenstad is. Maar er zijn ook hier periodes in het jaar dat de het aantal bezoekers enorm daalt. Het toeristenseizoen loopt ook hier op een bepaald moment van het jaar af en dat is rond half november. Daarom kies ik er voor om op zo’n moment naar deze typische Italiaanse kunststad te gaan, want Venetië mag je als (moderne) kunstliefhebber nou eenmaal niet overslaan. 


Helemaal niet als dit jaar weer de beroemde Biënnale plaatsvindt. In november zijn de laatste weken van dit bijzondere kunstevenement en het is dus genieten van een overvloed van kunst, terwijl je niet afgeleid wordt door de toeristendrukte (klik hier voor meer informatie over deze reis).

Zo zie je maar dat het een uitdaging blijft, trouwens met veel plezier en succes, om de meest ideale en interessante reizen voor onze deelnemers te organiseren. Het vergt een goede voorbereiding en onderzoek om net die locaties te vinden en de juiste planning te hanteren om een bepaalde stad ten volste, in alle rust, zonder de afleiding van grote groepen toeristen, te ontdekken.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Mag het een kilootje minder zijn?

Je bent op reis, privé of voor zaken en je komt na een reis, die toch altijd vermoeiend is, aan in je hotelkamer. Je zet je koffer weg, trekt je schoenen uit en gaat je handen wassen in de badkamer.  Zie je het nou goed, staat daar daadwerkelijk een weegschaal onder de wastafel?

Deze week in mijn badkamer in Boedapest zag ik het inderdaad weer eens goed, er stond echt hier een personenweegschaal opgesteld. Het is niet voor het eerst dat ik dit in een hotel aantref en telkens stel ik mijzelf de vraag: ga ik er op staan of niet? Of berg ik de weegschaal snel op in de klerenkast?

Okee, ik ben de laatste tijd wel weer een beetje aangekomen en dat voel ik intuïtief gewoon, maar de behoefte om op de kilo exact te weten hoeveel ik weeg heb ik eigenlijk niet. Ik vraag me dan ook elke keer af waarom het hotelmanagement van bepaalde hotels waar ik mij bevind besluit om op hotelkamers zo’n weegapparaat neer te zetten. Mijn inziens hoort dit bij de categorie ‘nutteloze zaken’ thuis, waar ik ooit al eens over schreef (lees hier).

Zoals je begrijpt mag de weegschaal van mij uit mijn hotelkamer verdwijnen en plaats maken voor zaken die ik wel belangrijk vind.


Als frequente hotelgast heb ik bijvoorbeeld wel behoefte aan iets heel kleins en simpels, zoals een doosje met tissues in de badkamer. Gelukkig is het regelmatig het geval dat zoiets aanwezig is, maar helaas toch ook vaak weer niet. Als wij met zijn vieren op reis zijn dan gebruiken we ongeveer één doosje tissues per drie dagen. We gebruiken deze zachte papieren doekjes te pas en te onpas; voor het snuiten van neuzen, monden afvegen van de kinderen, iets op te ruimen als er weer eens iemand geknoeid heeft en ook om bijvoorbeeld even over de zanderige kinderschoenen heen te halen. Ze zijn dus multi-inzetbaar en voor ons dus eigenlijk bijna onmisbaar.

Toch zijn er kwaliteitshotels die geen tissues in de badkamer neerzetten. Het enige alternatief is dan om ‘gewoon’ toiletpapier voor alle genoemde handelingen te gebruiken, maar dat voelt toch anders. De stukjes toiletpapier zijn een ander formaat, het is minder zacht en de textuur is veel ruwer. Maar als het niet anders kan dan zit er dus niks anders op.

In de categorie ‘klein leed’ hoort in dit kader het feit dat het wel eens voorkomt dat bij binnenkomst in onze hotelkamer er toevallig nog maar één of twee tissues in het doosje zitten. Waarschijnlijk hebben onze voorgangers ook gretig gebruikt gemaakt van de papieren doekjes. Als dit bovenstaande het geval is dan loop ik gelijk met het lege doosje naar de receptie, ook al is het al laat op de avond, en vraag een nieuw vol doosje; zo onmisbaar zijn de tissues voor ons.

Tja, zo zal iedereen wel zijn eigen wensen en eigenaardigheden hebben. Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig naar wat jij onmisbaar in een hotelkamer vindt?  En wat vind jij eigenlijk totaal overbodig?


 

 Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De belangrijke taak van een conciërge

Over hotels en hospitality raak ik zoals je merkt niet uitgeschreven. Er zijn altijd wel weer zaken die mij tijdens een verblijf in een kwaliteitshotel opvallen en die het vertellen waard zijn. Deze dagen, in een vijfsterrenhotel in Valencia, werd ik bijvoorbeeld aan het denken gezet over het fenomeen de ‘hotelconciërge’. De meeste vijfsterrenhotels in de wereld, en soms ook de viersterren superior, beschikken over een conciërge. In de ‘gewone’ drie- en viersterrenhotels worden de werkzaamheden van de conciërge doorgaans verricht door de receptiemedewerkers en ontbreekt deze hotelfunctie dan ook. Echter het beroep van conciërge is een specifiek ambt in de hotellerie en wordt meestal uitgevoerd door een man. Hij heeft apart van de receptie een eigen bureau of desk, vaak op een hele andere plek dan de receptie ergens in de lobby, en verricht vanuit daar allerlei ondersteunende diensten voor de hotelgasten. Dit specifieke beroep van conciërge hoort bij een hotel in het hogere segment en is uitermate belangrijk in mijn ogen. Zo helpt de conciërge je bijvoorbeeld bij aankomst even met de koffers en heeft daar soms zelfs assistenten voor die hij bij deze taak aanstuurt. 


De conciërge belt daarnaast ook een taxi voor je of regelt entreebewijzen voor musea of theatervoorstellingen. En hij weet vaak allerlei praktische zaken zoals openingstijden van winkels, plekjes waar je bepaalde spullen kunt kopen en hij heeft suggesties voor geschikte restaurants. Kortom, de ideale vraagbaak en hulp voor een hotelgast die gewend is aan luxe en comfort en die er geen behoefte aan heeft om zelf allerlei dingen uit te zoeken. 

Echter het valt mij toch regelmatig op dat conciërges in hotels niet goed op de hoogte zijn van allerlei zaken die ik hen voorleg. Zo vraag ik regelmatig in de steden waar ik kom of zij weten waar een wasserette is waar we de kinderkleren kunnen wassen. Vaak gebeurt het dan dat zij eerst driftig op internet moeten googlen. Terwijl ik dan denk, je kent je buurtje toch wel en je weet toch wel waar in de nabije omgeving een wasserette is.

Of wat mij hier in Valencia overkwam, en wat aanhaakt bij het verhaal van Marcel van deze week, is dat ik aan de vriendelijke conciërge vroeg, die absoluut goedwillend was, waar hier een bar of gelegenheid was met flamencomuziek of iets soortgelijks. Hij wist mij er direct op te wijzen dat dit een typisch Andalusische aangelegenheid was en niet in Valencia thuis hoorde. Maar ik zei tegen hem dat er toch wel iemand uit het zuiden van Spanje op het idee is gekomen om hier een bar te openen met live flamenco muziek? Hij tuurde een tijdje naar zijn computerscherm en kwam uiteindelijk pas een uur later met een tentje aan dat alleen in het weekend open zou zijn en dat redelijk ver van het hotel gelegen was waar flamenco op het programma stond. De afstand van deze Andalusische bar en de beperkte openingstijden hiervan kon mijn conciërge op zich ook niets aan doen, echter wat mij ontzettend frappeerde was dat hij niet op de hoogte was van het feit, dat wij trouwens ook pas later op de dag zagen, dat op slechts enkele tientallen meter van het hotel een Andalusisch festival met muziek en dans zou gaan plaatsvinden. 


De volgende dag begon ik daar met hem over en toen lachte hij vriendelijk naar mij, maar ik dacht in mijn achterhoofd ‘zo’n evenement zou een goede conciërge toch moeten weten’. Hij dient op de hoogte te zijn van alle grote en bijzondere activiteiten in de buurt van het hotel en zijn gasten hierover kunnen inlichten, helemaal als ik hem een eerder verzoek deed dat ik naar zoiets op zoek ben.

Iets anders dat me ook opvalt in dit kader is dat als ik conciërges wel eens vraag of ze een goed restaurant weten dat ik dan toch vaak door hen naar typische toeristenzaken word gestuurd waarbij je in een oogopslag ziet dat het vol zit met buitenlandse bezoekers, terwijl ik juist, met name voor de KUNSTSTAD deelnemers, op zoek ben naar etablissementen waar de locals komen. Dus ik wil terecht komen in restaurants waar de sfeer van de betreffende stad tot uitdrukking komt en niet waar ik alleen maar talen hoor van gasten die niet uit de bezoeken stad komen. Tegenwoordig ga ik er zelfs vanuit dat de tips die conciërges geven juist niet die zijn waar ik naar op zoek ben. Toch loop ik er vaak nog wel even voorbij en wordt dan meestal in mijn mening bevestigd.


"Ik heb het gevoel dat ze regelmatig onnodig steekjes laten vallen"



Wat betreft dat laatste begrijp ik dat wel, want doordat ik inmiddels al zo lang meedraai in het (inter)nationale toerisme, weet ik dat conciërges van bepaalde restaurants commissie krijgen als zij hotelgasten aanbrengen. Helaas zijn dat soort eetgelegenheden daarom vaak erg toeristisch en niet meer authentiek.

Ik zou het trouwens wel eens leuk vinden, zit ik nu te denken, om een seminar aan conciërges, in combinatie met hun leidinggevenden, oftewel de general managers waar ik laatst als een over schreef (zie hier), te geven over het vraagstuk hoe de rol van de conciërge veel beter tot zijn recht zou kunnen komen zodat hotelgasten in het hogere segment nog meer daarvan kunnen profiteren.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Valencia is geen Andalusië

Zoals de meeste trouwe lezers van mijn reisverhalen weten ga ik tijdens onze vele buitenlandse trips regelmatig op pad met mijn twee dochters. We bezoeken samen talloze musea, we wandelen door allerlei straatjes en over pleinen van bijzondere steden, we gaan bijna vanzelfsprekend naar verschillende speeltuinen en genieten van de lokale sfeer die elke stad heeft. Voor onze zwerftochten in de buitenlucht is mooi weer natuurlijk het prettigst en daarom zijn we zo verzot op het zonnige Spanje. De afgelopen dagen was het weer hier in Valencia heerlijk warm, alsof we al midden in de zomer waren aanbeland. Tijdens onze reizen houden we ons ook altijd aan het aloude gezegde “when you are in Rome do as the Romans do”, dat betekent onder meer dat Chloé en Alizia na een uitgebreide ochtendexcursie aansluitend na de lunch hier in Valencia, tijdens de warmste periode van de dag, een paar uurtjes siësta houden. Een middagslaap is hier trouwens voor kleine kinderen belangrijk aangezien de dinertijd in Spanje pas na half negen in de avond is en dat zou voor Nederlandse en ook Spaanse jeugd, zonder middagdutje, veel te laat zijn.


In de reisgarderobe van mijn dochters zitten ook twee, zoals zij dat noemen, ‘Spaanse jurken’. Die trekken ze graag ’s avonds aan als we op een mediterrane plek zijn en zij verheugen zich er dan op om ergens naar toe te gaan waar Flamenco muziek wordt gemaakt. Natuurlijk het liefst live inclusief één of meer danseressen. Bij navraag in ons hotel of er hier in Valencia een plek te vinden was met flamenco muziek, zij men dat dit typisch iets Andalusisch is en dat dat dus eigenlijk niet Valencia te vinden is. De teleurstelling was in eerste instantie van de gezichten van mijn dochters af te lezen toen ik dit ook aan hun meedeelde.

Totdat ik een uur later werklui in het nabijgelegen Turiapark druk in de weer zag met het opzetten van allerlei grote tenten. Boven de entree van dit festivalterrein in aanbouw stond met grote letters ‘Gran Feria Andaluza’. Bij navraag bleek dat de volgende dag hier een groot Andalusisch festijn van start zou gaan met allerlei optredens van flamenco dansers en danseressen, in combinatie met andere typische activiteiten uit deze Zuid-Spaanse regio. Goh, vielen wij even met de neus in de boter. 

Mijn positieve gevoelens voor Andalusië werden deze dagen trouwens nog eens extra aangewakkerd door het feit dat ik na twee drukke reizen met een KUNSTSTAD-groep eindelijk tijd had om het boek ‘De Tribune van de Armen’, van schrijfster Mariët Meester, waar ik tijdens mijn vliegreis naar Napels aan begonnen was, verder uit te lezen. (klik hier voor mijn blog hierover). Mariët nam mij op een meeslepende wijze in haar verhaal mee naar mijn geliefde stad Málaga. Alhoewel Valencia en Málaga allebei steden in Spanje zijn, die qua temperatuur en natuur, zoals de sinaasappel- en palmbomen, veel overeenkomsten hebben zijn het op cultureel vlak totaal andere steden. Zo dragen bijvoorbeeld in Valencia de mannen en vrouwen bij feestelijke aangelegenheden prachtige kledij die onder meer opvalt door hun zijden accessoires en uitgebreide geborduurde stiksels. Zo stonden wij eind november op het Plaza de la Virgen met een hele groep Valencianen die traditioneel Valenciaans gekleed was. De foto die wij toen maakten met hen konden wij trouwens prima gebruiken voor onze persoonlijk kerstgroet aan de KUNSTSTAD-deelnemers.


De traditionele Andalusische jurken zijn daarentegen echter van hele andere snit. De dames dragen daar lange jurken, die erg getailleerd zijn en waarbij het onderste gedeelte in kleine laagjes over elkaar uitloopt. Onder de ‘rok’ vallen de hooggehakte lakschoenen op waar de danseressen zo kenmerkend tijdens het dansen mee stampen. Natuurlijk hebben mijn dochters ook dit soort lakschoenen, want dat geklak op de grond vinden ze fantastisch. Wat werden Chloé en Alizia inderdaad de volgende dag op hun wenken bediend, toen zich op allerlei podia in de feesttenten op het festivalterrein Andalusiërs, die in Valencia wonen, verzamelden. Je moet dit eigenlijk een beetje vergelijken alsof alle in Amsterdam wonende Limburgers bij elkaar komen voor een Limburgs feestje in het Vondelpark en die dan vervolgens behoorlijk uit hun dak gaan. Vanuit meer dan vijftien tenten hoorde je de flamencoklanken en het duurde dan ook niet lang of mijn dochters stonden op één van die bühnes geestdriftig te dansen. Wat hadden ze het naar hun zin!


Grappig om dus uiteindelijk twee verschillende typische Spaanse culturen op één bestemming tegelijkertijd te mogen meemaken. Al het moois van Valencia en al het bijzondere van Andalusië.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


“De Valenciaanse vleermuis begroet me vanuit mijn kamer”

Afgelopen week kwam mijn verblijf in Napels na bijna 14 dagen ten einde en werd ik verwacht in het prachtige Spaanse Valencia. Rechtstreeks vliegen vanuit Napels naar Valencia was niet mogelijk dus vloog ik afgelopen vrijdag met een tussenstop samen met mijn twee dochtertjes Alizia en Chloé via de luchthaven van Barcelona naar mijn uiteindelijke bestemming. Judith zou pas later die dag komen aangezien zij die de reisgroep van KUNSTSTAD nog de laatste bezienswaardigheden van Napels wilde laten zien om hen vervolgens naar het Napolitaanse vliegveld te begeleiden.

Tijdens het opstijgen had ik een prachtig zicht op de Vesuvius en ongeveer twee uur later zagen we tijdens de daling de zeehaven van Barcelona omringd met moderne gebouwen, in de verte ontwaarde ik het gelijkmatige stratenpatroon van de beroemde negentiende eeuwse wijk met de gebouwen van Gaudí en ik kon zelfs een glimp van zijn Sagrada Familia opvangen. 


Mijn eerste etappe zat erop en ik bereidde mijn meiden er alvast op voor dat we na een pauze van een paar uurtjes weer verder zouden gaan vliegen. Chloé en Alizia hebben er in hun korte leventje inmiddels al zeer veel vlieguren op zitten dat ze hier niet meer van opkijken en zonder veel moeite stapten ze aan het eind van de middag weer aan boord om een kort ‘vluchtje’ te maken van Barcelona naar Valencia.

De taxibus stond op de Valenciaanse luchthaven al op ons te wachten en bracht ons vliegensvlug naar ons mooie hotel dat nabij het centrum van de stad was gelegen. Toen ik mijn hotelkamer binnenstapte voelde ik me direct thuis want we hadden in de afgelopen jaren wel vaker in dit luxueuze vijfsterrenhotel verbleven en ze hadden ons dezelfde kamer als de vorige keer gegeven.

Toen ik uit mijn hotelkamerraam keek werd ik er direct aan herinnerd dat ik me in Valencia bevond want ik had uitzicht op een schild met het stadswapen van het nabijgelegen overheidsgebouw dat boven het dak van het hotel uitsteekt. Het stadswapen van Valencia wordt bekroond door een vleermuis. En de vleermuis komt als symbool voortduren terug in de stad. Op talrijke vlaggen die in de stad wapperen zie je het stadswapen met prominent de vleermuis erbij, en ook siert het de vele putdeksels in de straten van de stad.

De stad Valencia is sinds de dertiende eeuw verbonden met de vleermuis. Volgens de overlevering landde een vleermuis op de schouder van Rey Jaime I (Jacobus I. in het Nederlands), de koning van Aragón toen hij de stad Valencia heroverde op de Moren. Er blijken trouwens nog andere varianten van het verhaal van Valencia en de verbondenheid met de vleermuis te zijn, maar een feit is dat de vleermuis onmiskenbaar het symbool van de stad is. 


Niet verwonderlijk is het dan ook dat de voetbalclub van Valencia de vleermuis als hun herkenningsteken heeft.

Een paar jaar geleden las ik in de Nederlandse kranten een opmerkelijk verhaal in dit kader: DC Comics, de uitgever van onder meer de Batman-strips, sleepte de genoemde Spaanse voetbalclub Valencia C.F. voor de rechter. Het beoogde nieuwe logo van de voetbalclub zou te veel op het Batman-logo lijken. De Amerikaanse stripmaker heeft daarom een klacht ingediend bij de European Trademark Agency om te klagen over de nieuwe versie van de Valenciaanse vleermuis. De Amerikaanse uitgeverij ving bot want zoals ik schreef wordt de vleermuis al sinds de dertiende eeuw op vlaggen en wapenschilden gebruikt in deze streek van Spanje en de voetbalclub van Valencia gebruikt het fladderende dier al sinds de jaren '20 van de vorige eeuw in haar logo. Batman zag het levenslicht pas in 1939, dus de Valencianen kunnen zich gewoonweg langer op dit beeldrecht beroepen.


Wat trouwens wel grappig is van de ligging van mijn hotel is dat het slechts enkele straten is verwijderd van het stadion van voetbalclub Valencia C.F. en terwijl ik een rondje om het hotel wandel zie ik de tribunes van het stadion in de verte al liggen. Aan de buitenmuren van het voetbalstadion hangen grote banieren en wat prijkt daarop? Jawel hoor…. de vleermuis.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Wat doe jij als je een hotelkamer binnen komt?

Wat is het eerste dat jij doet als je een hotelkamer binnen komt lopen? Ik heb het wel eens gehad over het feit dat ik dan al vrij snel mijn tijdelijke thuis aan het herinrichten ben (lees hier mijn blog hierover) en dat ik de gordijnen openschuif om te kijken naar het uitzicht (ook hier besteedde ik eerder aandacht aan). Echter het aller allereerste wat ik in een hotelkamer doe is mijn koffertje ergens neerleggen. Vaak is de vraag dan ‘waar doe ik dat?’

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat wij het met ons gezin vrij makkelijk hebben om een geschikt plekje te vinden omdat wij slecht met twee kleine koffertjes reizen, die in het vliegtuig gezien worden als handbagage. Wij kunnen onze bagage dus meestal wel makkelijk in de hotelkamers waar we komen kwijt. Echter de meeste reizigers, onder meer onze klanten van KUNSTSTAD, hebben vaak een grote ‘normale’ koffer en daarnaast meestel ook nog handbagage bij zich. Ook reist een deel van hen met z’n tweeën waarbij er dus geregeld sprake is van twee of meer koffers in een hotelkamer. Je kunt je voorstellen dat dit tot ruimtegebrek kan leiden in een hotelkamer.


Wat ik zelf in dit kader heel prettig vind is om mijn bescheiden koffertje (maat 55 x 40 x 25) op een verhoging in een kast neer te leggen, zodat ik niet hoef te bukken en ik de deur van de kast kan sluiten. Ik laat de meeste van mijn spullen, behalve jurkjes die kunnen kreuken, namelijk in mijn koffertje zitten. Als ik iets nodig heb open ik de kast, duik ik mijn koffer in en ik berg het er ook weer in op. Dat werkt uitstekend. Gelukkig is er in de vier- en vijfsterrenhotels waar wij verblijven vaak ruimte genoeg in de kast om onze twee koffertjes op deze manier neer te zetten.

Soms lukt dit echter niet, maar zijn er andere mogelijkheden gecreëerd. De opbergvariant die ik het meest aantref is een opklapbaar krukje dat dikwijls in de garderobekast is weggeborgen. De bedoeling daarvan is dat je dit ergens in de kamer openklapt en daar je koffertje oplegt. Ik vind dit zelf niet de meeste ideale manier, want zo’n krukje is vaak gammel en voor een grote koffer is het natuurlijk helemaal niet geschikt. Naast dat het niet past kun je je koffer namelijk niet openen want dan wiebelt de standaard om. 


Een grote koffer vul je namelijk aan twee kanten en om je kleding die je opgeborgen hebt in de zogenaamde dekselkant te kunnen bereiken dien je toch echt je koffer plat neer te leggen, anders valt de gehele inhoud eruit.

Een andere optie is als een hotel een soort vaste bank in de kamer heeft geïnstalleerd. Deze is natuurlijk wat stabieler dan de opklapbare variant en biedt wat meer ruimte. Hoewel een grote koffer daar vaak ook een stuk overheen steekt.

Het blijft als je met zijn tweeën reist dus zoeken naar de meest ideale plek om je koffers te plaatsen, zodat ze niet in de weg liggen, ze niet kunnen vallen en je ze gemakkelijk open kunt klappen. Er blijven volgens mij maar twee mogelijkheden over in zo’n geval. Je legt de koffers in een hoek van de kamer op de grond neer, je pakt de gehele koffer uit en zet de koffer in de kast of schuift hem bijvoorbeeld onder het bed.


Een goede oplossing trof ik laatst trouwens in een hotel in Amsterdam. Daar was een lade onder het bed geïnstalleerd, waar je je tas of zelfs een middelmaat koffer in kon opruimen. Dat is nou eens inventief. Maar verreweg de ultieme manier om je koffer weg te bergen blijft toch de inloopkast, waar ik het verleden week over had.

Loop jij ook wel eens tegen dit ‘opruimprobleem’ aan en hoe wat voor oplossingen heb jij ervoor gevonden om je koffer op een goede manier in je hotelkamer te plaatsen?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


De inloopkast is toch wel erg handig!

Terwijl ik mij afgelopen week aan het aankleden was realiseerde ik me dat ik bij één fenomeen in hospitality in mijn blogs nog nooit echt heb stilgestaan en dat is de kastruimte waarover je kunt beschikken tijdens je verblijf in een luxe hotel.

Meestal laat ik het grootste deel van mijn kleding in de koffer zitten echter mijn jurken hang ik graag even uit aan een kledinghangertje (over het ‘hangertje’ in een hotel heb ik eerder geschreven, klik hier). Zo blijven deze kledingstukken mooi en zijn ze voor het gebruik minder gekreukeld.
Soms hebben luxe hotels echter slechts een soort transparant wandmeubel met enkele planken en een klein stangetje waar maar enkele hangertjes aan hangen. Hier kan ik vaak niet al mijn kleding in kwijt. Er zitten meestal dan ook geen kastdeuren voor deze zeer eenvoudige kastconstructie en dit kan bijna vanzelfsprekend mijn goedkeuring niet wegdragen. Ik vind zoiets een idee geven van een soort goedkoop
Ikea-kastje’, die er wellicht erg aardig uit ziet als er geen kleding in hangt, maar waar je weinig aan hebt als je er daadwerkelijk kleren in wil opbergen. 


Zo’n eenvoudig open klerenkastje lijkt misschien leuk en handig maar zodra je als hotelgast je spulletjes er in uitstalt wordt het ineens een totaal onoverzichtelijke rommel van kledingstukken in allerlei soorten en maten. Dit komt niet alleen door het uitstallen van je kleren, maar ook door het erbij zetten van schoenen, tijdschriften en andere zaken die je op wilt ruimen. Kortom, het geheel ziet er niet meer uit. Daarnaast vind ik de weinige kast- en gaderoberuimte die zo’n open kastconstructie biedt sowieso zeer irritant en niet congruent voor een vier- of vijfsterrenhotel.

Het kan echter soms ook heel anders; dan beschik je over zeeën van kastruimtes, waarbij er meerdere kasten over de hotelkamer verspreid staan. Ik vraag me in zo’n geval wel eens af wat hier dan de bedoeling van is. Ik zou hotels waar dit in voorkomt voorstellen om een aantal kasten te verwijderen zodat je iets meer ruimte creëert in de hotelkamer. Ruimte om je te bewegen is namelijk ook heel wat waard. 


Echt handig vind ik het pas als mijn hotelkamer een zogenaamde walk-in closet heeft en dat is hier tijdens mijn verblijf in Napels het geval. Zoals de naam als aangeeft is hier sprake van een aparte ruimte, een soort extra kamertje, waar zich allerlei stangen met klerenhangers, kastplanken, lades e.d. bevinden en waar je eigenlijk in de hele ‘inloopkast’ je spullen overzichtelijk in kwijt kunt. Na gebruik van deze enorme gaderobekast wandel je eruit en doe je de deur achter je dicht. Opgeruimd staat netjes! Ook mijn koffers, schoenen en de kinderwagens kan ik in deze enorme ruimte kwijt en nog steeds is er op die plek genoeg bewegingsvrijheid. Als groot bijkomend voordeel bij de aanwezigheid van zo’n aparte kledingruimte is het feit dat er in de rest van de hotelkamer, of op dit moment in onze juniorsuite (die bestaat uit twee kamers) geen ‘kledingtroep’ en dergelijke ligt.

Mocht je als hotel dus nog wat ruimte her en der over hebben dan zou ik het wel weten, maak er een inloopkast van, daar maak je je gasten blij mee!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Paus Paulus de Derde had zijn zaakjes aardig op orde

Afgelopen dinsdag stond ik met een groep enthousiaste deelnemers tijdens mijn KUNSTSTAD-reis voor het beroemde schilderij Paus Paulus III met zijn kleinzonen”, geschilderd door de grote Renaissancemeester Titiaan. Dit werk bevindt zich in het indrukwekkende Capodimonte Museum in Napels en behoort tot één van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis.

Mijn toehoorders keken met enige verbazing naar het betreffende schilderij waarop zij zagen dat naast Paus Paulus de Derde (1468-1549) ook twee jonge mannen stonden, die zijn kleinzonen bleken te zijn. Paus Paulus III werd oorspronkelijk geboren als Alessandro Farnese en was een telg uit een voorname Toscaanse familie. In zijn jeugd kreeg hij zijn opleiding aan het hof van Lorenzo de’ Medici in Florence. Zijn afkomst en zijn belangrijke connecties zorgden ervoor dat Alessandro Farnese al op 25-jarige leeftijd kardinaal werd en toen hij begin veertig was kreeg hij zelfs de invloedrijke titel van Bisschop van Parma


Kortom, hij had tijdens zijn leven snel en uiterst slim carrière gemaakt om uiteindelijk in 1534 tot paus verkozen te worden.

De ondeugende glimlach van de bejaarde paus op het reeds genoemde schilderij hier in Napels verraadt dat Paulus III zich echter niet alleen maar bezig hield met het religieuze leven. Toen hij Bisschop van Parma werd had hij ook een maîtresse genomen waarbij hij vier buitenechtelijke kinderen kreeg. Uiteindelijk zorgde dit er jaren later ook voor dat hij een aantal kleinkinderen tot zijn nazaten kon rekenen waarvan er dus twee op dit schilderij in het Capodimonte Museum te zien zijn. Paulus III had als een echte nepotist een aantal kleinzonen op jonge leeftijd al tot kardinalen benoemd. Zijn kleinzoon Allessandro Farnese, die trouwens naar zijn opa was vernoemd, werd al op zijn zestiende kardinaal en is op dit betreffende schilderij als voorname kerkvorst achter zijn grootvader, paus Paulus III, afgebeeld.

Aan de rechterzijde zien wij als toeschouwer op het schilderij een andere kleinzoon van Paulus III afgebeeld, genaamd Ottavio Farnese, die het schopte tot Hertog van Parma. Deze Ottavio had letterlijk en figuurlijk dezelfde aanpak als zijn opa want ook hij trachtte zoveel mogelijk zijn macht te vergroten. Daarom trouwde Ottavio met Margaretha, dochter van Keizer Karel V. Als Margaretha van Parma werd zij later Landvoogdes, in naam van haar (half)broer Filips II, in de Habsburgse Nederlanden. Ook de zoon van Margaretha en Ottavia kreeg de titel van Hertog van Parma en probeerde met onsuccesvol de opstand in de Nederlanden te stoppen. Erg grappig dus dat onze vaderlandse geschiedenis verbonden is met deze ene machtsbeluste Paus die op dit schilderij van Titiaan vereeuwigd is.

Paus Paulus III leefde trouwens in een roerige tijd, die misschien wel mede door hem zo onstuimig gemaakt was. Want door zijn decadente levensstijl spijkerde Maarten Luther 95 stellingen aan de deur van Slot Wittenberg, wat de aanzet was tot de reformatie.


En terwijl wij voor het schilderij van “Paus Paulus III met zijn kleinzonen”  stonden viel me op dat het kunstwerk hier in dit belangrijk museum in Napels geflankeerd wordt door nog twee portretten van dezelfde Paus, die ook beiden door Titiaan geschilderd zijn. 

Paus Paulus III was een belangrijk opdrachtgever voor kunstenaars in die tijd, niet alleen Titiaan maar ook Michelangelo kreeg een belangrijke opdracht van hem. Met enige tegenzin moest Michelangelo op de wand achter het altaar in de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan het Laatste Oordeel schilderen van Paus Paulus III. Veel behoefte had de bejaarde Michelangelo zogezegd niet aan deze opdracht, hij bleef liever beeldhouwen in Florence maar een opdracht van de Paus kon je helaas niet weigeren. Achteraf niet wetende dat dit één van zijn beroemdste werken zou worden.

Politieke spanningen waaronder geruzie over de macht over het hertogdom Parma, zorgden ervoor dat Paus Paulus III in 1549 op 81 jarige leeftijd sterft.


Deze markante persoonlijkheid liet na zijn dood, zoals je kon lezen, een heel ander Europa na. En dit zorgt ervoor dat je het schilderij “Paus Paulus III met zijn kleinzonen”  bij nadere bestudering toch met hele andere ogen ziet.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Bekende Napolitanen

Afgelopen maandag ging ik op weg naar de prachtige stad Napels. Met enige vertraging vertrok ik vanaf onze nationale luchthaven Schiphol. Het oponthoud mocht mijn (voor)pret niet drukken want ik wist dat ik een perfecte zitplaats op de eerste rij zou krijgen, waar ik heerlijk mijn lange benen tijdens de vlucht kon strekken. En ondanks dat het vliegtuig lekker vol was zag ik dus zogezegd niet tegen de vlucht op. Toen ik me eenmaal aan boord geïnstalleerd had en we vervolgens opgestegen waren, begon ik met veel plezier te lezen in het juist verschenen boek van Mariët Meester getiteld ‘De Tribune van de Armen’. Vooraf wist ik dat dit boek niet over het Zuid-Italiaanse Napels zou gaan, maar over het Zuid-Spaanse Andalusië. Ik werd, terwijl ik me inmiddels op meer dan tien kilometer hoogte bevond, direct gegrepen door alles wat Mariët schreef. Andalusië en met name Málaga is één van mijn favoriete plekken in Europa en al lezend in dit boeiende boek had ik het amper door dat de vliegtijd zo snel was verstreken. 


Sterker nog, ik vond het zelfs jammer dat ik boek op een gegeven moment moest dichtslaan omdat ik zo geanimeerd in het verhaal zat, maar de landing was al door de piloot ingezet, uit mijn raampje zag ik de Vesuvius en dat betekende dat we binnen enkele minuten op de luchthaven van Napels zouden aankomen. Ik vermoed trouwens dat de schrijfster van het boek dat ik las ook over de plek waar ik aankomende twee weken zou vertoeven, namelijk Napels en omgeving, een buitengewoon interessant essay zou kunnen schrijven, want ik had inmiddels bemerkt dat Mariët Meester uitstekend de sfeer van een landstreek kan beschrijven en uitstekende reisverhalen kan vastleggen.

Eenmaal in Napels geland en vervolgens wandelend door de aankomsthal werd ik op alle plekken herinnerd aan de kunst en cultuur van streek. Goed gedaan van het Napolitaanse toeristenbureau want je wordt als bezoeker gelijk onder gedompeld in de Napolitaanse stemming; zo zag ik hier op de luchthaven levensgrote reproducties van de muurschilderingen van de ‘Villa dei Misteri’, die zo gaaf bewaard waren gebleven bij de opgravingen van Pompei en daardoor nog steeds in het echt te bewonderen zijn. Ik verheugde mij hierdoor al op het wederzien met de originele schilderingen op deze plek die ik eind van deze week tijdens mij voorbereiding had ingepland.

Aangekomen in mijn mooie hotel midden in het centrum voelde ik gelijk de zindering en energie van de oude stad. Napels maakt eigenlijk bij iedere bezoeker iets positiefs los, zo ook bij mij en je wil eigenlijk meteen de stad gaan verkennen, maar aangezien het inmiddels al avond was en ik een drukke dag in Amsterdam erop had zitten, besloten we om slechts alleen nog van een heerlijke Napolitaanse maaltijd te gaan genieten en onze krachten te sparen voor de dagen die nog komen zouden gaan.    


Toen ik in mijn hotelbed lag dacht ik na over alle grote der aarden die iets met Napels hadden doordat ze er ooit hadden gewoond, gewerkt of tijdens een reis hadden verbleven. Eén persoon die mij meteen te binnen schoot was Goethe. De beroemde Duitse schrijver schreef tijdens zijn uitgebreide bezoek aan de stad ooit "Vedi Napoli e poi muori!" sagen sie hier. Siehe Neapel und stirb!. Wij hebben deze uitdrukking in het Nederlands overgenomen “Eerst Napels zien, en dan sterven”, maar dat moet je natuurlijk niet te letterlijk nemen, de uitspraak is meer bedoeld om aan te duiden hoe mooi de stad is en een verpletterende indruk op je kan maken.

Het lijstje met bekende mensen die zogezegd op een bepaalde manier met Napels verbonden waren werd in mijn gedachte langzaam langer; de filosoof en vrijdenker Giordano Bruno (1548-1600) bijvoorbeeld zette in Napels zijn eerste ideeën op papier en eindigde helaas in Rome door de inquisitie op de brandstapel. Ook de befaamde theoloog en filosoof Thomas van Aquino was een tijdje werkzaam op de universiteit van Napels en schopte het uiteindelijk tot één van de belangrijkste denkers van de Rooms-Katholieke kerk. Dus op intellectueel gebied heeft Napels een aantal belangrijke mensen voortgebracht.

Dit geldt eigenlijk ook voor de kunsten want zo bracht bijvoorbeeld de actrice Sophia Loren hier in Napels haar jeugd door, de barokke kunstenaar Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) werd in Napels geboren en startte hier zijn carrière, De beroemde operazanger Enrico Caruso (1873-1921) zong zijn eerste noten in Napels dat niet alleen zijn geboortestad was, maar ook de plek waar hij zijn laatste adem uitblies. 


Napels trok zelfs ook heel wat kunstenaars aan zo werkte de grondlegger van de Barok Caravaggio een korte tijd in Napels en zijn er enkele werken van hem hier te bewonderen  zoals een imposant altaarstuk getiteld ''De Zeven Werken van Barmhartigheid'' dat te zien is in de kerk Pio Monte della Misericordia

Waarschijnlijk geïnspireerd door Caravaggio trok een aantal Nederlanders ook naar Napels waaronder Matthias Stomer (1600-1652) die in Zuid-Italië furore maakte en enkele eeuwen later wist Antonie Sminck Pitloo (1790-1837) dit zelfs te evenaren.
Het denken aan al deze grote namen in de kunst en cultuur heeft hetzelfde effect als het ouderwetse ‘schaapjes tellen’ en terwijl ik mij verheugde op mijn ontdekkingstochten die ik deze week hier zou gaan maken viel ik in een diepe slaap.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Uitzicht op de Vesuvius

Afgelopen maandagavond arriveerde ik moe maar voldaan in mijn mooie hotel in Napels. Het voelde een beetje als thuiskomen want toen ik in de twintig was kwam in regelmatig in deze Zuid-Italiaanse stad. Daarnaast was ik hier precies een jaar geleden nog geweest en dat was omdat wij toen de bijzondere belevingsreis naar Napels aan het voorbereiden waren, die uiteindelijk volgende week met een KUNSTSTAD- groep zal gaan plaatsvinden.

Nadat we verleden jaar meerdere kwaliteitshotels in deze Zuid-Italiaanse stad hadden getest, was mijn keuze voor mijn gewaardeerde klanten gevallen op dit heerlijke viersterrenhotel, midden in het centrum van de stad. Door de drukte en de ‘huzzle and buzzle’ van de stad was mijn kennismaking met dit hotel verleden jaar een echte verademing want ondanks dat het midden het centrum was gelegen, is het echt een oase van rust. 


Zo ervoer ik dat gelukkig ook deze keer weer, want de route met de taxi vanaf het vliegveld naar het centrum is onrustig en lekker Napolitaans chaotisch. Het was dus wederom fijn om in dit klasse hotel aan te komen en ik voelde me helemaal in mijn nopjes toen in mijn hotelkamer binnenstapte.

Ik wist natuurlijk al wat ik kon verwachten, maar ik was naast de rust toch ook weer onder de indruk van het fenomenale uitzicht dat ik vanuit mij hotelkamerraam had. Want ook al is het hotel zogezegd gesitueerd in het oude centrum, als je op de bovenste verdiepingen verblijft, dan kijk je over de omliggende historische gebouwen heen, zo naar de prachtige Baai van Napels en je ziet zelfs prominent de wereldberoemde vulkaan De Vesuvius liggen. Wat kun je je nog meer wensen als je in Napels bent?

Het hotel heeft vanzelfsprekend ook lager gelegen kamers en ook vertrekken die uitkijken over andere delen van de stad, maar tijdens mijn overleg dat ik verleden jaar met het hotelmanagement had heb ik besloten om voor alle deelnemers van onze reis sowieso superior kamers te boeken. Deze upgrade had als gevolg dat alle deelnemers van de aanstaande Napelsreis het door mijn omschreven spectaculaire uitzicht zullen hebben want ik vind ook dat dit een deel van de reisbeleving is (klik hier voor een ander vergelijkbaar verhaal van mij hierover). 


Even tussendoor, ik ben dan ook erg benieuwd naar de reacties volgende week van onze klanten.

Maandagavond, toen ik hier dus aankwam, was het panorama nog niet optimaal en dus nog niet zo spectaculair als het zijn kan. Het was namelijk al donker en de beroemde vulkaan is natuurlijk niet verlicht. Maar je kon hem ondanks de bewolking wel ontwaren door het schijnsel van de volle maan. In mij hotelkamer zelf, in het interieur, werd ik echter gelijk herinnerd aan de bijzondere locatie waar ik verbleef; er hingen namelijk allerlei historische gravures en prenten met uitzichten op de wereldberoemde vuurspuwende berg en dat paste natuurlijk helemaal bij de ambiance. Telkens als ik deze dagen even in mijn hotelkamer zit te werken en soms tijd en plaats vergeet word ik door de kunstwerken aan de muur subtiel herinnerd aan het feit dat ik in Napels met zijn indrukwekkende vulkaan ben. De kunst aan de muur werkt dus echt mee aan de juiste atmosfeer in het hotel. (Lees hier een eerder artikel van mij hierover)


Dat tref ik jammer genoeg ook wel eens anders. Een hotel in Málaga waar ik regelmatig kwam, heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om foto’s uit HongKong (?!) in de kamers op te hangen. Verder refereert niets in het hotel aan Azië, anders zou je kunnen denken dat het een klein onderdeel van een groter concept was. Maar dat is dus niet zo. Alles is vrij strak ingericht en dat is aangevuld met de genoemde foto’s. Ja, hallo, ben ik nou in Azië of in Spanje? Je verwacht daar toch echt meegenomen te worden in de Spaanse beleving, de heerlijke mentaliteit te proeven en beelden te zien van minimaal iets Andalusisch of van de stad Málaga.

Je kunt het echter nog slechter treffen. Zoals sommige trouwe lezers wellicht weten hebben wij met het gezin voor een langere periode in een prachtig hotelappartement in Berlijn gewoond. Dit viersterrenhotel was uitstekend en ik heb daar een heerlijke tijd gehad. Maar uiteraard waren er ook zaken op te merken aan deze accommodatie. Zo hingen aan de muren in de hotelgangen en op de kamers officieel gesigneerde en gelimiteerde kunstwerken, je weet wel, waar er maar een beperkt aantal van afgedrukt zijn, een nummering en handtekening hebben en daarom van een artistieke waarde zijn. Op zich is zoiets een meerwaarde, echter deze werken waren allereerst zo triest en donker, dat je er zelf bijna treurig van werd. Zo werd bijvoorbeeld ergens de legendarische ‘Val van Icharus’ afgebeeld die, nadat zijn wassenvleugels door de hitte van de zon gesmolten waren, vervolgens ter aarde stortte. De kunstenaar had besloten om niet alleen de leidende ter aarde stortende Icharus af te beelden maar hij zat ook al onder het bloed en van het hele tafereel werd je niet echt vrolijk. En zo waren er nog meer van dit soort ‘depressieve’ uitbeeldingen. 


Omdat wij zolang in het hotel vertoefden kon ik mij na een paar maanden toch niet ervan weerhouden om mijn advies hieromtrent te geven. Ik vertelde geanimeerd tijdens een prettig gesprek met de hoteldirecteur dat het veel beter geweest zou zijn als er in het hele hotel iconen van de Duitse hoofdstad te zien zouden zijn waardoor je er in het hotelgebouw voordurend herinnerd zou worden dat je in Berlijn bent. Ik heb de directeur ook geadviseerd om deze werken, hoe veel sentimentele waarde ze eventueel voor de hoteleigenaar zouden hebben, te vervangen voor genoemde hoogtepunten uit de Duitse hoofdstad. Mijn positieve verandering hoefde trouwens helemaal niet veel geld te kosten want om een aantal mooie reproducties met schitterende sprekende foto’s van bezienswaardigheden van de stad, waaronder bijvoorbeeld met een aantal meesterwerken uit de Berlijnse musea, te maken is tegenwoordig niet meer zo prijzig.

Ik merkte dat de hoteldirecteur terwijl we in Berlijn waren het in “Keulen hoorde donderen' en vrees dat hij mijn advies, hoe goed ook, nooit heeft opgevolgd.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Venetië en Kassel, kunststeden die je dit jaar moet bezoeken!

Terwijl ik deze Travel Tales schrijf realiseer ik me dat het al weer lang geleden was dat ik zoveel weken achter elkaar in mijn geboorte stad Amsterdam heb vertoefd. Niet erg hoor, maar als echte reisfan gebeurt het eigenlijk de laatste jaren nog zelden dat ik zo honkvast ben. Echter allerlei afspraken en leuke activiteiten die ik georganiseerd heb zorgden ervoor dat ik even op dezelfde plek bleef ‘hangen’, maar ik weet dat ik aanstaande maandagmiddag alweer door het mooie Napels rondwandel en dat daarna al weer allerlei andere buitenlandse bestemmingen op mijn reisprogramma staan. Enkele plekken die ik dit jaar zal bezoeken zijn onder meer het mooie Duitse Kassel en de schitterende Italiaanse Lagunestad Venetië. Venetië en Kassel zijn voor de echte kunstliefhebbers dit jaar dan ook echt een must! In beide steden vinden namelijk in 2017 belangrijke moderne kunstmanifestaties plaats. In Venetië is dat de enorm grote expositie getiteld De Biënnale, die zoals de naam al doet vermoeden, tweejaarlijks plaatsvindt en waarbij in allerlei paviljoens belangrijkje hedendaagse kunst wordt tentoongesteld. 


In Kassel organiseert men om de vijf jaar een eveneens uitbundige kunstexpositie met de naam De Documenta en die mag je eigenlijk ook niet missen.   

Allereerst even wat meer over de Venetiaanse Biënnale; deze heeft een lange geschiedenis want de eerste keer dat deze plaatsvond was al in 1895. Traditiegetrouw tonen vele landen hun belangrijke hedendaagse kunstenaars, waarbij 28 landen dit doen in speciale paviljoens die zich bevinden op het terrein genaamd Giardini gelegen in het Venetiaanse stadsdeel Castello. Ons Nederlandse expositiegebouw is ooit ontworpen door de hooggewaardeerde architect Gerrit Rietveld en is dus een bezienswaardigheid op zich. Tweejaarlijks wordt er voor de Nederlandse inzending een curator en een kunstenaar benoemd. Bekende Nederlandse kunstenaars waren ooit vertegenwoordigd op de Biënnale waaronder Constant (Nieuwenhuis), Arnout Mik, Marlene Dumas, Daan van Golden en vele anderen. Dit jaar zal de kunstenares en cineaste Wendelien van Oldenborgh in samenwerking met curator Lucy Cotter ons land vertegenwoordigen en ik ben dan ook zeer benieuwd naar hun bijdrage.


Vanaf 13 mei (tot 26 november) kun je de overvloed van moderne kunst in Venetië bewonderen en tegelijkertijd kun je deze zomer naar het Duitse Kassel om daar de prestigieuze Documenta te bezoeken. Deze belangrijkste tentoonstelling ter wereld van actuele beeldende kunst vindt zogezegd om de vijf jaar plaats en toont eveneens werk van hedendaagse kunstenaars die er op dit moment toe doen. De eerste Documenta in Kassel vond plaats in 1955 onder leiding van de initiatiefnemer en kunstenaar Arnold Bode. Verschillende belangrijke personen volgden hem op als hoofdcurator waaronder in 1982 onze eigen Rudy Fuchs en in 1992 de Belgische ‘kunstpaus’ Jan Hoet. Deze zomer zal de Documenta, die inmiddels al weer voor de 14de keer plaatsvindt, onder leiding staan van de Poolse kunstcriticus Adam Szymczykn. Wat hij over de vele verschillende gebouwen in de stad gaat tentoonstellen is nog tot de opening een geheim, maar dat het weer een groot spektakel zal worden daar twijfelt niemand aan.


Mocht je een echte kunstliefhebber zijn en geïnteresseerd zijn in beiden toonaangevende kunstmanifestaties kom dan aankomende zaterdag en/of zondag naar mijn presentaties in het Hilton Hotel (klik hier voor meer informatie) of meld je aan voor de speciale reizen die ik naar Venetië (klik hier) en naar de Kassel (klik hier) organiseer.

Ik ontmoet je graag spoedig om met je over dit fenomeen in de kunst verder te praten.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


"Spiegeltje, spiegeltje, aan de wand”

Als dame, maar waarschijnlijk ook al heer, heb je af en toe gewoon de behoefte om eens even in de spiegel te kijken: Hoe zit mijn haar? Zit mijn jasje goed? Zie ik er goed uit? Soms passeer je zomaar ergens spontaan een spiegel en kijk je onbewust opzij om even te checken of je er nog naar wens eruit ziet. Of je gaat bewust even naar het toilet om aldaar tijdens het handenwassen te controleren of je nog nieuwe lippenstift moet aanbrengen.

Kwaliteitshotels hebben vaak spiegels in overvloed op allerlei plekken in het gebouw. Soms dienen ze als decoratie, maar meestal zijn ze bedoeld voor de gasten om bovenstaande handelingen te verrichten.

Spiegels als versieringselement worden vaak toegepast in een hotel waar de ruimte niet zo groot is en om op die manier toch een ruimtelijk effect te creëren. Met zo iets dergelijks waren ze van de week in het College Hotel in Amsterdam bezig. Men monteerde delen van oude verweerde spiegels op de muur waarbij je duidelijk kon zien dat ze uit lang vervlogen tijden kwamen. 


Gecombineerd met het moderne interieur leverde dit ‘mozaïek’ van historische spiegeldelen, een mooi maar ook vervreemdend effect op. Je ziet je zelf namelijk wel, maar in een soort aparte stukjes; het spiegelbeeld wordt namelijk doorkruist door alle lijnen van de spiegelfragmenten.

Terwijl ik daar in het College Hotel zat moest ik vervolgens denken over het fenomeen spiegels in hotels en dan met name over de verschillende functies die ze daar bekleden. Ze worden zogezegd soms gebruikt als decoratie, soms om een ruimtelijk effect te bereiken, maar heb je er bijvoorbeeld wel eens bij stil gestaan wat voor een rol spiegels spelen in een hotellift? Is het je wel eens opgevallen dat bijna in alle liften spiegels zijn opgehangen? 

Dit is natuurlijk met een reden gedaan; het tochtje met een lift duurt meestal kort, maar blijkbaar voor een mens net lang genoeg om je even te ‘vervelen’ en ik ben dan ook altijd blij als ik even in de spiegel kan turen. Laatst stond ik echter in een lift zonder spiegel, wat zelden gebeurt, en ik mistte de spiegel echt. Waar moest ik nu naar kijken? Ik besloot tijdens dit liftritje dan ook om maar eens het instructiebordje te gaan bestuderen voor wat je moet doen als de lift blijft steken.  

Zogezegd is er meestal wel een spiegel in de hotellift aanwezig en heb je die genoemde welkome afleiding doordat je even kunt checken of je haar goed zit. En oh ja, zit m’n kraag niet binnenstebuiten? Ah, daar zit een vlekje op mijn jas en die kan ik er gelukkig even vanaf wrijven. En… voor je het weet ben je al weer beneden met de lift.

Als je in je eentje in de lift staat kun je dit ritueel heerlijk ongestoord uitvoeren. Maar dit wordt een tikkeltje lastiger als er meerdere personen in de lift staan. Je staat toch met zijn allen dicht bij elkaar in een kleine ruimte, je deelt min of meer elkaars ‘privat space’ en dan wil je niet zulk soort persoonlijke handelingen uitvoeren.


Spiegels in de lift kunnen in zo’n geval zelfs een nadelig effect hebben want de meeste mensen willen ‘anoniem’ in de lift blijven en door de spiegels wordt je nog meer met de medegebruikers geconfronteerd wat voor sommige mensen als onbehagelijk en vervelend kan worden ervaren en het enige wat je dan kunt doen is strak naar de grond staren. Wat natuurlijk ook kan is gewoon door het oogcontact dat dankzij de liftspiegels ontstaat gewoon een gezellig kort gesprekje gaan voeren. Wij staan hier met de familie altijd wel voor open. Allereerst zijn onze jonge dochters regelmatig een aanleiding voor een liftgebruiker om iets tegen ons te zeggen en onze paarse outfit lokt natuurlijk ook wel reacties los en dan kijken wij tegelijkertijd, tijdens het liftgesprek, ook altijd weer even in de spiegel of onze paarse kleding goed zit.

Kortom een spiegel in een lift kan heel handig zijn, maar soms wellicht ook wat te confronterend. Een andere plek in een kwaliteitshotel waar natuurlijk altijd spiegels hangen is in de sanitaire ruimtes, zoals boven de wasbak als vanzelfsprekend, waar je goed je gezicht en haar in kunt bekijken. Maar wat ik ook onontbeerlijk vind is dat ergens in dit zelfde vertrek een grote spiegel hangt die begint bij de plint en minimaal ‘menshoog’ is. Zo’n hoge ‘passpiegel’ is echt essentieel in een luxueus vier- of vijfsterrenhotel. Alleen in zo’n grote spiegel kun je zien of je rok goed zit en of je geen ladder in je panty hebt. Het verbaast me dan ook weleens dat sommige gerenommeerde hotels hierover niet beschikken. Deze week werd ik in Amsterdam met deze lacune geconfronteerd toen ik voor een zakelijke rendez-vous in het toonaangevende chique Amstel Hotel was. Voordat ik mijn afspraak de hand wilde schudden ging ik even naar het toilet en wat schetste mijn verbazing, er hing geen grote hoge passpiegel! 


Er ontstond een ‘Mr. Bean-achtige’ situatie waarbij ik op mijn tenen min of meer voor de spiegel stond te springen om mijn panty en onderste deel van mijn jurk te bekijken. Paste de kleur van mijn panty nou eigenlijk wel bij mijn schoenen? Ik hield uit louter afwezigheid van een goede spiegel mijn been maar een beetje omhoog om dit te inspecteren. En ja hoor, je zult altijd zien dat er dan net op dat moment iemand binnen komt lopen en de dame in kwestie keek mij een beetje met een verbaasde blik aan.

Ik was eigenlijk wel verbaast dat een bekend vijfsterrenhotel, dat toch een bepaalde status hoog te houden heeft, dus niet over de service van een hoge spiegel heeft nagedacht. Ik ben toch niet de eerst persoon die met dit dilemma stoeide? Of zou nog nooit iemand het management hierop hebben geattendeerd? Geregeld tijdens mijn hotelverblijven vallen mij dingen op die door een kleine investering zo veel meer gerief voor de gasten zouden opleveren, zo ook dit keer weer in Amstel Hotel.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


"Geen mens gaat voortijdig naar huis, tenzij...”

Geen mens gaat voortijdig naar huis, tenzij de baas vroeg gaat” was een toepasselijk citaat dat ik las op internet. Dit wil eigenlijk zeggen dat de baas het goede voorbeeld geeft aan zijn medewerkers en ik ben het daar roerend mee eens. Ook in de hospitalitybranche gaat deze vlieger op en ik ben van mening dat de energie, de aanwezigheid en de uitstraling van de leidinggevende van eminent belang is voor de prestaties van de rest van het hotelpersoneel.

Zoals je weet spendeer ik veel van mijn tijd in goede vier- en vijfsterrenhotels. Tijdens mijn verblijf heb ik regelmatig een afspraak met de directeur van het hotel en ben ik dus meestal op de hoogte van wie de manager van het betreffende hotel is. Mocht dit niet het geval zijn dan google ik vaak even om zo te weten te komen wie de leiding heeft en mocht ik daar op die manier niet achter komen dan wordt het door middel van navraag bij het personeel vaak wel duidelijk wie dit is. 


Echter als ik het bovenstaande onderzoek niet verricht dan merk ik als ik goed oplet trouwens op een gegeven moment vanzelf wel wie er verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen in het hotel en wie dus de functie van general-manager bekleedt. Ik bespeur dit meestal aan hoe deze heer of dame (in het vervolg van mijn verhaal heb ik het over ‘hij’, terwijl het natuurlijk net zo vaak een ‘zij’ betreft, maar ik wil het in mijn betoog even simpel houden) omgaat met de staff van het hotel. Daarnaast zie je het aan de uitstraling en de manier waarop hij zich door het hotel begeeft, je ziet dat hij voortdurend nauwlettend alles in de gaten houdt en het valt op dat hij geregeld zijn team aanspreekt. En daarnaast groet hij geregeld zijn gasten en maakt een praatje met ze. Althans, dit is in mijn ogen het ideaalplaatje van een hoteldirecteur en gelukkig kom ik ze zo nog vaak tegen. De directeur is in de eerste plaats natuurlijk de ultieme gastheer van het hotel en behoort zijn gasten zich thuis te laten voelen. Hij dient te weten hoe de gasten het hotel ervaren en dat alles naar wens is. En hij moet geïnteresseerd zijn in punten die voor verbetering vatbaar zijn en waar logés figuurlijk over kunnen ‘vallen’.

Laatst schreef ik al eens over de directeur van een nieuw vijfsterrenhotel in Málaga waar ik een aantal dagen verbleef (klik hier voor dit verhaal). Deze heer had echt plezier in zijn werk, was zichtbaar aanwezig in het hotel en liep zelfs ’s avonds laat nog door de gangen te controleren of de vloerbedekking schoon was en alles goed onderhouden werd. Een groot compliment voor deze general-manager en hij was door zijn uitmuntende gedrag ook een goed voorbeeld voor zijn medewerkers. Zo’n zelfde soort ervaring had ik in Sevilla in het prachtige Alfonso XIII Hotel. Dagelijks liet de directeur zich regelmatig zien, maakte een praatje met de gasten en straalde een goed gastheerschap uit. Hij wilde zelfs ons KUNSTSTAD-reisgezelschap graag verwelkomen en vertelde tijdens een glas wijn over de 10 jaar dat hij hoteldirecteur was van dit luxueuze vijfsterrenhotel en hij had het tijdens zijn speech over zijn band met de Nederlandse Hotelschool. In Córdoba leidde de hoteldirecteur ons laatst zelfs rond door het hotel waar wij verbleven en nam hij onze groep mee naar een bijzondere ruimte onder het hotel om daar oude Romeinse opgravingen te laten zien. Geweldig toch!


Maar helaas, helaas, ik zie het ook wel eens anders. Zo vertoefde ik bijvoorbeeld eens al een tijdje in een hotel in Zuid-Frankrijk toen ik het sterke vermoeden had dat ik de general-manager van het hotel voorbij zag lopen. Ik had namelijk zogezegd weer even op internet gekeken, waar ik onder meer een foto van hem had gezien. Ik vond het leuk om kort kennis met hem te maken omdat wij misschien van plan waren om een aantal keer met een groep in zijn hotel terug te keren en ik liep met een vriendelijk handgebaar op hem af. Met verbazing zag ik dat hij bijna letterlijk wegdook en hij ging er vervolgens als een speer vandoor. Vreemd! Een hotelmedewerker zag dit bizarre tafereel en vroeg of hij mij uiteindelijk ergens mee kon helpen. Ik vertelde hem dat ik slechts even de hand wilde schudden van de general-manager en de betreffende medewerker zei dat hij zou vragen aan de hoteldirecteur in kwestie of dit mogelijk was. Een paar minuten later kwam de hotelemployee terug met de mededeling dat de directeur geen tijd voor me had. 


Jammer maar dat kan natuurlijk wel eens gebeuren, echter dat had de directeur ook gewoon kunnen zeggen toen hij zo onbeleefd voor mij wegschoot. Later die dag vroeg ik bij de receptie of ik voor de volgende dag een afspraak kon maken met de directeur want ik ben natuurlijk niet voor één gat te vangen. Echter dit bleek dit onmogelijk te zijn!! De dagen daarna zag ik hem meerdere keren in de lobby passeren, maar na wat vluchtige en schichtige blikken verdween hij steeds weer snel achter de ‘coulissen’. Er was dus totaal geen contact tussen hem en zijn gasten. Sterker nog, hij ontweek ze eigenlijk voortdurend. Je begrijpt al dat mijn keuze uiteindelijk niet op dit hotel gevallen is om met de reizen van KUNSTSTAD naar toe te gaan.

Ik vind echt dat je als general-manager je gasten buitengewoon moet waarderen. Zij verdienen aandacht, waarbij minimaal een vriendelijke blik, het schudden van een hand, het zeggen van ‘goedemorgen, of zelfs een kort beleefdheidspraatje tot het scala van mogelijkheden behoren. Als je als hoteldirecteur niet bereid bent om deze gastvrije rol te vervullen dan is het misschien verstandig om een andere beroepskeuze te maken.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

De Kunst van het Wandelen

Gisteren had ik een afspraak op Schiphol-Oost, dit is de plek waar onze nationale luchthaven ooit begon. De voormalige verkeerstoren staat er nog en doet herinneren aan lang vervlogen tijden die je soms nog kunt terugzien op oude historische foto’s. Op deze oude kiekjes zie je mensen in de jaren ’50 en ’60 hun familieleden vanaf het platform nabij deze verkeerstoren uitzwaaien. Tegenwoordig liggen terminals voor vertrek en landing een stuk verderop, maar vanaf Schiphol-Oost kun je de huidige verkeerstoren in de verte zien liggen. Vanaf deze plek vertrekken nu de privévliegtuigen, waarvan een aanzienlijk aantal in een nette rij hier op Schiphol-Oost staan te wachten.

We hadden ons ’s ochtends met een taxi vanuit Amsterdam-Zuid naar Schiphol-Oost laten brengen, maar we besloten ’s middags om met zijn allen terug naar huis te gaan wandelen. De lentezon scheen prachtig en het weer was dus optimaal voor zo’n lange wandeling. Ik hield bij de start van de wandeltocht rekening met het feit dat als mijn eindbestemming toch iets te ver zou blijken, ik gewoon alsnog halverwege een taxi kon bellen, maar ging er eigenlijk vanuit dat dit niet nodig zou zijn. 

Zoals de meesten weten wandel ik regelmatig, met name tijdens mijn vele buitenlandse reizen, grote stukken en heb dit ‘flaneren’ zelfs tot kunst verheven (klik hier voor mijn verhaal hierover). Het gebeurt trouwens maar zelden dat het mogelijk is om helemaal vanaf een luchthaven naar mijn hotel c.q. huis te wandelen omdat vliegvelden nou eenmaal zeer ver buiten de stad liggen. Afgelopen jaren heb ik slechts één keer een wandeling gemaakt vanaf mijn hotel naar de luchthaven en dat was in de Estse hoofdstad Tallinn, want daar landen de vliegtuigen op een loopafstand van het stadscentrum.


Met frisse moed startte ik nu mijn wandeling op Schiphol-Oost en toen ik een brede autoweg overstak belandde ik al vrij vlot in het alom bekende Amsterdamse Bos, dat grenst aan het enorme terrein dat tot het domein van Schiphol hoort. Terwijl ik het eerste stuk door het bos wandelde scheerden de vliegtuigen laag over wat tot veel hilariteit bij mijn dochters leidde.

Op de wegwijzers in het bos zag ik dat wij niet ver verwijderd waren van de ‘Geitenboerderij’ en dat zou onze eerste stop tijdens deze tocht worden. Tientallen witte geiten ‘begroetten’ ons met luid gemekker. Alizia en Chloé wisten niet wat ze zagen en vooral de geitenlammetjes riepen veel aangename emoties op. Chloé vond het geweldig dat ze kleine baby-geitjes mocht aaien want zoiets had ze nog nooit meegemaakt. Terwijl ik mij op het terras bij de boerderij tegoed deed aan een heus broodje geitenkaas maakten we ons weer op voor de voortzetting van onze wandeling.


Grote vijvers, enorme grasvelden, bomen waarvan de knoppen bijna letterlijk op knappen stonden en op nog veel meer natuurschoon werden we getrakteerd. Op een gegeven moment zag ik dat er her en der in het Amsterdams Bos ook kunstwerken stonden, zo viel mijn oog op een robuust graniet beeld, dat ik gelijk herkende door zijn stijl en abstractheid, het was onmiskenbaar een sculptuur van de Duitse beeldhouwer Ulrich Rückriem (geb. 1938). Hij maakt bij het creëren van zijn kunstobjecten gebruik van explosieven en grote zagen zoals ook duidelijk bij dit beeld in het Amsterdamse Bos te zien was. Het resultaat van zijn manier van werken is dat je uiteindelijk in het definitieve kunstwerk duidelijk de grondvorm van de originele steen blijft zien en ook de sporen van het werkproces, zoals bijvoorbeeld de gaten waar de explosieven zaten en ook de ruwe zaagranden opvallend aanwezig zijn. De monumentale kunstwerken van Rückriem zouden tot ‘Minimal Art’ gerekend kunnen worden en passen perfect in de openbare ruimte, daarom staan zijn werken in vele Duitse (beelden)parken. 


In het Amsterdamse Bos staan zelfs twee kunstwerken van Rückriem, die trouwens zijn carrière ooit begon als steenhouwer bij de restauratie van de dom in Keulen.

Ook bij het tweede beeld van Rückriem dat ik een tijdje later tijdens mijn wandeling tegenkwam viel weer het ‘ambachtelijke’ ruwe steenhouwen op en dit keer zag ik dat de genoemde gaten waar ooit de explosieven in hadden gezeten, uitermate geschikt waren als ‘winterschuilplaats’ voor honderden lieveheersbeestjes, die nu massaal naar buiten kwamen omdat ze gewekt werden door de warme voorjaarszonnestralen. Wat een bijzonder gezicht was dit; de grote hoeveelheid lieveheersbeestjes lieten het beeld letterlijk tot leven komen.

Rückriem was jarenlang professor aan de Kunstakademie Düsseldorf en past hier in een rij van beroemde andere naoorlogse kunstenaars zoals Josph Beuys en Jörg Immendorf die hier ook ooit les gaven. Tegenwoordig leeft en werk Rückriem in het gehucht Clonegal op het plattenland van Ierland.

Figuurlijk dwaalden mijn gedachten door deze beelden helemaal af van de plek waar ik liep, namelijk door het Amsterdamse Bos. Ik zag dat ik ondertussen de kop van de Bosbaan naderde en dat betekende dat ik bijna bij de uitgang van het bos was aan de zijde van de Amstelveense weg in Amsterdam-Zuid. Na een korte pauze met uitzicht op de genoemde bosbaan vervolgde ik de laatste etappe van mijn wandeling; langs de gebouwen van de Vrije Universiteit, waar ik ooit mijn studie Kunstgeschiedenis had doorlopen, vervolgens passeerde ik de hoogbouw van de Zuid-As om uiteindelijk het laatste stukje van mijn tocht door het Beatrixpark af te leggen. Ik zag, toen ik het park inliep, het hoofdkantoor van de verfproducent Akzo-Nobel dat hier sinds kort is gevestigd. Op de begane grond van hun nieuwe kantoor kun je door de ramen hun imposante kunstcollectie zien, die ik laatst op mijn gemak al eens bekeken had.


Leuk om te vermelden is trouwens het feit dat de Amici van KUNSTSTAD binnenkort met mij deze kunstcollectie tijdens de speciale Matinee Exclusive gaan bekijken en waarbij we een rondleiding krijgen langs de expositie.

Na nog enkele honderden meters kuieren was ik thuis en keek ik terug op een prachtige wandeling waarbij ik weer schitterende indrukken had opgedaan.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


0 commentaren

De ontvoering van Europa

Tijdens recente Nederlandse verkiezingen kwam regelmatig het thema Europa en de E.U. (Europese Unie) ter sprake. Sommige politieke partijen zijn een verwoed voorstander van deze Europese samenwerking en andere stromingen in de politiek zijn een fervent tegenstander van dit fenomeen. Mijn mening als het hierom gaat is neutraal, ik ben echter wel echt een fan van het werelddeel Europa an sich. Maar mijn liefde voor dit continent heeft niets te maken met het politieke systeem van de E.U. want dit staat natuurlijk niet gelijk aan de prachtige zaken die ons schitterende werelddeel ons te bieden heeft. Ik schreef al eens eerder dat ik de diversiteit van Europa geweldig vind en dat een eventuele politieke eenheid niet tot een culturele eenheidsworst moet gaan leiden, met Europese steden waar alleen nog maar dezelfde winkels en restaurants te vinden zijn zoals McDonalds, Starbucks, H&M, en Peek & Cloppenburg. 

De laatste tijd, als ik weer eens lees over wat onder meer ‘de Grieken’ ons zogenaamd in Europa allemaal aandoen, moet ik denken aan een oud Grieks verhaal.


De naam Europa heeft zijn oorsprong namelijk in de Griekse Mythologie. De Griekse oppergod Zeus werd ooit verliefd op een Fenicische prinses genaamd Europa en om haar voor zich te winnen veranderde Zeus zich zelf in een witte stier. Deze vermomming was ook bedoeld om zich aan het oog van zijn jaloerse vrouw, de Godin Hera, te onttrekken.

Een zeer oude versie van dit verhaal van Zeus en prinses Europa is te zien op een fresco uit Pompeï die tegenwoordig in het Nationaal Archeologisch Museum in Napels tentoongesteld wordt. We zien op deze oude schildering Europa op de rug van de stier (Zeus) staan afgebeeld, met wat vriendinnen er om heen. Het verhaal gaat namelijk dat de jonge Europa op een dag met haar vriendinnen, waarschijnlijk hofdames, aan het spelen is op het strand in de buurt van Sidon (een plaats ergens in het huidige Libanon). Van een afstand werd Zeus getroffen door de charmes van deze jonge knappe prinses. Zogezegd vermomd als stier komt Zeus naderbij tot het groepje jonge dames. De vriendinnen zetten prinses Europa aan om op de rug van de ogenschijnlijke tamme stier te gaan zitten.

Deze scene is behoorlijk vaak in de kunstgeschiedenis afgebeeld. Een zoetsappige versie is geschilderd in 1747, door de Franse schilder François Boucher, die tegenwoordig in het Louvre te zien is. Naast de schaars geklede Europa en wulps uitziende vriendinnen zien we op dit schilderij ook nog talrijke cupidootjes boven Europa vliegen en in de nabij gelegen zee liggen allerlei zeegoden. Het lijkt of op het schilderij echt een feestje gaande is!

Op een kunstwerk van Peter Paul Rubens uit het Prado Museum in Madrid, met dit zelfde thema, is te zien wat er vervolgens in het mythologische verhaal gebeurt. Terwijl prinses Europa spelenderwijs, door haar vriendinnen aangemoedigd, op de stier is geklommen, loopt het beest eerst rustig, maar aanstonds steeds sneller, naar de zee en springt er vervolgens in. Europa klemt zich, zoals op het schilderij van Rubens te zien is, aan de rug van de stier vast terwijl op de waterkant haar vriendinnen in paniek aan het schreeuwen zijn. Dit werk van de Vlaamse meester Rubens is trouwens een kopie van een zelfde schilderij van de Italiaanse Renaissance meester Titiaan, die dit ooit voor de Spaanse koning Filips II schilderde.


Hetzelfde moment uit de Europa-mythe is trouwens te zien op een werk van Rembrandt, waarbij niet alleen de vriendinnen om de kant in paniek staan te schreeuwen maar waarbij ook een koets te zien is met een verbouwereerde koetsier die het hele schouwspel in verbijstering gadeslaat. 

Uiteindelijk zal de stier haar meenemen naar het Griekse eiland Kreta, waar hij zich aan Europa openbaart als de God Zeus. Vervolgens bedrijven Europa en Zeus met elkaar de liefde en zal zij later een kind van hem baren. Het hele werelddeel boven Kreta zou voortaan de naam hebben van deze Fenicische prinses!


Met name het ontvoeringsmoment van Europa blijft een geliefd thema. Grappig is het feit dat op het geld, waar de eenheid van ons werelddeel nu een beetje op vast lijkt te lopen, ook de als stier vermomde Zeus en prinses Europa zijn afgebeeld. Dit is namelijk het geval op de twee euromunt uit Griekenland. Is dit symbolisch voor het gevoel dat de huidige Grieken op dit moment hebben? Voelen zij zich nu ook niet een beetje ontvoerd door de strenge monetaire maatregelen van de EU?

Als een soort prefiguratie van wat ooit zou gaan komen lijkt het oude voormalige bankbiljet van vijf Duitse mark met de prominente afbeelding van een zelfverzekerde Germaans aandoende prinses Europa op een onderdanige stier wel heel toepasselijk. Het lijkt wel of de Duits ‘vijf mark Europa’ zich supermachtig voelt en terwijl ze de oprijzende zon vast houdt, triomfeert zij tegelijkertijd over de Griekse nederige Zeus.


Zou Europa op dit moment wederom ontvoerd worden? En wie is dan de vermomde stier?

 

Marcel Verhoeven 

Europakenner

 

"Mij bekruipt, hoe weet ik niet, een zalig gevoel”

Met veel plezier en inzet ben ik altijd op zoek naar leuke plekken in Europese steden, naar een prettig en centraal gelegen onderkomen en naar de meest comfortabele manier om op die plaatsen te komen. Tijdens mijn vele reizen ben ik dus eigenlijk voortdurend bezig om mooie (vakantie)reizen, voor onze klanten, te bedenken en samen te stellen. Het is dan ook een soort beroepsdeformatie dat ik eigenlijk altijd, waar ik ook kom aan het nadenken ben of de locatie geschikt zou zijn om hier tijdens een reis van KUNSTSTAD terug te komen. Zou onder andere het restaurantje waar ik op dat moment zit geschikt zijn voor mijn gasten? Voldoet het hotel waar ik verblijf aan de eisen die ik stel aan een type hotel voor een KUNSTSTAD-reis?

De ideale reis is echter niet altijd alleen op rationele gronden onder woorden te brengen. Een goed hotel bijvoorbeeld kan in eerste instantie aan veel van onze wensen en behoeften voldoen maar toch uiteindelijk niet geschikt zijn voor één van onze KUNSTSTAD-reizen. Waar ligt dat aan?


Dit komt door het feit dat een hotel waar ik wil verblijven ook ‘goed moet voelen’. In de eeuwenoude Chinese filosofie zegt men dat het met de feng shui te maken heeft. Volgens deze Oosterse leer creëert een harmonieuze en prettige omgeving een gevoel van welzijn en geluk. Dit klinkt misschien wat hoogdravend maar het blijkt echt zo te zijn, want ik heb het al vele malen mogen ervaren. Om met de woorden van Goethe te spreken, ik kom wel eens op plekken waar ik kan zeggen: “Mij bekruipt, hoe weet ik niet, een zalig gevoel”.

Wat trouwens ook een rol speelt om dit prettige gevoel te krijgen is je eigen gemoedstoestand. Heb je bijvoorbeeld vlak voor je op reis gaat voor je examen een onvoldoende gehaald of heb je zojuist ruzie gehad met een goede vriend, dan is je humeur natuurlijk niet opperbest als je met je koffer op de luchthaven staat. De kans is zelfs aanwezig dat door je algehele persoonlijke (mineur) stemming een aantal zaken flink tegenvallen na de aankomst op je vakantielocatie. 


Wellicht heb je zo’n situatie wel eens meegemaakt en komt je dit gevoel bekend voor. Niks lijkt dan te deugen en het kost je echt moeite om weer een beetje in een positieve modus te komen.

Andersom kan het natuurlijk ook. Alvorens je op reis gaat heb je net een paar mooie dingen meegemaakt, je bent in een jubelstemming en je humeur is opperbest. Je komt op de plaats van bestemming en je merkt dat je geboekte hotel een aantal gebreken vertoont maar het maakt je eigenlijk niet uit want je voelt je zo goed dat je dit soort dingen wellicht over het hoofd ziet of je neemt ze letterlijk en figuurlijk voor lief.

Zoiets maakte ik bijvoorbeeld mee toen ik één van de eerste reizen maakte met Alzia toen ze slechts een paar maanden oud was en dat was naar New York. Ik was (en ben nog steeds) in de zevende hemel met dit kleine meisje en we belandden in New York de eerste nachten in een Radisson Hotel, gelegen midden op Manhattan. De kwaliteit van dit hotel was abominabel slecht en helemaal niet zoals we van deze keten gewend waren. Maar wat hebben we een fijne tijd gehad, want ik was immers in de wolken met mijn kleine meisje. En als je in opperbeste stemming ergens aankomt zoals ik al schreef dan accepteer je al snel veel meer en ben je minder snel geïrriteerd dus dat was in het genoemde New Yorkse hotel ook het geval.

En stel je eens voor dat de plek waar je verblijft dan ontzettend goed bevalt en je zit bijvoorbeeld voor de derde keer op dat pittoreske pleintje ergens in Florence en de ober komt weer met dat heerlijke glaasje witte wijn aan, dan wil je gevoel eigenlijk voor altijd vasthouden. 


In je opperbeste stemming vraag je hem of je een flesje van deze exquise wijn kunt kopen om mee te nemen naar huis. Wekenlater terug in Nederland besluit je op een druilerige namiddag om die heerlijke fles wijn te openen. En dan gebeurt er wat raars. Hij smaakt anders en is lang niet meer zo lekker als in je gedachten daar op dat Italiaanse pleintje. Er is echter niets met de wijn aan de hand, hij is niet bedroven. Maar het gevoel is anders. Gelukkig komt de herinnering langzaam weer terug aan die mooie tijd in Italië en dat zonovergoten terras daar bij de Piazza Santa Spirito in Florence.

Gevoel en stemming blijken dus enorm van belang en een groot effect te hebben op je reis.

Fijn om te weten dus dat je zelf behoorlijk veel invloed hebt op hoe je je reis ervaart.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verwonder je in het Archeologisch Museum in Napels!

Volgend maand gaan we met een groep geïnteresseerden naar de indrukwekkende stad Napels en ik ben druk bezig met de voorbereidingen voor deze reis. Deze bijzondere plek is voor een bezoeker echt een enorme wervelende belevenis waarbij je zintuigen te kort komt om alles in je op te nemen. Typische Italiaanse reuring omringt je eigenlijk voortdurend in Napels en alhoewel dat zeer vermakelijk kan zijn, is het een aangename afwisseling om één van de Napolitaanse musea binnen te stappen. Eigenlijk staat het Nationaal Archeologisch Museum boven aan het lijstje van musea in Napels die je moet bezoeken. De oudheidkundige kunstcollectie van dit museum kan wedijveren met die van het Capitolijns Museum in Rome en met die van het Vaticaansmuseum.

Als je de grote statige hal van het Archeologisch Museum hebt betreden, zoals ik een paar maanden geleden weer deed, dan voel je al direct dat dit een toonaangevend museum is. 


De ontvangstruimte is statig, ruim en her en der staan monumentale sculpturen van Romeinse keizers die meer dan 1800  jaar geleden over het enorme Romeinse Rijk regeerden. Vervolgens wandel je de eerste tentoonstellingsgalerij binnen en daar lijken de marmeren standbeelden nog groter dan in de entreehal. Opvallend is een enorme buste van keizer Vespasianus, die doordat hij kaal was een beetje een eierhoofd had. Het noodlot heeft er voor gezorgd dat bij zijn sculptuur het bovenste deel eraf geslagen is, net als een 'eitje'. Er ligt nog net geen gigantisch eierlepeltje naast.

Ook het beeld van de zogenaamde Hercules van Farnese maakt op de toeschouwers een grote indruk en is niet voor niets één van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis. Maar echt in overtreffende trap is de marmeren beeldengroep met de titel ‘De Farnesische Stier’, dit is het grootste sculpturenensemble dat over is gebleven uit de klassieke oudheid. Het kunstwerk geeft een mythisch verhaal weer van de bestraffing van Dirce. Zij was de tweede vrouw van de koning van Thebe, die zijn eerste vrouw Antiope verstoten had. Dirce wilde Antiope aan de horens van een stier laten vastbinden. Zetas en Amphion, zonen van Antiope en oppergod Zeus, redden hun moeder en bonden daarentegen Dirce  vast aan de stier. Al de genoemde figuren zien we levensgroot in deze beeldengroep terug en het is een feest om naar te kijken.

De mozaïeken en schilderingen in het museum, die afkomstig zijn uit de omgeving van Napels waaronder uit Herculaneum en Pompeï, zijn ook echt de moeite waard. Je krijgt door de genoemde kunst echt een beeld van hoe samenleving rond 79 na Christus eruit zag, dat was het moment dat de nabij gelegen Vesuvius de genoemde plaatsen onder een asregen bedolf.

En misschien komt toch ook wel een deel van de bezoekers van het Nationaal Archeologisch Museum speciaal voor het ‘Gabinetto Segreto’. Dit ‘geheime kabinet’ herbergt de Romeinse erotische kunst waarbij op sommige schilderingen of sculpturen niets aan de verbeelding wordt overgelaten. Je ‘struikelt’ bijna figuurlijk over talloze fallussymbolen, die allerlei functies in de oudheid hadden. Een groot aantal werd bijvoorbeeld gebruikt als olielamp. Op schilderingen die eveneens afkomstig zijn uit Pompeï en Herculaneum zie je koppels in allerlei standjes gemeenschap hebben en het is natuurlijk fascinerend om naar te kijken. Eén sculptuur is zelfs voor sommige mensen vandaag de dag nog shockerend en daarom ook meteen één van de beroemdste kunstwerken van dit deel van het museum; het is de bosgod Pan die copuleert met een geitje. 

Zoals je begrijpt heb ik slechts een klein deel van de oudheidkundige collectie van het Nationaal Archeologisch Museum van Napels beschreven en waarschijnlijk ben je nu al nieuwsgierig geworden en sta je te popelen om dit museum eens te gaan bezoeken. Ik zou dat zeker eens doen!

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

 

Mocht je mee willen naar Napels dan kan dat, er zijn nog twee plaatsen vrij voor deze interessante reis

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Ja, ook hier maken wij schoon!

Een van de belangrijkste zaken van een horecagelegenheid vind ik de hygiëne. Als een restaurant, bar of hotel vies is dan kunnen alle andere facetten nog zo goed zijn, maar dan vertrek ik zo snel mogelijk. In een eerder blog schreef ik al eens over schimmel in hotelbadkamers. Een onnodig fenomeen dat zeker te voorkomen is. De badkamer is natuurlijk gevoelig voor vuil en viezigheid, maar als er goed wordt schoongemaakt en de bouwconstructie goed is uitgevoerd dan heb je in deze natte ruimtes eigenlijk geen probleem met hygiëne.

Hetzelfde geldt voor de toiletten in restaurants en cafés. De properheid laat hier vaak te wensen over. Ik begrijp dat deze wc-ruimte door heel veel mensen gebruikt wordt. Het bijhouden van de hygiëne op deze plek is daarom des te belangrijker. Medewerkers moeten regelmatig de toiletruimte inspecteren, reinigen, opfrissen en aanvullen met artikelen.

Ik heb voor mezelf een soort test gecreëerd.


In mijn optiek is het zo dat het toilet van een gelegenheid laat zien hoe het verder met de kwaliteit en hygiëne van de zaak is gesteld. Is de ‘kleine ruimte’ vuil, is er geen zeep en toiletpapier voorhanden of kun je je handen niet drogen, dan vertelt mij dit dat ik van de rest van de zaak ook niet veel hoef te verwachten. Uit ervaring weet ik dat ik 9 van de 10 keer dan gelijk heb. Mocht je deze test zelf eens willen uitvoeren dan is het een tip om zo snel mogelijk na binnenkomst in een restaurant naar het toilet te gaan om daar polshoogte te nemen. Is de wc vies en niet in orde verlaat het etablissement dan maar want dan weet je dat de rest dat je te wachten staat ook niet veel soeps is.

Niet alleen badkamer en toilet dienen goed gereinigd te worden, maar in een hotel is het natuurlijk ook noodzakelijk om de openbare ruimtes en uiteraard de hotelkamers goed schoon te maken en te houden.


Zoals je weet verblijf ik beroepsmatig bijna alleen maar in 4 en 5-sterren hotels. Je mag dan verwachten dat de kwaliteit van alle diensten dan op een bepaald hoog niveau is. Helaas is dit echter niet altijd het geval en val je soms van de ene in de andere verbazing.

Zo verbleef ik eens in een hotel dat het mijns inziens erg bont maakte. Ik liet in mijn hotelkamer iets vallen op de grond, dat daarna onder de kast rolde. Ik zakte door mijn knieën op zoek naar het voorwerp en keek daarbij dus toevalligerwijs onder het dressoir, wat je normaal gesproken niet zo snel doet.

Ik was geschokt, wat lag daar een troep en een stof! Daar was zeker al weken, zo niet maanden, niet meer gestofzuigd. Naast dat de vloer daar dus stoffig was lag er onder meer een oude stadsplattegrond, twee kroondoppen van bierflesjes, twee schroefjes (?), twee onderzetters, een zwart plastic ding waarvan ik nog steeds niet weet waar het voor diende en zelfs een paaseitje, terwijl het paasfeest al weer maanden achter ons lag. Ik zat toen zelf al een aantal nachten in die hotelkamer, dit betekende dus dat er zeker een aantal dagen niet was schoongemaakt, maar zoals gezegd denk ik dat de troep onder de kast de oogst was van minimaal vele weken. Ik heb alles onder de kast laten liggen om te testen of het de komende dagen van mijn verblijf alsnog weggehaald zou worden, helaas met een negatief resultaat.

Wat de reden voor het slechte schoonmaken is kan ik niet met zekerheid zeggen. 


Wat mij wel opviel is dat de kamermeisjes erg gehaast overkwamen, misschien hadden zij de opdracht gekregen om zoveel mogelijk kamers in een zo kort mogelijke tijd schoon te maken. Dan nog vind ik het een raadsel dat het onder de kast zo vies was. Ik ben zelf eens een tijdje hoofd housekeeping geweest in een hotel in Amsterdam. Eén van de dingen die tot mijn taken behoorde was dat ik de kwaliteit van het schoonmaken moest beoordelen. Aan de hand van een checklist liep ik de kamers af en ging ik letterlijk op mijn knieën om onder de kasten te kijken en met mijn vinger over de schilderijen om te controleren of het ook daar schoon was. Je zou dus zeggen dat bij de controles dit achterstallige schoonmaakwerk aan het licht moest komen.

Uiteraard heb ik het hotel geïnformeerd over mijn vondst onder de kast en ze zouden de medewerkers van housekeeping hierop aanspreken.

Gelukkig kom je het regelmatig ook anders tegen en wordt er wel zoals het hoort veel aandacht besteed aan het schoonmaken van de kamers. Zo verbleef ik eens in een hotel in Los Angeles. Toen ik daar de badkamer uit kwam lopen viel mijn blik op de vloer onder het bed. Ik zag daar iets geels liggen en dacht dat de vorige gast misschien iets vergeten was mee te nemen. Ik tilde het bedsprei een beetje op om beter te kunnen zien wat daar nu precies lag. Toen ik ontdekte wat dat gele item was kwam er een lach om mijn mond. Het was namelijk een bordje dat daar neergezet was door de hotelstaff, waarop geschreven stond: “Yes, we also clean here!”. Dit wekt vertrouwen!

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Een portje in Porto

Zoals velen weten ben ik geïnteresseerd in allerlei uiteenlopende facetten van de kunst en cultuur. Het heerlijkste vind ik het om op ontdekkingstocht te gaan en de prachtigste plekjes – en dat zijn er veel – met eigen ogen te gaan bekijken. Echter ik vind het ook een groot genoegen om van mijn belevenissen en ontdekkingen verslag te doen. Aankomende weekend zal ik dit dan ook weer doen. Aanstaande zaterdag zal ik met veel passie en overgave over Porto, de tweede stad van Portugal, vertellen. Het mooie Porto heeft echt mijn hart gestolen en dit gebeurde afgelopen feestdagen toen ik meer dan tien dagen een bezoek aan deze havenstad bracht. 

Het was heerlijk om op deze inspirerende plek zowel de kerstdagen als het oudejaarsfeest te mogen vieren. En op dit moment ben ik zogezegd bezig een boeiende presentatie af te ronden waarbij ik deze typische kunststad zo goed mogelijk in de schijnwerpers wil zetten. 


Ik zal er geen doekjes om winden, maar ik hoop natuurlijk dat na mijn vlammende betoog een (groot) deel van mijn toehoorders besluit om met mij dit najaar mee te gaan naar Porto, want ik sta te popelen om je niet alleen virtueel maar ook in het echt kennis te laten maken met deze stad. 

De meeste mensen denken bij het horen van Porto meteen aan de bekende Port-wijn, waarvan de stad inderdaad de naamgever is. Als je midden in de stad, in de oudste wijk met de naam ‘Ribeira’, staat heb je uitzicht over de rivier de Douro en tevens kijk je dan op de zusterstad van Porto aan de andere kant van de oever van de rivier genaamd Vila Nova de Gaia. In Gaia (zoals de stad ook wel afgekort genoemd wordt) bevinden zich de beroemde porthuizen  die vanaf een afstand zijn te ontwaren omdat zij zich met enorme grote ‘billboards’ kenbaar maken die je vanaf een afstand vanuit het centrum van Porto goed kan lezen: namen als Taylor, Kopke en Sandeman roepen direct herkenning op. 

Opvallend is dat veel Porthuizen Engelse namen hebben en dat komt door de sterke band van de portwijn met Engeland. Bijna anekdotisch is het verhaal hoe port ontstaan zou zijn. De Engelsen hadden een paar eeuwen geleden weer eens oorlog met de Fransen en dat bracht met zich mee dat de elite in Engeland verschoont bleef van wijn, immer Frankrijk was toen ook al de grootste wijnproducent. De Engelsen gingen daarom samenwerken met de Portugezen rond de stad Porto en het nabijgelegen achterland. Het duurde helaas te lang om de Portugese wijn ‘vers’ in Engeland te krijgen want door de lange (boot)tocht was veel wijn bedorven. De Engelsen besloten om aan deze wijn uit Porto en omgeving een hoeveelheid brandewijn (‘Brandy’) toe te voegen waardoor het alcoholpercentage van de Port-wijn omhoog ging.


Zo behield de wijn ook veel restsuikers zodat port een zoetere smaak heeft dan een normale wijn. Ik zag trouwens ook een Nederlands klinkende naam bij één van de porthuizen staan namelijk ‘Niepoort’. Dit historische porthuis is in 1842 opgericht en vanaf het begin in handen van de Nederlandse familie Van der Niepoort. Inmiddels staat Dirk van der Niepoort aan het roer van het familiebedrijf en is daarmee de vijfde generatie.

Zo krijgt Port opeens ook een klein Nederlands tintje. Er zijn trouwens meer Nederlandse invloeden in Porto te vinden zoals het opvallende Casa da Música, een groot muziekgebouw dat plaats biedt aan meer dan 1200 bezoekers en dat ontworpen is door onze eigen Rem Koolhaas. Het witte gebouw is opvallend door zijn gestileerdheid en strakke vormen en zou een hoogtepunt zijn in 2001, het jaar dat Porto culturele hoofdstad was, maar door wat tegenslagen liep de bouw vier jaar uit en werd het pas op 14 april 2015 geopend. De architectuurliefhebber en fan van Koolhaas mag dit stukje moderne bouwkunst niet missen.


Je merkt al ik raak niet uitgepraat over Porto en dan heb ik nog niet eens stil gestaan bij de oude Kathedraal, de authentieke historische gebouwen, de schitterende pleinen en nog veel meer schitterende bezienswaardigheden die de stad rijk is. Graag vertel ik er aankomende zaterdag veel meer over. Kom je ook naar deze presentatie van mij?

  

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Verjaardagsfeesten en andere partijen

Te veel indrukken en prikkels. Soms heb je er gewoon geen zin in. Dan heb je behoefte aan een beetje rust aan je hoofd. Helemaal als je een druk en hectisch leven leidt. Heerlijk is het dan om in de rustgevende sfeer van een luxe hotel te verblijven. Een fijne kamer, een prachtig ruime lobby, een sfeervolle bar en personeel dat zelfvertrouwen en kalmte uitstraalt. Dan kun je echt even tot rust komen.

Helaas tref je niet in elk hotel altijd deze rust en sereniteit aan. Sommige hotels kiezen er namelijk voor om naast een hotel ook een soort ‘party centrum’ te zijn, waar allerlei feestjes en (verjaardags)partijen kunnen plaatsvinden.

Zo zijn er zelfs plekken die echt bekend staan als goede locatie voor familiefeesten en andere samenkomsten. Wellicht ken je het wel, iedereen wordt opgetrommeld. Opa en oma trekken hun allermooiste kleding aan. Alle kinderen zijn van de partij en een enorme schare kleinkinderen springt blij en uitgelaten rond. 


Op een afstand heb ik dit fenomeen in hotels wel eens gadegeslagen; er wordt uitbundig met elkaar gepraat, er wordt uiteraard veel gegeten en dito gedronken en men is er eigenlijk wel een beetje trots op dat men het feest met de hele familie in het chique hotel kan vieren.

Voor grote hotels is het laten plaatsvinden van dit soort verjaardags- of bruiloftsfeestjes met name in het weekend een interessante bron van extra inkomen. De zalen die door de week vaak voor bedrijfsverhuringen worden gebruik zijn nu een onderdeel van het ‘partycentrum’ en het hotelpersoneel is geïnstrueerd om dit soort grote groepen een gezellige middag of avond te geven.

Zoals je weet komen wij met KUNSTSTAD regelmatig in het Van der Valk Breukelen. Ook daar vallen me een aantal zaken op die met het bovenstaande van doen hebben.

Een jaar of twee geleden had ik een keer een zakelijke afspraak in het hotel en wat een drukte kwam ik daar onverwacht tegen. 


'Je kunt me misschien een beetje een zeur vinden maar ik vind die enorme ‘explosie’ van al die uitgelaten feestgangers soms irritant'



Het hele parkeerterrein stond vol met auto’s en het krioelde er van de mensen, die verbazingwekkend allemaal in het wit gekleed waren en er erg feestelijk uitzagen. Ik vroeg aan één van de feestgangers wat er aan de hand was en waar het feestje plaatsvond. Het was gelukkig niet in het Van der Valkhotel want dan zou het met zoveel mensen wel een dolle boel zijn geworden met alle (lawaai) gevolgen voor de hotelgasten van dien. Maar wat bleek, ze gingen naar een concert van de Toppers en het Van der Valk was een goed punt om samen te komen. Het bleek bij dit nette viersterrenhotel in Breukelen heel gangbaar dat groepen met vrienden en collega’s vanaf hier vertrekken naar concerten in de Ziggo Dome, de Heineken Music Hall of in de Arena en het wordt zelfs door het hotel als arrangement aangeboden. Men kan bij Van der Valk goed de auto kwijt, het parkeren is gratis en naast de deur stopt te trein die ook een halte heeft vlakbij de bovengenoemde muziekpaleizen. Het is er dus regelmatig een komen en gaan van mensen en dat kunnen er, en ik praat uit ervaring, heel heel veel zijn. 


Je kunt me misschien een beetje een zeur vinden maar die enorme ‘explosie’ van al die uitgelaten feestgangers, die met grote getale in korte tijd de hele lobby, receptie, bar en andere ruimtes bezetten, kunnen mij enorm irriteren.

In dit zelfde kader plaats ik de verjaardagsfeestjes van families waar ik mijn verhaal deze week mee begon. Afgelopen zondagochtend en middag bleek het een drukte van jewelste in Breukelen, want de beroemde zondagmiddagbrunch vond plaats. Ook tijdens dit festijn worden weer hele families opgetrommeld. Als je nietsvermoedend denkt hier rustig wat te komen lunchen dan schrik je van het gewoel van mensen, die met een bord in hun hand, zich langs de buffetten begeven. Dit geheel komt soms erg chaotisch en onrustig over en straalt in mijn ogen weinig luxe en romantiek uit. 

Afgelopen zondag heb ik dit fenomeen na lange tijd weer moeten ervaren en het was niet zo aan mij besteed en dan druk ik mij slechts zacht en beleefd uit. Ik had een lunch besteld tijdens de pauze van onze cursus in Breukelen, waarbij de accommodatie voor het geven van lezingen trouwens uitstekend is. Maar opeens belandden we in een grote zaal in een ‘andere wereld’ met feestvierende families en het was niet echt de plek waar we even konden ‘bijtanken’ voor de middagsessie van een cursus. Gelukkig moesten de deelnemers er wel een beetje om lachen en had men er geen problemen mee, maar ik streef altijd naar optimale omstandigheden en ik heb er achteraf toch wat van gezegd tegen de general-manager van het hotel. Ik vermoed echter dat men met mijn opmerkingen niet veel doet aangezien al de genoemde partygangers een belangrijke bron van inkomsten voor het hotel zijn. Ik blijf echter bij mijn bekende standpunt dat ik een hotel in eerste instantie zie als een plek waar gasten eten en slapen en dat in alle rust willen doen. Maar goed, wie ben ik?

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


‘Waar is het feestje? Hier is het feestje’

Met enige verbazing maar ook met veel plezier stond ik van de week op het strand van Málaga te kijken naar een rituele verbranding van een enorme vis die gemaakt was van piepschuim en plastic. Het ging om een uit de kluiten gewassen boqueron, een visje dat één van de specialiteiten van de Malaguenese keuken is. Deze ansjovis, zoals een boqueron in het Nederlands wordt genoemd, is normaal een heel klein beestje dat niet groter dan 20 centimeter wordt, maar voor de carnaval hier in Málaga wordt er een enorm exemplaar van een meter of tien gemaakt, die tijdens een optocht door de straten van de oude stad richting de kust wordt vervoerd om zogezegd uiteindelijk in de fik te worden gezet.

De reden dat men in Málaga tijdens carnaval met een gigantische ansjovis loopt te zeulen is vanwege het feit dat men de inwoners van deze mooie historische stad aan de Costa del Sol in heel Andalusië vaak ‘uitscheldt’ voor boquerones


Deze bijnaam hebben de Malagueñas, de officiële naam voor de inwoners van Málaga, gekregen omdat ze al eeuwen lang ansjovissen, sardines en andere kleine visjes die dicht bij de kust in scholen voorkomen vangen en die vervolgens in talloze chiringuitos (strandrestaurants) oppeuzelen. Dus het kleine visje staat synoniem voor Malagueñas en tijdens een uitgelaten carnavalsfeest is men ook trots op deze vis die uiteindelijk tot geuzennaam is uitgegroeid.

Alhoewel ik zelf van huis uit geen vierder van het carnavalsfeest ben, vind ik het wel vermakelijk om al die uitgedoste en verkleedde mensen in een stoet achter de enorme boqueron te zien lopen. 

Als kunsthistoricus komen bij mij gelijk allerlei associaties op waaronder een schilderij met een carnavalsscène dat de beroemde Spaanse schilder Francisco de Goya zo’n 200 jaar geleden maakte en dat zicht tegenwoordig in de kunstacademie van Madrid bevind. Dit werk van Goya heet ‘De Begrafenis van de Sardine’ en het blijkt dat er in de Spaanse hoofdstad een carnavalesk ritueel plaatsvindt rond een ander klein visje, dat niet op het strand gecremeerd wordt, maar ergens midden in Madrid ter aarde wordt besteld.

Of dat prachtige werk met het Carnavalsthema geschilderd door Brueghel dat zich in het Museum van Schone Kunsten in Brussel bevindt en als titel heeft ‘Het gevecht Carnaval en Vasten’. De naam van dit schilderij en wat er op het doek te zien is geeft eigenlijk precies weer wat carnaval is namelijk de strijd tussen de laatste mogelijkheid om nog een keer uit je spreekwoordelijke dak te gaan (ook wel vastenavond genoemd) en de vastentijd; de veertig dagen sober eten (‘vasten’). Deze periode van veertig dagen loopt tot aan het paasfeest en is tevens een tijd van bezinning. Vroeger onthield men zich echt van maaltijden, maar tegenwoordig is dat door de katholieke kerk enorm versoepelt.

In Málaga heb ik het gevoel dat, hoewel velen hier trouw naar de kerk gaan, het carnaval ook gebruikt wordt om weer een feestje te kunnen vieren. 


Vooral optochten doen het hier goed en ik denk nog terug aan een week of zes geleden toen hier met groot bombarie de Drie Koningen met een enorm gevolg door de stad trokken. En nu carnaval bijna achter de rug is maakt men zich hier al weer op Semana Santa. Dit is de Heilige Week of ook wel Goede Week voorafgaande aan Pasen en dit is echt een enorm spektakel. Tijdens diverse processies worden op enorme draagbaars, een Trono genoemd, beelden van de lijdende Christus of van Maria door de stad gedragen. Met name de bijzondere kledij die de dragers en andere leden van de religieuze broederschappen dragen is zeer opzienbarend. De kappen die sommige mannen op hebben tijdens de processie van Semanta Santa zijn zelfs een beetje griezelig om te zien en het roept voor een nuchtere Hollander als ik een beetje vervreemding op als ik de pakken met genoemde hoofddeksels in de warenhuizen te koop zie staan. 


Maar ik denk dan altijd maar 's Lands wijs, 's lands eer, want ieder volk is namelijk gehecht aan zijn eigen gewoonten en het doet er dan ook niet toe of anderen dat maar raar vinden.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Als het maar lekker schoon is

Regelmatig hoor ik mensen die in een hotel overnachten zeggen “Het maakt me niet zo veel uit hoe het hotel er uit ziet, als het maar schoon is”. Ik ben het daar slechts gedeeltelijk mee eens, want zoals je uit al mijn verhalen kunt opmaken is het volgens mij wel degelijke van belang hoe de inrichting van het hotel er uit ziet, dat de sfeer goed is, dat er een lekker ontbijt geserveerd wordt, dat het personeel vriendelijk en professioneel is, dat het centraal is gelegen en ga zo maar door. Natuurlijk vind ik het daarnaast ook  onmetelijk belangrijk dat het hotel goed onderhouden wordt en hygiëne is daar een belangrijk onderdeel bij. 

In de luxe vier- en vijfsterrenhotels wordt meestal veel aandacht aan reinheid besteedt en zie de je werknemers van de afdeling housekeeping continue in de weer met stofzuigers, schone handdoeken en karretjes met daarop onder meer toiletpapier en schoonmaakmiddelen. 


Vaak staan deze schoonmaaktrolleys al vanaf een uur of negen ‘s morgens in de gangen van het hotel opgesteld. Dit is de basis van het kamermeisje, met zoals gezegd daarin alles wat ze nodig heeft om een hotelkamer schoon te maken. Deze wagentjes staan echter geregeld voor de hotelgast enorm in de weg, zeker als je zoals wij met een kinderwagen door de gang loopt. Soms kom je er helemaal niet langs en moet de trolley een heel eind verreden worden om deze te passeren.

Ik heb wel eens gedacht ‘kan dat niet anders? Is er geen oplossing te bedenken waarbij men niet zo’n groot gevaarte nodig heeft dat de halve hotelgang blokkeert?’. Ik fantaseerde daar wel eens over maar tot deze week had ik echter als enige referentie die grote robuuste karren in gedachten, simpelweg omdat dit de enige zijn die ik altijd tegenkwam. Ik dacht dan ook niet dat er andere varianten zouden bestaan.


Ik heb wel eens gedacht

'Kan dat niet anders?'



Deze week verbleef ik genoeglijk en aantal nachten in het fantastische spinsplinternieuwe vijfsterren Miramar Hotel in Málaga. Dit hotel is slechts een aantal weken geleden geopend en kon uiteraard investeren in allerlei nieuwe snufjes en moderne technieken. Eentje daarvan is dat men heeft nagedacht over hoe men het hierboven beschreven dilemma kan benaderen. De keuze die dit vijfsterrenhotel gemaakt heeft is naar mijn menig erg goed. Hoe heeft men dat dan hier opgelost? Eigenlijk heel simpel, door de karren gewoon veel compacter en kleiner te maken en effectief in te richten. Hierdoor nemen ze minder plaats in beslag en het bijkomende voordeel is natuurlijk dat ze door het personeel ook veel beter te hanteren zijn. Het is waarschijnlijk wel zo dat de medewerker een keertje extra terug moet naar de opslagruimte voor allerlei aanvullingen zoals handdoeken en wc-papier, maar dat is denk ik een verwaarloosbaar nadeel.


Het viel me ook op dat ze in dit nieuwe hotel dit concept overal in hebben doorgetrokken, want niet alleen de schoonmaakkarren in de gangen, maar ook die van beneden in de lobby en het restaurant en tevens de wagentjes met aanvullingen voor de minibar zijn een stuk kleiner geworden. Ik kon me dus eenvoudig met de kinderagens door de gangen begeven, zonder obstakels. Heerlijk! Daarbij zien deze karretjes van de housekeeping er ook heel mooi en designvol uit, in tegenstelling tot de ouderwetse logge karren die vaak uitpuilde met ‘troep’ en de verschijning ervan zelfs een beetje armoedig aandeed.

Over schoonmaken van de kamers en de openbare ruimtes gesproken. Van de week maakte ik kennis met de directeur van dit nieuwe hotel. Een erg sympathieke man en ik merkte dat hij met veel plezier een aandacht dit hotel leidt. Hij is zo betrokken dat ik hem  de hele dag zag rondlopen. Gisterenavond laat kwam ik hem nog tegen in de gang op de vierde verdieping, waarbij hij kritisch naar de grond keek. Ik vroeg hem wat hij op dit tijdstip nog aan het doen was en hij antwoordde dat hij controleerde of alles er netjes bij lag, er geen vlekken in het tapijt zaten en er wellicht zaken waren die verbeterd moesten worden. Een goed voorbeeld dus voor zijn personeel, dat onder zijn bevlogen leiding en het juiste handige materiaal vast en zeker geïnspireerd wordt tot het zorgen voor een perfect en schoon verblijf voor de hotelgast.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.


Loop naar de Rambam!

Op dit moment kijk ik uit op het treinstation van de Zuid-Spaanse stad Córdoba, waar ik zo meteen de