Er waren eens vier stadsmuzikanten

Al enkele dagen ben ik in het prachtige Bremen en als ik de naam van die stad noem dan zal bij velen direct het beroemde sprookje van de ‘Bremer Stadsmuzikanten’in de gedachten schieten. Het aloude sprookje is trouwens niet geschreven door de Gebroeders Grimm, echter het werd al vele eeuwen aan de kinderen (mondeling) verteld en het is uiteindelijk slechts op papier gezet door de gebroeders Grimm en vervolgens uitgegeven tezamen met nog meer oude vertellingen. 

Het oeroude verhaal gaat over vier dieren, namelijk een ezel, een hond, een kat en een haan, die allen afgedankt werden door hun eigenaren en elkaar één voor één toevalligerwijs ontmoetten. Ze besluiten om muzikant in de stad Bremen te worden en tijdens hun tocht daar naar toe komen ze langs een huis waar een aantal rovers wonen. Omdat ze ontzettende honger hebben weten ze door op elkaar te klimmen de rovers uit het huis te verjagen, die denken namelijk dat er een spook voor het raam staat, en zo een uitgebreide maaltijd en lekkere slaapplaats te bemachtigen. Aan het einde van het verhaal blijven de vier vrienden in dit huis wonen. Weliswaar is het verhaal natuurlijk veel uitgebreider dan ik hier in een paar zinnen aangeef, maar een feit is dat ze nooit in de stad Bremen aankomen. 


Toch word je in Bremen voortduren herinnerd aan deze zogenaamde ‘Bremer Stadsmuzikanten’. Best begrijpelijk dat de inwoners van Bremen trots zijn op het feit dat zij al eeuwen lang geassocieerd worden met dit beroemde Sprookje. Dus overal in de stad krijg je verwijzingen naar dit vermakelijke verhaal. 

De beroemdste herinnering aan de ‘Bremer Stadsmuzikanten’ is te vinden midden in het centrum van Bremen bij het Oude Raadhuis, want daar staat een opvallende levensgrote sculptuur van de vier dieren die letterlijk op elkaars rug staan. Dit beeld is gemaakt door de Duitse beeldhouwer Gerhard Marcks (1889-1981) en stamt uit 1953. Menige toerist heeft met deze sculptuur op de foto gestaan. Net als bij zoveel beeldhouwwerken in de openbare ruimte is hier ook weer een bijgeloof aan verbonden. In Bremen wordt verteld: "Houdt men de ezel met beide handen vast aan de voorbenen, dan gaat een wens in vervulling." Daarom zijn de voorpoten van het beeld, van alle aanrakingen, glanzend. In geen geval mag men trouwens met maar één hand een been van de ezel vastpakken, want dan zou de ene ezel de andere ezel de hand reiken, zo zegt men in Bremen.


Toch word je in Bremen voortduren herinnerd aan deze zogenaamde ‘Bremer Stadsmuzikanten’. Best begrijpelijk dat de inwoners van Bremen trots zijn op het feit dat zij al eeuwen lang geassocieerd worden met dit beroemde Sprookje. Dus overal in de stad krijg je verwijzingen naar dit vermakelijke verhaal. 

De beroemdste herinnering aan de ‘Bremer Stadsmuzikanten’ is te vinden midden in het centrum van Bremen bij het Oude Raadhuis, want daar staat een opvallende levensgrote sculptuur van de vier dieren die letterlijk op elkaars rug staan. Dit beeld is gemaakt door de Duitse beeldhouwer Gerhard Marcks (1889-1981) en stamt uit 1953. Menige toerist heeft met deze sculptuur op de foto gestaan. Net als bij zoveel beeldhouwwerken in de openbare ruimte is hier ook weer een bijgeloof aan verbonden. In Bremen wordt verteld: "Houdt men de ezel met beide handen vast aan de voorbenen, dan gaat een wens in vervulling." Daarom zijn de voorpoten van het beeld, van alle aanrakingen, glanzend. In geen geval mag men trouwens met maar één hand een been van de ezel vastpakken, want dan zou de ene ezel de andere ezel de hand reiken, zo zegt men in Bremen.

Zogezegd zie je de vier dieren van het sprookje voortdurend op allerlei manieren in Bremen terugkomen, maar de mooiste versie kwam ik van de week tegen in de monumentale Bremer Kunsthalle. Daar staan twee sculpturen die gebaseerd zijn op dit sprookje en gemaakt zijn door de Italiaans Maurizio Cattelan. 

De vermaarde hedendaagse kunstenaar is ondermeer bekend door het driedimensionale ‘zelfportret’ in het Museum Boymans van Beuningen, waarbij hij als sculptuur vanuit de kelder door een gat de museumzaal in kijkt. Ook maakte hij voor de Biennale in Venetië in 1999 een levensecht standbeeld van Paus Johannes Paulus die door een meteoriet getroffen werd en dat baarde best veel opzien. Alhoewel Cattelan talloze kunstwerken heeft gemaakt sprak mij de sculptuur L.O.V.E. uit 1999 in het centrum van Milaan enorm aan. Het is een variatie op de eeuwenoude marmeren handen van de Romeinse Keizer Constantijn die staan het binnenhof van Capitolijnse Museum in Rome. Maurizio Cattelan heeft zijn eigen versie ervan gemaakt en heeft alle vingers van de gigantische hand door het noodlot laten verdwijnen en slecht één vinger is omhoog blijven steken en dat is toevallig de middelvinger, de rest spreekt voor zich. 


Terugkomend op de twee kunstwerken van Cattelan in de Bremer Kunsthalle, die lijken een eenheid te vormen en bij elkaar te horen. Echter de ene sculptuur bestaat uit een opgezette ezel, hond, kat en haan, die vanzelfsprekend levensecht lijken en het andere beeldhouwwerk, dat daar eigenlijk dicht tegenaan staat, is gemaakt van de skeletten van deze dieren. Catellan maakte ze, zoals je wel zou verwachten, niet tegelijkertijd. De versie met de geprepareerde dieren komt uit 1995 en de dierengeraamtes komen uit 1997. Beide werken zijn aangekocht door de Bremer Kunsthalle omdat dit waarschijnlijk de enige plek is waar zij thuishoren. De knekels van de dode stadsmuzikanten zijn een echt vanitassymbool en staan voor de vergankelijkheid van het leven en daarbij ook voor de teloorgang van de vriendschap, die volgens het verhaal immers eeuwig zou duren. 

Inmiddels, terwijl ik over de Markt in Bremen loop, maak ik me op voor het vervolg van de reis, die voert naar Hamburg , de andere havenstad in Noord-Duitsland die vanzelfsprekend ook allerlei verhalen met zich meedraagt. Daar kom ik volgende week graag op terug.

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl





Reactie schrijven

Commentaren: 0