Een Middeleeuws klooster op een vreemde plek

Vele jaren hing naast mijn bureau een reproductie van een schilderij dat ik ooit in New York kocht. Het is een 15de eeuws altaar, genaamde het Mérode-altaarstuk, uit de collectie van de Metropolitan Museum en het is gemaakt door de Meester van Flémalle. Het kunstwerk hangt daar in een hele passende ambiance, namelijk in een middeleeuws kloosterachtig complex, dat een dependance van het Metropolitan Museum is. De plaats van deze zogenaamde ‘Cloisters’, zo wordt deze dependance genoemd, is natuurlijk niet oorspronkelijk, want daar is de geschiedenis van Manhattan veel te jong voor. Dit bijzondere stukje bouwkunst is echter samengesteld uit historische bouwonderdelen van kloosters, kastelen en andere oude gebouwen uit Europa. Toen ik daar rond liep waande ik mij wel in vroegere tijden en de collectie met middeleeuwse kunst kwam er prima tot zijn recht. The Cloisters liggen op een hoge rots aan de rivier de Hudson. Ik had, toen ik er voor de eerste keer naar toe wilde, de stadsbus genomen en reed eerst door de beroemde wijk (of moet ik beruchte schrijven?) Harlem. Het contrast kon niet groter zijn toen ik The Cloisters zo magnifiek zag liggen, ik voelde me niet meer in het moderne New York maar ergens in Frankrijk of Spanje.


Ik liep de rotsberg op en genoot in eerste instantie van het uitzicht. In de verte kon ik aan de overzijde van de twee kilometer brede Hudson-rivier New Yersey zien liggen en ook ontwaarde ik de hangbrug daar naartoe. Ik wandelde door het Fort Tyron Park dat om The Cloisters was gelegen en stond voor de entree van het museumgebouw. Met veel zorg had men alle oude, middeleeuwse fragmenten gebruikt. Een Romaans portaal met timpaan en archivolten fungeerde zelfs als één van de ingangen van de museumzalen. 

De kloostergang deed ook levensecht aan en is een reconstructie van de originele kloostergang van de Franse Abdij van Saint-Guilhem-le-Désert. De rijke Amerikaan Grey Barnard kocht in 1906 de zuilen en beeldhouwwerken van het Franse kloostercomplex aan. Later schonk John D. Rockefeller geld aan het Metropolitan Museum om de middeleeuwse collectie te vergroten en de gronden rond The Cloisters te verwerven. Barnard en Rockefeller kochten nog meer kapellen en gotische hallen en in 1938 ging het vergrootte Cloister-museum voor het publiek open. In The Cloisters wordt vooral middeleeuwse kunst tentoongesteld, met name de Eenhoorn tapijten (Unicorn Tapestries) uit de Zuidelijke Nederlanden, gemaakt aan het eind van de 15de eeuw, zijn zeer de moeite waard. 


Maar echt een hoogtepunt voor mij was het genoemde Mérode-altaarstuk van de Meester van Flémalle. Een inspirerend werk waar ik een binnenkort meer over zal vertellen en waar ik geïnteresseerden dit najaar mee naar toe zal nemen.

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl

 

Kijk verder op de website voor meer informatie over de kunstreis naar New York

Het Merode-altaar (1425) van de Meester van Flémalle in 'The Cloisters' in New York.
Het Merode-altaar (1425) van de Meester van Flémalle in 'The Cloisters' in New York.

Wilt u meer blogs lezen van HospitalityScanner Judith de Groot? Klik hier rechts dan op het 'Stedenkenner' logo.