Edle Einfallt und stille Größe

Vandaag, 14 januari, precies 513 jaar geleden werd door de Italiaan, Felice de Fredi, tijdens het graven in zijn wijngaard de prachtige Laocoöngroep gevonden. Dit beroemde klassieke beeld bevond zich in een onderaardse ruimte waar hij tijdens het spitten tegen aan stootte. Niet ver van deze plek vandaan stond bijna 1500 jaar eerder het ‘Gouden Huis’ van keizer Nero. Het beeld dat hier, na zoveel eeuwen verborgen te zijn geweest, weer gevonden werd stelt Laocoön, een Trojaanse priester en ziener met zijn twee zoons voor. Laocoön wilde de Trojanen waarschuwen voor het gevaar van de list met het paard en dan komen er twee slangen uit de zee gekropen om Laocoön en zijn twee zonen te verzwelgen. Dit dramatische moment is bij dit beroemde sculptuur uitgebeeld. Als het beeld aan het begin van de 16de eeuw wordt gevonden, word direct paus Julius II gewaarschuwd en het wordt naar het Vaticaan gebracht, waar het zich nog steeds in de Vaticaanse Musea bevindt. 

Dit marmeren beeld uit de Romeinse tijd is waarschijnlijk ergens rond 20 voor Christus gemaakt en gaat terug op een Hellenistisch voorbeeld uit de daar aan voorafgaande welvarende Griekse Oudheid. De sculptuur sprak, na zijn vondst, onmiddellijk tot de verbeelding bij vele Renaissance kunstenaars, waaronder Michelangelo. 


Kijkend naar het plafond van de Sixtijnse Kapel, waar aan gewerkt werd ten tijde van de ontdekking van de Laocoöngroep, zie je dat Michelangelo zich voor het uiterlijk van God de Vader, duidelijk heeft laten inspireren door het beeld van Laocoön. Als Michelangelo de sculptuur maakt van ‘de Stervende Slaaf’ heeft hij zelfs voor dezelfde compositie gekozen, namelijk de gebogen arm achter het hoofd. 

Er ontbraken enkele stukken van het beeld toen het gevonden werd, waaronder de rechterarm van Laocoön. De vraag was hoe die ontbrekende arm eruit had gezien. Was deze gestrekt of gebogen? Michelangelo was van mening dat de arm een knik had. Er werd in die tijd echter een wedstrijd gehouden waarbij het idee van een uitgestrekte arm won. Toen er in de afgelopen honderden jaren kopieën van het beeld gemaakt werden, werden die inderdaad uigevoerd met een gestrekte arm. Hiervan kon u jaren lang een voorbeeld zien in de tuin bij het Provinciehuis van Noord-Holland ‘Paviljoen Welgelegen’ in Haarlem. Deze magnifieke kopie is inmiddels al weer enkele jaren gelede verworven door het Rijksmuseum en staat tegenwoordig bij de entree. 


Toen eeuwen later in 1957 tijdens opgraafwerkzaamheden in Rome de originele rechterarm teruggevonden werd bleek hij, zoals Michelangelo al meende, gebogen te zijn. Men besloot uiteindelijk de uitgestrekte arm te verwijderden en het origineel werd na meer dan een anderhalf millennium weer op de originele plek bevestigd. De grondlegger van de studies kunstgeschiedenis en archeologie Johann Winckelman, die begin 19de eeuw onderzoek deed naar de kunst van de Romeinse oudheid, zei, toen hij de Laocoöngroep voor het eerst zag, de woorden: “edle Einfalt und stille Größe”. Hier sluit ik mij volledig bij aan. 

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner

verhoeven@kunststad.nl