Wijn, maar fijn

Mocht je al eens eerder met ons op reis geweest zijn dan weet je dat we tijdens onze kunst- en cultuurreizen ook zeer regelmatig aandacht besteden aan de gastronomie van de plek die we bezoeken. Ik vind dat persoonlijk erg belangrijk aangezien de culinaire gewoontes en gebruiken natuurlijk per bestemming verschillen en als je daar ook kennis mee maakt dan leer je een plek pas echt goed kennen. Zo proeven we als we met een reisgezelschap in Valencia zijn overheerlijke paella aan de bron tussen de rijstvelden waar dit wereldberoemde gerecht ooit ontstaan is , tijdens de reis naar Bilbao bezoeken we de beroemden Rioja-wijnstreek waar we een rondleiding door een aantal zeer bijzondere bodega’s krijgen omringd door de vele wijngaarden, in Milaan proef je met ons vanzelfsprekend een heuse Risotto Milanese en in Warschau krijg je een echte Pierogi voorgeschoteld, dat zijn gevulde deegenvelopjes die typerend voor Polen zijn. Als ik dit zo schrijf loopt het water me al weer in de mond. 

Op dit moment ben ik in Sevilla en geniet ik hier van al het lekkers dat deze Zuid-Spaanse stad te bieden heeft; heerlijke olijven uit de streek, verrukkelijke gazpacho, versgemaakte tortilla, talloze tapas en afwisselende ensaladillas. Voor al deze gerechten kan je me bijna wakker maken. 


Tijdens mijn vele bezoeken aan Sevilla zijn de genoemde lekkernijen dus meestal de dingen die ik nuttig als ik in Zuid-Spanje ben. En wat is er nou lekkerder dan hier een goed glas wijn te drinken? 

Nu ben ik zogezegd al vele malen in Sevilla geweest en ik wist dat er in de buurt van deze stad een groot wijngebied ligt met de naam ‘Condado de Huelva’, maar hier was ik nog nooit geweest en het werd nu wel eens tijd om er naar toe af te reizen. 

Het is net gelegen over de grens van de provincie Sevilla, namelijk in de Andalusische provincie Huelva. Zogezegd wilde ik hier meer over weten en de wijnen uit deze regio beter leren kennen. Dus toog ik een paar dagen geleden naar deze streek toe, waar ik vanaf mijn hotel in Sevilla in iets meer dan een half uur rijden al aanbelande. Ik ging vanzelfsprekend naar deze wijnstreek toe om in eigen persoon kennis te maken met de verschillende wijnen, de talrijke wijnhuizen en pittoreske dorpjes. Wat echter ook meespeelde was dat ik graag wilde onderzoeken of een bezoek aan de wijnstreek Condado de Huelva ook de moeite waard zou zijn voor onze gasten van KUNSTSTAD die ik aankomend jaar mee naar Sevilla ga nemen.

Het allereerste dat mij er opviel was dat het niet erg toeristisch is in dit stukje van Andalusië en dat is natuurlijk een aangenaam voordeel. Ik had er echt een gevoel van authenticiteit en had het besef dat ik niet de platgebaande paden bewandelde. Het was zelfs zo dat de dame die het toeristische informatiebureau in één van de dorpjes bemande slechts alleen Spaans sprak en er slechts een paar folders in het Engels te verkrijgen waren. Dat was dus weer even een mooi moment om mijn Spaans te oefenen. 


Uiteindelijk werd ik toch bij het plaatselijke toeristenbureau een stukje wijzer over de regio en besloot ik om de bodega buiten het dorp, die ik uitgekozen had, te gaan bezoeken. In het wijndorp zelf was er namelijk ook een aantal wijnproductiehuizen waar ik uiteraard ook een kijkje heb genomen, maar die vond ik vanwege hun uiterlijk en ligging toch minder aantrekkelijk. Dit waren merendeel coöperaties die hun druiven van verschillenden boeren in de omgeving ontvangen, machinaal verwerken, bottelen en afleveren aan de groothandels. Dit miste toch een beetje de romantiek en de authenticiteit die ik graag zou zien. Ik was meer op zoek naar dat traditionele wijnbedrijf, met eigen druiven en eigen productieproces met eerbied voor de historische gebruiken en gewoontes. 

Toen ik aan kwam rijden bij de wijnboerderij, vlak buiten het dorpje Villalba del Alcor, was ik gelijk onder de indruk. Wat lag dit huis op een schitterende locatie, midden tussen de druivenranken en de glooiende heuvels. Het zag er prachtig uit. Ik werd er na aankomst gastvrij ontvangen door de wijnmaakster en zij vertelde mij honderduit over de verschillende druiven die men gebruikt, over het klimaat en over het maken van de wijn.


Ik kreeg onder meer de ruimte te zien waar de wijn in vaten van verschillende materialen opgeslagen ligt en ze nam me mee naar de plek waar de wijn gebotteld wordt. Erg interessant. Ik leerde dat het een relatief klein wijnhuis is met een productie van slechts 150.000 flessen per jaar en dat deze niet geëxporteerd worden maar slechts voor de verkoop in Spanje zijn bedoeld. En uiteraard mocht ik de wijn proeven. 

Het interessante is dat men in de buurt van Sevilla trouwens niet alleen wijn van druiven maakt, maar ook van sinaasappels. Het gaat nu een beetje te ver om te vertellen hoe die sinaasappelwijn, de ‘Vino de Naranja' precies geproduceerd wordt, maar erg lekker is hij wel. Misschien een beetje zoet veroorzaakt door de overduidelijke sinaasappelsmaak. Ook deze laatste wijn maakt men bij het genoemde familiebedrijf dat ik ten zuiden van Sevilla bezocht. 

Na mijn bezoek was ik er van overtuigd dat ik dit met mijn gasten wil delen en heb ik een bezoek aan deze wijnstreek en de kleinschalige bodega op het programma gezet tijdens onze kunst- en cultuurreis naar Sevilla aankomend jaar.

Wil je dit en nog veel meer mee maken ga dan natuurlijk met ons mee. Je bent welkom om met ons op reis te gaan naar Sevilla en omgeving!

 

Judith de Groot, HospitalityScanner

degroot@kunststad.nl