Sevilla gaat niet snel vervelen!

Naar aanleiding van mijn Travel Tales van verleden week kreeg ik verschillende leuke opmerkingen over de gecombineerde reis naar Madrid en Sevilla met als rode draad de beroemde 17de eeuwse Spaanse meesters. Vele kunstliefhebbers kennen natuurlijk al het Prado Museum in Madrid, sommigen van jullie hebben wellicht dit museum ooit al eens bezocht en anderen hebben over de formidabele kunstcollectie gelezen, maar het Museo Belles Artes in Sevilla blijkt voor velen een grote onbekende. 

Het museum is gehuisvest in een voormalig klooster en dat is nog te zien aan het gebouw; het is opgetrokken rond drie indrukwekkende patio’s oftewel kloosterhoven en een brede monumentale trap. De zalen zijn gevuld met sculpturen en schilderijen die op chronologische volgorde zijn ingericht. Het begint met de middeleeuwen, vervolgens de renaissance en manierisme met onder meer enkele werken van El Greco. Hierna komt de 17de eeuwse barokke periode aan bod wat het zwaartepunt van de collectie vormt; hier kunnen we de bekende Spaanse Meesters, waaronder Ribera, Zurbarán, Velázquez en Murillo bewonderen. Ook de 18de en 19de eeuw van de Spaanse kunstgeschiedenis komt aan de beurt en het meest bekend uit die tijd zijn twee werken van Goya. 


Verleden week schreef ik al dat zowel Velázquez en Murillo in Sevilla geboren waren en dat zij hun carrière waren begonnen in deze stad. Ook Zurbarán maakte furore in Sevilla, alhoewel hij in een dorpje noordelijker van de Andalusische hoofdstad, genaamd Fuente de Cantos, isgeboren. 

Eén van zijn meest opmerkelijke schilderijen in het Museo Belles Artes is ‘La Virgen de las Cuevas’ dat hij samen met twee andere vergelijkbare werken schilderde voor het klooster dat bekend is als Monasterio de la Cartuja. Het is eigenlijk een altaarstuk en het verbeeldt de Maagd Maria die onder haar enorme mantel een groot aantal kartuizermonniken ‘beschermt’. Kartuizer, in het Spaans ‘Cartuja’, zijn herkenbaar aan hun witte monnikspij. Het genoemde kloostergebouw waar het altaarstuk zich ooit bevond bestaat nog en zelfs de kloosterkapel waar ‘La Virgen de las Cuevas’ ooit hing is nog te bezichtigen. Het is slechts op een kleine loopafstand van het Museo Belles Artes en het bevindt zich op een eiland ‘Cartuja’, genoemd naar deze kloostergemeenschap, op de rechteroever van de rivier De Guadalquivir. Tegenwoordig is in het voormalige kloostercomplex het Museum voor Moderne Kunst (CAAC) gehuisvest. 


En dat is dan ook een reden waarom ik ook dit complex ga bezoeken met het KUNSTSTAD reisgezelschap tijdens mijn reis in het voorjaar. Tot de vaste collectie van dit museum behoort onder andere een gigantische figuur die met zijn enorme hoofd een beetje verveeld uit het raam hangt en uit een andere venster hangt ietwat nonchalant zijn arm. Heel bijzonder en je kunt er bijna letterlijk niet omheen! Het klooster is begin jaren ’90 gerestaureerd en getransformeerd tot museum. Het was toen een belangrijk onderdeel van de wereldtentoonstelling in 1992. Dat gold trouwens ook voor de rest van Isla de la Cartura maar in de loop van de tijd zijn de gebouwen en de paviljoens voor deze Expo in onbruik en verval geraakt. Maar dat maakt het gebied niet minder interessant om te bezoeken. Ik vind het namelijk buitengewoon fascinerend hoe bepaalde expositiegebouwen door de tand des tijds worden aangetast. Van enkele landenpaviljoens, zoals bijvoorbeeld van Hongarije, vallen langzaam steeds meer stukjes op straat en telkens als ik dit soort bouwwerken passeer denk ik na hoe lang het zou duren voordat het volledig tot een ruïne is vergaan. 


Andere delen van het eiland Cartuja zijn geheel op de schop genomen en dat is niet verwonderlijk want zo nabij het stadscentrum en tevens tegen de populaire wijk Triana aan gelegen maakt dit gebied heel aantrekkelijk voor bijzondere projectontwikkeling en nieuwbouw. Eén zo’n nieuw gebouw is de Torre Sevilla dat voor het grootste deel een vijfsterrenhotel huisvest. Het is een stijlvolle toren die hoog boven het hele gebied uittoornt. Vooral de bar op het dak is heel speciaal want die is op de 37ste verdieping gelegen en als je daar een drankje drinkt heb je een adembenemend uitzicht over Sevilla en omgeving. Ik verblijf hier in dit hotel inmiddels al een tijdje en moet zeggen dat het uitzicht mij nog steeds niet verveeld. Ik verheug me dan ook om dit voorjaar met een aantal van jullie hier naar toe te gaan en de genoemde bezienswaardigheden uit mijn verhaal te tonen.

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner

verhoeven@kunststad.nl

Wilt u met mij mee naar Madrid en Sevilla om daar de Spaanse Meesters te ontdekken? 

Kijk hier voor meer informatie. 


Bekijk ook het filmpje hiernaast!