Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan

Terwijl ik dit verhaal schrijf rijd ik met een enorm tempo in een comfortabele hogesnelheidstrein door het prachtige Spaanse landschap. Ik ben vanuit Valencia, waar wij afgelopen week een KUNSTSTAD-reis hadden, op weg naar Sevilla, dat zo’n 900 kilometer verderop ligt. Zoals de trouwe lezers weten ben ik spreekwoordelijk kind aan huis in Spanje. Ik had als jongentje uit de Kinkerbuurt ook niet kunnen vermoeden dat ik zo een frequent bezoeker van dit land zou worden. Als jongeling was mijn enige associatie met dit Zuid-Europees land het feit dat Sint Nicolaas hier woonde en dat hij ons één keer per jaar rond deze tijd kwam bezoeken. Elk Sinterklaasgedicht begon bij ons thuis rechtsboven dan ook met plaatsbepaling Madrid, alsof de goedheiligman het rijmende verhaal over mij in zijn bisschoppelijke paleis in de Spaanse hoofdstad had geschreven.

Toen ik kunstgeschiedenis ging studeren kruiste Sint Nicolaas opnieuw mijn pad want hij bleek vele malen, in allerlei periodes en op velerlei plaatsen in de (kunst)historie te zijn afgebeeld. 

Ik kwam erachter dat de historische figuur Nicolaas niet uit Spanje kwam, maar dat hij zo rond het jaar 300 na Christus bisschop van het stadje Myra in Klein-Azië was, dat toen een onderdeel was van het Romeinse Rijk. 


En ik begreep dat hij na zijn dood vanwege zijn goede daden heilig werd verklaard. Over Sint Nicolaas en zijn handeling zijn, vanaf ongeveer 200 jaar na zijn dood, allerlei legendes en heiligenverhalen ontstaan.

Het begint met de geboorte van de kleine Nicolaas. Tijdens het wassen van de net gebaarde baby stond hij direct rechtop in het badje en dat is op zich al behoorlijk miraculeus. Ook weigerde hij enkele malen per week de moederborst en voldeed al vroeg aan de eisen van het vasten. Toen onze Nico eenmaal als volwassene zich volledig ging inzetten voor het Christendom, kwam hij op een dag langs een huis waar een berooide vader woonde die geen geld had voor een bruidschat voor zijn drie dochters en zoiets was essentieel in de cultuur op die plek in die tijd. Uit pure wanhoop overwoog de vader om zijn dochters dan maar te laten prostitueren. Tja, daar moest onze nobele Nicolaas wel een stokje voor steken en hij gooide een aantal avonden achter elkaar gouden munten het huis van de arme vader binnen. De dochters konden dankzij dit geschonken kapitaal gelukkige toch huwen. Hier komt trouwens ons gebruik vandaan om elkaar tijdens de sinterklaasdagen met zilverpapier omhulde chocolade muntjes te geven. En het lied ‘Sinterklaas Goedheiligman’ is dus eigenlijk een verbastering van ‘Sinterklaas Goedhuwelijksman’.

Ook verscheen Nicolaas tijdens een storm op zee toen zeelieden hem in wanhoop aanriepen en hij wist de storm tot bedaren te brengen, hierdoor werd hij de beschermheilige van de zeemannen en ook van allerlei havensteden zoals onder andere Amsterdam. 

En dan is er tenslotte het verbazingwekkende wonder dat de bisschop Nicolaas drie jonge studenten weer tot leven wekte, nadat zij in eerste instantie door een wrede herbergier vermoord waren, in stukken gehakt en in een ton met pekel waren gestopt. Deze jonge jongens werden in de kunst soms zo klein uitgebeeld dat het voor de toeschouwers soms net kleine kinderen leken en voila sinterklaas als de kindervriend zag op die manier het levenslicht.

Sinterklaas is dus onder meer door al de bovenbeschreven wonderen de bescherm- of patroonheilige van huwbare vrouwen, zeelieden, studenten en kinderen. Het is dan ook eigenlijk "Sinterklaas patroontje" in plaats van "Sinterklaas kapoentje" zoals men abusievelijk in het kinderliedje zingt. 

De wonderlijke daden zijn trouwens regelmatig uitgebeeld in de kunstgeschiedenis zoals bijvoorbeeld op 15de eeuwse panelen van Gerard David die zich in de National Gallery of Scotland in Edinburgh bevinden.


Maar dit is slechts een kleine deel van de christelijke uitleg van onze Sinterklaastraditie, er blijkt ook nog een andere theorie te zijn, waarbij Sinterklaas zoals wij hem nu kennen - de eerbiedwaardige, bejaarde kindervriend uit Spanje, die brave kinderen beloont en stoute straft, die geholpen door een of meer donkere knechten, die op een schimmel over de daken rijdt en via de schoorsteen of een open raam of deur lekkers en speelgoed uitdeelt, eigenlijk een samensmelting is van twee personen: een christelijke, historische heilige en een Germaanse, mythologische God. Onze Germaanse Oppergod Wodan (in Scandinavië ook wel Odin genoemd), die een grote weelderig witte baard had en met het woeste paard genaamd Sleipnir langs de hemel en over de daken reed, werd in de Christelijke tijd getemperd en gefatsoeneerd. In plaats van een bliksemschicht kreeg hij een bisschoppelijke kromstaf in zijn hand. En Sleipnir werd vervolgens zijn rustige trouwe schimmel die nog slechts over de daken trippelde. En de twee donkere hulpjes van Wodan, namelijk de zwarte raven Huginn en Muninn, die altijd voor de Germaanse god aan de schoorstenen luisterden, ondergingen een metamorfose en werden de vriendelijke zwartepieten met dezelfde taak.
Maar ik vermoed dat al deze achtergronden bij heel veel Nederlanders niet echt bekend zijn en ik begrijp (vanuit het verre Spanje) dat sinterklaas en zijn pieterbazen door allerlei verkeerde interpretaties aan vernieuwing worden onderworpen. De tijd zal het leren of sinterklaas en zijn hulpjes zo’n metarmofose inderdaad zullen gaan ondergaan of dat, net als tijdens de andere periodes toen ze in zwaar weer zaten, de bijzondere traditie gewoon de storm van kritiek zal doorstaan.  

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner

verhoeven@kunststad.nl