Ich hab' noch einen Koffer in Berlin

Zoals je in de inleiding al kon lezen zijn we momenteel in Berlijn om hier met veel plezier een KUNSTSTAD-reis uit te voeren voor een groep geïnteresseerden. De insiders weten dat ik een grote band met deze stad heb en ik zal me inhouden om niet een te grote opsomming te geven van waarom de Duitse hoofdstad zo bijzonder voor me is, maar een aantal dingen wil ik graag wel even met je delen. Het is namelijk (op drie weken na) vijfendertig jaar (!) geleden dat ik Berlijn voor de eerste keer bezocht. Wat een belevenis was dat! 

Het was begin oktober 1984 en de stad was nog gescheiden door die vreselijke muur. Ik zat in de vijfde klas van het atheneum en een jaar voor het eindexamen gingen we met de klas traditiegetrouw op schoolreis en je had de keuze om naar Parijs, Londen of naar de fascinerende stad Berlijn te gaan. Mijn beslissing waar naartoe ik op excursie zou gaan was snel gemaakt en zo vertrok ik met de bus en een groot deel van mijn klasgenoten naar het oosten. 

Vanuit het relatief rustige Amsterdam waar alles in de jaren ’80 toen voor mijn gevoel zijn gangetje ging werden we bij aankomst in Berlijn als adolescenten opeens geconfronteerd met twee werelden; het ‘vertrouwde’ kapitalisme in het Westelijke deel van de stad en het communisme in het oostelijke deel. Vooral de dingen die wij zagen in Oost-Berlijn waren zo opzienbarend dat we in één klap van kind de volwassenheid werden ’ingeduwd’. 


We zagen voor het eerst hoe het voelt om van alles te weinig te hebben; lege schappen in de Oost-Berlijnse winkels en warenhuizen die we bezochten, rijen op straat voor levensmiddelzaken en gebouwen die zo slecht onderhouden waren dat letterlijk de recent gevallen bakstenen van de panden op de straat lagen. En dan de grauwheid en kleurloosheid van de Haupstadt der DDR was ook iets wat ik niet snel zal vergeten. ‘Vijftig tinten grijs’ associeer ik nog steeds met Oost-Berlijn uit de jaren ’80 in plaats van met een populaire erotische roman die tegenwoordig zo populair is. 

Een toevallige bijkomstigheid was het feit dat ik tijdens mijn eerste Berlijnreis ook nog eens jarig was en wel op de stichtingsdatum van de DDR, namelijk op 7 oktober. Ik werd toen 17 jaar en in heel (Oost-)Berlijn hingen de vlaggen uit, maar dit was uiteraard niet voor mij bedoeld echter vanwege de feestelijkheden rondom het ontstaan van het ‘Duitse Communistische Paradijs’.

Grappig is het feit dat ik daarna nog verschillende keren in mijn leven jarig ben geweest in Berlijn. Ik werd er ooit tijdens een reis van KUNSTSTAD, in de inmiddels herenigde Duitse hoofdstad, toevallig 37 jaar. En ook niet gepland was mijn 40ste verjaring in Berlijn waarbij de deelnemers van de KUNSTSTAD-reis dit helemaal niet wisten. 


Maar heel anders was het tien jaar later toen ik mijn vijftigste verjaardag in de Duitse hoofdstad vierde en er zowaar vijftig trouwe KUNSTSTAD-ters op mijn verjaardag waren en ik hen in een paar dagen tijd mijn favoriete stad liet zien. Het ziet er trouwens naar uit dat ik ook dit keer, ik word nu 52 jaar, tijdens mijn verjaardag in Berlijn ben, maar dit zal slechts in de ochtend zijn want ’s middags vertrek ik op 7 oktober naar Bilbao omdat ik daar, met veel plezier trouwens, een paar dagen later een groep deelnemers van een KUNSTSTAD-reis naar deze Baskische stad zal ontvangen. 

Soms hoor je wel eens van mensen, niet van mijn klanten trouwens, dat ze wel eens in Berlijn geweest zijn en dat ze het wel kennen, echter dan frons ik mijn wenkbrauwen en denk er het mijne van. De veranderingen in Berlijn gaan met zo’n rap tempo dat je eigenlijk wel elk half jaar terug kunt komen en dan weer een reeks van nieuwe dingen kunt ontdekken. Nu loop je bijvoorbeeld het Museuminsel op en staat het (bijna) voltooide Stadschloß er weer in volle glorie. Een aantal jaar geleden was hier gewoon nog een grasvlakte en meer dan tien jaar geleden liep ik nog langs de enorme restanten van het ‘Palast der Republik’ dat ooit op deze plek door de baas van de DDR, Erich Honnecker, was neergezet. 


En dit maak je op vele locaties in Berlijn mee; je kent een plek in de stad als leeg gebied en een jaar later staan er interessante bouwwerken. Was de Leipzigerplatz na de val van de Muur een desolate plek en nu heeft het plein weer de octogonale vorm zoals het was in de jaren ’30 van de 20ste eeuw, echter nu worden de wanden van het markante plein gevormd door hypermoderne gebouwen die iets zeggen over de tijdgeest. 

We namen gistermiddag afscheid van onze gasten en ik dacht bij mezelf ‘die gaan zeker nog een keertje terug komen naar Berlijn want over een paar jaar treffen zij weer hele nieuwe bijzondere dingen aan waarvoor zij zeker een trein- of vliegreis over zullen hebben’. Bijzondere tentoonstelling of nieuwe musea die zij graag zouden willen bezoeken krijgen zij dan voorgeschoteld. Zo zag ik bijvoorbeeld tijdens mijn hardlooprondje verleden week opeens weer zo’n gloednieuw museum genaamd ‘Futurum’ en zoals de naam al doet vermoeden gaat het over alle zaken die met de toekomst te maken hebben. En ook in het genoemde Stadschloß komt in een deel van het gebouw een interessant museum waar de echte kunstliefhebbers graag eens kennis mee zal maken. En ik moet dan altijd aan enkele strofen van het beroemde lied van Marlene Dietrich denken: “Ich hab noch einen Koffer in Berlin, deswegen muss ich nächstens wieder hin”. Dus voor de echte liefhebbers is er altijd weer een reden om naar Berlijn te komen.


 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl