‘s lands wijs, 's lands eer, ook als het om eten gaat

Wat heb ik afgelopen weken weer genoten van mijn verblijf in Spanje. Ik ben al echt verknocht geraakt aan dit land en dan met name aan het zuidelijke regio Andalusië. De meeste mensen zijn daar aardig en gastvrij wat mij erg blij maakt. Ook het eten ter plekke kan ik buitengewoon waarderen en ik heb hier al eens eerder deze weken over geschreven. Ik vind het heerlijk om de typische Spaanse kleine gerechtjes te eten die bekend zijn onder de naam ‘tapas’. Geregeld heb ik, vooral als het warm is, geen zin om ‘s avonds uitgebreid te dineren. Lekkere stukjes Spaanse Manchego-kaas, croquetas de jamón, patatas bravas en nog veel meer hartige lekkernijen zijn dan in de late warme avonduren voor mij echt een feest. Een glaasje ‘Tinto de Verano’ erbij maakt het voor mij helemaal compleet. Dit is een zomers drankje (‘verano’ is het Spaanse woord voor ‘zomer’) bestaande uit rode wijn die aangelengd is met een koolzuurhoudende frisdrank zoals fanta lemon of spa rood. Het is echt heerlijk om dit bij warme temperaturen de drinken zoals bijvoorbeeld als het ’s avonds nog zo rond de 28 graden is, wat in Andalusië rond half 11 ’s op zomerse avonden normaal is. 


En dan ben ik zoals je in de inleiding kunt lezen een paar dagen later opeens weer in mijn geliefde Italië. Het land waar ik op jonge leeftijd mijn hart aan verpand heb. Tijdens mijn studietijd leerde ik tijdens een langdurige stage zowel de Italiaanse taal als ook de Italiaanse cultuur goed kennen. Ik spreek dus Italiaans en dat maakt de omgang met de lokale bevolking veel makkelijker. Ze zien je op deze manier niet meer als een doorsnee toerist, waar Marcel het dit keer in zijn Travel Tale suitgebreid over heeft. Daarnaast weet ik ook, door mijn frequente bezoeken die ik jaarlijks maak aan Italië, waar de juiste zaakjes zijn waar je lekker kunt eten. In Italië gaat het met betrekking tot het culinaire aspect eigenlijk niet over tapas en pinxtos zoals in Spanje, maar hier is de traditie eigenlijk dat je zo uitgebreid mogelijk gaat eten; je start met een antipasto (voorgerecht), daarna komt de primo (tussengerecht), vervolgens de secondo (hoofdgerecht) en tenslotte afsluitend nog een dolce (nagerecht). Hoe bijzonder elk gerecht ook is in zo’n typisch Italiaans menu, vind ik dit vaak toch iets te veel van het goede. Ik concentreer me liever op iets specifieks uit de Italiaanse keuken en dat hoeft dan niet uitgebreid te worden met allerlei andere gerechten, zo ben ik  bijvoorbeeld verzot op de Mozzarella-kaas en die eet ik graag als een soort hoofdgerecht.   


De oorspronkelijk Italiaanse mozzarella is de ‘mozzarella di bufala’, vervaardigd uit de melk van de waterbuffel en die is heerlijk maar kan behoorlijk aan de prijs zijn. Tegenwoordig bestaat er ook mozzarella die van koemelk op de zelfde manier is vervaardigd maar toch zit er verschil in de smaak en structuur. Ook zijn er diverse bereidingswijzen van de ‘mozzarella di bufala’ waarbij men een hele jonge zachte variant heeft en bijvoorbeeld een gerookte mozzarella. De stevige mozzarella is bij veel Nederlanders bekend vanwege het feit dat deze vaak gesneden wordt en geserveerd wordt met plakjes tomaat en basilicum en dat noemt men ook wel de salade caprese. Gisterenavond heb ik trouwens weer een aantal variaties mogen eten in een mozarellarestaurant in Milaan. Heerlijk! Vooral die gerookte mozzarella is een echte traktatie. 

Je merkt dat ik nog wel meer kan schrijven over de Italiaanse keuken en wellicht kom ik volgende week hierop terug aangezien ik nog een kleine twee weekjes in Milaan zal verblijven en hier nog wel wat Italiaanse lekkernijen zal verorberen. 

 

Judith de Groot, HospitalityScanner

info@HospitalityScanner.com