De Klokkenluider van de Notre Dame

Eergisteren stond ik in Parijs aan de oevers van de zacht stromende Seine en zag aan de overzijde van de rivier de eeuwenoude Notre-Dame. De historische kathedraal zag er gelukkig, na de immense brand van afgelopen week, niet uit als een armtierige zielige ruïne maar oogde voor mijn gevoel toch nog behoorlijk compleet. Echter het vermaarde kerkgebouw zag er wel wat vervreemdend uit zonder dak erop. Het enorme kerkdak was hetgeen wat eigenlijk op het eerste gezicht volledig miste als je van een afstand het gotische gebouw bekeek. Ook de vieringstoren die midden op de kruising van het middenschip en de zijbeuk stond was totaal verdwenen en had ik net als miljoenen andere mensen ‘live’ op televisie heftig brandend zien instorten. 

De dagen na de brand werd de media beheerst door deze grote catastrofe en het leek wel of iedereen, met name op internet, een mening over dit beroemde bouwwerk had. Ook ik dacht natuurlijk na over de geschiedenis van één van de bekendste bezienswaardigheden van Parijs. Zouden de vele ‘kenners’ van de afgelopen week die ik op internet tegenkwam geweten hebben dat de Notre-Dame er wel eens vaker behoorlijk gehavend uitgezien heeft? 


Het meest recent was door de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog; de Notre-Dame werd toen hevig beschadigd, echter na de bevrijding van Frankrijk werd alles weer netjes gerestaureerd. Ook was de Notre-Dame er ernstig aan toe ten tijden van de Franse Revolutie; in 1793 werd de oude kerk door de uitzinnige revolutionairen bestormt en werden talrijke kerkschatten geplunderd en met bruut geweld uit het gebouw geroofd. De lege kapotte kathedraal moet toen een troosteloze indruk hebben gegeven. Ook sloopte men en passant in die tijd de middeleeuwse sculpturen van de Koningen van Judea van de voorgevel af omdat men dacht dat dit de gehate koningen van Frankrijk waren. 

In de periode na deze rigoureuze vernielingen werd de geschonden kathedraal gebruikt als opslagruimte en deed die even dienst als paardenstal. Er gingen daarom rond 1800 zelfs stemmen op om het vervallen kerkgebouw te slopen. Daar stak Napoleon een stokje voor en hij liet zichzelf in 1804 in de oude vervallen Notre-Dame tot Keizer van Frankrijk kronen. De staat van het gebouw was toen zoals gezegd erbarmelijk en afbraak leek toen de voor de hand liggende oplossing. De publieke opinie moest volgens een aantal prominente Fransen daarom aan het begin van de negentiende eeuw rijp gemaakt worden om het gebouw te behouden. 


Voor een grondige restauratie was geld nodig en dit kon verkregen worden door het aangetaste kerkgebouw (weer) geliefd te maken. Allerlei middelen werden hier voor ingezet en in dat kader schreef de toen nog jonge schrijver Victor Hugo een boek met de veelzeggende titel “Notre-Dame de Paris” dat direct een enorm succes was en min of meer een lofzang was op de oude kathedraal. Bij ons in Nederland is het boek bekend als “De klokkenluider van de Notre Dame” en wereldwijd kent bijna iedereen wel de beroemdste hoofdpersoon van het boek genaamd Quasimodo. Deze gehandicapte gebochelde liet dagelijks de klokken van de kathedraal luiden en hij was onderdeel van een dramatisch (fictief) liefdesverhaal dat zich rondom Notre-Dame afspeelde. 

Wist je trouwens dat Victor Hugo alvorens hij het genoemde boek schreef door de klokkentorens van de Notre-Dame werd rondgeleid? Hij ontdekte dat daar op een verdekte plaats op een muur een Grieks woord ANAΓKH geschreven stond. Het woord betekent in het Nederlands vertaald noodloten dat inspireerde Hugo tot het verhaal over Quasimodo. Wel raar dat dit woord ‘noodlot’ nu na de recente brand weer heel toepasselijk is. 


Victor Hugo werd dankzij zijn boek een fervent pleitbezorger voor de redding van de kathedraal en zijn boodschap werd beantwoord doordat hij de Fransen gevoelig maakte voor dit stukje nationale trots. In 1845 was er genoeg geld bij elkaar verkregen om de architect Eugène Viollet-le-Duc (1814-1879) te laten starten met een grootscheepse restauratie van de Notre-Dame.

De Fransman Viollet-le-Duc, die trouwens bevriend was met onze bouwmeester Pierre Cuypers, was een groot fan van de gotiek en het deed hem dus ook veel deugd toen hij de ‘kale kerstboom’ zoals de Notre-Dame op dat moment ook wel genoemd werd, opnieuw mocht ‘optuigen’. Viollet-le-Duc nam de Notre-Dame voortvarend onder handen en voegde naar eigen inzicht heel veel nieuwe elementen en details toe waarvan geen historisch bewijs bestond dat deze ooit bestaan hadden. Zijn restauratiemethode zou vandaag de dag niet meer kunnen want zijn aanpak was veel te vrij, te persoonlijk en veel te fantasierijk. Echter als argument hiertegen kun je aanvoeren dat dankzij zijn vrijpostige manier van ‘restaureren’ de Notre-Dame min of meer bewaard is gebleven want anders had ze zeker de tand des tijds niet doorstaan. 

Viollet-le-Duc ‘restaureerde’ bijvoorbeeld een voordien niet meer bestaande spitse toren op de viering van de kerk en ook voegde hij menig pinakeltje, waterspuwer en gargouille toe. Het dak en de houten balken werden ook voor een groot deel door Viollet-le-Duc vervangen en zo kon de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs er weer voor vele decennia tegen aan.

En wat wil nou het geval, net toen men van plan was om alle neogotische zaken die Viollet-le-Duc had toegevoegd te gaan restaureren, de steigers stonden zoals iedereen op tv kan zien al klaar, brandden al deze negentiende eeuwse toevoegingen af. 


Gelukkig bleek dat het grootste deel van de middeleeuwse kathedraal na de brand behouden was en er was er geen nieuwe Victor Hugo nodig om geldschieters te enthousiasmeren. Binnen 24 uur was het gewenste kapitaal al binnen om opnieuw de Notre-Dame in oude staat te brengen. Je zou bijna kunnen zeggen dat men door de fik van afgelopen week slechts verlost is van de vrijmoedige ‘restauraties’ van Viollet-le-Duc en men nu de kathedraal in zijn oorspronkelijke middeleeuwse staat kan gaan brengen.

Het resultaat zal wel enige jaren op zich laten wachten maar dan zal er zeker sprak zijn van een bijzondere wederopstanding van de Notre-Dame; hoe symbolisch kan zo’n pasdag als vandaag zijn. 

 

Marcel Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl