Utrecht, Caravaggio en Europa

Afgelopen vrijdag moest ik in Amsterdam zijn. Ik had namelijk een uitgebreide presentatie over Rome en haar kunstschatten voorbereid en aan de hand van vele, meest door mij zelf gemaakte, afbeeldingen vertelde ik voor een dankbaar publiek over de schoonheid en de rijke geschiedenis van ‘De Eeuwige Stad’, zoals Rome ook wel genoemd wordt. Een belangrijk deel van mijn toehoorders was niet alleen maar naar mijn presentatie in Amsterdam-Zuid gekomen om zich even een middagje lekker onder te dompelen in de schitterende kunstgeschiedenis van de hoofdstad van Italië, maar voor hen was het tevens een voorbereiding op een Rome-reis die zij volgende maand met Judith en mij gaan maken. 

Verschillende periodes uit de (kunst)historie van Rome kwamen tijdens mijn verhaal aan de orde. Ik begon bijna vanzelfsprekend met het ontstaansverhaal van de stad en vertelde dit aan de hand van de bronzen sculptuur met de naam de ‘Capitolijnse Wolvin’. Dit eeuwenoude standbeeld dat hoogst waarschijnlijk uit de Etruskische tijd stamt (zo’n 500 jaar voor Christus) heeft in de loop van de tijd een aanvulling gekregen want ergens ten tijde van de Renaissance heeft men twee kleine jongetjes toegevoegd. Je kunt trouwens wel zien dat ze niet uit dezelfde tijd stammen omdat de twee jongelingen, die Romulus en Remus voorstellen, een hele andere stijl hebben dan de wolvin waar ze onder zitten. Het gaat nu te ver om het hele verhaal van Romulus en Remus met het daarbij behorende stichtingsverhaal van Rome te gaan vertellen, echter als ik over een paar weken met de deelnemers van de Romereis in het Capitolijns Museum ben dan zal ik dat zeker doen!


Vervolgens vertelde ik over allerlei belangrijke momenten uit de Romeinse oudheid en liet ik vele kunstobjecten zien die in die periode zijn voortgebracht. Prachtige keizerstandbeelden, gebouwen zoals het Pantheon, het Colosseum, de boog van Titus, en talrijke prachtige sculpturen uit de oudheid passeerden de spreekwoordelijke revue. Toen ik in mijn verhaal bij het beroemde beeld van de Laocoöngroep was aanbeland had ik een mooi ‘bruggetje’ om het over de Renaissance te gaan hebben. Deze kunststroming uit de vijftiende en zestiende eeuw kenmerkte zich door het feit dat kunstenaars de klassieke oudheid lieten terugkomen in hun kunst. Toen het klassieke beeld van de Laocoöngroep, dat trouwens stamt uit de eerste eeuw voor Christus, in 1506 werd teruggevonden tijdens het spitten in een wijngaard nabij Rome werd het naar het Vaticaan gebracht. Aldaar zag de belangrijke Renaissance kunstenaar Michelangelo het en gebruikte het hoofd van de heidense hogepriester Laocoön als voorbeeld bij zijn schilderingen op heb plafond van de Sixtijnse kapel voor God, de Vader.

Na mijn betoog over Michelangelo en een aantal van zijn beroemde creaties kwam ik tenslotte nog tijdens mijn presentatie bij de Barokke periode. Als het om Rome gaat kun je de Barokke architect en beeldhouwer Bernini, die onder meer de Sint Pieter voltooide, natuurlijk niet ongenoemd laten. Bernini maakte echter niet alleen voor de belangrijkste katholieke kerk  allerlei sculpturen maar ook voor privé-personen creëerde hij bijzondere standbeelden waarvan er enkele topstukken in de Galleria Borghese in Rome te zien zijn. 


En als je het over de Barok in Rome hebt dan dien je natuurlijk ook nog stil te staan bij de schilder Caravaggio (1571-1610), die wel als de grondlegger van de Barokke schilderkunst wordt gezien. In Rome zijn op allerlei plekken, met name in kerken, werken van hem te bewonderen. Sommige altaarstukken hangen nog steeds op de locatie waar ze ooit voor bedoeld waren en waar jonge Nederlandse kunstenaars aan het begin van de zeventiende eeuw een kijkje kwamen nemen. De Utrechtse schilders Hendrik ter Brugghen, Gerard van Honthorst en Dirk van Baburen kwamen bijna letterlijk in Rome ‘de kunst afkijken’ en probeerden zo goed mogelijk de ideeën met betrekking tot onder meer dramatiek en lichtgebruik van Caravaggio over te nemen. Ze namen deze vernieuwende technieken mee terug naar Nederland en introduceerden zo de Barokke schilderkunst in Nederland. Hier sloot ik vrijdagmiddag mijn Rome-lezing mee af. 

Een dag later kreeg in dit kader mijn terugreis vanuit Amsterdam naar onze ‘kantoorboerderij’ in Giesbeek een bijzondere wending. De intercity-trein stopte na een half uur rijden op station Utrecht-Centraal en door de luidspeakers werd meegedeeld dat mijn trein niet verder reed en er ook geen enkele trein de aankomende uren verder ging. Op die manier kwam ik niet in Arnhem en zat er niets anders op dan uit te stappen en het centrum van Utrecht in te gaan. Het eerste dat me bijna vanzelfsprekend te binnen schoot was het feit dat er momenteel een tentoonstelling van de door mij besproken Utrechtse Caravaggisten in het Centraal Museum te zien was. 


Met ferme pas liep ik met Judith en mijn dochters door de karakteristieke straatjes van de Domstad en aangezien het al rond half vijf was, stond er geen rij bij de kassa en konden we zo doorlopen. Geweldig! Stond ik zomaar ineeens tussen allerlei werken van Ter Brugghen, Van Honthorst, Baburen en andere tijdgenoten! Er waren zelfs twee werken van Caravaggio zelf aanwezig; “De heilige Hiëronymus in meditatie” uit Montserrat (Spanje) en het schild met het hoofd van Medusa uit het Uffizi, Florence. 

Alhoewel het zogezegd aan het einde van de zaterdagmiddag was, liepen er toch best wel veel mensen door de museumzalen. Echter het leek of iedereen meer in de weer was met de apparaatjes van de audio-tour dan dat men daadwerkelijk de schilderijen bewonderde. Over dit moderne fenomeen van digitale ondersteuning van onze huidige tijd, waar ook musea niet in achter zijn gebleven, kom ik graag een andere keer eens terug. Ik keek onbevangen (dus zonder koptelefoon e.d.) mijn ogen uit bij het al het moois wat ik zag! 

 

Marcel Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl