Walnoten maken plaats voor sinaasappels

Zoals ik verleden week in mijn Travel Tales al aankondigde heb ik inmiddels het Gelderse Giesbeek verruild voor het mooie Spaanse Valencia. En dit betekent dat mijn interesse in de walnoten rondom onze boerderij nu verschoven is naar een andere vrucht (zoals ik al eens beschreven heb is een walnoot geen ‘noot’ maar een ‘vrucht’), namelijk naar de sinaasappel die echt onlosmakelijk verbonden is met Valencia. 

Net als de walnoot, die zoals ik verleden week als schreef eigenlijk niet zijn oorsprong in Nederland had maar uit de Mediterrane wereld kwam en daardoor door de Germanen ook wel ‘Waalse noot’ (oftewel ‘noot van de Kelten’) werd genoemd, is de naam van de sinaasappel ook verbonden met een uitheemse plek van herkomst. In het oud-Nederlands en in het Vlaams spreekt men namelijk ook wel over de appelsien en dan kom je dichter bij de oorspronkelijke naam. Dit woord is afgeleid van het Franse ‘pomme de Sine’ dat ‘China-appel’ betekent, en Sina is het oude woord voor China. Dan weten we dus meteen waar de sinaasappel vandaan komt. Portugese missionarissen stuurden rond 1548 voor het eerst zaden van de zoete Chinese sinaasappel naar Europa. De vrucht werd in eerste instantie populair in Portugal, maar veroverde al snel Italië en vervolgens de rest van Europa. 


Dit citrusfruit was in de 16deeeuw niet onbekend voor de Nederlanders want al honderden jaren aten wij een andere variant van deze vrucht. Al sinds de negende eeuw was er in onze contreien namelijk een zure en bittere variant van de sinaasappel bekend die oorspronkelijk afkomstig was uit India. In Nederland noemde men deze laatste versie vaak ‘appelen van trance’ oftewel ‘appelen van oranje’, dat weer afstamt van het Perzische woord ‘naranja’ dat letterlijk zure sinaasappel betekent. Van die laatst genoemde werd ook het alchohol houdende drankje ‘oranjebitter’ gemaakt en de naam van dit likeurtje is zo meteen verklaard. 

De Spaanse stad Valencia is onlosmakelijk verbonden met de sinaasappel want in de regio rondom de stad vindt de grootste sinaasappelteelt van Europa plaats. De derde stad van Spanje is hier zo trots op dat je er overal aan herinnerd wordt, onder meer door het feit dat men op allerlei plekken, zoals in stadsparken en op brede boulevards en straten, sinaasappelbomen heeft gepland die vaak vol zitten men oranjekleurige vruchten. Je komt hierdoor meteen in de stemming en je krijgt eigenlijk zin om deze vruchten te plukken. Helaas zijn deze bomen alleen voor de sier en deze vruchten hebben dan ook niet de échte kenmerkende smaak van de Valenciaanse sinaasappels en zijn eigenlijk niet eetbaar. 


Eergisteren deden we echter een poging om een sinaasappelplantage te bezoeken nabij de stad. Op de achtergrond van de sinaasappelstruiken zag je de buitenwijken van Valencia en de snelweg liep aan de andere zijde en dus de romantiek was wat ver te zoeken. Om het nog minder bijzonder te maken liepen de elektriciteitsdraden zelfs over de sinaasappelboompjes heen en dat was toch niet echt het beeld wat ik van de sinaasappelboomgaarden had. Je moet dus echt wel een eindje met de auto het stedelijk gebied uit rijden wil het wat betreft de sinaasappelteelt wat authentieker en karakteristieker worden. 

Natuurlijk deed ik dit en toen ik het heuvelachtige achterland bereikt had maakte ik tegelijkertijd kennis met de wijnbouw van de regio Valencia. Naast de sinaasappelstruiken stonden de wijnranken. Uiteindelijk kwam ik uit in het historische stadje Requena dat geheel in het teken staat van de Valenciaanse wijn. 

Eigenlijk is het wel verrassend dat ik van de sinaasappel opeens bij de druif ben aanbeland en dat beiden vruchten (de ene puur, de andere verwerkt in de wijn) bekend zijn in het buitenland. 


 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl