De walnoot is een vrucht om eens bij stil te staan

Terwijl ik dit schrijf heb ik uitzicht op een heleboel walnoten die voor me op tafel liggen te ‘drogen’. Ze zijn een (klein) deel van de opbrengst die ik afgelopen dagen heb verzameld vanonder de hele reeks walnotenbomen die bij ons op het erf van de kantoorboerderij staan. De walnoot fascineert me enorm allereerst vanwege zijn bijzondere mooie vorm en daarnaast vanwege de geschiedenis van deze vrucht. Jawel de walnoot is een vrucht en geen noot en beter gezegd is de walnoot een steenvrucht en dat is een verzamelnaam voor diverse vruchten met een harde pit in het hart. Voorbeelden hiervan zijn ondermeer kersen, perziken, abrikozen, pruimen, bramen en olijven. In de pit (de "steen") zit het eigenlijke zaad en bij de walnoot is dit het deel wat wij opeten. Het vruchtvlees, die bij de walnoot opvalt door zijn opvallende groenen bolster, is niet eetbaar. De bolsters ‘springen’ in de loop van de maand september open en de houtachtige walnoten vallen vervolgens op de grond. Tussen het hoge gras van het weiland waar de walnootbomen staan is het toch een hele klus om alle walnoten te vinden en af en toe doet het denken aan het eierzoeken tijdens de paasdagen. 


Sommige walnoten vallen met bolster en al van de boom af en dan moet je het restant van de groene schil er nog een beetje afpulken. Dat gaat relatief makkelijk maar toch moet je met dit karweitje oppassen want het vocht van de bolster dat je aan je handen krijgt gaat niet meer van je vingers af. Ik dacht in eerste instantie dat dit wel mee zou vallen en was in de veronderstelling dat na een goede poetsbeurt met zeep mijn handen wel weer schoon zouden zijn, maar daar had ik me in vergist. Hoe ik ook schrob en wat voor schoonmaakmiddel ik ook gebruik mijn handen en vingers blijven vuil. Het enige dat is veranderd is het feit dat mijn vingers inmiddels niet meer groen maar zwart zijn geworden. Later las ik op internet pas dat je walnoten en dan met name de bolsters met rubberen handschoenen moest bewerken. Nu moet het ‘walnoten-zwart’ maar van mijn handen af slijten. Na wat onderzoek las ik dat men al eeuwen lang het sap van het vruchtvlees van de walnoot gebruikt als kleurstof voor inkt dat men al sinds oudsher gebruikt om te tekenen of schrijven. Nou ik kan nu uit ervaring zeggen dat dit uitstekende bijna onuitwisbare inkt is.

De naam walnoot betekent in het oud-Germaans eigenlijk ‘noot van de Kelten’. Met ‘walha’ duiden de Germanen hun niet-Germaanse buren aan en dat waren in eerste instantie de Kelten. De Germaanse toponiemen Wallonië, Wales en Cornwall voor niet-Germaanse gebieden gaan eveneens op dit Germaanse woordgebruik terug. 


De walnootboom komt oorspronkelijk uit Azië en meer dan tweeduizend jaar geleden namen de Romeinen de boom mee naar Italië en de rest van het Romeinse gebied rond de Middellandse Zee. In de vroege middeleeuwen werd de walnoot ook veel aangeplant in Gallië (het huidige Frankrijk), vanwaar de noot later werd verhandeld naar noordelijker streken. In het Latijn kreeg de noot uiteindelijk vanwege het succes in het Franse gebied de naam ‘nux Gallica’ oftewel Gallische noot.

Toen de Germaanse volkeren de walnoot leerden kennen, was deze voor hen dus van Romaanse oorsprong. Daarom kreeg hij bij ons de naam Waalse noot, ‘noot uit het land van de Walen’ (Gallië en Italië) ter onderscheiding van de hazelnoot, die in ons gebied inheems was.

Bij de Romeinen was de walnoot een symbool van het huwelijk. Na de bruiloft gooide de bruidegom een handvol walnoten naar zijn jeugdige gasten — zoals nu bij ons de bruid haar bruidsboeket wegwerpt. De Romeinse schrijver Plinius verklaarde deze symboliek door de bijzondere structuur van de noot; de deels gescheiden helften van de kern (symbolisch man en vrouw) genieten de bescherming van één harde dop (het huwelijk).


Volgens Plinius was de walnoot ook een krachtig geneesmiddel. Zo zou de noot, vermengd met onder andere olie en honing, goed zijn tegen onder meer keel- en oorontsteking, verstuikingen, huiduitslag, dysenterie, zweren, blauwe plekken, hondenbeten, cariës en kaalhoofdigheid. Van het laatste kan ik minimaal zeggen dat als je het sap van de bolster op je hoofd smeert je zeer zeker weer een ‘donker koppie’ krijgt maar ik geloof dat dit niet zo zeer de bedoeling is bij kalende mannen.

En dan kan ik natuurlijk niet het feit ongenoemd laten dat de walnoot regelmatig is uitgebeeld in de kunstgeschiedenis. Je kom de walnoot bijvoorbeeld geregeld tegen op zeventiende eeuwse Hollandse stillevens waar naast andere vruchten de walnoot ook een onderdeel van het geschilderde ensemble is. Een mooi werk in dit kader is uit de collectie van het Rijksmuseum ‘Stilleven met Kazen’ (1615) van Floris Claesz. van Dijck waar zowel de dicht als open walnoten prominent op de voorgrond van het gedetailleerde geschilderde kunstwerk liggen. De meningen zijn nog al verdeeld als het gaat om het feit of alle afgebeelde zaken op de zeventiende eeuwse stillevenschilderijen een symbolische betekenis hebben, maar als we daar wel van uit gaan dan zou de walnoot kunnen staan voor heilige drie-eenheid (heilige geest, God de vader en Christus), omdat zij uit drie delen bestaan.


De zoete kern zou dan Christus symboliseren, de harde houtige dop voor de beschermende Vader en de groene bolster voor de allesomvattende Heilige Geest. 

Zo blijken er achter een eenvoudige walnoot toch heel wat verhalen schuil te gaan. Volgende week bevind ik me op een plek veel zuidelijker in Europa namelijk in Valencia en in die stad draait alles om een hele andere vrucht namelijk de sinaasappel. Wellicht schrijf ik hier volgende week iets meer over in mijn Travel Tales.

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl