Het Mysterie van de Zure Bom

Wat een ontzettend leuke reacties kreeg ik op mijn Travel Tales van verleden week! Ik ontving allerlei opmerkingen over mijn relaas over de augurken die momenteel in mijn moestuintje naast onze ‘kantoorboerderij’ groeien. Eén lezer vroeg mij sympathiek waarom ik mijzelf in de titel van mijn verhaal “De Augurkenkoning uit het Oosten” noemde. Ik ben me natuurlijk volkomen bewust dat ik als stadse jongen uiteraard niet direct te hoog van de toren moet blazen als ik enkele uit de kluitengewassen augurken uit mijn tuintje pluk en mezelf dan beslist nog niet augurkenkoning mag noemen. De titel was echter eigenlijk meer gebaseerd op allerlei associaties uit mijn jeugd. 

Allereerst was ik namelijk in mijn jonge jaren kind aan huis bij de zuurkraam op de Ten Katemarkt in Amsterdam. Naast talloze porties zure Amsterdamse uitjes, verorberde ik wekelijks daar ook vaak ‘zure bommen’, oftewel reusachtige augurken in het zuur. Mijn voorliefde voor zuurwaren nam op een gegeven moment zulke grote proporties aan dat ik langzaamaan steeds meer bijzondere zoetzure gerechten ging proberen zoals ‘zure leverworst’ en ‘gebakken panharing in het zuur’ en jawel die vielen eveneens bij mij in de smaak. 


Ik was in die tijd weliswaar nog geen ‘augurkenkoning’ maar deed wel pogingen om kroonprins te worden van alles wat met ‘tafelzuur’ te maken had. 

De genoemde zure leverworst, de panharing en uitjes at ik altijd met een klein houten stokje aan de marktstal en mijn voormalige buurvrouw vertelde me laatst dat ik ooit als klein jongentje van een jaar of zeven helemaal overstuur was toen de stokjes op waren. Hoe moest ik nu mijn geliefde zuurwaar opeten? Allerlei kramen op de markt werden gemobiliseerd en uiteindelijk werd een grote lucifer ‘onthoofd’ en had ik alsnog ‘bestek’ om de zure uitjes op de eten. De ‘zure bom’ at ik trouwens uit een vetvrije papieren zak en daar liep ik dan apetrots mee rond. 

Op een bepaald moment besloot in diezelfde periode de leraar van de vierde klas van de lagere school om klassikaal een boek voor te lezen met de veelzeggende titel “De augurkenkoning kan de pot op”. Dit animerende kinderboek was geschreven door de Weense schrijfster Christine Nöstlinger, die meer kinderboeken op haar naam heeft staan. In het verhaal wordt verteld hoe de gang van zaken in een gezin, genaamd Holleboom, plotseling ernstig wordt verstoord door de komst van een kleine, sluwe en zeer autoritaire koning, die de vorm heeft van een augurk en door zijn onderdanen uit zijn rijk verjaagd is.


Er ontstaan ernstige conflicten in de familie en de gezinsleden leren elkaars karakter door de ‘augurkenkoning’ op allerlei manieren kennen. In het huis van de familie Holleboom ontstaat laaiende ruzie door de komst van de sluwe kleine augurkenkoning en natuurlijk kwam er uiteindelijk een mooie oplossing. Eind goed, al goed. Mijn kijk op een augurk is sinds die tijd echter behoorlijk veranderd. 

Als kunsthistoricus kwam ik later de augurk af en toe wel eens tegen in de schilderkunst. Een heel goed voorbeeld is het schilderij getiteld “Petrus geeft de Tronende Maria de Sleutel van de Hemel” geschilderd in 1557 door de Italiaanse Renaissance schilder Carlo Crivelli, dat zich in de Gemäldegalerie in Berlijn bevindt. Buitengewoon prominent heeft Crivelli rechts van het hoofd van de Madonna een opvallende augurk hangend aan een touwtje geschilderd. Waarom? Het altaarstuk zit vol met symboliek; bijvoorbeeld de sleutel die verwijst naar de apostel Petrus, of de stigmata (‘wonden in handen’) die aangeven dat de heilige Franciscus aanwezig is. Maar wat betekent nou de augurk op het monumentale werk? 

Al jaren denk ik na over de symbolische betekenis van de augurk op dit schilderij. Op internet kan ik er tot op heden geen informatie over vinden. Wel wat algemene info over de symboliek van de augurk is er te lezen en dat zegt onder meer dat het, zeer voor de handliggend, een fallisch symbool is. Maar op het werk van Crivelli is Christus al geboren en is de toevoeging van een erotisch mannelijk symbool niet echt meer nodig zou je zeggen. 


In het boek ‘De Aanslag’ van Harry Mulisch las ik ooit dat augurken net krokodillen lijken en dat op die manier, net als de hagedis trouwens, de augurk op deze manier als alchemistisch symbool voor de onsterfelijkheid staat. 

Augurken als verwijzing naar onsterfelijkheid verklaart wellicht de aanwezigheid van dit edele stukje groenten op het altaarstuk van Crivelli maar dan moet je dus een echte alchemistenkenner zijn. De augurken uit onze moestuin hoeven trouwens niet onsterfelijk te zijn, maar het is wel handig als ze enige tijd bewaard kunnen blijven en daarom zijn we wekelijks druk in de weer om weer wat van die groene joekels met azijn in weckpotten in te maken.  

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl