Het kost wat, maar dan heb je ook wat!

Nadat ik de afgelopen weken tweemaal een poosje in Bilbao heb vertoefd, afgewisseld met een boeiend intermezzo in Toledo en Madrid, bevind ik me nu al weer enige dagen in het prachtige Valencia. Ik geniet met volle teugen van wat deze mooie Spaanse stad te bieden heeft. Ik ben hier de afgelopen jaren al talrijke keren geweest, echter de stad gaat mij nog lang niet vervelen want er is zoveel te zien en te beleven.

Valencia is qua grootte de derde stad van Spanje (na Madrid en Barcelona), maar dat merk je eigenlijk in positieve zin niet. Ik bedoel dat je niet het gevoel hebt dat je in een enorme drukke metropool bent, maar eerder in een vriendelijk rustig provinciestadje met zelfs wat dorpse invloeden. Dat laatste uit zich onder meer in de sfeer die heerst op allerlei stadspleintjes in het centrum van de stad. De gemoedelijke manier van omgang van de Valencianen, aangevuld met het mooie zomers weer, maakt het een heerlijke plek om eigenlijk op alle momenten van het jaar te vertoeven. 

Toch heeft Valencia ook grootstedelijke allure en dat zie je onder meer terug bij de zogenaamde Ciudad de las Artes y las Ciencias oftewel de Stad van de Kunst en Wetenschap.


Dit complex, gelegen aan het eind van het Turia-park, is ontworpen door de beroemde architect Santiago Calatrava. Na het voorbeeld van Bilbao, waar na de bouw van het Guggenheim Museum door Gehry aldaar de economie een enorme boost kreeg, wilde Valencia eigenlijk ook wel zo’n Bilbao-effect in hun stad creëren. Valencia koos voor de architect Santiago Calatrava die trouwens oorspronkelijk uit Valencia komt en je zou kunnen zeggen dat dit een ‘thuiswedstrijd’ voor hem zou worden. Calatrava had al wat bouwprojecten op zijn naam staan waaronder dus in Bilbao. Hier bouwde hij onder meer een brug over de rivier de Nervion en ook de Luchthaven van Bilbao is van zijn hand. Over deze stukjes architectuur schreef ik trouwens twee weken geleden al (klik hier voor mijn verhaal hierover). Calatrava, kreeg van het Valenciaanse stadsbestuur zogezegd de opdracht om een gebied van twee vierkante kilometer te bebouwen en in de eerste jaren van ons nieuwe millennium schiep hij daarop een aantal zeer bijzondere gebouwen, die absoluut zeer de moeite waard zijn om eens te gaan bewonderen. Alleen hierom zou je eens naar Valencia moeten!


Dat dit complex in Valencia bijzonder is blijkt wel als je leest hoeveel het gekost heeft: oorspronkelijk was het budget voor La Ciudad de las Artes y las Ciencias vastgesteld op 300 miljoen euro. Uiteindelijke waren de totale kosten 1.3 miljard euro !!! Een verdrievoudiging van het gebudgetteerde bedrag. Dit is trouwens één van de klachten over de architect Calatrava, want ook bij andere projecten van hem in andere steden wereldwijd overschreed hij het budget ruim. Daarnaast blijken zijn projecten regelmatig technisch niet goed in elkaar te zitten en dienen, soms al tijdens de bouw, aangepast te worden, wat dan weer extra kosten met zich meebrengt. Tenslotte zijn Calatrava’s gebouwen na voltooiing behoorlijk onderhoudsgevoelig.  

Maar ik blijf van mening dat Valencia met recht trots op deze schitterende architectuurcreaties mag zijn. Eén gebouw van dit complex wil ik speciaal noemen en dat is het ‘Palau de les Artes Reina Sofia’ (2005). Dit gebouw, dat genoemd is naar de voormalige Spaanse koningin, is de Opera van Valencia. Het ziet eruit als een mix tussen een gigantisch ruimteschip en een enorm gordeldier dat bekleed is met duizenden witte keramische tegels. Afgelopen jaar heb ik in december hier de opera ‘Don Carlos’ bijgewoond met onder meer Placido Domingo in één van de hoofdrollen. Dit was een geweldige ervaring in deze prachtige ambiance. 


In de zomermaanden zijn er geen voorstellingen in deze opera, maar we hebben deze week wel een afspraak gemaakt om met de KUNSTSTAD-groep het interieur van deze creatie van Calatrava te gaan bewonderen en dat is ook een bijzondere ervaring.

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl