Het Bilbao-effect

Verleden week heb je al in onzeTravel Tales kunnen lezen dat we ons momenteel bevinden in Bilbao. Met veel enthousiasme schreef ik al over de opvallende luchthaven van Bilbao, die door de gerenommeerde Spaanse architect Santiago Calatrava ontworpen is. De architectuur op het vliegveld van de Baskische hoofdstad is slechts een ‘opwarmertje’ voor de liefhebber van bouwkunst want als je uiteindelijk het centrum van Bilbao nadert dan word je echt getrakteerd op allerlei verschillende hoogtepunten uit de recente bouwkunstgeschiedenis; indrukwekkende creaties van beroemde hedendaagse architecten zoals onder meer Phillip Starck, Cesar Pelli, Arata Isozaki, Norman Foster en wederom van Calatrava zijn er in het stadshart van Bilbao te zien. Maar waarschijnlijk het allerbelangrijkst moderne stukje bouwkunst is het Guggenheim Museum ontworpen door de Canadees-Amerikaanse architect Frank O. Gehry. 

Dankzij de opvallende creatie van Gehry aan de rivier de Nervión heeft de stad Bilbao eind twintigste eeuw een enorme verandering ondergaan. Bilbao moest het ooit van de (scheeps)industrie hebben, maar in de loop van de ’70 jaren ging het steeds slechter met deze bedrijfstak en eind jaren ’80 lag de scheepsbouw in Bilbao volledig op zijn gat. De stad zag er mistroostig uit met vervallen fabrieken en loodsen, roestige hijskranen die hun functie hadden verloren. Het jongere deel van de bevolking trok langzaam weg om zijn heil ergens anders te zoeken en van de Baskische hoofdstad was slechts nog een ‘schim’ over.


Begin jaren ’90 was de directeur van de Solomon Guggenheim Foundation, Thomes Krens, tijdens zijn bezoek aan Bilbao aan het joggen langs de rivier de Nerviónen dacht hij onderwijl hij hardliep na over de expansiedrang van het Guggenheim Museum. Naast het Peggy Guggenheimmuseum in Venetië wilde de vermogende New Yorkse stichting een tweede museumvestiging openen en dan wel in Europa. De plannen waren om dit in eerste instantie in Salzburg te doen echter dat liep op niets uit en op dat moment kreeg Krens te horen dat het stadsbestuur van Bilbao grootste plannen had om hun stad nieuw leven in te blazen. Krens nodigde naar aanleiding hiervan zijn bevriende architect Frank Gehry uit om eens in Bilbao rond te komen kijken. Krens en Gehry kwamen samen tot de conclusie dat dit nieuwe moderne kunst museum aan de oevers van de Nervión moest komen, nabij de plek waar de hoge brug, genaamd Puente de La Salve, vanuit de bergen de stad in kwam. En zo geschiedde. Zodra je de tunnel uitkomt via de genoemde brug, die onder meer de toegangsweg vanaf het vliegveld is, krijg je dus tegenwoordig als een soort enorme verrassende surprise het spectaculaire Guggenheimmuseum gepresenteerd. Ontegenzeggelijk maakt de eerste kennismaking op deze manier bij alle bezoekers direct een verpletterende indruk! Het gebouw is in één woord geweldig en dan zeg ik denk ik absoluut niet te veel.



"Het museum ziet er uit als een kathedraal van Titanium"


Het museum ziet eruit als een ‘Kathedraal van Titanium’, het laatst genoemde is het glanzende metaal waarmee het grootste deel van het museumgebouw mee bedekt is. Veel meer dan roestvrij staal reageert titanium op de weergesteldheid. Niet alleen als de zon schijnt wordt het licht erin weerkaatst, maar bijvoorbeeld bij regen is er ook een prachtige weerspiegeling in waar te nemen en niet te vergeten de roze glans die het titanium geeft als de zon ondergaat. Het gigantische gebouw is op indrukwekkende wijze op zijn omgeving afgestemd. Het geheel lijkt op een groot schip en sluit daarmee aan op de visserstraditie van Bilbao. Het glanzende oppervlak doet denken aan schubben van een vis wat ook refereert aan de nabijgelegen zee.

Frank Gehry, die trouwens geboren is als Ephraim (Frank) Owen Goldberg, heeft wereldwijd veel meer bouwwerken op zijn naam staan en wat het organiseren van de reizen van KUNSTSTAD wederom weer erg leuk voor mij maakt is het feit dat ik tijdens mijn trips al verschillende projecten van Gehry heb mogen aanschouwen; tijdens mijn Praagreis kwam ik regelmatig langs Het Dansende Huis (1996) van Gehry en ook bij de excursies naar Düsseldorf zagen we het opvallende gebouwencomplex Neuer Zollhof (1999) in de Medienhafen aldaar. Verschillende malen tijdens mijn busreizen naar Berlijn zijn we op de terugweg gestopt bij het MARTa Herford Museum (2005), gelegen in de gelijknamige plaats in het midden van Duitsland, waar Gehry eveneens een bijzonder museumgebouw heeft ontworpen, echter dit is wat minder spectaculair dan in Bilbao. 


Heel nieuwsgierig werd ik dit najaar van het in aanbouwzijnde project van Gehry in het Zuid-Franse Arles. En helemaal verrast was ik door de twee gebouwen die Gehry in Parijs had gerealiseerd; in de wijk Bercy bouwde hij daar in 1994 het zogenaamde American Center dat vanaf 2005 de Cinémachèque Française herbergt en sinds kort staat midden in het Parijse Bois de Bologne het in het oogspringende museumgebouw van Fondation Louis Vuitton (2014) dat eveneens van de hand van Gehry is.

Gehry heeft iets met beeldhouwwerken en dat zie al je meteen als je het Guggenheim Museum Bilbao nadert. Voor de entree staat een twaalf meter hoog kunstwerk getiteld ‘Puppy’ dat is gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons. Deze enorme West Highland White terriër is bekleed met wel 70 duizend echte bloemen die via een ingebouwd irrigatiesysteem van water worden voorzien. 

Het Guggenheim Museum in Bilbao zelf is ook een soort beeldhouwwerk en dat komt door het deconstructivistische uiterlijk van het museumgebouw. Dat Gehry zulke sculpturale gebouwen neerzet komt onder meer door zijn vriendschap met de Amerikaanse minimalistische beeldhouwer Richard Serra. Niet verwonderlijk is het dan ook dat op bijna de gehele onderste verdieping van het Guggenheim Museum Bilbao een opvallend kunstwerk van Serra (semi-)permanent tentoongesteld wordt met de inspirerende titel "The Matter of Time". 


"Het is een kwestie van tijd"



Dit beeldhouwwerk van Cortenstaal, bestaande uit acht sculpturen/installaties (met totaal 50 onderdelen) is absoluut ‘verpletterend’ en buitengewoon imponerend. Vooral als je de verschillende onderdelen ‘binnenwandelt’ krijg je een groot gevoel van vervreemding en raak je zelfs een beetje de weg kwijt. Niet verwonderlijk dat de bestseller schrijver Dan Brown dit kunstwerk en de rest van het Guggenheim Museum in Bilbao in zijn nieuwste boek ‘De Oorsprong’ als toneel gebruikt heeft.

Het Guggenheim Museum Bilbao gaf de Baskische hoofdstad zo’n economische impuls dat de term ‘Bilbao-effect’ is ontstaan. Het gebouw kostte uiteindelijk bij de opening in 1997 honderd miljoen euro, echter in het jaar 2000, drie jaar na de opening van het gebouw, zorgde het museum jaarlijks voor rond de €150 miljoen aan extra inkomsten voor de stad en leverde het €26 miljoen aan (toeristen)belastingen op, waardoor de bouw van het museum in slechts enkele jaren was terugverdiend. Ook zorgde het Guggenheim Museum in Bilbao voor ongeveer 4.500 extra banen in de stad en dat was ook een enorme economische opsteker; kortom de uitdrukking Bilboa-effect was geboren. 


Sinds de opening zijn we nu inmiddels meer dan twintig jaar verder en in zijn eerste twee decennia van het bestaan van het Guggenheim Museum zijn er twintig miljoen bezoekers (!!) hiervoor naar de Baskische hoofdstad toe gekomen. En inmiddels draag ik met KUNSTSTAD ook mijn steentje hieraan bij want deze week zijn we hier met een reisgezelschap en over een week komt er weer een nieuwe groep met enthousiaste kunstliefhebbers voor een reis naar deze bijzondere plek. 

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner 

verhoeven@kunststad.nl