We roken ze de tent uit

Al eerder heb ik het over het fenomeen van roken en hospitality gehad. Zo schreef ik onder meer over rokende hotelgasten en medewerkers van hotels die vlak voor de deur van het hotel staan te roken. Eén ding is in dit kader namelijk al heel opvallend en dat is dat de sigarettenrook via de voordeur, die regelmatig open en dicht gaat, toch alsnog de hotellobby naar binnen komt. 

Toen ik echter van de week de business lounge betrad van een hotel waar ik verbleef vond ik de lucht in deze ruimte gelijk heel onaangenaam en ik vermoed dat de vaste medewerker van het hotel die in de lounge werkzaam was regelmatig buiten openingsuren een sigaret in deze mooie ruimte opstak. Deze zogenaamde ‘koude rooklucht’ herkende ik direct. In een luxe hotel als dit vond ik deze rooklucht totaal onwenselijk en ik vond het dus niet prettig om lang in de lounge te verblijven. 

Dit voorval deed mij terugdenken aan mijn zoektocht naar een geschikt KUNSTSTAD-hotel in Bremen twee jaar geleden. Bij binnenkomst bij het eerste viersterrenhotel in Bremen dat ik wilde testen werd ik verrast door een sigarettenrooklucht. Hmm, vreemd, want ik zag direct bij de receptie dat het hele hotel, zoals tegenwoordig gebruikelijk is, rookvrij was.


. Ik hield het er maar op dat deze rooklucht een incident was en wellicht veroorzaakt werd doordat één of meerdere personen voor de deur van het hotel had(den) gerookt en dat tijdens het openen van de hoteldeur met een grote windvlaag alle sigarettenrook in de lobby was gekomen. Alhoewel je zo’n ‘rook-ongeval’ als hotel op allerlei manieren kunt vermijden, suste ik mijzelf toch maar met de gedachten dat het zo’n vaart voor de rest niet zou lopen en ik verheugde me op mijn hotelkamer. 

Bij aankomst in de kamer was ik echter verbaasd dat ik wederom verwelkomd werd door rooklucht en dit keer was het de geur van sigarenrook, die ik persoonlijk nog penetranter vind dan sigarettenrook. 

Toen ik naar het venster liep viel me in eerste instantie op hoe mooi het uitzicht over de rivier de Weser was, maar ook zag ik direct dat twee grote ramen wagenwijd open stonden, ondanks de lage winterse temperaturen buiten. Dit laatste was bij mij een bevestiging dat men in het hotel bekend was dat kamer(s) naar rook stonken. Als een echte hotelkenner ging ik verder op onderzoek uit en klom ik met behulp van een stoel naar het rooster van de airconditioning. En ja hoor, de rooklucht werd veroorzaakt door de airco en toen ik deze uitzette werd de geur direct minder, alhoewel hij niet geheel verdween. 


Ik besloot, omdat het inmiddels al aan het begin van de avond was, om desondanks toch in de kamer te blijven. Met Marcel’s hulp wist ik met vochtige handdoeken de airco-roosters provisorisch af te sluiten en doordat de ramen open stonden werd rooklucht langzaam minder, echter helaas daalde ook de temperatuur. Ach ja, als ik moet kiezen uit twee kwaden dan maar het laatste en slapen in een koude kamer was voor een keer niet zo erg.

Maar nu was pas echt de Hospitalityscanner in mij weer ‘wakker’ geworden en ik wilde toch het mijne er van weten. Ik nam de lift naar de receptie om mijn ongenoegen over de ongewenste sigarettengeur op mijn kamer mee te delen. Toen de liftdeuren open gingen keek ik er nu niet meer van op dat ik de lobby wederom getrakteerd werd op het onaangename penetrante nicotinelucht en de dame bij de receptie begreep meteen waar ik het over had. Zij wees richting de bar en deelde mee dat deze in tweeën was gedeeld waarbij één deel de zogenaamde ‘smokers-lounge’ was. Maar ze zei er uitdrukkelijk bij dat deze gezellige rokersruimte ‘goed’ afgesloten was door glazen deuren. Ik nestelde mij in het niet-rokersgedeelte van de bar en zag dat de barmannen op en neer tussen de twee ruimtes liepen en de glazen deuren voortdurend op een grote kier lieten staan. Begrijpelijk, want het is voor hen eigenlijk geen doen om de hele tijd de deur open en dicht te doen als je druk aan het bedienen bent. En al zouden ze dit doen dan betekende dit nog steeds dat er een constante luchtstroom van sigaren- en sigarettenrook de hele open lobby en entree van het hotel zou vullen. Met verbazing, maar gek genoeg ook met vermaak, zag ik het hele proces aan en kwam nu ook snel tot de conclusie dat de verschillende airco-roosters van de enorme ‘rokers-lounge’ er voor zorgden dat de rooklucht letterlijk door het hele hotel gecirculeerd werd. Nu was ook gelijk de rooklucht op mijn kamer verklaard!


Dankzij het afzetten van de airco op mijn hotelkamer en de geïmproviseerde blokkade van de rooster door middel van handdoeken werd de input van de niet gewenste luchtjes die nacht tot een minimum voor ons enigszins beperkt, maar natuurlijk viel dit hotel hierna af voor de KUNSTSTAD-reis. 

Die ochtend bij het uitchecken had ik het er wederom over met een andere medewerkster bij de receptie van het hotel. Zij vertelde mij heel eerlijk en oprecht dat ze veel meer klachten van klanten hierover had gekregen. Ik vroeg haar waarom ze niet gewoon de ‘smokers-lounge’ konden sluiten en rokers een andere optie, buiten het hotel, konden geven. In mijn spontaniteit floepte ik er zomaar uit dat de hoteldirectie waarschijnlijk straffe rokers waren. Het antwoord van de dame bij de receptie was bevestigend en ik dacht er het mijne van. 

Die dagen in Bremen heb ik gelukkig een ander geschikt hotel gevonden, waar we daarna heel prettig met ons reisgezelschap met de KUNSTSTAD-reis hebben kunnen verblijven.

 

Judith de Groot, HospitalityScanner

info@HospitalityScanner.com