De donkere dagen voor kerst

Het is toch wel weer even wennen om vanuit het mooie en heldere weer van Spanje in het grijze en donkere Nederland te zijn beland. Ik begrijp inmiddels als geen ander wat men met de uitdrukking ‘het zonnige zuiden’ bedoelt. Het Verkeersbureau van Valencia, en trouwens ook dat van Málaga, beweert dat ze gegarandeerd driehonderd dagen zon per jaar hebben. Dat kunnen we helaas in Nederland niet zeggen en met name in de winterperiode is een dik grijs wolkendek wat ons is gegeven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat onze verre voorouders tijdens deze donkere dagen een feest hadden dat in het teken van het licht stond. Dat vierde ze op het moment dat de langste nacht had plaatsgevonden en het (zon)licht langzaamaan weer stapsgewijs terug zou komen. Tijdens deze uiterst lange, donkere nachten zocht men bomen op die groen bleven en niet hun bladeren verloren, om die te eren en men hing daar als eerbetoon dan kaarsjes in. De dennenboom en de sparrenboom waren hiervoor geschikt, maar ook maretakken en hulst werden binnenshuis gehaald om met lichtjes te versieren. Om nog wat preciezer te zijn, de Germanen, want daar heb ik het dus over, vierden rond de decembermaand het zogenaamde ‘joelfeest’ om het kwade (het donker van de nacht) te verdrijven en het licht te begroeten. In de Scandinavisch landen heet kerst vandaag de dag overigens nog altijd ‘Jul’.


Toen in onze streek de Batavieren, de Cananefaten, de Friezen en andere volkeren tot het Christendom bekeerd werden, werd hun heidense lichtfeest ‘geadopteerd’ door de missionarissen en werd er verteld dat op die datum Jezus Christus zou zijn geboren, zodat vanaf dat moment elk jaar rond de tijd van het voormalige lichtfeest Christus zijn geboortedag gevierd moest worden. In Zuid-Europa trouwens werd bij de kerstening ook voor de datum 25 december gekozen omdat men voordien in de heidense Romeinse tijd op die datum het Zonnefeest, ter ere van de Romeinse god Sol Invictus, vierde. En zo kregen alle heidense volken Jezus Christus, die Het Licht van de Wereld genoemd werd, als vervanging. Kerstmis betekent eigenlijk niets anders dan ‘Christus-mis’. Degene die trouwens verantwoordelijk was voor de verchristelijking van het heidense licht- en/of zonnefeest is de beroemde keizer Constantijn de Grote, die leefde in de vierde eeuw na Christus. Dat was trouwens dezelfde man die de hoofdstad van Rome naar Byzantium verplaatste, dat vanaf toen Constantinopel zou gaan heten. Over deze grote Romeinse leider zal ik het tijdens de Wintercursus in januari uitgebreid hebben. (Klik hier voor meer informatie).

Nog even terugkomend op de geboorte van Jezus, waar het dus officieel tegenwoordig om draait tijdens onze kerstmis. Die vond plaats aan het begin van onze jaartelling, dus 2017 jaar geleden. 


Volgens hoofdstuk 2 van het evangelie van Lucas gebeurde het volgende:

“In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling had voor het eerst plaats toen Quirinius landvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij van Galilea uit de stad Nazaret naar Judea, naar de stad van David, Betlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.”

Op dit stuk van de Bijbel is eigenlijk ons hele kerstverhaal gebaseerd. Op ontelbare plekken wereldwijd maakt men rondom de kersttijd dan ook kerststallen; een schuurtje, vaak met levensgrote beelden van Jozef en Maria die het provisorische wiegje van hun pasgeboren kind flankeren, met op de achtergrond een os en een ezel, die nogmaals bevestigen dat het gezelschap zich in een stal bevindt. 


Deze geboortescène is tevens ontzettend vaak in de kunstgeschiedenis uitgebeeld. Er zijn dan wisselingen op het thema mogelijk door bijvoorbeeld herders met schapen toe te voegen zoals onder meer de vijftiende eeuwse Vlaamse kunstenaar Hugo van der Goes en zijn Florentijnse collega Ghirlandaio ooit deden.

Toch blijf ik nog altijd met een aantal vragen bij dit verhaal zitten. Het zou nu te ver gaan om al mijn vragen in mijn korte blog te berde te brengen, maar zo verwonder ik me eigenlijk al heel lang hoe die Jozef dat toch klaargespeeld heeft om Maria bij zoiets ingrijpends als een bevalling van een kind goed bij te staan en deugdelijk te helpen deze zware klus te klaren. Sinds ik zelf twee dochters heb en er natuurlijk bij was toen ze ter wereld kwamen verwonder ik me hier nog meer over. Had hij geen handdoeken, warm water en überhaupt wat extra assistentie nodig? Nu was Jezus natuurlijk ook wel een heel bijzonder kind en had God de vader waarschijnlijk beslist dat het een hele makkelijk bevalling zou worden waarbij de rol van Jozef slechts ondergeschikt en misschien zelfs onnodig zou zijn.


Toch ben ik niet de enige die met vragen zit, want in de theologische wetenschap is men ook al eeuwenlang met deze kwestie bezig. Wist je trouwens dat er apocriefe verhalen zijn (die dus niet in de Bijbel staan) waarbij er twee vroedvrouwen bij de geboorte aanwezig waren?

Wellicht kom ik nog wel eens op dit interessante onderwerp terug. Graag rond ik nu mijn kerstoverpeinzing af en wens ik je een goed en gezellig kerstfeest toe.

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner

verhoeven@kunststad.nl

 



Wilt u meer blogs lezen van Stedenkenner Marcel Verhoeven? Klik hier rechts dan op het 'Stedenkenner' logo.