Venetië en moderne kunst

Zowel met de groep deelnemers van de KUNSTSTAD-reis als zelfstandig liep ik deze week intensief door Venetië en genoot ik van alle schitterende kunstschatten die de lagunestad te bieden heeft. Naast een stad met vele oude kunstschatten profileert Venetië zich ook graag als een centrum van moderne kunst. Eens in de twee jaar vindt er al meer dan honderd jaar een belangrijke kunstmanifestatie plaats die bekend staat als ‘De Biënnale’ en dit jaar is dat wederom het geval. Speciaal hiervoor hadden wij een kunstreis naar Venetië georganiseerd om met geïnteresseerden de stand van zaken in de hedendaagse kunst te gaan bewonderen. Deze zomer hadden we al met een groep kunstminnaars grondig alle kunstuitingen op ‘De Documenta’ in Kassel bekeken en we waren dus al aardig op de hoogte van wat er speelde op het gebied van de contemporaine kunst. Toch zagen we op ‘De Biënnale’ hier in Venetië weer allerlei andere nieuwe zaken op modern kunstgebied.

Niet alles op de Venetiaanse Biënnale roept het zogenaamde ‘wow-gevoel’ op en ook niet alles heeft eeuwigheidswaarde maar een aantal dingen zette je wel aan het denken of blijven je minimaal bij vanwege een zekere esthetiek. 


Opmerkelijk waren bijvoorbeeld de twee reusachtige witte handen die uit het water van de Canal Grande oprezen en een oud palazzo leken te ondersteunen. De kunstenaar Lorenzo Quinn wilde hiermee een statement maken tegen de strijd tegen het oprijzende water en de langzaam zinkende bodem waar Venetië de laatste jaren mee te maken heeft. Dit genoemde kunstwerk deed mij herinneren aan het enorme meer dan levensechte beeld op ‘De Biennale’ in 2001 van de kunstenaar Ron Mueck dat opgesteld stond in de voormalige scheepswerf Het Arsenaal. Dit metershoge hurkende jongetje deed me denken aan uit de ‘kluitengewassen’ jeugdige zwerver uit Brazilië en is mij sindsdien altijd bijgebleven. Net als het hyperrealistische beeld van de paus die door een meteoor wordt getroffen op ‘De Biennale’ van 2003 vervaardigd door de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattalan, dat ik ook nog steeds niet ben vergeten.

Dit zelfde gevoel kreeg ik dit keer ook bij de speciale tentoonstelling van de Britse kunstenaar Damien Hirst die in het kader van ‘De Biennale’ van dit jaar op twee bijzondere locaties werd geëxposeerd. 


"Het hyperrealistische beeld van de paus die door een meteoor wordt getroffen op ‘De Biennale’ van 2003 ben ik nog niet vergeten."



De Franse miljardair François Pinault heeft de beschikking over zowel het historische ‘Palazzo Grassi’ en het voormalige douanegebouw genaamd ‘Punto della Dogana’ en hij gaf Hirst de mogelijkheid om met een enorme hoeveelheid kunst deze twee grote gebouwen te vullen.

Damien Hirst kwam enkele jaren geleden op het idee om rond een (denkbeeldig) verhaal van een gezonken schip uit de oudheid kunstobjecten te maken. De veelal immense sculpturen zien er uit of ze bijna tweeduizend jaren op de bodem van de zee hebben gelegen doordat ze ondanks dat ze gerestaureerd en schoongemaakt zijn nog gehavend zijn door waterpokken, schelpen, koralen en andere zee-organismen. De illusie van echtheid wordt nog eens versterkt door het feit dat de bronzen beelden allemaal geënt zijn op bekende verhalen uit de Klassieke Oudheid en dus passen bij de talrijke klassieke beelden uit de bekende musea in de wereld. Er zijn binnen de kunstwereld wisselende geluiden gehoord over de expositie’s van Damien Hirst, van buitengewoon enthousiast tot zeer negatief. Ik vond het een uiterst interessante tentoonstelling en had hem niet willen missen.


Met genoegen liep ik rond langs alle paviljoens op De Biënnale waar allerlei landen hun uiterste best doen om hun beste kunstenaars te tonen aan de wereld, maar toch slaakte ik zucht van geruststelling en genoegen toen ik in een paar gevestigde musea in Venetië langs de kunst liep van kunstenaars die in ver verleden furore hebben gemaakt. En dan bedoel ik de werken van Klimt, Renoir, Morandi, Giorgio de Chirico en andere klassiek moderne kunstenaars in het Moderne Kunstmuseum gevestigd in Ca’ Pesaro. En wat genoot ik van Picasso, Míro, Max Ernst en Jackson Pollock in het Peggy Guggenheimmuseum. Dit laatstgenoemde museum ligt zo prachtig aan de Canal Grande en terwijl ik op het bordes aan het water naast het beeld van Marino Marini sta, verval ik in melancholie en verlang ik al weer naar mijn volgende bezoek aan Venetië.

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner

verhoeven@kunststad.nl



Wilt u meer blogs lezen van Stedenkenner Marcel Verhoeven? Klik hier rechts dan op het 'Stedenkenner' logo.