Hip stoeltje en een kleurig behangetje

Van een kleurtje hier en daar hou ik best. Dus een leuk bont design voor de inrichting van een luxe hotel kan ik soms best wel waarderen. Ik ben echter van mening dat je bij de keuze van het interieur van een sjiek hotel hiermee wel moet oppassen, want het moet niet te uitbundig worden en daarbij dien je zoveel mogelijk rekening te houden met de smaak van gasten van allerlei pluimage. Het is natuurlijk de bedoeling dat het design bij zoveel mogelijk bezoekers in de smaak valt waarbij je te maken hebt met mensen van allerlei nationaliteiten, van alle leeftijden en vele gezindten.

Kortom, in dat kader is mijn devies dat viersterren-, en vooral vijfsterrenhotels, zoveel mogelijk neutraal ingericht dienen te worden. Dat wil zeggen chic, comfortabel, degelijk en dus zonder al te veel poespas en gedoe. Gewoon mooie luxe uitziende meubels, liefst in effen kleuren, die niet te veel ‘vloeken’ met andere kleuren, en verder een rustige uitstraling. Mijn genoemde stelling geldt trouwens, met name als het gaat om kleur, niet alleen voor het meubilair maar trouwens ook voor de vloerbedekking en wandbekleding. 

Het heeft mijn inziens verschillende voordelen om deze neutrale keuze te maken. Allereerst dat de door mij voorgestelde hotelinrichting door zijn neutraliteit tevens heel erg tijdloos kan zijn en hierdoor wat jaartjes mee kan gaan.


Het is niet onderhevig aan de laatste modegrillen. Te extravagante fauteuils met uitbundige kleuren die misschien nu heel erg in de mode zijn, kunnen over twee jaar al minder aanspreken en zelfs over vier jaar geheel not done zijn. Dit dilemma ondervang je dus door voor een meubelstuk met een veel tijdlozere uitstralingen te kiezen. Misschien is dat wat minder gewaagd en spannend, maar voor het ultiem functioneren van een kwaliteitshotel wel veel praktischer. Uit ervaring weet ik dat veel goede vier- en vijfsterrenhotels telkens na tien jaar geheel gerenoveerd worden. Alhoewel het hotelmanagement er meestal voor zorgt dat het interieur in goede staat blijft, duurt het dus een behoorlijke tijd voordat het hotel in heel nieuw ‘jasje’ wordt gestoken. Als je dus kiest voor een te modieuze en te hippe inrichting, dan loop je zogezegd de kans dat het hotelinterieur op een gegeven moment uit de tijd is en zelfs door de gasten ouderwets gevonden wordt, terwijl het nog jarenlang mee moet omdat de volgende grote renovatie nog wel enkele jaren op zich laat wachten.

Als bijkomend voordeel noemde ik reeds in mijn inleiding al dat een neutraal doch luxe interieur als rustgevend en dus door de meeste gasten als heel prettig wordt ervaren. Je ondervangt hiermee dat sommige gasten door bepaalde felle kleuren en vreemde vormgeving geïrriteerd raken en zich niet thuis voelen.


In eerste instantie zal je zeggen dat mijn verhaal toch heel logisch klinkt en dat de meeste kwaliteitshotels zich niet zullen branden aan te gewaagde designs en te uitbundige kleuren. Toch kom ik regelmatig bijzondere zaken tegen waarbij ik me soms verbaas over de hotelontwerpers die aan de slag zijn geweest. Zo werd ik zeer recent in een Amsterdams hotel getrakteerd op behang met levensgrote roze flamingo’s op de muren van mijn hotelkamer. Voor de goede orde, de kamer was enkele weken hiervoor helemaal gerenoveerd en dit behoorde tot de nieuwe ‘look’. Alsof de flamingo’s nog niet genoeg ‘visuele herrie’ maakten, had men besloten om de rest van de kamer met bonte vloerbedekking en extravagante meubels verder in te vullen. Zelfs het plafond had een onbestemd bruinig kleurtje gekregen. Gelukkig, of misschien beter gezegd helaas, hadden ze deze onsamenhangende inrichting in het hele hotel doorgetrokken. De gangen, die historische al weinig ramen hebben en dus wat daglicht ontberen, waren eveneens met donkere kleuren geverfd en hadden daarbij een bruine lambrisering gekregen. Zelfs had men voor pikzwart wc-potten gekozen met donkerbruine keramische tegels op de achtergrond. Ik vroeg me af of dit nu de mode is anno 2017, maar je merkt al dat het niet echt mijn smaak is en het is zeker niet tijdloos.


Ook in een mooi viersterrenhotel op de Veluwe werd ik afgelopen jaar geamuseerd door een hotelkamer die gedecoreerd was met een behang dat bestond uit een druksel van bomen die in bloesem stonden. Met had echter er voor gekozen om deze bomen ook in het tapijt terug te laten komen, dus het was echt een ‘bonte kermis’ in deze kamer. Het maakte me onrustig en ik raakte er behoorlijk van afgeleid, maar ik dacht het is toch maar voor enkele nachtjes en als ik mijn ogen dicht doe dan zie ik er niets meer van. Maar zo’n laatstgenoemde houding is flauw van mij want als HospitalityScanner wil ik juist beschrijven hoe een hotel een goede indruk bij de gasten achterlaat waarbij men daarnaast het verlangen creëert om spoedig terug te komen en dat doe je met zo’n design volgens mij niet.

Voor de goede orde, ik blijf open staan voor bijzondere ontwerpen voor mooie hotels, maar ik pleit ervoor dat men zich wel aan een aantal basisregels houdt, zoals ik mijn stuk beschrijf, en daar rekening mee houdend zijn er prachtige creaties voor een schitterend vier- of vijfsterrenhotel mogelijk.

Judith de Groot, HospitalityScanner

info@HospitalityScanner.com 



Wilt u meer blogs lezen van HospitalityScanner Judith de Groot? Klik hier rechts dan op het 'Stedenkenner' logo.