Voor prachtige kunst moet je naar München!

Inmiddels ben ik al weer meer dan anderhalve week in München en geniet nog steeds met volle teugen van deze bijzonder stad in Zuid-Duitsland. Volgens mij denken de meeste mensen als ze de naam München horen aan Lederhosen, Dirndl-jurken, Oktoberfesten en vooral (veel) bier. Dit beeld klopt, maar dan wel slechts ten delen. De genoemde typische Beierse kledij wordt niet zozeer meer op straat door de locale bevolking gedragen, maar de vele kledingzaken in het centrum van de stad hangen er wel vol mee. Waarschijnlijk koopt deels de grote meute toeristen in een opwelling een typische korte Beierse leren broek of een veelkleurig jurkje met het kenmerkende decolleté. Daarnaast schaffen de Münchenaren zelf rond deze tijd een nieuw Beiers feesttenue aan om te gebruiken tijdens de naderende Oktoberfesten. Dit beroemde bierfestijn, dat zich aan de rand van het centrum op een groot grasland in talloze enorme ‘circustenten’ afspeelt, zal half september, anders dan de naam doet vermoeden, weer losbarsten. Miljoenen mensen van heinde en verre doen hier één of meer dagen aan mee en dan is het aanhebben van een Lederhosen of Dirndl-jurk een verplicht item.


Maar voor mij is München meer dan de bovengenoemde folklore. Veel mensen weten niet dat de hoofdstad van Beieren ook een echte kunststad is. De stad is een aantal belangrijke kunstmusea rijk en eigenlijk alleen al hierom dien je eens naar München te gaan. Verleden week schreef ik al over het beroemde beeld getiteld ‘De Barberini Faun’ dat zich in de Glyptothek bevindt (lees hier mijn verhaal erover), maar dit oudheidkundig museum in München heeft nog veel meer topstukken uit de Klassieke Oudheid en voor de liefhebber is het echt een walhalla met schitterende sculpturen. Met genoegen leidde ik dan ook een paar dagen geleden de deelnemers van de KUNSTSTAD-reis langs een aantal hoogtepunten van deze topcollectie.

Maar er zijn zogezegd meer belangrijke musea in de hoofdstad van Beieren waarvan de meesten in één wijk, genaamd het ‘Kunstareaal’, bij elkaar gesitueerd zijn. Op slechts een steenworpafstand van de reeds genoemde Glyptothek bevindt zich de Alte Pinakothek. De beide museumgebouwen zijn aan het begin van de negentiende eeuw ontworpen door de classicistische architect Leo von Klenze, die er imposante monumentale gebouwen van heeft gemaakt. In de Alte Pinakothek worden de schilderijen uit de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw tentoongesteld en daaronder bevindt zich een aantal zeer beroemde werken. 


Het zelfportret van Albrecht Dürer op 28 jarige leeftijd is zo’n icoon uit de kunstgeschiedenis. Hij schilderde zichzelf rond 1500 waarbij hij het portret zo’n uitstraling gaf dat menigeen denkt dat het een weergave van Jezus Christus is. De Alte Pinakothek bezit ook een groot aantal werken van onze Rembrandt waarvan het ‘Offer van Izaak’ heel bekend is. Bijna in chronologie kun je na de Alte Pinakothek de tegenoverliggende Neue Pinakothek bezoeken, waar het verder gaat met de kunstgeschiedenis van de achttiende en de negentiende eeuw. Het werk van Caspar David Friedrich spreekt mij hier erg aan, maar ook de zalen met de impressionisten en post-impressionisten zijn schitterend. Hier kun je onder meer vier werken van Vincent van Gogh zien, waaronder een versie van de Zonnebloemen.

Waar de Alte Pinakothek eindigt gaat de ‘buurman’ schuin aan de overkant verder, want het museum waar ik het dan over heb, namelijk de Pinakothek der Modernen, toont talrijke werken van klassiek moderne kunstenaars die behoorden tot verschillende modernistische stromingen uit de twintigste eeuw, zoals het kubisme met schilderijen van Picasso en het Duitse expressionisme waarbij je in dit gigantische museum getrakteerd wordt op schitterende stukken van Ernst Ludwig Kirchner, Franz Marc, August Macke en Wassily Kandinsky


Mocht je echt een fan zijn van de laatst genoemde kunstenaars dan dien je tenslotte ook nog naar het nabijgelegen Lenbachhuis te gaan. In dit museum kun je nog meer werk van Der Blaue Reiter zien. Deze kunstenaarsgroep die opgericht is in 1911 door Kandinsky en samen met Marc hoort hij echt bij München omdat de kunstenaars met name in deze stad meer dan honderd jaar geleden werkzaam waren.

Terwijl ik dit op schrijf vraag ik me af of er een stad is waar net zoveel musea met zulke imposante kunstcollecties zijn als hier in München. Eén stad schiet me direct te binnen en dat is Washington. Dat is trouwens niet verwonderlijk dat ik direct aan de Amerikaanse hoofdstad moet denken aangezien ik inmiddels al druk in de weer ben met mijn presentatie over de kunst in Washington die ik aan een groot aantal geïnteresseerden aanstaande zaterdag ga geven. Wil je graag weten wat er op cultureel gebied in Washington allemaal te zien is, dan ben je hartelijk welkom en dan vertel ik je zaterdag graag meer hierover (hier kun je je aanmelden).

 

Marcel  Verhoeven, Stedenkenner

verhoeven@kunststad.nl

 



Wilt u meer blogs lezen van Stedenkenner Marcel Verhoeven? Klik hier rechts dan op het 'Stedenkenner' logo.