Köszönöm of Gracias

Al weer 12 dagen ben ik in Boedapest en probeer ik mij aan te passen aan de plaatselijke Hongaarse gewoontes en gebruiken. Na een tijdje in Spanje, waar ik de mensen trouwens over het algemeen heel aardig vind, valt me nu ook op hoe sympathiek de Hongaren zijn. Al vrij vlot wisselde ik het ‘Gracias’ in voor ‘Köszönöm’, dat dankjewel in het Hongaars betekent.

Hier in de hoofdstad van Hongarije ga ik op zoek niet zozeer naar de overeenkomsten met de Spanjaarden die ik kort hiervoor heb meegemaakt, of de Zuid-Italianen van een paar weken daarvoor, of met de Nederlanders die ik natuurlijk zo gewend ben. Ik heb namelijk al eens vaker geschreven (klik hier) dat ik het jammer vind dat met name in de detailhandel alles in Europa, en zelfs wereldwijd, hetzelfde wordt. Ik vermijd dus ook zoveel mogelijk kledingzaken als H&M, Zara etcetera (die je uiteraard ook in Boedapest aantreft) en zoek juist die typische winkeltjes die een land zo bijzonder maken. Hoe verheugd waren Judith en ik dan ook toen wij bij het treinstation van Boedapest verleden weekend een oubollig-uitziende etalage zagen met gedateerde pyjama’s en aanverwanten. We verwachtten dat ze hier wel eens paarse maillots en panty’s voor de dames in ons paarse gezin zouden hebben, die bij de grote modeketens nauwelijks in de collectie zitten en dus moeilijk verkrijgbaar zijn. En ja hoor, in deze ouderwetse zaak waren deze kousen in overvloed te verkrijgen. Hoe jammer zou het zijn als dit soort zaakjes zouden verdwijnen en alles uniform en gelijk in Europa wordt?


Natuurlijk kent Boedapest, als je door de binnenstad heen wandelt, zijn nationale bouwkunst. Vooral de Boedapester Secession, dat een variant is van de Jugendstil/Art Nouveau, is in het straatbeeld opvallend aanwezig en maakt de stad anders dan bijvoorbeeld Valencia of Napels. Echter als het om moderne gebouwen van de laatste 15 tot 20 jaar gaat dan lijkt het alsof er geen sprake is van verschil qua architectuur in Europa. Veel gebruik van glas, strakke lijnen, geometrisch en weinig ornamenten. Dat is toch eigenlijk wel erg jammer. Nogmaals, waarom moet alles toch zo hetzelfde zijn?

Een ander voorbeeld van de gelijkschakeling is te zien bij de jonge generatie. Of je nou in Italië bent, Spanje, Nederland of in Hongarije bent, overal turen ze eigenlijk voortdurend op elk moment van de dag, op een beeldscherm van een smartphone of tablet. Het valt me overigens op dat de leeftijd er bijna niet meer toe doet in deze digitale nieuwe wereld, want zelfs tijdens het ontbijt in alle genoemde hotellocaties zitten zowel senioren als kleuters meer naar het schermpje te kijken dan dat ze zien wat ze eten.

Wat zonde nou eigenlijk, dan ben je waarschijnlijk kort in het buitenland, waarbij je je bezoek hebt voorbereid met behulp van je computer of Ipad en dan ben je uiteindelijk op je plaats van bestemming en dat zit je wederom het meeste van de tijd met zo’n apparaat voor je neus. Het valt me de laatste tijd toch ook op dat als je bij bezienswaardigheden komt dat de meeste toeristen niet eens meer goed kijken en iets ervaren, maar gelijk foto’s met hun mobieltjes beginnen te maken. Ik denk bij mezelf wel eens dat ze straks niet eens weten of ze er daadwerkelijk geweest zijn of dat het een herinnering is die op hun iPhone staat. Ik moet eerlijk zijn dat het mij ook moeite kost om dit digitale apparaatje tijdens mijn reizen volledig aan de kant te gooien. Vroeger zocht ik mijn route door de stad uit op de papieren plattegrond die ik bij de hotelreceptie kreeg, wat niet altijd even makkelijk was want het was soms echt een puzzeltocht. Tegenwoordig wijst mijn mobieltje mij voortdurend de weg en waarschuwt mij zelfs al ik van het juiste pad af raak. Handig, of juist niet?  Het wordt wel een stukje minder spannend en zeker geen echte spannende ontdekkingstocht meer.


Ondertussen, tijdens mijn door de GPS satelliet gecontroleerde wandeling, maak ik ook regelmatig met mijn telefoon foto’s van wat ik zie, dus zowel als camera en als wegwijzer lijkt het alsof ik de smartphone nooit meer kan missen, maar echt romantisch door de stad struinen is het niet meer. Dit gevoel wordt nog eens verergerd door alle mensen om mij heen, toerist of local, die exact hetzelfde gedrag vertonen. Het voelt bijna alsof je er niet bij hoort als je je mobiele telefoon niet in je hand hebt als je door de stad heen wandelt.  Natuurlijk zeg ik tegen mijzelf dat het allemaal wel meevalt, maar in mijn achterhoofd denk ik, het moet toch niet gekker worden met die wereld waarin iedereen hetzelfde doet en wil zijn. Overal dezelfde winkels, gelijke moderne architectuur en iedereen kijkt op zijn telefoon of tablet, dat is mijn schrikbeeld. Soms denk ik wel eens, laten we alle apparaten wegdoen, laat ieder land zijn eigen gebruiken en gewoontes hanteren en iedereen weer zijn eigen gebouw ontwerpen zonder zich te laten beïnvloeden door uniformiteit. 


De wereld zou dan een stuk authentieker zijn en het reizen wordt weer een stuk spannender.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.