Het Verleden, het Heden en de Toekomst

Afgelopen zondag prooste ik met een groot aantal trouwe deelnemers aan de activiteiten van KUNSTSTAD op het nieuwe jaar. Dit deden we dit jaar in de beroemde Beurs van Berlage in het centrum van Amsterdam. De plek waar we samenkwamen in dit gebouw was in het beurscafé, dat met al het baksteen een hele bijzondere atmosfeer uitstraalt. Het artistieke gebruik van baksteen (deels geglazuurd) is één van de kenmerken van de architectuur van architect Hendrik Petrus Berlage (1856-1934). Berlage nodigde overigens bij het ontwerp van het gebouw beeldend kunstenaars uit om van het gebouw een ‘Gesamtkunstwerk’ te maken (deze Duitse term wordt gebruikt als er meerdere disciplines uit de kunst toegepast worden), waaronder de beeldhouwers Mendes da Costa en Lambertus Zijl. Voor de tegeltableaus in het Beurscafé vroeg Berlage zo’n 120 jaar geleden de Nederlandse schilder Jan Toorop om deze te ontwerpen. 


Wat een genot was het dan ook om zondag tijdens onze Nieuwjaarsreceptie kort hier iets over te mogen vertellen. De drie levensgrote tableaus van keramiek stellen drie tijdsperiodes voor; het Verleden, het Heden en de Toekomst. 

Op de scene uit het verleden is te zien hoe men in vroegere tijd de mensen als slaven hard liet werken en de man met een zwaard de dienst uit maakte. Op het tableau uit het heden zien we hoe de koopmannen (waar de Beurs voor bedoeld was) de dienst gaan uitmaken, maar het lijkt er ook wel op dat de emancipatie van de arbeider en zelfs die van de vrouw belangrijk aan het worden zijn.

Bij het laatste tegelwerk wordt volgens Toorop in de toekomst het geestelijke leven belangrijker en je ziet er dan ook allemaal gelukkige mensen op de achtergrond. Alhoewel alle symboliek van het tableau een verwijzing is naar het socialisme en naar de opkomst van de arbeidersbeweging beeldt Toorop op de voorgrond toch een Christusfiguur (herkenbaar aan een aureool) af.

De Beurs van Berlage wordt in verschillende kunstboeken als voorbeeld van de Nederlandse Art Nouveau (ook wel bekend als Jugendstil) gezien. Qua tijdperk valt de Beurs hier zeker onder want de Art Nouveau floreerde tussen 1890 en 1910, en in die tijd is de Beurs ontworpen en gebouwd. Misschien valt de Amsterdamse Beurs niet zo snel te vergelijken met andere typische andere internationale Art Nouveau gebouwen, maar hij past toch goed bij monumenten uit die zelfde periode zoals de Glasgow School of Art van de Schotse architect Macintosh, het Wiener Secessiongebouw van Joseph Olbricht of de Rijkspostspaarbank in Boedapest van Ödön Lechner. 


Dit laatste gebouw en nog een aantal andere projecten van deze Hongaarse architect en tevens dus tijdgenoot van Berlage ga ik in mei met een aantal geïnteresseerden bekijken. De Hongaarse hoofdstad heeft trouwens prachtige Jugendstil gebouwen en is alleen daarom al zeer de moeite waard (klik hier voor meer informatie over deze reis).

Bij Art Nouveau of Jugendstil (ik gebruik de termen vaak door elkaar) denk je vaak aan steden zoals Brussel met de architectuur van Victor Horta, of aan Nancy met de glaskunst van  Emile Gallé, maar wat mij echt verraste een paar weken geleden waren de Art Nouveau-panden in Porto. Deze belangrijke kunststroming is aan de tweede stad van Portugal niet voorbij gegaan. Sommige huizen in Porto zijn als het om Art Nouveau gaat echt juweeltjes en dat maakt het stadsbeeld, gecombineerd met nog veel oudere architectuur, echt compleet. 


Voor veel mensen is Porto misschien nog onbekend maar graag toon ik je binnenkort meer van deze stad tijdens mijn presentatie hierover (klik hier voor meer info hierover).

Zo zie je maar, je raakt in Europa gewoon nooit uitgekeken en telkens vallen mij weer nieuwe dingen in steden op.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.