Daar gaat een lichtje branden

Afgelopen maanden schreef ik regelmatig over waarom ik me zo op mijn gemak voel in bepaalde kwaliteitshotels en daarbij gaf ik aan dat dit door een combinatie van factoren komt (klik hier bijvoorbeeld voor mijn verhaal van verleden week hierover).

Zonder nou weer al de zaken op te noemen die voor mij in een hotel belangrijk zijn kan ik toch nog wel één cruciaal fenomeen benoemen dat een grote rol speelt in het gevoel dat je als gast krijgt in een hotel en dat is het lichtgebruik.

Het is me al vaak overkomen dat ik in een prachtig hotel arriveerde met alles erop en eraan, maar waarbij ik echt een afknapper kreeg door het afschuwelijke elektrische licht dat men gebruikte om alle ruimtes hel te verlichten.

Het is in eerste instantie wellicht moeilijk in woorden uit te leggen wat ik precies met ‘verkeerd’ lichtgebruik bedoel maar misschien kan ik het best termen als ‘koud’ en ‘onsfeervol’ gebruiken als ik spreek over de onjuiste manier van verlichten. 


Soms is er in een hotel sprake van fel schijnende lampen die een ruimte te veel licht geven en waarbij je meer het gevoel hebt dat je in hal van een fabriek of ziekenhuis staat dan in een luxe lobby van een vier- of vijfsterrenhotel. Ook kiest men soms lampjes boven het bed die meer weg hebben van schijnwerpers dan dat je ze even kunt gebruiken om je ogen alvast aan de duisternis van de nacht te laten wennen en om eventueel met mate je boekje te beschijnen waar je nog enkele bladzijden van wilt lezen voordat je gaat slapen.

Het kan tegenwoordig zijn dat men door beperkte kennis van het nieuwe verlichtingsaanbod voor de verkeerde LED-verlichting kiest, waardoor de uitstraling meer weg heeft van de kilheid van de ouderwetse TL-buis dan van het warme schijnsel en de nostalgische geelgoude gloed van de gloeilamp. Dat is volgens mij niet nodig want kenners hebben mij verteld dat er met de moderne LED-lampen allerlei soorten sfeerverlichting kan worden gecreëerd mits je maar de juiste lampen in dit genre selecteert.

Soms wordt het ook net iets gezelliger en knusser als je het licht op bepaalde plekken in het hotel, bijvoorbeeld in de bar en in het restaurant, iets dooft. 


Daarvoor in de plaats voor de ouderwetse kaarsen kiezen maakt het vaak helemaal af. Pas dan op dat het dan ook weer niet te donker wordt, want dat kan het risico optreden dat je niet meer goed ziet wat er in je glas zit of dat je je eten niet meer kunt ontwaren. Er zijn trouwens allerlei alternatieven op de markt voor de ouderwetse kaars, maar waarmee je toch het gewenste effect bereikt. Ik kom hier nog wel eens op terug.

Te weinig licht kan dus ook nadelig werken en kan zelfs oncomfortabel zijn. Het is me bijvoorbeeld al meerder keren overkomen dat men in bepaalde hippe trendy hotels overwogen had om zeer weinig licht te gebruiken in de sanitaire ruimtes. Ik moest echt moeite doen om in de wc mijn weg te vinden wat vanzelfsprekend irritatie bij mij opriep. Daarnaast was ik als vrouw helemaal niet in staat om in zo’n toilet mijn ‘neus te poederen’ of überhaupt even in de spiegel te kijken. Het gaat er dus om de juiste balans te vinden tussen praktisch en sfeervol.


In het CitizenM hotel, waar ik trouwens al eerder over schreef (klik hier voor eerder Travel Tales hierover), kun je zelf met een Ipad die je tot je beschikking krijgt het licht in je hotelkamer regelen. Je kunt de lichtsterkte zelf in stellen en ook de kleur van het licht is naar eigen keuze. Kijk, dat is nu echt meedenken met de (licht)wensen van je gasten.

Je merkt al dat ik met mijn lichtverhaal van deze week slechts een onderwerp ter inleiding aansnijdt, maar dat hier nog veel meer over te vertellen valt, ik kom op licht in hospitality dan ook graag nog eens terug.

 

Judith de Groot

info@hospitalityscanner.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.