Van Nice naar Valencia via Madrid

Na een genoeglijke tijd de afgelopen twee weken in Zuid-Frankrijk werd het tijd om door te reizen naar Spanje. Aangezien ik volgende week met veel genoegen een groep mensen de prachtige stad Valencia ga laten zien vloog ik in de loop van maandagmiddag naar Madrid, aangezien er geen rechtstreeks vlucht tussen Nice en Valencia bestaat.

Het was alweer twee jaar geleden dat ik in de Spaanse hoofdstad was en daarom verheugde ik me er op om hier even twee dagen te verblijven alvorens ik met de hoge snelheidstrein vanuit Madrid naar Valencia zou doorreizen.

Alhoewel ik weet dat veel mensen niet met me zouden willen ruilen vind ik zelf mijn reizende leven heel boeiend en inspirerend. Ik maak dagelijks zoveel afwisselende en verrassende dingen mee. Zo landde ik dus aan het begin van de maandagavond op de Madrileense luchthaven en verwonderde mij allereerst weer over het prachtige imposante complex waar je bij aankomst door heen wandelt. Qua luxe en comfort kan Schiphol daar nog een voorbeeld aan nemen. 


Terwijl ik op weg was naar mijn taxi liep ik zomaar iemand tegen het lijf die ik dacht te kennen. Hartelijk begroette ik de vriendelijk lachende man die mij tegemoet liep en terwijl ik hem een hand gaf realiseerde ik me pas dat het geen oude bekende van me was maar dat ik van doen had met José Mujica, de oud-president van Uruguay. Misschien was ik iets te uitgelaten, waarschijnlijk veroorzaakt door de drukke dagen in Nice en de vlucht, maar ik begon gelijk een gesprek met hem te voeren en spontaan nam ik natuurlijk ook een foto van ons beiden. Ik wenste de sympathieke Mujica een goede reis naar Zuid-Amerika en ik wandelde opgetogen door. Misschien werd mijn enthousiasme om een gesprekje met hem aan te knopen ook wel veroorzaakt door zijn wijze levensvisie en zijn kijk op (bescheiden) rijkdom en de verwezenlijking van het levensgeluk.

Na een goede nachtrust, stond ik de volgende ochtend te popelen om met mijn twee dochters op pad te gaan in Madrid. Ons mooie hotel lag nabij twee bekende Madrileense musea en ik toog allereerste naar het beroemde Prado Museum


Meer dan anderhalf uur liep ik met mijn kleine meisjes langs dé hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis. De meiden verwachten tegenwoordig in elk museum waar ik met ze kom telkens bij de schilderijen een ‘spannend’ verhaal van hun vader. Zo ook dit keer bij de ‘Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch, waar ze na het zien direct voor gingen zitten. Samen met hen fantaseerde ik wat onze bekende Brabantse zestiende eeuwse meester allemaal had geschilderd. Wat een feest om hier in het Prado met de meiden te kunnen genieten van al die schitterende kunstschatten. We slentereden onder andere nog langs schilderijen van Titiaan, Rubens, Rembrandt, Velasquez en Goya, waarbij ik na het verlaten van het museum zag dat de twee laatstgenoemden geëerd werden met levensgrote monumentale standbeelden in de tuin voor het Prado Museum.
Na een actief intermezzo in een mooie Spaanse speeltuin, want dat hoort er natuurlijk ook bij, gingen we ’s middags naar het Thyssen-Bornemisza Museum, dat schuin tegenover het Prado Museum is gelegen. Die ochtend zag ik al een hele rij met mensen voor dit magnifieke museum staan, maar die rij kon ik dankzij mijn internationale museumkaart (ICOM-kaart) ‘s middags omzeilen.


Twee musea op een dag is ruim voldoende, maar toch wilde ik met mijn dochters nog één museum bezoeken namelijk het Reina Sofia Museum, dat de belangrijkste Spaanse moderne kunstcollectie herbergt. Hier ‘moesten’ Chloé en Alizia toch echt wel even de beroemde ‘Guernica’ van Picasso zien. Het Reina Sofia Museum ligt bijna naast het Atocha treinstation en daar zou ik deze woensdagmiddag de trein naar Valencia nemen, dus dat kwam mooi uit. Een paar uur voor mijn treinreis ‘reserveerde’ ik voor een bezoek aan dit geweldige museum. En met veel plezier struinde ik dus gisterenochtend met mijn dochters langs talloze werken van Míro, Dalí en Picasso, met als hoogtepunt de ‘Guernica’ . Alizia en Chloé waren uiteindelijk niet de enige kleine kinderen die zich rond dit wereldberoemde schilderij verzameld hadden. Een hele kleuterklas kreeg uitleg over dit immense werk van Picasso en mijn dochters luisterden aandachtig mee wat de Spaanse museummeneer te vertellen had. De taal van de kunst is schijnbaar universeel want het leek of ze het allemaal begrepen wat de enthousiaste man vertelde.

Inmiddels ben ik in Valencia aanbeland en kijk ik terug op een kort maar zeer kunstrijk bezoek aan de Spaanse hoofdstad. Misschien wordt het ook weer eens tijd om volgend jaar een mooie reis naar Madrid te organiseren en ik kom hier binnenkort op terug.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.