‘Hoogtepunten’ van Marseille

Verleden week schreef ik enthousiast in mijn Travel Tales over mijn eerste (hernieuwde) kennismaking met de stad Marseille. Met name het panorama dat ik vanaf mijn hotelkamerbalkon van het prachtige vijfsterrenhotel op de oude haven en de kerk Notre-Dame-de-la-Garde had was schitterend. Het kon dan ook niet uitblijven dat ik in de loop van deze afgelopen week dit monumentale stukje bouwkunst, dat trouwens is gelegen op een 170 meter hoge berg, zou gaan bezoeken.

Van verschillende kanten had ik gehoord dat het eigenlijk niet te doen zou zijn om in de zomerse hitte deze kerkheuvel te beklimmen. Als tip kreeg ik van de hoteldirectrice te horen dat er een mogelijkheid was om met een speciaal toeristentreintje omhoog te gaan. 


Tijdens mijn wandeling door de stad zag ik dat dit treintje eigenlijk gemotoriseerde autootjes vermomd als locomotief waren, waar open ‘wagonnetjes’ achter gekoppeld zaten. Echter dit voertuig bleek wel erg populair bij de toeristen en het was dus telkens volgeladen. 

Daarbij vond ik dat ik wel behoorlijk voor aap zou zitten tussen al die volwassen mensen in die veel te kleine karretjes, dus besloten we om gewoon een taxi vanaf ons hotel naar deze bezienswaardigheid te nemen.

Eenmaal boven aangekomen bij de Notre-Dame-de-la-Garde werden we wederom getrakteerd op een magnifiek uitzicht over zowel Marseille als de Middellandse Zee. De negentiende eeuwse kerk was wel aardig met zijn neobyzantijnse stijlkenmerken, maar het prachtige panorama op de omgeving maakte van deze plek letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt.

Zoals bij elke stad die ik bezoek, trok ik er in Marseille een groot deel van de tijd met mijn twee dochtertjes Chloé en Alizia opuit om allerlei dingen te gaan bewonderen. 


We liepen naar de havenmonding waar aan beide zijden oude historische forten uit de tijd van Lodewijk de veertiende stonden. Het ene fort heette Fort Saint-Nicolas en aan de andere kant stond Fort Saint-Jean

De laatst genoemde is een onderdeel van een heel museumcomplex waarbij men over loopbruggen naar het nieuwe museumgebouw van het MuCEM (Het Musée des civilisations de l'Europe et de la Méditerranée) kan wandelen. 

Dit markante bouwwerk is ontworpen door de Franse architect Rudy Ricciotti en valt onder meer op door zijn blokvormigheid en door de geperforeerde gevelbekleding. Het werd geopende in 2013, het jaar dat Marseille culturele hoofdstad was.

Het zou te ver gaan om álle bijzondere zaken te noemen die ik afgelopen week in Marseille bezocht, want dat zou een enorme lijst worden waarop onder ander het Palais Longchamp zou voorkomen, met daarin het Musée des Beaux-Arts. Daarnaast zouden de Abdij Saint-Victor, dat één van de oudste kloosters van Europa is, en natuurlijk de Cathédrale de la Major de Marseille niet ongenoemd worden gelaten.


Wat ik wel nog even uit wil lichten is de Unité d'Habitation van de beroemde architect Le Corbusier, want voor de kenners en liefhebbers van de Klassiek Moderne architectuur is een bezoek aan dit gebouw in Marseille echt een must. Het wooncomplex uit 1952, dat trouwens ook wel La Cité Radieuse wordt genoemd, was onder ander door zijn betonnen uitvoering, ook wel Béton Brut genaamd, in die tijd heel revolutionair. 

Het enorme kolossale wooncomplex telt 337 appartementen, is 18 verdiepingen hoog en was meer bijna 65 jaar geleden een enorm bouwwerk. Ook had het bouwblok allerlei faciliteiten waaronder winkels op de zevende en achtste verdieping, waar tegenwoordig een hotel is gevestigd. Tevens had Le Corbusier een kleuterschool in het gebouw gepland en meer voorzieningen voor kleine kinderen zoals een zwembad voor hen op het dak. Dat dak is trouwens een opmerkelijk onderdeel van het modernistische gebouw en daar gingen wij uiteraard dan ook even een kijkje nemen.

Klik op de bovenstaande foto's om ze te vergroten.


Een enorm platform dat zowel een sportzaal in een binnengedeelte als een sportveld op het buitenterras huisvest. Daarbij staan er op het dak typische betonnen versieringen die zo kenmerkend zijn voor Le Corbusier.

Het gebouw van Le Corbusier in Marseille bleek begin jaren ‘50 zo geslaagd dat men in Frankrijk besloot om in de jaren hierna in een aantal steden, namelijk in Nantes, Briey en Firminy nieuwe versies te maken. Zelfs in Berlijn had het stadsbestuur in die tijd in interesse en besloot men om Le Corbusier in Charlottenburg, nabij het Olympisch Stadion, een gelijksoortig wooncomplex te laten bouwen.

Terwijl ik op het dak stond van Unité d'Habitation in Marseille realiseerde ik me dat Le Corbusier een belangrijke architect van de twintigste eeuw is en dat zijn naam wellicht tegelijkertijd genoemd mag worden met kunstenaars als Paul Cézanne en Vincent van Gogh. Deze twee heren noem ik natuurlijk niet per ongeluk, want beiden zijn verbonden aan steden in de buurt, namelijk Aix-en-Provence en Arles, die ik vervolgens afgelopen zou gaan bezoeken, maar daar kom ik bij mijn volgende Travel Tale graag op terug. 

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.