Spannende ontdekkingen dicht bij huis

Als trouwe lezer weet je dat we eigenlijk bijna het hele jaar door op reis door Europa zijn en het is dan ook uitzonderlijk voor ons om een paar weken achter elkaar in Amsterdam te zijn. In onze hoofdstad hebben we als uitvalsbasis al jaren lang ons huis in de Van Ostadestraat in Amsterdam-Zuid. Nog steeds vraag ik mij regelmatig als ik door mijn straat loop af naar welke Van Ostade deze eigenlijk is genoemd. Ik vermoed naar één van de twee zeventiende eeuwse schilders; Adriaen of Isaack. Of wellicht gewoon naar beiden!

De bekendste van de twee schilderende broertjes was Adriaen van Ostade. Hij werd geboren in 1610 in Haarlem en was in de leer bij Frans Hals. Adriaen had zelf ook een aantal leerlingen waaronder zijn jongere broer Isaack en waarschijnlijk ook Jan Steen, maar over de laatste zijn niet alle kunsthistorici het eens. Een productieve schilder was Adriaen zeker, men schat dat zijn oeuvre tussen de 400 en 900 werken is. 


Dat wij niet precies weten hoeveel werk Adriaen exact heeft gemaakt, komt door het feit dat zijn werk in zijn tijd erg veel werd gekopieerd. Dat gaf eigenlijk aan dat Adriaen en zijn werk in de zeventiende eeuw behoorlijk populair waren. Best een goed idee dus om een straat naar hem te vernoemen.

Als ik uit mijn raam kijk vanuit mijn woning in de Amsterdamse Van Ostadestraat zie ik, via de binnentuin, de achterkant van de Rustenburgerstraat. De naam van deze straat is waarschijnlijk genoemd naar een landstreek ergens in Nederland, echter zeker niet naar een bekende zeventiende eeuwse schilder. Alhoewel de Van Ostadestraat en de Rustenburgerstraat parallel aan elkaar liggen, is de thematiek van de naamgeving dus totaal anders en lopen de nummers van de huizen vreemd genoeg ook niet gelijk op. De straatnummers van de Van Ostadestraat beginnen namelijk bij de Ruysdaelkade, oftewel bij het water van de voormalige Boerenwetering. 


De nummering van de nabijgelegen Rustenburgerstraat begint helemaal aan de andere kant, namelijk aan de zijde van de rivier de Amstel. En zo gebeurt het dat als je op nummero 50 in de Van Ostadestraat staat, het achterliggende pand in de Rustenburgerstraat nummer 400 aangeeft terwijl ze praktisch achter elkaar liggen. Hoe komt dit?

Het raadsel van de tegenstrijdige straatnummering van de genoemde straten, heeft alles te maken met de stadsgrens van Amsterdam toen deze wijk gebouwd werd. Die grens liep in de 19de eeuw precies door de tuintjes van de twee straten in Oud-Zuid. De Rustenburgerstraat lag in de gemeente Nieuwer Amstel (tegenwoordig bekend als gemeente Amstelveen) en zij begonnen te nummeren bij de rivier de Amstel. De straten in de gemeente Amsterdam, waar de Van Ostadestraat toen al bij hoorde, lopen met hun straatnummers op vanaf het centrum van de stad. 


Het Concertgebouw lag bij de start van de bouw in 1883 ook tot de gemeente Nieuwer Amstel. Amsterdam heeft later bij de stadsuitbreiding het hele gebied, dat wij thans kennen als Amsterdam-Zuid, geannexeerd van de gemeente Nieuwer Amstel

De wijk waar de Van Ostadestraat en Rustenburgerstraat tegenwoordig zijn gelegen werd aan het eind van de negentiende eeuw gebouwd en wordt in de volksmond ‘De Pijp’ genoemd. Waar die naam ‘Pijp’ vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Sommige zeggen dat dit slaat op de smalle straten, die ook wel ‘pijpenladen’ lijken. Andere menen dat een andere naam van de Boerenwetering, die door de wijk stroomt, de Pijp is. Toen de wijk voltooid werd 100 jaar geleden waren deze woningen populair bij de minder draagkrachtige zoals studenten en kunstenaars. Daarom wordt de Pijp ook wel eens het Quartier Latin van Amsterdam genoemd (naar de beroemde Parijse studentenwijk).


Op dit moment is de wijk één van de populairste wijken van Amsterdam en dat zal wel nog meer toenemen als de Noord-Zuidlijn eindelijk voltooid is. 

Kortom, je kunt soms ook dicht bij huis hele spannende dingen ontdekken.

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

 

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.