Marten en Oopjen zijn terug in Amsterdam

Met grote verwondering sloeg ik afgelopen week de ontstellend grote drukte in de Nachtwachtzaal van het Rijksmuseum gade. Omdat het buiten eigenlijk iets te warm was dacht ik samen met mijn twee dochtertjes de koelte van het ons nationale museum op te zoeken. Een extra reden was het feit dat sinds kort twee belangrijke nieuwe aanwinsten in het Rijksmuseum hangen, namelijk ‘Marten en Ooijen’  geschilderd door onze eigen Rembrandt.

Terwijl ik over het Museumplein richting het museum wandelde werd ik door twee metershoge bankiers met de afbeeldingen van ‘Marten en Oopjen’ nog meer aangemoedigd om naar binnen te gaan en hen te bewonderen. De drukte in de ruimte waar je tickets kunt kopen, dat trouwens meer weg heeft van de vertrekhal van Schiphol, neem ik inmiddels op de koop toe, maar toen ik met mijn meiden in een rij met mensen de trappen beklom naar de tweede verdieping begon ik me al af te vragen of dit niet wat te veel publiek was dat zich door het smalle trappenhuis omhoog probeerde te wurmen. 


Eenmaal aangekomen bij de Nachtwachtzaal was het een drukte van jewelste. Mijn dochters, die het belangrijkste werk van Rembrandt, altijd direct herkennen, moesten zich door een mensenmassa wurmen om een glimp van dit meesterwerk op te vangen.

Op de wand links van de Nachtwacht had men de twee nieuw aangekochte Rembrandts gehangen, echter ook hier was er bijna geen doorkomen aan. Chloé en Alizia moest ik noodgedwongen optillen om ze over de hoofden van de talloze dringende bezoekers te laten heenkijken. Dit kan toch niet de bedoeling zijn van een museumbezoek. Ik bezoek vele musea tijdens mijn talloze reizen die ik al jarenlang maak, maar nergens tref ik zo’n grote drukte in een museumgebouw aan als hier in het Rijksmuseum. Misschien moet de (nieuwe) directie van het Rijks toch eens gaan nadenken hoe ze de bezoekersaantallen wat meer kunnen gaan spreiden zodat de rust weer een beetje wederkeert.


Uiteindelijk lukte het me om in het gewoel een plekje voor ‘Marten en Oopjen’ te krijgen. Ik kan niets anders zeggen dat het prachtige schilderijen van onze grote zeventiende eeuwse meester zijn!

Nu kon ik Marten Soolmans en Oopjen Coppit, zoals de personen op deze portretten volledig heten, pas goed bewonderen. Ik had me vooraf een beetje ingelezen en begreep dat Marten en Oopjen toen Rembrandt hen portretteerde begin twintig waren. Daarbij zou op het schilderij te zien zijn dat Oopjen op dat moment zwanger was. Zij kwamen beiden uit welgestelde handelaarsfamilies.

Wat trouwens ook opvallend is dat Rembrandt hen ten voeten uit schilderde want dat was in die tijd slechts voorbehouden aan adellijke figuren.

Ik realiseerde me, terwijl ik naar deze magnifiek geschilderde portretten keek, dat ze helaas niet helemaal van ‘ons’ zijn. 


Aanvankelijk wilde het Rijksmuseum beide schilderijen hebben, maar toen bleek dat ook de Franse staat op de doeken aasde. Er ontstond wat commotie met name rond de onderhandelingen en natuurlijk over het uiteindelijk te betalen bedrag. Er werd uiteindelijk voor een compromis gekozen waarbij zowel Frankrijk als Nederland gezamenlijk de werken aan zouden kopen en waarbij beide landen elk 80 miljoen euro betaalden. De rol die directeur Wim Pijbes tijdens dit proces speelde was hierin geloof ik niet echt tactisch, alhoewel men het grote publiek hiervan een beetje in het ongewisse laat. Wellicht was dit wel één van de redenen waarom Pijbes dit voorjaar plotsklaps besloot om zonder opgaaf van reden zomaar te vertrekken bij het belangrijkste museum van Nederland.


"Waren Marten en Oopjen de reden van het vertrek van directeur Wim Pijbes?"



Terwijl ik zo stond te mijmeren bij de twee werken begon niet alleen de dringende en duwende mensenmassa me te irriteren, maar ook het feit dat allebei de schilderijen achter glas zitten. Nu zag ik zelfs ook de grote mensenmeute weerspiegeld in de werken van Rembrandt, waarbij af en toe zelfs het flitslicht van de fototoestellen op het glas hinderlijk weerkaatsten. Het moment om de rust op te zoeken en het museum te verlaten was nu aangebroken.

Toen ik het Rijks uitliep en weer de warmte van de stad vol met toeristen instapte kwam ik op het idee dat dit het juiste moment was om het mooie Amsterdam te ‘ontvluchten’. ’s Middags reisden we af naar de Veluwe om daar even een paar dagen van de rust en koelte van het bos te genieten. Ik genoot van  de bomen, de heidevelden en uitgestrekte akkers.


En opeens kwam ik langs een weiland en daar zag ik ze staan; twee mooie grijsbruine ezeltjes. Daar moesten we wel even bij stoppen. Terwijl we ze aaiden had ik samen met mijn dochters ook al een naam voor dit ezelinnenechtpaar bedacht: ‘Marten en Oopjen’

 

Marcel  Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.