“Wat niet goed is voor de korf, is niet goed voor de bijen”

Rustig zat ik van de week een drankje te drinken op het terras van het binnenhof bij het hotel in Berlijn waar ik verbleef. Het was warm zomerweer en de zon scheen behoorlijk fel dus ik had de schaduw van het zonnescherm opgezocht. Mijn rust werd echter na korte tijd verstoord. Ik heb namelijk een figuurlijke ‘allergie’ voor allerlei insecten en er bleken al snel zeer veel vliegende kleine zoemende wezentjes om mij en de kinderen heen te zwermen. Ik zat dus totaal niet meer op mijn gemak. Ik dacht in eerste instantie dat het wespen waren, maar ik realiseerde mij ook dat het nog al vroeg in het jaar is voor zulke grote getale gele ‘steekbeesten’. Bij navraag in het hotel bleek dat het echter bijen waren en mij werd erbij verteld dat er op het dak van het hotel een aantal bijenkasten stond opgesteld van waaruit de bijen de omgeving verkenden. Ik ontspande na dit nieuws iets meer want bijen zijn volgens mij wat minder agressief dan wespen, maar erg comfortabel zat ik echter nog steeds niet op het terras.


Wel was mijn nieuwsgierigheid gewekt, want waarom stonden die bijenkasten hier midden in Berlijn op het dak? Wie onderhield die? En wat was de rol van mijn viersterrenhotel in dit verhaal?

Toen ik daar bij de hoteldirecteur navraag naar deed vroeg hij mij of ik misschien een kijkje wilde nemen bij de bijenkasten op het dak. Twee uur later zou namelijk toevallig de imker langs komen om het één en ander te inspecteren en hij zou haar (het was een vrouwelijke imker) kunnen vragen of ik haar mocht vergezellen. Dat liet ik me natuurlijk geen twee keer zeggen, mijn nieuwsgierigheid overwon het van mijn angst.

Toen even later de imker arriveerde vroeg ze mij, ondanks de warmte, wel om dichte schoenen aan te trekken. Daarbij kreeg ik twee elastiekjes om mijn broekspijpen mee dicht te binden, want bijen waren volgens haar altijd op zoek naar openingen in de kleding waar ze naar binnen kunnen. 


"De instructie was om rustig te bewegen en niet bang te zijn"

Toen ik dat hoorde stond ik toch weer even te bibberen op mijn benen. Oh jee, zou je net zien dat er zo’n klein harig vliegend monstertje mijn broekspijp binnen zou vliegen. Maar ik had geen tijd om daar verder bij stil te staan, want ik kreeg een witte imkerjas en grote handschoenen aangereikt en we vertrokken met de lift naar boven, om de laatste verdieping per brandtrap af te leggen. Aangekomen bij het dak was de instructie om rustig te bewegen, niet bang te zijn en gewoon foto’s te maken. De imkerkap werd over mijn hoofd getrokken en we stapten het dak op.

Daar stonden ze, zeven grote kasten waar bijen af en aan kwamen vliegen. Het was een geweldig en bijzonder gezicht. De imker haalde vervolgens een houten raampje uit één van de kasten om te controleren of de bijen al eitjes en eventueel een koningin kon ontdekken. Totaal verbaasd was ik dat de bijen op dat moment gewoon rustig op het raamwerkje, dat ze zelf opgevuld hadden met wasvormpjes, bleven zitten en doorgingen met waar ze mee bezig waren. Ik overwon mijn angst en hield op een gegeven moment zelfs zo’n honingraampje vol met bijen vast.

Ik kreeg van de imker een interessante uitleg over hoe een bijenvolk ik elkaar zit en hoe het proces van honing maken werkt. Het grote voordeel van deze stadse honing, vertelde ze mij, was dat deze bestaat uit het nectar van allerlei verschillende bloemen. Op het platteland staan vaak grote velden met dezelfde bloemsoort, zodat de honing uiteindelijk ook de homogene smaak heeft van die bloemen.


 In de stad halen de bijen hun nectar van allerlei bloemen die staan in de verschillende stadstuinen, de talrijke Berlijnse parken en ook van de bloemen op de oneindig vele balkons in de Duitse hoofdstad. Zeer divers dus dat uiteindelijk in een honing met een speciale aangename smaak resulteert.

Overigens, legde de imker uit, hoef je niet bang te zijn dat vervuilde stoffen van uitlaatgassen en dergelijke die in de stad hangen in de honing terecht komen. De bijen filteren die er zelf namelijk al uit tijdens het productieproces van de honing.

Via de media heb ik vernomen dat bijen het vandaag de dag moeilijk hebben dat komt onder meer door de intensieve landbouw en de verdelgingsmiddelen die daarbij gebruikt worden, deze blijken funest voor de bijen te zijn. "Wat niet goed is voor de korf, is niet goed voor de bij" zij Marcus Aurelius in de Romeinse Oudheid.
In de hospitality en de hotellerie wordt het steeds populairder om bezig te zijn met het beschermen van het milieu. Bijenkasten op het dak van het hotel had ik in dit kader nog niet meegemaakt maar een half jaar geleden sliep ik in een Berlijns hotel waar men ook projecten ter bescherming van de bij ondersteunde (klik hier voor mijn verhaal hierover).


Het verblijf in mijn huidige hotel met de bijenkasten op het dak werd inmiddels wel veel specialer en toen viel het me op dat je bij de hotelreceptie de honing kon kopen die boven op het dak ‘vervaardigd’ was. Bij het inchecken kan ieder gast dus zien, maar ook proeven, dat het hotel bezig is met de bescherming van de natuur, en dan met name die van de bij. Het hotel laat onder meer op die manier zien dat men verantwoord onderneemt

Een nobel doel dus, dat zowel de bij, het hotel en de imker voordeel oplevert.

Toen ik ’s middags weer op het terras plaats nam, keek ik toch anders tegen de zoemende wollige vlijtige beestjes aan. Maar.…. is mijn angst voor bijen nu helemaal weg vraag je je misschien af? Daar kan ik niet volmondig bevestigend op antwoorden, ik zit nu misschien wel iets rustiger als ik een bijtje zie, maar helaas spring ik nog wel steeds in een impuls op als ze te dicht in mijn buurt komen, want je weet immers maar nooit.

 

Judith de Groot, HospitalityScanner
info@HospitalityScanner.com

Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.