Dwalen door het voormalige Expoterrein van Sevilla

Vanochtend stak ik tijdens mijn hardlooprondje vanuit het centrum van Sevilla de rivier Guadalquivir over via de indrukwekkende ‘Puente del Alamillo’ oftewel de Alamillobrug, die ontworpen is door de beroemde Spaanse architect Calatrava. Aan deze Valenciaanse architect heb ik wel eens vaker aandacht besteed (klik hier voor Travel Tales hierover), echter dit keer was ik veel nieuwsgieriger naar alle kermisachtige gebouwen die ik aan de andere kant van het water zag staan.

Een kermisterrein zo dicht nabij of eigenlijk zelfs in het centrum van een stad was ik een kleine week eerder al tegengekomen in Kopenhagen. Het stedelijke attractiepark in de hoofdstad van Denemarken nabij het Rådhuspladsen ("het stadhuisplein") is bekend onder de naam Tivoli. Deze plek voor vermaak werd opgericht in 1843 en is één van de oudste attractieparken ter wereld.


Waarschijnlijk heeft men het Deense Tivoli in zijn gedachten gehad toen men het attractiepark Isla Mágica in de jaren ’90 ontwierp. Dit Eftelingachtige pretpark in Sevilla zou ten delen als vervanging dienen voor de gebouwen van de Wereldtentoonstelling van 1992, die toen plaats vond in deze Zuid-Spaanse stad. Het permanente kermisterrein waar ik inmiddels langs rende ligt in de wijk Triana, dat een onderdeel is van Isla de la Cartuja, ten westen van de oude stadcentrum van Sevilla. Ooit lagen in deze wijk de oude aardewerkfabrieken, maar die hebben tientallen jaren geleden hun poorten al gesloten. In één van die oude fabrieken, die zelfs in de 14de eeuw een klooster was, zit tegenwoordig ‘Museo de Arte Contemporaneo’ een modern kunstmuseum dat zeer de moeite waard is om een bezoek aan te brengen, niet zozeer om de tentoonstellingen, maar wel vanwege de oude architectuur en de mooie ligging.


Terugkomend op het genoemde attractiepark Isla Mágica, dit is gelegen op het toenmalige terrein van Exposición Universal de Sevilla 1992 (de eenendertigste Wereldtentoonstelling) en beslaat eigenlijk slechts een deel van het enorm toenmalige expositieterrein, dat destijds meer dan 215 hectare groot was. 

In dit gehele Expo-gebied had men indertijd verschillende paviljoens gebouwd die allerlei landen vertegenwoordigden en die het thema van de toenmalige tentoonstelling “het tijdperk van de ontdekkingen” moesten uitstralen. Het diende daarbij ook nog eens een hulde zijn op het feit dat Columbus precies 500 jaar daarvoor Amerika ontdekt had. Kosten en moeite leken bij de opening in april 1992 te zijn gespaard.

In oktober van dat zelfde jaar hadden meer dan 40 miljoen mensen de Expo bezocht en sloten de poorten van dit mega-event. Alle paviljoens en gebouwen hadden vanaf dat moment hun oorspronkelijke functie verloren en de Spaanse overheid ging nadenken wat men er 


vervolgens mee zou gaan doen. De meeste landenpaviljoens werden ontmanteld en afgebroken, echter sommigen heeft men laten staan. Vervolgens werd het terrein in tweeën gedeeld: een deel kreeg als bestemming ‘researchgebied’ met onder meer faculteitsgebouwen voor de universiteit van Sevilla en op een andere deel van het voormalige Expo-terrein werd het reeds door mij beschreven attractiepark Isla Mágica gebouwd, dat in 1997 zijn deuren openende.

Vele jaren na de Expo Sevilla ‘92 passeerde ik zogezegd deze ochtend alle overgebleven architectuur van de voormalige Wereldtentoonstelling en ik verbaasde me over de vervallen staat waarin alles verkeert. De straten door het gebied zijn overwoekerd door onkruid en het plaveisel is veelal gebroken, het ligt schots en scheef of op sommige plekken is het zelfs totaal verdwenen.


Mijn aandacht werd vervolgens getrokken door een enorme replica van de Ariane-raket, waarmee Europa in de jaren ’90 pogingen deed om de ruimte te gaan ontdekken, die een prominent onderdeel was van de Wereldtentoonstelling. Deze kopie op ware grootte staat nu weg te roesten in de felle Spaanse zon en vertolkt nu niet echt meer de vooruitgang.

Her en der trof ik nog een landenpaviljoen aan zoals het traditioneel uitziende kerkachtige gebouw dat in 1992 door Hongarije voor de Expo werd gebouwd. Het paviljoen heeft het tot nu toe overleefd maar het ooit zo indrukwekkende dak mist nu talloze leien daktegels en verwordt langzaam tot een ruïne.
Langzaam raakte ik steeds meer gefascineerd door alle vervallen zaken die ik in deze omgeving zag en kwam tot de conclusie dat je echt een magnifiek ontdekkingstocht hier kunt maken; het lijdt onder andere langs bijzondere 


vervallen gebouwen, half intact zijnde fonteinen, voetgangersbruggetjes over wegen waar bijna geen verkeer is, die dus hun functie hebben verloren en die nu rustig aan het wegroesten zijn en nog veel meer opzienbarende zaken.

Het is in het gebied eigenlijk spookachtig stil en je kunt je niet voorstellen dat er bijna 25 jaar geleden tientallen miljoenen mensen in één seizoen door dit gebied gewandeld hebben. Toch genoot ik met volle teugen van deze hardlooptocht door dit stukje van de hoofdstad van Andalusië. Het voormalige Wereldtentoonstellingterrein is echt een aanrader voor de liefhebbers van rust en melancholie en vooral een prettige afwisseling na een wat rumoerige wandeling door het drukke oude centrum van Sevilla.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl


Klik op de afbeeldingen in het verhaal om ze te vergroten.

PS. Van 17 tot en met 21 februari zullen we Sevilla & Córdoba bezoeken tijdens een vijfdaagse reis. Ga je met me mee?

Deel dit verhaal via social media: