Het Mysterie van Pulcinella & Jan Klaassen

Een sculptuur van de Napolitaanse volksheld 'Pulcinella' in het centrum van Napels.
Een sculptuur van de Napolitaanse volksheld 'Pulcinella' in het centrum van Napels.

Terwijl ik deze week door Napels liep werd ik in een klein straatje door een enorme sculptuur herinnerd aan een clowneske figuur met de naam Pulcinella, die zijn oorsprong hier in de stad heeft. Pulcinella is een figuur uit de commedia dell’arte en staat bekend om zijn onnozele streken. Pulcinella is een soort Tijl Uilenspiegelachtig persoon, vol met fantasie en volkse wijsheden. Pucinella haalt overal iets waardevols uit. Ook al zit hij diep in de put dan vindt hij dat nog bijzonder omdat hij dan de wereld eens op die manier kan bezien. Hij is daarom al eeuwen erg populair in Napels en trouwens ook in de rest van Italië en ej kunt bij allerlei kleine toeristenwinkeltjes hier in Napels poppen in alle soorten en maten van Pulcinella kopen. En in de 18de eeuw vereeuwigde de beroemde kunstenaar Tiepolo Pulcinella en zijn collega’s al eens op een plafond in een Palazzo in Venetië.

Onze poppenkastpop Jan Klaassen heeft trouwen veel weg van de Italiaanse schertsfiguur Pulcinella en Jan Klaassen heeft net als Pulcinella ook al zo’n rare navelvormige neus. Je kunt zeggen dat Pulcinella eigenlijk de stamvader van Jan Klaassen is. Jan is net als zijn Napolitaanse evenknie een beetje een dommig persoon, maar heeft ook een gouden hart en zorgt er tevens voor dat men weer vrolijk wordt.

Pulcinella en zijn collega’s vereeuwigd op een plafond in een Palazzo in Venetië door de 18de eeuwse schilder Tiepolo.
Pulcinella en zijn collega’s vereeuwigd op een plafond in een Palazzo in Venetië door de 18de eeuwse schilder Tiepolo.

Als poppenkastpop wordt Jan Klaassen uitgebeeld met een grote rode drankneus en een bont gekleurd pak aan terwijl Pulcinella meestal een wit pak aan heeft. Zowel  Jan Klaassen als Pulcinella hebben op hun hoofd een muts waarbij bij Jan Klaassen de punt van de muts opvallen naar voren valt en waar vaak een belletje op Als poppenkastpop wordt Jan Klaassen uitgebeeld met een grote rode drankneus en een bont gekleurd pak aan terwijl Pulcinella meestal een wit pak aan heeft. Zowel  Jan Klaassen als Pulcinella hebben op hun hoofd een muts waarbij bij Jan Klaassen de punt van de muts opvallen naar voren valt en waar vaak een belletje op zit. Het hoofddeksel van Jan Klaassen lijkt wel een beetje op een frygische muts, waar ik in een ander weblog al eens meer over geschreven heb (klik hier).

Terwijl ik door de typerende straatjes van Napels loop, denk ik aan de plek waar Jan Klaassen zijn oorsprong heeft en dat is de Jordaan in Amsterdam. Deze buurt kenmerkt zich door kleine smalle huisjes waar, heel anders dan nu, vroeger de arme bevolking van de hoofdstad gehuisvest was en toen had die omgeving een beetje dezelfde uitstraling als de oude centrum van Napels. In de arme Amsterdamse Jordaan woonde eind 17de  eeuw een echtpaar dat tot de dag van vandaag bekend is dankzij de poppenkast. Hij heette Jan Klaassen en kwam uit de Anjeliertraat en zij had officieel de naam Catharina Pieters, maar men noemde haar Katrijn.

Jan Klaassen getekend in de 19de eeuw door Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, die trouwens ook bekend was van zijn verhalen over Sint Nicolaas.
Jan Klaassen getekend in de 19de eeuw door Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, die trouwens ook bekend was van zijn verhalen over Sint Nicolaas.

Volgens de archiefstukken zijn Jan Klaassen en Katrijn Pieters in 1886 getrouwd in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Katrijn en Jan bleken veel te drinken en Jan hield niet echt van hard werken. Katrijn en Jan maakten veel ruzie samen en hun wangedrag noopte het kerkbestuur op een gegeven moment zelfs tot ingrijpen.

Er is trouwens ook nog een ander verhaal dat gaat over een militair die de trompet speelde in het leger van prins Frederik Hendrik, genaamd Jan Klaassen. Toen Frederik Hendrik in 1652 overleed werden alle soldaten ontslagen en Jan Klaassen, de trompetter, vestigde zich in Amsterdam en besloot daar zijn kost te verdienen door het geven van voorstellingen met poppen in een poppenkast. Eeuwen later maakten Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot een lied over deze ‘Trompetter, uit het leger van een prins’ en hier scoorde Rob de Nijs in 1973 een gigantische hit mee. Een combinatie van deze twee oude verhalen resulteerde uiteindelijk waarschijnlijk in de poppenkastpop Jan Klaassen die zogezegd ook geïnspireerd is op de Napolitaanse Pulcinella.

Groot was mijn vreugde als ik als kind naar de Dam ging en daar de poppenkast stond. Dit sentiment werd bij mij weer opgeroepen toen ik hier in Napels overal de figuur van Pulcinella tegenkwam.

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl