Een ontwerp waarbij je je prettig voelt.

Herken je dit speeltoestel?
Herken je dit speeltoestel?

Zoals je waarschijnlijk weet loop ik regelmatig een rondje hard op allerlei plekken in Europa waar ik me op dat moment bevind. De afgelopen week was ik in mijn eigen stad Amsterdam en daar heb ik zo mijn speciale hardloopparcours dwars door de hoofdstad. Vanochtend rende ik mijn ‘Amsterdam-Zuidroute’ waarbij ik onder andere langs de kantorenwijk ‘De Zuid-As’ en uiteindelijk ook nog door het Vondelpark loop. Heerlijk om in de morgen al rennend de wereld aan je voorbij te zien trekken. Ontzettend veel fietsers passeerden mij, want rijwielen horen nu eenmaal bij Amsterdam. Opvallend is het feit dat veel fietser tijdens het rijden aan het bellen zijn en dan bedoel ik natuurlijk niet op hun fietsbel, maar met hun mobieltje aan het oor. Een enkeling waagt het zelfs om al fietsend een sms-je te typen en te versturen. De (digitale) communicatie gaat nu eenmaal anno 2016 ook door als je je door de stad aan het verplaatsen bent.
Maar natuurlijk zijn er ook talloze mooie dingen om je heen te zien als je aan het rennen (of fietsen) bent. Bijvoorbeeld de narcissen, die in het Beatrixpark in Amsterdam-Zuid half februari al in bloei staan, maar ook de kwetterende eenden en andere watervogels die in de vijver in het park zwemmen.

Aan de rand van het bescheiden Beatrixpark doemt nieuwbouw op. Het zijn hoge strakke kantoorachtige gebouwen die in mijn ogen aan de buitenkant niet echt inspirerend zijn en daarbij een storend contrast vormen met het groen van het park. Eén van de bouwwerken is het nieuwe Nicolaaslyceum. Het is echt opvallend hoe de school qua architectuur lijkt op de naastgelegen in aanbouwzijnde kantoorpanden van AKZO-Nobel. Dit roept een vreemd soort associatie bij mij op; alsof de leerlingen in het ene gebouw worden klaargestoomd om direct het kantoor ernaast in te rollen. Dus niet echt een opwekkend schoolgebouw! 

Het Nicolaaslyceum (rechts) en het kantoorpand van AKZO-Nobel (links) gaan bijna naadloos in elkaar over.
Het Nicolaaslyceum (rechts) en het kantoorpand van AKZO-Nobel (links) gaan bijna naadloos in elkaar over.

Terwijl ik stevig doorloop denk ik na over architectuur die opvalt en waar je je als bewoner of gebruiker toch prettig kunt voelen. Dat ik hier mee bezig ben komt ook omdat ik eind van deze week een tweedaagse cursus over moderne architectuur geef (klik hier voor meer informatie). Ik vraag me af waar architectuur aan moet voldoen om goed te functioneren en terwijl ik daar al rennend over peins zie ik op de Fred Roeskenstraat, waar ik inmiddels aanbeland ben, lage kantoorunits waar op één van de gevels de tekst staat: ‘The Office that feels like Home’.  Oh, dus volgens deze firma is een kantoor lang niet zo leuk als gewoon lekker thuis zijn en heeft men hier ‘op het werk’ een situatie gecreëerd waarbij men zich zogenaamd thuis voelt. Zoals je merkt kan ik me niet helemaal vinden in de slogan, want om allerlei redenen is thuis volgens mij totaal wat anders dan de plek waar je werkt.

Gelukkig worden mijn gedachten naar iets anders geleid als ik eenmaal de Amstelveenseweg over steek en op het IJsbaanpad beland. Daar zie ik de lage paviljoenachtige gebouwen staan van het voormalige Burgerweeshuis, ontworpen in 1959 door de Nederlandse architect Aldo van Eyck. Hier kwamen in 1960 de Amsterdamse weeskinderen te wonen die tot die tijd nog midden in het centrum nabij de Kalverstraat huisden. Het oude kindertehuis werd overigens later het Amsterdams Historisch Museum en heet tegenwoordig Amsterdam Museum.
Bij de bouw van het nieuwe weeshuis op het IJsbaanpad liet Van Eyck zich leiden door het motto: "een kleine wereld in een grote, een grote wereld in een kleine, een huis als een stad, een stad als een huis, een thuis voor kinderen". De kinderen woonden in allerlei eenheden en gebouwtjes die om verschillende binnenplaatsen heen stonden, het was als het waren een soort Afrikaans dorpje. Wereldberoemd werd Aldo van Eyck met dit ontwerp en ik sta letterlijk even stil om er nog eens goed naar te kijken. Bijna alle ruimtes staan leeg zie ik en dat geeft het complex een wat troosteloze aanblik. De wezen zijn al in 1991 vertrokken en daarna heeft men het pand gerestaureerd om er bedrijven in te vestigen. Wellicht willen die liever in hoge kantoorflats in de nabijgelegen Zuid-As zitten en zijn de ruimtes van Van Eyck wat de knus en te gezellig en doen wellicht te veel aan thuis denken.

Achter het voormalige Burgerweeshuis staan hoge kantoorpanden met de naam Tripolis waar onder andere het stadsdeelkantoor van Amsterdam-Zuid in gevestigd is en ook die zijn van de hand van Aldo van Eyck, maar dan gecreëerd aan het einde van zijn carrière in 1994. Bijna 35 jaar zit er tussen deze twee ontwerpen van Van Eyck, hier op dezelfde plek in Amsterdam-Zuid.

In mijn jeugd kwam ik al in aanraking met ontwerpen van Aldo van Eyck alhoewel ik mij toen niet bewust was dat het door hem gemaakt was. Het is namelijk zo dat talloze speeltuinen, om precies te zijn 860 speelplaatsen, in Amsterdam ooit door Van Eyck bedacht zijn. Betonnen zandbakken en opvallende aluminium klimrekken, die iets weg hadden van transparante iglo’s en nog veel meer speeltoestellen ontsproten uit de geest van Van Eyck. Wat heb ik er in de jaren ’70 op lopen klimmen en ravotten. Geweldig dat de gemeente Amsterdam dat toen over had voor de Amsterdamse kinderen. Van de 860 speelplaatsen van Van Eyck zijn er nog maar enkele over. Ik weet er nog eentje in het Vondelpark waar ik nu af en toe met Alizia en Chloé naar toe ga. Ook in de tuin van het Rijksmuseum staat een Van Eyck-klimrek omdat het inderdaad een museumstuk is geworden. Amsterdammers die kind waren in de vijftiger, zestiger en zeventiger jaren realiseren zich waarschijnlijk niet dat al die kenmerkende authentieke speeltuintjes bijna uit het straatbeeld zijn verdwenen en ik wordt hier wat

melancholisch van. Tegenwoordig doen kinderen liever computerspelletjes op hun mobiele telefoon of ze sturen elkaar sms-jes, terwijl ze op de fiets zitten.

 

Marcel Verhoeven, Europakenner

verhoeven@kunststad.nl