Met de Franse Slag

Het afgesleten knopje van de lift en de armatuur die onder de verfresten zit
Het afgesleten knopje van de lift en de armatuur die onder de verfresten zit

Deze week zijn we in het Zuid-Franse Nice beland. Twee weken geleden schreef ik over de beveiliging van hotels en mijn gevoel van veiligheid tijdens mijn verblijf (klik hier voor deze column). Over veiligheid gesproken, je kunt als stad beveiliging ook overdrijven, want hier in Nice lopen momenteel talrijke politiemensen in het centrum rond, daarnaast patrouilleren op het pittoreske centrale stadsplein militairen met grote machinegeweren voor hun borst, terwijl de stad sowieso ook al vol hangt met ontelbare camera’s. Dit alles is waarschijnlijk ingegeven door de aanslagen in Parijs van een maand geleden, maar het geeft mij juist helemaal geen veilig gevoel, het heeft eerder iets bedreigends. Ik hoop dus ook dat deze extra bewaking in het nieuwe jaar weer tot wat normalere proporties wordt teruggebracht.
Maar even terug naar de hospitalitybranche, zoals je begrijpt ben ik in Zuid-Frankrijk om te werken, ik ben namelijk bezig om de najaarsreis 2016 van KUNSTSTAD voor te bereiden. Ik heb weer een aantal viersterrenhotels op mijn lijstje staan om te keuren en zoals je weet ben ik dan vrij kritisch.
Het hotel waar we afgelopen nacht verbleven leek in eerste instantie op hun website, die ik thuis had bestudeerd, best wel aardig, maar bij binnenkomst vielen verschillende zaken direct enorm tegen.  

Jawel hoor, de lobby stonk hevig naar sigarettenrook. Ik dacht eerst dat dit veroorzaakt werd door het fenomeen waar ik al eens eerder over schreef, namelijk dat dit kwam door de rokers die verbannen waren naar de stoep voor het hotel en dat door de elektrische schuifdeuren er toch telkens een enorme wolk sigarettenrook naar binnen meekwam. Echter de rook hield aan ook als er niemand buiten stond te roken. Tijdens het drinken van een glaasje Franse wijn later in de hotelbar kon ik de situatie wat beter gadeslaan en viel me op dat er zich op de begane grond verschillende personeelsruimtes bevonden, waaronder vlak achter de receptie, en ik ontdekte dat de hotelmedewerkers daar zaten te roken. Ook hier heb ik kort geleden al eens over geschreven (zie hier) en mijn intuïtie, maar ook mijn kennis en ervaring, zei mij nu dat als men zo onverschillig met zo’n belangrijke kwestie als het rookverbod om gaat er vast nog wel meer gebreken in dit viersterrenhotel zouden zijn.
Het hotel noemt zich zelf een viersterren superior hotel, wat zoveel betekent dat ze qua luxe en comfort de ‘gewone’ viersterrenhotels willen overtreffen. Maar je voelt hem al aankomen, ik ben het met die classificatie totaal niet eens. Ik vind namelijk dat minimaal alle facetten van een viersterrenhotel moeten kloppen, waarbij ook op onderhoud en de kleine dingen gelet dient te worden.
Zo was bijvoorbeeld het liftknopje door het vele gebruik afgesleten en zat de armatuur er omheen vervolgens onder de verfresten van een gedateerde opknapbeurt. Afplakken met tape had men tijdens het verven hiervan maar niet gedaan en dat riep bij mij meteen het beroemde Nederlandse gezegde ‘met de Franse slag’ op. Toen ik de lift in stapte moest ik eigenlijk wel glimlachen, want hier was een amateurontwerper aan het werk geweest (later hoorde ik dat deze goedwillende amateurdesigner de hoteleigenaresse zelf was). De lift was van binnen helemaal zwart gekalkt en vervolgens had men allerlei glimmende platen blik en ijzer, die je bij de Doe-het-zelf-winkel kunt kopen en die oorspronkelijk achter en voor een verwarming worden geïnstalleerd, aan de liftmuren bevestigd. Deze grote ijzeren dingen hingen trouwens ook in de hotelgangen en in de lobby. Nog hilarischer was het feit dat de genoemde stuntelige hotelontwerper zelfs mooie hoekijzers bij het zelfde bezoek aan de bricolage-winkel had meegenomen, om de hoeken van de lift mee af te werken. Deze hoekijzers zijn helaas niet als decoratie bedoeld, maar worden juist gebruikt bij het stuken van wanden om zo scherpe hoeken te creëren en ze verdwijnen normaal geheel achter een dikke laag met gips. Ach ja, er vielen mij nu nog talrijke niet netjes afgewerkte details in de lift op, zoals onbestemde viezigheid tussen de drempel van de liftdeuren en dergelijke, en ik was nog niet eens op mijn kamer aanbeland.

En nu komt de tweestrijd in mijn hoofd, want bij binnenkomst van mijn kamer zag ik dat deze er prima uitzag. Natuurlijk kun je over inrichting en stijl een mening hebben, maar mijns inziens was de kamer mooi strak en redelijk netjes afgewerkt. Toen ik uit het raam keek zag ik zelfs dat men, in tegenstelling tot bij de met verfbekladde liftknopjes waar ik het eerder over had, men hier wel afplaktape had gebruikt bij de renovatie. Alleen jammer dat men hier deze plakband weer niet overal had verwijderd, want zodoende was het effect van het afplakken weer teniet gegaan.
Mijn mening is dat als je als hoteleigenaar gaat renoveren dat je dan goed op de afwerking van details moet letten, ander kun je het beter niet doen en is het naar mijn mening zonde van de grote investering.
Helaas, helaas, ondanks de prima kamer valt dit hotel dus toch af als plek waar ik volgend jaar met de mensen van KUNSTSTAD naar toe ga, want ik streef echt naar perfectie en zoals je kunt lezen voldeed dit zogenaamde viersterren-plus hotel hier niet aan.
Gelukkig zijn er nog genoeg alternatieve vier- en vijfsterrenhotels in Nice, dus we vinden met de kerstdagen vast wel een geschikte ‘herberg’ en we hoeven zeker niet in een stal te slapen.

Prettige feestdagen!

Judith de Groot
Hospitalitykenner