De bewogen geschiedenis van Nice

Marcel loopt door de smalle straatjes van Vieux Nice
Marcel loopt door de smalle straatjes van Vieux Nice

Sinds enkele dagen verblijf ik in het prachtige Nice. Deze Zuid-Franse stad aan de beroemde Côte d’Azur, ligt in een prachtige omgeving, vooral de combinatie van de historische stad met de schitterende azuurblauwe middellandse Zee en de omliggende bergen maakt deze plek echt heerlijk om te vertoeven. In combinatie met het mooie weer nu eind december, namelijk zonnig en rond de 18 graden Celsius, kan mijn bezoek aan Nice eigenlijk al niet meer stuk.
De genoemde zaken in ogenschouw genomen is het dan ook zeer begrijpelijk dat vele bekende personen hier ooit voor langere of kortere tijd zijn neergestreken. Dit begon eigenlijk al in de negentiende eeuw toen met name rijke Europese adel naar deze stad trok. De Engelse koningin Victoria verbleef regelmatig hier in Nice om te genieten van al het moois dat de Franse Rivièra te bieden heeft. Ook de Russische Tsaar Nicolaas II had zijn eigen residentie in Nice en liet zelfs zijn eigen Russisch-Orthodoxe kerk bouwen. Deze 'Basiliek Nicolas' is nog steeds één van de opvallendste bezienswaardigheden in het Niceaanse straatbeeld.

Nice en met name de inspirerende omgeving had honderd jaar geleden ook een aantrekkingskracht op jonge kunstenaars. De beroemde avant-gardistische twintigste eeuwse kunstenaar Henri Matisse woonde en werkte hier een lange tijd, namelijk van 1917 tot zijn dood in 1954. Matisse bleef hier zo lang omdat onder andere het warme Mediterrane klimaat een positieve invloed op zijn kwakkelende gezondheid had. Ook de klassiek moderne kunstenaar Marc Chagall verbleef een tijdje in deze inspirerende streek, deels in Nice en deels in het nabijgelegen Saint-Paul-de-Vence. Van beide genoemde kunstenaars zijn er in Nice trouwens musea die het bezoeken dubbel en dwars waard zijn.

Tijdens mijn wandeling kwam ik op gegeven moment op de Place Garibaldi en midden op het plein stond een monumentaal standbeeld van de beroemde Italiaanse vrijheidstrijder. Grappig om te zien dat de man die door de Italianen als nationale held beschouwd wordt eigenlijk volgens de huidige maatstaven een Fransman zou zijn. In mijn mysterieverhaal van deze week kom ik op het mysterie terug dat veel meer grote wereldleiders uit den vreemden komen en niet hun wortels in het land hebben waar ze beroemd en belangrijk werden.

Waar ik dankzij het standbeeld van Garibaldi wel aan herinnerd werd was dat de geschiedenis van Nice Italiaanse wortels heeft. Pas in 1860, ten tijden van de regeerperiode van Keizer Napoleon III  (waar ik laatste tijdens mijn verblijf in Rome ook al over schreef, klik hier), werd Nice en omgeving definitief bij Frankrijk ingelijfd. Tot die tijd sprak men in Nice nog Italiaans, echter in de afgelopen 150 jaar is Nice geheel verfranst, net zoals dat wel in meer door Frankrijk veroverde gebieden is gebeurd, zoals bijvoorbeeld in de streek ten noorden van Lille, waar men nog heel langs Vlaams heeft gesproken, maar door dwingende verfransing men dat amper nog hoort.

Men spreek in Nice nog wel een typerend plaatselijk dialect dat op een soort mengelmoes van Frans en Italiaans lijkt. Door de dubbele straatnaambordjes in het oudste deel van de stad, Vieux Nice genaamd, word je ook nog steeds herinnerd aan de Italiaanse periode van de stad. Ik moest toen ik dit soort tweetalige bordjes zag denken aan vele andere plekken in Europa waar ik afgelopen jaren was, waar ook alles dubbel, in twee talen dus, genoteerd stond; bijvoorbeeld in Helsinki (Fins en Zweeds), Edinburgh en Dublin (Engels en Keltisch of Gaelisch), Brussel (Nederlands en Frans).

Terwijl ik verder wandelde door Vieux Nice, dat zich kenmerkt door smalle straatjes waar hoogteverschillen ervoor zorgen dat je soms een beetje moet klimmen of afdalen, had ik echt het gevoel dat ik in Italië was.

Slechts op een kleine afstand van dit oude historische Vieux Nice ligt de kust met de Middellandse Zee. Een brede boulevard langs het kiezelstenenstrand is ook echt een bezienswaardigheid. Deze brede verkeersweg met wandelroute erlangs heet Promenade des Anglais en de naam herinnert aan de financiering van deze pronkstraat door de Engelse adel in 1823.

Tenslotte wil ik één opmerkelijk gebouw aan deze Promenade des Anglais nog noemen, namelijk het opmerkelijke Hotel Negresco. Dit imposante hotel is een Frans 'Nationaal Historisch Monument' en is vernoemd naar de stichter van het hotel, de Roemeen Henri Negrescu. In 1912 ontwierp de Nederlandse architect Eduard Niermans (1859-1928) dit hotel in de zogenaamde Belle époque-stijl. Het was trouwens deze zelfde Niermans die in Parijs de beroemde nachtclub ‘De Moulin Rouge’ heeft ontworpen.

Het vijfsterrenhotel is qua inrichting en stijl wat ‘over de top’. Het is nog steeds in handen van een particuliere bejaarde eigenaresse en die heeft er een uitbundige kermisachtige sfeer aan gegeven. Wel leuk om eens een, veel te duur, drankje in de bar te gaan drinken (Een klein glaasje bier kost hier 11 euro), maar een prijzig verblijf in de veel te uitbundige gedateerde hotelkamers gaat mij net iets te ver.

Ik ben nog lang niet uitgekeken in Nice en ga de aankomende dagen verder met mijn ontdekkingstocht. Ik verheug me trouwens om je meer over Nice en omgeving te vertellen in Amsterdam tijdens een arrangement over Nice en omgeving, op zaterdag 19 maart 2016. Kom je ook? 

 

Marcel Verhoeven 

Europakenner