Reuring en rust in het mooie Valencia!

Het natuurgebied Albufera, ten zuiden van Valencia, bestaat uit een enorm binnenmeer, het grootse van Spanje, en de daaromheen liggende uitgestrekte rijstvelden.
Het natuurgebied Albufera, ten zuiden van Valencia, bestaat uit een enorm binnenmeer, het grootse van Spanje, en de daaromheen liggende uitgestrekte rijstvelden.

Terwijl ik dit schrijf kijk ik uit op het Pantheon in Rome en denk ik terug aan mijn verblijf van de afgelopen twee weken in het Spaanse Valencia. Een prachtig uitzicht had ik over deze Spaanse stad en haar omgeving toen ik met het vliegtuig opsteeg vanaf de Valenciaanse luchthaven. Ik zag niet alleen de stedelijke agglomeratie maar ook de natuurgebieden om de stad heen. Indrukwekkend was het om van bovenaf Albufera te zien liggen. Dit natuurgebied ten zuiden van de stad bestaat uit een enorm binnenmeer, het grootse van Spanje, en de daaromheen liggende uitgestrekte rijstvelden. Nog leuker is het om terug te denken, terwijl ik over de rijstvelden van Albufera heen vlieg, aan de excursie die ik verleden week maakte naar dit gebied en ik toen aan de oevers van deze ‘sawa’s’, dus aan de spreekwoordelijke ‘bron’, paella gegeten heb. Het is dan ook hier, onder de rook van de stad Valencia, waar de paella is uitgevonden. Inmiddels is het echter een typerend nationaal gerecht van heel Spanje geworden.

Albufera is een heerlijk natuurgebied dicht bij Valencia, maar de stad kent zowel in het centrum als net daarbuiten prachtig groene oasis, die deze plek ook heel aantrekkelijk maken voor mensen die niet zo gek zijn op stedenreizen. Valencia telt ongeveer 800 duizend inwoners en in de hele agglomeratie wonen bijna twee miljoen mensen. De atmosfeer in de stad is echter gemoedelijk en bijna een beetje op een dorpse manier rustig. Natuurlijk kent Valencia, als twee na grootste stad van Spanje (Madrid en Barcelona gaan Valencia in de ranglijst voor), ook drukke en typische toeristische plekken, maar over het algemeen valt het op dat het echt een relaxte plek is waar je niet door allerlei chaotische grootstedelijke toestanden wordt afgeleid.

Eén van die genoemde groene bijna paradijselijke plekjes met een prettige, vredige sfeer vind je onder andere terug in het rustieke Turia-park. Dit landschappelijke park loop dwars door de stad heen en is echt een ‘Rode Draad’ of beter gezegd een ‘Groene Draad’ tijdens je Valencia-reis. Het nog relatief jonge park heeft een bijzondere oorsprong, want het was tot enkele decennia geleden nog een rivier met dezelfde naam. De rivier de Turia die regelmatig droog stond, of slechts een rustig kabbelend beekje was, kon bij tijd en wijlen ook een woest kolkende rivier worden. Soms was de watertoevoer vanuit de bergen naar het binnenland zo heftig dat de Turia buiten zijn oevers stroomde en de straten van het oude historische Valencia blank kwamen te staan. In 1957 was de watersnood veroorzaakt door de Turia zo dramatisch dat er zelfs tientallen doden te betreuren waren. Men besloot toen om de rivier te verleggen naar ver buiten de stad zodat zo’n ramp nooit meer plaats zou vinden. De oude rivierloop droogde langzaam in de jaren ’60 op en het stadsbestuur vroeg zich af wat men met de voormalige rivierbedding zou moeten doen. In de zeventiger jaren dacht men nog dat dit gebied zo nabij het stadscentrum ideaal zou zijn voor een snelweg, maar gelukkig zei men jarenlang ‘Mañana’ als het ging om het besluit wat er met de voormalige rivier zou gebeuren en zo geschiedde het dat het plan voor een drukke snelweg in de vuilnisbak belande en dat men uiteindelijk, door actieve bemoeienis van de bevolking van Valencia, met een prachtig alternatief kwam, namelijk om er een park van te maken.

De Jardín del Turia (in het Spaans) of Jardí del Túria (in het Valenciaans) heet het park officieel en beslaat zo’n 110 hectaren. De breedte is over het algemeen maar twee a drie voetbalvelden, maar de lengte van het park is meer dan negen kilometer.

Met name voor wandelaars en fietsers is het Turia-park ideaal. Voor hardlopers is er zelfs een speciaal hardlooppad aangelegd waarbij het stadsbestuur aan het traject een bordje heeft gezet bij elke bezienswaardigheid die zich in de nabijheid bevindt. Op deze manier wordt je als renner ook nog een beetje kenner van de omgeving. Zo passeer je tijdens het lopen onder andere Het Museum van Schone Kunsten, de 'Palau de la Música de València' en de ‘Ciutat de les Arts i les Ciències’ (de Stad van Kunsten en Wetenschappen) met de opzienbarende gebouwen van de architect Calatrava.

Maar het meest opvallende is toch de rust en het groen terwijl je je tocht maakt onder de wuivende palmbomen.


Marcel Verhoeven

Europakenner