Vooruitgang in de Kunst!

Wodan met zijn twee hulpjes, de zwarte raven, en zijn witte paard Sleipnir.
Wodan met zijn twee hulpjes, de zwarte raven, en zijn witte paard Sleipnir.

Afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag heb ik aan de hand van talloze inspirerende voorbeelden weer vol enthousiasme over onze rijke westerse kunstgeschiedenis verteld. Vrijdag en zaterdag gaf ik de najaarscursus die de titel had ‘Disguised Symbolism’. Tijdens verschillende lezingensessies vertelde ik twee dagen lang over allerlei symbolen en hun betekenis, waarvan sommigen echt verborgen op het kunstwerk aanwezig zijn. Heidense symbolen kwamen aan bod zoals de twee symbolische zwarte raven die als hulpjes van Wodan in onze vroege Germaanse geschiedenis aan de schoorstenen van onze voorouders kwamen luisterden. En ook het symbolische paard Sleipnir, die toch wel heel veel weg heeft van de schimmel van Sinterklaas, passeerde de revue

Ook de Christelijke symboliek was vertegenwoordigd en ik stond uitgebreid stil bij de heiligen met hun symbolen, die regelmatig op schilderijen afgebeeld zijn.

Toen ik een man met een sleutel als symbool in zijn hand liet zien wist bijna iedereen dat het hier om de heilige Sint Petrus ging, maar bij een vent met een rooster in zijn hand werd niet direct de heilige Sint Laurentius herkend.

Ook de zeventiende eeuwse symboliek doet het altijd erg goed tijdens zo’n cursus. Een hondje, dat voordien nog als symbool van trouw werd gezien, transformeerde in onze Hollandse Gouden Eeuw tot een symbool van vulgariteit en lichamelijke wellust! Onze populaire viervoeter werd nog al eens door kunstenaars zoals Jan Steen bij een vrouw op bed afgebeeld en dat laat voor een goede symbolenkenner eigenlijk niets meer aan de verbeelding over.

Met net zoveel plezier vertelde ik afgelopen zondag in Amsterdam over de beroemde Spaanse Meesters! Van deze fameuze schilders, afkomstig van het Iberisch schiereiland, worden er binnenkort meer dan zestig schilderijen tentoongesteld tijdens een bijzondere expositie in de ‘Hermitage aan de Amstel’. El Greco, Ribalta, Zurbarán, Murillo, Velazquez, Goya en zelfs Picasso behoren tot deze belangrijke Spaanse Meesters en dankzij de genoemde tentoonstelling is het mogelijk om in Nederland in een keer zoveel Spaanse kunst bij elkaar te zien. Voor mij als kunsthistoricus dus een reden te meer om hier over uitgebreid te vertellen.

Je zult denken dat ik na zoveel dagen vol kunst en verhalen deze maandag wel even wat anders zou gaan doen, maar niets is minder waar. Ik besloot om op maandagochtend naar het Stedelijk Museum te gaan met mijn twee dochtertjes. Op maandag is het Stedelijk ook gewoon geopend en altijd lekker rustig. Het eerste kunstwerk waar ik ‘instapte’ was een werk van Tino Sehgal (geb. 1976).

Deze Duits-Engelse kunstenaar maakt ‘Live Werken’ dat wil zeggen dat het gaat om ‘levende kunstwerken’ en de ontmoeting met het publiek. Sehgal maakt geen objecten, maar creëert ‘situaties’ in het museum, waarbij dansers en figuranten specifieke handelingen uitvoeren en soms de bezoeker aanspreken. Deze ontmoetingen bieden de bezoeker een volstrekt unieke ervaring met het levende kunstwerk.

Zo werd ik na het uitstappen uit de lift door een jong meisje van een jaar of acht aangesproken of ik met haar door het kunstwerk wilde heen lopen. Alizia van tweeënhalf  zei ‘doe maar niet papa, dat is eng’. Maar ik stelde mijn dochter gerust en liep achter mijn jonge gids aan, die mij vervolgens allerlei vragen stelde zoals “Wat is voor u vooruitgang?” en “Wat was de grootste vooruitgang die u heeft meegemaakt?”. Moeilijke vragen waar ik over na moest denken en voor ik wist was mijn zeer jonge interviewster vervangen door een jongeman van in de twintig die verder sprak met mij over vooruitgang en gebeurtenissen uit mijn leven. De titel van dit kunstwerk van Sehgal waar ik me in bevond heette ‘This Progress’ en ik begreep dan ook alle vragen die mij gesteld werden. Terwijl ik inmiddels door mijn volgende begeleider verder werd ondervraagd over toekomstige ontwikkelingen viel mij op dat ik ondertussen door lege en witte museumzalen wandelde. Her en der waren nog wat andere bezoekers die waarschijnlijk ook over de progressie in hun leven aan de tand werden gevoeld.
De laatste gids in Sehgal’s  kunstwerk was een oudere gepensioneerde heer die vertelde dat hij een mooi werkend leven had gehad, maar dat hij toch vond dat hij wat te veel had gewerkt in zijn leven. Hij vroeg zich af of hij toch niet wat meer thuis had moeten zijn toen zijn kinderen nog klein waren. Zijn progressie door deze constatering was dat hij nu veel leuke dingen met zijn kleinkinderen deed. En plots gaf hij mij een hand en was het ‘kunstwerk’ afgelopen. Wat een bijzonder ‘piece of art’! Ik begreep dat het al over de hele wereld uitgevoerd was, en na New York en Athene, het nu voor het eerst in Amsterdam te ervaren is en dat ik hier even een onderdeel van was.
Ik realiseerde zomaar weer eens dat kunst niet altijd iets geschilderd op een doek is, maar dat kunst veel meer kan zijn, een ervaring of echte belevenis!

 

Marcel Verhoeven

Europakenner