Hendrick de Keyser, Erasmus en Willem van Oranje in één adem genoemd

De Zuiderkerk in Amsterdam
De Zuiderkerk in Amsterdam

Dit verhaal schreef ik gistermiddag terwijl ik in een lounge op Schiphol zat te wachten op mijn vliegtuig dat mij naar Zuid-Spanje zou gaan brengen en inmiddels ben ik weer gearriveerd in Málaga. Ik ben de afgelopen twee weken even in Amsterdam geweest en in die tijd in Nederland heb ik natuurlijk niet stilgezeten. Zo had ik bijvoorbeeld voor de trouwe deelnemers aan de activiteiten van KUNSTSTAD afgelopen zaterdag een zomerborrel georganiseerd. Dit gezellige samenzijn vond plaats in de Zuiderkerk in het oude centrum van Amsterdam. Deze beroemde 17de eeuwse kerk heeft zijn karakter behouden maar is in de loop van de tijd wel aangepast tot een multifunctionele ruimte met grotere en kleinere zalen. In één ruimte, dat een deel is van de zijbeuk van de kerk, dronken we met elkaar een wijntje en in andere ruimte gaf ik een korte presentatie over de activiteiten en reizen die ik met KUNSTSTAD aankomende anderhalf jaar zal ondernemen. Terwijl het gezelschap van de borrelplek naar de lezingenzaal in de Zuiderkerk liep, diende men over het graf van de architect en beeldhouwer Hendrick de Keyser (1565-1621) te stappen. Een stevige glasplaat beschermt zijn gegraveerde grafsteen in het middenschip van de kerk en de boeiende herinneringstekst op de steen is geschreven door zijn vriend P.C. Hooft. 

Marcel geeft tijdens de Zomerborrel een presentatie, met op de voorgrond het graf van Hendrick de Keyser
Marcel geeft tijdens de Zomerborrel een presentatie, met op de voorgrond het graf van Hendrick de Keyser

Het is niet zomaar een plek waar De Keyser is begraven, want hij ligt namelijk in een kerkgebouw dat hij zelf heeft ontworpen en dat maakt zijn laatste rustplaats wel heel bijzonder. Toen De Keyser eind 16de eeuw stadsarchitect werd ontwierp hij verschillende gebouwen in Amsterdam; naast deze Zuiderkerk was hij ook verantwoordelijk voor de Noorderkerk en de Westerkerk. Ook de Munttoren en Montelbaanstoren zijn van de hand van Hendrick de Keyser. De Keyser creëerde hierdoor een hele reeks torens in Amsterdam, waarvan sommige inmiddels verloren zijn gegaan, maar er gaan tegenwoordig stemmen op om bijvoorbeeld de verdwenen Haringpakkerstoren van De Keyser weer te reconstrueren.

Ook het West-Indischhuis en nog een aantal andere huizen in Amsterdam behoren tot zijn uitgebreide oeuvre. Buiten Amsterdam was De Keyser tevens actief, zo ontwierp hij ondermeer het stadhuis van Delft, de hervormde kerk in Midden-Beemster en een stadspoort in Deventer. Een leuk gegeven is dat deze Deventerse poort tegenwoordig ook weer in Amsterdam staat, namelijk in de tuin van het Rijksmuseum.

Alhoewel De Keyser vooral Amsterdam trouw bleef bevindt zijn beroemdste beeldhouwwerken zich buiten de hoofdstad. Heel bekend is het praalgraf dat De Keyser maakte voor Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft. De Keyser beeldde Willem de Zwijger twee maal af; eenmaal terwijl hij min of meer ‘eeuwig ligt te slapen’ en aan de voorzijde van het graf staat een bronzen sculptuur van Willem van Oranje in harnas, zoals hij er tijdens zijn leven uitzag. Een ander bekend sculptuur dat Hendrick de Keyser gemaakt heeft is dat van Desiderius Erasmus (1466-1536) dat staat op het plein naast de Laurenskerk in Rotterdam. Het beeld van Erasmus is het oudste nog originele bronzenbeeld in Nederland en behoort tot een van de hoogtepunten van de Nederlandse beeldhouwkunst.

Terug naar de Zuiderkerk, de plek waar we dus zogezegd afgelopen zaterdag onze zomerborrel hielden. Er valt hier namelijk nog heel veel over te vertellen, want de plek is om nog meer redenen heel bijzonder. Zo is onder andere Rembrandt’s zoon Titus in de Zuiderkerk gedoopt. En was de kerk voor een collega van Rembrandt , Werner van den Valckert, een inspiratiebron waardoor het op het schilderij “Laat de Kinderen tot mij komen” een prominente plaats krijgt. Dit doet een paar eeuwen later, rond 1874, Claude Monet nog eens. Hij schilderde de Zuiderkerk maar dan op een impressionistische manier en hij gaf het werk de titel “De Zuiderkerk met een uitzicht over de Groenburgwal”.

In 1929 vond de laatste kerkdienst in de Zuiderkerk plaats en al vele decennia daarvoor werd het omliggende terrein niet meer gebruikt als kerkhof. Toch doet de naam van het plein rondom de kerk, genaamd het Zuiderkerkhof, hier nog wel aan herinneren. Helaas kreeg in de het laatste oorlogsjaar de kerk toch weer een functie als tijdelijke rustplaats. In de Hongerwinter was de Zuiderkerk namelijk het mortuarium voor de mensen die waren gestorven door de honger en ontbering.

Heel mooi en symbolisch is dan ook de metershoge fontein, of eigenlijk is het meer een waterval langs de gevels, tegenover de entree van de kerk dat een ‘bron des levens’ lijkt uit te beelden op het voormalige kerkhof.

De Zuiderkerk is zoals je merkt meer dan een bezoek waard en was dus ook een uitstekende locatie om de zomerborrel te organiseren.

 

Marcel Verhoeven

Europakenner