Reizen voor de inspiratie

Marcel in 2004 bij het Chateau Grimaldi, ofwel het Picassomuseum in Antibes
Marcel in 2004 bij het Chateau Grimaldi, ofwel het Picassomuseum in Antibes

Afgelopen weekend was ik weliswaar weer op reis maar bevond ik me dit keer niet zo ver weg. Ik was namelijk in het Utrechtse plaatsje Breukelen waar ik de tweedaagse zomercursus gaf. Virtueel nam ik de deelnemers van de cursus trouwens wel een heel eind mee op reis, ik ging met hen meer dan honderd jaar terug in de tijd en kwam zo terecht in het Frankrijk van het Fin-de-siècle en vanaf dat punt belandde ik ook in de periodes die daarna plaats vonden.

Ik liet aan de hand van talloze schilderijen zien hoe kunststijlen als het Impressionisme, het Expressionisme, het Fauvisme, het Kubisme en andere ‘ismes’ in de klassiek Moderne Schilderkunst zich hadden ontwikkeld. Een leuk kenmerk van het ontstaan van deze kunstuitingen is het feit dat vele kunstenaars in die tijd voor hun artistieke ontwikkeling op reis gingen naar allerlei oorden, om inspiratie op te doen. Eén van de zogenaamde grondleggers van de moderne schilderkunst, ‘onze eigen’ Vincent van Gogh, bezocht talloze plekken in Europa. Eerst zwierf hij wat rond in Nederland en België om daarna, gestimuleerd door zijn broer Theo, in Parijs terecht te komen. Parijs was in de tweede helft van de 19de eeuw het centrum van de Moderne Kunst en dus de place-to-be voor elke aanstormende en veelbelovende kunstenaar. Alhoewel deze wereldstad Vincent enorm stimuleerde tot schilderen besloot hij uiteindelijk toch naar Zuid-Frankrijk te gaan om daar nog meer inspiratie op te doen. Hij belandde uiteindelijk, tijdens deze tocht naar het zuiden, in het plaatsje Arles en woonde daar een tijdje in het zogenaamde ‘Gele Huis’

Op een gegeven moment kreeg hij daar bezoek van een andere kunstenaar, die later ook heel beroemd zou worden, namelijk Paul Gauguin. Twee maanden lang logeerde Gauguin bij Van Gogh in het ‘Gele Huis’ en werden er in de omgeving van Arles talrijke schilderijen door het tweetal vervaardigd. In diezelfde tijd woonde niet ver van deze twee ambitieuze kunstenaars (Van Gogh en Gauguin), de schilder Paul Cézanne, die zeer actief was in zijn geboorteplaats Aix-en-Provence. Aix is een Zuid-Frans stadje dat qua aanblik gedomineerd wordt door een berg genaamd Monte St. Victoire, die ook regelmatig het onderwerp van de kunstwerken van Cézanne was.

Deze drie grote Post-Impressionisten, zoals Van Gogh, Gauguin en Cézanne ook wel genoemd worden, waren weer enorme inspiratoren voor de ‘jonge’ generatie kunstenaars die daarna furore ging maken. We hebben het dan over bijvoorbeeld Pablo Picasso en George Braque. Zij gingen in het begin van de 20ste eeuw in de voetsporen van Cézanne richting Zuid-Frankrijk en deden dit om inspiratie op te doen in de omgeving van het visserplaatsje l’Estaque (tegenwoordig een wijk van de grote stad Marseille). Het pittoreske l’Estaque was naast Aix-en-Provence een tweede terugkerend onderwerp op de werken van Cézanne en ter plekke, min of meer aan de bron, wilde Picasso en Braque daar volgens de ideeën van Cézanne de basis te leggen voor een nieuwe stroming, namelijk het Kubisme.
Tot de ‘jonge garde’ rond 1905 behoorde eveneens Henri Matisse en André Derain die, met name geïnspireerd door het kleurgebruik van Cézanne en Van Gogh, ook op een soort ‘kunstbedevaart’ naar Zuid-Frankrijk trokken. Zij kwamen uiteindelijk terecht in het mediterrane plaatsje Collioure waar zij mede door het prachtige kleurige en zonnige landschap tot een nieuwe stroming kwamen, die bekend werd als het Fauvisme.

Talloze kunstenaars trokken in die tijd richting Zuid-Frankrijk zoals Auguste Renoir, Maurice de Vlaminck, de Schot Charles Rennie Mackintosh, Marc Chagall, Raoul Dufy, en andere grootheden uit de Klassiek Moderne Kunst.

Wil je eigenlijk een goed beeld krijgen van de verschillende kunststromingen zoals het Post-impressionisme, het Kubisme en Fauvisme dan dien je toch echt een kijkje te nemen in de genoemde plaatsen in Zuid-Frankrijk om daar dan min of meer door de ogen van de grote avant-garde kunstenaars van een eeuw geleden te kijken.

Voor de grote kunstenaars van de 20ste eeuw, zoals Picasso en Matisse, is Zuid-Frankrijk altijd een belangrijke uitvalsbasis gebleven en tot het eind van hun kunstenaarsleven verbleven zij langdurig aan de Franse Côte d'Azur. Matisse kreeg uiteindelijk in de stad Nice een museum waar je tegenwoordig een deel van zijn oeuvre kunt bewonderen. En in het nabij gelegen Antibes is in het historische kasteel Grimaldi tegenwoordig het Picassomuseum gevestigd. In 1946 heeft Picasso nog een tijdje in dit kasteel gewerkt en opvallend op deze plek is het schitterende uitzicht dat hij had over de Middellandse Zee. Je kunt je bij een bezoek aan dit museum voorstellen wat een inspirerende plek dit moet zijn geweest.


Marcel Verhoeven

Europakenner