(On)doorzichtigheid

Een glazen toiletdeur in een hotelkamer biedt weinig privacy
Een glazen toiletdeur in een hotelkamer biedt weinig privacy

Deze week verbleef ik, tijdens mijn zoektocht naar een geschikt hotel voor de KUNSTSTAD-reis naar Tallinn en Helsinki van volgend jaar, in verschillende hotels. Ik verbaasde me over de badkamer van één van deze hotels.

De badkamer blijft namelijk een interessante plek van de hotelkamer. Er was eens een tijd dat veel hotelkamers nog niet over een eigen badkamer beschikten en de gasten standaard deze faciliteiten met anderen moesten delen. De luxe van deze tijd is echter dat in ‘normale’ hotels, en uiteraard helemaal in vier- en vijf-sterrenhotels, er altijd de beschikking is over een eigen badkamer. Heerlijk natuurlijk om die privacy te hebben en deze ruimte alleen, of eventueel met je meereizende kamergenoot te hoeven delen. Echter een eigen badkamer met toilet op je hotelkamer is toch ook vandaag de dag nog geen garantie voor privacy.

Ik begrijp dat de indeling van de badkamer, inclusief de wc, voor de dames en heren architecten soms nogal wat hoofdbrekers oplevert. Hoeveel plek neemt deze ruimte in beslag? Moet er wel of geen bad geplaatst worden? En goede ventilatie en (dag)licht spelen natuurlijk ook een grote rol in deze ‘natte ruimte’. In veel gevallen is een badkamer namelijk geplaatst aan de gangkant van een hotelkamer en dit betekent dat er helaas dan geen ramen in zitten. Een goede afzuiginstallatie voor al de waterdamp en vocht, maar ook het juiste lichtgebruik zijn daarom erg belangrijk op zo’n plek.

Je kunt tegenwoordig met kunstlicht heel veel doen en het lukt dan ook vaak om hiermee een prettige sfeer in deze ruimte te creëren. Licht in de badkamer is dan sfeerbepalend maar ook noodzakelijk om goed in de spiegel(s) te kijken en daarna goed voor de dag te komen.

Sommige hotels hebben echter gemeend, ondanks de badkamer niet bij een raam ligt en direct buitenlicht dus niet mogelijk is, toch meer natuurlijk licht in de ‘natte ruimte’ te willen krijgen. Ontwerpers hebben dan vaak besloten dat er in zo’n geval tussen de hotelkamer en badkamer een glazen wand, inclusief glazendeur, soms van wazig melkglas, wordt geplaatst. Op deze manier schijnt er overdag toch nog wat (indirect) buitenlicht van een afstand bij de badkamer naar binnen.
Deze ‘glazenwandoplossing’ voor badkamers heb ik al in heel wat hotels in Europa meegemaakt. Ik vind het echter persoonlijk niet raadzaam om een glazenwand met glazendeur als afscheiding tussen sanitairruimte en hotelkamer te plaatsen.

Zo’n glazenwand als afscheiding voor de badkamer en het toilet heeft volgens mij een aantal nadelen. Het eerste nadeel ligt voor de hand. Als je met iemand samen reist, of het nu je levenspartner is, of op pad bent met een goede reisvriend of reisvriendin, dan wil je toch ongestoord en vooral ongezien gebruik kunnen maken van het toilet, het bad en/of de douche. Ook al is de glazenwand van melkglas en zie je niet letterlijk alles, toch zie je er wel schaduwen en silhouetten doorheen wat toch het gevoel van privacy wegneemt.

Daarnaast is een glazenwand lang niet zo geluiddempend als een (stenen) muur en een massief houtendeur, dus je hoort bijvoorbeeld de toilet- en douchegeluiden in de hele hotelkamer.

Het derde nadeel vind ik dat de glazen deur van zo’n badcel vaak niet op slot te doen is en dat kan lastige vergissingsmomenten opleveren als je met z’n tweeën op de kamer bent, of je kleine kinderen hebt die de deuren kunnen openen.

Ik denk dat ik op al deze genoemde punten niet dieper hoef in te gaan om te kunnen concluderen dat de glazenafscheidingen van hotelbadkamers en toiletten het gevoel van luxe en comfort wegneemt door het gebrek aan privacy.

Er zijn trouwens nog meer nadelen; de glazen badkamerconstructie laat dan weliswaar indirect buitenlicht toe wat zogenaamd positief is, maar andersom komt het kunstlicht van de badkamer ook via het glas in de rest van de hotelkamer, dat vooral ’s avonds en ’s nachts weer een nadeel is. Ik wordt altijd wel een keertje ’s nachts wakker tijdens mijn verblijf in een hotel en ga dan even naar het toilet. Als je maar kort in een hotel verblijft dan moet je toch altijd even nadenken zodra je wakker wordt waar je nu eigenlijk bent en hoe de kamer in elkaar zit. Om mezelf een beetje te helpen laat ik daarom het licht in de badkamer aan en laat de deur op een kier. Zo kan ik toch nog enigszins de kamer inkijken en hoef ik niet al strompelend en stommelend de kamer door, of het grote licht in de kamer aan te zetten, wat namelijk zeer storend is voor de rest van mijn gezin. Het punt is nu dat, als ik het licht in de badkamer aanlaat, dit zo fel de kamer in schijnt dat je bijna niet meer in slaap valt omdat de kamer baadt in het schijnsel vanuit de badkamer.

Het zijn natuurlijk allemaal maar kleine dingen, maar toch zou ik als hoteleigenaar over dit soort zaken nadenken. Als je in de hotelinformatie leest dat de badkamer beschikt over daglicht, wat ik soms wel eens tegen kom, dan moet er vanaf nu een lichtje bij je gaan branden of dit direct daglicht is (dus gewone ramen in de badkamer) of indirect (dag)licht met de beschreven ‘glazenwandoplossing’ die allerlei privacy-problemen oplevert. En zo blijkt maar weer dat het nog niet zo eenvoudig is om de ideale hotelkamer te creëren. 

 

Judith de Groot

Hospitalitykenner