“Met een korreltje zout”

Wat mij de laatste tijd meer dan ooit opvalt is dat veel van de maaltijden die ik buiten de deur eet zo buitengewoon zout zijn. Een pittig gerecht met lekkere kruiden vind ik heerlijk maar ik irriteer me eraan als eten gewoonweg te zout is. Het maakt trouwens vaak niet uit waar ik ben in Europa of in wat voor soort restaurant ik kom.
Het is erg jammer dat al het eten tegenwoordig zo zout is, want dit overheerst de smaak en het zorgt ervoor dat je vaak de interessante smaaksensaties van andere toegevoegde kruiden of smaakmelanges niet meer proeft. Zout is eigenlijk dus een dooddoener geworden in de plaats van dat het eten verrijkt.

Ik merk het vaak direct als de kok de zoutpot in hoge mate gebruikt heeft en de naweeën voel ik vaak de uren er na. Geregeld wordt ik na een veel te zout diner ’s nachts wakker met een enorme droge mond en de daarbij behorende grote dorst. Ik drink dan enige glazen water en denk dan vaak midden in de nacht terug aan weer een te gezouten maal van die avond.

Waarom doen al die koks dat toch? Ik heb wel eens gehoord dat chefs vaak veel te veel sigaretten roken dat nicotine de smaakpupillen verdoven. Hierdoor zou hij/zij niet meer in staat zijn om de eigen gerechten op smaak in te schatten en maar extra veel zout erbij gooien.
Een andere reden zou kunnen zijn dat zout, net als suiker trouwens, een verslavend effect heeft en aanzet om steeds meer te eten. Denk maar eens aan een grote zak met zoute chips dat door veel mensen vaak in no-time wordt verorberd. Deze laatste reden is ook dat de voedselindustrie tegenwoordig hun kant-en-klaar-maaltijden volstopt met zout.

Dus een ‘lekker’ snel voorbereid gerecht uit het vriesvak bij de Albert Heijn eten, met op diezelfde dag nog wat koekjes, dropjes en ijs, betekent dat je als mens een overdosis zout naar binnen krijgt met alle negatieve (gezondheids-) gevolgen van dien.

Wist je dat we maar hooguit 1 a 2 gram zout per dag nodig hebben, maar dat we tegenwoordig het tienvoudig of meer per dag nuttigen. Het meeste zout zit trouwens in de doodgewone dagelijkse boterham en aangezien er bijna geen echte warme bakkers meer in Nederland zijn kun je niet aan de bakker vragen of hij een klein beetje zoutreductie kan toepassen. Jammer hoor dat we eigenlijk noodgedwongen allemaal op één of andere manier aan een zoutrijk leven moeten mee doen.

De beroemde Griekse filosoof Aristoteles zei zo’n 2400 jaar geleden: “Men kent een vriend pas nadat men veel zout met hem heeft gegeten”, misschien moet ik me daar dan maar mee troosten als ik weer eens met iemand veel te zout heb gegeten.

Eet smakelijk!


Marcel Verhoeven