Een hotel met een bijzonder fundament

De restanten van de Sint-Donaaskathedraal in de kelder van het Crowne Plaza Hotel in Brugge.
De restanten van de Sint-Donaaskathedraal in de kelder van het Crowne Plaza Hotel in Brugge.

Zoals ik al eens eerder in mijn wekelijks hospitalyblog schreef vind ik dat je verlijf in een hotel een echte beleving moet zijn. Heel veel verschillende factoren kunnen hiertoe bijdragen.

Het wordt heel bijzonder als je als hotel bij de bouw van het hotelcomplex gebruik kunt maken van historische restanten die op de bouwlocatie gevonden worden. Ik verbleef in mijn leven in verschillende hotels waar men de archeologische restanten, die men tijdens de bouw tegenkwam, geïntegreerd had in het hotel en die het hotel uiteindelijk een extra dimensie gaven.

Op dit moment verblijf ik weer een in zo’n soort hotel waar de historische plek zijn herinneringen heeft nagelaten. Het hotel waar ik logeer is het Crown Plaza Hotel in de mooie Vlaamse stad Brugge, een uitstekend onderkomen aan de Burg, middenin het oude centrum. Het hotel doet er van alles aan om de  gast zich thuis te laten voelen, alhoewel ik natuurlijk altijd verbeterpunten zie als hospitalitykenner. Er is echter een bijzondere eye catcher die de sfeer van het gebouw, de locatie en de totale beleving verhoogt. Als je namelijk vanuit de lobby de trap of de lift naar kelderverdieping neemt dan stap je letterlijk en figuurlijk terug in de tijd. Wat een uitzonderlijke belevenis! Waarom?

In de jaren ‘90 begon men met het bouwen van het nieuwe 'Crowne Plaza Burghotel'  en tijdens de bouw stootte men op de elfde eeuwse fundamenten van de Sint-Donaaskathedraal. Archeologen legden grote delen van de kelder en crypte van de kathedraal bloot die absoluut van grote historische waarde zijn. Er werd door talloze Bruggenaren actie gevoerd om de restanten te consolideren en in de openlucht tentoon te stellen. Dit zou uiteraard betekend hebben dat het geplande hotel niet op die plek kon gebouwd worden. Er werd echter beslist om het hotel toch te bouwen maar wel rekening te houden met deze belangrijke archeologische vondsten. De hele kelderverdieping van het hotel werd zorgvuldig over de oude kathedraalmuren heen gebouwd, die zo een onderdeel van de prachtige grote kelderzaal werden waar geïnteresseerden deze unieke restanten kunnen bekijken en waar ook ontvangsten en recepties kunnen plaats vinden. Dit laatste maakt van zulk soort gebeurtenissen dan wel een hele bijzonder happening in zo’n ambiance. 

Marcel schreef in zijn verhaal van deze week al over de beroemde Vlaamse schilder Jan van Eyck die de kanunnik Joris van der Paele in opdracht schilderde. Deze priester was in de vijftiende eeuw ‘de baas’ van deze Donaaskathedraal. Het door Marcel reeds beschreven altaarstuk “Madonna met kanunnik Joris van der Paele” hing ooit ergens op de plek waar nu het hotel is gelegen. Waarschijnlijk bevond het zich in de apsis, op de plaats in de kelderverdieping van het hotel waar je vandaag de dag naar de restanten kunt kijken. Daarnaast is de scene die is uitgebeeld op het werk ook gesitueerd in diezelfde apsis.

Het is natuurlijk fantastisch om eerst dit kunstwerk in het nabij gelegen Groeningemuseum (waar het zich vandaag de dag bevindt) te zien en daarna daadwerkelijk tussen de restanten van die apsis in het hotel te staan. Terwijl je in de kelder van het hotel tussen alle restanten doorloopt, die toch allemaal wel minimaal twee meter hoog zijn, is het ook bijzonder om te weten dat op deze plek talrijke voorname Bruggenaren na hun dood zijn begraven. Zo zijn de genoemde schilder Jan van Eyck en zijn opdrachtgever Joris van der Paele in de vijftiende eeuw in deze Sint-Donaaskathedraal in een graf bijgezet en dat geeft een verblijf in dit hotel toch nog een extra dimensie. Tijdens de werkzaamheden vond men ook beschilderde grafkisten, waarvan er enkelen zijn opgesteld tussen de archeologische resten in het hotel. Wie weet heeft in zo’n sarcofaag Jan van Eyck wel gelegen. De groep kunstliefhebbers die we afgelopen weekend meenamen door Brugge genoten enorm van de rondleiding die Marcel in de kelder van het hotel, waar we dus ook verbleven, gaf.

Er zijn in Europa wel meer hotels te vinden die gebouwd zijn op bijzondere archeologische restanten. Zo waren wij twee weken geleden in het Zuid-Spaanse Málaga en logeerden daar in een prachtig vijfsterrenhotel waar je bij binnenkomst al getrakteerd wordt op het rijke historische verleden. De vloer van de receptie en van de bar waren van dik gehard glas gemaakt, waardoor je enkele meters naar beneden kon kijken. Op een lager gelegen verdieping zag je op die manier de restanten van de oude Middeleeuwse stadsmuur van Málaga liggen. En ook hier was het mogelijk om naar de kelder af te dalen en rond te lopen tussen de historische muurdelen.

Dichter bij huis zijn er ook hotels met een bijzondere archeologische waarde waarbij misschien het Derlonhotel op het Onze-Lieve-Vrouweplein in Maastricht het opmerkelijkst is. Hier stootte men bij de bouw van het hotel op de tweeduizend jaar oude resten van de Romeinse Jupitertempel. Men heeft de fundering zorgvuldig om deze tempelrestanten heen gebouwd en het is tegenwoordig het ontbijtrestaurant van het hotel. Tijdens verschillende reizen van KUNSTSTAD, waaronder die naar Luxemburg, maakten wij hier een koffiepauze en genoten op deze magnifieke locatie van het roemrijke verleden van deze stad.

Wat moet je nou doen als je hotel is gelegen in een gebied waar geen rijk historisch verleden is, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten? In de VS kom je eigenlijk niets tegen uit de Middeleeuwen, dus moet men iets anders bedenken als je iets extras wilt creëren voor je gasten.

Iets bijzonders of zelfs iets spectaculairs in je hotel maken daar zijn de Amerikanen wel goed in. De beste voorbeelden hiervan vindt je natuurlijk in de gokstad Las Vegas. Een goed voorbeeld hier is het beroemde Venitian Hotel. In dit hotel, en het daarbinnen gelegen winkelcentrum, hebben ze een stukje van de grachten van Venetië nagebouwd, waar doorheen heuse gondels varen en ‘O sole mio’ door de ruimte schalt. Een merkwaardige gewaarwording, want niets is natuurlijk historisch en alles is volledig nagemaakt.

Tijdens mijn verblijf in Las Vegas, zo’n tien jaar geleden, verbleef ik in het hotel met de naam The Stratosphere. Dit gigantische hotel bestaat uit één hele hoge toren van 350 meter hoog. Bovenop op het dak van deze ‘reusachtige flat’ bevindt zich een heus attractiepark. Ik was na het inchecken uiteraard nieuwsgierig wat er boven mij in het hotel gebeurde en ben uiteraard op het hoteldak gaan kijken. Het was een bizar gezicht om op deze hoogte een achtbaan, die half over de rand van het hoteldak hing, en andere duizelingwekkende attracties tegen te komen. Natuurlijk heb ik een ritje in de achtbaan gemaakt en dat was met recht een hele ervaring!

Dus als je als hotel toevallig het geluk hebt dat je bovenop een archeologische bezienswaardigheid gebouwd bent dan beschik je over geweldige features om het hotelverblijf tot een extra beleving te maken. Heb je dat helaas niet dan kun altijd iets heel bijzonders zelf creëren om je hotelgast een echte experience te geven.

 

Judith de Groot

Hospitalitykenner