Wandelen langs de haven en de costa

Aan het strand in Málaga worden sardines geroosterd aan een lange spies op ‘barbecues’ gemaakt van ijzeren roeibootjes.
Aan het strand in Málaga worden sardines geroosterd aan een lange spies op ‘barbecues’ gemaakt van ijzeren roeibootjes.

Een paar weken geleden schreef ik al over mijn eerste kennismaking met de prachtige stad Málaga. De eerste wandeling waar ik het toen over had ging door het historische centrum met zijn karakteristieke straatjes, zijn immense kathedraal en de uiteindelijke klim de berg op waar ik de overblijfselen van het Moorse fort, de ‘Alcazaba’ en het nog hogere kasteel ‘Gibralfaro’ bewonderde (klik hier voor mijn verhaal van enige tijd geleden). Afgelopen week besloot ik om een wandeling langs de haven en het strand van Málaga te gaan maken en zo een heel andere stukje van deze Andalusische stad te leren kennen.

Vanuit mijn hotelkamer had ik al een prachtig uitzicht over de Middellandse Zee en over de nabij gelegen haven. Elke ochtend zag ik deze week rond half negen de ferry arriveren die een dagelijkse verbinding vormt tussen Málaga en de Spaanse enclave Melilla, gelegen in Noord-Afrika. De haven van Málaga is geen grote wereldhaven, hoezeer het stadsbestuur ook zijn best heeft gedaan om er een heel havendeel met grote hijskranen voor de afslag van containers bij te bouwen. De afgelopen acht dagen heb ik er geen één keer een containerschip gezien die er zijn lading loste. Wel zag ik een onderzeeër, begeleid door twee loodsschepen, in de haven aankomen en dat was van ver af een leuk gezicht. 

Elke ochtend zag ik deze week rond half negen de ferry arriveren die een dagelijkse verbinding vormt tussen Málaga en de Spaanse enclave Melilla, gelegen in Noord-Afrika.
Elke ochtend zag ik deze week rond half negen de ferry arriveren die een dagelijkse verbinding vormt tussen Málaga en de Spaanse enclave Melilla, gelegen in Noord-Afrika.

Zogezegd besloot ik richting de nabij gelegen haven te lopen, waar ik al vlot de betreffende onderzeeër aan de kade tegen kwam. Aan boord wapperden maar liefs drie rode vlaggen met een ster en halve maan erop en ik begreep dus dat Málaga verrast was door een (vreedzaam) bezoek van de Turkse marine. Aan deze zelfde kade, waar trouwens een paar chique restaurants met mooie terrassen zijn gelegen, was een schitterende cruise terminal gemaakt. Nu was de kade leeg en had je een mooi uitzicht over het blauwe Mediterrane water, echter eerder deze week had ik er een groot cruiseschip zien liggen. Ze hebben het voor de cruisebezoekers in Málaga erg mooi gemaakt, want de cruiseschepen die de stad bezoeken worden door een enorme glaswand gescheiden van de kade en via mooie, eveneens glazen, aanlegsteigers loopt men zo de historische stad in.

De kade die onderdeel vormt van de ontvangstterminal voor cruisepassagiers in Málaga
De kade die onderdeel vormt van de ontvangstterminal voor cruisepassagiers in Málaga

Na ongeveer 500 meter wandelen langs de kade kwam ik uiteindelijk aan bij een brede pier die voor een groot deel bebouwd is met hoge vakantieflats, maar waarbij het boulevardgedeelte van de pier zeer aantrekkelijk is ingericht met leuke winkeltjes, boetiekjes, barretjes en restaurantjes. Kortom; het is een heerlijke plek om langs te flaneren, op elk moment van de dag. Om het voor het langs wandelend publiek zo aangenaam mogelijk te maken hangen er boven deze winkelpromenade overal luifels om schaduw te creëren en komt er uit allerlei plekken van bovenaf voordurend een spuit met nevel van water wat koelte geeft. Deze zaken zijn een heerlijke aangename luxe op de pier, want vooral tijdens het middaguur kan het op deze plek (en ook in de rest van Málaga en omgeving) in de zomer wel zo’n 38 graden (of meer) worden. De temperatuur kun je regelmatig aflezen op grote digitale thermometers die her en der hangen. Ik zag tijdens mijn wandeling dat het op dat moment 27 graden was en het was pas negen uur in de ochtend.

Toen ik net op de pier was aanbeland zag ik een grote veelkleurige glazen kubus van ongeveer zo’n tien meter hoog. Deze kubus markeert de entree van het schitterende nieuwe Centre Pompidou Málaga dat voor het grootste gedeelte onder de grond ligt. Sinds eind maart van dit jaar heeft het beroemde museum uit Parijs hier in Málaga een dependance geopend en stelt hier vele topstukken uit haar collectie tentoon. Ik was enkele weken geleden hier al een paar keer binnen geweest en ik durf te zeggen dat deze Centre Pompidou-vestiging een bezoek aan Málaga al rechtvaardigt. Verleden week schreef ik trouwens over de vele andere musea in deze stad, waaronder het Museu Russo met de collectie uit het Staatsmuseum uit St. Petersburg, die van Málaga een echte Kunststad maken (klik hier voor mijn verhaal van verleden week over de musea in Málaga).
Inmiddels bereikte ik het eind van de pier en stond ik naast de bescheiden vuurtoren, die tevens het begin van het strand aangaf. Er zijn eigenlijk maar weinig steden op de wereld waar het centrum van de stad langzaam overgaat in het strand. Ik heb gelezen dat dit het geval is in Sydney en ook in het Spaanse Barcelona is het strand zeer nabij het stadscentrum gelegen. Dat strand en stad zo met elkaar verweven zijn maakt dat met name de Malagueños, zo heten de inwoners officieel, eigenlijk dagelijks op het strand te vinden zijn, jong en oud! Op het redelijk vroege tijdstip dat ik hier rondliep zag ik hoe talloze senioren inwoners hun dagelijkse duik in de zee namen.
Ik besloot om een heel stuk langs de kust richting het oosten te lopen om uiteindelijk zeven kilometer verderop rond lunchtijd bij een bekend restaurant uit te komen. Vanuit de verte zag ik al dat het een schitterende wandeling zou worden want rechts had ik voordurend een blik op de Middellandse Zee en aan de linkerzijde zag ik het bergachtige landschap van de streek. Om de zoveel tijd passeerde ik horecagelegenheden op het strand, ook wel in het Spaans ‘chiringuito’ genoemd, waarvan de medewerkers bezig waren om de terrassen uit te stallen voor de gasten die in de loop van de dag hier zouden gaan vertoeven. Langzaam hield het stadse karakter van Málaga op en gingen de ‘buitenwijken’ over in huizen van de voormalige vissersdorpjes die inmiddels een onderdeel van de stad waren geworden maar hun dorpse karakter niet hadden verloren. Vissersboten lagen op het strand en regelmatig stonden er nu borden met aankondigingen dat je er boquerones (ansjovisjes) en gegrilde sardientjes kon eten. Dit had ik in de tijd dat ik Málaga verbleef al verschillende malen gedaan en ook dit keer kon ik de verleiding niet weerstaan om een portie sardientjes te verorberen. Deze sardientjes worden trouwens geroosterd aan een lange spies op ‘barbecues’ gemaakt van ijzeren roeibootjes.

Wist je trouwens dat de inwoners van Málaga als bijnaam boquerones (ansjovisjes) hebben? Vanwege hun consumptie van de vele (ansjo)visjes noemen alle Spanjaarden hen zo. 

Terwijl ik af en toe een korte rustpauze had ingelast en mijn wandeling langs het strand werd afgewisseld door een kustweg met rotsen langs de zee, zag ik op een gegeven moment mijn eindpunt naderen, het restaurant met de naam ‘El Tintero’ (‘De Inktvis’). Ik had talloze goede verhalen over dit opvallende restaurant gehoord en was zeer benieuwd hoe het zou zijn. In mijn culinaire rubriek verderop in deze Travel Tales beschrijf ik mijn ervaring in dit restaurant.

Na de lunch twijfelde ik eerst of ik een bus of taxi terug zou nemen, echter de wandeling heen was mij zo goed bevallen dat ik met de hele familie besloot om op ons gemak weer terug te wandelen en zo nog eens zeven kilometer in de heerlijke, maar warme Zuid-Spaanse zon te lopen. Alhoewel we ons goed met zonnebrand hadden ingesmeerd en een petje tegen de felle zon droegen waren we aan het eind van de middag bij terugkomst in het hotel prachtig bruin bijgekleurd en weer een magnifieke ervaring rijker.

 

Marcel Verhoeven 

Europakenner