Vanaf de berg genietend van het schitterende Málaga

Afgelopen week verruilde ik het Spaanse Granada voor het prachtige Málaga dat ook in de regio Andalusië is gelegen. Verleden week beschreef ik al het wonderbaarlijke en magnifieke Alhambra met zijn indrukwekkende Moorse paleizencomplex dat aan de rand van de stad Granada is gelegen. Alleen daarom al is deze stad meer dan een bezoek van enkele dagen waard. Echter ik besloot om mijn ontdekkingstocht door Andalusië verder voor te zetten.

We hadden een chauffeur bereid gevonden om ons van Granada naar Málaga te brengen, want het is momenteel niet mogelijk om met de trein dit traject af te leggen. De rit door het Zuid-Spaanse landschap duurt ongeveer vijf kwartier en bedraagt zo’n 125 kilometer. Ik genoot van de schitterende vergezichten en onaflatende heuvelachtige vlaktes met olijfbomen, waar ik verleden week ook al bij stil stond in mijn culinaire blog.

Na een uur rijden werden de heuvels toch langzaamaan steeds meer hoge bergen terwijl ik toch wist dat we bijna in havenstad Málaga moesten zijn. De genoemde bergen ‘verstopten’ de stad een beetje als je vanuit het binnenland komt, want opeens kwam de stad vol in het vizier en zag ik niet alleen het historische Málaga voor me liggen maar ook de uitgestrekte Middellandse Zee. Wat een schitterend panaroma kreeg ik voorgeschoteld. Ik was eigenlijk al meteen verkocht!

Na mijn installatie in mijn hotel kon ik mijn geduld niet meer bedwingen en moest ik meer zien van Málaga. Nauwe historisch gegroeide straatjes kronkelden in de richting van een immense kathedraal, die ik later die week van binnen zou gaan bekijken. Ik passeerde talloze fraaie oude huizen en stadspaleizen, waarvan er één verbouwd was tot het Picassomuseum. De beroemde Klassiek Moderne Spaanse kunstenaar was wellis waar opgegroeid in Barcelona en had furore gemaakt in Parijs, maar had inderdaad het eerste levenslicht in Málaga gezien. De stad was zo trots op Picasso dat ze zelfs zijn geboortehuis, op een andere plek in de stad, hadden opengesteld voor zijn fans.
Het compacte oude stadscentrum leidde uiteindelijk naar de voet van een heuvel waar de restanten van de vroege geschiedenis van Málaga te zien waren; een Romeins amfitheater, dat nog redelijk in takt was, lag hier. Een groepje kleine kinderen had op de eeuwenoude tribunes rondom een clown plaatsgenomen op het moment dat ik hier langs kwam, terwijl de kindervriend hen luidruchtig vermaakte. Ik wist dat de Romeinen niet de stichters van de stad waren, want dat waren de Feniciërs zo’n duizend jaar voor Christus. Die werden trouwens in de zesde eeuw voor Christus weer verjaagd door de Carthagers uit Noord-Afrika en die kregen het later weer aan de stok met de Romeinen.

Ik besloot om de genoemde heuvel te beklimmen, want hier zou ik kennis gaan maken met de rest van het begeerlijke Málaga. Vrij vlot kwam ik op deze heuvel de goed bewaarde restanten tegen van de Alcazaba, de voormalige Moorse fortificatie. In de achtste eeuw na Christus werd bijna het hele Iberische schiereiland veroverd door de Moren en net als Granada werd Málaga een onderdeel van het Islamitische Rijk Al-Andalus. Weliswaar niet zo uitbundig als in het Alhambra kun je hier toch een indruk krijgen van de Moorse periode in dit gebied.

Terwijl ik tussen de Moorse overblijfselen op dit deel van de heuvel stond zag ik dat de stadsmuur verder de heuvel op liep en dat op de top nog meer bebouwing was. Bij navraag deelde men mee dat zich hier het Moorse paleis Gibralfaro bevond. Dit stukje hooggelegen bouwkunst trok natuurlijk mijn aandacht en alhoewel de aardige mevrouw van het archeologisch complex mij adviseerde om de stadsbus omhoog te nemen besloot ik toch om naar de top te gaan wandelen. Natuurlijk wilde ik Chloé en Alizia meenemen dus al duwend tegen de steile helling kwam het kasteel langzaam dichter bij. Mijn overhemd werd langzaam natter van het transpireren, want bij typische Spaanse temperaturen van rond de 30 graden bleek dit toch wel een zware inspanning. Ik moest denken aan wat Friedrich Nietsche ooit zei over types zoals ik: “Plezierreizigers klimmen als dieren de berg op, dom en zwetend”.

Toen ik langzaam de top bereikte troostte ik mezelf met de gedachte dat dit weer wat anders was dan een marathon en de beloning was uiteindelijk groot. Ik kwam niet alleen bij het Moorse paleizencomplex aan, maar kreeg ook een fenomenaal uitzicht over Málaga en over de Middellandse Zee! Wauw, dit was inderdaad de beklimming waard!

Ik zag nu pas goed waarom al die verschillende volkeren in de afgelopen drieduizend jaar de stad zo graag in handen wilden hebben. Terwijl ik met een koud biertje in de schaduw onder een palmboom van het panorama zat te genieten viel me op dat de stad strategisch was gelegen tegen de heuvels, waarvan de haven die aan de oude stad vast zat een belangrijk onderdeel is. In de haven lag een cruiseschip en de opvarenden liepen zo vanaf de loopplank direct het centrum van de stad binnen.

Een bezoek aan de haven had ik voor de volgende dag gereserveerd, want na mijn inspanning van deze dag was ik wel even voldaan. Ook wilde ik in de historische haven een bezoek brengen aan het splinternieuwe Centre Pompidou Málaga, een dependance van het beroemde museum uit Parijs, en daar wilde ik ruim de tijd voor nemen.

Ik nam uiteindelijk de bus terug naar beneden en binnen tien minuten was ik weer beneden aan de heuvel. Ik kon het niet laten om uit te stappen bij een bushalte aan het strand. En niet veel later lag ik in het zand te genieten van mijn ‘avontuur’. Alizia was inmiddels begonnen haar eigen Moorse ‘zandkasteel’ te bouwen en ik was al weer bezig met het lezen van de reisgids om te ontdekken wat Málaga mij nog meer te bieden had.


Marcel Verhoeven

Europakenner


PS. Mocht je nieuwsgierig zijn naar Granada en Málaga kom dan naar mijn presentatie op 12 september 2015. Of wellicht heb je zin om volgend jaar, begin maart, met mij mee te gaan en deze twee steden in Andalusië te gaan bezoeken. Stuur me dan even een e-mail dan neemt Judith of ik contact met je op.