Een marathon met hoogtepunten uit Kopenhagen

Marcel met medaille voor het beursgebouw
Marcel met medaille voor het beursgebouw

Afgelopen zondag liep ik de marathon van Kopenhagen. Wat een schitterende ervaring was dat zeg! Meer dan 42 kilometer hardlopen door de hoofdstad van Denemarken is echt een onvergetelijke ervaring. De organisatie van de marathon had een parcours uitgezet dwars door het centrum en hierdoor rende ik, samen met meer dan tienduizend andere lopers, langs talloze bekende bezienswaardigheden die Kopenhagen rijk is.
Ik startte zondagochtend om half tien aan de waterkant in de wijk Islands Brygge. Het zonnetje scheen nog wat schraal en de temperatuur was rond de 10 graden. Na het startschot kwam de hele meute in beweging en dat is toch telkens weer een heel magisch ogenblik. Ik kan zulke startmomenten herinneren van de marathons waar ik in het verleden aan heb meegedaan zoals die van Amsterdam, Rome, Antwerpen, Venetië en Berlijn.

Tijdens de eerste kilometers passeerden we al het stedelijke pretpark Tivoli, de Ny Carlsberg Glyptotek en het imposante raadhuis, allen gelegen aan de brede Hans Christian Andersens Boulevard. 

Hans Christian Andersen
Hans Christian Andersen

De schrijver van de wereldberoemde sprookjes keek over zijn schouder naar de rennende meute, want het bronzen standbeeld van hem staat pontificaal aan de naar hem genoemde boulevard.

Vervolgens passeerde ik een aantal parken waarvan wellicht de Botanische Tuinen de mooiste is en schuin hiertegenover keek ik door de tuinen van Kogens Have en zag een glimp van het historische Rosenborg Slot. Kort daarna zag ik de indrukwekkende gevel van het Statens Museum for Kunst dat het best vertaald kan worden als het Rijksmuseum van Kopenhagen. De collectie had ik een dag voor de marathon op mijn gemak bekeken en al rennend dacht ik aan de prachtige schilderijen die hier gehuisvest zijn; ‘De Dame met de Groene Streep’ van Henri Matisse, ‘Het Laatste Avondmaal’ van Emile Nolde en talrijke werken van de Cobrakunstenaars.

Ik maakte al rennend vervolgens kennis met de wijken Østerbro (“Oosterbrug”), Nørrebro (“Noorderbrug”) en Vesterbro ("Westerbrug"), die hun namen onder ander te danken hebben aan de vele bruggen die hier zijn gelegen.

Bij het 27 kilometer punt stond Judith mij aan te moedigen en had ik bijna tweederde van de marathon erop zitten. Ik passeerde op dat moment toevallig ook nog eens de Nederlandse ambassade die tegenover het hotel is gelegen waar ik logeerde. Maar ik moest nog wel eerst 15 kilometer doorrennen alvorens ik hier een heerlijk bad kon gaan nemen. Een glimp zag ik daarna van de Amalienborg, het koninklijk paleis van het Deense vorstenhuis en daarachter zag ik zelfs in een flits de Marmor Kirke. Toen ik langs de bastions van het ‘Kastelet’ liep wist ik dat hier op een steenworp afstand het beroemde beeldje van ‘De Kleine Zeemeermin’ zich bevond. Dit kleine sculptuur die in het water van de Sont is gelegen is toeristische trekpleister nummer één in Kopenhagen en misschien wel goed dat ze de marathon daar niet letterlijk langs lieten lopen, want dat was misschien wel heel cliché geweest.

En toen had de marathonorganisatie besloten dat we vanaf 30 kilometer nogmaals hetzelfde tracé door de wijken Østerbro en Nørrebro moesten rennen. Ik had op dat moment al bijna drie uur gerend en kende dit deel van de route al. Waar het nu precies aan lag weet ik niet, maar ik ontmoette vanaf dat moment ergens de ‘man met de hamer’. Gelukkig kwam ik op deze laatste tien kilometer nog een paar keer een verfrissingpost tegen waar ik wat water kon drinken en even kon rekken en strekken.

Na 36 kilometer begon ik mijn benen te voelen en een stemmetje in mijn hoofd zei steeds stiekem ‘stop er toch mee’, maar dan is het juist de kunst om door te gaan. Gelukkig bereikte ik op 38 kilometer het oudste deel van het centrum waarbij mijn gedachtes heerlijk werden afgeleid door een reeks met indrukwekkende monumenten waaronder het Christianborg Slot op Slotholmen, het Beursgebouw en het gebouw van de koninklijk bibliotheek beter bekend als ‘De Zwarte Diamant’. Helaas bestond het plaveisel op deze laatste kilometers uit keitjes die zo typerend schots en scheef lagen. Oef, dat was extra afzien. En gelukkig daar was het bordje dat ik de 40 kilometer was gepasseerd en wat is nou nog ‘slechts’ 2000 meter? Ik was er toch nog niet helemaal want ik moest nog de ‘Langebro’ (‘Langebrug’) over, die zijn naam eer aan deed, voor ik weer op ‘Island Brygge’ over de finish kon rennen. De laatste honderden meters zijn spreekwoordelijk de laatste loodjes en wegen dus het zwaarst, maar hoe euforisch is dan het gevoel als je de finishlijn passeert.
Bijna vier uur later stond ik weer op het punt waar ik die ochtend gestart was en als tastbare beloning kreeg ik een medaille, maar mooier was de prijs die ik mezelf had gegeven door deze rijke ervaring te hebben mogen meemaken. Ondanks de ontbering en de vermoeidheid van dat moment voelde ik iets in mijn hoofd al weer borrelen: ‘Wat wordt de volgende stad voor een marathon?”

 

Marcel Verhoeven
verhoeven@kunststad.nl