Op zoek naar een rustig plekje om lekker te eten

Het 'Bierpaleis' op Schiphol
Het 'Bierpaleis' op Schiphol

Bijna elke week gaat mijn culinaire verhaal over het eten en drinken op een plek in het buitenland waar ik op dat moment vertoef. Zo hebben onder meer Istanbul, Athene, Antwerpen, Bratislava en Wenen met hun typerende lekkernijen afgelopen tijd al de revue gepasseerd. Mijn reis naar deze steden, met hun lokale delicatessen, start meestal vanaf onze nationale luchthaven Schiphol. Na aankomst op Schiphol twee weken geleden, voor ons vertrek naar Wenen, bleek zowaar ons vliegtuig helemaal overboekt te zijn en werd ons gevraagd om een vlucht later te nemen. Dit was ons in ons ‘turbulente’ vliegreisleven nog nooit gebeurd, maar we vonden het niet erg want zo maakten we dit ook eens een keer mee. We hadden gelukkig geen haast en konden best een paar uurtjes wachten op het vliegveld.

We hadden nu eens tijd om op ons gemak Schiphol ‘achter de douane’ te gaan ontdekken. Normaal wandelen we altijd in vlotte pas, net als bijna alle passagiers, langs alles heen.

Dit keer wilden we even letterlijk en figuurlijk rustig aan doen en gingen op zoek naar een leuke horecagelegenheid waar het niet hectisch zou zijn en waar niet alle gasten, en het personeel, een gehaaste indruk zouden maken. Restaurants in overvloed zou je denken dus we dachten dat daar ook de door ons gewenste rustige horecaplek wel tussen zou zitten.
De talrijke koffiecounters die op alle pieren staan, waar je vlug even een kartonnen bekertje koffie kunt krijgen en waar soms nog wat krukken staan om eventjes tegenaan te hangen, vielen natuurlijk direct af. 

Vervolgens zagen we op een hoger gelegen verdieping een zogenaamde foodcourt en besloten daar eens op onderzoek uit te gaan. Het was een gedrang van mensen bij verscheidene ‘eilanden’ waar je eten op kon scheppen. Het waren verschillende ‘fastfoodrestaurants’ die er aan balies hun etenswaar aanboden. Door de vele klanten werd deze self-service afdeling een enorm chaotisch geheel. Eten lag niet alleen op de uitstalplekken maar ook op de grond, wat logisch was doordat iedereen maar rommelig door elkaar heen liep op zoek naar voedsel van zijn/haar smaak. Het gedeelte met de zitplaatsen was ook wanordelijk en rumoerig, daar kwam je niet voor je rust maar meer om de in snelheid opgeschepte hap naar binnen te proppen. Het was waarschijnlijk normaal om, als je klaar was met dit etensritueel, je restanten gewoon op tafel te laten liggen. En die troep bleef daar dan ook liggen omdat het personeel te druk was om de meute bij de counters een beetje in bedwang te houden. Nee, dit was niet te plek waar we anderhalf uur of langer relaxed zouden gaan lunchen.

Onze zoektocht ging verder en ik kwam langs het ‘bierpaleis’ van Heineken. Hier had ik in het verleden al eens gezeten en toen was mij al opgevallen dat dit gebouwd was als ware het een deel van het voormalige Paleis van Volksvlijt dat ooit op het Frederiksplein in Amsterdam stond. De sfeer is er als in een Amsterdams Grand Café en je kunt er naast een biertje met een portie oer-Hollandse bitterballen ook een uitsmijter of een broodje met kroket bestellen. Niks mis mee, maar dit was ook niet het restaurant waar je à la carte rustig kon gaan dineren en niet snel iets naar binnen hoefde te werken.

Tenslotte ben ik toch maar eens naar een informatiebalie gelopen om te vragen waar het  normale kwaliteitsrestaurant op Schiphol was, want ik kon het tijdens mijn speurtocht niet vinden. Ik kreeg nul op rekest want het antwoord van de medewerkster was dat dit er voorbij de douane niet was. Ik was erg verbaasd en dacht aan de talloze passagiers die, met bijvoorbeeld een aantal uren overstaptijd, ook wel eens rustig wilden zitten eten en drinken. De dame bij de informatiedesk deelde me wel mee dat er allerlei speciale businessclubs en cardholderclubs waren, maar daar moest je lid van zijn en ook daar waren geen restaurants zoals ik die beschreef.

Aangezien het toch nog wel meer dan vier uur zou duren voordat we konden boarden voor de volgende vlucht naar Wenen en we onze jonge dochters van zeven maanden en van twee jaar een paar uurtjes wilden laten rusten vroegen we bij de informatiebalie of er dan eventueel een hotel was. Het antwoord was positief want er bleek een Mercure-hotel in het intercontinentale deel van de vertrekhal van Schiphol te zijn. We besloten dit op te gaan zoeken en te vragen of we daar voor enkele uren een kamer konden huren. Het was een stuk lopen en we moesten zelfs langs de douane om ons paspoort te tonen want we verlieten immers het Schengengebied.

Het Mercure Hotel 'achter de douane' op Schiphol
Het Mercure Hotel 'achter de douane' op Schiphol

Aangekomen bij het Mercurehotel bleek dat een kamer voor een paar uur huren mogelijk was maar dat alles helaas volgeboekt was. De aardige receptionist was zo vriendelijk om ons een kamer te laten zien. De ruimte zag er netjes uit en zou prima zijn om in te slapen. Iets anders dan slapen kon je er eigenlijk ook niet, want de kamer had geen enkel raam en dat gaf een beetje claustrofobische indruk.

Onze zoektocht kwam op deze manier ten einde en we besloten uiteindelijk maar een uitsmijter te nuttigen bij het reeds genoemde café van de Nederlandse biergigant. In het land der blinden was deze plek koning.

Ons onrustige wachten op Schiphol werd trouwens ruimschoots goed gemaakt toen we uiteindelijk aan boord stapten. We zaten nu op de eerste rij in de businessclass waar we niet alleen veel ruimte hadden, ik kon mijn benen heerlijk strekken, maar waarbij we ook nog verwend werden met een uitgebreide maaltijd met een lekker glaasje Chardonay erbij. Zo kwam het toch nog allemaal goed en kwam ik culinair alsnog aan mijn trekken.


Marcel Verhoeven 

De Europakenner